Doirnick, Wijnant van (->1431)

Wijnant van Doirnick, schepen van Arnhem (1406-1427), vicaris van de St. Maartenskerk te Arnhem, zoon van (?) Willem Borre van Doernic en Gude Wijnants Ridder, overleden > 25 juli 1447

Gehuwd in 1407 (huwelijkse voorwaarden 16 november 1407) met

Grietgen Jacobs Bierwisch, dochter van Jacob Arntsz Bierwisch en Geertruut NN

 

Bronnen: 1) geldersarchief, 2) collectieoverijssel.nl, 3) Oorkondenboek van het geslacht Doornick of Doorninck tot op 1813, P.N. van Doorninck. Haarlem, 1894

Links het zegel van Winant van Dorenick op 13 november 1428. Randschrift: SIGILLUM / WINANTH/ VA DOERNIC. Voorstelling: wapenschild met dwarsbalk, zespas als sierlijst (Bron: Gelders archief, archief Kapittel van Sint-Walburg te Arnhem, nummer 0307 – 63-49-1).

In 1396 draagt Borre van Doernic het goed te Hemmen, hem van zijn broeder Wouter van Doernic aanbestorven, over aan zijn zoon Wijnant.

Op 24 februari 1400 ‘des Dinxdaghes nae sente Petersdach ad Cathedram’ verklaren Broeder Johan van Lettouwen, commandeur, en het convent van het Godshuis van St. Johannes te Aernhem, ontvangen te hebben van Margariete Bierwisch Aerntsdochter 27 oude schilden, besteed aan een halven morgen van de 2 morgen in het Velperbroek, die zij en het Convent gekocht hebben van Steven van Brienen, waarvoor Margriete, Katherine, haar zuster, en Griete, dochter van Jacob Bierwisch, haar nicht, haar leven lang van het Godshuis zullen ontvangen de opbrengst van dien halven morgen.

Op 22 september 1405 ‘des dijnxtaigs na Mathie’ untfingh Lijsbeth Borriendochter van Dornick een Wiltforster guit geleigen zu Dielen in den kirspel van den Aenstoit zu eijnen Zutphenschen leene, mit allen sinen toebehoeren. Ind daraff is Wijnant van Doirnick ijre broeder momber geworden ind hait huldinge ind eijde darupp gedaen. 

Op 16 november 1407 ‘des wonsdages na Sente Martijnsdach inden wijnter’ oorkonden Wijnant van Wulfen, Wijnant van Arnhem Gerijtszoon, Johan en Deric Gruter gebroeders, Gosen van den Gruuthuse, Ghisebert van Mekeren, Gerselijs van Aller en Ghisebert van Aller Servaeszoon, dat voorwaarden zijn overeengekomen voor het huwelijk van Wijnant van Doerninck en Grietien Jacop Bierwischs dochter.
In den iersten soe sal Wijnant van Doerninc vorsz.
hebben mit Joufvrouwe Greten vorsz. ter rechter medeghave negentijen hondert gulden vlaemschs paijments van wilker summen men Wijnant gheven ende betalen sal tusschen dit datum des briefs ende Pijnxter neest toe comende aen goeden, erfnisse gelegen op Veluwen in den
kijrspel van der Nijerkircken of in Lijmersch gelegen bij tween ellix van oeren vrienden twelef hondert gulden der payen vorsz. soesalmen Wijnant vorsz. betalen tusschen dit datum des briefs ende Paeschen neest toe comende vijf hondert gulden ende bijnendesennaesten ierster jaer twe hondert gulden voert, waert sake dat disse joufvrouw Grieten moeder aflijvich worde, eer joufvrouwe Griete soe mach Wijnant vorsz. ijnbrengen alsulke goet als hij met joufvrouw Grieten genamen heeft, ende ghaen dan mijtten anderen kijnderen toe geliker deijlinge of hij will, voert sijnt vorwarde dat Wijnant vorsz. maken sall joufvrouw Grieten vorsz. ter rechter lijftochten, die twedeel van den alinge tiende groff ende small den Wijnant vorsz. liggende heeft in den kijrspel van Elst, dem men te leen plach te houden van Johan van Ghent, ende Joufvrouwe Lisebet van Doerninck, Wijnants suster, heeft een derden deel van de vorgen. tiende groff ende small, dat sal sij Wijnant oeren brueder voer den leenhere vesten ende opdragen ende Wijnant vorsz. sal dat selve derdendeel groff ende small sijnre suster weder ter lijf tochten maken, ende waert sake dat Wijnant vorsz. aflijvich warde sonder wittelike gebuerte soe sal die alinge tyende vorsz. weder comen ende erven op Joufvrouwe Lijsbet sijnre suster ende op hoeren erven beheldelic Joufvrouwe Grieten vorsz. oere lijftochten als vorsz. is , mer waert sake dat Wijnant vorsz. aflijvich werde ende gebuerte after lijet van Grieten vorsz. ende oer Joufvrouwe Griete dan veranderde ende enen anderen man neme, soe sal sij niet meer van de vorgen. tiende ter lijftochten behouden dan een derdendeel groff ende small.
Item soe
sal joufvrouwe Lijsebet van Doerninc Wijnant, oere brueder vesten ende opdragen voer onsen genedigen here van Gelre dat erve ende goet tot Delen gelegen mit alle sinen toebehoer ende Wijnant salt sijnre suster weder maken ter lijftochten, mer storve Wijnantvorgen. oer joufvrouw Lijsebet vorsz. ende gheen echte levende gebuerte after en lijet soe sal dat erve ende goet tot Delen mit allensinentoebehoeraling weder erven ende comen op Joufvrouwe Lijsbeth vorsz. ende op oeren erven.
Item
soe sal joufvrouwe Lijsebet vorgem. die helfte van den husinge ende erfnisse met oeren toebehoer, daer sij nu op datumdes briefs mit oeren brueder ijn woent, besweren alsoe dat die selve husinge ende erfnisse vorsz. Wijnant vorsz. ende sinen erven vaste sij nae der Stat recht van Arnhem; voert sijnt vorwarden waert sake dat joufvrouwe Lijsebet vor gen. mit Wijnant oeren brueder niet overdragen en kunde soe mach joufvrouwe Lijsebet kijesen die een helfte van den huse, voer of after ende die een side van den erfnisse wilker oer ghenueget ende goedt ende die helfte sal sij dan besitten alsoe lange als sij leeft ende storve Wijnant eer sijn suster ende gheen echte levende gebuerte after en liet soe sal die alinge husinge mit alle oeren toebehoer weder erven ende comen op joufvrouwe Lijsebett vorsz. ende op oeren erven.
Item so e
sijnt vorwarden waert sake dat Wijnant van Doerninck aflijvich worde sonder wittelike levende gebuerte van joufvrouwe Grieten vorsz. , soe sal joufvrouwe Griete vorsz. uijt varen mit oere medeghaven, mit oere lijftochten, mit oeren vrouweliken cleijnot, mit oere morgenghaven, of sij verschenen waren ende mit allen alsulken goede alse van oere wegen aen Wijnant gekomen waren sonder schout ende storve joufvrouwe Griete vorsz. eer Wijnant vorsz. sonder levende witttelike gebuerte soe soelen oer erfgenamen uijtvaren mit alsulken goede als sij aen Wijnant gebracht hedde of van oere wegen aen Wijnant gekomen waren sonder schout.
Item soe sal men den brieff, daer Wijnant ende joufvrouwe Lij
sebett vorsz. den thijnde tot Elst gelegen ijn gevest is, leggen in ghewaerde hant, ther tijt toe dat sij mallicanderen gevest hebben aen den selven tiende voer den leenheer als vorsz. is.
Ende alle dese punten
ende vorwarden vorsz. soelen volscien tusschen dit datum des briefs ende sente Johans misse te middesoemer naest comende, sonder argelist ende alle dinck is te verstaen sonder ferpel ende sonder argelist. Ende dese brieve sijn twee van woerdente woerden alleens ijnhoudende der elke partie vorsz. een heeft. In orkonde dese vorwarden vorsz. soe hebben wij hilixlude ende maghe vorgen. desen brieff mit onsen segelen besegelt. Gheschiet ende gescreven int jaer ons heren dusent vier hondert ende seven des wonsdages nae sente Martijnsdach in den wijnter.

Op Mathie apostoli 1423 bekennen Willem van Keppell Hermanni bastart en Weijndell, zijn vrouw, schuldig te zijn Wijnandus [van] Doernick en Johannes Mijnschart, nu ter tijd burgemeesters, ad usus Gerardus, zoon van Weijndell, die zij behouden heeft van Tricus Lewert, de bonis a patre delegatis per amicos suos als Gaetfridus Gerardi, avunculus suus, en Henrick Brouwer, 213 Arnhemse Rijnse gl., [te betalen] Pasen toekomende over 3 jaar; si defectus in predictis puntibus expandare ex omnibus bonis, tegenwoordige en toekomstige; voorts tot welker tijd dat Gerijt voorzegd dit voorgemelde geld boert, zo zal hij zijn moeder voorzegd vertichnisse doen de omnibus bonis a morte patris ten waar dat hem docht dat hem meer daarvan boerde dan voorzegd is; daarvoor mag hij zijn moeder voorzegd toespreken; die zal hem daarvan “gult” of recht.

Op 1 januari 1424 ‘op den heiligen Cirsdach’ ende feodalibus eisdem ontfangt Lijsbecht van Dornick ene Wiltforsters goit gelegen tot Delen mit sijnen toebehoeren tot Zutph. rechten Ende Wijnant van Dornick hoer brueder heeft vur hoir gehuldt als ene momber.

Op 12 januari 1428 ‘des manendaiges nae den heiligen derthien daige’ ontfangt Wijnant van Dornich een Wiltvoerster leengoit mit sijnen toebehoeren gelegen tot Delen. 

 

(?) Uit een 1e huwelijk of relatie:

Willem van Doirnick