Kwartierstaat Brouwer – Generatie 6

Generatie 5 <   Namenlijst   > Generatie 7


32  Coenraad Pieters Brouwer, gardenier (-1830), soldaat (1830-1834), arbeider te Delft (1838), venter, werkman, boutenmaker (1843-1849), zoon van Pieter Coenraads Brouwer en Antje Arjens Keijzer, geboren 5 juni 1797 te Sint Annaparochie (#), gedoopt 27 augustus 1727 te Sint Annaparochie, overleden 31 juli 1849 te Utrecht (#)

Gehuwd op 4 maart 1846 te Utrecht (#/#/#/#) met

33 Maria van der Kleij, katoenspinster, werkster, dochter van Jillis van der Kleij en Catharina den Brabander, gedoopt 13 februari 1807 RK te Wateringen (#), overleden 20 april 1858 te Utrecht (#)

Op 1 december 1829 verkoopt Coenraad Pieters Brouwer, gardenier te Sint Annaparochie, zijn deel van een huis en bouwgrond te Sint Annaparochie (uit de erfenis van zijn vader ?) aan zijn zwager Pieter Hendriks van Dijk, gardenier te Sint Annaparochie.

In die jaren is onvrede ontstaan in het katholieke Franstalige zuiden van het Koninkrijk der Nederlanden, het tegenwoordige België, tegen het beleid van de protestantse koning Willem I. In de zomer van 1830 groeit de onrust uit tot een opstand. Op 4 oktober 1830 wordt de onafhankelijkheid van België uitgeroepen. Grote delen van Vlaanderen tot Limburg vergeten hun twisten met de Franstaligen en scharen zich achter de opstand tegen Holland en koning Willem I. De koning besluit zijn volk te wapen te roepen. In een proclamatie, die op 5 oktober 1830 wordt aangeplakt, laat koning Willem I weten hoezeer hij de hulp van zijn trouwe onderdanen nodig heeft om het koninkrijk te redden: “Uwe krachten, bewoners der getrouwe gewesten ! worden in deze oogenblikken tot bescherming van uw geboortegrond vereischt (…). De grondwet schrijft, in omstandigheden gelijk die waarin wij thans zijn geplaatst, het dragen van wapenen voor als een der eerste plichten van alle ingezetenen van het rijk. Dit voorschrift komt met uwe wenschen overeen. Welnu ! Te Wapen op de dringende bede van uwen vorst. Te Wapen, voor de zaak van orde en van recht. Te wapen, onder ootmoedig en biddend opzien tot den almachtigen God, die Nederland en Oranje zoo dikwijls uit de grootste gevaren heeft gered.”

Willem’s oproep tot strijd wordt met groot enthousiasme begroet. Ook Coenraad voelt zich aangesproken en meldt zich aan. Zijn grootvader Conraad Kuhn diende al onder de prins van Oranje en er was weinig meer wat hem in het noorden van Friesland hielt. Hij noemt zich van dan af aan Coenraad Coenraads, naar zijn grootvader, en komt op 29 oktober 1830 als fuselier terecht bij de 8e Afdeling Infanterie (zie links afbeelding van een fuselier). Hij is op die datum ingeschreven in het stamboek van de 8e Afdeling Infanterie (#). Zijn signalement luidt: aangezigt ovaal, voorhoofd hoog, oogen blauw, neus ordinair, mond idem, kin spits, haar bruin, wenkbraauwen idem, merkbare teekenen geene, lang 1 ellen 7 palmen 3 duimen 4 strepen (= ca. 173 cm).

Na het bombardement van Antwerpen door de Hollanders op 27 oktober 1830 en de inname van Venlo door de Belgen op 11 november 1830, wordt stil aan het militaire front. Het is tijd voor internationale diplomatie. Door een grote halsstarrigheid van koning Willem I levert dit echter weinig op. Ondertussen blijft de situatie in het zuiden uiterst gespannen. De matelaarsdood van Jan van Speijk, op 5 februari 1831, leidt tot een grote golf van nationalistische euforie en schenkt de Nederlandse bevolking weer enig vertrouwen. De bereidheid om het land te dienen en het ‘muitend gespuis’ in het zuiden een lesje te leren, neemt sterk toe. Op 2 augustus 1831 geeft koning Willem I zijn 37.000 manschappen met een kracht “Voorwaarts !” opdracht het zuiden aan te vallen, het is het begin van de Tiendaagse Veldtocht (zie tekening rechts). Coenraad bevindt zich dan, sinds 21 februari 1831, bij de 2e Afdeling Infanterie. Hij is op die datum onder nummer 19992 ingeschreven in het stamboek van de 2e Afdeling Infanterie (#). Zijn signalement luidt dan: aangezigt ovaal, voorhoofd hoog, oogen blaauw, neus ordinair, mond idem, kin spits, haar bruin, wenkbraauwen idem, merkbare teekenen geene, lang 1 ellen 7 palmen, 3 duimen 4 strepen.

Het zwaartepunt van het eerste deel van de opmars ligt bij Coenraad’s 2e Afdeling Infanterie. Zij zet, na zich in de omgeving van Poppel te hebben verzameld, op 2 augustus 1831 de opmars in langs de as Tilburg – Turnhout – Diest. Op 3 augustus 1831 zet de 2e Afdeling Infanterie ‘s morgens de opmars door met de opdracht Turnhout en Oud-Turnhout, ieder met een Brigade Infanterie, te bezetten. Nadat de Nederlandse en Belgische artillerie over en weer enkele schoten heeft gelost, verlaat de Belgische bezetting Turnhout in de richting van Kasterlee en trekken de Nederlandse troepen omstreeks 15 uur Turnhout en Oud-Turnhout binnen. Dat de Nederlandse troepen deze beide plaatsen zonder slag of stoot in handen kunnen krijgen, is het gevolg van het feit dat generaal Niellon opdracht heeft gekregen zich bij het Schelde leger te voegen. De volgende dag rukt de 2e Afdeling Infanterie, zonder verdere moeilijkheden, door naar het zuiden en bezet Geel. Op 5 augustus 1831 rukken ze zonder moeilijkheden door naar Dies. Hier is een detachement vijandelijk cavalerie gelegerd, dat echter bij het naderen van de Nederlandse troepen ijlings de stad verlaat. Het grootste deel van de 2e Afdeling Infanterie wordt nu in Diest en de onmiddelijke omgeving gelegerd. Het overig deel krijgt opdracht om Sint Truiden te bezetten, wat op 7 augustus 1831 gebeurt.

De Prins van Oranje, WIllem II, vermoedt het plan van de Belgische generaal Daine om Hasselt hardnekkig te verdedigen met zijn Maasleger. De Prins bedenkt daarop een concentrische aanval op Hasselt ter vernietiging van het Maasleger. De 2e Afdeling Infanterie krijgt daarop op 8 augustus 1831 de opdracht om de plaatsen Wimmertingen en Herk Sint Lambrecht te bezetten. Het doel van deze opstelling is het Maasleger te beletten om naar Tongeren uit te wijken. De bevelen aan de 2e Afdeling Infanterie wordt echter te laat ontvangen, waardoor een groot deel van het Maasleger de lijn Wimmertingen – Herkt Sint Lambrecht reeds is gepasseerd voordat de brigades Infanterie ter plaatse zijn. De voorhoede van de brigades komt in gevecht met de afdelingen die het Maasleger niet zo snel kunnen volgen. Bij Herk Sint Lambrecht wordt een vijandelijke afdeling onder vuur genomen door de Infanterie en vervolgens door een achtervolgend Eskadron Lansiers totaal verstrooid, waarbij een aantal krijgsgevangen wordt gemaakt. Het Maasleger trekt zich vervolgens terug en wordt door de Nederlanders buiten gevecht gesteld. Alle aandacht is vervolgens gericht op het Scheldeleger. De Prins van Oranje besluit om het Scheldeleger in te sluiten, waarna het van drie zijden door het Nederlandse leger kan worden aangevallen. Na de vernietiging van het Scheldeleger, verzameldt het Nederlandse leger zicht ten westen van Leuven om tot bekroning van de veldtocht Brussel binnen te rukken. De Afdeling Infanterie trekt daartoe westwaarts met als opdracht het omtrekken van Leuven.

Op 10 augustus 1831 roept de Belgische koning Leopold I de hulp in van het Franse leger. In de avond van 11 augustus 1831 ontvangt de Prins van Oranje van Koning Willem I een bericht waarin hem officieel wordt meegedeeld dat het Franse leger België is binnengerukt en dat de vijandelijkheden onmiddellijk moeten worden gestaakt zodra de Franse troepen komen opdagen. Het Nederlandse leger mag in geen geval van Brabant worden afgesneden. In verband met deze toestand besluit Prins Willem II dat de 2e Afdeling Infanterie bij Sint Joris Weert de Dijle moet overtrekken om daarna bij Leefdaal en Berten de straatweg naar Tervuren af te sluiten. Door de 2e Afdeling Infanterie zo op te stellen, is het mogelijk om de IJzeren Berg, aan de westzijde van Leuven, aan te vallen. In de vroege ochtenduren van 12 augustus 1831 wordt de aanval door de Nederlandse troepen op Leuven ingezet. De 2e Afdeling Infanterie trekt de IJzeren Berg op, waarbij de vijand geen weerstand biedt maar zich terugtrekt op Leuven. Omstreeks 15 uur ontvangt de commandant van de 2e Afdeling Infanterie het bericht “Staakt het vuren”. Een ruitergroep met een witte vlag overhandigt de Prins een brief van de Engelse gezant te Brussel. In deze brief wordt de wens van Engeland en Frankrijk tot uiting gebracht dat de vijandelijkheden worden gestaakt. Tevens is vermeldt dat ieder schot dan na ontvangst van de brief wordt afgegeven door beide mogendheden wordt beschouwd als een oorlogsverklaring en dat het Franse leger tot nabij Wavre is opgerukt. De Prins eist op zijn beurt dat zijn troepen de voor deze dag gestelde marsdoelen kunnen innemen en Leuven zich zal overgeven. De Belgen accepteren deze voorwaarden. Op 14 augustus 1831 aanvaart het Nederlandse leger de terugmars naar Nederland.

In Nederland wordt de Tiendaagse Veldtocht als een grandioze overwinning gevierd. Alle soldaten worden geridderd in de orde van Het Metalen Kruis, gemaakt uit buitgemaakt geschut (zie tekening links). Later zal deze speciaal voor de gelegenheid gestichte ridderorde ijveren voor de totstandkoming van een nationaal monument op de Dam te Amsterdam, ter nagedachtenis aan de strijd tegen de Belgen. Coenraad ontvangt Het Metalen Kruis op 5 april 1832. Hij bevindt zich dan al, sinds 27 september 1831, bij de Afdeling Grenadiers. Nog tot 1834 dient Coenraad bij het Mobiele Leger. Op 9 juli 1837 ontvangt hij ‘als vrijwillig geëngageerd voor 6 jaar en 13 dagen met twintig gulden handgeld zijnde deszelfs vorige Diensten, bekomen Wonden, gedane Veldtogten en bijzondere Daden’ een paspoort (#) waarmee ‘alle Civiele en Militaire Autoriteiten worden verzocht den gemelden Brouwer, Coenraad Pieters vrij en onverhinderd te laten passeren, en, desnodig, hulp en bijstand te verleenen’. Coenraad wordt op het paspoort als volgt omschreven: lang 1 ellen 7 palmen 3 duimen en 4 strpen, aangezigt ovaal, voorhoofd hoog, oogen blauw, neus ordinair, kin spits, haar bruin, wenkbrauwen bruin, hebben geene merkbare teekenen’.

Coenraad belandt in Delft, waar hij Maria van der Kleij leert kennen. Maria is geboren in Wateringen en verlaat de gemeente in 1826 (#), mogelijk al naar Delft om te werken als werkster. Coenraad en Maria wonen in 1838 aan de Gasthuislaan wijk 1 No. 275 en in 1841 aan de Bastiaansteeg wijk 1 No. 176 in Delft. In 1842 trekken ze naar Utrecht, waar ze gaan wonen aan ‘t Zand 307 in Wijk C. Hier leven ze in armoede. Coenraad verdient zijn brood als venter, werkman en boutenmaker. Wijk C wordt in die tijd gekenmerkt door zeer kleine en ongezonde huizen. Als in 1848-1849 een cholera epidemie uitbreekt in Utrecht, kan de ziekte zich in wijk C gemakkelijk verspreiden. Coenraad en zijn zoon Willem zijn slachtoffer. Coenraad overlijdt op 31 juli 1849 op 52-jarige leeftijd. Het gezin blijft aanvankelijk wonen op het Zand, zie bevolkingsregister (#). De oudste zoon Pieter Coenraad verdient de kost voor het gezin als katoenspinner. Daarna verhuizen ze naar de Lange Nieuwstraat 60 waar Maria werkt als werkster, zie bevolkingsregister (#). Ze overlijdt op 20 april 1858 op 51-jarige leeftijd.

Voor en uit dit huwelijk:

1  Pieter Coenraad Brouwer, katoenspinner, courantenbestelder, azijnmaker, militair (1860-1877), kanonnier 1e klasse bij het Wapen der Artillerie bij de KNIL, geboren 8 september 1838 te Delft (#), overleden 25 november 1877 te Kampong Makassar (Indonesië)

2  Antje Brouwer, dienstbode te Bunnik (tot 1863), veehoudersmeid, geboren 18 maart 1841 te Delft (#), overleden 19 april 1927 te Oudewater (#). Gehuwd op 16 maart 1866 te Rietveld (#/#) met Nicolaas Hogenboom, boerenknecht, zoon van Krijn Hogenboom en Adriana van Wijk, geboren 15 augustus 1834 te Oudewater, overleden 12 februari 1899 te Oudewater (#)

3  Jillis Brouwer

4  Willem Brouwer, geboren 29 januari 1846 te Utrecht (#), overleden 26 juli 1849 te Utrecht (#)

5 Arjen Brouwer, schilder, geboren 26 november 1848 te Utrecht (#)


34  Adrianus Houtkamp, schoenmaker, zoon van Hendrik Houtkamp en Adriana Verhoeven, gedoopt 6 november 1789 RK in de St. Martinuskerk te Utrecht (#), overleden 29 december 1841 te Utrecht (#)

Gehuwd op 1 november 1815 te Utrecht (#/#/#) met

35  Maria Elisabetta Verhoeven, dienstmeid (1815), turftonster (1840), dochter van Adrianus Verhoeven en Jannetje Kuijt, gedoopt 15 maart 1786 in de Domkerk te Utrecht (#), overleden 22 november 1845 te Utrecht (#)

 

Adrianus en Maria Elisabetta groeien allebei op in Utrecht, Adrianus in de Jufferstraat bij de Wittevrouwenpoort. Ze zijn neef en nicht. Ze maken de Franse bezetting mee van 1795 tot 1813. De Franse bezetting en de oorlog met Engeland zorgt voor armoede, maar geeft de Rooms Katholieken meer vrijheden. Op de afbeelding links de intocht van de Kozakken in Utrecht bij de Wittevrouwenpoort in 1813.

Zij wonen op de Ballemakerstraat (Wijk H no 266), zie volkstelling 1820 (#), 1830 (#) en 1840 (#).

In 1841 wordt Adrianus ziek of krijgt een ongeluk, hij overlijdt in het Utrecht’s ziekenhuis in 1841 op 52-jarige leeftijd. Maria Elisabetta verhuist naar de Mijlpoort 254 in Wijk C. Zij overlijdt vier jaar later, in 1845, op 59-jarige leeftijd. In de memorie van successie verklaart ‘Cornelius Laurentius van Leusden, apothecar in betrekking als mede regent van het Roomsch Catholiek weeshuis te Utrecht in de Minrebroederstraat en alzoo de voogdijschap uitoefenende over de minderjarige Alida Johanna Houtkamp, in hetzelve gesticht opgevoed wordende’ dat de nalatenschap van Maria Elisabetta Verhoeven ‘door genoemde minderjarig kind bij versterf geërfd wordt. Verklarende voorts dat tot deze nalatenschap geene onroerende goederen behooren’.

Uit dit huwelijk:

1  Maria Elisabeth Houtkamp, geboren 26 november 1816 te Utrecht, overleden 13 november 1817 te Utrecht

2  Maria Elisabeth Houtkamp, geboren 18 augustus 1819 te Utrecht, overleden 17 september 1819 te Utrecht

3  Adrianus Houtkamp, geboren 18 augustus 1819 te Utrecht, overleden 2 september 1819 te Utrecht

4  Maria Elisabeth Houtkamp, geboren 23 maart 1822 te Utrecht, overleden 21 januari 1912 te Utrecht. Gehuwd op 30 april 1856 te Utrecht met Engelbertus van Houten, geboren 19 mei 1827 te Utrecht, overleden 13 december 1884 te Utrecht

5  Hendrik Christiaan Houtkamp, geboren 13 december 1823 te Utrecht, overleden 1 januari 1824 te Utrecht

6  Adriana Christina Houtkamp, geboren 3 oktober 1825 te Utrecht, overleden 14 mei 1872 te Utrecht. Gehuwd op 6 oktober 1852 te Utrecht met Jan Hensi, geboren 19 april 1826 te Utrecht, overleden 29 december 1898 te Utrecht

7  Alida Johanna Houtkamp


36  Hendricus van Vessem, arbeider, zoon van Willem van Vessum en Catharina Scheelings, gedoopt 7 maart 1810 te Hillegom (get: Klaas Vischer, Gritje Vischer) (#), overleden 14 maart 1863 te Bennebroek (#)

Gehuwd op 21 juni 1843 te Heemstede (#/#/#/#) met

37 Maria Elisabeth Gubbels, dochter van Jan Gubbels en Anna Maria Kierkels, geboren 3 augustus 1815 te Weert (#), overleden 14 maart 1902 te Bloemendaal (#). Gehuwd op 8 september 1864 te Bennebroek met Jacobus van Breenen, arbeider, geboren 13 juni 1820 te Stoutenburg

Hendricus groeit op in Hillegom waar hij werkt als tuiniersknecht bij zijn vader. Maria Elisabeth groeit op in een boerengezin. Beiden komen van oorsprong uit Zuidoost-Brabant / Noord-Limburg. Hendricus vervult van 1829 tot 1838 zijn diensttijd bij de 9e Afdeling Infanterie. Hij is op 7 juli 1829 onder nummer 17642 ingeschreven in het stamboek van de 9e Afdeling Infanterie (#). Hij is dan 1 el 3 palmen 9 duimen en 1 streep (= ca 139 cm). Zijn signalement luidt aangezigt breed, voorhoofd plat, oogen ligtbruin, neus gewoon, mond klein, kin rond, haar donkerbruin, merkbare teekenen geene. Op 8 november 1830 gaat hij over naar de 17e Afdeling Infanterie. Op het certificaat van de Nationale Militie, opgesteld op 20 mei 1843, luidt zijn signalement: lengte 1 el 5 palmen 7 duimen (= ca 157 cm), aangezigt breed, voorhoofd idem, oogen lichtbruin, neus gewoon, mond klein, kin idem, haar donkerbruin.

Het certificaat van de Nationale Militie vermeld vervulling van de dienstplicht bij de 9e Afdeling Infanterie. Onduidelijk is daarom of hij van de 17e Afdeling weer terug is gegaan naar de 9e Afdeling. In die jaren is onvrede ontstaan in het katholieke franstalige zuiden van het Koninkrijk der Nederlanden, het tegenwoordige België, tegen het beleid van de protestantse koning Willem I. In de zomer van 1830 groeit de onrust uit tot een ware opstand. Op 4 oktober 1830 wordt de onafhankelijkheid van België uitgeroepen. Grote delen van Vlaanderen tot Limburg vergeten hun twisten met de franstaligen en scharen zich achter de opstand tegen Holland en koning Willem I. Ontsteld over de gebeurtenissen, besluit de koning zijn volk te wapen te roepen. Er zijn gegevens bekend waaruit blijkt dat Henricus gevochten heeft tijdens de opstand in België. Zijn lange dienstplicht van negen jaren wijst daar echter wel op. Ook is de 9e Afdeling Infanterie bij gevechten betrokken geweest. Zo verdreeg een compagnie van de 9e Afdeling Infanterie op 2 augustus 1831 tijdens de Tiendaagse Veldtocht vanuit IJzendijke de Belgen tijdens een aanval bij de sluizen aan de Kapitalen Dam en op die bij de schansen bij het Verlaat. Na de wapenstilstand, op 14 augustus 1831, werd het Citadel van Antwerpen bezet door de Nederlanders. Daarbij waren twee compagnieën van de 9e Afdeling Infanterie betrokken.

Hendricus en Maria Elisabeth wonen ten tijde van hun huwelijk beiden op de Glip bij Haarlem. Na het huwelijk gaan ze wonen ‘aan de sluijs’ aan de Roheller Zandvaart in Heemstede. Tussen 1847 en 1851 verhuizen ze naar Bennebroek.

Uit dit huwelijk:

1  Willem van Vessem, geboren 6 juni 1844 te Heemstede, overleden 26 augustus 1919 te Heemstede. Gehuwd op 29 april 1874 te Heemstede met Johanna de Nijs, geboren 1852 te Haarlem, overleden 11 november 1931 te Heemstede

2  Dirk van Vessum

3  Maria Catharina van Vessum, geboren 11 mei 1851 te Bennebroek, overleden 12 april 1889 te Haarlemmerliede en Spaarnwoude. Gehuwd op 25 augustus 1875 te Heemstede met Theodorus Leonardus van Looij, timmerman, geboren 28 juli 1852 te Heemstede, overleden 9 november 1927 te Haarlem

4  Petrus van Vessem, geboren 16 maart 1855 te Bennebroek, overleden 13 augustus 1858 te Bennebroek


38  Gerrit Nunnink, zeildoekwever, zoon van Arend Jansz Nunning en Marijtje Claas Brinkman, geboren 16 oktober 1815 te Assendelft (#), overleden 9 december 1901 te Heemstede (#)

Gehuwd op 1 augustus 1841 te Assendelft (#/#/#/#) met

39  Guurtje Blank, dochter van Roelof Blank en Maartje Gaal, geboren 20 februari 1817 te Assendelft (#), overleden 27 december 1877 te Assendelft (#)

Gerrit is op 1 mei 1834 onder nummer 23741 ingeschreven als dienstplichtig militair bij het 3e Regiment Infanterie voor de tijd van 5 jaar (#). Hij is in 1834 gelegerd geweest in de Vesting Breda tijdens de opstand in België. Op 9 juli 1839 gaat hij met onbepaald verlof. Zijn signalement luidt: lang 1 ellen, 5 palmen, 9 duimen, 6 strepen (= ca 159 cm), aangezigt lang, voorhoofd hoog, oogen bruin, neus ordinair, mond idem, kin idem, haar bruin, wenkbrauwen idem, merkbare tekenen geene. Op 15 september 1839 is hij gepasporteerd.

Uit dit huwelijk:

1  Maartje Nunnink

2  Arend Nunnink (bovenste foto links), blekersknecht, timmerman, geboren 8 juli 1845 te Assendelft, overleden 2 februari 1927 te Heemstede. Gehuwd op 12 februari 1873 te Heemstede met Jacoba Corsten, geboren 4 maart 1845 te Heemstede, overleden 27 februari 1922 te Heemstede

3  Marijtje Nunnink, geboren 3 november 1847 te Assendelft, overleden 8 december 1906 te Heemstede. Gehuwd op 25 september 1875 te Assendelft met Albertus Huipen, geboren 8 maart 1852 te Assendelft, overleden 12 december 1900 te Haarlem

4  Trijntje Nunnink, geboren 17 december 1849 te Assendelft, overleden 18 mei 1935 te Bloemendaal. Gehuwd op 14 mei 1873 te Haarlem met Leendert Zedel, fabriekswerkerk, geboren 24 augustus 1849 te Haarlem, overleden 31 augustus 1915 te Almelo

5  Roelof Nunnink, wever, geboren 18 april 1852 te Assendelft, overleden 8 mei 1911 te Heemstede. Gehuwd op 5 mei 1877 te Assendelft met Marijtje van der Laan, geboren 20 juli 1851 te Assendelft, overleden 27 april 1918 te Heemstede

6  Aaltje Nunnink, geboren 5 mei 1855 te Assendelft, overleden 20 juni 1855 te Assendelft

7  Jan Nunnink (middelste foto links), metselaar, geboren 12 september 1856 te Assendelft, overleden 8 juli 1898 te Veenhuizen (signalementskaart Veenhuizen 1896: #)

8  Nicolaas Nunnink (onderste foto links), binnenschipper, gemeentearbeider, geboren 2 mei 1861 te Assendelft, overleden 31 oktober 1940 te Amsterdam (#), begraven 4 november 1940 op het RK kerkhof St. Barbara te Amsterdam. Gehuwd op 21 december 1887 te Amsterdam met Gerardina Weijermans (foto links), geboren 16 november 1866 te Aalsmeer, overleden 8 november 1928 te Amsterdam (#), begraven 12 november 1928 op het RK kerkhof St. Barbara te Amsterdam


40  Johannes van Heerden, metselaar, opperman, zoon van Arnoldus van Heerden en Henrica Knibbeling, geboren 6 april 1828 te Utrecht (#), overleden 19 januari 1907 te Utrecht (#)

Gehuwd op 14 juni 1848 te Utrecht (#/#/#/#) met

41  Johanna Wilhemina Dons, breidster, dochter van Laurens Dons en Maria Schram, geboren 26 april 1824 te Utrecht (#), overleden 9 mei 1887 te Utrecht (#)

Johannes woont Achter de Wal (1830) en op de Wijstraat B 259 (1840). Johanna woont op de Agterweg A 177 (1824-1840). Na hun huwelijk wonen ze op het Nicolaikerkhof A 202 (1850). Ze verhuizen op 2 juni 1853 naar Amsterdam en keren op 12 november 1853 terug naar het Nicolaikerkhof, zie bevolkingsregister 1850-1860 (#). Bij hen in wonen Johanna’s moeder en zus Maria Schroom en Maria Dons. Vanaf circa 1855 wonen ze op de Spinderspoort A 201a. Op 13 april 1866 verhuizen naar de Hamsteeg D 268, op 28 september 1866 naar de Lange Roozendaal B 453, op 22 februari 1869 naar de Naauwe Watersteeg B 155/61, op 24 december 1875 naar de Wijde Doelen B312, op 1 december 1876 naar de Wijde Doelen B310. Als het huis aan het naastliggende schoollokaal wordt getrokken, verhuizen ze op 26 maart 1883 naar de Nauwe Doelen B 337 (= Wijde Doelen 27). Op 1 juni 1887 verhuizen ze terug naar de Naauwe Watersteeg B155/61 (= Twijnstraat 57), op 7 september 1895 naar de Amsterdamsestraatweg L 22 (= 42) samen met dochter Maria Hendrika met man en kinderen. Op 9 maart 1899 verhuist Johannes naar het Oude Mannen- en Vrouwenhuis aan de Oudegracht Weerdzijde 84.

Uit dit huwelijk:

1  Abraham van Heerden, geboren 14 april 1849 te Utrecht, overleden 9 februari 1854 te Utrecht

2  Jan van Heerden

3  Johanna Maria van Heerden, geboren 12 april 1855 te Utrecht, overleden 31 augustus 1928 te Utrecht. Gehuwd op 24 mei 1882 te Utrecht met Adrianus Hendrikus Kousbroek, geboren 30 december 1857 te Rotterdam, overleden 11 mei 1949 te Stoutenburg

4  Hendrika van Heerden, geboren 3 december 1857 te Utrecht, overleden 29 september 1858 te Utrecht

5  Pieter van Heerden, geboren 8 december 1860 te Utrecht, overleden 27 maart 1917 te Utrecht. Gehuwd op 20 februari 1884 te Utrecht met Elisabeth van Rhee, geboren 4 september 1862 te Utrecht, overleden 26 februari 1948 te Utrecht

6  Arnoldus van Heerden, geboren 19 december 1863 te Utrecht, overleden 22 oktober 1947 te Haarlem. Gehuwd op 31 juli 1895 te Utrecht met Johanna Maria Pouw, geboren 28 februari 1852 te Utrecht, overleden 7 februari 1896 te Utrecht. Gehuwd op 18 november 1896 te Haarlem met Hendrika Maria van Ee, geboren 25 juli 1873 te Utrecht, overleden 28 januari 1925 te Haarlem

7  Maria Hendrika van Heerden, geboren 13 december 1867 te Utrecht, overleden 21 mei 1939 te Utrecht. Gehuwd op 3 augustus 1892 te Utrecht met Hendrik Hoevers, geboren 10 januari 1865 te Utrecht, overleden 7 januari 1931 te Utrecht


42  Arend Koning, arbeider, werkman, timmerman, zoon van Willem Koning en Teunisje Paap, geboren 12 augustus 1824 te Zandvoort (#), overleden 6 februari 1906 te Haarlem (#)

Gehuwd op 25 augustus 1850 te Zandvoort (#/#/#/#) met

43  Trijntje Keur, dochter van Cornelis Keur en Maartje Kooper, geboren 28 februari 1826 te Zandvoort (#), overleden 10 november 1887 te Haarlem (#)

Arend is op 2 mei 1843 onder nummer 30816 ingeschreven als reserve dienstplichtig militair bij het 2e Regiment Infanterie voor de tijd van 5 jaar (#). Hij is op 1 juni 1844 in actieve dienst gegaan en 15 mei 1845 met onbepaald verlof. Op 1 september 1845 keert hij terug in dienst om vervolgens op 30 december 1845 weer met onbepaald verlof te gaan. Zijn signalement luidt: lang 1 ellen, 6 palmen, 3 duimen, 0 strepen (= ca. 163 cm), aangezigt rond, voorhoofd idem, oogen lichtbruin, neus ordinair, mond idem, kin idem, haar bruin, wenkbrauwen idem, merkbare tekenen boven het regtenoog. Op 10 juli 1848 is hij gepasporteerd ‘wegens werkelijke volbragte dienst bij personele optreding’.

Zij wonen op de Kleine Houtstraat 108 (1887) en de Lange Boogaardstraat 24 (1906) in Haarlem.

Uit dit huwelijk:

1  Willem Koning, metselaar, stalknecht, geboren 1 juni 1851 te Zandvoort, overleden 6 november 1899 te Amsterdam. Gehuwd op 5 januari 1887 te Amsterdam met Maria Johanna Aleida Grada Kaal, geboren 20 oktober 1862 te Arnhem, overleden 12 mei 1945 te Amsterdam

2  Maartje Koning, geboren 10 oktober 1852 te Zandvoort, overleden 3 februari 1854 te Zandvoort

3  Maartje Koning

4  Leendert Koning, werkman, koopman, geboren 20 december 1861 te Haarlem, overleden 8 november 1930 te Amsterdam. Gehuwd op 7 augustus 1889 te Haarlem met Johanna Stevenhagen, dienstbode, geboren 1 februari 1869 te Haarlem, overleden 21 februari 1932 te Amsterdam

5  Gerritje Koning, geboren 16 februari 1864 te Haarlem, overleden 25 februari 1864 te Haarlem

6  Arend Koning, pakhuisknecht, geboren 19 oktober 1865 te Haarlem, overleden 7 februari 1934 te Haarlem. Gehuwd op 22 november 1888 te Velsen met Anna Geertruida Elisabeth Hartgers, geboren 19 januari 1866 te Amsterdam, overleden 6 april 1931 te Haarlem

7  Volkert Koning, bankwerker, geboren 15 februari 1868 te Haarlem, overleden 20 december 1940 te Schiedam. Gehuwd op 1 februari 1894 te Amsterdam met Alida Johanna Kikkert, naaister, geboren 30 januari 1870 te Vlieland, overleden 24 december 1948 te Utrecht

8  Johannes Koning, winkelbediende, geboren 13 maart 1871 te Haarlem, overleden 22 september 1952 te Zwolle. Gehuwd op 20 september 1893 te Kralingen met Adriana Arina Krijgsman, geboren 2 november 1872 te Delfshaven, overleden 30 oktober 1901 te Rotterdam. Gehuwd op 3 december 1902 te Bloemendaal met en gescheiden op 29 maart 1909 te Rotterdam van Magdalena Christina Hartgers, geboren 2 augustus 1868 te Amsterdam, overleden 30 december 1946 te Haarlem. Gehuwd op 13 juli 1910 te Rotterdam met en gescheiden op 4 maart 1922 te Rotterdam van Henriette Barendina van Elst, geboren 21 december 1875 te Rotterdam


44  Johannes van Meeteren, militair (1831-1837), opperman, metselaar, zoon van Gijsbert van Meeteren en Maria Mulder, geboren 11 augustus 1815 te Amersfoort (#), overleden 12 maart 1886 te Amersfoort (#)

Gehuwd op 28 september 1842 te Amersfoort (#/#/#) met

45  Barbara Thomasse, dienstmeid, naaister, dochter van Willem Thomasse en Cornelia Steenbeek, geboren 28 mei 1821 te Amersfoort (#), overleden 11 september 1884 te Amersfoort (#)

Johannes is tijdens de Belgische opstand op 29 november 1831 vrijwillig als tamboer in dienst gekomen voor de tijd van 10 jaar 1 maand en 3 dagen. Hij is ingedeeld bij het 1e Regiment Infanterie en ingeschreven onder nummer 3617 (#). Zijn signalement luidt: lang 1 ellen, 4 palmen, 2 duimen, 7 strepen (= ca 142 cm), aangezigt rond, voorhoofd plat, oogen blaauw, neus ordinair, mond idem, kin rond, haar en wenkbraauwen blond, merkbare teekenen geene. Hij is op 4 september 1832 gedetacheerd bij het 3e Bataljon 3e Afdeling van de N.B. Schutterij en gelegerd in de Vesting Bergen op Zoom. Op 26 maart 1834 gaat hij over naar de 1e Divisie van het Algemeen Depot der Landmacht waar hij ingeschreven wordt onder nummer 29443 (#). Op 6 augustus 1834 gaat hij aan boord van het schip Prins Willem Frederik Hendrik richting West-Indië.

Zij wonen in de Slijkstraat wijk Breul 124d (1850-1856) in Amersfoort, zie bevolkingsregister (#). Ze vertrekken in 1872 naar Utrecht (#) en komen terug naar Amersfoort op 23 juni 1873 (#).

Uit dit huwelijk:

1  Maria van Meeteren, geboren 6 mei 1843 te Amersfoort, overleden 24 december 1923 te Amsterdam. Gehuwd op 2 mei 1866 te Utrecht met Hendrik Winters, geboren 13 oktober 1841 te Werkhoven, overleden 1 december 1870 te Utrecht. Gehuwd op 21 augustus 1878 te Utrecht met Johannes Voskuijl, geboren 21 april 1831 te Rijsenburg, overleden 28 december 1899 te Amsterdam

2  Cornelia van Meeteren, geboren 8 november 1844 te Amersfoort, overleden 6 maart 1848 te Amersfoort

3  Johanna van Meeteren, geboren 22 september 1847 te Amersfoort, overleden 28 april 1896 te Amersfoort. Gehuwd op 16 februari 1887 te Amersfoort met Lambertus Sikking, geboren 15 februari 1839 te Amersfoort, overleden 25 augustus 1922 te Hoogland

4  Wilhelmus van Meeteren, schoenmaker, geboren 21 december 1849 te Amersfoort, overleden 11 mei 1891 te Amsterdam. Gehuwd op 5 november 1879 te Utrecht met Wilhelmina Catharina Maaren, geboren 19 april 1847 te Utrecht, overleden 23 december 1926 te Amsterdam

5  Johannes Gijsbertus van Meeteren, sigarenmaker, geboren 10 augustus 1852 te Amersfoort, overleden < 17 juni 1925. Gehuwd op 20 oktober 1886 te Amsterdam met Catharina Maria Hendrika Bischot, geboren 2 mei 1854 te Amsterdam, overleden 21 februari 1934 te Amsterdam

6  Cornelis van Meeteren

7  Cornelia van Meeteren, geboren 19 januari 1859 te Amersfoort, overleden 7 september 1910 te Amsterdam. Gehuwd op 5 maart 1884 te Amsterdam met Bernardus Nicolaas Eernink, koopman, geboren 6 december 1861 te Amsterdam, overleden 22 augustus 1896 te Amsterdam

8  Johannes van Meeteren, koperslager, loodgieter, geboren 15 januari 1861 te Amersfoort, overleden 18 maart 1947 te Amsterdam. Gehuwd op 20 oktober 1887 te Amersfoort met Geertruida Catharina Massa, geboren 28 januari 1865 te Amersfoort, overleden 24 december 1931 te Amsterdam


47  Pieternella Wilhelmina de Haart, koopvrouw, dochter van Johannes Leendert de Haart en Jannigje Overbeek, geboren 19 februari 1812 te Utrecht (#), overleden 15 januari 1857 te Utrecht (#). Gehuwd op 13 juli 1831 te Utrecht (#) met Johannes Bouhuysen, geboren 5 juni 1808 te Utrecht, overleden 25 maart 1848 te Utrecht

Links een tekening van een koopvrouw in Utrecht in de 19e eeuw.
Zij wonen op de Lauwerssteeg D350 in Utrecht (#). Bij hen in woont Jacobus Bijdevier, courantenbezorger. Mogelijk is hij de vader van het buitenechtelijk kind.

Buitenechtelijk kind:

1  Helena de Haart


48  Hendrik Gaasenbeek, boerenknecht, dagloner, zoon van Geurt Gaasbeek en Bartje Hendriks Groenevelt, geboren 5 mei 1796 en gedoopt 15 mei 1796 te Scherpenzeel (#), overleden 23 januari 1852 te Woudenberg (#)

Gehuwd op 23 februari 1826 te Woudenberg (#/#/#) met

49  Geertje de Groot, spinster, dochter van Aart Hendriksz de Groot en Teunisje Everts van Hoevelaken, geboren 18 mei 1797 en gedoopt 4 juni 1797 te Woudenberg (get: de moeder zelve) (#), overleden 27 juli 1865 te Woudenberg (#)

Hendrik neemt op 3 augustus 1817 dienst bij de 5e Afdeling Infanterie (ingeschreven onder nummer 3274) in plaats van Willem Lagemaat (#). Zijn signalement luidt: aangezigt rond, voorhoofd laag, oogen ligtblaauw, neus ordinair, mond groot, kin rond, haar donkerbruin, wenkbraauwen idem, merbare teekenen een lidteken op ‘t linkeroog, lang 5 voeten, 5 duim, 3 streek. Hij gaat op 15 maart 1822 uit dienst met paspoort. Op 26 oktober 1825 luidt is zijn uiterlijk signalement gelijk met de lengte van 1 el 7 palmen 2 duimen (= ca 172 cm).
Het gezin woont in huis no 213 te Woudenberg, zie bevolkingsregister 1850-1860 (#) en vervolgens in huis no 234, zie bevolkingsregiser 1860-1870 (#). Op 31 augustus 1859 geeft Geertje de Groot, weduwe Hendrik Gaasenbeek, z.b. in de Knaapstraat onder Woudenberg, toestemming voor het huwelijk van haar zoon Jan Gaasenbeek, boerenknecht te Westbroek, met Margaretha van Rouwendaal, dienstmeid te Achttienhoven

Uit dit huwelijk:

1  Bartje Gaasbeek, geboren 2 oktober 1826 te Woudenberg, overleden 18 augustus 1827 te Woudenberg

2  Bartje Gaasbeek, spinster, geboren 15 november 1827 te Woudenberg, overleden > 1896. Gehuwd op 25 maart 1859 te Leersum met Cornelis Veenhof, gedoopt 29 januari 1804 te Leersum, overleden 16 mei 1868 te Leersum

3  Geurt Gaasbeek

4  Albertus Gaasbeek, boerenknecht, laswerkman, geboren 12 september 1832 te Woudenberg, overleden 31 mei 1903 te Hilversum. Gehuwd op 14 november 1856 te Maartensdijk met Martijntje van Ginkel, geboren 28 september 1835 te De Vuursche, overleden 23 januari 1897 te Maartensdijk. Gehuwd op 5 februari 1898 te Hilversum met Gerritje Frederiksen, geboren 28 februari 1855 te Nijkerk

5  Jan Gaasbeek, boerenknecht, geboren 14 december 1834 te Woudenberg, overleden 3 augustus 1917 te Westbroek. Gehuwd op 19 oktober 1859 te Achttienhoven met Margaretha van Rouwendaal, geboren 20 februari 1836 te Soest, overleden 24 februari 1908 te Westbroek

6  Geertje Gaasbeek, spinster, geboren 15 augustus 1836 te Woudenberg, overleden 15 april 1860 te Woudenberg

7  Hendrikje Gaasbeek, spinster, geboren 28 januari 1839 te Woudenberg, overleden 24 januari 1892 te Woudenberg, begraven te Lambalgen. Gehuwd op 10 november 1869 te Woudenberg met Evert van Ede, geboren 19 mei 1814 te Woudenberg, overleden 22 maart 1892 te Woudenberg , begraven te Lambalgen


50  Hendrik Emans, daghuurder, zoon van Willem Emans en Pieternella Vermeer, gedoopt 17 september 1780 te Rhenen (#), overleden 16 februari 1849 te De Bilt (#)

Gehuwd op 7 juni 1816 te De Bilt (#/#) met

51  Gerrigje van der Berg, dochter van Jacobus van den Berg en Jannigje van Doorn, gedoopt 2 oktober 1785 te De Bilt (#) (get: Jannigje van den Hoeve), overleden 11 december 1838 te De Bilt (#)

Uit dit huwelijk:

1  Pieternella Emans, geboren 19 februari 1817 te De Bilt, overleden 9 juli 1817 te De Bilt

2  Johannigje Emans, geboren 30 januari 1818 te De Bilt, overleden 16 februari 1884 te De Bilt. Gehuwd op 17 april 1839 te De Bilt met Jacobus van Beek, geboren 4 november 1810 te Blauwkapel, overleden 8 januari 1895 te De Bilt

3  Maria Emans, geboren 25 augustus 1819 te De Bilt, overleden 20 december 1890 te De Bilt. Gehuwd op 7 oktober 1842 te De Bilt met Hendrik Thiele, geboren 13 juni 1819 te De Bilt, overleden 1 juli 1853 te De Bilt

4  Pieternella Emans, geboren 9 augustus 1821 te De Bilt, overleden 9 september 1821 te De Bilt

5  Willemijntje Emans

6  Jacoba Emans, geboren 6 oktober 1824 te De Bilt, overleden 23 maart 1861 te De Bilt. Gehuwd op 5 februari 1845 te De Bilt met Hendrik Gaasbeek, geboren 15 oktober 1815 te Veenendaal, overleden 13 april 1861 te De Bilt

7  Hendricus Emans, geboren 12 september 1827 te De Bilt, overleden 18 juni 1857 te De Bilt. Gehuwd op 1 juni 1853 te De Bilt met Aaltje Versteeg, geboren 28 november 1820 te Woudenberg, overleden 24 februari 1893 te De Bilt


52  Nicolaas Kool, daggelder, mandenmaker, zoon van Jasper Kool en Geertruij van den Berg, gedoopt 9 januari 1782 te Leerdam (#), overleden 17 april 1863 te Vianen (#). Ondertrouwd op 9 februari 1811 en gehuwd op 24 februari 1811 voor het gerecht te Benschop met Neeltje Boele, gedoopt 12 maart 1759 te Benschop, overleden 4 januari 1820 te ’t Waal

Gehuwd op 19 augustus 1820 te Vianen (#/#/#) met

53  Gerarda Massop, werkster, dochter van Barent Massop en Johanna Citers, geboren 30 juni 1791 RK te Maarssen (#), overleden 9 december 1872 te Vianen (#). Gehuwd op 17 april 1812 te Schalkwijk met Jillis Stekelenburg, gedoopt 5 april 1779 te ’t Waal, overleden 14 augustus 1817 te Schalkwijk

Zij wonen op de Weesdijk 188 (1820-1826) en de Langedijk (1829-1836) te Vianen. In 1829 is dat huis no 81 (zie volkstelling: #). In 1845 wonen ze in wijk A no. 82 (zie bevolkingsregister: #), en in 1850 in huis no. 204, (zie bevolkingsregister: #).

Uit dit huwelijk:

1  Geertruij Kool, geboren 28 augustus 1821 te Vianen (#), overleden 11 juni 1863 te Schoonhoven (#). Gehuwd op 23 juni 1841 te Vianen (#) met Lammert Fortuin, metselaar, geboren 9 november 1809 te Vianen, overleden 28 juli 1876 te Vianen (#)

2  Maria Kool, geboren 11 maart 1824 te Vianen (#), overleden 4 juni 1890 te Utrecht. Gehuwd op 30 januari 1845 te Vianen (#) met Johannes Fortuin, klompenmaker, geboren 30 augustus 1818 te Vianen, overleden 29 december 1854 te Vianen. Gehuwd op 15 oktober 1858 te Vianen (#) met Dirk de Graaff, vrachtrijder, geboren 12 mei 1824 te Vianen, overleden 23 december 1884 te Vianen

3  Engelina Kool, geboren 11 juni 1826 te Vianen (#), overleden 3 mei 1905 te Vianen (#). Gehuwd op 26 september 1850 te Vianen (#) met Lodewijk Kalden, wagenmaker, geboren 20 juli 1812 te Vianen, overleden 26 februari 1867 te Vianen. Gehuwd op 26 januari 1883 te Vianen (#) met Cornelis Verkerk, arbeider, geboren 9 januari 1833 te Vianen, overleden 29 januari 1892 te Utrecht

4  Barendina Kool, geboren 16 april 1829 te Vianen, overleden 16 november 1830 te Vianen

5  Jan Jacob Kool, geboren 1 december 1832 te Vianen, overleden 19 december 1839 te Vianen

6  Bernardus Kool

7  Nicolaas Kool, geboren 21 februari 1836 te Vianen, overleden 31 maart 1836 te Vianen


55  Maagje Coppier, werkster, dochter van Willem Coppier en Petronella van Loon, geboren 3 maart 1808 en gedoopt 10 maart 1808 te Vianen (#), overleden 4 februari 1881 te Vianen (#). Gehuwd op 1 januari 1864 te Vianen (#) met Lammert Fortuin, opperman, arbeider, geboren 9 november 1809 te Vianen, overleden 28 juli 1876 te Vianen (#)

Maagje werkt waarschijnlijk als dienstmeid / werkster, onbekend waar. Ze komt niet meer voor in de volkstelling in Vianen in 1829. Waarschijnlijk raakt ze ongewenst zwanger in 1836. Ze bevalt van haar dochter Pieternella in het huis van haar ouders. Haar ouders zorgen in eerste instantie voor Pietje. Waarschijnlijk als Maagje’s vader in 1848 overlijdt, komt ze terug naar Vianen. In 1850 wonen Maagje en dochter Pietje in huis no 72 te Vianen (zie bevolkingsregister Vianen 1850: #).

Maagje woont in 1860 op de Molenstraat 437 (voorheen A411) te Vianen (zie bevolkingsregister Vianen 1860: #). Op 8 januari 1864 vertrekt zijn naar Schoonhoven om te werken als werkster (zie bevokingsregister Schoonhoven 1860: #). Daar blijft ze ook samen met haar man Lammert wonen tot 21 juni 1869. Ze wonen dan in de Appelsteeg (zie bevolkingsregister Schoonhoven 1860: #). Dan gaan ze wonen op de Kloosterdijk in Vianen. Op 3 januari 1872 gaan ze weer terug naar Schoonhoven en wonen op Dijk A133 om vervolgens op 1 juli van dat jaar weer definitief terug te keren naar Vianen (zie bevolkingsregister Vianen 1860: #).

Buitenechtelijkt kind:

1  Pieternella Coppier


56  Bart Kuus, boerenknecht, dagloner, arbeider, zoon van Hendrik Dirkse Kuus en Jannigje Barten van Lunteren, geboren 5 december 1796 te Leusden en gedoopt 1 januari 1797 te Woudenberg (get: de moeder zelve) (#), overleden 12 augustus 1849 te Soest (#)

Gehuwd op 9 augustus 1822 te De Bilt (#/#) met

57  Geertrui van Dijk, dochter van Bart van Dijk en Hendrikje Beerschoten, geboren 28 augustus 1800 en gedoopt 31 augustus 1800 te Maartensdijk (get: Maria Dirkze) (#), overleden 10 november 1875 te De Bilt (#)

Bart is vrijgesteld van de Nationale Militie om reden van ‘verkorting van het linkerbeen’. Zij wonen in 1823 op “De Middag” onder De Bilt, vervolgens op No 72 (1825-1830, zie volkstelling 1830: #) en op No 156b (1833-1835) in Maartensdijk, op No 131 in De Bilt (1843) en in 1849 in Soest. Geertrui woont in 1859 in Baarn en in 1862 weer in De Bilt. In 1875 woont ze daar in Wijk C No 42.

Uit dit huwelijk:

1  Jannetje Kuus, geboren 25 september 1822 te De Bilt, overleden 28 december 1916 te Hilversum. Gehuwd op 27 maart 1846 te Maartensdijk met Gerrit Barten van den Broek, geboren 27 januari 1816 te Barneveld, overleden 21 april 1869 te Hilversum

2  Hendrikje Kuus, geboren 29 oktober 1823 te De Bilt, overleden 30 april 1907 te De Bilt. Gehuwd op 12 oktober 1849 te De Bilt met Gijsbert Velthuizen, geboren 18 september 1823 te Renswoude, overleden 30 mei 1906 te De Bilt

3  Bart Kuus, geboren 13 juli 1825 te Maartensdijk, overleden 9 mei 1826 te Maartensdijk

4  Bart Kuus, geboren 1 september 1826 te Maartensdijk, overleden 1 januari 1827 te Maartensdijk

5  Bart Kuus (zie foto links), geboren 4 november 1827 te Maartensdijk, overleden 23 december 1914 te Maartensdijk. Gehuwd op 15 november 1861 te Baarn met Jannetje Middag (zie foto links), geboren 21 januari 1837 te De Vuursche, overleden 20 juni 1924 te De Bilt

6  Cornelia Kuus, geboren 1 december 1830 te Maartensdijk, overleden 7 juni 1831 te Maartensdijk

7  Hendrik Kuus, geboren 19 februari 1832 te Maartensdijk, overleden 20 februari 1919 te Oudenrijn. Gehuwd op 22 november 1862 te Vleuten met Dirkje van Leersum, geboren 26 januari 1841 te Vleuten, overleden 7 maart 1919 te Oudenrijn

8  Gijsbert Kuus

9  Cornelis Kuus, geboren 5 februari 1835 te Maartensdijk, overleden 10 maart 1902 te De Bilt. Gehuwd op 26 april 1872 te Eemnes met Albertha de Ruiter, geboren 18 maart 1837 te Eemnes, overleden 3 januari 1926 te De Bilt

10  Dirk Kuus, geboren 5 juli 1837 te De Bilt, overleden 21 mei 1917 te De Bilt. Gehuwd op 27 december 1866 te IJsselstein met Antonia Knodsenburg, geboren 29 januari 1843 te Jaarsveld, overleden 3 september 1905 te De Bilt

11  Gerrigje Kuus, dienstmeid, geboren 31 oktober 1840 te De Bilt, overleden 10 september 1921 te Hilversum. Gehuwd op 8 augustus 1872 te Woerden (#) met Gerrit Johannes Flier, schoenmaker, geboren 13 juni 1832 te Woerden, overleden 11 november 1902 te Woerden

12  Jan Kuus, geboren 2 december 1841 te De Bilt, overleden 2 juli 1926 te Rotterdam. Gehuwd op 16 februari 1866 te Hekendorp met Teuntje Voskuilen, geboren 15 oktober 1835 te Scherpenzeel, overleden 30 april 1911 te Capelle aan den IJssel. Gehuwd op 5 maart 1914 te Capelle aan den IJssel met Anna Christina Barbillon, geboren 5 januari 1864 te Rotterdam, overleden 24 juli 1926 te Rotterdam

13  Roelof Kuus, geboren 27 februari 1843 te De Bilt, overleden 24 juni 1844 te De Bilt

14  Geertrui Kuus, geboren 29 november 1845 te Soest, overleden 13 december 1910 te Eemnes. Gehuwd op 22 mei 1874 te Eemnes met Jan de Ruiter, geboren 6 oktober 1833 te Eemnes, overleden 4 augustus 1918 te Eemnes


58  Jan Lammertse, arbeider, boerenknecht (1827), daghuurder, schaapsherder (1834), zoon van Lambert Elbertsen en Marritje Jans, geboren 27 januari 1798 en gedoopt 4 februari 1798 te Voorthuizen (#), overleden 2 maart 1883 te Zeist (#)

Gehuwd op 1 juni 1827 te Maartensdijk (#/#/#) met

59 Willemijntje van Ee, dochter van Jan Cornelisse van Ee en Willemijntje Cornelisse Snellenbergh, geboren 30 juli 1794 en gedoopt 3 augustus 1794 te Westbroek (get: Johanna van Snellenberg) (#), overleden 17 mei 1877 te Zeist (#)

Jan is in 1820 onder nummer 7515 ingeschreven bij de 7e Afdeling Infanterie (#). Zijn signalement luidt aangezigt langwerpig, voorhoofd plat, oogen grijs, neus opgerigt, mond groot, kin rond, haar bruin, wenkbraauwen idem, merkbare teekenen geene, lengte 1 el 5 palm 7 duim en 5 streek (= ca 157 cm). Hij verlaat de dienst in 1825 met paspoort.
Ze vestigen zich in 1837 in Zeist (#). Na het overlijden van Willemijntje in 1877 vertrekt Jan naar Barneveld en woont bij zoon Rijk (#). Op 7 mei 1880 komt hij terug naar Zeist (#) en gaat inwonen bij zijn zoon Lambertus, alwaar hij in 1883 overlijdt.

Uit dit huwelijk:

1  Lambertus Lammertse, dagloner, geboren 23 september 1827 te Soest, overleden 10 maart 1881 te Zeist. Gehuwd op 21 september 1848 te Zeist met Hendrika de Bruin, geboren 28 september 1820 te Schalkwijk, overleden 1 december 1857 te Zeist. Gehuwd op 4 november 1858 te Zeist met Jannigje Beukhoff, geboren 17 februari 1833 te Hoogland, overleden 29 juni 1919 te Zeist

2  Jan Lammertse, geboren 3 februari 1831 te Soest, overleden 11 november 1914 te De Bilt

3  Wilhelmina Lammertse

4  Rijk Lammertse, koetsier, geboren 31 december 1836 te Soest, overleden 9 juli 1915 te Apeldoorn. Gehuwd op 19 augustus 1869 te Barneveld met Maria Anna Catharina Nijhoff, geboren 21 december 1843 te Barneveld, overleden 30 september 1878 te Zeumeren (Barneveld)