Willem Borre van Doernic, schepen van Arnhem (1364, 1368), zoon van Willem Borre van Doernic, overleden > 10 december 1420
Gehuwd met
Gude Wijnants Wijnants Ridder, dochter van Wijnant Wijnantsz Ridder
Bronnen: 1) geldersarchief.nl, 2) Oorkondenboek van het geslacht Doornick of Doorninck tot op 1813, P.N. van Doorninck. Haarlem, 1894
Op 6 januari 1377 wordt landvrede of verbond gesloten tusschen Jan van Blois en zijne gemalin Mechteld van Gelre, hertogin van Gelre, en ridders en knapen van Over- en Neder Betuwe, Tieler- en Bommelerwaard en de Veluwe, benevens de steden Huussen, Tiel , Bommel, Wageningen, Harderwijk, Elburg en Hattem. Onder de ridders en knapen komen voor Gherit van Doernick, Wouter van Doernick Berthoutszn, Willem van Doernick, Herberen van Doernick en Jan van Doernic.
Op 1 december 1382 ‘des Manendages nae Sente Andries dach des apostels’ oorkonden Henric van Aller en Henric Beteric, schepenen te Arnhem, dat Willem Borre van Doernic en diens vrouw Goede hun dochter Marije gezet hebben in ee hoeve hout in Arnhemmermarck en in een daarbij hoorenden morgen land in Arnhemerbroec.
Op 14 mei 1401 ‘des Zaterdaghes na onses Heren hemelvaerdsdagh’ zegelen de broers Willem, Otte en Johan van Doernic een transport van Johan van Doernic van het erf en goed te Zenderen, zoals dat ligt in het gerecht van Rijssen en in het kerspel van Wierden, met akkers, weiden, turf, hout, water, en alle andere toebehoren en rechten, aan Iden Roelvesdochter en haar zoon Johan, om het erfelijk en eeuwig als eigen bezit te hebben en te houden.
Op 5 april 1404 ‘des Saterdages na den heiligen Paeschdaghe’ oorkondt Heer Dirc van Lijenden, ridder, heer tot Hemmen, dat Willem Borre van Doernic Willem Borrenzoen van Doernic schuldig erkent te zijn aan Lubbert Pothave en Henrick van Wormingen 200 geldersche guldens, met als onderpand zijn tienden grof en smal te Orden en Berchuijs in het kerspel Apeldoorn, leenroerig aan oorkonder.
Op 23 augustus 1409 ‘op sunte Bertolomeus avent des heijligen apostelen’ erkent Jan van Steenbergen, oudste zoon van Gherit van Steenbergen, erkent als Zutphensch leen ontvangen te hebben het huis te Doernic met 60 morgen land, zoals Bertout van Doernic dit van heer Borre van Doernic, zijn broeder, te placht houdt.
In 1411 dragen Johanna, weduwe van Vrederic Joe, Johan en Vrederic die Joede, over aan Willem van Doernic en Johan Kuseman 26 morgen 3 hont onder Dornick.
Op 10 december 1420 ‘des Dijnsdages na Onser Liever Vrouwen dach Concepcionis’ oorkonden Wijnant van Doirnick en Henrich van Brienen, schepenen te Arnhem, dat Wijnant Ridder overgedragen heeft aan Willem van Doirnick Borren zoon, een rente van een oud schild ’s jaars, gaande uit zijn huis aldaar, genaamd Vosshael, en het daertoe behoorende land in het Broick.
Uit dit huwelijk:
1 Marije van Doornick
2 (?) Wijnant van Doirnick
3 Lijsbeth Borren van Dornick