Wijckersloot, Thijman van (1625/26-1679)

Thijman van Wijckersloot, burger en houtkoper te Utrecht, majoor en commies op het fort Frederik Hendrik (bij Breskens), commandeur van het fort Oranje in Nieuw-Nederland (New York), zoon van Hendrick van Wijckersloot en Catalijna Vosch, geboren 1625-1626, overleden 28 januari 1679 te Utrecht

Ondertrouwd op 19 januari 1651 te Utrecht (#) en gehuwd op 9 februari 1651 te Amerongen (#) met

Maria Verweij, dochter van Aelbert Huijgen Verweij en NN Willems van Schadijck, geboren ca. 1627 te Amerongen, overleden > 1718

 

Bronnen: 1) rhczuidoostutrecht.nl, 2) hetutrechtsarchief.nl, 3) Monumentenfotografie, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, afdeling Gebouwd Erfgoed

Tijmen is in 1654 eigenaar van een hofstede onder Zuijlensteijn (Amerongen), welke in 1644 nog in bezit was van Albert Verweij (zijn schoonvader). Zij wonen in Utrecht aan de Oudegracht ter hoogte van de Smeebrug in het huis “Drie Schabellen”. Zij kopen dit huis op 16 januari 1656 van Claes Jansz de Reder en Petronella van Soest. Op 13 mei 1670 sluiten zij een plecht hiervoor van fl 800,- met 5% rente bij Petronella van Soest. Maria Verweij, weduwe van Wijckersloot testeert op 11 februari 1688 voor notaris Marcus Renssen in Amerongen en nogmaals op 17 september 1691.

Op 15 maart 1660 nemen Huijbert Jansz timmerman en Grietgen Gijsberts, zijn schoonmoeder weduwe Aert Jansz smit, hypotheek over van Thijman van Wijckersloot van 250 gl op zijn huis en hofstede in de Overstraet te Amerongen. Op 20 april 1681 wordt memorie opgesteld van de gevestigde capitalen, den secretaris van Amerongen aengebracht en bijden selven ter secretarije van haer Ed. Mog. overgelevert. Hieronder Maria Verweij weduwe Thijman van Wijckersloot 150 gl 2-6-1650 bij Harman Cornelisz Pijsel gevestigd op sijn huijs en hof staende aende Overstraet daer Jannigje weduwe van voornoemde Pijsel tegenwoordig in woont.

Op 13 februari 1654 compareert Evert Gerritsz Raeijmaecker voor het gerecht te Doorn ‘ende bekende well ende deuchdelijck schuldich te wesen aen ende ten behoeve van Sr Thijman van Wijckersloot, borger ende houtcoper tot Wtrecht d’somme van drie ende t’sestich gulden ende thien sts ter saecke van gelevert hout. Belovende in minderinge vandien binnen 14 naestcomende daegen te sullen betaelen d’somme van dertich gulden ende de resterende drie ende dertich gulden ende thien sts belooft den … te betaelen voorden 1e maij 1654’.

Op 7 mei 1655 verschijnt Thijman van Wijckersloot voor het dorpsgerecht van Amerongen contra Jan Joosten wonende Ter Nederengh, tot kennen of ontkennen van zijn huurcedulle dd 27-1-1654. Op 5 juli 1659 Tijman van Wijckersloot contra Huijbert Jansz timmerman tot betaling van 26-18 van gelevert houdt. Op 20 juli 1663 Thijmen van Wijckersloot contra Arris Jansz tot kennen of ontkennen van zijn hand onder pachtcedulle van 4-6-1660. Op 3 augustus 1664 Thijman van Wijckersloot contra Cornelis Petersz. Hij diende eijsch in scriptis. Op 18 december 1664 Peter van Ingen contra Thijman van Wijckersloot tot kennen van zijn hand onder acte van 9-11-1664. Op 5 juni 1665 Frans van Dam contra Thijman van Wijckerslooth tot kennen of ontkennen van zijn hand onder koopcedulle van 3-4-1665. Op 8 oktober 1665 Philips Hendricksz contra Thijman van Wijckersloot tot betaling van 16-4 van arbeijtsloon als anders. Op 18 december 1665 Jan Cornelisz van Wolfswinckel contra Thijman van Wijckersloot tot betaling van 24-2-8 van gehaelde waren. Op 27 maart 1666 Arris Jansz contra Thijman van Wijckersloot tot betaling van 14-1 als rest van meerdere somme volgens sijn hant ende specificatie. Op 14 mei 1666 Arris Jansz contra Tijmen van Wijckersloot te dienen van intendit. Op dito Cornelis Teunisz contra Tijmen van Wijckersloot tot betaling van 23 gl van arbeijtsloon. Op 8 oktober 1666 Thonis de Visser contra Thijman van Wijckersloot tot betaling van 18-8. Tonis bekent op 5 november 1666 de geeiste 18-3 schuldig te zijn. Op 6 november 1666 Thijman van Wijckersloot contra Matthijs Feijten tot leveringe van 136 ponden toeback staende alhier opt Raethuiijs bij hem aenden selven vercoft het pont van 3,5 sts. Op 19 november 1666 Thijman van Wijckersloot contra Geertgen Hendricks en Engeltge Willems. Zij moeten binnen 24 uur getuigen. Op 17 december 1666 Jacob Jordensz Vos contra Thijman van Wijckersloot tot betaling van 14-16 van bier brandewijn. Op 14 januari 1667 Oth Beerntsz de Cock contra Thijman van Wijckersloot tot betaling van 24 gl van stenen. Op 28 januari 1667 Geurt Hendricksz van Bijler contra Thijman van Wijckersloot tot betaling van 54-8 van gras als anders. Op 4 maart 1667 Jan Splintersz contra Thijman van Wijckersloot tot betaling van 11-18 van verschoth en arbeijtsloon. Op 6 april 1668 Mattijs Feijten contra Thijman van Wijckersloot tot betaling van 2-8 wegen verbeteringe ten huijse van den eijser gedaen ende gehaelt bier. Op 23 november 1668 Geurt Hendricksz van Bijler contra Thijman van Wijckerslooth ofte bij sijn absentie desselfs huijsvrouw om te kennen of ontkennen haer mans hant staende onder een obligatie van 8-9-1668. Op 23 november 1668 Peter Matthijsz contra Thijman van Wijckersloot ofte sijn huijsvrouw tot betaling van 19-7-2 wegen gehaelde waren, verteringe, coop van toebacxplanten, ende van een hecken als verdient salaris.

Op 18 april 1670 Mr. Gerrit Volwens chirurgijn contra Thijman van Wijckersloot. Hij concludeerde ten fine d’arbitrale uijtsprake van twee chirurgijns opden 23 Meert 1669 tot Uijtrecht gedaen tusschen hem eijser ende den gedaagte off sijn vrouw gewesen jegens hem gedaan over ’t meijserloon van sijns gedaagde arm ter som van 18 gl verklaert sal worden executabel. Er wordt een akkoord gesloten op 23 augustus 1670, waar Mr Gerrit Volwens op 3 oktober 1670 daagt tot condemnatie op het accordt. Op 3 oktober 1670 Baetje Jans weduwe Claes Willemsz smit contra Thijman van Wijckersloot tot betaling van 22 gl over koop van elsenhout vorige zomer door haar man verkocht. Op 27 februari 1671 Daem Jansz contra Thijman van Wijckersloot om te kennen of ontkennen zijn hand onder assignatie van 22-3-1670 op de heer Arent Sloot gegeven doch onbetaelt. Op 29 april 1672 Elsje Brouwers contra Thijmen van Wijckersloot tot betaling van 7-12-8 ter cause van gehaelde ende gedroncken brandewijn en andere waren. Op 21 mei 1677 Johan Quint Major contra Tijman van Wijckersloot om te kennen of ontkennen zijn hand onder obligatoir handschrift van 8-1-1676. Op 21 mei 1677 Peter Jansz smit x Baetje Jans die weduwe was van Claes Willemsz smit contra Thijman van Wijckersloot. Hij versochte nieuwe letteren van executie op een verjaerde acte van condemnatie van 4-10-1670 inhoudende 22 gl.

Vanaf 1669 verscheen Maria Verweij voor het dorpsgerecht van Amerongen als huisvrouw van Thijman van Wijckersloot, en later als weduwe. Op 19 januari 1669 Maeijgje Verweij huijsvrouw van Thijman van Wijckersloot contra Frans van Dam tot betaling van 20 gl wegens rest van weijpacht van 3 schaar weijens. Op 1 februari 1669 verschijnt “Maria Verweij huijsvrouw van Wijckersloot contra Jan Huijbertsz Tol om te kennen of ontkennen zijn hand onder seekere coopcedulle”. De schepenen ordineren op 23 maart 1669 dat Frans van Dam aen de gemelde Maria Verweij in 8 dagen sal betalen. Op 22 maart 1669 contra Theunis Jerephaesz als borg voor Elis Jansz wonende onder Maurik. Hij seijde dat Elis Jansz schuldich was wegen coop ende leverantie van een koeijbeest bij denselven Elis Jansz vande eijsers verleden somer 1668 gekoft voor 48 gl etc. Op 22 maart 1669 Aert Jacobsz en Berent Hendricksz contra Maria Verweij huisvrouw van Wijckersloot. Den eijsers diende en leverde eijsch in scriptis.

Op 31 maart 1672 wordt Thijman van Wijckersloot benoemd majoor en commies op het fort Frederik Hendrik bij Breskens (#), zie links een foto van het kommandantshuis en de kazerne in 1872 (Bron: Monumentenfotografie, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, afdeling Gebouwd Erfgoed). Na Thijmans dood in 1679 keert Maria terug naar Amerongen, waar zij op 12 oktober 1679 weer tot lidmaat wordt aangenomen (#).

Op 17 januari 1682 daagt Aert Geurtsz van Leersum voor het dorpsgerecht van Amerongen Maria Verweij weduwe Tijman van Wijckersloot tot betaling van 12-8-12 wegens gehaelde waren voorden tijt vanden oorloch. Op 1 mei 1682 Maria Verweij weduwe Thijman van Wijckersloot contra Arien Aerts x Maijgien Dircks die weduwe was van Willem van Buijren opden Duijnen tot betaling 10 gl ter sake van weijgelt van een hockelingh op de Baxweert geweijt.

Op 19 november 1684 Abraham Isaacx Jode, wonende Rhenen, contra Maria Verweij weduwe Wijckersloot. Den eijser seijde des gedaegdens toeback opden 11 deser maent november vandes gedaagde outste soon gekoft te hebben. Maria moet leveren. Op 26 januari 1685 Jean fort de Belgarde contra Maria Verweij tot betaling van 23-3-8 volgens geleverde spullen van coorn, dack, messie. Op 12 mei 1685 Jan Jansz Berchus Linnewever wonende Veenendaal, contra Maria Verweij weduwe Wijckersloot tot betaling van 2 gl als rest van een stuck linnen te weven inde jare 1684. Op 20 april 1691 Cornelis Teunisz contra Maria Verweij weduwe Tijmen van Wijckersloot. Hij concludeert ten fine op d’uijtspraecke bij drost en commissarissen van 24-3-1690 gedaen condemnatie sal worden verleent. Op 2 juni 1690 alsoo tusschen Maria Verweij weduwe Thijman van Wijckersloot en Cornelis Thonisz ontstaen was seeckere quaestie wegens de limitscheijdinge door tuijnen, opgaende bomen ende wassende struijcken als andersints geset en geplant, daarom heeft gerecht ten verzoeke van Maria zich getransporteert in loco contensiosi om oculaire inspectie te nemen. Zij doen uitspraak hierover. Op 2 mei 1692 wordt deze zaak voortgezet. Nu treden de kinderen en erfgenamen van Cornelis Teunisz op.

Op 11 februari 1688 legateert Maria Verweij weduwe Tijman van Wijckerslooth, won. Amerongen, aan haar vijf ongetrouwde kinderen, Maria, Aert, Catharina, Petronella en Hendrick van Wijckerslooth, een hofstede te Amerongen, waar zij momenteel woont. Haar oudste zoon Aelbert van Wijckerslooth vermaakt zij alles wat hij ten huwelijk heeft gegeven met Geertruijdt van Vreeswijck. Op 17 september 1691 prelegateert Maria Verweij weduwe Thijman van Wijckersloot, won. Nedereng, op haar vier ongetrouwde kinderen Maria, Catharina, Petronella en Hendrick van Wijckersloot in een hofstede in de Nedereng, waar zij woont. Zij stelt tot erfgenamen haar zes kinderen Aelbert, Aert en bovenstaande vier.

Op 21 november 1697 Maria Verweij weduwe Wijckersloot contra Jan de Leeuw. Hij seijde dat de eijerse in voorschreven maand augustus deses jaers 1697 aenden gedaagde hadde verkogt seeckren quantiteijt tabacq soo eerst als santgoet. Dezelfde dag 21 november 1697 Franck Gerritsz Wildeman contra Maria Verweij. Hij seijde dat hem vanden gedaagde competerende was 8-16-8 over gedaan arbeijtsloon ende geleverde materialen. Op 20 november 1702 Maria Verweij contra Jan de Leeuw. Hij seijde dat den gedaagde inden maent 28-9-1702 van den eiser hadde gekogt haren tabacq jegens het 100 II tot 12 gl. Op 18 december 1702 wederom contra Jan de Leeuw. Versoek doen tot betaling van 28-7 wegens geleverde tabacq conform des gedaagdes eijgene calculatie met des selfs hant onderteeckent. Op 15 januari 1703 verzoekt Jan de Leeuw het tweede ‘default ende uijt cragte van dien adjudicatie vanden genomene commissie staende te rollen vanden 18e december 1702. Op 23 april 1703 Maria contra Jan de Leeuw gecondemneerde te dienen van declaratie van kosten.

Op den 11e Augustij 1700 vergadert ’t geregt van Doorn ‘sijnde naer voorgaende convocatie, en door den schout Ossenbergh als eerste kerckmr deser kercke voorgedragen sijnde, als dat de huijsinge en hofdstede vande weduwe van Tijman van Wijckerslooth, staende en gelegen onder den geregte ofte jurisdictie van Zuijlensteijn, daer de kercke van Doorn voornoemt jaerlijx een uitganck uijt competeert ter somme van eene gulden tien stuijvers bij haer is vercogt voor vrij allodiael goed aen sijn extie den heere Grave van rockefort & c. ’t welck is streckende tot nadeel deser kercke, dat oock de papieren en documenten daer van inden francen tijt sijn vermist en weghgeraeckt sulcx dat sedert eenige jaren herwaerts gemelten uijtganck noijt is betaald en te beduchten staet dat alsin weijnigh daer van sal connen worden gevordert soo ist dat het geregt voornoemt den schout Ossenberch als kerckmr hebben gelast, omme met de voorschreve weduwe, off iemand anders van harent wegen over de achterstallige jaren, en verder over den gehele uijtganck, te accorderen, tot sodanige somme en hogen prijse als sijne besten en goeden raedt gedragen sall mits daer van doende behoorlijcke reeckeninge bewijs en reliquo. Present Pieter Bus, Reijer van Dijck, Corns Willemse Hooglander, Jan Aertsz, Jacob Peters en Cornelis Spijckhoven, schepenen. Op 18 oktober 1700 constitueren Aelbert van Wijckersloot, Hendrick van Wijckersloot en Aert van Wijckersloot en Maria Wijckersloot en Petronella Wijckersloot mitsgaders Johan Quint x Catharina van Wijckersloot tezamen kinderen en erfgenamen van Tijman van Wijckersloot, Maria Verweij wed Tijman van Wijckersloot om voor stadhouder en tinsgenoten van graaf van Athlone te transporteren een huis, hofstede met 2 morgen land daar annex te Amerongen.

Op 19 oktober 1705 Johan van Schevickhoven rigter der heerlickheden Eck ende Wiel als man ende voocht van Maria van Wijckersloot contra Maria Verweij weduwe en boedelharster van Tijman van Wijckersloot. Den eijser ende requirant int gerecht versoeckende alvorens veniam agendi ende seijde dat in huwelijck was hebbende een dochter en mede erfgenaem van voornoemde Thijman van Wijckersloot. Op 14 december 1705 declaratie van kosten van Johan van Schevichoven, rigter van de tol, contra Maria Verweij weduwe Wijckersloot.

Op 10 februari 1714 verklaren Arnoldus van Wijckersloot, won. Culemborg, Hendrick van Wijckersloot, Johan van Schevichoven, richter van Eck en Wiel, x Maria van Wijckersloot, mitsgaders Claes Cornelisz Boer x Petronella Wijckersloot, en Jan Quint x Catriaen? Wijckersloot alle kinderen en erfgenamen van Maria Verweij van dhr Tijman van Wijckersloot in leven majoor op het ford Frederik Hendrik, mondig te zijn en hun voogden te bedanken.

 

Uit dit huwelijk:

Henric van Wijckersloot, gedoopt 1 februari 1652 in de Nicolaikerk te Utrecht (get: Henrick van Wijckerslooth, Willempjen Vos). Proclamatien op 14 juni 1705 te Amerongen en gehuwd te Ravenswaaij met Johanna Maria van Slechtenhorst

Maria van Wijckersloot, gedoopt 24 april 1653 in de Geerte- of Catharijnekerk te Utrecht. Proclamatien op 28 september 1703 te Amerongen en gehuwd te Eck en Wiel met Johan van Schevickhoven, richter en schout der heerlijkheden Eck en Wiel

Aelbertus van Wijckersloot, gedoopt 7 november 1654 in de Geerte- of Catharijnekerk te Utrecht, begraven 12 mei 1656 in de Geertekerk te Utrecht

Johannes van Wijckersloot, gedoopt 28 maart 1656 in de Buurkerk te Utrecht, begraven 12 mei 1656 in de Geertekerk te Utrecht

Aelbertus van Wijckersloot, gedoopt 26 april 1657 in de Nicolaikerk te Utrecht (get: joffrou Cuijck). Gehuwd op 8 juni 1685 te Leersum met Geertruijt van Vreeswijk

Catharina van Wijckersloot, gedoopt 26 januari 1659 in de Domkerk te Utrecht (get: Catharina van Wijckersloot), overleden 1659-1662

Arnoldus van Wijckersloot, gedoopt 23 mei 1660 in de Domkerk te Utrecht (get: Arnold van Wijkersloot met sijn huijsvrouw), overleden juni 1744 te Vianen. Ondertrouwd op 2 juni 1689 en gehuwd op 20 juni 1689 te Culemborg met Cornelia van der Meer. Ondertrouwd op 28 oktober 1719 en gehuwd met Lijsbeth van der Meer

Catharina van Wijckersloot, gedoopt 14 maart 1662 in de Buurkerk te Utrecht (get: joffrou Hadewigh), overleden > 19 oktober 1744. Proclamatien op 26 november 1699 te Amerongen en gehuwd te Eck en Wiel met Jan Quint, overleden < 19 oktober 1744

Johannes van Wijckersloot, gedoopt 25 oktober 1663 in de Geertekerk te Utrecht, begraven zomer 1666

10  Hugo van Wijckersloot, gedoopt 26 april 1665 te Amerongen

11  Pieternella van Wijckersloot

12  Sophia van Wijckersloot, gedoopt 16 augustus 1668 te Amerongen

13  Johannes van Wijckersloot, gedoopt 16 augustus 1668 te Amerongen

14  Johanna van Wijckersloot, gedoopt 1 maart 1672 te Amerongen