Jacobsz, Jasper (ca. 1560-1627/28)

Jasper Jacobsz, schepen van Everdingen (1606-1610), geboren ca. 1560, overleden 1627-1628

Gehuwd met

Berntgen Gerrits

Gehuwd met

Aertken Marcelis, dochter van Marcel Cornelisz

 

Bronnen: 1) hogenda.nl, 2) Everdingen, oud rechterarchief 1633-1727. B. de Keijzer, 3) Everdingen, oud rechterarchief 1603-1627. Ir. A.I. Grabowsky m.m.v. B. de Keijzer, 4) Everdingen, oud rechterarchief 1627-1644. Ir. A.I. Grabowsky m.m.v. B. de Keijzer, 5) Everdingen, oud rechterarchief 1644-1661. Ir. A.I. Grabowsky m.m.v. B. de Keijzer, 6) Leerdam, oud-rechterlijk archief 1590-1602. Ir. A.I. Grabowsky m.m.v. B. de Keijzer, 7) Leerdam, oud-rechterlijk archief 1615-1627. Ir. A.I. Grabowsky m.m.v. B. de Keijzer, 8) Leenhoven van de heren van Vianen, 1292-1666. J.C. Kort. In: Ons Voorgeslacht, jaargang 40-43 (1985-1988)

Op 15 februari 1590 (rechtsdag) Lambert Stevenss contra Jasper Jacobss.

Op 26 december 1599 is Jasper Jacobsz door de heren van Vianen beleend met 1½ morgen bij overdracht door Jan Willemsz en ½ morgen in Zijderveld bij overdracht door Willem Gijsbertsz.  Op 14 mei 1628 Gerrit Jaspersz bij dode van Jasper Jacobsz, zijn vader. Op 8 december 1636 Heineman Cornelisz voor Maarten Gerritsz, zijn neef, bij dode van Gerrit Jaspersz, diens vader.

Op 4 juli 1611 hebben Schout Jan Corstensz met de heemraden van Everdingen en Zijderveld die gerechten en geerfden van Everdingen, Over en Neder Zijderveld, mitsgaders die van Bolgrij, doen dagvaarden de nabeschrevenen: Cornelis Aertsz, Jasper Jacobsz, Cornelis Pellen, Jan Verweij, Peter Gerloffsz, Gerrit Roeloffsz, Aert Gerritsz, Heijmen Hubertsz, Jan Reijersz, Wolcken Thonisz en Anthoenis Cornelisz als geerfden, ‘omme hun luijden advuijs te gheven op het apostelle bij zijne Genaden’, beteijckent de 12-6-1611, etc.

Op 14 april 1612 Jasper Jacobsz en zijn zoon Gerrit Jaspersz (tegenwoordig mondig) en die de voornoemde Jasper Jacobsz in echt verwekt heeft bij zaliger Berntgen Gerritdr. Magescheid als volgt: Gerrit Jacobsz krijgt 4 morgen op Lang Bolgrij in het land van Culemborg; nog 14 hont op Boeicoop in het land van Leerdam; nog 13 hont aldaar; nog 900
gl, een hoet haver en 5 koeien, 3 paarden en 3 wagens.

Op 12 oktober 1613 transporteert Steven Brunings (?) onze medebroeder, rentmeester in het land van Buuren, procuratie hebbende van de deken der kerk van Ste Peters te Utrecht (dd 7-10-1613) aan Jasper Jacobsz en Aertgen Mercelisdr, wonende op Zijderveld, 9 morgen genaamd ‘de Wijffsdijck’ op Over Zijderveld, strekkende van de keelspit van Authenae tot de Diefdijk.

Op 25 november 1614 vertoont Jasper Jacobsz een octroij van Walraven van Brederode, heer van Vianen etc dd 2-6-1614, en verklaart dat hij heeft liggen op Over Zijderveld in het land van Culemborg 4 morgen leengoed genaamd ‘Drie Vierdel’. Hij disponeert nu, dat de 3 nakinderen, die hij verwekt heeft bij Aertken Mercelisd namenlijk Mercelis Jaspersz,
Marij Jaspersd en Heijltgen Jaspersd van de voornoemde 4 morgen leengoed, 2 morgen vooruit en die andere 2 morgen zullen gelijkelijk gaan naar de 3 nakinderen en Gerrit Jaspersz als voorzoon van Jasper Jacobsz. Op 2 juni 1621 disponeert Jasper Jacobsz wonende op Bolgrij, van 4 morgen op Over Zijderveld, genaamd ‘Vierdell’, zijnde leenroerig aan het huis van Vianen. Alles uit kracht van een octrooi hem verleend op 2-6-1613 door Van Brederode. Hij herroept de dispositie dd 25-11-1614 gedaan voor deze bank. Hij begeert nu dat, na zijn overlijden de helft van de 4 morgen zal gaan naar zijn tegenwoordige huisvrouw Aertken Mercelisd ofte haar kinderen. Zijn zoon Gerrit Jaspersz zou de andere helft krijgen.

Op 24 juni 1618 testeert Jasper Jacobss op Sijdervelt. Erfgenamen zijn zijn tegenwoordige huisvrouw Aertien Marcelis de helft van de leengoederen op Over Boeijcoop, hun kinderen en zijn voorkind.

Op 21 augustus 1618 transporteren Jan en zijn broer Aert Dircksz aan hun oom Jasper Jacobsz 1½ morgen in 3 morgen, waarvan de wederhelft koper bezit, gelegen op Neder Zijderveld, strekkende van de Oijslaegh onder de Diefdijk tot de middelwetering.

Op 31 mei 1621 transporteert Jan Gheerloffsz burger tot Culemborg, aan Jasper Jacobsz een akker op Neder Zijderveld met een grient daaraan, groot 1 morgen, strekkende van de Diefdijk tot voornoemde Jasper Jacobsz.

Op 28 juli 1624 is Willem van Nieuwpoort voor Agneta Wouters, zijn vrouw, bij dode van Wouter Gerardsz, haar vader, na kaveling door de heren van Vianen beleend met 4 morgen in Zijderveld, waarna overdracht aan Jasper Jacobsz, waarna overdracht aan Maria Jaspers.

Op 28 februari 1627 testeren Jasper Jacobsz x Aertken Mercelis (ziek) wonende op Zijderveld. Erfgenamen zijn:

  • hun dochter Heijlken Jaspers krijgt 4 morgen op Over Zijderveld genaamd ‘de Wijsdijk’, te weten de voorste camp met de ‘Dam akker’, liggende aan de bovenste zijde,
  • hun dochter Marijke Jaspers krijgt 4 morgen op Over Zijderveld van de zwager van Wouter Gerritsz, genaamd Willem van Nieupoort, voor stadhouder der lenen Van Brederode, etc.,
  • zijn zoon Gerrit Jaspersz.

Op 22 september 1635 testeert Adriaentgen Marcelis, wonende op Bolgerij onder Sijdervelt, geassisteert met Sijmen Cornelisz Verweij, haeren gecooren voogt, 2 morgen land gelegen op Boijcoop neffens de gemeen kaa sijnde leengoed sullen hebben na haar overlijden Maria en Heijltgen Jaspers, haren nichten, en dat volgens octroij van Leerdam d.d. 13-2-1634, en voorts 14 hont lant gelegen op Sijdervelt. En legateert aan huer zusters kinderen Marcelis, Jan en Cornelis Hendricx ijder de somme van 25 gld. Op dito testeren Maria en Heijltgen Jaspers, gesusters, wonende op Bolgerij onder Sijdervelt, geassisteert met Wouter Jansz van Leeuwen, langstlevende erfgenaam, en daarna op Adriaentgen Marcelis, haer moeije.

Op 5 november 1645 transporteert Mr Johan van Vianen raed van zijn Gen heer etc, aan Cornelis Hermensz ten behoeve van de kinderen en erfgenamen van zaliger Jasper Jacobsz 2 morgen op Zijderveld.

Op 19 september 1655 testeert Maria Jaspers, bejaarde dochter, en legateert ‘aen heer neve Jasper Tonisz, soon van Tonis Dirxcsz ende Heijltgen Jaspers, haar overleden swager en volle suster, komt hij te overlijden dan de helft op vaderssijde en de helft op moederssijde, leenland octroij 24-9-1635 van Leerdam, alsmede Brederode 22-12-1624, haer moeders suster Adriana Mercelis, legateert aan de nagelaten kinderen van haren halven broeder Gerrit Jaspers, verweckt bij Gerricken Cornelis Heijmensdr’. Eveneens op 19 september 1655 testeert Jasper Tonisz., j.m. van Zijdervelt, speciale octroij leenkamer Leerdam dd. 14- en 17 juni 1653 en nomineert alles aen sijne moeye ende moeders suster Maria Jaspers, en legateert Willem Dirks, Floris Dirx en Anna Dirx sijn volle oomen en moeije van vaderssijde, en aan Maria- en Neeltgen Dirx, sijn halve moeyen van ‘s- vaderssijde.

 

Uit het 1e huwelijk:

Gerrit Jaspersz

Uit het 2e huwelijk:

Marcelis Jaspersz, overleden (?) 1635-1636

Heijltje Jaspers

Maria Jaspers, overleden > 29 juli 1667