Johan de Coninc, heer van Emmeklaar en Langenoorde, schepen van Amersfoort (1389) en Utrecht (1391-1417), ouderman, zoon van Godevaert Tijdemansz de Coninck en Beatrix van Arnhem, overleden (?) 1419
Gehuwd met
Mechteld Johans van Rijn
Bronnen: 1) Het geslacht De Coninck, J.A.R. Kymmeli. In: De Navorscher, jrg. 69 (1920), 2) Het Utrechtse geslacht De Coninck, G.A. Six. In: De Navorscher, jrg. 24 (1874), 3) hetutrechtsarchief.nl, 4) archiefeemland.nl, 5) razu.nl, 6) NT00061_12. Nadere Toegang op inv. nr 12 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 7) onsvoorgeslacht.nl, 8) Repertorium op de lenen en tijnsen van de abdij Sint Paulus, 1221-1667, J.C. Kort, 9) utrechtvroeger.nl
NB: Er is onduidelijkheid over het jaar van overlijden van Johan de Coninc. J.A.R. Kymmeli beschrijft in 1920 dat Johan volgens Gen. en Herald. Bladen VI, 253, vermoedelijk leeft tot 1419. Volgens Nederlandsche Heraut (deel VI, bl. 17) leefde hij nog tot 22 mei 1439.
Links het zegel van Johan de Coeninc op 3 maart 1403. Randschrift: /S.I[O]HAN/DE.CO///NINC. Beschrijving wapen: Drie kronen van drie bladeren. Het schild gelegd op een uitgerukte boom, en ter weerszijden gehouden door een aanziende leeuw (Bron: Het Utrechts Archief, Ridderlijke Duitsche Orde Balije van Utrecht, inventarisnummer 686.0).
Op 28 september 1384 St. Michielsavont voor Beernt Proeijs in sinen gerecht Oestveen compareren Jfr. Mechtelt die Johan Clercs wijf was en Johan de Coninc, hoiren swagher en transporteren drie delen van 14 morgen.
Op 30 september 1395 een pachtbrief van St. Marie voor Johan Godert Conincss van de tijende van Wiltenborch en de hoge en vrije rechtspraak.
Op 1 oktober 1406 is Jan de Koning met ledige hand met zijn goed beleend met het goed te Emmeklaar en Langenoorde, gerecht, tijns en tienden, wild en tam en toebehoren.
In 1434–1436 morgengeld Bunnik: Jan die Coninck 10 morgen.
In 1437 ‘des anderen dach na Judica’ Henric van den Rijn geeijghent, als een voegt van Johan van Nijenrode van Velsen, op Steven Kael voer 5 wilh. scilden als een jaar pacht an dat vierendeel van koerne op land dat Steven bruukt – dat land legt tot Wiltenborch mijt Gijsbert van Nijenrode van Velsen en Johan die Coning gemengde voren, alst hem aenbestorven is van Margrieten dode Henrickxdr van Rijn, sijn moeder.
In 1434–1436 morgengeld Doorn: Jan die Coninck deel lants 15 oudschild, Jan die Coninck 3 mud rogghe.
Op 9 maart 1438 Willem Zuermont van Hindersteeijn krijgt het goed te Cruijsberch, opt Laer en tGroete Veen int kerspel van Doern over Tijman die Edel en Evert v/d Polle. Hij transporteert dit goed op Johan de Coninck, de goederen worden gebruikt door respectievelijk Evert Gerijtss, Willam Claess en Griete Bitters.
Op 5 oktober 1440 is Jonge Johan die Coninck, na dode van Johan die Coninck zijn vader, beleend met alle goederen in Doern: Cruijsberch, opt Laer en het Grote Veen. Over: Goijert die Coninck en Johan van Zulen van Blickenborch.
Uit dit huwelijk:
2 Geertruid de Coninck. Gehuwd met Frederick van Voirde
3 Johan de Coninck, schepen van Utrecht (1424-1451). Gehuwd met Alid Stevens van Steen, dochter van Steven van Steen en Wittert van Hoogland, overleden < 1460. Gehuwd met Alid Bernds Proeijs, dochter van Bernt Proeijs en Gode van Lichtenberg
4 Beatrix de Coninck, non te Oudwijk, overleden 1448
5 Lijsbeth de Coninck. Gehuwd met Jan van Sevender
6 Alexander de Coninck
7 (Jonge) Jan de Coninck, schepen en raad te Utrecht (1447-1453)