Clerck, Cornelis de (ca. 1510-<1586)

Cornelis de Clerck, zijdelakenkoper, kerkmeester (1551), weesmeester (1553-1565), burgemeester binnen de bank (1555, 1560), burgemeester buiten de bank (1561), schepen (1564), zoon van Cornelis de Clerck en Maeijcken Peeters Spronck, geboren ca. 1510 te Bergen op Zoom, overleden < 6 december 1586

Gehuwd ca. 1538 met

Kathelijne Buijens van Vosbergen, dochter van Jasper Buijens van Vosbergen en Maeijcken Sanders, geboren ca. 1515, overleden 1569-1572

Gehuwd ca. 1572 met

Pierinne Vincents Diemen, overleden > 1598

 

Bronnen: 1) Familierelaties in het bestuur van de Nederlandse Genealogische Vereniging afdeling Betuwe. In: Aqua Vitae, 2005, 8e jaargang, nummer 2a, blz. 6-58, 2) Het ontstaan der hervorming binnen Bergen op Zoom, J. Kleijntjens S.J. en C. Slootmans. In: Taxandria. Tijdschrift voor Noordbrabantsche geschiedenis en volkskunde, jaargang 39, 1932

In de kerkrekeningen van 1559-1560 van Bergen op Zoom is vermeld: de sepulture van Cornelis de Clercxs kint in Sacramentskoor in februario begraven – II k.g. X st.

In 1562 is in de notulen van de weeskamer vermeld: … geeft te kennen uwe goetwillige medebroeder Corn. de Clerck als dat onlancx zeekere hoeve, gelegen bij Sinte Querijns capelle, eertijds gecommen van Cornelis Herentss, wasmaeckere . . . vercocht is geweest aen Lijncken Jacopsdochter van Lieren, weduwe Jan Claess., laekenvercooper ende Pieter Sporckman, voer die somme van 1800 kar. guld., waer inne … in een vierendeel van den helft in de voorscr. somme mede gerecht zijn, de achtergelaten weesen wijlen Peeter de Clerck, daer van die suppliant. . . voeght is geweest.

Op 28 mei 1563 compareert Cornelis de Clerck, tegenwoirdich schepene deser stadt, als oom en voicht met Adam Corneliss. Bollaert als toesiender van de weeskinderen wijlen Pieters de Clerck, ende bekende de voirscr. Corn. de Clerck ontfangen ende onder hem te hebbene, den voirsc. weeskinderen bestorven byder aflivicheyt van hunnen voirsc. vader ende moedere de somme van 800 kar. guld. eens tot 20 st. tstuck, gelovende daeraff jaerlicx rente te ghevene tegens den penninck zesthiene.

Op 21 april 1564 bekent Dierick Willemss, balmaker, sculdich te zijne Cornelise de Clerck 172 kar. gld. thien st. eenen, procederende . .. uuijt crachte van den coope van zekeren
huijse ende erve gestaen ende gelegen inde Silversmitstrate alhier genaempt de drie mollekens.

In de notulen van de weeskamer is op 9 maart 1566 vermeld dat Cornelis de Clerck optreedt als momboir van Cornelise zone Splinteren Corneliss, daer moeder af was Geertrudt Jaspers van Vosbergen dochter, ende van Janne Nijs, als eertijden getroudt gehadt hebbende den voirschr. Geertrudt.

In 1567 woonde Cornelis de Clerck in het huis ‘des Moijes’, gelegen aan de westzijde de huidige Fortuinstraat te Bergen op Zoom. Hij had aanzien als koopman en had onder andere de markies van Bergen op Zoom als klant.

In Bergen op Zoom is Cornelis Jansz de Clerck, samen met zijn zwager Jaspar (Biyens) van Vosbergen, één der belangrijke voormannen van de reformatie. ‘Die luijden in den Moijses ende hun geslacht’ waren de spil waar omheen de hervormde beweging in de stad draaide. Zij heten zo naar het huijs In den Moijses in Bergen op Zoom, gelegen aan de westzijde der huidige Fortuinstraat, alwaar Cornelis de Clerck woont. ‘Deze cremere oft zijdelakencooper dreef grooten treijn van coopmanschappe’. Hij mag daarbij de Markies van Bergen en diens hof onder zijn gewone klanten rekenen. Kort voor maart 1567 is, na nogal ernstige godsdienstrellen, Cornelis de Clerck, die als leider ervan werd aangezien, gevangen ende gespannen geweest. Op 17 en 18 mei 1567 wordt door de markiezin en haar Raad beraadslaagd en de volgende dag wordt een door hen vastgestelde ordonnantie publiek gemaakt, waarin de sectarissen eenvoudig vogelvrij worden verklaard in het gebied van de markiezin. Binnen drie dagen na de publicatie hebben alle Ministers, leeraers, predicanten ende meer andere personen van der nieuwe ende valsche religie ’t gebied der markiezin verlaten. Op 26 maart 1568 kreeg Franchois Hinckaert van den hertog van Alva instructie om te Bergen op Zoom te procederen tot annotatie ende inventarisatie van den absenten, fugitiven ende Zatitanten personen. Hij arriveert 7 april 1568 en besluit 10 april met zijn taak aan te vangen. Enkele dagen tevoren heeft Cornelis de Clerck, gebruikmakende van het schemerduister, haastig zijn biezen gepakt. Op 9 april 1568 verklaart Kathelijne dat haar echtgenoot uijt vreeze van gevangenisse is vertrokken en niet wil terugkeren. De volgende dag vertrekt ook zij, niet bekend waarheen.

Op 4 mei 1568 post Pascha Cornelis Peeters, jonckgeselle oudt 17 j. woenende inden Moijses ten huijse van Corn. de Clerck getuijge gedaeght bij Henrick Daniels stadtdiener, ende geedt. Seeght dat die selve Cornelis die Clerck is zijns deponents oom, maer dat hij bij hem onlancx is commen woonen, als van voer Alreheijligenisse lestleden, ende alsoe midts zijne jonckheijt vanden goeden ende staet desselffs zijns ooms nijet wetende noch van zijn boecken, schulden noch wederschulden, oick nijet. Seggende voirts dat hij vander absentie oft ewech gaen vanden voerscr. Cornelis zijn oom oft die redene waeromme anders nijet en weet te verderen clan dat hij deponent den selve Cornelis op eenen avondt tusschen licht ende doncker heeft sien commen uuijtercamer vanden huijse, zijnen mantel aenhebbende ende lijdende opte plaetse seijde tot hem deponent hem te gemoete commende deese woerden: ‘Iek gaen a Dieu’, ende met dien ghinck hij uuijten huijse, nijet wetende waer hij ghinck, ende hem zedert nijet en heeft gesien, noch en weet, waer hij is, nijet wetende oick te specificeren den precijsten dach, wanneer tselve gebeurde, maer dunckt hem deponent dat mocht zijn omtrent drije oft vier daghen ombegrepen eermen daer die haeve quam bescrijven, ende dat omtrent twee daegen naedijen die selve Cornelis alsoe was vertrocken zijn huijsvrouwe oick vertrock inden avondt, tusschen licht ende doncker zonder ijet te seggen tot hem deponent, ende is oick zedert nijet wedercommen, ende en heeft hij van haer oick zedert nijet vernoemen, ende nijet en weet waer zij ghinck noch waer zij noch haeren man zijn, ende zedert nijet van eenich van hen beijden vernoemen hebbende, ende is hij deponent met zijne twee susters daer in huijs gebleven, ende thuijs ende datter inne is bewaerende en den winckel ophoudende.
Op dito Neelken Peeters, jonge dochter, suster vanden voergaende getuijge, oudt 22 j. seeght, dat zij 3 oft 4 jaeren heeft gewoent bij Cornelis de Clerck hueren oom, maer en heeft haer van zijnen winckel noch goeden nijet gemoijet, maer hem alleenlick gedient als jonckwijff, ende alzoe van zijn goeden noch staet nijet wegende te verclaeren. Ende aengaende zijn absentatie oft fugie,… nijet wetende waeromme zij lieden ewech zijn gegaen ende achter bleven, anders dan dat zij vermoijet dat zij lieden vervaert waeren midts dat die luijden seijden int gemeijn ende dat deen ende dandere hun quaemen seggen, zoe zij deponente gehoort heeft dat men vangen ende spannen soude, daer doere de voerscr. huer oom hem seer verscroemde ende zeer benauwt was soe zij wel sach, te meer midts dat hij daer aen eens wel geweest luidde ende gevangen ende gespanhen hadde geweest.

 

Uit het 1e huwelijk:

NN de Clerck, begraven februari 1560

Frans de Clerck, wijnacciser (1562), overleden < 1570. Gehuwd met Anna Manteau

Gillis de Clerck

Jan Cornelisz de Clercq

Maeijcken (?) de Clerck

NN de Clerck

Uit het 2e huwelijk:

Maria de Clercq. Gehuwd met Jan de Meilander, geboren te Rousse (B)