Dirc van Oudaen, raad (1399-1400, 1418-1419, 1426-1429), schepen (1409-1417, 1420-1425, 1430-1449) en burgemeester (1422-1423) van Utrecht, zoon van Ernst Taets en Alijt Dircs van Loenresloot, overleden 1450
Gehuwd in 1395 met
Hadewich Hendricks Walvisch, dochter van Henric Walvisch en Fije Maas Overrijn
Bronnen: 1) hetutrechtsarchief.nl, 2) Oudaen, Ineke Dukes-Greup. In: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht. Stichting Utrechtse Kastelen, 1995, 3) onsvoorgeslacht.nl, 4) Repertorium op de lenen van de hofstede Loenersloot, 1361-1698 (1744), J.C. Kort, 5) Repertorium op de lenen van de hofstede Nijenrode, 1352-1677, J.C. Kort. In: Ons Voorgeslacht, jrg. 52 (1997), 6) De lenen van de hofstede Wijk, 1355-1664 (1677), J.C. Kort. In: Historische reeks Komme-Rijngebied 6 (2001), 7) Leenhoven van de heren van Vianen, 1292-1666, J.C. Kort. In: Ons Voorgeslacht, jrg. 40-43 (1985-1988), 8) Repertorium op de lenen en tijnsen van de proosdij ten Dom, 1174-1660, J.C. Kort. In: Historische reeks Kromme-Rijngebied 11 (2010), 9) razu.nl, 10) NT00061_9. Nadere Toegang op inv. nr 9 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 11) NT00061_15. Nadere Toegang op inv. nr 15 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 12) NT00061_18. Nadere Toegang op inv. nr 18 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 13) NT00061_20. Nadere Toegang op inv. nr 20 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 14) NT00061_35. Nadere Toegang op inv. nr 35 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 15) NT00061_37 Nadere Toegang op inv. nr 37 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 16) NT00061_45. Nadere Toegang op inv. nr 45 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 17) NT00061_50. Nadere Toegang op inv. nr 50 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 18) NT00061_53. Nadere Toegang op inv. nr 53 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 19) Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap. Deel 3, 1880
Links het zegel van Dirc van Oudaen op 19 maart 1411. Opschrift: [S D]IRC VA(n).///[……]. Beschrijving: wapen een dwarsbalk. Helm met Ht: … Sh: twee paarden c.q. eenhoorns. (Koppen zb) (Bron: Het Utrechts Archief, Ridderlijke Duitsche Orde Balije van Utrecht, Inventarisnummer 1058.0).
In 1395 ontvangt Dirc als huwelijksgeschenk van zijn vader een groot stadshuis genaamd Zoudenbalch aan de Oudegracht te Utrecht. In 1425 schenkt hij ‘die huijsinge ende hoffstadt tot Soudenbalch … die (ick) te bewoonen plach’ aan zijn dochter Cornelia.
Op 17 december 1395 ‘woensdach na St Luciendach’ voor heer Willam heer van Apcoude, Henric van Lewen richter, Steven van Boechout, Henric Cluetinc, Willam Hermanss, Gosen Heijnens en Johan Frambach scepenen te Wijc, compareert Eerst Taetse en transporteert op dhr van Apcoude vrsz de leenweer van 6 m in Wijc nl. 5 m in een camp tusschen Eerst Taetsen zijn voorsz. en den Dijc daer een grave aen beijde sijden leijt; noch 1 m weijdelant in de Opslage teijnde dese voirss 5 m, bo dhr van Apcoude dat Dirc van Oudaen van hem te lene hout – nu OP Dirc van Oudaen Eerst Taetsensoen.
In 13.. is Dirk van Oudaan beleend met een tiende in Maarserbroek, die houdt van heer Splinter van Loenersloot.
Op 20 december 1398 ‘St. Thomasavont’ Sweder van Delen x Jfr Lijsbet van Blochoven belijen dattet met hun consent geschiet is dat Johan van der Meer borger tUtrecht voor de bisschop opdroeg Jfr Hadewich Dircs wijf van Houdaen, Heijnrick Walvischdr, de leenweer van 1 hoeve die Johan vrsz had te Schalkwijk.
Op 8 november 1400 ‘ maendach na Willebrordi’ ontving Dirc van Oudaen de tijende van 4 m bi Rinensteijn ende een Rijn van ½ m die her Jan van Rijnensteijn van de Domproest te houden plach. Op 25 november 1415 Dirc van Audane ontving 1 tiende te Cothen. Op 18 juni 1434 Herman van Steenre.
In 1404 akte van overdracht door Gherijt Aernd Gherijtzoenszoen, monnik van Nieuwlicht, aan zijn prior en convent van 2½ morgen land uit een stuk van 7 morgen en gemeenschappelijk met land van Dirc van Oudaen en gelegen bij het Cruusviertel en van 13½ hond land in het Breede Weer te Lopik.
In 1405 akte van overdracht door Bernd die Backer, prior van het kartuizerklooster bij Utrecht, aan Heijnric van den Zijle Daemszoen, van 2½ morgen land te Lopik uit 7 morgen gemeenschappelijk land met Dirc van Oudaen bij het Cruusviertel en 13½ hond land in de Breedeweer te Lopik, met uitgifte in erfpacht door Heijnric van den Zijle Daemszone aan Bernd die Backer, prior, en overdracht door Jacob van Eecke aan Bernd, prior, ten behoeve van de kartuizers van 4 morgen en 1½ hond land te Lopik.
Op 21 maart 1407 ‘maendach na St Geertrudendach ter midden Meert’ voor Willam van Oestrum, richter vanwege her Willam van Apcoude int gerecht van Goij, compareren Peter van Wijc en de Peter sijn soen, en transporteren op Dirc van Houdaen t.b.v. Jfr Hadewich sijn wyf ½ hoeve op Geenkensdamme onderdeeld met Jfr Stijn Walvissche Jfr Hadewich’s vrsz moeder ende is geheten Metshoeve.
Op 17 mei 1408 is Dirk van Oudaan beleend met 3 morgen in Wijk in de Oplage. Op 8 februari 1453 Ernst van Drakenburg, bij dode van Dirk van Oudaan, zijn grootvader.
Op 21 augustus 1412 is Dirk van Oudaan beleend met 6 morgen land in Lakerveld, in navolging van zijn vader Ernst Taats. Op 27 februari 1420 Dirk van Oudaan. Het leen is aan de leenheer (heer van Vianen) gekomen.
Op 15 november 1417 ‘maendach na St Martini’ Wouter Schade 2 boet tegen Deric van Oudaen.
Op 4 maart 1420 ‘eerste zaterdag in meert’ voor Ghijsbert van Roden Eerstss scout Oudenrijn gerecht van Steven van Zulen van Nijevelt en Ghijsbert van der Weijde, compareren Tijman Trijnde, Evert Trijnde en Henric Walvisch zijn zoenen, en transporteren vierendeel onderdeeld in 5 m daer Heijnric van Luttikenhuijs die een helft en Dirc van Oudaen ¼ van deselve 5 m af behoert.
Op 16 maart 1420 ontving Dijrc van Oudaen 2 m te Zeijst bij de Waterganc die men noemt de Rijn. Op 26 maart 1420 St Jan verhuurt Dirc van Houdaen 2 m te Seijst bij den Waterganck geheten de Rijn.
Op 15 mei 1420 ‘op Onss Heren Hemelvaertsavent’ gelast bisschop Frederic den bewoners van het kerspel N., om wekelijks in handen van Deric van Oudaen en Gerrit Keijser het bedrag te betalen, noodig voor het onderhoud der zes mannen, die zij volgens de overeenkomst met den bisschop en de stad Utrecht verplicht zijn op het blokhuis te stellen (nam. 54 wit per dag). Op dito geeft bisschop Frederic den bewoners van het kerspel Apcoude kennis, dat hij met de steden Utrecht en Amersfort overeengekomen is het land te versterken, en beveelt hun derhalve om wekelijks de soldij van twintig mannen (nam. 32 gulden) te betalen in handen van Deric van Oudaen en Gerit Keijser.
Op 17 november 1425 ‘zaterdach St Martensavont inde Winter’ geeft Dirc van Houdaen in echte gave mee aan Cornelia zijn dochter met Vrederic van Draeckenborch de Jonghe voor haer moeders erve:
- de Wterweert te Wijk bij Duurstede die Volquijn bruijct, 10 outscilt, hout men van dhr van Gaesbeek,
- de heft van land bi-dijckx dat Dirc Baers bruijct voor 2 oude scilden,
- 8 morgen te Blochoven gelden 10 oudscilt, hout men van de heer van Utrecht,
- 3 morgen in de Wiers gebruikt Hubert Geritss, 6 arnhemsche gulden en 1 hoen,
- een half vierdel onverdeeld met Henric Trinde, gebruikt Jan Barwoutss om 6 Dav. gulden,
- 2 morgen daer St. Barbaren de wederhelft af heeft, gebruict Gerit v/d Berge om 4 Dav. gulden,
- 2 morgen en hoort 2/3 aen Evert Trinde, om 3½ Dav. gulden,
- 2 morgen aan de Dijc beneden die Vaert, hout Jan Trinde twederdeel en gebruikt die scout Hubert Gerits om 2 hollandsche scilden,
- 7½ morgen in Lopic gebruikt Pelgrum Screvelss om 15 Arnhemsche gulden,
- 4 morgen in Boeijcoep leen van Vianen, gebruict Aelbert van Laer om 4 Arnhemsche gulden,
- 2 morgen in Lopic gebruikt Bern Immen om 4 Hollandsche gulden.
Op 10 mei 1429 is Dirk van Oudaen beleend met een hoeve bij Werkhoven op de Leemkolk naast Gijsbert van Raaphorst, bij overdracht door Zweder van Oudaan, beleend door Willem van IJzendoorn voor Elisabeth van Loenersloot en IJzendoorn, zijn vrouw. Op 11 oktober 1450 zondach na St. Victoersdach Boudewijn van Zweeten verlijt Eerst van Drakenborch met 1 hoeve in Wercoven op die Leemcolck na dode van Dirc van Oudaen, zijn oudevader, te houden van den huse Loenresloete.
Op 28 juli 1429 verklaren de postulaat Roedolph en de stad Utrecht, dat zij zich verbonden hebben den zoenbrief, hun door Arnolt, hertog van Gelre en Gulich, gegeven, vóór Beloken Pinxteren op diens verzoek aan hem terug te zenden, om de bezegeling ervan te voltooien, en dat Frederic uijten Hamme, Steven van Zulen van Nijenvelt, Johan van Buchorst, Henric Ledebuer, Hermen van Steenre en Derick van Oudaen zich verbonden hebben in leisting te gaan voor het nakomen der belofte; terwijl tevens vastgesteld wordt, dat hertog Arnolt van den postulaat de 60.000 Arn. guldens, waarvan de zoenbrief spreekt, zal mogen eischen, ook wanneer deze door nalatigheid van den postulaat onvoldoende bezegeld mocht blijven.
Op 3 december 1429 ’tSaterdages na Andree’ geven de gemachtigden van den hertog van Bourgondië tot het sluiten van den zoen met den postulaat Rodolph van Diepholt en de stad Utrecht, vrijgeleide aan Herman van Steenre en Dirick van Houdaen, raden van den postulaat en de stad, om in Vlaendren over den zoen te komen onderhandelen, en om mede te brengen een [camere van berduerwerck] ter waarde van 10.000 Bourgondische schilden en nog 9000 Bourgondische schilden, die zij allen weder veilig tehuis zullen brengen, als de zoen niet tot stand komt.
In 1430 ‘sabbato p…’ Deric van Oudaen is geëigend aen alle Baers Johanssoens roerende goet op Dericx lande van Oudaen voor 12 olde scilden, van 1 jr pacht.
Op 23 juni 1434 is Bernard Rudolf Herbortsz beleend met 3 morgen in het kerspel Breukelen in het gerecht van de proost van St. Pieter te Utrecht in een gezaat dat wijlen Loef uten Eng had, zoals Splinter uten Eng Pieter Witkenz, zijn neef, beleend door Elisabeth van Loenersloot, waarna overdracht aan Dirk van Oudaan, neef van de leenheer. Op 24 juli 1450 heer Hendrik van Oudaan, priester, doet na de dood van Dirk, zijn vader, die onlangs stierf, ter voorkoming van moeilijkheden afstand van de erfenis.
1434–1436 morgengeld Schalkwijk:
- die overside Dirc van Houdaen Henric Drijnden erfg. 8 m, s Willam Goeijertss elc 5 cr.,
- Dirc van Houdaen 8 m, s Jan Dibbout 4 m, Gerijt Ottenss 4 m,
- die nederside van Scalcwijk: Dirc van Houdaen te Wijck 4 m,
- op Pothusen: Dirc van Houdaen 12 m, s Willam Goeijertss.
1434–1436 morgengeld ’t Goij en Houten:
- Dirc van Houdaen 1 hoeve
In 1435–1436 rekening kerkmeester Buurkerk: Item dirc van houdaen 12 cromst. voer een take wijns, maect 2 gul. 12 wit.
In 1436 is Dirk van Oudaan beleend met 272 morgen land in Breukelerwaard. Op 17 april 1452 Ernst van Drakenburg.
In september 1436 erkent bisschop Ro(dolph)), dat Deric van Houdaen en Jacob Borre van Amerongen hem geleend hebben resp. 50 Bourgondische schilden en 50 Rijnsche guldens, en dat hij hun voor deze bedragen een verguld zilveren kruis met een verguld zilveren voet en een gouden “peetze” (paes) met vier parelen verpand heeft.
In 1438 schenkt bisschop Roedolph aan Dirk van Houdaen het ambt van cursor, gewoonlijk reijsa geheeten, om tegen loon gerechtsbrieven te bezorgen in de parochies Bonschoten, Ema, Loesden, Woudenberch, Zoes en Baern.
In 1438–1439 rekening kerkmeester Buurkerk: Item geg. dirc van houdaen alsoe als hij besitter is des huus te soudenbalch, van den lande op lege rauen dat lambert rolofs zoen te bruken plach 1 taeke wijns daer voer 1 gul. 6 wit.
Op 29 september (1439 ?) ‘op sant Michgels’ beloven Goede Volkenszoen en Aelt Volkens, zoo hunne vordering tegen Goessen Borghenzoen hun toegewezen wordt, zich dan met hem te verzoenen, ten overstaan van Dirc van Oudaen, Aernt van Amereinghen en Jan Proys, en om van de hun toegewezen som zooveel aan den bisschop te zullen uitkeeren, als de drie heeren zullen bepalen.
In 1441 Jacob heer van Gaesbeeck, Melis Uten Enge en Jan van Wijck enerzijds, Dirck van Houdaen, Frederick van Drakenborch en Jonge Jan van Lichtenberch anderzijds. Jan Taets van Amerongen gaf Eerst Taets van Amerongen – Tijman Mouwers Jans wijf was van Driebergen met Janna hoer dochter, Jfr Geertruijt die Peter Mouwerswijf was en Jan Mouwer, gaven toen Eerst x Jfr Janna Jansdr van Driebergen huwelijkse voorwaarden maakten.
Op 20 mei 1441 Eerst Taets van Amerongen Janssoen lijftocht zijn vader Johan van Amerongen aen 1½ hoeve in Tule, kerspel Doern die nu bruken Jan Gijsbertss, Jan van Wijck en Henrick van Zijle. Mede zegelde Dirck van Houdaen voor Ernst sine neve.
Op 30 juli 1443 ‘dinsdach na St. Jacob’ compareren voor schout en schepenen van Utrecht, Vredric van Drakenborch en Jfr Cornelia sijn wijf Dirck van Houdaensdr, en Henrick van Houdaen, welk zeggen dat als Dirck hun vader en zwager aflijvig worden dat Cornelia haar broer Henrick dan vestigen zal met 29 vrancr. scilden inden goede van Houdaen waarna hij zal quijtschelden zijn zuster alsulcke lijftocht die hij hebben mach op 1 hoeve tot Werchoven gehten die Leemkolck ende men te leen hout van de hofstede te Loenresloot.
Op 24 mei 1444 ‘donderdach na H.Pinxterdach’ compareert voor schout en schepenen van Utrecht, Dirck van Houdaen die constitueert Splinter Taets zijn neve en Maes van de Plas om in te manen zijn goederen en renten liggende int gerecht van der Ameijde en de heer van Brederode toebehoort.
Op 14 juli 1445 ‘woensdach na St Margarethe’ bekent Dirck van Houdaen al soe hij sijn kinderen gegoet heeft etc; sijn soon her Henrick van Houdaen heeft gehad 12 m op Pothusen, boven in Scalcwijk.
In 1445–1446 rekening kerkmeester Buurkerk: Item dirc van houdaen heeft onser kerc gegeuen 100 ℔, doe men omginc totten wagenscote f. 140 gul.
Op 14 oktober 1450 ‘zondach na St. Victorsdach’ Boudewijn van Zweeten verlijt Eerst van Drakenborch met 1 hoeve in Werconden op die Leemcolck na dode van Dirc van Oudaen zijn oudevader, te houden van den huse Loenresloete. Item so plach Sweder van Houdaen te houden van der hoffstede van Loenersloot gelijck dat bewijselick is bij brieven her Willem van Ysendoern ende vrouw Elsabe van Loenresloot 1 hoeve bij Wercunde op de Leemcolck ende dese Sweder is gestorven ende quam op Dirc van Houdaen, ende Dirc is oeck gestorven ende quam op Ernst van Draeckenborch daer Dirck oudevader af was ende hij heeft dit leen versocht aan Boudewijn van Swieten op Loenresloet.
Op 7 november 1458 ‘St Willibrords dach’ Joest, bisschop van Jeropolis suffragaen, bekent ontvangen te hebben van Ernst van Drakenborch minen lieve neve 100 Rijnsche Gu daer hij mee gelooft heeft 10 Rijnsche Gu jrl. lijfgoets gaende uit 1 hoeve te Schalkwijk die zaliger Dirc van Houdaen mi maeckte.
Uit dit huwelijk:
2 Hendrick van Oudaen, priester