Cornelisz, Adriaen (ca. 1615-1673/75)

Adriaen Cornelisz, schepen van Woudenberg (1648), zoon van Cornelis Adriaensz, geboren ca. 1615, overleden 1673-1675 te Woudenberg

Gehuwd ca. 1640 met

Weijmtgen Everts, geboren ca. 1620, overleden 1696-1705

 

Bronnen: 1) archiefeemland.nl, 2) hetutrechtsarchief.nl, 3) oudscherpenzeel.nl, 4) Oudschildgeld Woudenberg en Geerestein 1536-1775. Historische toegangen van de Gelderse Vallei, deel 13. Bureau voor Familie-Historie, Woudenberg 1993, 5) Slaperdijkgeld Woudenberg, Leusden c.s., Renswoude 1653. Historische toegangen van de Gelderse Vallei, deel 19. Bureau voor Familie-Historie, Woudenberg 2000, 6) Huisgezinnen Woudenberg en Geerestein 1675. Historische toegangen van de Gelderse Vallei, deel 11. Bureau voor Familie-Historie, Woudenberg 1990, 7) Haarstedengeld gerecht Woudenberg. Historische toegangen van de Gelderse Vallei, deel 12. Bureau voor Familie-Historie, Woudenberg 1990, 8) Familiegeld 1675 (-1724) in Eemland. Eemlandse Klappers 29. J.H.M. Putman en H.A. Burgman-Feenstra, Hollandsche Rading 1998.

In de periode 16421649 pachten Adriaen Cornelisz en Weijmtgen Everts 4 morgen land op Ekeris van Armen De Poth te Amersfoort. In het overzicht van Slaperdijkgeld van Woudenberg uit 1653 is opgenomen ‘Adriaen Cornelisz met zijn vrouw Weijntgen Everts, huurder van de Poth van een boerderij aan Ekris, bezuiden Bruinenburg’. Zij zijn in 1674 nog steeds als huurders vermeld.

Op 15 januari 1667 machtigt Meys Gerritss, mede-erfgenaam van Peter Willemss zijn overleden grootvader, zijn grootmoeder Jenneken Jans, weduwe Peter Willemss, om zijn erfportie in een huis, hofstede en 6 morgen land op Eeckryst te Woudenberg over te dragen op Erris Corneliss. In de periode 16671673 huren Adriaen Cornelisz en Weijmtgen Everts 10 morgen land op Ekeris van Armen De Poth te Amersfoort.

In 1675 in het overzicht van familiegeld van Woudenberg is opgenomen ‘Weduwe van Aris Cornelissen, op Eekris, met meerderjarige en minderjarige kinderen, te betalen nihil’.

In de periode 1680-1685 zijn meerdere processen tegen Weijmpje Everts, weduwe van Arien Cornelisz:

1 ) Op 12 februari 1680 eist Rutje Raeijmakers betaling van de weduwe van Arien Cornelisz van 6 gulden en 10 stuivers voor gemaakt wagenwerk. De weduwe moet betalen,

2) Op 16 februari 1682 eist Gijsbert Evertsz betaling van Egbert Gerritsz en de weduwe van Arien Cornelisz. Gijsbert Evertsz eist eerst dat Egbert Gerritsz terug komt als zijn knecht. Hij heeft zijn dienst zonder overleg na zes weken verlaten en is bij een ander gaan werken. Hij moet de proceskosten van 1 gulden 5 stuivers betalen. De uitspraak is conform de eis,

3 ) In 1685 heeft de Armen De Poth te Amersfoort een arrest tegen de weduwe van Adriaen Cornelis, wonende op Ekris tot Woudenberg. Borgen zijn  Evert Adriaensz, Jan Arrisz en Geurt Adriaens,

4) Op 30 maart 1685 procedeert Hendrick Corneliss van Haxfoort, wonende onder Woudenberg als man en voogd van Maria Corneliss, een kind en erfgenaam van Cornelis Ariens een mede-erfgenaam, voor het Hof van Utrecht contra Weijmpie Everts, weduwe van Arien Cornelis, Evert Ariens, Gerrit Ariens, Hendrick Gerrits x Gerrigje Ariens, Jacob Reijers gehuwd met Aeltie Ariens, Jan Adriaensz gehuwd met Marrigje Ariens, alle kinderen en mede-erfgenamen van de voorschreeve Arien Cornelisz, wonende Woudenberg.

In 1686 (Oudschildgeld) is de weduwe van Arien Cornelisz gebruiker van land van de Poth van Amersfoort, te weten ’16 mergen lants op Ekeris’ (OS 29) en ‘8 mergen op Ekeris’ (OS 4). Dit laatste lag in het noorden van Ekeris van de Ekerisse Wetering tot de Zegheweg. Het gebruik van beide stukken land is in 1696 overgenomen door haar zoon Geurt. In 1686 en 1696 is Erris Cornelisz weduwe van Meersbergen en in 1706 tot 1725 zijn Erris Cornelisz erfgenamen van Meersbergen, eigenaar van 6 mergen land op Ekeris (OS 85). Gebruikers zijn zoon Cornelis (1686) en schoonzoon Claes Evertsz (1696-1725).

In het uitzettingsoverzicht famliegeld van 1688-1691 is opgenomen ‘weduwe van Arien Cornelisz, te betalen heffing gedurende die jaren minimaal 7 guldens 4 stuivers en maximaal 7 guldens 10 stuivers’. Hetzelfde overzicht van 1694-1705 vermeld ‘weduwe van Arien Cornelisz en / of zoon Geurt Ariensz, te betalen heffing gedurende die jaren minimaal 3 guldens en maximaal 18 guldens en 10 stuivers’. In het overzicht van Haarstedengeld uit 1693 is vermeld ‘de weduwe van Arien Cornelisz, bruijckster en de Poth tot Amersfoort eijgenaar en bij haer soon opgegeven, 2 haarsteden’.

 

Uit dit huwelijk:

Cornelis Ariensz, overleden < 30 maart 1685

Gerritje Adriaans

Merritje Ariens. Gehuwd Cornelis Meusz, zoon van Meus Petersz en Aeltgen Hendricks, overleden < 10 juni 1673. Gehuwd in 1673 met Jan Arrisz op Ekeris, overleden > 1706

Evert Adriaensz, overleden > 16 februari 1682

Aeltje Adriaens. Gehuwd met Jacob Reijersz, zoon van Reijer Jacobsz, gedoopt (?) 17 maart 1644 te Scherpenzeel, overleden > 1686

Mettien Ariens. Ondertrouwd op 31 maart 1688 en gehuwd op 18 april 1688 te Woudenberg met Hendrik Hendriksz

Geurt Ariensz