Draeckenborch, Werner van (->1372)

Werner van Draeckenborch, eerste kameraar (1356-1357, 1364-1378), schepen (1358-1359) en schout van Utrecht (1360-1364), zoon van Vrederic Wernersz van Draeckenborch, overleden > 11 augustus 1372

Gehuwd met

Lisbeth van Ruwele, dochter van Ghisebrecht van Ruwele, overleden < 1351

Gehuwd met

Johanna Jacobs van Lichtenberg, dochter van Jacob van Lichtenberg en Mechteld NN, overleden < 21 augustus 1357

 

Bronnen: 1) De Heeren van Goye, dr. P.G.F. Vermast. In: De Nederlandsche Leeuw, LXVIIe jaargang, no. 7, juli 1950, 2) hetutrechtsarchief.nl, 3) razu.nl, 4) NT00061_20. Nadere Toegang op inv. nr 20 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 5) NT00061_32. Nadere Toegang op inv. nr 32 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 6) NT00061_45. Nadere Toegang op inv. nr 45 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 7) NT00061_50. Nadere Toegang op inv. nr 50 uit de Collectie Digitale Bronnen (61). M.S.F. Kemp, Februari 2018. Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht, 8) Catharina van de Nesse, de vrouw van Willem van Montfoort, en een zoenovereenkomst uit 1309, B. de Keijzer, 9) Drakestein, Ben Olde Meierink. In: Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht. Stichting Utrechtse Kastelen, 1995, 10) Drakensteyn. Op: nl.wikipedia.org

Boven een foto van een 14e eeuws grafmonument van een ridder uit het geslacht Drakenborch. Gezien de datering (1370-1390) is deze vermoedelijk van Werner van Draeckenborch. Het is vermoedelijk afkomstig uit de kerk van het voormalige Predikheren- of Sint Andreasklooster te Utrecht (?); volgens de overlevering uit de kapel van het voormalige Wittevrouwenklooster. In 1838 werd het vanuit het bolwerk Morgenster overgebracht naar het Stadhuis (Bron: hetutrechtsarchief.nl, catalogusnummer Catalogusnummer 835476).

Op 3 december 1351 ‘Donderdach na St Andriesdach’ huurt Elias Trant van Warnaer van Drakenborch 10 m te Jutfaas.

Op 28 september 1352 ‘ St Michielsavont’ huurt Ghijsebrecht Nannekijn van Warnaer van Drakenborch 1 hoeve (ws. te Jutfaas).

Op 31 juli 1356 een notariële acte waarbij het kapittel door het zeventuig in bezit wordt gesteld van ½ hoeve in Vulcoep -Werner de Drakenborch -Johannes Meijnaert -Johannes Sloijer -Ludekiin Oedensoen per matre Lubbe -Ghiselbertus de Vijanen et de Goije-Gerardus famulus -Jutte domicelle Uten Werde nomine domicelle necnon (?) -Egidius filius Gerardi nomine Hubert de Sconouwen.

Op 21 augustus 1357 ‘Maendach na Onse Lieve Vrouwedach’ Johan Wten Weerde borger Utrecht gelooft Wernaer van Draeckenborch dat hij Jfr Sophie mijn wijf, zijn dochter, zal bewijzen wat haar aankwam van haar moeders dood en van heer Vrederick van Drakenborch haar oudevader, uitgezonderd de goederen die Wernaer mit Jfr
Sophie mijne wijve zijn dochter in medegave gaf, als hierna beschreven: 2 viertelen in Jutfaas aan de oostzijde van de Rijn die Jacob Loeffensone pacht, de helft van Scorperhoeff onderdeeld te Jutfaas aan de oostzijde van de Rijn, die Hedekiin Wulfenss pacht; verder land te Odijk, Vuijlkoop, Maerssenbroeck en huizen te Utrecht.
Tevens meldt Johan uten Weerde borger Utrecht dat Jfr Sophie Wernersd van Drakenborch zijn vrouw als medegave kreeg van haar vader, o.a. 12 m op Strimaet die Willam van Oestrum pacht en ziet af van wat haar aankomt van haar moeders dood en van heer Vrederick van Drakenborch haar oudevader.
Tevens meldt Johan Wten Weerde borger tUtrecht dat Jfr Sophie Wernersdr van Draeckenborch zijn vrouw als medegave van haar vader kreeg o.a. 3 m in Vuijlcoep aen die Watermoelen, die Johan van Beesde in pacht heeft en hij ziet t.b.v. Werner vrsz af van wat haar aankwam van haar zaliger moeder en van zaliger her Werner van Draeckenborch haar oudevader.

In 1359 geeft het kapittel van de St. Jan in Utrecht voor een periode van de 28 jaar De Vuursche met bijbehorende venen etc. in erfpacht uit aan Werner van Drakenborch. 

Op 1 februari 1362 uitgifte in erfpacht door priorin en convent van Vrouwenklooster aan bisschop Jan van Arkel ten behoeve van het Sticht Utrecht van een stuk veen aan De Vuursche tussen het veen van Werner van Drakenburg en Soest met de dagelijkse rechtsmacht en de tiend, met akte waarbij bisschop Jan van Arkel verklaart deze in erfpacht te hebben ontvangen. Tevens uitgifte in erfpacht door priorin en convent van Vrouwenklooster aan bisschop Jan van Arkel van een stuk veen in De Vuursche met de hofstede van Werner van Drakenburg en met de rechtsmacht en de tiend.

Op 30 juni 1364 stelt de domdeken Henric De Weijda, als vicaris-generaal sede vacante, Werner van Drakenborch, schout van Utrecht, op nieuw als zoodanig aan. Werner van Drakenborgh, schout te Utrecht, verbindt zich om zijn ambt niet langer meer in naam van de afgetreden en naar Luik verplaatste bisschop Jan IV van Arkel, maar zijn opvolger uit te oefenen.

In 1367 een dingtaal tussen Weernaer van Drakenborch en Dirc den Bolen. Dirc heeft een huijs naast Vrederickx steenhuse haren Weernaerssoen, daer hij enkele vensters beloofde niet te timmeren. Weernaer toent deze brief en wil betimmering doen verwijderen.

Op 10 augustus 1372 transporteert Ermbrecht Pellecusen voor deken en capittel ten Dom de leenweer van de helft van de tienden aen Nijendijck, daer Jfr Jutte Herberensdr Overdievecht, Tidemanswijf van Zulen van ons de andere helft in pacht heeft. Nu beleend Wernaer van Drakenborch, na Erembert, na Johan van Damassche. Op 11 augustus 1372 transporteert Jfr Lizabeth Johans wijf van Damassche met haer man aan Wernaer van Drakenborch alsulc lijftocht aen de helft van de tijende van Nijendijck.

 

Uit het 2e (?) huwelijk:

1  Vrederic van Draeckenborch

2  Sophie van Draeckenborch. Gehuwd met Johan Wten Weerde