Goijer, Gijsbert Marcelisz de (ca. 1635-1695)

Gijsbert Marcelisz de Goijer, rekenmeester, kerkmeester (1680), zoon van Marcelis Jansz en (?) NN Gijsberts, geboren ca. 1635, begraven 17 mei 1695 op het kerkhof te Veenendaal

Gehuwd met

Willemijntje van Schadijck, dochter van Jan Jaspersz van Schadick en Grietje Jans, overleden > 9 oktober 1714

Gehuwd met

Herman Fransz

Gehuwd 1696-1698 met

Jan Aertsz van Delwijnen, zoon van Aert Claesz van Delwijnen en Mariken Jans, overleden 12 januari-24 juli 1702

 

Bronnen: 1) razu.nl, 2) gemeentearchief.veenendaal.nl, 3) hogenda.nl, 4) Luid- en begraafgelden te Veenendaal 1574-1812. Uitgave van de Historische Vereniging Oud Veenendaal nr. 3, juni 1998, 5) Certificatien ende attestatien, bij de veenraden gegeven ende vercregen 1550-1782. Archief van het Veenraadschap der Gelderse en Rhenense veenen. Inventarisnummer 31 Gemeentearchief Veenendaal, Elleke van Engelenburg, November 2005, 6) Morgentalen 1618-1722. Uitgave van de Historische Vereniging Oud Veenendaal nr. 4, oktober 2003, 7) Asperen, schepenakten 1687-1706, door B. de Keijzer

Op 7 oktober 1688 verklaren Hermen Fransz, man van Willemijntge van Schadijck, Hendrick van der Does, man van Metje van Schadijck ook namens Jasper van Schadijck, allen kinderen en erfgenamen van Jan Jaspersz van Schadijck en zijn vrouw Geultje Jans, overhandigt te hebben aan hun zwager Jasper van Schadijck het gedeelte dat zij te vorderen hebben uit de boedel van Reijer (N.N.) en Jantge van Bemmel, gewoond hebbende in Amerongen, van geleverde waren volgens opgave van zaliger Jan van Schadijck en en zijn vrouw.

Verklaring van de veenraden te Veenendaal dd 16-08-1694: Gijsbert Marcelisz de Goijer, als in houwelijck hebbende Willemijntje van Schadijck, die tevoorens getrouwt is geweest aen Herman Fransz. Op 23 oktober 1698 certificeren de veenraden Jan Aertsz van Delwijnen, in het laatste van den jaere 1696 van de stadt Asperen is coomen woonen alhier in onsen dorpse van Venendael aen de Gelderse zijde, en getrouwt met Willemijntje van Schadijck, seeckere weduwe alhier van wijlen Gijsbert Seelen.

Morgentalen Veenendaal: Gijsbert Seelen in het voorseide stuck twee mergen. Dese twee mergen verboeckt op Marcelis Gijsbertsz, naergelate soone van Gijsbert Seelen, ende sulcx op sijn versoeck en in desselffs presentie op den 7en februarij 1701.

Luid- en begraafgelden Veenendaal: 1695: 17en dito is begraven Gijsbert Seelen op het kerckhoff, ontfangen f 1-12-8.

Op 16 april 1701 geeft Jan Aertsz. van Delwijnen procuratie aan zijn huijsvrouw, Willemijntje van Schaijck, in verband met de geërfden in de Veluwe, en te transporteren aan Sibert Westerhuijsen, mr. timmerman, en Elisabeth Ebbenhorst, echtelieden, een seecker huijs en schuur in Veenendaal aan de Geldersche sijde (coopceduul van 12 december 1698).

Op 12 januari 1702 stellen Hendrick van der Does en zijn vrouw Metge van Schaijck, wonende te Stichts Veenendaal, 16-04-1679 octrooi verleend door het Hof van Utrecht, een nieuw testament op. Ten eerste lijftochten ze de langstlevende van hen beiden. Ten tweede wijst Hendrick tot zijn erfgenamen aan zijn zusters Hillichje van der Does gehuwd met Jurrien Dabraack, en Maeijghje van der Does gehuwd met Jan van Benthum en zijn broer Jan van der Does elk voor een derde deel. Een legaat van 100 gulden gaat naar de diaconie van de Vlaamse Mennonieten te Veenendaal, binnen zes weken na overlijden te voldoen. Ten derde legateert Metge aan haar neef Hendrick Hendricksen van Blauwhuijsen, zoon van haar overleden zuster Maria van Schaijck en Hendrick van Blauwhuijsen 200 gulden, en aan haar nicht Geultje Jaspers van Schadijck oudste dochter van haar broer Jasper van Schadijck, gehuwd met Beernt Jansen al haar kleren en aan Anthonij Jansen van der Does, zoon van eerdergenoemde Jan van der Does, wonende te Rhenen, 350 gulden, of bij vooroverlijden naar de erfgenamen van haar man, en nog 100 gulden aan de eerdergenoemde diaconie. Verder wijst zij als haar erfgenamen aan haar zuster Willemijntje van Schadijck, gehuwd met Jan Aerts van Delwijnen, te voren getrouwd geweest met Hermen Fransen voor een derde deel, en haar neef Hendrick van Blauwhuijsen voor een derde deel, en de vier kinderen van haar broer Jasper van Schadijck en zijn vrouw Agnietje van Braa, met name Geultje, Aeltje, Willemijntje en Judith, tesamen voor een derde deel. In alle gevallen zal bij vooroverlijden van een van de erfgenamen hun deel vervallen aan de naaste erfgnamen, met uitzondering van Jasper van Schadijck, die niets mag erven. Tot voogden over hun eventuele onmondige kinderen wijzen zij aan Ruward Dircksen en Hermannus Maersseveen en ze sluiten de weeskamer uit. Metge tekent met de naam Schadijck. 

Op 24 juli 1702 Willemina Jans van Schaijck, weduwe van Jan Ariens van Delwijnen, ter eenre en Aert, Hendrick, Hermen en Hester Jans van Delwijnen, allen kinderen van Jan Aerts van Delweijnen, ter andere zijde, etc

Op 30 juni 1704 geeft Willemina van Schadijck, laatst weduwe van Jan Aertsz van Delwijnen en tevoren ook van Harman Fransen, te kennen dat zij op 12 juni 1683 met haar eerste man Harman Fransen aan de diaconie van de mennonieten van de Vlaamse gemeente in Veenendaal heeft gelegateerd een stuk bouw- en weiland van 6-7 morgen genaamd Boomkensgoed, te Veenendaal. Zij doet nu afstand van de lijftocht op voorwaarde dat deze diaconie haar jaarlijks 30 gulden uitkeert. Willem Jansz Ebbenhorst en Hendrick van der Does, diakenen van deze gemeente, accepteren dit.

Op 9 oktober 1714 Willemijntje van Schadik, weduwe Jan Aertsz van Delwijnen. Boete van 50 gl omdat zij enige maanden geleden haar huis te Veenendaal heeft verhuurd aan Jan Cornelisz, zijnde een uitheems persoon, zonder de vereiste permissie. Op 6 november 1714 Willemijntje van Schadik, weduwe Jan Aertsz van Delwijnen. Tweede default. Op 27 november 1714 Jasper van Schadik. Boete van 100 gl omdat zij op 6 november 1714 voor het gerecht hebben geëxhibeerd een extract uit het schepens dagelijks register van Asperen, inhoudende procuratie bij Willemijntje van Schaick, weduwe Jan Aertsz van Delwijnen op 24 januari 1710 voor gerecht van Asperen gepasseerd op haar broer Jasper van Schaik, wonende Veenendaal.

 

Uit dit huwelijk:

Henrick Gijsbertsen

Marcelis Gijsbertsz, geboren ca. 1670, begraven 7 december 1754 te Ede. Gehuwd met Geertje Jansz, begraven 25 oktober 1740 te Ede