Drakenborch, Vrederic van (ca. 1395-1456)

Vrederic van Drakenborch, heer van Drakenburg, Drakenstein (tot 1436) en Stenen Huis te Houten, kastelein en ambtman te Vredelant (1430-1435), schepen (1415) en hoofdschout (1436-1438) van Utrecht, zoon van Vrederic van Draeckenborch en Geertruijt van Heuckelom, geboren ca. 1395, overleden (?) 1456

Gehuwd in 1425 met

Cornelia van Oudaen, dochter van Dirc van Oudaen en Hadewich Hendricks Walvisch, overleden > 1451

 

Bronnen: 1) hetutrechtsarchief.nl, 2) Frederik van Drakenburg. Op: nl.wikipedia.org, 3) onsvoorgeslacht.nl, 4) Repertorium op de lenen en tijnsen van de proosdij van Oudmunster, 1238-1661, J.C. Kort. In: Historische reeks Kromme-Rijngebied, deel 11, 2010, 5) Repertorium op de lenen en tijnsen van de hofstede De Haar, 1382-1666, J.C. Kort. In: Ons Voorgeslacht, jrg. 52 (1997), 6) Repertorium op de lenen en tijnsen van de abdij Sint Paulus, 1221-1667, J.C. Kort, 7) Repertorium op de lenen van de proosdij van Sint Jan, 1131-1694, J.C. Kort, 8) De lenen van de hofstede Abcoude, 1270-1664, J.C. Kort. In: Historische reeks Komme-Rijngebied 6, 2001, 9) De lenen van de hofstede Wijk, 1355-1664 (1677), J.C. Kort. In: Historische reeks Komme-Rijngebied 6, 2001, 10) Repertorium op de lenen van de hofstede Loenersloot, 1361-1698 (1744), J.C. Kort, 11) De Heeren van Goye, dr. P.G.F. Vermast. In: De Nederlandsche Leeuw, LXVIIe jaargang, no. 7, juli 1950, 12) razu.nl, 13) NT00061_6. Nadere Toegang op inv. nr 6 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 14) NT00061_20. Nadere Toegang op inv. nr 20 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 15) NT00061_37. Nadere Toegang op inv. nr 37 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 16) NT00061_42. Nadere Toegang op inv. nr 42 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 17) NT00061_45. Nadere Toegang op inv. nr 45 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 18) NT00061_47. Nadere Toegang op inv. nr 47 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 19) NT00061_50. Nadere Toegang op inv. nr 50 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 20) NT00061_53. Nadere Toegang op inv. nr 53 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 21) NT00061_86. Nadere Toegang op inv. nr 61 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). H.J. Postema, December 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 22) Drakenburg, Ben Olde Meierink. In: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht. Stichting Utrechtse Kastelen, 1995, 23) Drakestein, Ben Olde Meierink. In: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht. Stichting Utrechtse Kastelen, 1995, 24) Oudaen, Ineke Dukes-Greup. In: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht. Stichting Utrechtse Kastelen, 1995

Wapen: in goud 4 rode dwarsbalken, beleden respectievelijk met 4, 3, 2 en 1 zilveren schuinkruisjes.

In 1425 schenkt Dirc van Oudaen ‘die huijsinge ende hoffstadt tot Soudenbalch … die (ick) te bewoonen plach’ aan zijn dochter Cornelia.
Op 17 november 1425 ‘zaterdach St Martensavont inde Winter’ geeft Dirc van Houdaen in echte gave mee aan Cornelia zijn dochter met Vrederic van Draeckenborch de Jonghe voor haer moeders erve:

  • de Wterweert te Wijk bij Duurstede die Volquijn bruijct, 10 outscilt, hout men van dhr van Gaesbeek,
  • de heft van land bi-dijckx dat Dirc Baers bruijct voor 2 oude scilden,
  • 8 morgen te Blochoven gelden 10 oudscilt, hout men van de heer van Utrecht,
  • 3 morgen in de Wiers gebruikt Hubert Geritss, 6 arnhemsche gulden en 1 hoen,
  • een half vierdel onverdeeld met Henric Trinde, gebruikt Jan Barwoutss om 6 Dav. gulden,
  • 2 morgen daer St. Barbaren de wederhelft af heeft, gebruict Gerit v/d Berge om 4 Dav. gulden,
  • 2 morgen en hoort 2/3 aen Evert Trinde, om 3½ Dav. gulden,
  • 2 morgen aan de Dijc beneden die Vaert, hout Jan Trinde twederdeel en gebruikt die scout Hubert Gerits om 2 hollandsche scilden,
  • 7½ morgen in Lopic gebruikt Pelgrum Screvelss om 15 Arnhemsche gulden,
  • 4 morgen in Boeijcoep leen van Vianen, gebruict Aelbert van Laer om 4 Arnhemsche gulden,
  • 2 morgen in Lopic gebruikt Bern Immen om 4 Hollandsche gulden.

Op 19 september 1430 ‘des Dinxdages na sente Lamberts dach’ benoemt de postulaat Roedolff, Frederic van Drakenborch, burger te Utrecht, tot kastelein en ambtman te Vredelant en bepaalt, dat hij voor het waarnemen van deze ambten eene jaarlijksche bezoldiging zal genieten van 75 oude gouden Fransche schilden.
Op 2 oktober 1430 ‘des Manendages nae Remigii’ erkent de postulaat Roeleff schuldig te zijn aan Frederic van Drakenborch (kastelein van Vredelant) 81 Brabantsche guldens, ter zake van pensiën van het slot te Vredelant, welke schuld betaalbaar is op St. Micheels dag (September 29) e.k.
Op 2 april 1435 ‘des anderen dages in Aprille’ bericht bisschop Roedolph aan Ffrederic van Drakenborch, kastelein op het huis te Vredelant, dat hij hem uit zijn ambt ontzet.

In 1434 wordt Frederik van Drakenburg beleend met ‘die hoffstede toe Drakensteijn gelegen an der nonnen lant’ en met ‘dat huijs metter hofstede tot Drakensteijn met den cingelen ende cingel graven, also dat gelegen is in ’t Wilde veen in den Kerspel van Baern’.
In 1434-1436 morgengeld Wulven: Vrederic van Drakenborch 5 morgen. Morgengeld Oudwulven en Wulvenrebroec: Vrederic van Drakenborch 2½ hoeve. Morgengeld Blochoven (Schalkwijk): Vrederic van Drakenborch 7 morgen.

Op 7 september 1436 ‘op onser Vrouwen avont Nativitas’ verklaart bisschop Roedolph, dat Peter Grawert afstand heeft gedaan van het schoutambt van Utrecht ten behoeve van Vrederic van Drakenborch den Jonge, maar dat hij, zoodra hij het wenscht, weer tot schout zal worden benoemd.
Op 3 december 1436 is Jan van Drakenburg beleend met het gerecht van Vuursche, reeds als getuige vermeld in 1435, bij overdracht door Frederik van Drakenburg, zijn broer, zoals hun ouders hielden van de proost van St. Jan.

Op 29 april 1437 ‘maendach na zondach Cantate’ is Frederick van Drakenborch geeijghent op Herman Schijve voir xviii fr. scilden an sijne huijse, berge ende tilbair haive. Item Herman Schijve 1 boete tegen Frederic van Drakenborch van eijgenscap.

Op 7 april 1442 geven Dirck van Oudaen en Frederick van Draeckenburch aan het Convent in erfpacht 4 morgen 2 hont int gerecht van Wijck. Vrederic van Drakenborch transporteert aan het Convent 2 morgen gemeen gelegen met het Convent.
Op 10 mei 1442 is zuster Jutte Kijevits, prioris van het clooster te Wijck, schuldig aan de broeders van de Onze Lieve Vrouwe broederschap een rente uit 4½ morgen waarvan we de helft kochten van Vrederick van Drakenborch te Wijck op Rijninge.

Op 30 juli 1443 ‘dinsdach na St. Jacob’ compareren voor schout en schepenen van Utrecht, Vredric van Drakenborch en Jfr Cornelia sijn wijf Dirck van Houdaensdr, en Henrick van Houdaen, welk zeggen dat als Dirck hun vader en zwager aflijvig worden dat Cornelia haar broer Henrick dan vestigen zal met 29 vrancr. scilden inden goede van Houdaen waarna hij zal quijtschelden zijn zuster alsulcke lijftocht die hij hebben mach op 1 hoeve tot Werchoven gehten die Leemkolck ende men te leen hout van de hofstede te Loenresloot. 

In 1449 ‘des sonnendages nae meije dage ende is die vierde dach in meije’ voor de bisschop van Utrecht een oirdeel tusschen Zoude van Rijn ende Frederic van Drakenborch aen d’een sijde ende Johan van Hamerstoen aen d’ander zijde bestaet aen Alpher van der Horst.

Op 14 oktober 1450 ‘zondach na St. Victorsdach’ Boudewijn van Zweeten verlijt Eerst van Drakenborch met 1 hoeve in Werconden op die Leemcolck na dode van Dirc van Oudaen zijn oudevader, te houden van den huse Loenresloete. Item so plach Sweder van Houdaen te houden van der hoffstede van Loenersloot gelijck dat bewijselick is bij brieven her Willem van Ysendoern ende vrouw Elsabe van Loenresloot 1 hoeve bij Wercunde op de Leemcolck ende dese Sweder is gestorven ende quam op Dirc van Houdaen, ende Dirc is oeck gestorven ende quam op Ernst van Draeckenborch daer Dirck oudevader af was ende hij heeft dit leen versocht aan Boudewijn van Swieten op Loenresloet.

In 1451 erft Cornelia Taets het stadskasteel Oudaen te Utrecht.

Op 5 februari 1459 ‘St. Aechtendach’ huwelijkse voorwaarden tussen Erst van Draeckenborch en Jfr Joest Jansdr van der Haer. Zij krijgt o.a. mee van haar vader 3 morgen gelegen bij de hofstede ter Weijde daer Dirck van der Weijde plach te wonen, leen van de proest van Oudmunster.

Op 19 september 1461 ‘zaterdach na St. Lambertsdach’ geeft Eerst van Drakenborch Jfr Janna zijn zuster als medegave in haar huwelijk met Johan die Coninck o.a. ½ hoeve te Schalkwijk bij de hofstede Blochoven, leen van het Sticht van Utrecht.

Op 19 november 1472 verklaren Frederick van Drakenborch, 42 jaar, Dijrc Jacobss, 45 jaar, vertegenwoordigende Fije Herman Arntss wedue, dat Lijsbet van Beesde, onlancx te Brugge overleden, moeije was van Frederick voorschreven van haers vaders wegen.

Op 22 april 1473 is Margaretha, gehuwd met Frederik uten Hamme, beleend met 2¼ dagmaat in de Duist, afkomstig van Willem Gerbrandsz., belast met ¼ lood zilver, 1 akker in de Duist, strekkend van de sloot van de hofstede tot het land van Gelre, belast met ¼ gouden Franse frank; de helft van 3 akkers in de Duist, afkomstig van Willem Rijcken, strekkend van de nieuwe weg tot het land van Gelre, belast met 1¼ Franse frank. Op 21 februari 1474 Gerard van Schadijk en Bertrada, zijn vrouw, bij overdracht door Margaretha, dochter van Frederik van Drakenburg, gehuwd met Frederik uten Hamme.
Op 2 december 1473 compareert voor Dirck van Zweeten, her van Leijenberch en Loenresloet, Vrederick van Drakenborch die transporteert de leenweer van 1 hoeve op Leemkolck (hem opgedragen door Eerst van Drakenborch, zijn broeder) op her Evert Zoudenbalck, proest van St. Servaes te Maestricht, kenunnik ten Dom. Vrederic van Drakenborch verklaart 3 december betaald te zijn.

 

Uit dit huwelijk:

1  Erst van Draeckenborch, heer van Drakenburg, schepen (1453, 1493) en burgemeester (1465-1492) van Utrecht, geboren ca. 1425, overleden 15 november 1494 te Utrecht. Gehuwd (huwelijkse voorwaarden 5 februari 1459) met Josina Jans van de Haer, dochter van Jan van de Haer en Adriana NN, overleden 1474-1476

2  Johan van Draeckenborch, heer van Drakestein, Oudaen en Drakenburg, overleden 1498

3  Johanna Fredericks van Draeckenborch

4  Frederick van Draeckenborch, geboren 1429-1430, overleden > 2 november 1478. Gehuwd met Margaretha van Hamersveld

5  Margaretha Fredericks van Drakenborch. Gehuwd met Frederick Uten Hamme, overleden > 4 juni 1495