Loeffs, Balden Gerijt (->1577)

Balden Gerijt Loeffs, stelfuerer (1541), soelschuner (1548), traenmeister (1561) te Arnhem, overleden > 28 juli 1577

Gehuwd met

Stijn Arnts, dochter van Arnt NN en Gertruijdt van Megen, overleden > 6 februari 1588

 

Bron: geldersarchief.nl

Op donderdag post Agnetis 1539 Ott van Wamel, nagelaten weduwe van zal. Evert Glasemaicker, Gerijt Bock en Nael, zijn vrouw, Claess Wijntgenss en Gertgen, zijn vrouw, Herman, Otten voorzegd zoon, en Geritgen, haar dochter, sub et re Arnt van der Erve alzulke 3 current gl. ’s jaars als zij jaarlijks geldende hadden uit huis en hofstede van Balden Loeff, gelegen aan de Nieuwe markt, Jacob die Moler zal. ab una en Jacob ter hoeven ab alia, te betalen nu Sente Victorsdag na datum ’s briefs eerstaan en te lossen met 48 gl. current en met de verschenen jaargelden [enz.]; et si defectus in de waarschap erit sub expandatione domus eorum, geleden in de Oeverstraat, Aelbert Deckenss zal. ab una en Gerijt van Holt ab alia.
Op des gudesdags post Thome apostoli 1539 doen wij, burgemeesters, schepenen en raad der stad Arnhem, kond alle luiden – Alzo Derick van Wesell huis en hofstad, aan de Oort gelegen, geheten den alden Haen, gekocht heeft van Gertruijt van Megen, weduwe, naar luid der koopcedel, die heer Derick Huijsswerdt door bede en begeerte van Derick en Gertruijt voorzegd met zijn eigen hand geschreven heeft, als hij openlijk bekende en bij zijn priesterschap gehouden heeft, en voorts opdracht voor schepenen van Arnhem van Gertruijt voorzegd ontvangen heeft, die door verzuim van de secretarius niet te boek gezet is geworden, en van het jaar 1514 aan bis tot het jaar 1539 toe rustelijk en vredelijk bezeten en gebruikt heeft zonder becroen van iemand en dat wij daarbeneven bevinden in schepenbrieven dat Gertruijden dochter Stijna met haar echte man Baldewijn, Geryt Loeffss, alle haar aanspraak, recht en toezeggen als zij hadden aan deze huis en hofstad voorzegd en Stijna voorzegd aan vererfd was van zal, Arnt, haar vader, Gertruijdt van Megen, haar moeder, en Jan, haar broeder, opgedragen en met haar vrije wil vertegen heeft, zo bekennen wij vermits onze tegenwoordige brief om reden en oorzaak voorzegd dat Derick van Wesell de rechte houder en bezitter is des huizes en hofstede voorzegd [enz.].

Op donderdag post Michaelis 1540 Gaert Rademaicker en Gertgen, zijn vrouw, sub et re Armgert Steenhouwerss en Meth van Wagensfelt 1 goud gl. ’s jaars uit Jacob die Molerss achterhuis, gelegen aan de Nieuwe markt, Gaert en Gertgen voorzegd ab una en Balden Loeff ab alia, nu Gaert en Gertgen toebehorende, te betalen nu op Pinksteren na datum ’s briefs naastkomende eerstaan en zo voort en te lossen met 16 goud gl. payments [enz.].

Op dinsdag post Agathe 1541 comparuit Balden Loeff, gezworen “stelfuerer”, met recht gebaad om een getuig der waarheid te geven en tuigt dat hij uit Jan Bongarts kelre niet meer uitgeslagen heeft dan 2 stuks wijns 20 vóór als na, dan woe groot of woe klein die waren, weet hij niet en wanneer dat geschied is, weet hij ook niet.

3a post Reminiscere 1542 comparuerunt Balden Loeff, Gerrijt Dreijer en Jan Wijnen met recht gebaad om een getuigenis der waarheid te geven en hebben Balden en Gerrijt getuigd en gezegd dat zij door Wijlhemken Lattenhouwers niet aangezocht zijn geworden om opter lesten dag februari een ton biers te voeren, die Derick van Essen brouwer en Henrick van Essen tot haar huis droegen en Derck voorzegd zelf gebrouwen had; – tuigt en zegt Jan Wijnen dat Wijlhemken daarna des avonds bij ”der kerssen” bij hem gekomen is en heeft dezelve ton biers ”verscijst”; en hebben dat getuigd bij dezelve eed, die zij onze genedige lieve heer en de stad Arnhem gedaan hebben.

Ipso Martini 1543 comparuerunt Goessen van Wamell, Steven Huegen en Gabell van Danss met recht gebaad om een getuig der waarheid te geven en tuigen dat zij gezien hebben vóór Amersfoort dat Balden Loeff aldaar opter vrijer markt, die vóór Amersfoort opgeslagen was, een rund gekocht en wel betaald heeft; datzelve hebben zij gehouden bij de eed, die zij Keij. Matt. gedaan hebben.

Altera Mathie 1548 comparuit Balden Loeff soelschuner met recht gebaad etc. en tuigt dat hem bewust dat Herman van Heithusen eertijds Gairdt Wilehesen een paard verkocht voor een Arnhems laken op een Paasdag en dat Gairtgen huisvrouw hem, Balden, daarna een ander paard verkocht heeft en, als Herman voorzegd om betaling maande van het eerste paard, heeft zij geconsenteerd en toegelaten dat Balden, zo hem Herman schuldig was, 4 gl. op de betaling af te doen zou; Datzelve heeft hij gehouden bij de eed, die hij de stad Arnhem gedaan heeft.

In vigilia Sacramenti 1553 Gertruijt, weduwe van zal. Gaert Rademaicker, sub et re Baldewijn Loeff haar aandeel, recht en toezeggen als zij heeft aan huis en hofstede van Gaert voorzegd, wilner haar echte man, dat zij gekocht hebben van Jacob die Moler, gelegen aan de Nieuwe markt, achter Baldewijn voorzegd huis ab una en Gertruijt voorzegd ab alia [enz.].
Op 1 september 1553 comparuit Balden Loeff met recht gebaad om een getuig der waarheid te geven en heeft door dwang des rechten getuigd en gezegd dat hij daar bij aan en over is geweest in Gerijt Bock huis, toentertijd aan de Nieuwe markt wonende, waar Zebuiss Geritss en Goessen van Herne met de ander gerekend hebben van 6 vierdel en 10 schapen, die de één de ander verkocht had; heeft zich in de rekening bevonden dat Zebuiss Geritss schuldig bleef Goessen van Herne 109 rijder gl. en zou hem van die 100 rijder gl. te rente geven 6 derzelver gl. ’s jaars en stelde hem te onderpand zijn troep schapen; gehouden bij de eed, die hij Keij. Matt. en de stad Arnhem gedaan heeft.

Op zaterdag post Pauli Conversionis 1559 heeft Jan van Rhenen, gemachtigde van Digna Spruijt, bekend dat Balden Loeff afgelost en kwijtgekocht heeft 1 rijder gl., die Herman van Heythuysen zal. jaarlijks geldende had uit Balden Loeffs voorzegd huis en hofstede, gelegen aan de Nieuwe markt, Jan van Deventer ab una en Joest Corneliss zal. ab alia, en die Jan van Rhenen, gemachtigde van Digna Spruijt, met recht verwonnen heeft, en bekende nil juris.

Op 11 augustus 1560 Anna van Wagensfelt met Aerntgen, haar dochter, Jasper en Sweer, haar zonen, en Stijntgen, haar dochterken, sub et re Evert Penninck en Cathrijn van Wagensfelt, zijn huisvrouw, alzulke 2 gl. jaarlijks als zij geldende hadden uit huis en hofstede van Frederick Hartgerss, nu zijns broeders Wolter, gelegen in de Oeverstraat tussen huis en hofstede van Ott die brouwer ab una en huis en hofstede van Sebis Droechscherer ab alia, vermogens zegel en brief, daarvan sprekende, et sub et re nog 2 delen van een goud gl. ’s jaars, 5 gelrese snaphanen of de waarde daarvoor voor de gl gerekend, als zij jaarlijks geldende hadden uit Jacob die Mollers achterhuis, nu Balden Loeff toebehorende, gelegen aan de Nieuwe markt tussen huis en hofstede van wilner Gaert Raedemaicker ab una en huis en hofstede van Balden voorzegd ab alia; en heeft Arntgen voorzegd beloofd voor haar man Jan Craen van Nijmegen en Jasper voor zijn huisvrouw Barbara dat die tot alle gezinne van Evert en Thrijn e.l. ook opdracht doen zullen.

Op 16 oktober 1561 comparuerunt Balden Loeff traenmeister en Reijn Worm wijnverlater met recht gebaad om getuig der waarheid te geven en te hebben door dwang des rechten getuigd dat het een tijd van jaren geleden dat zij gebracht hebben tot Gerijt then Broickx huis ettelijke toelast wijns en, als Gerijt then Broick de wijn gezien heeft, zei Gerijt then Broickx dat hij om geen wijn geschreven had, mede zeggende dat hij de wijn die plaats in zijn huis wel gunnen wilde, opdat de wijn opter strate niet bleef liggen, en liet de wijn wel 5 of 6 [dagen] opten delen liggen eer hij de wijn in de kelde slaan heeft laten; et juraverunt ad S.cta.

Op 29 februari 1563 Meester Sijmon van den Water en Geritgen, zijn vrouw, sub et re Gijsbert van der Ho[e]ven 8 Joachim daler ’s jaars uit hun huis en hofstede, gelegen in de Ketelstraat, Wilhem Droichscherer ab una en Balden Loeff ab alia, te betalen op de heilige kerstdag na datum ’s briefs naastkomende eerstaan en zo voort en te lossen met 125 Joachim daler paijments. In de kantlijn: Des vrijdags post Nativationem Christi 1564: Gijsbert van der Hoeven heeft kwijtschelding gedaan Meester Sijmon van den Water van alzulke 8 Joachims daler ’s jaars als hij jaarlijks geldende had uit Meester Sijmon van den Water voorzegd huis en hofstede, gelegen in de Ketelstraat, Wilhem Droichscherer ab una en Balden Loeff ab alia, en bedankte zich goeder betaling.

Op 9 januari 1565 Balden Loeff en Stijn, zijn vrouw, sub et re Anna Pouwelss 2 rijder gl. ’s jaars uit hun huis en hofstede, gelegen in de Ketelstraat, Sijmon van de Water ab una en een ledige plaats van de have van Batenborch, toebehorende de kinderen van Broickhusen, ab alia, te betalen Victoris Ao. 1565 eerstaan en zo voort en te lossen met 32 rijder gl. payments [enz.].
Op 5 juli 1565 comparuerunt Balden Loeff en Warner van Aelten met recht gebaad ter instantie van Henrick Wesselss van Alpen om getuigenis der waarheid te geven en hebben door dwang des rechten etc.; – in den eersten heeft Balden voorzegd getuigd dat het omtrent 6 of 7 jaar geleden is ongeveerlijk dat Jan Wesselss van Alpen alhier gestorven is binnen Arnhem achter Sente Jans klooster; dat de naburen hem Janss voorzegd “tesse” verhandreikt hebben, waarin Balden omtrent 20 keizers gl. ongeveerlijk dat Jan Wesselss ontvangen heeft in Egbert van Buerens huis, en heeft Jorden Wesselss ontvangen van Jan Wesselss zal. huisken 5 rijder gl., en dat Balden gehoord heeft dat de naburen zeiden dat Jorden voorzegd ontvangen heeft ongeveerlijk 14 of 15 rijder gl. van bijen, die hij op de Clyngelbecke verkocht heeft; en heeft Jorden meegenomen een bedde met zijn toebehoren en een kist en ander huisraad, vlees en spek, die Jan Wesselss nagelaten heeft; – heeft Warner van Aelten getuigd dat hem wel voorstaat dat Jorden Wesselss ontvangen heeft van zijn broeder zal. huisken 5 rijder gl. en ook van de naburen gehoord heeft dat Jorden voorzegd van bijen, die hij op de Clyngelbecke verkocht heeft, 14 of 15 rijder gl. ongeveerdlijk ontvangen heeft en een bedde met zijn toebehoren; Gehouden bij de eed, die zij Co. Matt. en der stad Arnhem gedaan hebben.
Op 12 oktober 1565 Jan van Deventer sub et re heer Henrick Thonyss, provisor, als een toevenger en in behoef des hospitaals van Sente Peter binnen Arnhem zijn helft, zie hij heet aan huis en hofstede, dat hij itzondt bewoont, gelegen op de Nieuwe markt, Daniel Rademaicker ab una en Balden Loeff ab alia [enz.]; en hiervoor zal Jan voorzegd zijn leven lang alle dagen een maaltijd hebben in Sente Peters hospitaal voorzegd, gelijk de andere praveners aldaar dagelijks hebben.

Op 18 november 1575 Jan Wijntgens en Nel, zijn vrouw, Wijllem Gaertss en Balden Loeff den olden als mombers van Celij, zal. Wichman Gaerts dochter, sub et re Johan Gaertss en Geert, zijn vrouw, de rechte 3 delen van alzulke 50 rijder gl. eens als hun gezamenlijk aangestorven zijn na dode van Nies Gaertss en de rente daarvan jaarlijks uit huizing, staande in de Ketelstraat, Henrick Janss ab una en Hermen In de Croen ab altera, waarvan Jan Gaertss het vierendeel toekomt [enz.].
Op 7 december 1575 Balden Loeff den olden en Stijn, zijn vrouw, sub et re Berndt Presickhaeff en Geesken, zijn vrouw, 7 Carolus gl. jaarlijks uit huizing, staande aan de Nieuwe markt, Frederick Versteege ab una en Jan van Leijen ab altera, te betalen op kerstmis 1576 eerstaan en zo voort en te lossen met 116 gl. paijments [enz.].

Op 6 februari 1588 zijn Gerrit Lucas en Conradt Gaemis borgen geworden voor Philips Aleffs aangaande zekere 116 gl. hoofsomme en 4 gl. van verlopen pension, berustende onder de weduwe van de olde Balden Loiffs, waarvan Philips voorzegd tegenwoordig 60 gl. en op Pasen de andere helft lichten en ontvangen zal [enz.].

Op 10 mei 1609 Henrick Jansse als gemachtigde van Gaert Bor en Luitgen Baltiss e.l., waarvan de volmacht op 14 mei 1609 onder voorzegde e.l. hand getekend is, sub et re Naell Jacobss, weduwe Balden Loeffs, hun e.l. aan part en gerechtigheid als zij enigszins hebben aan huis en hofstad, zo hetzelve gelegen is op de Nieuwe markt, de weduwe voorzegd ab una en de weduwe van Rutger van Dreijen ab altera [enz.].

 

Uit dit huwelijk:

Balden Loeffs (de jonge), geboren ca. 1534, overleden 1606-1609. Behuwd met Naell Jacobs, overleden > 10 mei 1609

Lucretia Baltus Loefs