Hünefänger, Johann Adam (ca. 1600-1671)

Johann Adam Hünerfänger, predikant van de Lutherse gemeente te Nijmegen (sinds 21 juli 1637), predikant van de Augsburgse confessie (Lutherse kerk) te Utrecht (sinds januari 1639), geboren ca. 1600, overleden augustus 1671 (aangetekend 14 augustus 1671), begraven in de Buurkerk te Utrecht (#)

Gehuwd met

Judith Langen, overleden 12 juli 1675 te Utrecht (#)

 

Bronnen: 1) hetutrechtsarchief.nl, 2) huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl, 3) Verboden en getolereerd. Een onderzoek naar lutheranen, lutheranisme en lutherse gemeentevorming in Gelderland ten tijde van de Republiek. K.G. van Manen, 2001

Raadssignaat Nijmegen dd 10 november 1637: “Also eenen Luthersche prediger Jan Adam, hundervanger genant, onlancx binnen deser stadt gecomen ende sich buijten kennisse ende toelatinghe mijner heeren tottet houden van affsonderlicke vergaderingen voor de Luthersgesinde laet gebruijcken, is denselven prediger, voorbescheijden sijnde, aengeseijt ende belast sich daervan t’onthouden, also men ’tselve, als een niewicheijt end voor desen noijt alhier gepleecht, niet en conde toestaen datt hij hem oversulcx still soude houden off sunst op een ander vertrecken; in welcken vall van vertreck men hem ten regarde van sijne sobere gelegentheijt met eenen reijs ende teerpenninge soude versien”. Na vermaningen door de kerkenraad en het magistraat te Nijmegen, vertrekt Jan Adam Hunerfanger uit Nijmegen. HIj vervoegt zich persoonlijk bij het Amsterdamse consistorie om te dingen naar de vacante predikantsplaats in de Lutherse gemeente te ’s Gravenhage. Nadat hij daar enkele malen heeft gepreekt en de Haagse gemeente te kennen geeft hem te willen beroepen, waarschuwt de Amsterdamse kerkenraad de gemeente te Den Haag, dat de berichten over Jan Adam Hunerfanger niet al te gunstig luiden en dat er meer gekwalificeerde kandidaten in aanmerking komen. Jan Adam Hunerfanger wordt in januari 1639 de tweede predikant te Utrecht naast Swetgius.

In de jaren 50 van de 17e eeuw breekt er een twist uit in de kerkeraad van de Lutersche Kerk te Utrecht, die voornamelijk gaat over het slechte beheer van de gelden en goederen. De beide predikanten, Swetgius en Hunerfanger, zijn hier ook bij betrokken. Amsterdam heeft de zaak in enige classicale vergaderingen behandeld en ook de vroedschap heeft getracht een verzoening te bewerkstelligen. In 1660 wordt er een ’temperament ende articulen van verdragh’ gesloten tussen de aanhangers van beide predikanten, waarin de zaken geregeld worden. Bij de volgende verkiezingen van de kerkeraad breekt de strijd echter weer los. Door de strenge ordonnanties van 25 mei en 10 augustus 1661 heeft het stadsbestuur de orde weten te handhaven. Pas in 1666 vindt er een werkelijke verzoening plaats. Op 20 januari 1660 procureert de gemeente van de Aughsburchse confessie, vertegenwoordigt door Johannes Adami Hoendervanger predikant, Beernt Bitter ouderling, Bartholomeus Wijnbron diaken en Henrick Meijborch diaken, Adam Meijer om in ’s Gravenhage Hermannus Glaserus, predikant van de Augsburgse confessie (Lutherse kerk) aldaar te verzoeken om de notaris Everard van Steijn kopie te vragen van attestatie door Nanningh Nanninghs c.s. ‘van Sweetgii voornemen gegeven’. Op 19 maart 1660 procureert de gemeente van de Aughsburgse confessie uit naam van de kerckeraad aen de sijde van Johannes Adami Hoendervanger. Nommijn Willemss van Holsteijn gewesene ouderlingh en Johannes Rothoven gewesene kerckenraad om ambassadeurs van Denemarken bij de Staten-Generaal in Den Haag een verzoek voor te leggen inzake arbitrage in kwestie met Fredericus Sweetgius, gewezen predikant. Op 1 juni 1660 attesteren Apolonia Bomans en Beernt Janss van Dortmont over beschuldigingen door Lodewijck van Munster aan het adres van Johan Adam Hoendervanger, predicant van de Aughsburchse confessie te Utrecht. Op 15 mei 1664 vermaant de kerckenraad der Augsburchse confessie Johan Adam Hoendervanger dat hij zich dient te houden aan het besluit van de kerkenraad omtrent de aanstelling van ouderlingen en diakenen en van het protest tegen alles wat hij hiertegen zou mogen ondernemen.

In 1665 bereikt de Lutherse gemeente onder aanvoering van predikant Johan Hunerfanger en de Gereformeerde gemeente onder aanvoering van hoogleraar-predikant Andreas Essenius een principeakkoord over samengaan van beide gemeenten. De grote Lutherse gemeente in Amsterdam wijst het echter af waardoor het niet doorgaat.

Op 7 juni 1651 benoemen Johan Adam Hunerfanger, bedienaer des goddelijken woordts der Augsburchsche confessie binnen Utrecht, gehuwd met Judith van Langen, wonende te Utrecht in de Stroijstege ontrent het Duijtschenhuijs, de langstlevende en Joannes Best en Joannes Praum als voogd over hun na te laten onmondige kinderen. Op 29 december 1663 procureert Johannes Adami Hoendervanger Hillegunt van Holsteijn om in Amsterdam toe te stemmen in het aantekenen en proclameren van het huwelijk van zijn dochter Maria Hoendervanger met Niclaes Poeije van der Heijden, goudsmid, geboortig van Holstein. Op 18 juni 1675 wijst Judith Lange, weduwe Johannes Adam Hoendervanger, wonende noordzijde Stroijsteech, legaten toe. Vererving zal ab intestato geschieden, vruchtgebruik voor zoon Hans Jacob Adam Hoendervanger aan de portie van zijn kinderen in plaats van legitieme portie.

Op 20 februari 1678 procureren de erven van Johan Adam Hoenderfenger, zijnde Johannes Jacobus Hoenderfenger zoon, Johannes Best schoonzoon gehuwd met Eva Catharina Hoenderfengers, en de onmondige kinderen van Maria Hoenderfengers en Nicolaus Boij kleinkinderen, Johan Christiaen Wicht, secretaris van de rijngraeff tot Keerborch, om te transporteren ten behoeve van Johan Balthasar Paus en zijn erven diverse stukken land, gelegen in Keerborch en een obligatie van 19 rijksdaalders ten laste van Ullericht Messinger, smid te Keerborch. Op 2 september 1678 procureren de genoemde erven ab intestato Johan Adam Hoenderfenger, in leven predikant der onveranderde Augsburgse Confessie in Utrecht, Casparus Schellekes om na ontvangst van de koopsom ten behoeve van Johan Coenraedt Thielen, woonachtig te Kim an der Nahe te transporteren huis en erf, gelegen in Bad Kreutznach in de Hondtstraat, in bezit gekomen van comparanten door overlijden van hun (schoon)vader.

 

Uit dit huwelijk:

Eva Catharina Hoenervangers. Ondertrouwd op 9 juni 1649 en gehuwd op 16 juni 1649 voor het gerecht te Utrecht met Johannes Best, kleermaker

Adam Johannesz Hünerfänger

Johannes Jacobus Hoendervanger. Ondertrouwd op 21 oktober 1666 en gehuwd op 7 november 1666 te Utrecht met Maria Fijnnagel, overleden oktober 1669 (aangetekend 11 oktober 1669) te Utrecht. Ondertrouwd op 26 februari 1670 en gehuwd voor het gerecht te Utrecht met Grietje Martens van der Plaet

Christiaen Jurijen Hunerfenger, gedoopt 28 maart 1641 Evangelisch-Luthers te Utrecht (get: Christiaen Ludwig Wilhelm, Georg Conring, Johannes Praum, Maria Gisens)

Emanuel Frederich Hunerfenger, gedoopt 15 augustus 1643 Evangelisch Luthers te Utrecht (get: Emanuel Amian, Frederich Aijun), overleden februari-maart 1645 (aangetekend 3 maart 1645), begraven in de Buurkerk te Utrecht

Maria Hoendervanger