Kwartierstaat Brouwer – Generatie 14

Generatie 13 <   Namenlijst   > Generatie 15


8544  Jan Hendricxz, landbouwer, taxateur van de 10e penning in het ambacht Wateringen (1553, 1557), secretaris en gerechtsbode van Wateringen (1573), geboren ca. 1525, overleden 1583-1584

Gehuwd ca. 1550-1555 met

8545  Anna Pieters. Gehuwd met Aernt Pietersz Duijvesteijn, leenman van de hofstad van der Wateringe te Loosduinen, overleden 1548-1549

Jan woont aan de Noortwech in Wageringen en bezit in het Ambacht Wateringen 3 mergen en 10 (?) hond eigen land. Bij Quintsheul in het ambacht Wateringen heeft hij nog eens ruim 50 mergen land in gebruik hetwelk onder andere toebehoort aan de Prins van Oranje, Sint Agnieten te Delft, de kloosters van der Lee en Loosduinen en de Heilige Geest van Wateringen.

Op 16 april 1583 wordt vermoedelijk deze zelfde Jan Henricxz ‘te Waterinck’, na overdracht door Maritken Willemsdr, de vrouw van Pieter Joestensz, beleend met 8 hont land in een kamp van 2 morgen, hetwelk leenroerig was aan de hofstad van der Wateringe, en een dag later wordt hij, vermoedelijk door dezelfde persoon, met nog 4 hond land uit deze 2 morgen beleend: eveneens aan genoemde hofstad leenroerig. In elk geval is de genoemde 8 hond land in het zuiden belend aan de korte noortwech, in het westen aan het convent van der Lee, in het noorden aan Jan Henricx (de nieuwe leenman) en de kerk van Monster, en ten oosten aan de Loesduijnerlaan. Toen dit perceel nog met de genoemde morgen één geheel vormde, was dit onverdeelde stuk grond in het oosten belend aan de Lausduuenrelaan (Loesduijnerlaan) en ten westen aan het godshuis (convent) van der Lee. Niet lang nadien moet Jan overleden zijn, want op 28 juni 1584 wordt zijn zoon Hendrick Jansz te Wateringen bij dode van zijn vader Jan Hendricxz met de 8 hond land beleend. Pas 13 april 1587 vindt bij dode van genoemde Jan Hendricxz de nieuwe belening plaats van de genoemde 4 hond land. De nieuwe leenman is Cornelis Aertse te Loosduinen.

Op een niet nader te achterhalen tijdstip vóór het jaar 1569 wordt Jan Heijndricxz na overdracht door ene Anneken Adriaensdr. (mogelijk dochter van Adriaen Mathijsz, de vorige leenman) beleend met de helft van 2 morgen land genaamd ‘Sluysterwoninksken) in Wateringen, hetwelk leenroerig is aan van de Lek en Polanen. In 1569 doet hij hiervoor hulde met ledige hand. Het leen vererft na zijn dood op zijn zoon Heyndrick Jansz.

Wanneer Jan Hendricxz trouwt met Anna Pietersdr, is zij weduwe van Arent (Aernt) Pietersz. Laatstgenoemde wordt op 16 juli 1548 na overdracht door Huych Huygez beleend met 11 hond land van de hofstad van der Wateringe te Loosduinen. Hun zoon Pieter Arentsz. wordt op 10 september 1549 bij dode van zijn vader Arent Pietersz hiermee beleend en draagt het (of laat het overdragen, want hij zal nog zeer jong zijn geweest, al wordt dit niet in de leenakten vermeld) op 17 juli 1550 over aan zijn moeder Anna Pietersdr. Deze draagt dit leen op 18 februari 1555 over aan Allert Adriaensz en zij wordt dan genoemd Anna Pietersdr, gehuwd met Jan Heynricxz te Wateringen. Genoemde Allert draagt nog diezelfde dag het leen over aan de te Wateringen wonende Pieter Joostensz. Laatsgenoemde kwamen wij hiervoor al tegen toen diens vrouw Maritken Willemsdr in 1583 het leen van 8 hond te Wateringen aan Jan Henricxz. overdraagt. De door Anna Pietersdr uit haar huwelijk met Arent (Aernt) Pietersz meegebrachte zoon Pieter Arentsz. zal in het gezin van Jan Hendricxz zijn opgevoed. Deze Pieter Arentsz. kan de stamvader zijn van de familie Duijvesteijn te Overschie.

Uit dit huwelijk:

Hendrick Jansz Duijvesteijn


8548  Arijen Vranckensz

Gehuwd met

8549  Neeltgen Ariens

Uit dit huwelijk:

Vranck Adriaensz van der Burch


8550  Pieter Claesz, landbouwer te Rijswijckerhoeck, zoon van Nicolaes Jacobsz en Stijntgen Pieters, overleden 1571-1575. Gehuwd met Dijgne Cornelis, overleden < 20 september 1553

Gehuwd met

8551  Maritgen Maertens, overleden < 31 mei 1616. Gehuwd met Pieter Huijbregtz

Pieter woont in 1544 op het leen van zijn vader dat hij verkoopt aan zijn broeder Jacob, beleend met 1½ morgen land in Rijswijckerbroek 1552. Op 20 september 1553 klaagt Pieter Claesz op de uitgedaagde boel en erfenis zijn kinderen aanbestorven bij de dood van zijn zalige huisvrouw Dijgne Cornelis. Op 19 mei 1562 verkopen Pieter Claesz in Rijswijckerhouck, Jacob Claesz, Dirck Vrankesz ter Watering, Nijesgen Claes met Jacob Cornelisz haar voogd, Dirck Jobsten en Maerten Pietersz, als kinderen en erfgenamen van Claes Jacobsz en Stijntgen Pieters, vervangende hun mede-erven, een huis en erf en boomgaard aan de Heerwech te Monster aan mr Pieter van Haren Henricxz. Op 23 oktober 1566 is Pieter Claesz vermeld in de Dingboeken van Rijswijk, als getrouwd hebbende Marritgen Maertensdr, weduwe wijlen Pieter Huijbregtsz. Op 1 juli 1571 getuigt Pieter Claesz in Rijswijckerhouck, als getrouwd hebbende de weduwe van Pieter Huijbregtsz, dat zijn voorzaat land verkocht heeft in Monsterambacht.

Op 3 augustus 1575 is vermeld in de Dingboeken van Rijswijk Merritge Mertensdr, weduwe van Pieter Claesz. In oktober 1577 verkopen Arijen Pietersz, wonende te Rijswijk, Arent Wijllemsz, als mand en voogd van Geertgen Pietersdr, en Jacob Claesz te Monster, als voogd van vaders zijde van Stijntgen en Grietgen Pietersdr, Claes Pietersz en Diggenum Pieters, en Cornelis Simonsz als voogd van moederszijde van Stijne Pietersdr en Grietge Pietersdr, een woning gelegen in het ambacht van Rijswijckerhoeck waar Pieter Claesz op placht te wonen, aan Sebastiaen Sijmonsz te Delft, met nog 26 morgen 1 hond land. Op 31 mei 1616 is vermeldt Lenaert Pietersz van der Valck te Wateringen als erfgenaam van zijn moeder Maritgen Maertensdr.

Uit dit huwelijk:

Dignum Pieters van der Valck

2  Lenaert Pietersz van der Valck, overleden < 16 september 1628. Gehuwd met Grietge Adams, overleden < 16 september 1628


8640  Ouwe Pouwels Claesz van der Speck, bouwman in Rijswijk, zoon van Claes Dircsz van der Speck, geboren ca. 1510, overleden 1569-1570. Gehuwd ca. 1566 met Aeltgen Arijens, geboren ca. 1520, overleden 1570-1576

Gehuwd ca. 1540 met

8641  Arijaentgen Dircks, geboren ca. 1520, overleden 1563-1564

Er bestaan verschillende versies over de afstamming van Ouwe Pouwels Claesz van der Speck. De afstamming van Claes Willemsz van der Speck is beschreven in L. van der Spek, 1980, in Ons Voorgeslacht en op de website van Henk van der Spek. De andere versie beschrijft de afstamming van Claes Dircksz van der Speck, bijvoorbeeld Ben Wilbrink op zijn website. Op basis van de uitzending van Verborgen Verleden van 22 april 2017 ben ik uitgegaan van de afstamming van Claes Dicksz van der Speck.

Hij is vermeld in Rijswijk in de 10e penning 1544 en 1561. Hij koopt in 1562 het gewas op van de boomgaarden van de Heer van Rijswijk voor 70 pond. Hij pacht 10 morgen land en in 1558 en 1562 1,5 morgen teelland. Op 17 juni 1563 verkoopt hij aan Joffrou Clementi, de weduwe van wijlen mr Jan van Ilpendam, een jaarlijkse lijfrente van 6 Karolus gulden, te lossen met penning 16. Als zijn eerste vrouw overlijdt, koopt hij op 22 januari 1564 zijn 9 kinderen uit dit huwelijk uit. Hij bezit een huis en 7 morgen te Rijswijk . Bij akte neemt hij op zich dat hij de ongehuwde kinderen te eten en te drinken zal geven, de meisjes te leren naaien en schoolgaan en de ‘knechjes’ mede te leren lezen en schrijven. Verder zal hij als de kinderen mondig worden elk 24 pond uitkeren; als ze echter van huis gaan en huwen nog eens 18 Karolus gulden uitkeren tot haere bruytstuk. Voorts is er een bepaling opgenomen dat als er een kind ‘sieck of Cranck’ wordt, recht hebben op de cost met een bedde binnen ‘s vaeders huys’. Tenslotte is een nog een bepaling dat Paulus gehouden is per jaer een jaergetyt, te houden voor de ziele van Aryaentje Dirckszdr zaliger. Hij zal al zijn kinderen een ‘eerlicke maeltyt’ geven, met een tonne van 2 gulden daarbij ‘uuyt te drincken tot opten boodem toe’.

Als Pouwels overlijdt, hertrouwt Aeltgen Arijens met Oelsier Arijenszn. Hij neemt de verplichten van Ouwe Pouwels Claeszn van 12 januari 1564 over, ‘in dier voege’ dat hij op zich neemt aan de kinderen 800 Karolus Guldens te betalen in diverse termijnen. Sier Arijensz en Aeltje treden in al hetgeen Ouwe Pouwels Claeszn bezeten heeft, huis, schuur, stallen, hooiberg, geboomte, voorts koeien, paarden, varkens, schapen, kalveren, wagens, ploegen, eijdens, stoppen, mouwen, niets uitgezonderd. Op Allerheiligen in 1576 compareert voor de Gezworenen van Rijswijk Gerrit Gerritszn en verklaart gekocht te hebben van de voogden van Arijaentje Pouwelsdr, het achtergelaten weeskind van Pouwels Claeszn Verspeck en Aeltje Arijensdr zaliger, het huis, schuur, berg en geboomte, dat Ouwe Pouwels Claeszn in zijn leven placht te bewonen.

Uit dit huwelijk:

1  Pieter Pouwelsz Verspeck, geboren ca. 1540 te Rijswijk

2  Neeltje Pouwels Verspeck, geboren ca. 1541 te Rijswijk, overleden < 1582. Gehuwd met Damis Jansz, overleden < 1582

3  Cors Pouwelsz Verspeck, geboren ca. 1543 te Rijswijk

4  Claes Pouwelsz Verspeck, geboren ca. 1545 te Rijswijk

5  Heijnric Pouwelsz Verspeck, geboren ca. 1547 te Rijswijk

6  Willem Pouwelsz Verspeck, geboren ca. 1550 te Rijswijk

Jacob Pouwelsz Verspeck (de Loose)

8  Appolonia Pouwels Verspeck, geboren ca. 1554 te Rijswijk

9  Leentje Pouwels Verspeck, geboren ca. 1558 te Rijswijk


8644  Harmen Adriaensz, zoon van Adriaen Harmensz en Sije NN, geboren ca. 1534, overleden 1597-1598

Kinderen:

Adriaan Harmensz Overgauw


8646  Jacob Francken de Loose, boer te Pijnacker, zoon van Vranck Sijmonsz de Loose, overleden > 1562

Gehuwd met

8647  Aeltje Wiggers

Zij wonen in Clapwijk onder Pijnacker.

Uit dit huwelijk:

Geertje Jacobs Vrancken de Loose

2  Nelletje Jacobs de Loose


8648  Corstiaen Anthonisz van Dijck van Adrichem, ambachtsbewaarder Hof van Delft, taxateur 100ste penning ‘t Woudt, zoon van Anthonis Dircksz van Dijck en Alijt Corssen van Vliet van der Woerd, geboren 1518-1519, overleden ca. 1589

Gehuwd ca. 1548 met

8649  Neeltje Cornelis, geboren ca. 1525

Uit dit huwelijk:

Adriaen Corsz van Dijck


8650  Jacob NN, geboren ca. 1513

Gehuwd met

8651  Jannetje Pieters, overleden > 1562. Gehuwd met Cornelis Touw

Uit dit huwelijk:

Hilleken Jacobs


8652  Arent Jansz Tou van der Burch, gezworene ‘t Woudt (1514), zoon van Jan Arentsz Tou van der Burch en Lijsbeth NN, geboren 1488-1489, overleden < 29 december 1541

Gehuwd in 1538 met

8653  Leentgen Pieters de Backer, dochter van Pieter Gijsbrechts, geboren ca. 1505, overleden < 25 februari 1578. Gehuwd ca. 1545 met Jacob Gerritsz, geboren ca. 1500, overleden < 1565

Op 22 mei 1519 is Tou Jansz opte Zwet beleend met de helft van 5½ morgen land in ‘t Woudt, na overdraht door Gerrit Jacobsz. Op 29 december 1541 Jan Arent Touwez en draagt het leen over aan zijn schoonmoeder Lenaertgen Pietersdochter, gehuwd met Tou Jansz opte Zwet, te versterven op haar oudste zoon Jan Arent Touwez gewonnen bij Arent Tou Jansz. Op 25 februari 1578 Jan Arent Touwez opte Zwet bij dode van zijn moeder Lenertgen Pietersdochter.

Uit dit huwelijk:

Jan Arentsz Touw van der Burch

2  Jacob Arentsz Touw. Ondertrouwd op 25 maart 1601 en gehuwd op 1 april 1601 te Delft met Leentge Pieters


8654  Willem Corssen van der Vliet, bouwman (1557, 1562), gezworene van Naaldwijk (1540), welgeborene en negenman van Naaldwijk (1565), zoon van Kerstant Jacobsz van der Vliet en Machtelt Meesen van Dorp, geboren ca. 1505, overleden 22 januari 1567 te Naaldwijk

Gehuwd ca. 1530 met

8655  Pietertgen Adams, geboren ca. 1505, overleden 18 januari 1578 te Naaldwijk

Op 27 juli 1535 schenkt Willem Korssen een pillegift van 32 stuivers aan Machteld, dochter van Adriaen Claesz van Adrichem, wier oom en peet hij is.

Op 27 maat 1557 vermaakt Willem Korssz, oud omtrent 52 jaren, en Pietertgen Aemendr, zijn huisvrouw mede oud 52 jaren, aan de Kerk en de Heilige Geestarmen van Naaldwijk, tesamen tien pond Hollands ‘s jaars, waarvoor op de Zonnendach van de roes aan de armen vijftig broden ‘tstuck van een oert stuijvers’ uitgedeeld moeten worden en nog een rentebrief van ‘achtalve’ stuivers ‘s jaars, waarvoor een waslicht ontstoken behoort te worden.

Op 20 juni 1562 schenkt Willem Korssz ‘onsen buijerman, den ambachte ende gemeen ondersaten der baelijuschappe van Naeldwijc ende dit ut songerlijnghe gunste ende liefte dien hij totter selver gemeenten dragende is een seecker, leech eff leggende binnen den dorpe van Naeldwijc belegen hebbende an de oestzijde die husinghe van Floris Cornelissz tot Vlaerdijnck, tsuijteijnde hij comparant selver mit huijs en de erve die westzijde ende noerteijnde des Heerenwech, omme op het selve erve tot gerijve en de commoditeijt der selver gemeenten te moge timmeren een gemeen raet of dijnghuijs. Aldaer men tallen tijden justitie sal moge administeren reeckenijngen van Kercke, Heilige Geest, Weeskinderen ende andere diergelijcke te hoeren en de sluijten. Op welcke voornoemde erve hij comparant anders geen lasten en laet dan twintich brabantse stuvers sjaers eeuwighe renten toecomen de jaerlijcx den pastoor van Naeldwijc indertijt ende verschijnende alle jare opten Heiligen Paescach, waarvoor die pastoor indertiit gehouden sal wesen ten eeuwigen dagen, alle Vrijdaechs inde vasten beginnende van Vrijdaechs nae den eersten sondach inde vasten totten goeden Vrijdach toe excluijs te doen tsermoen bij hem selven of te laten doen bij eenen anderen ende dat naer het offertorium inder hoechmissen. Desgelijcx sal noch die voorschreven pastoor indertiit gehouden wesen mede ten eeuwicren dagen alle jare te doen ofte laten doen een sermoen swoensdaechs inde quatertemporen voor kersmisse onder die gulde misse. Ende soe wanneer die voornoemde pastoor indertitt die voornoemde sermoenen nijet en doet ofte bii eenen anderen alet doen, soe zellen die van Naeldwijc ongehouden wesen hem van dat betaling van de voornoemde twintich stuvers te doen’.

Uit dit huwelijk:

Neeltgen Willems Corssen van Vliet

2  Baertgen Willem Corssen. Gehuwd (huwelijkse voorwaarden 9 juni 1563 te Delft) met Reijer Adamsz van der Burch

3  Korstiaen Willemsz, brouwer te Delft, overleden < 1577. Gehuwd (huwelijkse voorwaarden 30 oktober 1553) met Margriete Pieters Sasbout

4  Jan Willem Corsz, overleden < 24 september 1590. Gehuwd met Trijntgen Cornelis, overleden < 24 september 1590

5  NN Willems, overleden < 1560. Gehuwd met Cornelis Huijgen, geboren ca. 1534


8656  Olivier Adriaensz, overleden < 1558

Gehuwd met

8657  Marijtje Vrancken, overleden > 19 mei 1564

Olivier is vermeld met een huis in de 10e penning van Naaldwijk van 1555. Zijn weduwe is vermeld in 1558 en 1561.

Op 23 september 1559 is Marijken Vranckendr, weduwe wijlen Olivier Adriaensz, met Cornelis Corvijn haar gecozen voogd, schuldig aan de twee weeskinderen haar achtergelaten bij dezelve Olivier Adriaensz, te weten Vranck Oliviersz en Willemken Oliviers, te samen de somma van zeven pond wegens vaderlijk erf, elk kind op huwelijksdag 1 pond groot en alle jaren daarop volgend 1 pond onder verband van hypotheek op haar huis te Naaldwijk, oost ‘s Herenweg, zuid Neeltje Focken, noord Marijtje Herpers, west heer Jan van Eijndhoven, alsmede hair boomgaard. Op 5 november 1562 verkoopt Marijcken Vranckendr, weduwe Olivier Adriaensz, met Vranck Olivier haar zoon en gecozen voogd in dezen aan Cornelis Florisz, haar dochters man, de helft van het voornoemde huis. Item is nog bevoorwaard dat comparante en Cornelis Florisz tezamen garantie stellen dat zij het weeskind van Pieter Vrancken, zolang het bij comparante besteed zal wesen, zullen onderhouden van eten en drinken en andere belangrijke nootdruftigheit. Cornelis Florisz is schuldig aan zijn zwagermoeder Marijcken Vrancken 15 pond. Op 19 mei 1564 is Vranck Oliviers zijn moeder Marijcken schuldig 32 pond, wegens de koop van haar huis en erf in het dorp van Naaldwijk, oost ‘s Herenweg, zuid Lenaert Adriaensz, west heer Jan van Eijndhoven, noord Marijcken Herpersdr. Alsmede boomgaard.

Uit dit huwelijk:

Franc Oliviers Inhouck

2  Willemken Oliviers. Gehuwd met Cornelis Florisz


8658  Jan Jans Mijnheer, overleden < 10 mei 1577

Gehuwd met

8659  Aeltge Dircks, overleden 1577-1578. Gehuwd < 10 mei 1577 met Jan Dircksz

Op 8 november 1549 oorkonden Claes Ariaensz en Jan Vercroft, schepenen te Dorp, dat Lijsbet Cornelisdochter met haar gekozen voogd Cornelis Cornelisz, verkoopt aan Jan Jansz Mijnheer 5 morgen land aldaar gemeen in 10 morgen met een kapelrie binnen Delff, en belast met een lijfrente van 15 pond hollands voor heer Jacob Dircxz, priester in de Lijer, een jaarrente van 7 pond hollands en de heer zijn tijns. Belend ten oosten Erm, de weduwe van Heijnrick Jan in de Houtuijn, en de vrouwe van Reijnsburch, ten westen de Sint Jansheren te Haerlem, ten zuiden de genoemde Erm, ten noorden de Lijerweg. Bezegeld door Jacob Joestsz Heuijckesloot als substituut van de ambachtsheer.

Op 10 mei 1577 oorkonden Willem van Dorp, baljuw, Adriaen Anthonisz Busch en Cornelis Cornelisz, welgeboren mannen van Delfflandt, dat de weduwe van de Jan Jansz Mijnheer, gehuwd met Jan Dircksz, nu wonend te ‘s Gravenhage en vroeger in de Lijer, verkoopt aan Gerrit Jansz te Schipluijde de helft van 5 morgen land in een kamp van 10 morgen in Dorp, zoals vermeld in de vorige acte en daarboven belast met een losrente van 12 karolus gulden per jaar ten behoeve van Grietge Cornelisdochter te Delft. Borg staat Cornelis Cornelisz in Santambacht.

Op 20 maart 1578 oorkonden Jacob Pietersz en Sijmond Hendricksz, schepenen te Maeslandt, Corstiaen Pietersz en Jan Huijgensz, schepenen te De Lier, dat Gerrit Jansz van Schipluiden, mede als voogd over de weeskinderen van wijlen Adriaen Claesz in Rijwijckerhouck, Querijntgen Jansdochter gehuwd met Vranck Oliviersz, Jopgen Jansdochter gehuwd met Cornelis Gorisz, en Maritgen Jansdochter gehuwd met Blaserus Jorisz, als erfgenamen van hun moeder Aeltgen Dircxdochter, verkopen aan Hendrick Aemsz van der Burch de helft van een woning met huis, bijhuis, berg en geboomte en van 9 morgen eigen land in Borgersdijck in de jurisdictie van Maeslant en van de Lier, volgens de oude brief dd 20 september 1553 gepasseerd door Cors Jacobsz ten behoeve van Jan Jansz Mijnheer. Bezegeld door Leendert Philipsz, baljuw en schout van de Lijer.

Uit dit huwelijk:

Crijntje Jans

2  Jopgen Jans. Gehuwd met Cornelis Gorisz

3  Maritgen Jans. Gehuwd met Blaserus Jorisz


8660  Jacob Cornelisz van der Croft, zoon van Cornelis Jansz van der Croft en Adriaentgen Pietersdr, geboren 1527, overleden < 22 mei 1599, begraven te Naaldwijk

Gehuwd met

8661  Neeltje Cornelis, begraven 23 juni 1606 te Naaldwijk

Jacob koopt op onbekende datum land in het Stormsweer te Wateringen. Op 15 november 1547 draagt zijn broer Adriaan aan hem het leen in Wateringen van Hontshol over. Hij draagt het vervolgens op 18 maart 1560 over aan Adriaan Arlewijsz uit Delft. Op 15 oktober 1561 legt Jacob een verklaring af over niet betaalde gelden uit de verkoop van het huis van Jan Dircksz Vercroft. Hij is hier 34 jaar oud. Op 22 mei 1599 compareert Neeltje Cornelisdr als voogd met haar zoon Cornelis.

Op 21 juli 1602 maakt Neeltgen Adriaensdr, weduwe van Jacob Cornelisz Vercroft, wonende te Naaldwijk, haar testament, geassisteerd door Cornelis Jacobsz en Joost Jacobsz Vercroft, beiden haar mede aldaar wonende kinderen. Zij revoceert de voorgaande testamenten, verleden voor notaris Jan van Smeeden. De comparanten bekennen geaccordeerd te zijn, te weten de voornoemde Cornelis Jacobsz ter ene zijde en Neeltgen Adrijaensdr met Joost Jacobsz haar zoon ter andere zijde, beroerende het gebruik van 8 hond land en 9 hond bruikwaar, wat daarmee gemeent ligt, door de voornoemde Cornelis Jacobsz nu ettelijke jaren gebruikt van zijn moeder, waartegen dezelve Cornelis Jacobsz aan zijn moeder haar schulden betaald heeft zodat het met elkaar verrekend is tot Kerstmis 1599. Hij zal het land blijven gebruiken tegen f 31-05-00 boven de huur van de bruikwaar. Zo zal Joost Jacobsz daartegen believen van hun moeder jaarlijks te mogen ontvangen van Pouwel Adrijanesz van Dijck, een rente van f 31-05-00. Gedaan ten huize van Cornelis Jacobsz Vercroft ter presentie van Dirck Cornelisz van der Velden en Dirck Gerritsz, beiden wonende te Naaldwijk, als getuigen.

Uit dit huwelijk:

Joost Jacobsz Vercroft

2  Cornelis Jacobsz Vercroft, herbergier in de “Toorenburg” te Naaldwijk, begraven 15 januari 1615 te Naaldwijk. Gehuwd op 25 augustus 1585 te Naaldwijk met Maertge Pieters, overleden < 1604. Gehuwd op 28 maart 1607 te Naaldwijk met Commertge Crijnen


8676  Leendert Jaspersz, zoon van Jasper Adriaensz

Gehuwd met

8677  NN Jans

Uit dit huwelijk:

1  Jannitgen Leenderts, geboren ca. 1560 te Zoetermeer. Gehuwd 1580-1585 met Dammis Jansz, waard, overleden > 6 december 1617

Cornelis Lenaertsz Keijseroom

3  Jasper Leendertsz, overleden < 24 februari 1591. Gehuwd ca. 1588 met Marijtge Adriaanse, overleden 1621-1622

4  Neeltgen Leenderts, overleden > 17 oktober 1619. Gehuwd met Frederick Sijvertsz, overleden < 17 oktober 1619


9216  Peter Beersmans, zoon van (?) Jan Beersmans en Eva NN, geboren ca. 1540, begraven 4 februari 1624 te Vessem. Gehuwd met Perijntje NN

Er is een groot leeftijdverschil tussen Peter Beersmans en zijn mogelijke ouders. Het is daarom ook goed mogelijk dat Jan Beersmans en Eva niet zijn ouders zijn maar zijn grootouders en dat Peter Beersmans een kind is van Jan Beersmans en Anne Lenaert Willem Nijsdochter.

Peter Beersmans is in december 1576 vermeld in het abdijarchief van Tongerlo.

Peeter Willem Pauwels en Peeter Jan Beersmans zijn in 1623 ‘vrunden’ van Margriet Pauwels, de dochter van Elisabeth Steven Beersmans en Pauwel Willem Pauwels van Oludenhoven. In dezelfde akte worden ook Aert Peter Jan Bersmans en Peter Art Bersmans genoemd.

Petrus Johannes Beersmans is te Vessem begraven op 4 februari 1624. In het kerkregister is dit op 10 februari 1624 opnieuw genoteerd met de vermelding ‘na een langdurige ziekte’.

Kinderen:

Arnoldus Beersmans

2  Wilhelmus Beersmans, overleden < 4 februari 1645

3  Jan Beersmans, overleden < 4 februari 1645. Gehuwd met Maijcke NN, overleden < 4 februari 1645


9504  Joannes Houben, zoon van Mathijs Houben, geboren ca. 1555. (?) Gehuwd op 25 januari 1595 RK Lambertus te Nederweert met Leiten Gordts, geboren te Heijthuijsen

Gehuwd op 23 augustus 1579 RK Lambertus te Nederweert met

9505  Maria Gijsen, overleden (?) < 25 januari 1595

Uit dit huwelijk:

Mathias Houben

2  Dijmna Houben, gedoopt 10 juli 1583 RK Lambertus te Nederweert (get: Mathias Vliegen, Margareta Houben, Maria vanden Manacker)


9506  Wilhelmus van Hout, begraven 24 juni 1590 / 30 juni 1596 te Nederweert

Gehuwd met

9507  Wendel NN, overleden (?) 1620 te Nederweert

In de uitvaartenlijst van de Broederschap van Onze Lieve Vrouw te Nederweert staat in 1620 vermeld “Windel van hout”.

Uit dit huwelijk:

1  Jan van Hout, begraven juni 1609 te Nederweert. Gehuwd op 11 februari 1591 RK Lambertus te Nederweert met Gerdtje Heinen van Roij

Helwigis van Hout


10048  Claes Willemsz Rijs, zoon van Willem Claesz Rijssen, geboren ca. 1565, overleden 1609-1614

Gehuwd met

10049  Aecht Arents, dochter van (?) Aerent Claesz, overleden > 17 mei 1630

Op 13 juni 1600 verkoopt Bouwen Pietersz aen Claes Willemsz Rijs een stucke landts genaempt ‘Mannen ven’ groot een morgen landts leggende in Mannen weer.

Op 14 februari 1614 verkoopt Jacob Willemsz voor hem selven ende als voocht van zijn moeder Neel Jacobs, wedue wijlen Willem Jaep Heijnen, Claes Henricxz ende Willem Jansz elcx van wegen haer huijsvrouwen poorteren ende poorterse tot Haerlem, kinderen ende erffgenaemen wijlen Willem Jaep Heijnen haeren vader ende schoonvader respective, Huijch Aerentsz voor hem selven ende vervangende Aecht Aerents weduwe Claes Reijssen met haer kinderen onse inwoonderen kinderen kintskinderen ende erffgenaemen wijlen Imme Jaep Heijnen, aen Cornelis Dercxz vande Lange Laen, een stucke landts groot 450 roeden leggende in Steffens weer, voor de somme van f 1296, te betaelen op drie toecomende meijen.

Uit dit huwelijk:

Willem Claesz Rijs

2  Neel Claes, overleden > 19 februari 1638. Gehuwd met Pieter Bouwesz, overleden < 9 maart 1635

3  Duijf Claas Rijssen, overleden 1638-1643. Gehuwd met Jan Simonsz, overleden < 27 februari 1643

4  Arent Claasz Rijssen, overleden > 10 april 1645. Wonende in Wormer

5  Marritje Claas Rijssen


10080  Bartholomeus Vloon, geboren ca. 1580

Kinderen:

Dirck Vloon


10088  Gijs Maerten Gijsen, zoon van Maerten Gijsen en Aecht Aerians, geboren ca. 1570, overleden 1625-1628

Gehuwd met

10089  Hillegunt Allerts, dochter van Allert Geritsz en Guertje Sijmons

Op 15 mei 1599 verklaart Henrick Gerit Henricx schuldich te zijn aan die wedue wijlen Aelbrecht Pouwelsz, poorteresse van Haerlem, een jaerlicxe losrenten van f 12.10.-, hooftgelt f 100. Onderpande een stucke landts genaempt ‘Oukes camp’, groot 257 roeden, leggende opte Ackersloot int noort endt. Borgen zijn Gherrit Henricxz ende Ghijsbert Maertensz voor de voorschreven Henrick Gerit Henricx haeren respective zoon ende neeff.

Op 30 mei 1617 verclaerde Derck Jelbrechtsz, getrout hebbende Aellewer Allertsdr, dat zijn schoonvader Allert Geritsz s.g. wille begeert dat die goederen die zijn voorschreven dochter van hem te erven, most subject blijven sonder dat die selve van hem comparant veralleneert te moegen worden, breeder blijckende bijde testamentare dispositie voor notaris ende getuijgen gepasseert den 19e dach in meij anno 1614. Ende dat bij de voorschreven achtergelaeten was een huijsgen met een schuer daer van subject was tvierde paert. Welcke vierde paert onder ander bijde voorschreven comparant met consent vande naeste bloet verwanten vercoft is aen Ghijsbert Maertsz zijn comparants swaeger blijckende bij seeckere beseegelde brieve van quijtscheldinge in date den 20e februarij 1615, onder expresse mondelinge conditie ende voorwaerde nochtans dat hij comparant (alsoe hij bekende) voor de f 150 voort aenpaert onder die subjectie vant voorschreven testament begreepen, soude stellen goet vast suffisant onder speciaell hijpotheecque. Gelijck hij comparant dienvolgende tot eenen speciaele hijpoteecque stelden zijn huijs ende erff daer hij tegenwoordich in woont geleegen int noort endt, streckende vande Heerenwech off tottet achterslootgen.

Op 15 juni 1628 verklaart Hillegunt Allertsdr weduwe wijlent Ghijsbert Maerts Ghijsen saliger versterckt met Pieter Ghijsberts haer schoonbroeder ende voocht, Maerten Ghijsbertsz voor hem selven ons buijerknecht, Adriaen Maerts nu wonende buijten Schalckwijckerpoort tot Haerlem als rechte besturven voocht vande onmondige kinderen van de voorschreven Ghijs Maertsz zijn overleden broeder, schuldich aen Abraham Loreijn, brouwer inde drie sterren tot Haerlem, de somme van f 400 uijt saecke van goede geleende penningen. Onderpande het huijs met het huijsgen aen de noortwest zijde daer aen midtgaders het erff aen behoorende int noort eijnde, streckende van sHeerenwech tot de voornoemde kinderen lant toe.

Op 15 februari 1629 verkoopt Maerten Ghijsbertsz soo voor hem selven als oock voor sijn broeder en susters aen Pieter Maertsz sijn oom, een acker lants genaempt de ‘Lange Acker’ groot 147 roeden gelegen achter Thijs vande Laens, voor de somme van f 100 (Pieter Maerten Ghijsen koopt de acker van de kinderen van zijn overleden broeder Gijs Maertsz). Op 16 februari 1629 verkoop Maerten Ghijsbertsz aen Cornelis Cornelis, buijerman tot Graft, een stucke landts genaempt het ‘Ventgen’ gelegen achter Nel Wouten uijt groot 400 roeden, voor de somme van f 460 gereet gelt.

Uit dit huwelijk:

Maerten Ghijsbertsz


10112  Baert Jan Gaelen, kerkmeester (1590), weesmeester (1604), schotvanger ‘int Kerckvierndeel mijnre heerlicheijt van Assendelft’ (1611), zoon van Jan Henricxz Gael en (?) Maeritgen Roelofs, geboren ca. 1552, overleden 1631-1633

Gehuwd < 22 maart 1580 met

10113  Duijfje Cornelis Adriaens, dochter van Cornelis Adriaensz

Op 9 juli 1579 vindt de veijling en vercoop plaats van de ‘desolaten boel van Dirck Jan Costers s.g. aen Baertzen Jan Gaelen’, zijnde ‘een worff in de Kerckbuijert en een vijffde paert drie hondt lants in de vier ackers veen, onderdeel en gemeen met Claes Jan Costers, Claes die Backer ende Hillegundt Jan Costers zijn broeders en zijn zuster in Jan Baningen weer. Voorts aen beijde enden besloeten in Cornelis Jan Baningen bruijcklandt’. In veijling geboden in de herberg van Dirck Cornelisz Coninck door Dirck Cornelisz Coninck, Baertzen Jan Gaelen, coper Baertzen Jan Gaelen’. Op 10 augustus 1579 assisteert Baertzen Jan Gaelen als voogd Griete Dircx weduwe van wijlen Huijch Willemsz. Op 22 maart 1580 compareert Baert Jan Gaelen als man ende voocht van Duijff Cornelis Aerians, bij de verkoop van een stucke landt genaempt “die Boeveech” groet drie koeven.

Op 7 maart 1582 verkoopt Mr. Dirck Jacobsz als procuratie hebbende van Jan Jacobsz int boterhuijs coopman ende poorter van Delft voocht vande naegelaten weeskinderen van Claes Jacobsz zijn broeder s.g. in zijn leven tollenaer inde Beverwijck, aen Baert Jan Gaelen die thuijncamp mettet varnings campgen groet stijff een hont landts leggende in Heijntgen Dirck Heijnen weer, streckende voorts vande stolpackers off tot Trijn Jonge Jan Willem Huijgen weduwes landt toe. Ende noch topper Bree veen groet een hondt landts, streckende van Oude Dirck Heijnen kinderen lant tot Dirck Heijnen lant toe. Op 10 augustus 1582 verkoopt Willem Gerit Dircxz aen Baert Jansz Gaellen een stucke landts genaempt “Die Marcken” groot drie koeven gelegen in Dirck Huijsseers weer, op losrenten f 6 sjaers competerende Duijff Claes Wouters van Haerlem staende opt voorschreven land. Eveneens op 10 augustus 1582 verkoopt Baert Jan Gaelen, als man en voocht van Duijff Cornelis Aerians, aen Jannitgen Dircxdr weduwe van Maerten Dirck Maerts een stucke landts genaempt “Die Bincaijck” groot vier koeven leggende int Vroon weer. Vervolgens bekend Jannitgen Dircxdr aen Baert Jan Gaelen schuldich te zijn een jaerlicxsz losrenten van f 18.15.- hooftgelt f 300 met Die Bincaijck als onderpand. Eveneens op 10 augustus 1582 verkoopt Cornelis Claes Grietges aen Baert Jan Gaelen een stucke landts groot drie koeven in Bieren weer.

Op 4 augustus 1585 ons gevonden hebben voort siecke bedde van Guertgen Adriaens dochter. Dat zij testatrix institueerde ende nomineerde tot universaele erffgenamen van haeren goeden die kinderen van Cornelis Adriaensz haeren overleden broeder als Pieter Cornelisz, Adriaen Cornelisz, Duijff Cornelisdr die huijsvrouwe van Baert Jan Gaelen. Cornelis Jansz ende Antgen Jansdr tesamen inde plaetze van Jan Cornelisz haeren overleden vader, bij representatie. Ende die kinderen van Willem Adriaensz mede haer testatrice overleden broeder als Jan Willemsz, Marij Willemsdr ende Aernt Pietersz in die plaeetze van Pieter WIllemsz zijn overleden vader. Nochtans dat Aernt Pietersz hen sal affstaen met een gerecht vierendeel vande een helft de voorschreven goeden ende Jan Willemsz met Marij Willemsdr beijde voorschreven tsamen die drie vierendeel van de voorschreven helft. Ende wilde zijn testatrix dat zulcx elcke stam van haeren voorschreven twee broeders haeren goeden halff ende halff.

Op 3 augustus 1586 verkoopt Ghijsbert Geritsz van Assendelft, nu ter tijt woenende tot Haerlem, aen Jan Geritsz, Claes Reael ende Baert Jansz Gaell een stucke landts groot twee koeven genaempt “Alle Vroeden ventgen” streckende van Claes Heijnen oude worff die nu gepossedeert werdt vij Cornelis Jan Floren totden Delft toe. Ende compareerden Jan Geritsz, Claes Jan Reael ende Baert Jans Gaell ende bekenden het voorschreven landt weder vercoft te hebben aen Gerit IJsbrantsz. Op 13 juni 1589 verklaart Baert Jansz Gaellen schuldich te zijn aen Neel Claes, dochter naegelaten weeskindt van wijlen Claes van Slooten, een jaerlicxe losrenten van f 18, hoofgelt 300. Onderpande een stucke landts groot twee morgen genaempt “Uijterven” leggende in Huijch Blockhuijs weer, streckende voorts van Griet Comen Duven lant off totte meeden toe. Op 1 augustus 1589 verkoopt Baert Jansz Gaellen aen Cornelis Jaspersz een stcuke landts groot drie koeven leggende in Dirck Huijsseers weer. Midts dat die voorschreven Cornelis Jaspersz te zijnen laste sal nemen f 100 hooftpenningen competerende Duijff Claes Wouters tot Haerlem. Op 8 augustus 1589 verkopen Garbrant ende Cornelis Floris zoonen aen Baert Jansz Gaellen een stuck lants genaempt “die Uijterven” groot vier koeven leggende in Huijch Blockhuijs weer.

Op 9 juni 1591 verkoopt Michiel Jansz aen Baert Jan Gaellen een stuck lants genaempt “Pouwels ven” groot twee koeven. Compareerde mede Baert Jan Gaellen ende bekende tzelve lant weer vercoft te hebben aen Jan Pieter Everts. Op 13 juni 1591 verkopen Hillegundt Dercx weduwe Cornelis Claessen geassisteert mit Claes Cornelisz haeren zoon ende voocht, aen Jan Willem Aerians ende Baert Jan Gaellen een veen camp lants leggende aent Twisch in Bieren weer groet een halff madt, streckende van Wouter Moeij Duven lant off tottet Twisch toe. Op 17 maart 1591 bekende Derck Cornelisz Coninck waert schuldich te weezen aen Baertsen Jan Gaellen die somme van f 140 uijt saecke van Delftze bieren, te betaelen op vier halff jaeren telcken een gerechte vierde paert. Onderpande zijn huijs ende erff staende ende leggende inde Kerckbuert, streckende voorts van de Wechsloot off tottet achterslootgen toe. Op 16 juni 1591 verkoopt Claes Dercxz nomine uxoris aen Baert Jansz Gaellen een stucke landts genaempt “Schauers ven” groot 1400 roeden leggende Buijtenhuijssen mitte uijterdijck daertoe zijnde, streckende voorts vande Uijtwech off totte Meer toe. Baert Jan Gaellen heeft die voorschreven Schauers ven weder vercoft aen Derck Jan Claessen. Op 24 juli 1592 verklaart Baert Jansz Gaellen schuldich te zijn aen Vrerick Jacobsz een jaerlicxe losrenten van f 12, hooftgelt f 200. Onderpande drie hondt lants meed leggende in Heijntgen Derck Heijnen weer. Op 12 juni 1594 verkoopt Cornelis Aerntsz, woenende tot Haerlem als oome ende voocht van Jacob Aeriansz zijn broeders zoon, aen Baert Jansz Gaellen twee ackeren landts groot 450 roeden leggende in Aernt Claessen weer.

Op 12 juni 1598 is Baert Jan Gaellen borg voor Claes Bouwesz, wie schuldich is aen die Aremhuijssitteren een jaerlicxe losrenten van f 6.5, hooftgelt f 100. Op 24 augustus 1604 treedt Baert Jan Gaelen op als voogd van Biertgen Pieters weduwe wijlen Aernt Jonckers. Op 13 juni 1600 verkoopt Baert Jan Gaellen aan Jan Claesz ‘twee ackeren landts groot 452 roeden leggende in Aernt Claessen weer’. Op 25 januari 1605 verkoopt Claes Pietersz als oom ende voocht van sijn broeders kinderen, geprocreert bij Jannitgen Jacopsdr ende vervangende in desen dselve Jannitgen Jacops ende bekende inder qualijte vercoft te hebben tot seggen van Cornelis vande Lange Laen, Gerit Roeloff Sijmons, Baert Jan Gaellen en de Huijch Claesz als gebuijren tot Assendelft daer toe geroepen.

Op 5 oktober 1611 stelt Jan Henricxz Gaell ‘leggende op zijn sieckbedde oudt omtrent 84 jaeren’ zijn testament op. Daarin verklaart hij ‘dat hij testateur tot een legaet voor uijt zijn goet gemaect heeft bij dezen Baert Jansz zijn zoon, het huijs ende worff sulcx hij testateur tselve beseeten heeft ende metter doot ontruijmmen sal. Ende bekende hij testateur dat hij midts zijn uijterste ouderdoem geen koebeesten aengeboet noch aengekocht en heeft ende sulcx met lancheijt van tijt geconsumeert ende versleeten zijn, ende deurdien die beesten die tot zijn testateurs huijse zijn alleen toebehooren die voorschreven Baert Jansz zijn zoon. Dat oock met tvoorschreven legaet Baert Jansz voldaen is van alle tgeene hij eenichsints op hem testateur zijn vader te eijschen off te pretendere heeft. Dies alles onvermindert doe heeft hij testateur van zijn ongedisponeerde goeden tot zijn universale errffgenamen genomineert ende geinstitueert soe hij oock deede bijdezen die voornoemde Baert Jansz, Trijn Jansdr, Griet Jansdr ende Engeltgen Jansdr zijn beminde kinderen hooft voor hooft ende effen nae’.

Op 13 mei 1613 verkoopt Cornelis Cornelisz Quast, woenende int lant van Schouwen, nomine uxoris, aen Baert Jan Gaellen zijn swaeger, voor de somme van f 1050, te betaelen op drie achtereenvolgende meijdaegen, ‘eerst een acker landts leggende in Sijmon Tijtten weer groot 87 roeden, noch drie ackeren landts leggende in Jan Gaellen weer groot 312 roeden leggende zijd op zijde, noch 350 roeden lants in een stucke landts genaempt “de Buijtcaijck” in Jan Gaellen weer geleegen met Baert Jansz voorschreven gemeen’. Op 26 februari 1616 verkoopt Claes Sijmonsz, als man ende voocht van Griet Jan Gaellen, aen Baert Jan Gaellen zijn schoonbroeder voor de somme van f 3200, ‘een stucke landts groot een morgen landts leggende in Jan Gaellen weer aende uijter ven, noch die gerechte derde paert vande middelste meed int zelve weer, groot int geheel 1450 roeden, voorts met zijn uijterdijck tot het selffde lant behoorende’. Op 16 februari 1618 koopt Baert Jan Gaellen van Aerian Maertsz voor de somme van f 230 ‘seeckere ackeren landts genaempt “die Delft ackertges” ende “die Hell”, groot tsamen 296 roeden leggende in Aernt Claesz weer’.

Op 31 maart 1628 koopt Baert Jan Gaellen voor de somme van f 308 van Claes Dircxz, nomine uxoris, ‘twee veenackers lants gelegen zijd op zijd binner Delft int Lange Laeners weer, groot tsamen 286 roeden’. Op 28 maart 1630 koopt Jan Baerts Gael voor sijn vader Baert Jansz Gael van Jan Allertsz Coning voor de somme van f 2600, ‘een stucke landts genaemt “de Opper meed” gelegen in Roeloff Sijmons weer, groot 1355 roeden’.

Uit dit huwelijk:

Jan Baertsz Gael

2  Cornelis Baartsz Gael, overleden 1636-1642. Gehuwd met Trijn Claas

3  Claes Baertsz Gael, kerkmeester (1643)


10200  Claes Claesz de Wit, zoon van Claes de Wit, geboren ca. 1560

Op 8 maart 1585 is Claes Claesz die Wit borg voor Allert Claesz die Wit, woenende tot Crommenije. Hij is schuldich aen Haesgen Willems van Foreest, woenende tot Amstelredam, een jaerlicxe losrenten van f 8, hooftgelt f 100. Onderpande een stucke landts genaempt Everts weer, groot een morgen.

Op 27 maart 1598 verkoopt Thijs Dercxz, buijerman tot Crommenie, aen Claes Claesz die Wit, dat gerechte derde paert van vijff maeden lants genaempt die Crijsven, groot int geheel vijff maeden lant leggende gemeen mit Pieter Buijermans te Crommenie cum socijs int noort endt, streckende vande Wechsloot off tot Claes van Zaenen lant toe. Op 11 juni 1603 verkoopt Claes Roeloffsz, getrout hebbende Trijn Jan Gerritsz zijn overleden huijsvrou, voor hem selven vervangende ende hem starckmakende voor zijn kinderen, aen Claes Claesz de Wit, een perceel landts genaempt Dienkers lant, groot 602 roeden, leggende int noort eijnde, streckende vande Wech off tot Claes Jantkes lant toe.

Kinderen:

1  Claes Claesz de Wit

Pieter Claesz de Wit


10224  Claes Dircxz Mol , geboren ca. 1560, overleden 1613-1618

Gehuwd met

10225  Marij Wouters, overleden > 1 mei 1626

Op 4 juni 1584 verkoopt Dirck Remmen, als man ende voocht Guert Jansdr weduwe van Jan Willemsz Leesten, ende Baernt Jansz als voocht van Jan Pietersz naegelaeten weeskindt van Piet Jan geprocreert bij Griete Leesten s.g., aen Claes Dircxz Mol een stuckgen landts achter Leesten werff groot 350 roeden, streckende van de voorschreven werff off totte Caijck toe. Op zelfde datum bekent Claes Dircxz Mol schuldich te wesen aen Dirck Remmen ende Jan Pietersz, beijde woonachtich tot Haerlem, die somme van f 230 als custing penningen te betaelen op vier meij daegen. Van eerst een stucken landts leggende achter Leesten werff groot 350 roeden, streckende van de voorschreven werff off totte Caijck toe. Noch van een acker landts genaempt Wouterken acker groot mede 350 roeden. Op 22 september 1598 attesteert Jan Pietersz, universeele erffgename van wijlen Griet Willem Leesten, zijn moeder, in haer leven woenende tot Assendelft ende verclaerde hoe wel dat hij comparant Claes Dercxz Mol seeckere questie gemoveert hadde ter causse van twee pereeltges lants breeder gemenchioneert inde beseegelde quijtscheldinge in date dan 4e junij 1584. Welcke coope van de voorschreven landen geschiet die wijle hij een weeskindt was sonder decreet vande REchter nijet mochte valideren. Soe bekende nochtans hij comparant nu mondich ende tot zijnen jaeren gecomen zijnde van nijens die voornoemde Claes Dercxz opgedragen ende quijtgeschonden te hebben nidts deze tot eenen vrijen eijgen trecht ende eijgendoemme hem comparant aende voorschreven lande competerende.

Op 17 juni 1585 verkoopt Claes Dercxz Moll aan Jan Henricxz een stucke landts groet 313 roeden leggende int noort eijnde achter Allert Heijn Gerit Jans uijt, streckende van Duijf Heijn Gerit Jans lant off tot Willem Heijn Gerit Jans kinderen lant toe.

Op 6 december 1595 compareren Mr. Willem Bardesz, out burgermeester der steede van Amstelredam, als man ende voocht van Aechte Willemsdr ende Reijer vanderHorst, poorter tot Haerlem, als man ende voocht van Grietgen Zijbrandts van Berckenroed, Claes Beerten onsse buerman ter eenre, ende Cornelis Heijnricxz voor hem selven ende als actie ende transpoort hebbende van weduwe wijlen Mr. Jacob Boll inden Haege vervangende ende hem starckmakende voor zijn moeder ende broeders kinderen Egbert Cornelis ende Pieter Cornelis gebroeders onsse mede gebuijeren ter andere zijde. Ende verclaerden hoe dat zij comparanten inder voorschreven qualijte gemeder aerde ende voer mit sekere perceelen van landen geleegen hadde in tSmaijers weer in Pieters weers in Ger Jans huijs weer ende Suerts weer in desen banne int noort eijnde tsaemen begroot tot sesthien end een halve gaerden te weeten. Mr. Willem Baerdese met drie gaerden landts. Daer onder gereeckendt een vierndeel geerts van Zijbrandt van Berckenroed overgeset ende die voorschreven Vander Horst mit vijff gaerden landts ende die voorschreven Cornelis Heijnricxz cum socijs  zeven gaerden ende een vierdeel. Ende Claes Dercx Mol met Claes Baertsz een vierendeel van een gaerde waer inne bij lootinge ende oock cedullen seekere grondt scheijdinge is gedaen den laesten martier anno 1578 ende bij lootinge toegevallen Sijbrandt van Berckenroed voorschreven gaerden den voorschreven Mr. Willem voor drie gaerden ende Claes Dercxz cum socijs voorschreven voor een vierendeel gaers te weeten eerst een stucke landts genaempt die Uijter meed geleegen in Pieters weer aenden Lagendijck groet gemeeten 1565 roeden 9 duijm belent.

Op 1 maart 1613 verkopen Claes Dercxz Moll, Cornelis Jansz Moellenaer ende Pieter Aerntsz als voochden vande naegelaeten kinderen wijlen Pieter Jan Aerians ten overstaen ende consent van Jan Claesz Coen ende Cornelis Jansz Biersteecker, weesmeesteren, aen Willem Claesz Rijssen onse buijerknecht, een omloopgen groot 125 roeden leggende int noort endt, voor de somme van f 80, te betaelen op twee toecomende meijen.

Op 3 januari 1625 vindt de verkoop plaats van een “stucke lants genaempt het Korte Ventgen, groot 316 roeden, geleegen in Mannen weer, door Engel Claesz onse buijrvrijer, als voocht van Marij Woutersdr zijn moeder ende boelhouster wijlen Claes Dircxz Moll, voor de somme van f 620-15. Op 1 mei 1626 verkoopt Dirck Claesz Moll, als soon en de voocht van Marij Wouten weduwe wijlent Claes Dircxz Moll s.g. ende oock voor zijn broeder ende susters aen Dirck Cornelis Roeleven, 270 roeden van een stucke lants genaempt de Boeveecht geleegen in Aechte Neelen weer voor de somme van f 800. Onder conditie dat die nuwe sloot aende noort sijde tussen Dirck Cornelis ende des comparants lant de voornoemde Dirck Cornelis alleen toe compt tot op dardalve voet aen des comparants zijde.

Uit dit huwelijk:

1  Dirk Claesz Mol, geboren ca. 1592

2  Wouter Claasz Mol, geboren ca. 1595

Engel Claasz Mol

4  Jan Claesz Mol

5  Aeff Claes Mollen


10240  Wouter Egbertsz, bakker, geboren ca. 1585 te Heerde, overleden > 18 mei 1629. Ondertrouwd op 8 juni 1620 en gehuwd op 17 juni 1620 voor het gerecht te Wijk bij Duurstede met Antonia Aert Hermansz van Schevinckhoven. Gehuwd op 8 oktober 1625 voor het gerecht te Utrecht met Elsgen Jans

Ondertrouwd op 9 oktober 1607 en gehuwd op 13 oktober 1607 in de Geertekerk te Utrecht (#) met

10241  Roeckgen Bernts, overleden < 8 juni 1620

Uit dit huwelijk:

Egbert Woutersz van Heerden


10242  Aert Jacobsz de Groot, bakker, zoon van Jacob Aertsz de Groot, geboren ca. 1585, begraven 27 september 1630 in de Buurkerk te Utrecht (#)

Gehuwd op 27 april 1611 voor het gerecht te Utrecht (#) met

10243  Annichgen Gijsberts van Haeften, dochter van Gijsbert van Haeften, overleden < 27 september 1630

Uit dit huwelijk:

Annichgen Aerts de Groot

2  Cornelia Aelts de Groot. Gehuwd op 6 juli 1644 voor het gerecht te Utrecht met Aert Crijnen van der Horst, wijnkoper


10244  Willem Eelgisz Verhoeff, varkenkoper, geboren ca. 1570, begraven 16 augustus 1641 in de Jacobikerk te Utrecht (#). Gehuwd op 13 december 1603 te Utrecht met Fennichje Jans

Gehuwd met

10245  Willemken Willems, overleden < 13 december 1603

Uit dit huwelijk:

Elis Willemsz Verhoeff


10246  Henrick Petersz Duijfhuijs, zoon van Peter Cornelisz Duijfhuijs en (?) Elsge NN, geboren ca. 1565, begraven 2 augustus 1630 in de Nicolaikerk te Utrecht (#)

Ondertrouwd op 9 juli 1592 te Utrecht (#) met

10247  Dirckgen Cornelis de Cruijff, dochter van Cornelis Dircksz de Cruijff, geboren ca. 1570 te Dwarsdijk, begraven 2 januari 1655 in de Nicolaikerk te Utrecht (#)

Op 30 oktober 1646 benoemen Aert Henricxss, schoenmaecker, en zijn echtgenoot Anna Gijsbertsdochter Cleutingh, hun zwagers Jorifaes Janss van Mourick en Elias Willemss tot voogd over de na te laten onmondige kinderen en erfgenamen. Op 5 november 1650 benoemt Aert Henricxss zijn zwagers Dirck Harmanss Kip en Marten Gijsbertss tot voogd over de na te laten onmondige kinderen en erfgenamen naast langstlevende.

Op 31 december 1650 protesteren de onmondige kinderen van Jannichgen Henrix Duijffhuijsch, in leven weduwe van Marten van Suijlen, geassisteerd door hun grootmoeder Dirckgen de Cruijff en oom Aert Henricxx Duijfhuijs, tegen de aanvaarding van de nalatenschap van hun moeder.

Op 14 mei 1652 stelt Dirckgen Cornelisdochter de Cruijff haar testament op. Op 18 januari 1653 voegt zij hier een codicil aan toe met herroeping van de prelegatering aan de kinderen van dochter Jannichgen Henricx Duijfhuijs, verwekt door Marten van Suijlen, uitgezonderd het jongste kind Peter van Suijlen.

Op 26 juli 1655 vindt de scheiding plaats van de nalatenschap van Henrick Peterss Duijfhuijs ende Dirckgen Cornelis de Cruijf, in leven echtelieden. Erfgenamen zijn Aert Henricxx Duijfhuijs zoon, zijn onmondige kinderen, Bartgen Henricx Duijfhuijs dochter en weduwe van Joriphaes Janss van Mourick, haar mondige en onmondige kinderen, Marten Gijsbertss van Cothen gehuwd met Gijsbergen Henricx Duijfhuijs dochter, haar mondige en onmondige kinderen, de kinderen van Marten van Suijlen en Jannichgen Henricx Duijfhuijs, en Dirck Kip gehuwd met Petertgen Henricx Duijfhuijs dochter. De nalatenschap bestaat uit 7½ hondt bouwlandts genaamd de Ganseweij liggende in de gerecht Tollesteech in Covelswaeij – naar Dirck Kip en zijn vrouw, 1 mergen bouwlandts genaamd den Besten Mergen liggende op de Ganseweij in het gerecht Tollesteech. Enige posten waaronder een akker land van 2 morgen genaamd de Rijnacker gelegen in Jutphaas en een grafstede in de Nicolaaskerk in Utrecht, blijven gemeen. Op 26 november 1656 lenen Marten Gijsbertss van Cothen, Aert Henricxss Duijfhuijs en Bartgen Henricx Duijfhuijs f 300 van hun zwager Dirck Kip vanwege een lening ter aflossing van een schuld van f 400 aan Willem Gijsbertss Verhaer met machtiging aan Dirck Kip om bij wanbetaling de Rijnacker, groot 2 morgen gelegen onder Jutphaas, te verkopen. Op 7 april 1661 benoemen de (klein)kinderen en mede-erfgenamen van Dirckgen de Cruijff, in leven weduwe van Hendrick Peterss Duijffhuijs, Aert Duijffhuijs om met de overige mede-erfgenamen 2 morgen land genaamd De RIjnacker te Jutphaas te transporteren aan Dirck Hermanss Kipp wonend in de Tolsteeg en Petertgen Hendricx Duijffhuijs. Als erfgenamen zijn mede genoemd Bartgen Hendricx, Joost Joriphaess onmondige zoon van Bartgen Hendricx, mondige kinderen van Bartgen Hendricx zijnde Thomas, Annichgen, Weijntgen en Hendrick Joriphaess, Marten Ghijsbertss van Cothen, Wouter Egbertss van Cothen gehuwd met WIlhelmina Eliss, en Dirck Janss van Montfoort gehuwd met Cornelia Eliss.

Op 15 februari 1665 stelt Petertgen Duiffhuijs, gehuwd met Dirck Kip en wonende in de Ganssteech buijten de Tollesteechpoort, haar testament op. Als erfgenamen benoemt zij de kinderen van Bartgen Henricx Duijffhuijs weduwe van Joriphaes van Maurick, de kinderen van Gijsbertgen Henricx Duijffhuijs gehuwd met Meertgen Gijsbertss, Johan Duijffhuijs zoon van Aert Duijfhuijs, en de kinderen van Jannichgen Henricx Duijffhuijs in leven gehuwd met Marten van Zuijlen. Op last van lijftocht voor haar echtgenoot, met benoeming van haar echtgenoot tot executeur en voogd.

Op 26 september 1671 attesteren Joannes Hermss Heuverman, Henderick Andriess van Rees en Krijn Andriess van Rees over de rechtmatigheid van de voogdij van Aert Henderickss Duijffhuijsch over de onmondige kinderen van Meerten van Zuijlen en Jannichie Henderickss Duijffhuijsch, requirants zuster, opdat requirant in het Oost Indiens huijsch te Amsterdam gage van één van hen, Arien van Zuijlen, kan gaan innen. De overgebleven kinderen zijn Peter van Zuijlen oud 22 jaar, en Maria van Zuijlen oud 20 jaar. Jannichie Henderickss Duijffhuijsch en requirant zijn kinderen van Henderick Peterss Duijffhuijsch en Dirckje Cornelis de Cruijff, in leven echtelieden.

Op 8 november 1679 Weijntje Joriphaesdr van Maurick voor haarzelf en vervangende Henrick Joriphaesz van Maurick en Peter Brouwer gehuwd met Annichje Joriphaesdr van Maurick, samen kinderen van Bartje Henrickx Duijfhuijs, Dirck Jansz van Montfoort gehuwd met Cornelia van der Hoeff voor hemzelf en vervangende Wouter van Heerden weduwenaar Willema van der Hoeff, kinderen van Gijsbertje Hendricks Duijfhuijs, Johannes Duijfhuijs zoon van Aert Duijfhuijs, Frans ter Laeck gehuwd met Teuntje van Zuijlen voor henzelf en vervangende Maeijchje van Zuijlen en Peter van Zuijlen, kinderen van Jannichge Hendrickx Duijfhuijs, en Meerten van Zuijlen, samen erfgenamen van Petertgen Duijfhuijs in leven huisvrouw van Dirck Hermansz Kip, constitueren.

Uit dit huwelijk:

1  Bartgen Hendricx Duijfhuijs,  begraven 4 september 1685 in de Nicolaikerk te Utrecht. Gehuwd met Joriphaes Jansz van Mourick, houtkoper, begraven 4 februari 1650 in de Nicolaikerk te Utrecht

2  Jannichien Henricks Duijffhuijs, begraven 1 januari 1651 te Utrecht. Gehuwd op 15 november 1628 voor het gerecht te Utrecht met Marten Cornelisz van Suijlen, begraven 6 februari 1649 te Utrecht

Gijsbertgen Hendricks Duijfhuijs

4  Petertjen Hendricks Duijfhuijs, begraven 8 november 1669 in de Nicolaikerk te Utrecht. Gehuwd op 1 juni 1633 voor het gerecht te Utrecht met Dirck Harmansz Kip, overleden > 8 november 1669

5  Aert Henricksz Duijffhuijs, schoenmaker, huidenkoper, overleden > 15 januari 1678. Gehuwd op 25 januari 1640 voor het gerecht te Utrecht met Annichgen Gijsberts Cleutingh, begraven 23 november 1646 in de Buurkerk te Utrecht. Gehuwd op 16 januari 1647 voor het gerecht te Utrecht met Grietgen Crijnen, begraven 26 februari 1690 in de Buurkerk te Utrecht


10250  Elis Harmansz, bakker, zoon van Herman Dircksz en Jacobgen Otten, geboren ca. 1600, overleden > 6 februari 1663. Ondertrouwd op 25 februari 1659 en gehuwd op 18 maart 1659 te Amersfoort (get: Bartholomeus Simons, verwant, Aertjen Jans) met Hilletien Jans, begraven 6 februari 1663 in de St. Joriskerk te Amersfoort

Gehuwd met

10251  Anna Willems, overleden 1654

Op 22 juli 1636 lenen Elis Hermansz, bakker, en zijn vrouw Anna Willems, van de twee onmondige zoontjes van de overleden Emmitgen Henricx en Marritgen, de onmondige dochter van Neeltgen Thijs, verwekt door Thomas Evertsz, bakker, een hoofdsom van 600 gulden met een losrente van 36 gulden jaarlijks. Onderpand is een huis, hof en hofstede aan de Crommestraat. Met het geleende geld koopt Elis Hermansz op 22 juli 1636 een huis, hof en hofstede in de Crommestraat van Rijck Evertsz, wielmaker, Peter Jansz, timmerman, en Franck Thijsz, kleermaker, als mede-mombers van de onmondige kinderen van Thomas Evertsz, bakker, en vertegenwoordigers van Seger Henricxsz, wonende te Soest, en Cornelis Jacobsz de Ridder, mede-momber van deze kinderen. Op last van jaarlijks 15 stuivers ten behoeve van de vicarij van Hamersfelt, 1 gulden en 10 stuivers ten behoeve van de erfgenamen van Goort van Sneul, en 1 gulden en 5 stuivers ten behoeve van de Armen de Poth. Eveneens op 22 juli 1636 verkopen Elis Hermansen, bakker, en zijn vrouw Anna Willemsdochter aan Cornelis Helmichsen, bakker en zijn vrouw Jannitgen Lourens, een huis, hof en hofstede staande en gelegen in de Krommestraat. Op 18 juni 1653 verkopen Evert Thomasen Backer en zijn vrouw Aeltgen Gerritsdochter, burgers, de helft van een plechte van 600 gulden, met een rente van 36 gulden per jaar, door Elis Harmensen Backer en zijn vrouw Anna Willemsdochter, ten behoeve van de onmondige zoontjes van Emmitgen Henrickdochter, de overleden moeder van de comparante en van Maritgen, onmondige dochtertje van wijlen Neeltje Thijs, het zusje van comparante waarvan wijlen Thomas Evertsz de vader is. Betreft huis, hof en hofstede in de Krommestraat.

Op 28 maart 1638 verkopen de erfgenamen van Herman Dircx en zijn vrouw Jacobgen Otten een huis en schuur met toebehoren staande en gelegen in de Arnhemse straat (Slijkstraat) te Amersfoort aan Franck Cornelissen, timmerman, en zijn vrouw Arisgen Sanders. De verkopende erfgenamen zijn Elis Hermansen, bakker, en zijn vrouw Annigen Willems, Jan Hermansen woonachtig te Utrecht voor hemzelf en zich sterkmakend voor zijn vrouw Marritgen Jans, Cornelis Hermansen voor hemzelf en zich sterkmakend voor zijn vrouw Gerbrecht Peters, Thomas Hermansen ook voor hemzelf en zich sterkmakend voor zijn vrouw Judith Dircx, Henric Rijcx, schipper, en zijn vrouw Dirckgen Hermans, Goris Aerts Botter als vader en momber van zijn onmondige kinderen behouden van Elisabeth Hermans zijn overleden vrouw, Evert Henricx, kuiper, als man en voogd van Adriaentgen Hermans en dezelfde Adriaentgen, Henrickgen Hermansdochter, Hendrickgen Hermans de jonge en Maritgen Hermansen allen voor henzelf en zich sterkmakend en caverende voor Anthonis Hermansen hun uitlandige broer en schoonbroer, en tevens de genoemde Elis Hermansen als gemachtigde van zijn broer Peter van den Treek, schout van de Domkerk te Utrecht. Allen kinderen en erfgenamen van Herman Dirckx en zijn vrouw Jacobgen Otten.

Op 23 juni 1638 kopen Elis Hermansz en zijn vrouw Annitgen Willems een huis staande op Havik te Amersfoort van Abraham Both voor hemzelf en zich sterkmakend voor Henrick Both de jonge en zijn vrouw, mitsgaders voor Marcelis Thins en zijn vrouw Elisabeth Both en gezamenlijk erfgenamen van Henric en Alid Both hun overleden broer en zuster, voor zestiende parten.

Op 10 januari 1640 kopen Elis Hermansz, bakker, neef van Goortgen Jans, en zijn vrouw Annitgen Willemsdochter, van Goortgen Jans twee woningen, hof en hofstede, naast elkaar staande aan de Weversingel, waarvan de ene door haarzelf bewoond wordt en de andere door Eduard Vlud in huur gebruikt wordt.

Op 11 februari 1641 verkopen de erfgenamen van Jacobijn Otten, in haar leven weduwe van Herman Dircxz, een huis en hof op de Singel aan Rens van Treek, schout van de edele heer ten Dam te Utrecht. De genoemde verkopende erfgenamen zijn Henric Rijcxz, schipper, mede voor zijn vrouw Dirckgen Hermans, Goris Aertsz Botter als vader van zijn kinderen bij Lijsbet Hermans zijn overleden vrouw, Elis Hermansz, bakker, en zijn vrouw Annitgen Willemsz, Evert Henricxz, kuiper, en zijn vrouw Adriaentgen Hermansdochter, Henrickgen Hermans de oude en Henrickgen Hermans de jonge, mitsgaders Maritgen Hermansdochter. Op 21 mei 1642 kopen Elis Hermans, bakker, en zijn vrouw en hun erven drie huizen op de Singel bij het Sint Agneta Convent van de overige erven van Jacobgen Otten, weduwe van Herman Dircxz, hun moeder en schoonmoeder. De genoemde verkopende erfgenamen zijn Goris Aertsz Botter als vader van zijn onmondige kinderen bij zijn overleden vrouw Lijsbet Hermans, voor zichzelf en voor Johan Hermanss, Cornelis Hermanss en Thomas Hermanss van Treek en hun echtgenoten, Evert Henricx Cuijper en zijn vrouw Ariaentgen Hermans, Henrickgen Hermans de oude en Henrickgen Hermans de jonge, Maritgen Hermans. Op 25 mei 1642 verkopen Elis Hermansz, bakker, en zijn vrouw Annitgen Willemsdochter, twee van de drie huizen door, te weten een huis op de Singel bij de Sint Andriesstraat aan Eduard Egbertsz Schut, tafellakenmaker, en zijn vrouw en hun erven, en een woning met hofstede daarachter aan de Singel bij de Sint Andriesstraat met gebruik van de put aan Herman Thijmanss, schipper, zijn vrouw en hun erven.

Op 26 oktober 1642 verkopen Elis Hermanss, bakker, en zijn vrouw Annitgen Willems en Goris Aertsz Botter als vader en voogd van onmondige kinderen, als mede-erfgenamen van Jacobgen Otten hun grootmoeder, samen voor de mede-erfgenamen, een huis op de hoek van de Sint Andriesstraat, met opkamer en paardenstal daarachter en de gang daarbij aan Marmeduck Pietz, tabakspijpenmaker, zijn vrouw Rebecca en hun erven.

Op 6 april 1644 verkpen Elis Hermanss, bakker, en zijn vrouw Annitgen Willems, een huis, hof en hofstede aan de Cingel aan Robert Cletch, zijn vrouw en hun erven.

Op 29 juni 1649 lenen Elis Harmensz, bakker, en zijn vrouw Annitgen Willems van Harmen Lap en Geertgen Hendrickx en hun erven een hoofdsom van 300 gulden tegen een losrente van 16 gulden en 10 stuivers. Onderpand is een huis op de Havik.

In 1654 is in de weeskamer te Amersfoort ingeschreven Elis Harmansz en A. Willemsdochter.

Uit dit huwelijk:

Willemtgen Elis

2  Teunje Elias, geboren 1634-1635, begraven 18 januari 1695 te Amsterdam. Ondertrouwd op 30 maart 1662 te Amsterdam en gehuwd met Harmen Jansz van der Reede, kleermaker, geboren 1632-1633 te Den Haag, overleden 1668. Ondertrouwd op 12 oktober 1668 te Amsterdam en gehuwd met Wigman Jansz, kaarsenmaker, geboren 1640-1641 te Elburg

3  Elisje Elis, geboren ca. 1640, overleden > 26 juni 1700. Gehuwd op 9 februari 1664 RK ‘t Zand te Amersfoort met Rijck Hendricksz van Vasen, grutter, overleden 1693. Ondertrouwd op 22 november 1695 en gehuwd op 7 december 1695 voor het gerecht en RK ‘t Zand te Amersfoort met Hendrik van Sandendael, olieslager, geboren 1651-1652 te Amersfoort


10258  Dirck Gijsbertsen

Kinderen:

Jannichgen Dircks van Barnevelt

2  Rijck Dircxss van Barnevelt. Ondertrouwd op 23 juli 1643 en gehuwd op 15 augustus 1643 te Utrecht met Petertjen Goeijers


10260  Jan Gijsbertsz Heijcop, brouwer, burgemeester van Vianen, geboren ca. 1585, overleden 13 september 1637, begraven in de Grote Kerk van Vinen

Gehuwd ca. 1610 met

10261  Amelia Hoevenaer, dochter van Lambert Hoevenaer en Elisabeth Peter Gerritsz van Eijndhoven, geboren ca. 1585, overleden 30 oktober 1637, begraven in de Grote Kerk van Vianen

Jan wordt op 4 oktober 1616 beleend met de helft van een halve hoeve in de Biesen op de Mijl. Op 8 april 1618 Wouter Gerards bij overdracht door Jan Gijsberts voor Amelia Hoevenaar.

In 1627 procederen te Culemborg Steven Hoevenaers, Jan Gijsbertusz als man en voogd van Amelijne Hoevenaers, Hillegonde Hoevenaers, Hendrik en Elisabeth Hoevenaers tegen Adriaen de Molre.

Op 27 augustus 1636 stelt Hillegonda Hoevenaer, weduwe van Thomas Heurnius in leven raet en rentmeester generael van de domeijnen ‘s lants van Utrecht, haar testament op. Tot erfgenamen benoemt zij haar broer Frederick Hoevenaer, gehuwd met Justina de Moolre, en zuster Amelia Hoevenaer, gehuwd met Jan Ghijsbertss. Met uitsluiting van de weeskamer. Op 25 november 1640 benoemt zij tot erfgenamen haar broer Frederick Hoevenaer, gehuwd met Josina de Moolre, en de kinderen van haar zuster Amelia Hoevenaer.

In de Grote Kerk van Vianen is een grafsteen aanwezig met de tekst “Hier leijt begrven Jan Gijsbertsen van Heijcop, out burgemeester, stierf den 13 September 1637, ende Amelia Hoevenaer, sijn huijsvrou, stierf den 30 Oktober 1637“.

Op 6 maart 1641 draagt Peter Janss Heijcop, wonende te Vianen, mede-erfgenaam van Jan Gijsbertss Heijcop, f 27-10-0 verschuldigd door de boedel van Anthonis Jacobss van Leerdam vanwege geleverde bieren, over aan Johan van Rhenen, erffhuijsmeester van de stad Utrecht.

Op 12 juni 1655 stelt Hillegonda Hoevenaer, weduwe van Tomas Heurnius in leven raedt en rentmeester-generaal van de domeijnen ‘s lants van Utrecht, eerder weduwe van Adriaen van Helsdingen, wonende te Utrecht bij de St. Jacobskercke in ‘t achterste quartier der huijse van predicant Heijcopius, haar testament op. Ze benoemt tot erfgenamen de (kinds)kinderen van haar broer Frederick Hoevenaer, de (kinds)kinderen van haar zuster Amelia Hoevenaer en Johan Gijsbertss van Heijcop, Huijbert Janss van Heijcop, Lambert van Heijcop, Elijsabeth van Heijcop, Mechtelt van Heijcop, de kinderen van Cornelis van Heijcop en Hillegonda van Heijcop c.s. De helfte van een hoff aan de Hoochlantsesteech buijten Utrecht gaat naar Lambert van Heijcop. Een hoff en huijsinge aan de Hoochlantsesteech gaat naar Hillegonda van Heijcop. Frederick Hoevenaer, in leven burgemeester en gehuwd met Josina de Moelre, Johan Gijsbertss van Heijcop in leven burgemeester te Vianen, Maeijge Boschhuijs weduwe van Cornelis van Heijcop in leven predikant en moeder van Hillegonda van Heijcop, krijgt lijftocht aan hof en huis aan haar dochter geprelegateerd met uitsluiting van de weeskamer, met benoeming van Lambert Hoevenaer, Adam Gresnich, Huijbert Janss van Heijcop en Lambert Janss van Heijcop, neven, tot executeurs.

Op 6 oktober 1669 stelt Elisabeth Heijcop haar testament op. Ze benoemt tot erfgenamen haar broer Lambertus Heijcop, haar zuster Mechtelt Heijcop, de kinderen van haar broer Gijsbert Heijcop in leven burgemeester te Vianen, de kinderen van haar broer Cornelis Heijcop in leven bedienaar des goddelijken woords te Utrecht, de kinderen van haar broer Nicolaes Heijcop in leven wijnkoper te Schoonhoven, en de kinderen van haar broer Piter Heijcop in leven wijnkoper te Vianen. Een portie in hoffstede en landen onder Demmerick gaat naar Lambertus Heijcop en Mechtelt Heijcop, op voorwaarde dat begunstigden jaarlijks f 100-0-0 betalen aan haar broer Hubertus Heijcop. Met benoeming van Lambertus Heijcop en haar zwager Johan de Romer tot executeurs.

Uit dit huwelijk:

Gijsbert Jansz van Heijcop

Elisabeth Jans van Heijcop. Ondertrouwd op 12 juli 1646 en gehuwd op 26 juli 1646 te Utrecht met Jeurefaes van Eck

3  Mechtelt Jans van Heijcop, overleden > 23 februari 1684. Ondertrouwd op 3 april 1648 en gehuwd op 23 april 1648 te Utrecht met Johan de Romer, geboren te Amsterdam, overleden 1669-1684

4  Lambert Jansz van Heijcop, schepen van Utrecht, raad in de Vroetschap, overleden > 23 februari 1684. Ondertrouwd op 1 december 1650 en gehuwd op 17 december 1650 te Utrecht met Bernarda Sophia Breierus

5  Cornelis Jansz van Heijcop (Cornelius Heijcopius), predikant te Haaften (1620), Schoonhoven (1634) en Utrecht (1640), overleden 6 september 1648 en begraven 18 september 1648 te Utrecht. Gehuwd met Maeijge Boschhuijs, overleden > 1677

6  Nicolaes Jansz van Heijcop, wijnkoper te Schoonhoven, overleden < 6 oktober 1669

7  Huijbert Jansz van Heijcop, coorncoper, overleden > 6 oktober 1669. Ondertrouwd op 10 november 1650 en gehuwd op 26 november 1650 te Utrecht met Weijntjen de Rijck

8  Peter Jansz Heijcop, wijnkoper te Vianen, overleden < 6 oktober 1669


10262  Willem Cornelisz Mode, bakker, zoon van Cornelis Mode, geboren ca. 1580, begraven 16 juli 1638 in de Jacobikerk te Utrecht (#). Ondertrouwd op 9 april 1637 en gehuwd op 23 april 1637 in de Jacobikerk te Utrecht met Aeltgen Poulus van Rhenen, begraven 30 juni 1645 in de Jacobikerk te Utrecht

Gehuwd op 6 augustus 1609 in de Geertekerk te Utrecht (#) met

10263  Metjen Claes van Hoogerbrugh, dochter van Claes van Hoogerbrugh, geboren ca. 1580, begraven 2 november 1635 in de Jacobikerk te Utrecht (#)

Op 27 april 1635 worden de huwelijkse voorwaarden opgesteld voor het huwelijk tussen Lambert Henrixss van Genniprijn en Annechen Cornelis. Assistenten zijn Annechen Cornelis Modde, moeder, Willem Corneliss Modde, oom, Mathijs Hermanss van Vianen, zwager, en Johan Cuijper. Op 16 november 1636 worden de huwelijkse voorwaarden opgesteld voor het huwelijk tussen Cornelis Henrixsz van Genneprijn en Marichgen Eelgis. Assistenten van de bruidegom zijn de moeder Anna Cornelis Modé, zijn broer Lambert Henrixsz van Genneprijn en zijn oom Willem Cornelisz Modé.

Op 21 oktober 1636 vindt de scheiding van de boedels van Pauls Adriaenss van Boort, in leven linnenwever te Utrecht, en Marichgen Dircx van Mierlo, in leven echtelieden. Willem Corneliss Mode is genoemd als erfgenaam van Pauls Adriaenss van Boort, de relatie is niet duidelijk.

Op 23 februari 1638 tekenen Hester Garbrants Valck onmondig, haar grootmoeder Metgen Jans van Roijen en Claes Claess van Mesch een kwitantie ten behoeve van Cornelis Rosch voor voldoening van een erfportie ad f 1000-0-0 uit de nalatenschap van grootouders Anthonis Gerritss Valck en Willemtgen Jans van Velthuijsen, betaald volgens contract aan Willem Cornelis Mode, bakker te Utrecht, en zijn vrouw Aeltgen Pauls van Rheenen, die daarvoor plecht ten behoeve van de onmondige hebben gepasseerd.

Uit dit huwelijk:

1  (?) Cornelia Modeus

2  Stijntje Willems Modeus, gedoopt 2 januari 1614 te Utrecht. Ondertrouwd op 18 maart 1638 en gehuwd op 1 april 1638 in de Jacobikerk te Utrecht met Jacob Wolversen van Scherpenzeel

3  Wijntgen Willems Mode, begraven 21 september 1635 in de Jacobikerk te Utrecht

4  Cornelis Willemsz Mode, begraven 5 oktober 1635 in de Jacobikerk te Utrecht

5  NN Modde, begraven 27 juni 1625 in de Jacobikerk te Utrecht

6  NN Mode, begraven 5 mei 1628 in de Jacobikerk te Utrecht

7  NN Mode, begraven 13 oktober 1628 in de Jacobikerk te Utrecht


10268  Michiel Sem, brouwer in de Witte Leeuw te Utrecht, zoon van Gerrit Sem en Lucretia Baltus de Loefs, geboren ca. 1575, overleden 2 september 1643 en begraven 11 september 1643 te Utrecht (#)

Ondertrouwd op 1 augustus 1601 en gehuwd op 25 augustus 1601 te Utrecht (#) met

10269  Maeijken Pieters Eijndhoven, geboren ca. 1580, begraven 10 april 1665 in de Buurkerk te Utrecht (#)

Op 11 juli 1605 verklaart Michiel Sem op verzoek van Jan van Megen, cleermaecker te Utrecht, over de kleermakersgezel Dirck Willemsz, 16 à 17 jaar oud, die zijn dienst bij attestant voortijdig verliet om te gaan werken bij de kleermaker Peter Verstegen en een ‘slecht gesel van cleijn verstant en conditie’ was.

Op 10 april 1611 te Rhenen bekent Michiel Sem, burger te Utrecht, als gemachtigde van Frederick van Rheede, heer van Amerongen, schuldig te zijn aan Harmen Weijers, burger te Utrecht, 400 gulden. Hij stelt als onderpand een huis en hofstede bepaald oostwaarts de Rhenense gemeente, zuidwaarts de Dijkersgemeente, westwaarts Cuneraweg en noordwaarts Dirck Krenen. Op 1 december 1612 is een stuk veen, veld en vulling, water, heide, weide en bouwland daarbij in de Ameronger veen, belast voor Michiel Sem, burger van Utrecht, en Marieke Pietersdr zijn vrouw met f 6 Karolus 5 stuiver door Anton Meinsz, Marietje diens vrouw en Anton Willemsz haar zoon bij Willem Cloeting, haar eerste man, te loosen met f 100.

Op 4 juli 1616 wordt de brouwerij “De Leeuw” door de erfgenamen van Henrick de Roij verkocht aan Michiel Sm. Het bezit wordt omschreven als “de grote huijsinge, brouwerije, kelders, cluijsen, alsmede den molenhuijs metten hoff ende poortwech achter ten Nieuwstraet uutgaende. Item noch een torffschuijr daer achteraen staende, mitsgaders een huijsinge ten noorden naest aan de voorschreven grote huijsinge staende. Iten noch sekere huijsinge genaempt de Engelsche Camer achter die voorschreven grote huijsinge staende met het erve daeraan behorende uutgaende in ‘t Walensteechgen sulx deselver alsnu bij Frans Lambertsz Cloot bewoent wert”. Met de Engelsche Camer wordt bedoeld de latere herberg “De Drie Dorstige Harten” aan de Dorstige Hartsteeg. In 1649 wordt De Drie Dorstige Harten eigen bezit van de bewoner/gebruiker. De herberg wordt dan door de weduwe van Michiel Sem verkocht aan Evert Harmanss Rinckenraed, die in1635 al herbergier was (Bron: Kolfbaan De Drie Dorstige Harten, Steengoed, nr 5 november 1989). Zie links plattegrond van de situatie ter plaatse.

Op 12 februari 1622 te Rhenen Hendrick Willemsen van Santen contra Michiel Sem, brouwer en burger te Utrecht.

Op 8 februari 1628 draagt Jacob Henrixsz van Vollenhove, gehuwd met Aeffgen Alert Claes wonende te Vleuten) een koopmansbrief van f 450-0-0 ten laste van Michiel Sem te Utrecht, over aan Aert Laurensz van Bijlevelt.

Op 17 februari 1641 is Michiel Sem schuldeiser van Jodochus Wilchius, predicant tot Diedam in de Graeffschap van den Berch, voor f 56-0-0 wegens geleverde bieren.

Op 29 april 1642 stelt Johan van Overmeer, notaris ‘s hoofs van Utrecht, gehuwd met Maria de Leuw zijn testament op, met benoeming van langstlevende, (schoon)moeder Elijsabeth van Wijck weduwe Pons Franss de Leuw, Michiel Sem brouwer te Utrecht, en Ludolph van Everdingen te Utrecht, tot voogden. Op 7 mei 1643 stelt Gerardt Sem zijn testament op met benoeming van langstlevende, Michiel Sem vader van comparant, en Philips van Reijnegom advocaat hof van Utrecht, tot voogden. Op 15 oktober 1643 verklaart Gerardt Sem van aanneming van voogdij over de drie nagelaten onmondige kinderen van Cornelia Sem, zijn overleden zuster, verwekt bij Cornelis, in plaats van Michiel Sem zijn overleden vader. Johan van Overmeer benoemt op 20 april 1645 Gerard Sem en Nicolaes van Sweserenge tot voogden over de onmondige erfgenamen in plaats van Michiel Sem en Ludolph van Everdingen, die beiden zijn overleden.

Op 20 april 1645 benoemt Johan van Overmeer, notaris ‘s hoofs van Utrecht, Gerard Sem en Nicolaes van Sweserenge tot voogd over de onmondige erfgenamen, in plaats van Michiel Sem en Ludolph van Everdingen die beide zijn overleden.

Op 8 maart 1652 verkrijgt Jan Adriaansz Timmerman een huizing en hofstede in Amerongen aan het Marktveld, vanouds genaamd Roskam, bij overdracht door Pieter Matthijsz, gerechtsbode van Amerongen, voor Marietje Cornelis weduwe Steven Govertsz van Amerongen, bevestigd 31-5-1644 door Maria van Eindhoven, gehuwd met Michiel Sem, burger en brouwer van Utrecht, en Hugo Arnoutsz, Cornelis van Amerongen, Jan Aldersen en Simon Dirksz, erven van Steven Dierts of Steven Govertsz.

Op 25 oktober 1652 benoemen de erven van Jacob van Schendel en Wilhelm van Schendel, Bartholomeus van Eck om rente te innen van f 1000-0-0 ten laste van Matijs van Lienden met Johan van Lienden en Geerrit van Lienden als borgen, van f 1200-0-0 ten laste van de weduwe van Michiel Sem met Gerrit Sem, Anthoni Baers en Philips van Reijnegum als borgen, van plecht f 1000-0-0, nu ten laste van Cornelis Pieterss, gevestigd op land in Ter Aa, en van overige rentebrieven.

Op 14 juli 1654 constitueren Marta van Eijndhoven weduwe van Michiel Sem, haar zoon Gerardt Sem, en haar zwager Anthoni Baers, Henrick van Nijpoort om voor het gerecht van Utrecht een huis c.a. gelegen aan de zuidzijde van het Zilversteegje te transporteren ten behoeve van Adam Beerntss, herbergier te Utrecht.

Uit dit huwelijk:

1  Elijsabeth Sem, overleden > 30 november 1667 te Brussel (B). Gehuwd op 29 april 1626 voor het gerecht te Utrecht met Carolus de Lange, koopman, geboren te Rotterdam

2  Odilia Sem, overleden 26 november 1628 en begraven 8 december 1628 in de Jacobikerk te Utrecht. Gehuwd op 16 februari 1628 voor het gerecht te Utrecht met Gerrit Rutgersz van Schaijck

3  Cornelia Sem, overleden 20 december 1639 en begraven 30 december 1639 in de Jacobikerk te Utrecht. Gehuwd op 23 mei 1635 voor het gerecht te Utrecht met Cornelis Willemsz Portengen, overleden 1645-1651

4  Maria Sem, geboren ca. 1620, begraven 23 februari 1703 in de Geertekerk te Utrecht. Gehuwd op 17 mei 1645 voor het gerecht te Utrecht met Anthonis Baers, brouwer, overleden < 25 mei 1667

5   Catherina Sem, gedoopt 3 november 1613 te Utrecht, begraven 30 november 1702 in de Buurkerk te Utrecht. Gehuwd op 27 mei 1643 voor het gerecht te Utrecht met Philips van Reijnegum, advocaet hove van Utrecht, overleden < 12 februari 1653

Gerrit Sem


10270  Thomas Both, advocaet hove van Utrecht, zoon van Hendrick Both en Emmerentia Bogaert, geboren ca. 1600, overleden 2 februari 1633 en begraven 11 februari 1633 in de Buurkerk te Utrecht (#)

Gehuwd op 2 februari 1622 voor het gerecht te Utrecht (#) met

10271  Josina de Leeuw, dochter van Claes Jansz de Leeuw en Maria Beernts van Bochoven, geboren ca. 1600, overleden 28 juni 1636 en begraven 4 juli 1636 in de Jacobikerk te Utrecht (#). Gehuwd op 12 april 1634 voor het gerecht te Utrecht met Adriaen Anthonis Dircxz van Broeckhuijsen

Op 8 september 1628 verzoek Stephanus Lobetius ab Oosteijnda verschillende getuigen waaronder Thomas Bottius, een getuigenis van wettige geboorte en eerbare omgang te verstrekken. Zij zaten voor een deel samen op het gymnasium en hebben voor een deel samen in Leuven gestudeerd.

Op 22 januari 1649 verkopen de erven van Henrick Both voor het gerecht van Utrecht huizen, cameren en erven, gelegen aan de zuidzijde van de Wittevrouwenstraat, aan de noordzijde van de Rietsteeg en in de Blindesteeg genaamd Kloksteeg.

Uit dit huwelijk:

Nicolaa Both


10304  Willem Acrijnsz, zoon van Acrijn Gerritsz en Anna Roelofs, overleden (?) 1598-1601 te Utrecht

Gehuwd met

10305  Jannichje Gijsberts, begraven 10 oktober 1642 te Utrecht (#)

Uit 1597/98 dateren stukken betreffende het proces, gevoerd voor het Hof van Utrecht door kameraar van Bijleveld tegen mr. Willem Acrijnss, over het bij decreet verkopen van een stuk land aan de Meern zonder vermelding van het daarop rustende verband tot onderhoud van de Meerdijk, met eigendomsbewijzen en pachtbrieven van het bedoelde land sedert 1460.

Uit dit huwelijk:

1  Gerrit Willems Acrijnsz, geboren ca. 1583, begraven 4 oktober 1652 te Utrecht. Gehuwd op 15 november 1608 voor het gerecht te Utrecht met Engeltje Goverts, geboren ca. 1583, begraven 4 april 1655 te Utrecht

Gijsbert Willems Agterberg

3  Acrijn Willems Agterberg, geboren ca. 1590, begraven 24 oktober 1664 te Utrecht. Gehuwd op 29 januari 1620 voor het gerecht te Utrecht met Jannichje Cornelis Jans


10306  Coenraad Eersten

Kinderen:

1  Gouda Coenraet Eerstens. Gehuwd op 6 november 1619 voor het gerecht te Utrecht met Adriaen Jan Erasmusz

Neeltje Coenraad Eersten


10308  Cornelis Jelisz van Lelienberch

Kinderen:

1  Jan Cornelisz Lelienburch, deurwaarder, geboren te Utrecht, begraven 4 mei 1614 in de Oude Kerk te Delft. Ondertrouwd op 5 juli 1609 te Delft met Thoontge Claes, geboren te Delft

2  Gielis Cornelisz Lelienberch, secretaris van de staten van Utrecht, exploiteur van de hove van Holland, deurwaarder, begraven 28 maart 1638 in de Nieuwe Kerk te Delft. Ondertrouwd op 21 september 1612 te Utrecht en gehuwd te Delft met Lijntgen Leenaerts van Houten

3  Herman Cornelisz van Lelienberch, bakker, begraven 29 augustus 1636 te Utrecht. Gehuwd met Acrijntgen Adriaens, begraven 5 september 1636 te Utrecht

Aelbert Cornelisz van Lelienberch

5  Cornelis Cornelisz Lelienburch.Gehuwd op 28 april 1627 voor het gerecht te Utrecht met Elsgen Claes Jansen

6  Stoffel Cornelisz Lelienberch, substituut schout te Rotterdam (1643). Gehuwd op 1 oktober 1634 te Delft met Grijetgen Blanckert


10310  Cornelis Arisz

Kinderen:

Maeijcken Cornelis


10312  Cornelis Rochusz van der Stoop, zoon van Rochus van der Stoop, geboren ca. 1560, begraven 16 oktober 1626 in de Nicolaikerk te Utrecht (#)

Gehuwd met

13013  Gijsbertgen Stoffels, overleden > 16 oktober 1626

Uit dit huwelijk:

1  Bastiaen Cornelisz van der Stoop, begraven 12 december 1636 te Utrecht. Gehuwd op 23 april 1614 voor het gerecht te Utrecht met Catharina Gijsberts Dircksz, begraven 5 november 1660 te Utrecht

2  Gerrit Cornelisz van der Stoop, begraven 2 augustus 1647 te Utrecht. Gehuwd op 4 juli 1607 voor het gerecht te Utrecht met Geertgen Meijns Dircksz van Soest. Gehuwd met Geertruijdt Clemens van Haesbeeck, begraven 6 juli 1635 te Utrecht. Gehuwd op 17 juni 1637 te Utrecht met Christina Jeronimus Monicx

3 Maria Cornelis van der Stoop, begraven 28 juli 1656 / 15 maart 1669 te Utrecht

4  Dirckgen Cornelis van der Stoop. Gehuwd op 24 november 1632 voor het gerecht te Utrecht met Sander Stevensz van Bemmel, begraven juni 1673 te Utrecht

Willem Cornelisz van der Stoop

6  Rochusge Cornelis van der Stoop, wonend te Emmerich (1647)


10320  Jan Jansz van Benthem, landbouwer op boerderij De Cuijl op Amelisweerd, geboren ca. 1580 te Acquoy, begraven 25 augustus 1624 te Utrecht (#)

Gehuwd op 23 oktober 1604 in de Catharijnekerk te Utrecht (#) met

10321  Hubertje Berents van der Well, dochter van Beernt van de Well, geboren ca. 1580, begraven 3 september 1638 te Utrecht (#)

Op 18 juli 1618 Jan Jacobsz wonende opde Cuijl op Maerschalkerweerd, oud 46 jaer, vtvv Jan Jansz van Bentum mede wonend opde Cuijl.

Uit dit huwelijk:

1  Cunera Jans van Benthem, begraven 31 maart 1682 te Utrecht. Gehuwd op 21 januari 1643 voor het gerecht te Utrecht met Herman Jacobs van Sweserengh, landbouwer op boerderij De Cuijl op Amelisweerd, begraven 9 april 1690 te Utrecht

2  Geertgen van Benthem. Gehuwd op 24 mei 1651 voor het gerecht te Utrecht met Arien Jans van Rooijen

3  Berent Jansz van Benthem, landbouwer, schepen van Buiten Tolsteeg. Gehuwd op 8 oktober 1642 voor het gerecht te Utrecht met Lijsje Aalberts van Meerenhoef

Huijg Jansz van Benthem

4  Jan van Benthem, landbouwer in de Harmelerweerd. Gehuwd met Hilligje Ariens van Schaik

5  Elisabeth van Benthem


10322  Dirck Fransz van Bemmel, zoon van Frans van Bemmel, geboren ca. 1590 te Jutphaas, begraven 18 april 1664 op het Nicolaikerkhof te Utrecht (#)

Ondertrouwd op 20 november 1614 en gehuwd op 11 december 1614 te Utrecht (#) met

10323  Grietje Harmens, geboren ca. 1590, begraven 27 november 1665 op het Nicolaikerkhof te Utrecht (#). Ondertrouwd op 30 april 1609 en gehuwd op 7 mei 1609 in de Geertekerk met Bastiaen Stoffelsz

Op 12 december 1636 Hendrickgen Jansdr van Schoonhoven weduwe Adriaen Jansz van Bemmel, met Cornelis Jansz van Schoonhoven haar broeder en voogd, kocht uit Dirck Fransz van Bemmel en Stoffel Gerritsz Kickvorst en Henrick Jacobsz de Ridder als voogden van Claes Ariss van Bemmel haer onmundige soonken. Op 11 november 1642 zijn Dirck Franss van Bemmel en Stoffel Gerritss Kickvors, als voogden over Jan Gerritss van Bemmel onmondig zoontje van Gerrit Jansen van Bemmel en Cornelisgen Willems, bij de boedelbeschrijving van Cornelisgen Willems en haar overleden echtgenoot.

Uit dit huwelijk:

Annichje Dircks van Bemmel

2  Frans Dircksz van Bemmel, begraven 22 oktober 1666 in de Nicolaikerk te Utrecht. Gehuwd op 18 november 1643 voor het gerecht te Utrecht met Annichjen Claes van de Haer, overleden > 1 maart 1682

3  Jannichen Dircx van Bemmel, overleden 1673-1681. Ondertrouwd op 6 oktober 1644 en gehuwd op 22 oktober 1644 te Utrecht met Casper Jansen Lemmen, cornet, schilder, ouderling der Auchsburgse confessie, geboren te Leiden, overleden 1673-1681

4  Weijntjen Dircx van Bemmel. Ondertrouwd op 19 maart 1648 en gehuwd op 4 april 1648 te Utrecht met Philips Cornelissen

5  Aeltgen Dirx van Bemmel. Ondertrouwd op 4 mei 1656 en gehuwd op 18 mei 1656 te Utrecht met Jacob van Domburg


10324  Willem Fransz Peerboom, linnenwever, geboren ca. 1580, overleden < januari 1618

Gehuwd op 6 juli 1605 voor het gerecht te Utrecht (#) met

10325  Gerrichje Hermans van Voorn, dochter van Herman Cornelisz van Voorn en Teuntgen Hendricks, geboren ca. 1585, begraven 28 januari 1656 te Utrecht (#). Gehuwd op 28 november 1618 voor het gerecht te Utrecht met Dirck Cornelisz de Ridder

Op 3 augustus 1618 Marichgen Willems wonend opt Chingel buiten St. Catharijne vstw Herman Cornelisz van Voorne ook aldaar wonend een rentebrief spr op Willem Fransz Peerboom en Gerrichgen Hermansdr, dd 13 januari 1606.

Op 2 december 1650 wordt het testament bijgesteld van 20 april 1639 van Gerrichgen Hermans van Voorn, dochter van Herman Corneliss van Voorn, laatst weduwe van Dirck Corneliss de Ridder. Erfgenamen zijn Cornelis Dirxss de Ridder, Willem Dirxss de Ridder, Aert Willemss Peerboom en de verdere kinderen. Uit de erfenis is f 200 voor het onmondige kind van haar overleden zoon Frans Willemss Peerboom, met benoeming van zoon Aert Willemss Peerboom en zwager Aert Hermanss van Soestbergen tot voogden (#). Op 23 maart 1656 verschijnen Aert Willemss Peerboom, Adriantgen Franss Peerboom onmondig kind van Frans Willemss Peerboom en Trijntgen Jans Molevanger, Huijch Gijsbertss van Achterberch, Cornelis Dirckss de Ridder, Willem Dirckss de Ridder, om Aert Harmanss van Soestbergen gehuwd met Marichgen Willems Peerboom te benoemen om voor deken en kapittel van St Pieter te Utrecht twee plechten te transporteren aan Frans Willemss Verry, kleermaker te Utrecht. De plechten komen uit de erfenis van hun (groot)moeder Gerrichgen Harmans van Voorn, in leven gehuwd met Willem Franss Peerboom en met Dirck Corneliss de Ridder.

Uit dit huwelijk:

Aert Willemsz Peerboom

2  Frans Willemsz Peerboom, geboren ca. 1610, begraven 10 augustus 1640 in de Nicolaikerk te Utrecht. Gehuwd op 4 november 1637 voor het gerecht te Utrecht met Trijntje Jans Mollevanger, begraven 22 februari 1680 in de Nicolaikerk te Utrecht

3  Marrigje Willems Peerboom, geboren ca. 1615, begraven 11 mei 1698 in de Nicolaikerk te Utrecht. Ondertrouwd op 17 juni 1638 en gehuwd op 1 juli 1638 te Utrecht met Aert Hermansz van Soestbergen, hovenier, schepen van Abstede, overleden > 22 december 1680

4  Cunera Willems Peerboom, geboren ca. 1620, begraven 9 mei 1670 in de Nicolaikerk te Utrecht. Gehuwd op 6 januari 1644 voor het gerecht te Utrecht met Huijgh Gijsberts van Achtenburg


10330  Gerrit Jelissen van Otterspoor, zoon van Jelis Gijsbertsz van Otterspoor, overleden > 24 juli 1649. Ondertrouwd op 19 september 1624 en gehuwd op 25 september 1624 in de Jacobikerk te Utrecht (#) met Grietgen Jans, begraven 7 januari 1633 in de Jacobikerk te Utrecht. Ondertrouwd op 1 oktober 1633 te Wijk bij Duurstede en gehuwd op 3 november 1633 in de Geertekerk te Utrecht met Aertgen Cornelis van de Weteringe, geboren te Wijk bij Duurstede. Ondertrouwd op 26 februari 1637 en gehuwd op 12 maart 1637 in de Jacobikerk te Utrecht met Aechjen Harberts Verhoeff

Gehuwd met

10331  Meijken Gijsberts, begraven 17 maart 1624 te Utrecht

Op 20 juni 1631 constitueert Gerrit Jeliss Otterspoor, gehuwd met Grietgen Jans en wonende in St. Joris in Lauwenrecht, Borsman en zijn vrouw om met Willem Dircxss van Leeuwen, pannenkoper te Woerden, tot een akkoord te komen ter oplossing van een geschil over de koop en leverantie van pannen. Op 10 januari 1637 cedeert Ghijsbert Gerritsz van Otterspoor de nalatenschap van zijn moeder aan zijn vader Gerrit Jelisz van Otterspoor, weduwenaar van Marrichgen Ghijsberts, na ontvangst van f 125-0-0 van Henrick Evertsz, pottenbakker, woonachtig in Lauwenrecht.

Op 4 maart 1645 stellen Gerrit Jeliss van Otterspoor en Echgen Harbers, wonende aan de westzijde van Lauwenrecht, hun testament op met benoeming van de langstlevende en van hun broers Thonis Jeliss van Otterspoor en Cornelis Herbertss tot voogden.

Op 24 september 1648 bevindt de gerechtskamer van Lauwenrecht zich ten huize van Gerrit Jeliss van Otterspoor. Op 24 juli 1649 stelt Gerrit Gerritss van den Engh zich borg voor Aert Janss van Appeldoorn inzake de levering van linnen dat door diens echtgenote namens Gerrit Jeliss Otterspoort beleend was, op voorwaarde dat Aert Janss van Appeldoorn f 6-0-0 betaalt.

Uit dit huwelijk:

1  (?) Maria Gerrits van Otterspoor

2  (?) Dirck Gerritsz van Otterspoor, begraven 9 mei 1636 te Utrecht

3  Ghijsbert Gerritsz van Otterspoor, begraven 23 september 1644 in de Jacobikerk te Utrecht. Gehuwd op 29 januari 1642 voor het gerecht te Utrecht met Marichgen Adriaen Eersten


10404  Willem van Hanenberch, burgemeester van Oldenzaal (1593-1597), zoon van (?) Henrick ten Hanenberch en Greten Jacobs Varwer, overleden < 19 oktober 1634 te Oldenzaal

Gehuwd met

10405  Lijssen Mertens Smidt, dochter van Merten Smidt en Merricken NN

Rechterlijk Archief Oldenzaal:

Julij 1579 Wilhem ter Hanenberge vercofft Jacop Mollers hael tot guder rekenschap koper ut supra.

26 Januarij 1591 Ghertruijdt van Heijden nhagelaeten wedtwe zael Johan ter Sumbecken ghijfft bij maeniere van testamente offte uuijterste wijlle soe des bundigst ende tho rechte bestendijgst doen khan off magh Willem then Haenenbergh oeren swaegher ende Elisabet sijner huijssfr ende oerer nijchten vijfftich daeler tot dertijch stuijver tstuck, nha haeren affstervent van oeren nhalaetende guederen tbetaelenn, ende ghelijke wall mith oeren naesten erffg tot oeren nhalaetenden guederen tho gelijk ter … deelijnghe tghaene, ende dan oemme sunderlijnghen getrouwen diensth ann haer ghedaen ende beweesen, ende noch verner tho gheschiene verhaeppet.

9 Decembris 1596 Wilhelm ten Hanenbergh pendet Herman ter Westrick. Wilhelm ten Hanenbergh verkofft Hermans ter Westricks haell voer vier daler tho guider reckenschap koper Johan Schaep et resst ut juris. Op denn 15 Decembris Wilhelmen ten Hanenbergh vergundt datt eerste gebodt op Herman ter Westrick. Op den 18 Decembris Wilhelmen ten Hanenbergh vergundt datt derde gebodt op Herman ter Westrick

29 Septembris 1602 Wilhelm ten Hanenbergh pendet Wilhelm Swaeffert

29 Novembris 1602 Wilhelm ten Hanenbergh verkofft Wilhelm Swaefferincks haell voer elffen daler tho guider reckenschap koper ut supra et rest

14 Decembris 1602: Merricken die nhagelaetene weduwe van zalige Merten Smijdt, dorch Claess Laurents oeren ijn dusser saecke gekoerenen momber gijfft bij maniere van testamente offte utherste wijlle Gerritt unnd Derick Smijdt oeren sohns, Lijssen der huijsfrouwe van Wilhelm ten Hanenbergh und Hermeken der huijsfrouwe van Lambert Guilkers oeren dochters ider eijnenn goltgulden kennende sie daermedde voer erffgenaem, ende wijllende dat sie daermedde van oeren guideren nha oerer doedt gansslich affgemoedet, unnd affgesoenet sollen sijn unnd blijven, die andere oere nha oerer doodt averblijvende guider sie sijnnen dan bewechlick edder unbewechlick, woe ende woer dieselven gelegen unnd tho bekhommen, unnd einen nhaemen hebben moghen, jegenwordich unnd thokumpstick nichtes ijnt kleijne edder groete daervan uthbescheiden, gaff, unnd gijfft sie.

Uit dit huwelijk:

Marten Willemsz van Hanenborch

Jan Willemsz Hanenberch, kleermaker te Utrecht

3  Geertruijt Willems Hanenberch


10530  Hendrick van Roijen, ruiter

Op 4 maart 1593 constitueert Henrick van Roijen, gewezene ruijter, Jacob Dircksz Prosz om van Walburgh geboren gravinnen tot Nuenaer, weduwe Adolph grave tot Nuenar, of haar thesaurier zijn gage van een maand in te vorderen.

Kinderen:

1  Jan Henricxz van Roijen, overleden < 26 april 1625. Gehuwd met Willempjen Jans Volmerings, begraven 26 april 1625 te Utrecht

Neeltje Henricks van Roijen

3  Swaentge Henricx van Roijen, overleden > 11 augustus 1640

4  Jannigen Henricx van Roijen, begraven 25 augustus 1634 te Utrecht. Ondertrouwd op 28 december 1606 en gehuwd op 4 januari 1607 in de Jacobikerk te Utrecht met Jan Pillegrom van Vreeswijk

5  Cornelis Henrixsz van Roijen, geëde keurmeester op de lonten in de stadt en vrijheijt van Utrecht (1634), begraven 23 december 1635 te Utrecht. Gehuwd op 30 mei 1607 voor het gerecht te Utrecht met Teuntge Gijsbert Gerrits


10540  Bernt Cornelisz, olieslager

Kinderen:

Cornelis Bernt Cornelisz

2  Hubertje Bernts, overleden > 5 september 1645

3  (?) Gijsbert Appel


10542  Anthonis Aertsz Spruijt

Kinderen:

1  Gerrit Antonis Aertsz. Gehuwd op 4 maart 1620 voor het gerecht te Utrecht met Elisabeth van Vleuten. Gehuwd met Gijsbertgen Jelis van de Berch

Hubertgen Antoenis Aerts Spruijt

3  Geertgen Antonis Aerts. Gehuwd op 15 januari 1620 voor het gerecht te Utrecht met Jan Tonis Cornelisz


10680  Jan Oloffsz van Ceulen. Attestatie op 1 januari 1632 te Utrecht en ondertrouwd op 24 februari 1632 te Leiden (get: Franchoijs Camerbeeck bekende, Leentgen van den Berch moeie) met Margarata Arents van der Heijden, geboren te Diest (B)

Gehuwd met

10681  Maria Gerrits van Schalckwijck, overleden < 1 januari 1632

Zij wonen op de Steenwech (1615) en in de Hooglantsche steeg (1619).

Uit dit huwelijk:

1  Odolf Jansz van Ceulen, geboren ca. 1605. Gehuwd op 19 februari 1628 te Utrecht met Willemijntgen Jans van Roijen

2  Willem Jansz van Ceulen. Gehuwd met Neeltjen Thomas

Gerrit Jansz van Ceulen

4  Geertgen Jans, gedoopt 19 februari 1615 te Utrecht

5  Merrichgen Jans, gedoopt 24 januari 1619 te Utrecht

6  Neeltgen Jans, gedoopt 13 oktober 1622 te Utrecht. Gehuwd met Willem Jansz


10682  Aernt Lucasz van Ammel, zoon van Lucas van Ammel, geboren ca. 1575, begraven 7 maart 1636 te Utrecht (#)

Ondertrouwd op 1 september 1601 en gehuwd op 3 september 1601 te Utrecht (#) met

10683  Lucia Melchiors, geboren ca. 1583, begraven 14 augustus 1643 in de Jacobikerk te Utrecht (#)

Zij wonen aan de Catharijnepoort (1614).

Op 11 december 1634 is Aernt Lucasz van Ammell belanghebbende van een borg voor Elijsabeth Servaes, weduwe van Jan Dirxsz Booch, voor een koopmansbrief van f 200-0-0, oorspronkelijk ten behoeve van Servaes Tonisz de Noij.

Op 24 augustus 1636 sluiten de kinderen van Lucia Melchiors, weduwe van Aernt Lucasz van Ammel, onderling een akkoord inzake de bepalingen in een codicil van hun ouders. Een dispositie over vier kameren en verband op portie in kameren en goederen, nagelaten door hun vader, worden als nietig beschouwd. Cornelis Aerntsz van Ammel zal voordeel trekken en een rente die door Dirck Antonisz van Doorn, zijn vrouw en kinderen betaald zou moeten worden, wordt kwijtgescholden. Een legatering van f 300-0-0 aan de kinderen van Lucas Aerntsz blijft van kracht, evenals het verband op de portie van die kinderen. Genoemde kinderen zijn Cornelis Aertnsz van Ammel, Dirck Antonisz van Doorn gehuwd met Mechtelt Aernts van Ammel, Emmichgen Aernts van Ammel, Willem Gerritsz van Woerden haar toekomstige echtgenoot, Aeltgen Aernts van Ammel, en Maijchgen Aernts van Ammel. Als getuigen treden op Melchior Petersz Bock en Jacob Adriaensz van Beeck.

Op 12 april 1687 vindt opdracht plaats tot transport naar Cornelis van Bijlevelt, korenkoper, van het derde deel van een plecht van f 2.800 gevestigd op een huis en erf aan het Vredenburg, waartoe lastgeefster gerechtigd is als moeder en erfgename van Anna de Wilde, mede-erfgename van Lucia Melchiors, in leven weduwe van Arn Lucass van Ammel, grootmoeder.

Uit dit huwelijk:

1  Cornelis Aerntsz van Ammel, geboren ca. 1602, begraven 13 augustus 1638 in de Jacobikerk te Utrecht. Ondertrouwd op 20 april 1623 te Utrecht en gehuwd te Kockengen met Hillichen Cornelis, geboren te Kockengen

2  Lucas Aerntsz van Ammel, geboren ca. 1605. Ondertrouwd op 20 december 1626 en gehuwd op 5 januari 1627 te Utrecht met Weijntgen Peters. Gehuwd met (?) Pietertje Jans Kleijnknecht

3  Mechtel Aernts van Ammel, geboren ca. 1610, begraven 19 januari 1682 in de Buurkerk te Utrecht. Ondertrouwd op 11 november 1632 en gehuwd op 29 november 1632 in de Domkerk te Utrecht met Dirck Antonisz van Doorn, begraven 15 september 1656 in de Buurkerk te Utrecht

4  Emmichgen Aernts van Ammel, gedoopt 17 augustus 1614 te Utrecht, begraven 4 januari 1647 in de Jacobikerk te Utrecht. Ondertrouwd op 4 september 1636 en gehuwd op 18 september 1636 in de Jacobikerk te Utrecht met Willem Gerritsz van Woerden, kuiper, begraven 26 mei 1673 in de Jacobikerk te Utrecht

Aeltgen Aerts van Ammel

6  Peter Aernts van Ammel, gedoopt 1 september 1622 te Utrecht

7  Maijchgen Aernts van Ammel, gedoopt 28 mei 1628 in de Jacobikerk te Utrecht, begraven 12 november 1708 in de Buurkerk te Utrecht. Ondertrouwd op 13 december 1646 en gehuwd op 27 december 1646 in de Buurkerk te Utrecht met Egbert Vos. Ondertrouwd op 17 december 1654 en gehuwd op 9 januari 1655 in het Anthonijgasthuis te Utrecht met Daniel Jeroensz de Wilde, bakker, gedoopt Rotterdam, overleden < 23 augustus 1687


10704  Bitter van der Marssche, jonker, cameraar te Zwolle (1571-1587), scheidman, schepen en burgemeester van Zwolle (1555-1587), zoon van Johan van der Marssche en Aleid van Schroeiensteijn, geboren 1526, overleden 1587-1588. Gehuwd in 1558 met Judith van Ensse, overleden < 1579

Gehuwd < 1579 te Zwolle met

10705  Josina Zoudenbalch, jonkvrouw, dochter van Johan van Zoudenbalch en Johanna van den Boetzelaer, geboren en gedoopt 15 april 1543 (get: Haesgen van Baern van Schonauwen, Lijsbet van Baern van Schonauwen), overleden 3 augustus 1623. Gehuwd in 1589 te Zwolle met Johan Kockman, burgemeester van Zwolle, drost van Leerdam, geboren < 1569, overleden < 1623

In 1542 is Bitter van der Marssche beleend met enig land bij de Hasselterdijk in Mastenbroek, leenroerig van Fije van Wullen, weduwe van Seino Mulert. In 1553 is een akte van cessie opgesteld door Johanna van den Bossche, weduwe van Johan Bitter, aan Bitter van der Marssche van de Slokenberger tienden te Herxen. In 1555 is een akte van verpachting opgesteld door de provisoren van het Heilige Geestgasthuis te Zwolle aan Bitter van der Marssche van een hof te Blalo, buiten de Voorsterpoort. De verpachting wordt verlengd in 1571 en voorzien van een bijlage in 1580.

In 1556 procedeert Bitter van der Marssche te Zwolle tegen Rijckman Wolfssen over het terugbrengen in de oude staat van een stuk aangegraven land op Steenwijkerwold. In 1558 wordt de akte van huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen Bitter van der Marssche en Judith van Ensse. In 1558 is tevens een akte opgesteld, waarbij de officiaal van de proost en aartsdiaken van Sint Lebuinus te Deventer aan de prastoor en priesters te Zwolle verklaart, dat hij aan Bitter van der Marssche en Judith van Ensse absolutie heeft verleend vanwege hun geheim huwelijk. In 1560 verkoopt Thomas Knoppert een maat te Blalo aan Bitter van der Marssche. In 1561 procederen de provisoren van het Heilige Geestgasthuis te Zwolle tegen Bitter van der Marssche over de eigendom van een stuk land te Herfte. In 1567 vindt het transport plaats door mr Johan Leiendekker en zijn vrouw Trude aan Bitter van der Marssche en zijn vrouw Jutte van Ensse van een huis en were in de Roggenstraat.

In 1573 vestigt de stad Zwolle een jaarlijkse rente ten behoeve van Bitter van der Marssche, gaande uit de stadsgoederen, om er de soldaten onder Gillis van Barlaymont, vrijheer tot Hierges, mee te betalen. In 1576 vindt het transport plaats door Jacoba van Hackfort, weduwe van Gosen van Raesfelt, en Bitter van der Marssche aan de erfgenamen van de marke Herxen van hun beider gedeelte van de Toege, gelegen op de Herxerwaard. In 1578 transporteren de provisoren van het Heilige Geestgatshuis te Zwolle een hof te Blalo, buiten de Voorsterpoort, aan Bitter van der Marssche. In 1586 vindt het transport plaats door Wijcker Hendriks Smit en zijn vrouw Fennigje Philips aan Bitter van der Marssche en zijn vrouw Josina van Soudenbalch van een halve morgen land bij ‘die Bijle’ in de buurschap Wijhe. Tussen 1600 en 1603 procederen de erfgenamen van Bitter van der Marssche tegen Gerrit ter Helle wegens een vordering in geld.

In 1579 zijn als burgers van Utrecht ingeschreven Bitter ter Mast 1200 p tot lijve van Jfr Jozina van Zoudenbalch zijn huijsvrouw, Johan hun zoon 3 jaar, Elisabeth 2 jaar en Janna 4 jaar.

In 1604 vindt de scheiding en deling van de nalatenschappen van Bitter van der Marssche en zijn broer Jacob plaats tussen Bitter’s kinderen Johan, Evert, Johanna vrouw van Hendrik van Suchtelen, Elisabeth en Judith:

  1. Aan Johan vanden Marssche is ten deel gevallen: “het huijs staende in de Nijestraete tusschen den Droste van Zallandt ter eenre en den golden Aeckerbloem ten andere sijede, item eenen Hoff gelegen achter het voirschreven huijs streckende voer vanden straeten tot achter aan die Aa, item noch een huijs staende tegen het voirschreven huijs over daer Baete Jacobs tegenwoerdich in te woenende, welcke twee voirschreven huijsen beswaert sijn met seven golden gulden jaerlickx en seven stuivers, ende noch een en twintichste halve golden gulden jaerlicx”. Daarnaast zal Johan “aen sijn suster Judith vanden Marssche allen jaeren op Pauli conversionis uut die voirschreven behuijsingen betaelen”. “Item een erve en goet geheten Wengervelde, tegenwordich bij Jan Gerrijts als Meijer gebruijckt wort met allen sijnen olden en nijen toebehoren, beswaert met drije goltgulden en seventijende halve stuiver haere rente met noch een affgegraeven stucke lants genaempt den Oldenhouw beplantet met Eijckeholt streckende achter aen Wengervelde beswaert met twintich roeden dijcks. Item een erve en goet geheten Hermelinck en Boemhuijs gelegen inde kerspel van Heemse en Buirscap Diffele. Item noch acht morgen lants gelegen in Mastebroeck in Jutgens Rijet wesende leengoet, item die gerechte helfte van een erve geheten Reijner Claessgoet soe dat men sijnen olden en nijen toebehoir inden kerspel van Olst en Wijhe gelegen is met negen roeden dijcks op Scherpenzeel, die welcke die gebroeders en susters voirschreven inden sie waebaer mochten worden die anderen sullen helpen opmaecken en ijder voer sijn vijfte perte. Item twee morgen lants gelegen in Blaelock twelcke tegenwoerdich bij Pieter opten Noerberch gebruijckt wort. Item noch een hoff mede in Blaelock gelegen dwelcke oick tegenwoerdich bijde voirschreven Pieter gebruijckt wort, ende noch de helft van eenen hoff mede in Blaerlock gelegen die oick bij Pieter voirschreven gebruijckt wort”,
  2. “Ten tweeden is Everhardt vanden Marssche toegescheijden een erve en goet geheten die Haer met sijnen olden en nijen toebehoir soe dat gelegen is inden kerspel van Wijhe ende buirschap Hengefeldt. Item een halff morgen lants geheten Kapenkamp. Noch een halff morgen lants gelegen voer den Noertberch soe Hendrick opten Noertberch gebruijckt. Item noch twee akkers lants gelegen achter die Haer”,
  3. “Ten derde is Hendrick van Suchtelen” … (gedeelte is verdwenen),
  4. “Ten vierde is Joffrou Elisabeth vander Marsche toegescheijden eene erve en goederen teene geheten Mulerts goet soo dat mitstijt bij Johan Hermsen gebruijckt wort en tander Alphert Dircksens goet genoempt soo nu tertijts bij Gart Berentsen gebruickt wort beijde inder buirschap Hessum int kerspel van Dalffsun gelegen. Item noch een kotterstede inde voirschreven buirtschap soo Roeloff Henricksen int gebruick heeft. Item een halff erve en goet geheten Voscamp gelegen int kerspel van Wijhe en buirschap Wengelo met dertig roeden en twee voeten dijcks beswaert met drije goldguldens ses stuivers hare rente. Item twee mergen landes gelegen in Blaelock beswaert met elff golden gulden jaerlicx. Item noch een mergen lants in Blaelock geheten t’Kasteels camphen wesende beswaert tot erffpacht mit twee golden gulden jaerlicx. Item noch die gerechte helfte vant huijs waer sije tegenwoirdich in woenende is streckende aen de behuijsinge van den voirschreven Johan vanden Marsshce en achter opte Bitterstraete uutgaende. Noch die helft vant huijs inde Roggestraete uutgaende”,
  5. “Ten vijften ende laetsten is Joffrou Judith vander Marssche in erffscheijdinge tot haeren deele gevallen eene erve en goet geheten Witte Lubberts goet gelegen inden kerspel van Wijhe ende buirschap Harcksen met drije kottersteden gelegen in die voirschreven buirschap. Item een erve en goet geheten Herbertinck gelegen in die buirschap Wijtman inde kerspel Zwolle. Item een tende toe Harxen geheten de Slottenberger Tenden. Item die helfte vant huijs daer zij tegenwoirdich woenende in is. Daervan die andere helfte oire voirschreven suster Elijsabeth toegescheijden is, te manieren en limiten als boeven verhaelet welcke behuijsinge bij versterft van Jufferen Elijsabete en Judith vanden Marssche de wetlicke erffgenaeme Johan vander Marssche offe sijnen erffgenaemen mit die somme van vierhondert golden gulden aende voirschreven huijsinge nemen sall moegen. Item die helfte vant huijs inde Roggenstraete uutgaende daer Pieter Schultinck Liechtiaet tegenwoerdich in is woenende”.

In een latere akte uit 1604 vindt de scheiding en deling plaats van enige onverdeeld gebleven goederen. In 1623 vindt de scheiding en deling plaats van de nalatenschap van Josina van Soudenbalch, weduwe van Bitter van der Marssche, tussen haar kinderen en kleinkinderen.

Uit dit huwelijk:

1  Johanna van der Marssche, geboren 1574-1575, overleden 2 juni 1608 te Utrecht. Gehuwd op 24 april 1593 te Zwolle met Hendrick van Suchtelen

2  Johan van der Marssche, jonker, markerichter van de Herxenweerd, geboren 1575-1576, overleden 15 juli 1656 te Zwolle. Gehuwd 1630-1634 met Johanna van den Klooster, overleden < augustus 1634

3  Elisabeth van der Marssche, geboren 1576-1577, overleden 25 februari 1639

Evert van der Marssche

5  Judith van der Marssche


10706  Arnold van der Boije, ridder (1592 door Keizer Rudolph), eerste rekenmeester te Roermond (1585), raad van Keizer Rudolf II te Praag, zoon van Boudewijn Willemsz van der Boije en Alidth Booth, overleden in 1610 te Praag (CZ). Gehuwd met Anna van Lerchevelt

Ondertrouwd op 3 juni 1592 met

10707  Elisabeth van Baerle, dochter van Emont van Baerle en Agnes van Eijl, geboren 10 maart 1561, overleden < 1609

Aernt is leerling op de St Hieronymusschoolt te Utrecht in 1567. Hij volgt zijn vader in 1585 op als eerste Rekenmeester van de Habsburgse Hollands-Gelderse Rekenkamer te Roermond en is daarmee belast met de financiële zaken van alle Noord Nederlandse gebieden die nog onder Spaans gezag staan.

Op 13 maart 1592 wordt hij tot ridder verheven door Keizer Rudolf II. ‘Arnt van der Boe, erve sijnes vaders Boudewijn, erft op Willem van der Boe, sijnen soon, die beleent is 12 martii 1612.

In 1609 is een overeenkomst gesloten tussen Christina van Baerloe, Anna van Baerloe, Jor. Godart van Hardenraidt, LIjsbeth van der Boije dochter van wijlen Lijsbeth van Baerloe, en Niclaes Spee, scholtis van Dalenbroeck, ‘als van wegen de nagelatene kinderen van Wilhelm van Baerloe en Anna van Spee’.

Uit dit huwelijk:

Elisabeth Alita van der Boeije


10708  Daniël van der Weede, Raad Ordinarius Hove van Utrecht, collateur St. Anna Capel en Goedtcameren te Amersfoort, zoon van Elias van Weede en Cornelia van den Berch, geboren ca. 1565, begraven 10 oktober 1623 te Utrecht (#). Ondertrouwd op 18 september 1591 en gehuwd op 28 september 1591 voor het gerecht te Utrecht met Elisabeth van Westrenen, geboren ca. 1570, overleden 30 oktober 1592 te Utrecht

Ondertrouwd op 23 januari 1602 en gehuwd op 29 januari 1602 voor het gerecht te Utrecht (#) met

10709  Maria van Sneeck, dochter van Francois Jansz van Sneeck en Christina Cornelis van Schoordijck, geboren ca. 1580, overleden 23 november 1639 en begraven 2 december 1639 in de Buurkerk te Utrecht (#)

Daniel van Weede is op 19 maart 1588 beleend met de tiende grof en smal van het goed van Boelenhove in Weede. In 1617 Mr. Daniel van Weede, raad in het Hof van Utrecht, met ledige hand. In 1610 wordt Jonker Daniel van Weede voor zijn oudste zoon Elias beleend met elf dammaten land met huis en getimmerte op Zeldert benedenweegs, geheten Bartenland, door de abdij van Sint Paulus te Utrecht. In 1647 wordt zijn kleinzoon Jonker Daniel van Weede, na de dood van diens vader Francois van Wede met het goed beleend.

In 1591 magescheid tussen Daniel en Peter van Weede, gebroeders, inzake de nalatenschap van hun ouders Elias van Weede en Cornelia van den Berch.

In 1624 wordt te Utrecht een akte van hypotheek opgesteld ten laste van Hendrik Elbertsz ten behoeve van Maria van Sneeck, weduwe van Daniel van Weede, op een huis met 4½ akker land tussen de lage dijk en de Oude Ennip te Wilnis.

Op 30 september 1634 is te Amersfoort een acte van verklaring opgesteld waarin mr Elias van Weede, wonend te Amersfoort, verklaart op verzoek van de ‘erentrijke joffer’ Maria van Sneeck, weduwe van mr Daniel van Weede, in leven raad ordinaris in het hof van Utrecht, hoe hij, comparant een lange tijd geleden aan de heer Pallaes, eerste Raad hof van Utrecht, op dienst verzoek heeft geleend, uit de bibliotheek van de voornoemde raadsheer Weede zaliger, zeker boek waarin stond de ordonnantie van voornoemd hof en de steden Utrecht en Amersfoort, voorzien van annotaties van de verscheiden rechten en gewezen vonnissen enzovoorts, door mr Peter van Weede, als advocaat van het hof van Utrecht eigenhandig geschreven. Hetzelfde boek heeft comparant eerder aan de heer Straten, mede Raad van het hof, getoond met goedvinden van voornoemde weduwe en zij zelf heeft het geleend aan de heer Ploos, heer van Thienhove, om er enige uittreksels uit over te nemen. Beiden hebben het boek in dank weer geretourneerd. De heef Pallaes echter heeft geweigerd het boek te retourneren en beweert nu dat het boek hem door comparant is geschonken. Comparant verklaart dat hij het boek slechts op zijn verzoek heeft uitgeleend aan Pallaes om er uittreksels uit te maken en daarna aan voornoemde weduwe te retourneren. De weduwe, tevens aanwezig, verzocht heirvan act, om haar daarmede te helpen.

Uit dit huwelijk:

1  Elias van Weede, overleden 3 januari 1641 te Utrecht, begraven 11 januari 1641 in de Buurkerk te Utrecht

Francois van Weede

3  Anthonia van Weede


10710  Steven van Amerongen, zoon van Johan Gevertsz van Amerongen en Francisca van Diepholt, overleden < juni 1616

Gehuwd met

10711  Margareta van Schuijren van der Horst, dochter van Evert van Schuijren ter Horst en Veronica Knipping tot Mathena

Op 22 januari 1597 benoemt Steven van Amerongen, zoon van Jan van Amerongen Gevertsz en Fransisca van Diepholt, Philips Hadderman, schoonvader, om land en hofstede in Zegvelderbroek te verhuren, te verkopen of te bezwaren en de opbrengst te gebruiken voor de afbetaling van zijn schulden.

Op 26 juli 1600 benoemen de erven van Mechtelt Corlincx genaempt Van Broeckhoven, procureur voor den hove t’ Utrecht Dirck Aertsz van Buijren om te procederen. De genoemde erfgenamen zijn Jacob van Amerongen zoon van Jan van Amerongen Gevertsz neef, Coenraert van Amerongen zoon van Jan van Amerongen Gevertsz neef, Steeven van Amerongen zoon van Jan van Amerongen Gevertsz, Mathijs Camp gehuwd met Soijef van Ameronghen, Michiel Klocker, Maria van Diepholt, en Fransisca van Amerongen.

Uit dit huwelijk:

Mechtelt Francoise van Amerongen


10720  Roeloff Willemsz de Cruijff, zoon van (?) Willem Willemsz de Cruijff den jongen, geboren ca. 1550, overleden < 2 augustus 1625

Gehuwd met

10721  Willemtgen NN, overleden > 2 augustus 1625

Op 2 augustus 1625 vindt de overdracht plaats van een huis en hofstede op de Vuijlesloot in Wijk bij Duurstede. Belendend boven is Willemtgen, weduwe van Roeloff de Cruijff.

Uit dit huwelijk:

Jan Roeloffsen de Cruijff

2  Thonis Roeloffsz de Cruijff


10728  Aert Antonisse Mom, zoon van Antonis Mom

Kinderen:

Anthonis Aertsz Mom

2  Reijer Aertssen Mom, bakker, overleden > 9 maart 1661. Ondertrouwd in januari 1622 te Wijk bij Duurstede en gehuwd te Utrecht met Maria Gerrits, geboren te Kesteren, begraven 28 februari 1633 te Utrecht. Gehuwd op 2 december 1634 te Wijk bij Duurstede met Metje van Ommeren, begraven 7 mei 1641 te Utrecht. Ondertrouwd op 16 oktober 1642 en gehuwd op 30 oktober 1642 te Utrecht met Cornelia Peters van Overmeer


10730  Jelis Jansz Verkerck, zoon van Jan Thonisz Verkerck en Jannetje Jelis, geboren ca. 1565, overleden 24 januari 1633 te Beusichem

Gehuwd met

10731  Jantgen Huijberts

Uit dit huwelijk:

Maijchje Jolijs Verkerck

2  Jan Jelisz Verkerck, geboren ca. 1600. Gehuwd met Geertgen Aerts

3  Jannetje Jelis Verkerck, geboren ca. 1603. Ondertrouwd in april 1627 te Zaltbommel met Jan Jansz van Baerwijk

4  Emeken Jelis Verkerck, geboren ca. 1605


10752  Leendert Willemsz Koning, zoon van Willem Leendertsz Koning, geboren ca. 1570 te Zandvoort, overleden 1629-1635

Gehuwd met

10753  Erm Saijers, dochter van Saijer Maertsz, geboren ca. 1575, overleden 1635-1638

Op 2 december 1635 passeert een schuldbrief, ten overstaan van den schout Heindrick Arents van der Meij en de schepenen Jacob Corszoon Schurver en Cornelis Topzoon, groot 57 carolus guldens à 40 grooten vlaems ‘t stuk van Erm Saijers, weduwe wonende te Santvoort geassisteert met Daniel de Keijzer haren voogd in deze, aan Abraham Stierens, winkelier tot Haarlem, spruitende van gehaalde wollen lakens.

Uit dit huwelijk:

Dirck Leendertsz Koning

2  Guurtje Leenderts Koning. Gehuwd met Arijen Claesz

3  Nelletje Leenderts Koning

Cornelis Leendertsz Coningh


10780  Willem Meertensz, zoon van Meerten NN, geboren ca. 1582

Kinderen:

Meerten Willemsz de Draijer


10784  Arent Groen

Kinderen:

Jan Arentsz Groen

Volcker Arentsz


11040  Cornelis Ariensz van Berendrecht, koopman, handelaar in noten, overleden (?) > 1 maart 1648

Gehuwd met

11041  Aeltgen Claes

Cornelis van Berendrecht komt in 1571 uit de zuidelijke Nederlanden met de geuzen bij Katwijk aan. Hij handelde voordien in noten. Door zijn overgang naar het protestantisme heeft hij problemen met zijn achtergrond in de zuidelijke Nederlanden waar hij had meegedaan aan de Beeldenstorm. Mogelijk is dat een reden dat hij met de geuzen naar het noorden is vertrokken.

Uit dit huwelijk:

1  (?) Dirck Cornelisz Haasnoot


11048  Jan Hendricksz Taal, zoon van Heijndrick Pietersz Taal en (?) Nelleke Gerrits, geboren ca. 1596 te Scheveningen, overleden ca. 1630 te Scheveningen

Gehuwd 1618-1625 met

11049  Claertje Gerrits Schilperoort , dochter van Gerrit Cornelisz Schilperoort en Maritge Wouters Bom, geboren ca. 1594 te Scheveningen, overleden 21 november 1668 en begraven 25 november 1668 te Scheveningen

Uit dit huwelijk:

1  Maertje Jans Taal, overleden 5 mei 1681 te Scheveningen. Gehuwd met Claes Leendertsz Hack, visser, begraven 9 september 1679 te Scheveningen

Hendrik Jansz Taal

3  Pieter Jansz Taal, visser ten haring, geboren ca. 1629 te Scheveningen, begraven 24 juni 1701 te Scheveningen. Gehuwd op 2 juni 1652 te Scheveningen met Lijsbet Jans Overduin, begraven 28 juli 1705 te Scheveningen

4  Wouter Jansz Taal, geboren ca. 1630 te Scheveningen, overleden ca. 1703. Gehuwd op 19 mei 1658 te Scheveningen met Cornelia Cornelisse Croeser

5  Cornelia Jans Taal, geboren ca. 1630 te Scheveningen, begraven 22 december 1690 te Scheveningen. Gehuwd op 13 mei 1663 te Scheveningen met Maerten Maertensz de Wit, stuurman ten haring, geboren ca. 1625 te Scheveningen, begraven 22 april 1709 te Scheveningen


11050  Gijsbert Cornelis Jol, zoon van Cornelis Jol en Grietje Meijnderts, geboren 1586-1587, begraven 5 juli 1658 te Scheveningen

Gehuwd met

11051  Lijsbeth Cornelis, overleden 1652

Uit dit huwelijk:

Aeffie Gijsberts Jol


11052  Cornelis Joppen Pronck, stuurman, visser (1644), kerkmeester van Scheveningen (1633-1637),vuurbaak- en gasthuismeester (1647-1657), geboren ca. 1590 te Scheveningen, begraven 16 februari 1663 in de koor van de kerk te Scheveningen. Gehuwd ca. 1644 te Scheveningen met Jacobje Willems

Gehuwd met

11053  Marijtge Wouters, geboren ca. 1596, begraven 12 januari 1644 in de koor van de kerk te Scheveningen

Cornelis koopt in 1642 een huis in de Keizerstraat te Scheveningen van zijn vader voor f 50 plus een schuldbrief van f 225. Hij het verkoopt het huis in 1653 voor f 650.

Uit dit huwelijk:

Wouter Cornelisz Pronck

2  Arij Cornelisz Pronck, bootsgezel, geboren ca. 1620, begraven 27 oktober 1677 te Scheveningen. Gehuwd op 17 februari 1647 te Scheveningen met Lijsbeth Ariens, geboren te Terheide, begraven 3 oktober 1696 te Scheveningen

3  Claes Cornelisse Pronck, clapwaecker, geboren ca. 1626, begraven 14 november 1668 te Scheveningen. Gehuwd op 28 juli 1652 te Scheveningen met Jannetje Jacobs, gedoopt 31 januari 1628 te Scheveningen, begraven 22 mei 1714 te Scheveningen

4  Maertie Cornelis Pronck, geboren ca. 1628, begraven 3 januari 1663 te Scheveningen. Gehuwd op 13 september 1648 voor het gerecht en op 8 november 1648 voor de kerk te Scheveningen met Maerten Maertens de Wit, stuurman ten haring, geboren ca. 1625, begraven 22 april 1709 te Scheveningen

5  Geertge Cornelis Pronck, geboren ca. 1630, begraven 14 maart 1703 in de Oude Kerk ‘op ‘t koer’ te Scheveningen. Gehuwd op 5 juni 1656 te Katwijk aan Zee (?) met Claer Jacobs, zeevisser, overleden 23 september 1664 (verdronken) op de Noordzee. Gehuwd op 9 maart 1687 met Willem Arissen Stoocker, geboren ca. 1630 te Katwijk, overleden 1687-1692. Gehuwd op 18 mei 1692 met Joris Jacobsen de Boer, stuurman, kerkmeester, gedoopt 3 oktober 1638 te Scheveningen, begraven 25 januari 1693


11054  Cent Jansen, stuurman, zeeman, geboren 1586-1587, overleden < 1649

Gehuwd ca. 1612 met

11055  Ariaentje Cornelis Coolen, dochter van Cornelis Dircks Coolen en Alijt Dircks, geboren ca. 1580, overleden 10 februari 1668 te Scheveningen. Gehuwd met Sijmon Jacobs, overleden ca. 1610

Op 11 oktober 1607 leggen Sent Jansz, 20 jaar, varende man, en Engel Ghuijten, stierman van een haringbuis, beiden wonend te Scheveningen, een verklaring af.

Op 19 mei 1611 koopt Ariaentje een pand aan de noordoostzijde van de Keizerstraat te Scheveningen van haar moeder Alijdt Dircxdr.

Uit dit huwelijk:

Ariaentje Cente

2  Jan Centen Oosterbaan, geboren 1621-1622, begraven 23 september 1685 in de kerk bij het koor aan de zuidzijde te Scheveningen. Gehuwd met Soetie Willems, begraven 21 oktober 1688 te Scheveningen


11058  Simon Gijsensz

Gehuwd met

11059  Pietertgen Thijmens

Uit dit huwelijk:

Martijntge Simons


11064  Matthijs Weijns, poorter van Leiden (1586), chirurgijn te ‘s Gravenzande, zoon van Pieter Weijns, geboren ca. 1560 te Casselberg (B), overleden 1601 te ’s Gravenzande

Ondertrouwd op 12 mei 1586 te Leiden (#) met

11065  Maartje Pieters, dochter van Pieter Gabriëlsz en Claertje Cornelis, geboren ca. 1565 te Leiden, overleden (?) 24 augustus 1607 te Leiden

Uit dit huwelijk:

1  Grietje Weijns, geboren ca. 1587 te Leiden

Cornelis Thijsz van Duijvenbode

3  Jacob Weijns, geboren ca. 1597 te Leiden


11066  Teunis Cornelis Robol, zoon van Cornelis Maertens Robol, overleden < 1615

Gehuwd met

11067  Trijn Caenen

Uit dit huwelijk:

Dingenom Thonus Robol


11112  Arij van Duijn, overleden < 6 juni 1675

Gehuwd met

11113  Aechje Rochus, overleden 6 juni 1675 te Zandvoort (#)

Uit dit huwelijk:

1  Jacob Arijsz van Duijn, haringvisser, geboren ca. 1635. Gehuwd op 23 mei 1660 te Zandvoort met Jannetje Pieters Paap

Dammas Ariensz van Duijn


11120  Claes Jacobsz

Kinderen:

Gerrit Claesz


11376  Willem Henricksz Verwimp (van Geelen), voerman (1616-1623), ruiter (1625), geboren ca. 1590 te Breda, begraven 22 september 1657 te Breda (#)

Gehuwd < 14 mei 1616 met

11377  Beatris Huijgen, overleden > 11 juli 1650

Op 24 mei 1623 en 20 december 1624 sluiten Willem Henrickx Verwimp en Beatris Huijgen een lening af die zij op 22 mei 1625 afbetalen.

Op 11 juli 1650 verkopen de Gasthuijsmeesters namens Willem Henricx Verwimp en Beatrix Huijgen dochter sijne huijsvrouw, beide wonende in het Gasthuijs te Breda, en namens hun kinderen Wouter, Henrick en Balthazar allen woonende tot Amersfort en van Jan Woutersen van Strielant getrout met Catelijn zijn dochter, het huijs en de naestgelegen weijde.

Uit dit huwelijk:

1  Henrick Willemsz van Breda, ruiter onder Charnasse, geboren geboren ca. 1610 te Breda. Ondertrouwd op 7 januari 1637 en gehuwd op 25 april 1637 te Amersfoort (get: vader Willem van Geele, vader trompetter onder Charnasse) met Magdalena Jans Prins, geboren 2 maart 1616 te Bergen op Zoom, overleden 1637-1650. Ondertrouwd op 3 januari 1650 te Amersfoort (get: broer Wouter Willemsz van Breda, Anna Jans) met Willempje Gerrits, geboren te Bergen op Zoom

2  Pierreingen Willems, geboren ca. 1612 te Breda. Gehuwd op 2 december 1637 te Amersfoort (get: broer Jan Corton, broer Wouter Willems) met Louis Corton, soldaat onder Kapitein Moriac, meester metselaar (1667), geboren te Frankrijk

3  Catharina Willems, geboren ca. 1615 te Breda. Gehuwd op 10 maart 1638 te Amersfoort (get: Louijs Corton, zuster … Willems en broer Henrick Willems) met Wouter Elbertsen van Strijland, ruiter onder La Forté, geboren te Amersfoort

Wouter Willemsz van Geel

5  Balthasar Willemsz Verwimp

6  Mantus Willemsz Verwimp, geboren ca. 1625 te Workum. Gehuwd op 21 februari 1651 te Amersfoort met Trijntjen Gosens

7  Jacob Willemsen Verwimp, geboren ca. 1630 te Den Bosch, overleden < 5 juli 1689. Ondertrouwd op 14 oktober 1658 en gehuwd op 2 november 1658 te Amersfoort (get: broer Wouter Verwimp, Rijckje Paulus) met Grietjen Daniëls, geboren 1620-1621 te Amsterdam


11378  Cornelis Cornelissen Montfoort, zoon van Cornelis van Montfoort en Marritgen NN, geboren ca. 1575, overleden ca. 1620

Ondertrouwd op 7 november 1601 en gehuwd op 15 november 1601 te Amersfoort (#) met

11379  Grietgen Barten, geboren ca. 1580, overleden > 23 december 1637. Ondertrouwd op 1 december 1621 en gehuwd op 9 december 1621 te Amersfoort met John Dow, ruiter onder de Prins van Oranje (1621), geboren te Schotland

Op 1 juni 1610 verkopen Cornelis van Montfoort en Grijetgen zijn vrouw, Henrick Lambertsz, koperslager, mede voor zijn kinderen, Jacob Jurriaensz, bussenmaker, voor Mor Egbersz van Achtevelt, Goort Bosch mede voor Claes Bosch Claesz, Sophia Peters van Leemputten met haar voogd voornoemde Goort Bosch, mede voor Crijstina, Arisgen, Maria en Aeltgen Leemputten haar zussen, als erfgenamen van Zeger van Achtevelt, een rentebrief van 1600 gulden, 30 stuivers en 1 groot Brabants per jaar en 10 gulden per jaar door de stad Antwerpen aan de erven van zaliger Mor van Achtevelt aan Mr Nicolaes Zoes, Raad van Hare Hoogheden te Mechelen.

In het lidmatenboek van Amersfoort is vermeld op 23 december 1637 ‘Grietjen Berts, achter St Jan, weeduwe van Montfoort’.

Uit dit huwelijk:

1  Aeltgen Cornelis Montfoort, gedoopt 9 september 1602 te Amersfoort

2  Lijsbetgen Cornelis Montfoort, gedoopt 23 februari 1604 te Amersfoort. Gehuwd met Jean Guerry, ruiter onder de Prins van Oranje (1613-1624), korporaal onder de Compagnie van Chamesse van Burdoijs (1636), kwartiermeester en oudste korporaal (1640), geboren te Frankrijk

Marritjen Cornelis Montfoort


11412  Teeus Jacobsz

Gehuwd met

11413  Jannitgen Teunis

Uit dit huwelijk:

1  Dierck Teeusz, gedoopt 2 december 1602 te Amersfoort

2  Tuenis Teeusz, gedoopt 19 augustus 1604 te Amersfoort

3  Jacob Teeusz, gedoopt 12 juni 1606 te Amersfoort

Cornelis Teeusz

5  Peeter Teeusz, gedoopt 7 april 1614 te Amersfoort

6  Lijsbetgen Teeus, gedoopt 15 juni 1615 te Amersfoort

7  Jan Teeusz, gedoopt 7 februari 1622 te Amersfoort


11504  Cornelis Gijsbertsz, overleden < 3 juni 1652

Gehuwd met

11505  Gijsbertgen Everts, overleden > 3 juni 1652

Op 20 november 1630 kopen Cornelis Gijsbertsz en zijn vrouw Gijsbertgen Everts en haren erven van Claes Jacobsz, een schuurberg, hof en hofstede met gerechtigheid op de put gelegen tegenover het huis en een huis, schuur, hof en hofstede met gerechtigheid van derdendeel van de pomp gelegen in de Teut.

Op 3 juni 1652 ontvangt Gijsbertgen Everts, weduwe van Cornelis Gijsbertsz, een huis, hof en hofstede met bergschuur daarbij in de Hellestraat van Fensgen en Grietgen Peters, op laste van 12 stuivers, 8 penningen jaarlijks aan Peter van Schadijck. Op de zelfde dag transporteert Gijsbertgen Everts, weduwe van Cornelis Ghijsbertsz met Goort Cornelisz haar zoon en voogd, het goed aan Aelt Stevensz, zijn vrouw en hun erven.

Op 7 juli 1658 verkopen Gijsbert Cornelisz en Grietgen Claes zijn vrouw, Goort Corneliszen en Annitgen Jans zijn vrouw, Henrick Cornelizen jongeman, Jan Robbertsen en Fijtgen Cornelis zijn vrouw en Jan Oenen en Aeltgen Cornelis zijn vrouw, een schuurberg met grond en hofje eraan in de Teut aan Steven Geurtsen en hun erven.

Uit dit huwelijk:

1  Gijsbert Cornelisz, geboren ca. 1610. Ondertrouwd op 18 mei 1635 te Amersfoort en gehuwd te Soest met Lijsbet Hendrickx, overleden 1635-1637. Ondertrouwd op 16 december 1637 te Amersfoort en gehuwd op 21 januari 1638 te Soest (get: oom Jan Jansen Roelen, nicht Geertgen Jans met cons. ouders) met Grietje Claes, geboren te Amersfoort

Geurt Cornelisz van Helmerhorst

3  Henrick Cornelisz

4  Fijtgen Cornelis, geboren ca. 1620. Ondertrouwd op 6 augustus 1642 te Amersfoort en gehuwd te Utrecht met Jan Robbertsen, geboren te Amersfoort

5  Aeltje Cornelis, geboren ca. 1630. Gehuwd op 30 december 1654 te Amersfoort (get: verwant Gijsbertken Gijsberts namens ouders, broer Berent Oenen) met Jan Oenen, geboren te Amersfoort


11506  Jan Jansz van der Dalen, passementwerker, geboren ca. 1595 te Rotterdam, overleden < 1663

Ondertrouwd op 9 januari 1618 en gehuwd op 13 januari 1618 voor het gerecht te Amersfoort met

11507  Albertgen Jans, geboren ca. 1600, overleden < 1663

Uit dit huwelijk:

Annetje Jans


11508  Willem Henricksz, geboren ca. 1590

Ondertrouwd op 22 april 1615 en gehuwd op 30 april 1615 te Amersfoort (#) met

11509  Adriaentgen Cornelis, dochter van Cornelis Adriaensz en Aeltgen Jans, gedoopt 14 augustus 1595 te Amersfoort (#)

Op 27 augustus 1623 maken Cornelis Adriaensz, stoeldraeijer, en Aeltgen Jans, sijeck van lichaeme te bedde leggende, hun testament op. Over en weer bemaken zij elkaar de lijftocht van al hun na te laten goederen met een volkomen bewind en administratie, tot het hertrouwen toe van de langstlevende. Zij secluderen de Weeskamer. Al hun na te laten goederen bemaken zij in gelijke portien aan hun kinderen: hun zoon Jan Cornelis en hun dochters Adriaentgen en Gijsbertgen Cornelis, of in geval van vooroverlijden aan hun na te laten geboorte met eenre hant. Na de dood van de comparanten zullen de kinderen die uitgehuwelijkt zijn, of nog voor de dood van de comparanten uitgehuwelijkt zullen worden, hun huwelijksgoed inbrengen alvorens zij ter gemene deling zullen mogen komen. Aeltgen Jans, mede-testatrice, prelegateert nog aan haar jongste dochterken Gijsbertgen Cornelis al haar klederen, haar twee dochters zullen haar linnen ten lijve met hen beide delen. Op 1 juli 1626 verkopen Jan Cornelisz en Grijetgen Claes zijn vrouw, Claes Evertsz en Henrick Heijmansz van Estvelt als mombers van Gijsbertgen Cornelis, allen samen voor Willem Henricksz en Adriaentgen Cornelis zijn vrouw, een huis, hof en hofstede op de Kamp aan Lourens Jansz en Gerritgen Peters zijn vrouw.

Uit dit huwelijk:

1  (?) Jan Willemsz Haen


11584  Thonis Quint, geboren ca. 1530, overleden > 28 juli 1595

Gehuwd < 10 januari 1560 met

11585  Margriet Willems van Hardevelt, dochter van Willem van Hardevelt en Geertruijt NN, overleden > 14 april 1576

Op 10 januari 1560 verklaart Jacoba Cornelis Bossendochter met haar momber meester Evert van Meerfelt, een rentebrief van 12 gulden ‘s jaars ten laste van Goert Bosch c.s., verkocht te hebben aan meester Anthonis Quijndt en Margrijet Willem van Hardeveltsdochter, zijn vrouw.

Op 26 april 1560 lenen mr Anthonis Quijnt en zijn vrouw Margrijet, Willem van Hardevelts dochter, aan Willem van Hardevelt, weduwenaar, een bedrag met een losrente van 5 keizersgulden sjaars met als onderpand een huis, hof en hofstede waar hij tegenwoordig in woont. Op 10 oktober 1607 stilo veteri verschijnt Daem Foeijt en verklaart dat deze plecht is afgelost door Thomas ter Berch, als bezitter van de hypotheek.

Op 17 november 1564 lenen meester Anthonis Quijnt en zijn vrouw Margrijet aan Aert van Zutphen en zijn vrouw Anthonia 200 keijser gulden. Als onderpand dient hun huis en hofstede gelegen op Bloemendal. Op 24 november 1568 is aangetekend dat Aert van Sutphen en zijn vrouw aan meester Anthonis Quijnt hebben betaald en ‘den brijeff daer van wesende gecasseert’.

Op 20 juni 1571 kopen Cors Vrancken en zijn vrouw Weijmtgen een hof buiten de Triesgenspoort van Maes Thomasz en zijnvrouw Anthonia Willem van Meerdensdochter, Jan Thomasz en zijn vrouw Anthonia Berts, Jan Aerts Snijer en zijn vrouw Geertruijt, Henrich Reijersz en zijn vrouw Cornelia, de weduwe van Herbert Adriaen Thomasz met haar momber Jan Thomasz, voor haarzelf, Maes Thomasz en Jan Thomasz als naaste familie van vaderszijde en Mr. Anthonis Quijnt en Cornelis Woutersz als familie van moederszijde en als vier vierdelen van Adriaen Thomasz en de onmondige kinderen en zijn vrouw Herbert.

Op 22 januari 1572 verkopen Aert Cornelis Coenensz en zijn vrouw Aeltgen Dircksz, Aert mede voor zijn uitlandige zwager Herbert Dircksz, Wijchen Dirck Wijnaultszdochter met haar momber Cornelis Vos, Adriaen van Egmont bij gebrek aan een van de familieleden van vaderszijde en Willem Zuermont als 2 naaste familieleden van vaders kant, Henrick Thonisz Quint en mr. Anthonis Quint, als naaste familie van moederszijde, vertegenwoordigd de familieleden van Jan Dircsz en Rijckgen en Weijmptgen, dochters, samen kinderen van Dirck Wijnant en zijn vrouw Margriet, een huis aan de Campervijpoort aan Joest Harmansz en zijn vrouw Jannitgen. En voorschreven Adriaen van Egmont, burgemeester, en Willem van Zuermont, als naaste vrunden van vaderswegen en Roelof Jans van Wijckersloot en als naaste familie van moederszijde en representerende de vier vierdelen van Jacopgen Wijnault Dircxzdochter. Verkoop op advies van de weesmeester.

Op 14 april 1576 verkopen Ammel Ghijsbertsz van Schaijck en zijn vrouw Gerberich Willem van Hardeveltsdochter de helft van een huis, hof en hofstede in de Muurhuizen in de Campvijpoort aan Cornelis Reijersz en zijn vrouw Margriet. Op last van 100 gulden aan de erfgenamen van Mr. Anthonis Quint en zijn vrouw Margriet.

Op 28 juli 1595 is Thonis Quint belender van een hofje buiten de Kamppoort.

Uit dit huwelijk:

1  Anthonis Anthonisz Quijnt. Gehuwd met Dorothea NN

Brant Thonisz

3  Henrick Thonisz, overleden > 26 april 1617

4  Marritgen Thonis. Gehuwd ca. 1575 met Willem Jansz

5  Steven Thonisz Quint


11586  Albert NN

In hun testament van 2 juli 1615 vermaken Jan Jansz, snijder, en Aeffgen Alberts, krank te bedde liggende, borgers van Amersfoort, elkaar de lijftoch van hun bezit tot wederhuwelijk toe en langer niet, uitgezonderd hun clederen. Aeffgen prelegateert aan Petertgen Jans, haar zuster Grietgen Alberts dochter, een grauwe rock, een honscote schort, een silveren scroeff, een tasse met een zilveren ketten en knoop, een buijdel met silveren knoopen, dewelke Petertgen terstonts na haar dood zal genieten. Zij legateert, onverminderd de lijftocht, nog aan Willem, Dieltgen, Cornelisgen en Cunertgen, kinderen van Gosen Albertszn haar overleden broeder, elk een pond vlaams van 6 gulden, aan Willemtgen, dochter van zaliger Jan Albertszn haar overleden broeder, insgelijks 6 gulden, Evert Albertszn en Marrichgen Alberts, haar halve broeder en zuster, elk 6 guldens. Al hetgeen zij boven de voornoemde legaten en prelegaten met de dood zal nalaten, heeft zij vermaakt aan haar broeder Lubbert Albertszn, mitsgaders Petertgen Jans, dochter van Grietgen Alberts, haar overleden zuster, elk voor de helft. Indien een van beiden zonder kinderen overlijdt, erft de langstlevende van beiden of diens kinderen. Indien beiden sterven zonder kinderen na te laten, dan erft de naaste bloede van comparante, welverstaande datgene dat intussen niet verkocht of verteerd is. Hiermee institueert zij Lubbert Albertszn en Petertgen Jans tot haar erfgenamen. Indien enig van de zeven legatarissen komt te overlijden, voor of na de comparante aleer de lijftochyt ware geexpireert, dan vererft de 6 gulden op diens kinderen, indien zonder kinderen overleden, dan vererft het op de andere legatarissen.

Op 19 juni 1621 stelt Aeffgen Albertsdr, weduwe van Jan Jansz,, een nieuw testament op. Daarin bemaakt zij al haar na te laten goederen aan haar broeder Lubbert Albertsz, wonende tot Gouda, voor de ene helft, Willemtgen Jans, huijsvrouw van Thijs Corsz, de dochter van haar broeder Jan Albertsz zaliger, voor de andere helft. Of aan hun nalatende geboorte in geval van overlijden en op conditie dat zij, ieder voor de helft, haar uit en doodschulden zullen betalen en de legaten. Mocht Willemtgen Jans voor of na de comparante komen te overlijden, dan zal deze helft van de erfenis erven op Lubbert Albertsz, resp diens kinderen. Zij legateert aan, indien zij ten tijde van haar overlijden in leven zijn, haar broeder Evert Albertsz 6 carolus gulden, haar zuster Marrichgen Alberts 6 carolus gulden, de drie kinderen van Gosen Alberts, genaamd Willem, Deijltgen en Cunertgen elk 6 carolus gulden, Cornelisgen Gosen Albertsdr 1 gulden, Evert Evertsz, de zoon van Cornelisgens broeder 5 gulden.

Op 25 juni 1632 herroept Aeffgen Alberts dit testament weer. In een nieuw testament vermaakt zij thans al haar bezittingen aan Lubbert Albertszn, haar broer te Goude, of bij zijn overlijden, zijn kinderen voor de ene helft, en Willemtgen Jans, dochter van zaliger Jan Albertszn, haar broer, huijsvrouw van Thijs Corszn, of bij haar overlijden, haar nalatende kinderen, voor de andere helft. Ze prelegateert aan Willemtgen Jans comparantes ‘cleerkasse en halff kasgen’ en al het linnen, wol, kussens, goud, zilver en geld dat in de twee kassen ten tijde van comparantes overlijden bevonden zal worden en 4 tinnen schotels op het ‘halffgen kasgen’ staande. Zij legateert aan de kinderen van zaliger Marrichgen Alberts, haar overleden zuster, samen 10 guldens en aan Deijltgen en Cunertgen Gosen Albertsdr elk 6 gulden, en aan Meijntgen, moeder van Willemtgen Jans, comparantes dagelijkse kleren en aan Cornelisgen Gosen Albertsdr een gulden. Op 16 oktober 1638 wordt ook dit testament herroept door Aeffgen Alberts, zwak van lichaam te bedde liggende. Zij vermaakt aan Tijs Corneliszn, drager, en Willemtgen Jans, zijn huijsvrouw, en haar nalatende geboorte al haar bezittingen. Voorwaarde is dat zij al haar uit- en doodschulden zullen betalen en haar ook haar leven lang zullen onderhouden in cost, dranck, licht, vuur en alles wat zij in haar zwakheid en oudheid des lichaams van node hebben zal. Zij verklaart dat zij nu gedurende twee maanden lang in haar sieckte van henluijden grote diensten en hulp gehad heeft. Tijs en Willemtgen beloven dit aan hun moeij haar leven lang te doen. Voorwaarde is dat Tijs en Willemtgen aan Lubbert Alberts, erflaatsters broer wonend te Gouda, zullen laten behouden de f 25 die zij hem geleend heeft en die hij onwillig is te restitueren.

Kinderen:

1  Jan Albertsz, overleden < 2 juli 1615

2  Lubbert Albertsz, overleden > 16 oktober 1638

3  Aefje Alberts, overleden > 16 oktober 1638. Gehuwd met Jan Jansz, snijder, overleden 1615-1621

Gosen Albertsz

5  Grietje Alberts, geboren te Amersfoort. Ondertrouwd op 17 november 1596 en gehuwd op 25 november 1596 te Amersfoort met Jan Peterssen, smid, geboren te Weert

6  Evert Albertsz

7  Marrichgen Alberts, overleden 1621-1632


11608  Job Craenen, doodgraver, overleden > 14 april 1591

In 1586 is ingeschreven in de weeskamer te Amersfoort Job Craenen, dootgraver.

Kinderen:

Jan Joppen Craen

2  Lijsbetgen Joppen, overleden 14 januari 1638 in het St. Pietersgasthuis te Amersfoort. Gehuwd met Claes Stevensz

3  Willemtgen Joppen


11632  Jean Boursier, overleden < 24 augustus 1606

Gehuwd met

11633  Grietge Frans. Gehuwd op 24 augustus 1606 te Utrecht met Gedeon Sabont, soldaat onder capiteijn Dammes van der Codden

Jean Boursier wordt in 1588 genoemd in de commissieboeken van de Raad van State.

Uit dit huwelijk:

Jan Janssen Bourssier


11634  Charles Chaudron, tamboerijn (1589), slotenmaker (1613), ziekentrooster (1636), geboren ca. 1565 te Bekelsbeecke (B), overleden > 15 juli 1641. Gehuwd < 1608 met Hester Christiaens, geboren te Xanten / Wesel (?), overleden < 15 juli 1641

Ondertrouwd op 27 juli 1589 te Amersfoort (#) met

11635  Martijntje Jacobs Scherpijnck, geboren ca. 1570 te Eeklo (B), overleden < 1608

In het lidmatenboek van Amersfoort is vermeld ‘Caerl Chaudron en sijn huijsvrouw, lidmaat 1621‘.

Op 15 juli 1641 verkoopt Mr Carel Chaudron voor hemzelf als weduwenaar van Hester Christiaens en voor Cornelis Balthessen en Stijntgen Carels zijn vrouw en voor Martijntgen Carels zijn dochters en schoonzoon samen voor hun kinderen, zusters en broeders, een huis in de Krommestraat aan Jan Henricxz van Osch, zijn vrouw en hun erven. Op het huis rust een last van 200 gulden aan Henrickgen van Schaeck, nu vrouw van Johan van Schadijck, welke hierbij is voldaan.

Uit dit huwelijk:

1  Daniël Kaerlsz, geboren ca. 1590, overleden > 1636. Ondertrouwd op 23 april 1617 en gehuwd op 29 april 1617 te Amersfoort met Cornelisje Jacobs, geboren < 1595, overleden 1630-1635

2  Jannetje Caerls, geborenca. 1593. Gehuwd < 1621 met Jan Jacobsz

3  Grietjen Carels, gedoopt 1 april 1596 te Amersfoort. Ondertrouwd op 18 mei 1633 en gehuwd op 6 juni 1633 te Amersfoort (get: Henric Jaspersen namens moeder, Neeltgen Choudron namens ouders) met Dirk Jaspersz Burchart

Martijntgen Karls Chaudron

5  Stijntje Caerls, geboren ca. 1605, overleden > 1664. Ondertrouwd op 19 juli 1628 en gehuwd op 5 augustus 1628 te Amersfoort met Cornelis Balthessen, geboren ca. 1600 te Breda

6  Christiaen Carelsz Chaudron, gedoopt 14 augustus 1608 te Amersfoort

7  Neeltien Carels, gedoopt 21 november 1613 te Amersfoort


11648  Lubbert Goortsz van Steenbeeck, zoon van Goirt van Steenbeeck, geboren te Barneveld, overleden < 2 juli 1586

Gehuwd met

11649  Woutertgen Jan Wencken, dochter van Jan Wencken, overleden < 2 juli 1586

Op 2 juli 1586 zijn in het register van het Burgerweeshuijs aangetekend Willem en Reijer, zonen van Lubbert Goortsz van Steenbeeck ende Woutertgen Jan Wenckendr, ‘door de invluchtinge alhijer 2 jaeren inwoonders geweest sijnde’, van Barneveld, ‘ontfangen door beede van scholtus Dirck van Gein van Barneveld ende meister Evert Serusten, hopman Johan van der Schrier ende Merretgen Soesten huijsfrouw van Jacob Willemsz Schaij, onder beloften ende conditien als in ‘t register’.

Uit dit huwelijk:

Geurt Lubbertsen

2  Willem Lubbertsz, slotenmaker, geboren ca. 1575 te Barneveld. Ondertrouwd op 28 oktober 1601 en gehuwd op 5 november 1601 te Amersfoort met Metgen Frans, geboren te Utrecht

3  Reijer Lubbertsz, geboren te Barneveld


11682  Aert Berentsz, schoenmaker

Aert Beerntsz, schoenmaker, is belender op 14 juni 1598.

Kinderen:

1  Berent Aertsz, overleden < 19 februari 1650

Marritgen Aerts

Guert Aertsz, timmerman te Barneveld, overleden > 19 februari 1650


11700  Hendrick NN, overleden < 3 september 1621

Gehuwd met

11701  Neeltgen Henricxs, overleden > 3 september 1621

Uit dit huwelijk:

Roelof Hendriksz den Eling


11702  Jan Woutersz Brinck, kerkmeester van Onze Lieve Vrouwenkapel te Amersfoort, zoon van Wouter Brinck, geboren ca. 1560, overleden < 19 augustus 1624

Ondertrouwd op 29 december 1583 te Amersfoort (#) met

11703  Goutgen Jacobs, dochter van Jacob Saren en Aeltgen Everts, overleden > 19 augustus 1624. (?) Gehuwd < 1580 met Guert Lambertsz

Op 2 september 1592 verkopen Jacob Saeren, Jan Woutersz als man ende voocht van Goortgen sijn huijsvrouwe, Goort Jacobsz, Willemtgen Jacobs dochter ende Derickgen Jacobs dochter mit voornoemde Goort haer gecosen momber in dese saecke, allen kijnderen van Jacob Saeren, seeckere stuck lants gelegen buijten die Utrechtse poert, soe die ontfangers ‘t selve tegenwoordich gebruicken.

Op 7 juni 1609 verkopen Evert Claesz, portier, en Jan van Dael, oud-kerkmeester van de kapel in plaats van Jan Woutersz Brinck, kerkmeester, een huis, hof en hofstede met al wat aard- en nagelvast is op de Kamp aan Cornelis Aertsz, smid, en Gijsbertgen zijn vrouw, op last van 400 gulden aan de Sint Joriskerk en 50 gulden aan Jacobgen Paesschen. Op 12 november 1609 verkopen Adriaen Jansz Roemer en Belijtgen Jacobs zijn vrouw voor de helft, Atris Jans Roemer met Rijck Bosch haar momber voor de andere helft, en Jan Woutersz Brinck, kerkmeester van de Onze Lieve Vrouwekapel, een huis, hof en hofstede achter de Kamp in de Zochstraat, aan Gerrit Aertsz, zijn vrouw en hun erven, op last van 200 gulden aan Gerrit Aertsz, 27½ stuiver per jaar aan de Onze Lieve Vrouwekapel.

Op 19 augustus 1624 verkopen Goutgen Jacobs, weduwe van Jan Woutersz Brinck, Aeltgen Jacobs, weduwe van Wouter Jansz Brinck als moeder van hun kinderen, Roeloff Henricksz Elinck en Nellitgen Jans zijn vrouw, samen erven van Jan Woutersz Brinck hun grootvader en vader, een huis in de Langestraat aan Dirck Meijnsz en Geertgen zijn vrouw op last van 200 gulden aan het onmondige kind van Roeloffgen van Dashorst.

Uit dit huwelijk:

1  Wouter Jansz Brinck, gedoopt 19 februari 1585 te Amersfoort (get: Lambert Woutersen, Jacob Saren), overleden 1614-1616. Gehuwd op 17 november 1607 te Amersfoort met Aeltgen Jacob Gijsbertssen, geboren te Amersfoort, overleden > 1632

2  Evert Jansz Brinck, gedoopt 24 juni 1587 te Amersfoort (get: Peter van Grootvelt, Goert Jacopsz, Aeltgen Jacops), overleden < 1624

3  Nelletje Jans Brinck


11708  Dirck Reijersz van Langelaer, zoon van Reijer Dircksz van Langelaer en (?) Gijsbertgen Dircks, geboren ca. 1570, overleden 1638-1640

Op 28 januari 1597 Hendrickgen Dirckx weduwe Tijman Jans Boot, met Gerrit Eliss Cleutinck haar stiefvader, Dirck Reijersz van Langelaer en Cornelis Adriaensz de Kamp haar zwagers, accorderen.

Op 19 mei 1606 zijn Dirck en Anthoenis Reijersz van Langelaer genoemd tezamen met met Jelis Reijersz, Gijsbertgen en Margareta Reijers van Langelaer. Op 22 oktober 1606 transporteert Jan de Moolre c.q. een boomgaard met huis en bepoting aan de Hoochstraat aan Dirck Reijersz van Langelaer. Het object is belast met 300 gulden t.b.v. Joos Aelberts van Bemmel c.q. Aert van Varick (man van Johannes de Moolre), Bruijn Vosch (man van Maria de Moolre), Roelof van Ommeren (man van Agniet van Moolre) en Seijsge de Moolre, allen erfgenaam van Cornelis de Moolre en Huberta de Witt.

Op 15 juli 1612 vindt te Wijk bij Duurstede het transport plaats van 139 roijen lant aan de Stadsingel, van Mr. Dirrick en Maria van Schevechoven, aan Dirrick Reijerss van Langelaer. Het land belent noordwaarts aan Jeles Reijerss van Langelaer, zuidwaarts aan de koper zelf, en het strekt van de Stadsingel tot het land van Anthonis Vermuer en Hendrick de Kock toe. Op gelijke datum sluiten beide partijen een akkoord over zekere boomgaard aan de Cloosterrijn. De rente is gelost op 10 september 1613.

Op 25 september 1621 in Gedeputeerde Staten van Utrecht repliek van Aert Petersz jegens Dirck Reijersz van Langelaer c.s., pachters tot Wijk.

Op 22 april 1626 vindt het transport plaats van een huis en boomgaard aan de Clooster Rijn te Wijk bij Duurstede van Jan Monari en Peterge Huijbertss aan Dirck Reijer van Langelaer. Op 6 augustus 1628 vindt het transport plaats van huizen en erf in de Achterstraat te Wijk bij Duurstede van Gijsbertgen Jan Patersdr aan Dirk Reijerssen Langelaer.

In 1630 erkent Dirck Reijersz van Langelaer aan den armenpot eene jaarlijksche rente van 3 gulden en 2½ stuivers, losbaar met fl 50,-, schuldig te zijn. Op 9 april 1633 vindt het transport plaats van de helft van 3 morgen land aan de Pas te Wijk bij Duurstede van Gerrit Hendrickss de Cock aan Dirck Reijerss van Langelaer. Op 13 augustus 1638 wordt Dirck Reijer van Langelaer voor het laatst genoemd als belender in een transport van een stuk land in de Pas.

Op 20 april en 11 augustus 1633 in Gedeputeerde Staten van Utrecht verzoek van Mathijs IJsbrantsz, Cornelis de Kemp, Dirck Reijertsz van Langelaer, borgers tot Wijk, jegens de collectie van het hoorn- en zoutgeld aldaar.

Op 18 mei 1640 vindt het transport plaats van een huis en erf in de Peperstraat door de erfgenamen van zaliger Dirck Reijersse van Langelaer, te weten Reijer Dirckse van Langelaer, Dirck Dircksse van Langelaer, en Aelbert Thouw getrouwd met Trijntgen, weduwe van Adriaen Petersse. Op 21 maart 1642 verkopen de erfgenamen van Dirck Reijerse van Langelaer, te weten Reijer Dirckse van Langelaer, Dirck Dirckse van Langelaer en hun zusters, een huis en erf in de Peperstraat aan Cornelis Reijerse Hoedemacker. Het object is belast met 200 gulden, af te lossen met 100 gulden t.b.v. Johan van Rede en Reijer Peterse.

Kinderen:

1  Stijntje Dircks van Langelaer, overleden < 1 juni 1674. Gehuwd op 11 januari 1611 te Wijk bij Duurstede met Adriaen Pieterssen van Eck, overleden < 9 november 1647. Gehuwd met Aelbert Thouw

Reijer Dircksz van Langelaer, burgemeester (1655-1657), schepen en cameraer van Wijk bij Duurstede, geboren ca. 1594, overleden 1657-1658. Gehuwd op 24 januari 1619 te Wijk bij Duurstede met Lijsje Jobphen Vultink, overleden 1619-1626. Gehuwd op 30 april 1626 te Wijk bij Duurstede met Dirckgen Cornelis van Ommeren, overleden 9 november 1657 en begraven 15 november 1657 te Wijk bij Duurstede

Dirck Dircksz van Langelaer

Judith Dircks van Langelaer, overleden 1647-1648. Gehuwd op 1 april 1634 te Overlangbroek met Albert Tomé, corporaal onder den compagnie van sijn generaal van Cuijlenburch, overleden < 9 november 1647


11710  Jacob IJsbrantsz Fontain, zoon van IJsbrant Jacobsz en Anna van Beijnum, geboren ca. 1580

Gehuwd in juli 1609 te Wijk bij Duurstede (#) met

11711  Neeltje Cornelis

Uit dit huwelijk:

1  Annechen Fonteijn, overleden >8 juni 1659. Ondertrouwd op 18 juli 1647 en gehuwd op 1 augustus 1647 te Wijk bij Duurstede met Berndt Polter, overleden < 8 juni 1659

Mechteldje Jacobs Fonteijn

3  Cornelia Jacobs Fonteijn, overleden < 30 oktober 1673. Ondertrouwd op 9 juni 1639 te Wijk bij Duurstede en gehuwd op 30 juni 1639 te Langbroek met Jacob Geervais van Bijller, conducteur over de ammunitie van oorlog te velde, drost te Kessel (1653), overleden > 15 november 1677

4  Geertruijt Jacob Fonteijn, overleden > 9 juni 1680. Ondertrouwd op 5 oktober 1656 en gehuwd op 4 november 1656 te Utrecht met Jacob Jansz Strack, kleermaker te Utrecht, overleden > 9 juni 1680


11734  Peeter Harmenssen, linnenwever, zoon van (?) Harman Jansz en Aeltgen Claes, geboren ca. 1585, overleden 1663-1670. Gehuwd met Evertgen Henricx

Ondertrouwd op 5 februari 1606 en gehuwd op 3 april 1606 te Amersfoort (#) met

11735  Gerbrecht Jans, geboren ca. 1585, overleden < 3 juni 1646

Op 19 november 1622 stellen Peter Harmans, linnewever, cranck van lichaeme te bedde leggende, en Gerbrechgen Jans, borgers van Amersfoort hun testament op. Over en weer bemaken zij elkaar de levenslange lijftocht van al hun na te laten goederen met een volkomen bewind en administratie. Zij secluderen de Weeskamer.

Op 28 juni 1623 kopen Peter Harmansz en Gerbrick Jans zijn vrouw een huis, hof en hofstede in de Coninckstraat, op de hoek van het Brandsteegje, van Lambertgen Cornelis met Gerrit Henricksz haar voogd en Willem Gerritsz en Thoontgen Corsen zijn vrouw.

Op 21 mei 1638 kopen Peter Harmansz, linnenwerker, en zijn vrouw Gerbrecht Jans voor de ene helft en Rijck Petersz, mede linnenwerker, en zijn vrouw Jannitgen Thonis voor de andere helft, zeker huis, hof en hofstede staande en gelegen aan de Westsingel van Henrick Lourensz. Op het huis rust een last van zes stuivers, acht penningen toekomend aan de Lieve Vrouwekapel, nog 200 gulden hoofdsom daarin gevestigd ten behoeve van Aeltgen Dirckens, nog 100 gulden hoofdsom toekomend aan Harman Sacharias, nog 100 gulden toekomend aan Oth Jansz, metselaar, nog 100 gulden hoofdsom toekomend aan Aert Henricxsz en Haesgen Harmans erfgenamen en nog 100 gulden daarin gevestigd ten behoeve van Peter Broenisz.

Op 23 augustus 1643 leent Peter Hermansen, linnenwever, een som van 200 gulden met losrente van 11 gulden aan Coenraat Jansz Smith, rietmaker, en Jannitgen Hermans zijn vrouw. Onderpand is een huis op Bloemendaal. De schuldsom is op 2 mei 1646 voldaan. Op 27 mei 1645 kopen Peter Hermansz Speulman en Sander Sandersz, hun huisvrouwen en erven, een huis en hofstede in de Sint Jansstraat van Jan Stevensz, hoedenmaker, en Marritgen Dircx, echtelieden. Op 21 juli 1645 kopen Peter Hermanss, linnenwever, en zijn erven een huis of woning aan de Weverssingel met de helft bij Notenboom daar- voor aan de Cingelgraft, van Claes Jansz en Meijnsgen Wouters zijn huisvrouw. Op 3 juni 1646 kopen Peter Hermanss, linnenwever, zijn huisvrouw en hun erven ….. Op 17 mei 1647 transporteren Peter Hermanss, linnenwever, en Evertgen Henricx, echtelieden en Sander Sanders en Rijcgen Peters, echtelieden, ieder voor de helft, een huis, hof en hofstede in de Teut, aan Mr Gijsbert van Dompselaer, Raad dezer stad, en zijn erven. Peter Harmansz, linnenwever, is op 23 november 1648 belender van een huis en plaats in de Sint Jansstraat.

Op 15 mei 1661 verkoopt Peter Harmanz, weduwenaar en boedelharder van Gerberecht Jans, en Geurt Jacobsz en zijn vrouw Rijcken Petersdochter, een huis en hof staande in de Sint Jansstraat aan Jan Willemz, molenaer, en Cornelis Caen, notaris. Op 19 september 1670 verkopen Albert Spijcker en zijn vrouw Gijsbertjen Thomas Echtelsz die vanwege haar moeder erfgenaam is geweest van Rijck Peterssen, linnewever, voor de ene helft, ende RIjckje Peters, weduwe van Sander Sandersen, voor haarzelf en de mede als erfgenaam van zaliger Peter Harmsen, voor de andere helft, een huis, hof en hofstede aan de Weverssingel aan de erfgenamen van Gerrit Aertsen en zijn vrouw Pleuntje Jans. Op het huis rust een last van 6 stuivers en 8 penningen toekomende de Lieve Vrouwenkapel.

Uit dit huwelijk:

Rijckje Peters


11768  Jan van Raelt

Kinderen:

Sweer Jansz van Raelt

2  Hendrick Jansz van Raelt, bakker, burgemeester (1644), geboren ca. 1595, overleden > 19 mei 1674. Ondertrouwd op 8 februari 1615 en gehuwd op 16 februari 1615 te Amersfoort met Weijntje Jans. Ondertrouwd op 7 mei 1653 te Amersfoort (get: broer Willem Jansen van Raelt, Teuntken Willems van Ouwater) en gehuwd op 24 april 1653 te Leusden met Aeltien Reijers, geboren te Nijkerk, overleden < 16  mei 1663

3  Willem Jansz van Raelt, bakker, geboren ca. 1600, overleden > 27 juli 1674. Ondertrouwd op 11 oktober 1623 en gehuwd op 19 oktober 1623 te Amersfoort met Aeltgen Aris van Schaick. Ondertrouwd op 10 mei 1651 te Amersfoort en gehuwd op 25 mei 1651 te Hoevelaken met Jannitgen Jans Palma

4  (?) Jan Jansz van Raelt, molenaar, geboren ca. 1610, overleden > 17 juni 1667. Ondertrouwd op 5 oktober 1639 te Amersfoort (get: Willem Jansse, Jannetgen Aerts namens moeder) en gehuwd met Rutje Lamberts, overleden > 17 juni 1667


12056  Johan van Santfort, schepen van Nijmegen (1578), overleden > 19 mei 1618. (?) Ondertrouwd op 8 augustus 1597 en gehuwd op 14 oktober 1597 te Nijmegen met Geertgen Bijsman

Van 7 december 1575 dateert een missive van het hof aan den rentmeester Johan van Manen, met last om alsnog te antwoorden op s’Hofs schrijven betreffende de pretensien van Johan Poirtman, Johan van Santfort, de weduwe Willem van Zutphen en Heijl Kanens.

Op 20 augustus 1603 verschijnen voor Johan Gijsberts en Rijck Braem, schepenen van Nijmegen, Johan Goch, voor zich en Maria van Rijswick, weduwe van Gerit van Goch zijn moeder, en voor Wolter en Aeltien van Goch (in plaats van Herman van Goch) zijn broeder en zuster, en verkoopt de helft van een erfpacht van 6 Frankische schilden, uit een stuk lands in de Oeijen, een jaarrente van 2 hert. Phil. guldens, uit een huis in de Moelenstraet, met achterstand, en een jaarrente van 1 Keiz. Carol. gulden, uit de helft van een huis ook in de Moelenstraet, aan Johan van Santfort, als prov. van St. Michiel. Gegeven in den jair sestienhondert drie den twintichsten Augusti.

Kinderen:

1  (?) Conraet van Santfort

2  (?) Jan van Santfort. Gehuwd in 1600 met Grietgen van Leijden.  

3  (?) Pieter van Santfort. Ondertrouwd op 22 januari 1598 en gehuwd op 10 februari 1598 te Nijmegen met Aelitgen Henricks


12066  Jacques de Remout, velleploter, zoon van Jan de Remout, geboren ca. 1580 te Brugge (B), overleden < 12 maart 1625

Ondertrouwd op 9 mei 1603 te Leiden (get: Jan de Remout vader, Ghijsbert Castel cozijn, Nies Claes moeder) (#) met

12067  Annetgen Pieters, dochter van Pieter Jansz en Niesgen Claes, geboren ca. 1580, overleden > 14 september 1655. Ondertrouwd op 12 maart 1625 voor het gerecht te Leiden en gehuwd met Jan Jacobsz Prins, portier

Uit dit huwelijk:

1  Pieter Jacobsz Vermout, boekdrukker (1634), kruidenier (1649), geboren ca. 1610 te Leiden, overleden 1651-1654. Ondertrouwd op 11 mei 1634 voor het gerecht te Leiden (get: Claes Govertsz oom, Marijtgen Dircxdr zuster) en gehuwd met Maertge Dircx van der Veele, overleden > 18 augustus 1659

2  Cornelis Jacobsz Vermout

Niesgen Jacobs Vermout


12176  Merten Sehlradt, schepen te Nörvenich (D)

Gehuwd met

12177  Judith Oepen, dochter van Corst Oepen en Lein NN, geboren ca. 1560

Uit dit huwelijk:

1  (?) Hans Selraed


12196  Gijsbert Adriaensz van Dijck, zoon van (?) Adriaen Arrisz van Dijck, overleden < 31 mei 1623

Gehuwd met

12197  Gerrichje Gerrits, overleden 1650-1653

Op 31 mei 1623 Jan Henrickx Cooth en Gerritgen weduwe Gijsbert van Dijck te Jutfaas, constitueren.

Op 29 september 1650 draagt Gerrichgen Gerritsdochter, weduwe van zaliger Ghijsbert Adriaensz van Dijck, over aan Anthonis Adriaenss van Dijck, zoon, 2 morgen land te Jutphaes en de bruikweer van 4 morgen leengoed, samen een geheel van 6 morgen vormend, met huis c.a. hierop staande. Zij wordt geassisteerd door Aris Ghijsbertss van Dijck zoon wonende te Jutphaas, Adriaen Ghijsbertss den outsten zoon wonende in de Knoest, Adriaen Ghijsbertss van Dijck den jonghsten zoon wonende te Jutphaes, Splinter Ghijsbertss van Dijck zoon wonende te ‘s Gravenhage, Jan Peterss wonende opt Hoogelandt te Isselsteijn, Cornelis Janss wonende te Werckhoven, en Herbert Ariss van Montfoort wonende te Brueckelen.

Op 7 mei 1653 vindt de scheiding plaats van de erfenis van Gijsbert Adriaensz van Dijck en Gerrichje Gerrits, beide te Jutphaas overleden. De erfgenamen zijn Aris Ghijsbertss van Dijck, Adriaen Ghijsbertss van Dijck den ouden, Anthonis Gijsbertss van Dijck, Adriaen Ghijsbertss van Dijck den jongen, Splinter Ghijsbertss van Dijck wonende te ‘s Gravenhage, Jan Peters wonende in het Hoochlant lande van Iselsteijn, Cornelis Janss wonende te Werckhoven, en Herbert Adriaenss wonende te Breuckelen. Van de erfenis gaat 8 mergen ende 6 mergen lants gelegen in het Neereijnt van Jutphaes naar Anthonis Ghijsbertss van Dijck en Hooffgen Adriaensdr.

Uit dit huwelijk:

1  Anthonis Gijsbertsz van Dijck, overleden < 17 februari 1672. Gehuwd met Hooffjen Adriaens Werff, overleden > 17 februari 1672

2  Aris Gijsbertsz van Dijck

3  Adriaen Gijsbertsz van Dijck (de oudste), overleden < 17 februari 1672. Gehuwd met Claesjen Stevens van Sijll, overleden > 17 februari 1672

Adriaen Gijsbertsz van Dijck (de jongste)

5  Merrichje Gijsberts van Dijck. Gehuwd met Willem Gerritss wonende te Werckhoven

6  Dirckje Gijsberts van Dijck. Gehuwd op 13 februari 1631 te Jutphaas met Jan Petersz op ‘t Hogelant

7  Jannichgen Gijsbert Adriaens van Dijck, begraven 31 augustus 1640 te Utrecht. Gehuwd op 12 oktober 1639 voor het gerecht te Utrecht met Henrick Jan Willemsz van Schaijck

8  Maijchgen Gijsberts van Dijck. Gehuwd op 2 december 1637 voor het gerecht te Utrecht met Herbert Adriaensz van Montfoort

9  Gerrit Gijsbertsz van Dijck, overleden 1643-1648. Gehuwd op 30 oktober 1641 voor het gerecht te Utrecht met Maijchgen Peters, geboren te Vleuten, overleden 1641-1643. Ondertrouwd op 27 augustus 1643 te Jutphaas en 26 augustus 1643 te Vreeswijk en gehuwd op 10 september 1643 te Vreeswijk met Willemken Peters, geboren te Vreeswijk

10  Splinter Gijsbertsz van Dijck. Ondertrouwd op 8 augustus 1648 te Jutphaas met Peternelletje van Middelant, geboren te Woerden


12212  Adriaen van Leuven, schepen van Rhenen (1640, 1641), raad van Rhenen (1637, 1639, 1642, 1643), weesmeester van Rhenen (1637, 1639, 1640), overleden 1643-1646. Ondertrouwd op 29 augustus 1641 te Rhenen met Marijcken Stevens, geboren te Heusden

Gehuwd met

12213  Anna Adriaens, overleden 1636-1641

Rhenen. Opten 1en martij 1637 is bevonden uijtet schrijvens van sijn hoocheijt dese nabeschreven personen gestelt te sijn totte bedieninge van het magistraetampt. Raden Jacob Verweij, Rutger van Brenck, Adriaen van Leuven, etc. Weesmeesters Jelis van Stoutenborch, Adriaen van Leuven. Op den 25en februarij 1639 idem. Opden 22en februarij 1640 is bevonden uijttet schrijvens van sijn hoocheijt dese naevolgende personen gestelt te sijn tot het magistraetampt. Schepenen Jan Thonissen Verhell, Adrian Verheut, Willem Woutersen Roest, Johan Toll, Gerrit Clercq, Thonis Jansen van Geijn, Adriaen van Leuven. Weesmeesters Jelis van Stoutenborch, Adriaen van Leuven. Opden 25en februarij 1641 idem. Opden 22 februarij 1642 is bevonden uijttet schrijvens van sijn hoocheijt dese naevolgende personen gestelt te sijn tot het magistraetampt. Raden Roelof Verweij, …, Adriaen van Leuven, etc. Weesmeesters Jelis van Stoutenborch, Adriaen van Leuven. Opden 25sten februarij 1643 is uijttet aenschrijvens van sijn hoocheijt bevonden dese naevolgende personen gestelt te sijn tot het magistraetampt. Raden Roelof Verweij, …, Adriaen van Leuven, etc.

Op 6 december 1642 Arien van Leuven. Ut supra. In 1646 koopt Merritgen Stevens, weduwe van Adriaen van Leuven, haar twee kinderen uit.

Op 27 november 1673 stelt Fijchje Aerts van Leuven, gehuwd met Sander Herbertss van der Blom, haar testament op. Als erfgenamen benoemt zij haar broer Adriaen Aertss van Leuven, wonende in het Silversteechje te Utrecht, haar zuster Jorisgen Aerts van Leuven gehuwd met Rijck Hendrickss, wonende te Wijck bij Duerstede, de kinderen van haar zuster Claesgen Aerts van Leuven geheten Aert Claess van Woensell en Annichje van Woensell, haar zuster Maeijchje Aerts van Leuven, Annichje Jans Stenis gehuwd met Jan van Cantelberch, Gueltje Jans Stenis, wonende te Hamborch, en de kinderen van Hermen Janss Stenis. Op 22 mei 1678 wordt het testament opnieuw opgesteld.

Uit dit huwelijk:

Arien Aertsz van Leuven

2  Claesgen Aerts van Leuven, geboren ca. 1615 te Wijk bij Duurstede, overleden < 27 november 1673. Ondertrouwd op 10 april 1636 en gehuwd op 24 april 1636 te Utrecht met Claes Gijsbertsz van Woensell

3  Herman Aertsz van Leuven (alias Scheel), geboren ca. 1618 te Wijk bij Duurstede. Ondertrouwd op 3 september 1643 en gehuwd op 19 september 1643 te Wijk bij Duurstede met Hendrickxken Adriaens, geboren te Wijk bij Duurstede

4  Jorisgen Aerts van Leuven, geboren ca. 1620 te Wijk bij Duurstede. Ondertrouwd op 26 april 1641 te Rhenen en gehuwd op 9 mei 1641 te Wijk bij Duurstede met Rijck Hendricksz, geboren te Achterberg

5  Maeijchje Aerts van Leuven

6  Fijchje Aerts van Leuven, overleden > 22 mei 1678. Ondertrouwd te IJsselstein en gehuwd op 31 januari 1665 te Utrecht met Sander Herbertsz van der Blom, overleden > 22 mei 1678

7  Geurt van Leuven, gedoopt 26 december 1636 te Rhenen


12376  Gerrit Hendricksz Cruijff, zoon van Henric Gerritsz Cruijff en Griet NN, geboren ca. 1525

Kinderen:

1  (?) Hendrick Gerritsz Cruijff

2  (?) Cornelis Gerritsz Cruijff, overleden > 8 juli 1628


12378  Rijck Cornelisz van Blootenburg, zoon van Cornelis Rijksz, geboren ca. 1540, overleden ca. 1605

Gehuwd ca. 1565 met

12379  Claesgen Dirkxs, geboren ca. 1545, overleden > 1605

Claesgen Dirkxs testeert te Amersfoort in 1605. Ze woont dan op het ‘Hoghelant’ bij Amersfoort.

Uit dit huwelijk:

1  Cornelis Rijcks van Rossem, geboren ca. 1565, overleden < 1633

2  Jan Kruijff, geboren ca. 1567, overleden < 1633

Gerritgen Rijcx Blootenburg

4  Claes Rijcks van Blootenburg, geboren ca. 1575, overleden > 17 februari 1633. Gehuwd ca. 1600 met Truitghen Gerrits van Langelaer, geboren ca. 1580

5  Emmitgen Rijcks van Blootenburg, geboren ca. 1575, overleden < 1628. Gehuwd met Rutger Hendricks

6  Gerrit Rijcksen van Blotenburg, geboren ca. 1585, overleden 1636-1654. Gehuwd ca. 1615 met Adriaantje Frans van Triest, geboren ca. 1585, overleden > 1654


12712  Adriaen Cornelisz, zoon van Cornelis Adriaensz, geboren ca. 1556, overleden > 1591

Gehuwd met

12713  Gerrijtgen Hendriks

Hij pacht in 1578 van de Cellesusteren te Maarsbergen het ‘erff ende goet ghelegen to Maren’ voor drie jaren en in 1582 opnieuw voor zes jaren. In 1592 gaat het pacht over op Anthonis Thuenisz.

Uit dit huwelijk:

Cornelis Adriaensz


12720  Heijnrick Andriesz van Overeem, zoon van Andries Heinen van Overeem, geboren ca. 1495 te Renswoude, overleden ca. 1560

In 1536 is ‘Huijnrich van Overeemdt’ gegoed met 8 morgen land te Renswoude. Op 10 juli 1562 vindt in Barneveld de verkoop plaats van ¾ van het goed Nosschoten onder Barneveld door Andries Hendriksz met vrouw Elizabeth, zijn broers Frans en Cornelis, Elizabeth weduwe van Overeem met Arijs haar zoon en diverse anderen.

Kinderen:

1  Teunis Hendriksz van Overeem, geboren ca. 1520. Gehuwd met Elisabeth NN

2  Cornelis Hendriksz van Overeem, geboren ca. 1525

3  Arris Hendriksz van Overeem, geboren ca. 1530, overleden < 1587. Gehuwd met Elizabet NN

Frans Hendriksz van Overeem


12752  Willem Gerritsz, zoon van Gerrit Reinersz en Grietje Arends ten Have, geboren ca. 1535

Gehuwd met

12753  Fredericksken Sweer Reiniers

Uit dit huwelijk:

1  Reiner Willemsz, overleden ca. 1618. Gehuwd met Mechteld Berents Hissinck, overleden < 1641

2  Arndt Willemsz, zetter der verpondingen (1592). Gehuwd met (?) Geertjen NN

Geurt Willemsz

4  (?) Egbert Willemsz


12928  Gijsbert Vermeer, gegoed onder Zetten, zoon van Johan Arends Vermeer en Ghebe NN, geboren ca. 1523 te Zetten, overleden ca. 1569

Op Matthei 1563 staat Gijsbert Vermeer borg. Op 13 augustus 1563 getuigen Arnt Vermeer en Gijsbert Vermeer dat hun onderscheidelijk 50 en 35 jaren bekend is de scheiding tusschen die Gheer en Geurt Gijsberts hoffstadt te Randwijk. Op 4 maart 1570 zijn Gijsberts Vermeer’s erfgenamen belenders te Gellichem.

Kinderen:

1  Gijsbert Gijsbertse Vermeer (genaamd In die Hoeve), gerichtsnabuur te Randwijk, gegoed onder Randwijk en Wageningen en op het huis en hofstad Die Hoeven te Heten, geboren ca. 1547, overleden < 1629. Gehuwd in 1576 met Jutte NN

2  Aelheidt Vermeer, geboren ca. 1550

3  Alardt Vermeer, geboren ca. 1554

Johan Gijsberts Vermeer

5  Geert Vermeer, buurmeester te Lent (1579-1584), geboren ca. 1560


12944  Otto van Rijswijck, zoon van Geerlich van Rijswijck, overleden < 11 maart 1609

Gehuwd met

12945  Alith ten Eijnde

Op 5 februari 1592 constitueert de eerzame Engelbertus van der Burcht, mederaad, voor hem zelf en als man en momber zijner huisvrouw Henrisken ten Eijnde, zich ook mede sterk makende voor zijn broeder Johan ten Eijnde, der rechten licentiaat, en zijn huisvrouw, ingsgelijk voor Otto van Rijswijck Geerlichzoon en zijn huisvrouw Alith ten Eijnde potentiavit Jasper van Schoonscteen om in zijn, constituants, naam in kwaliteit voorzegd gerichtelijk te transporteren een hof, binnen Huissen aan de Nijmesche poort gelegen, ab una en Joffrouw van Essen ter andere zijde, tot behoef van Henrick van Hambach en de kooppenningen met der verlopen jaarrente te ontvangen.

Op 11 maart 1609 heeft Engelbertus van der Burcht, der rechten licentiaat, onze mederaadsvriend, verklaard te approberen en te ratificeren wie hij mits deze approbeert en ratificeert het verdrag en magescheid, door hem, Henrisken ten Eijnde, zijn huisvrouw, en de weduwe van zaliger Otto van Rijswijck ten ener en Anna ten Eijnde, weduwe van Johan Spaen, ook hun zuster, ter andere zijde op 16 november 1607 binnen Arnhem opgericht aangaande het versterf van hun zaliger broeder Johan then Eijnde, der rechten licentiaat, gelijk hij dan mede approbeert en ratificeert bij dezen hetgeen door Henrisken then Eijnde, zijn huisvrouw, in confirmatie van het voorzegde magescheid door burgemeesters en schepenen der stad Embrick op 3 april … gesteld is.

Uit dit huwelijk:

Geerlich van Rijswijck


12946  Johan Brull, overleden 1582-1588

Gehuwd met

12947  Nelisken Wijntgens, dochter van Claes Wijntgens en Geertgen Munters, overleden > 11 maart 1637

Op 17 januari 1582 heeft Naell Alleijn, weduwe voorzegd, verklaard schuldig te wezen Johan Brull en Nelisken, zijn vrouw, de somme van 39 daler 14½ stuiver tot goeder rekening, herkomende van zekere geleverde wijnen, en heeft beloofd de voorzegde penningen opgemelde echtelieden op Pasen naastkomend te betalen.

Op 11 februari 1582 hebben Anna, weduwe van meester Jasper Noijen, haar zoon Jasper en haar dochter Naleken en Johanna verklaard dat ze met Johan Brull zijn overeengekomen dat deze laatste, in mindering op het bedrag dat hij nog van hen heeft te vorderen, de huur zal innen van hun beide huizen, dat hij in een eventueel opnieuw verhuren zal worden gekend en dat bij verkoop ervan zijn vordering bij voorrang zal worden voldaan. Op 13 februari hebben Anna, nagelaten weduwe van Mr. Jasper Noijen met Jasper Noijen, haar zoon, als haar gekozen momber, Naeleken Noijen en Johanna Noijen verklaard dat zij als heden morgen met Johan Brull in tegenwoordigheid der schepenen Rutger Tulleken en Henrick Wijntgens, alsook in bijwezen van Claes van Raetingen en Seger van Uchelen verdragen en een vriendelijk accoord gehouden hebben. Alzo dat zich Johan Brull belangende de 125 daler en de rente daarvan zal reguleren inhoud zegel en brief, daarvan sprekende, en de jaarrenten van huishuren beuren uit handen desgene, die dat klein huisken bewoont. gelijk ook zal geschieden van de grote huis, waarin Jan voorzegd nu ter tijd woont, zover vrouw Noijen met haar kinderen datzelve niet bewonen dan verhuren wil, edoch zullen vrouw Noijen en haar kinderen hetzelve huis niet iemand mogen verhuren zonder Johan Brullen of zijn huisvrouw voorweten.

Op 10 augustus 1582 Johan Brull potentiavit Johan Toenissen, koster te Westervoort, om in zijn naam te mogen invorderen alzulke pachtpenningen als hij aan de erfgenamen van zaliger Henrick Gerritsen te Westervoort ten achteren is.

Op 5 augustus 1588 Wij, burgemeesters, schepenen en raad der stad Arnhem, doen hiermede kond dat wij op schriftelijk verzoek des Erentfesten en vrome Adolp van Meverden, burgzaat te Lobith en de rechten en gerechtigdheid te stuur, Conradt van Castrop onze gezworen bode, belast hebben zekere kleefse bode aanwijzing te doen en helpen insinueren aan de nagelaten weduwen van respectieve Johan en Henrick Brull, gebroeders zaliger gedachten, tijd huuner leven onze medeburgers, alzulke citatie als vanwege Z.F.E. hertog tho Cleve, Gulick en Berck Adolph van Meverden, burgzaat voorzegd, aan de gedachte wedevrouwen en hunner kinderen vormunders op 13 dezer stilo novo edirt en uitgaan laten, teneinde op maandag 12 september a.s. des voormiddags tijdig voor zijn L. te Lobith te verschijnen en hunne ehemannen zaliger vaders goederen, vanwege hooggemelde Z.F.E. besproken met geld of met recht, te beschudden en te verdedigen verdere inhoud aangeregte citation, en dat voorzegde Conradt van Castrop gegicht en bij ede verklaard dat hij heden tussen 10 en 11 uur des voormiddags die bovengenoemde citation eerst wijlen Henricks en vervolgens Johans Brullen weduwe vurbracht en verlezen heeft, die hem daatop ten antwoord gegeven dat gedachte hunne ehemannen meer bij hun vader zaliger gedaan en opgelegd hadden dan hun kinderen goed was; zij dachten daar niet meer bij te leggen noch zich hun vaders versterf te bemoeien, doch willen middelerwijl daarop hun beraad nemen.

Op 10 augustus 1588 Geertruidt Everwijns, weduwe van zaliger Henrick Brull voor haar zelf, en Mr. Wilhem Sluissken, griffier, en Johan van Danss, schepen, tuigende over hem zelf, als gekozen mombers van haar Geertruit, onmundige kinderen, bij genoemde hare ehemal zaliger geprocreeerd, en Evert Everwijn de jongste Evertszoon haar weduwe broeder, sub et re Jacob Denissen en Maria zijn huisvrouw, domum et aream, gelegen in de Oeverstraat, Johan Brullen weduwe ab uno en Gossen die Haes erfgenamen ab altero latere, pro quo Reiner Everwijn tot waarschap heeft gesteld zijn aanpart, te weten een derdedeel aan huis en hofstad, gelegen beneden in de Rijnstraat dat hij dezer tijd bewoont.

Op 8 april 1589 hebben Arndt van Brienen, raadsvriend, Evert Everwijn en Wilhem Gaemans als over- en onderhuismeesters met Johan Haeck, rentmeester van St. Catharinen gasthuis alhier, verklaard dat Nelissken Wijndtgens, nagelaten weduwe van zaliger Johan Brul, afgelost, gevrijt en kwijtgekocht heeft een jaarlijkse rente van een goud schil en 10 schillingen kleiner penningen als het voorzegde gasthuis uit haar huis en hofstad, staande in de Oeverstraat, ab uno Jacob Denissen en ab altero Heimerick Schaep, iuxta literas geldende had.

Op 16 augustus 1589 heeft Berndt Schillingh voor hem zelf en mede als vader en momber van zijn kinderen, bij zaliger Aeltijen Brullen zijn huisvrouw gepasseerd, voor wie hij belooft en zich sterk maakt, met zijn vrije wil getransporteerd en overgegeven Wilhem Huijgen en Geesken, nagelaten weduwe van zaliger Gaert Wijndtgens, Nelissken Wijndtgens, weduwe van zaliger Johan Brull, en Geertgen, zaliger Henrick Brullen weduwe, een stukske bouwland met een bongartijen, gelegen in de kerspel van Herwen in de ambte van Overbetuwe, gelijk hij Schillingh diezelve 2 stukken van Johan Koes en Jutt zijn echte huisvrouw, vermogens brief en zegel, gedateerd 12-12-1586 stijlo novo aangekocht heeft, om diezelve 2 stukskens lands en bongardtijen zolang te hebben en te bezitten totdat hij, Schillinck, voorgedachte Wilhem Huijgen en de voorzegde 3 weduwen wel en te dank verricht zal hebben alzulke 835 daler 3 stuiver 1 oort die hij Schillingh hunluiden vermogens zijn obligatie dd 05-06-1588 schuldig is met voorbehoud dat na gedane betaling der voorzegde schuldpenningen deze 2 stukskens lands en bongartdijen hem Schillingh wederom gecedeerd en getransporteerd worden. Op 16 augustus 1589 constituit Berndt Schillingh Wilhem Sluissken, griffier, en Wilhem Huijgen om in zijn naam aan zijn G. van Nuwenar, stadhouder, te bevorderen zekere ordonnantie en betaling van 716 daler 15 stuiver, die hij, constituit, aan voorgemelde Z.G. ten achteren is en het geld, daarvan komende, in mindering van alzulke schuld als hij voorgemelde Wilhem Huijgen en de weduwen van Geert Wijndtgens en van Johan en Henrick Bullen ter summe van 835 daler 3 stuiver 1 oort vermogens obligatie schuldig is, te innen.

Op 29 januari 1590 constituit Nelisken Wijndtgens, weduwe van zaliger Johan Brull, Goessen Bongardt haar neef, om in haar naam en tot haren behoef te vorderen alzulke schuldpenningen als zij aan de weduwe van zaliger Henrick van den Wall te Harderwijk ten achteren is, geld te ontvangen en quitantie te geven.

Op 11 mei 1590 is comparuit de eerzame Arndt van Brienen, raadsvriend, gebadet om kondschap der waarheid te geven ten verzoeke van Frederick van Diem op navolgende interrogatorien: – vraagstukken Fredericks van Diem op de burgemeester van Arndt van Brienen: – of niet waar dat getuige neffens Göddert van Berffelt met de richter Gruithuis ter leger banke te gericht gezeten als in de zaak der weduwe van zaliger Gaert Wijndtgens en Johan Brul tegen Wilhem van Dans gesententeerd is geworden ? – of ook niet deponent gehoord heeft dat Jacob Praest als gemachtigde van WIlhem van Danss op hetzelve maal, nadat de setentie uitgelezen was, heeft staan vorderen en verwachten dat de weduwe met prestering hares eeds de gewezen sententie voldoen zou ? – Arndt van Brienen op deze twee voorgaande interrogatorien geexamineerd zijnde heeft verklaard en bij zijn schepeneed in plaats van solemnele eed geaffirmeerd en getuigd de alinge inhoud der beide vraagstukken waarachtig en hem nog wel indachtig te wezen. Op 14 mei 1590 is comparuit Johan Lattenhouwer gebadet om kondschap der waarheid te geven ter instantie van Frederick van Diem en gevraagd zijnde of niet hij, getuige, gezien of gehoord heeft, als de sententie tussen de weduwe van zaliger Gaert Wijndtgens en Johan Brul ter ener – en Wilhem van Danss ter andere zijde uitgesproken was, dat Jacob Praest als gemachtigde van Wilhem van Dans alstoen in de gerichte bedongen heeft: de weduwe zoude komen en voldoen de inhoud der sententie met prestering van haar eed, heeft Lattenhouwer vermits solemnele eed getuigd zulks waar te zijn en gehoord te hebben als de sententie uitgelezen ware dat Praest toen zeide: de weduwe zou komen en bezweren haar boek naar luid van de sententie. Op 18 mei 1590 is comparuit Jacob Praest voorgebracht om kondschap der waarheid te geven ten verzoeke van Frederick van Diem en heeft bij solemnele eed getuigd dat hij als gemachtigde van Wilhem van Danss doemaals als de setentie in de zaak der weduwe van zaliger Gaert Wijndtges en Johan Brull tegen gedachte Wilhem van Danss ter leger banke alhier uitgelezen ware, bedongen heeft dat de weduwe zou komen presteren haar eed naar inhoud des signaats.

Op 8 april 1600 Dedrick Ulbeeck, burger te Deventer, en Henrica Bosshoff, weduwe van zaliger Gerrit Kremer, potentiaverunt Mr. Lambert Croll om met recht in te vorderen en te vervolgen zekere verlopen rente van 10 goud gulden jaarlijks, gaande uit huis en hofstad van de weduwe van zaliger Johan Brul in de Weverstraat (te Arnhem).

Op 13 maart 1622 heeft Lisabeth Hulst verklaard dat Evert Alarts en Aeltgen Henrickss e.l. aan haar comparante Lisabeth als dochter en enige erfgename van haar zaliger vader Henrick Hulst voldaan, gevrijd en kwijtgekocht hebben de hoofdsom en alinge achterstand, tot dato dezes verlopen, van alzulke 3 gulden jaarlijks als haar voorzegde vader te heffen placht uit huis en hofstad in de Rijnstraat, Wilhem Spoltman ter ener, en de erfgenamen van Goossen Vercuijl ter andere zijde, de voorzegde e.l. toebehorende, en zo de voorzegde Lisabeth Hulst de bezegelde brieven van voornoemde jaarlijks rent had of wist te leveren om doorsnede en gecasseerd te worden, compareerde Nelisken Wijntges, weduwe van zaliger Jan Brull, met Geerlich van Rijswijck haar schoonzoon en gekozen momber, en heeft tot waarborg gesteld haar huis en hofstad in de Oeverstraat, weduwe van Goessen Wilhemssen ter ener en de erfgenamen van Jacob Denis ter andere zijde.

Op 30 mei 1627 verklaart Claes van Brienen voor hem zelf en als vader en momber van zijn kinderen Naleken en Margriet van Brienen, nog onmundig, ehelijk verwekt bij zijn zaliger huisvrouw Lubbertge Toumans, dat hij tot betaling van schulden, bij het leven van zijn voorzegde huisvrouw gemaakt, uit handen van de burgemeester Reijner Everwijn, item Reiner Everwijn, chirurgijn, en Neliske Wijntges weduwe van zaliger Johan Brull, en Henrick Wilbrenninck als naaste bloedverwanten en mombers van de nagelaten kinderen van Caspar Sille en zaliger Fijken Brullen, gewezen e.l., ontvangen heeft 680 gulden, belovende dezelve summe aan genoemde mombers ten behoeve der onmundige kinderen van Caspar Sille voornoemd onfeilbaar te betalen in 6 termijnen, namelijk op 01-06-1628, 1629, 1630, 1631 en 1632 telkens 30 gulden en op 01-06-1633 530 gulden, onder speciaal verband van zijn en zijner voorzegde kinderen huis en hofstede aan St. Jansplaats op de hoek van de straat strekkende naar de Korenmarkt gelegen.

Op 22 februari 1630 draagt Neliske Wijntges, weduwe van Johan Brull, op aan Geerlich van Rijswijck en Janneken Brull, Jacob ten Hoevel en Gaertjen Brull en Claes Brull, hare kinderen, het versterf van Henrick Huijberts, onmondige zoon van Huijbert Henricks en Hilleken Brull zaliger, hare dochter. Op 14 februari 1631 machtigt Neliske Wijntges weduwe Brull haar schoonzoon Geerlich van Rijswijck. Op 3 december 1633 de kinderen van Geerlich van Rijswijck, Jacob ten Heuvel namens zijne kinderen verwerkt bij Geertgen Brull, cessionarissen van Nelisgen Wijntges weduwe Jan Brull contra Hubert Hendriksen. Op 11 maart 1637 machtigt Neliske Wijntges weduwe van zaliger Jan Brull, haar neef Henrick Sweem, tolner te Nijmegen, om te scheiden de boedel der afgestorven kinderen van hare dochter Gaertje Brull, met name Judith, Isac en Jan van den Heuvel.

Uit dit huwelijk:

1  Gaert Brull, innocent

2  Claes Brull

Jenneken Brullen

Hilleken Brull. Gehuwd met Hubert Hendrickx

5  Jan Brull

6  Gaertgen Brull. Gehuwd op 3 maart 1611 te Arnhem met Jacob Jansz ten Heuvel, burgemeester van Nijmegen

7  Klaas Brull


12948  Peter Versteghen, secretaris van Arnhem (1586-1608), zoon van Hendrick Verstegen en Ermken Nooten, geboren. ca. 1560, overleden 1611-1612

Gehuwd < 1593 met

12949  Christina van Schrieck, dochter van Johan van Schrieck en Johanna van Trier, geboren ca. 1570, begraven 1 maart 1633 te Arnhem (#)

Links het wapen van Peter Versteegh. Gedeeld, I. Verstegen, II. Schrieck. Helmteken en dekkleden: Verstegen.

Op 14 december 1586 is Peter Versteeghen als secretaris van de stad Arnhem in eed genomen, zonder dat den naam van deszelfs familie voor die tijd, of hij zelve voor of na die tijd, onder de borgeren van deeze Stad s aangeteekent gevonden. Op op den 16 October 1608 is, op verzoek van denzelven Peter Versteeghen zijn zoon Hendrik Versteegen in zijn plaats tot secretaris genomineert geworden, en dat deeze secretaris Hendrik Versteegen ruim 29 jaaren daar na, en wel op den 26 Januarij 1638, wegens zijne lange en getrouwe diensten met het Borgerregt door de Magistraat is vereert. Zoo als ook deszelfs broeder, Peter Versteegen, naamgenoot van zijn vader de Secretaris eerstgemeld, op den 27 Januarij 1638 van zijn vader de Secretaris eerstgemeld, op den 27 Januarij 1638, het Borgerregt voor hem en zijne kinderen heeft geobtineert gehad.

Op 5 mei 1593 substituit Aeltjen van Steenbergen, de huisvrouw van Peter van Dilsen, als gemachtigde van haar man vermogens volmacht, onder het secreetzegel der stad Alkmaar gepasseerd, haar neef Peter Verstegen en haar pachter te Herwen, met name Gerrit Anssums, in causa contra de erfgenamen van Mr. Johan ten Have.

Op 3 december 1593 benoemen Joris Davidts en Anna van Heerdt, zijn vrouw, Johan van Riennen glaesemaecker om in hun naam en van hunnentwege te compareren voor de ambtman en geerfden van Overbetuwe en op te dragen aan Peter Verstegen en Christina van Schrieck echtelieden de gerechte helfte van een kamp lands, geheten Blocks Camp, gelegen in de ambte van Overbetuwe, groot omtrent derdenhalve morgen ter goeder maat, voor een vrije erf en goed uitgezonderd de gemene dijk en wetering, met recht daartoe gehorende, alles naar breder inhoud ener getekende koopsnotel, op heden daarvan opgericht.

Op 5 december 1593 heeft Gerhardt Palick, burger te Rees, zich sterk makende voor zijn huisvrouw Ida van Heuckelom en mede voor zijn moeder, lest nagelaten weduwe van zaliger Wilhelm van Fijnen, in derzelver kwaliteit machtig gemaakt en maakt machtig mits deze Johan Kloick Iserkremer om in zijn naam en mede van zijner huisvrouwen en moederwege te compareren voor de ambtman en geerfden van Overbetuwe en te remonstreren zijn recht van hypotheek of pandschap aan de gerechte helft van een kamp lands, geheten Blocx kamp, in de ambte van Overbetuwe in de kerspel van Elst in de buurschap van Aem, groot ongeveer 3 morgen, vermogens brief en zegel, door Caerll van Lijnden, ambtman, en Dederick Kellefken en Gerritt Kerckman, geeerfden van Overbetuwe, bezegeld, slaande op des comparants voorzegde stiefvader Wilhelm van Fijnen zaliger, en te verzoeken dat de ambtman hem, Kloick, tot behoef van zijn principaal aan en in die helft van de voorzegde kamp lands in kraft van de voorzegde brief en zegel heren en inleiden wil als in Overbetuwe recht is, hetwelk geschied zijnde, zal de gemachtigde de voorzegde kamp lands voor een vrij erf en goed voorts vanwege zijn principaal transporteren aan Peter Verstegen en Christine van Schrieck echtelieden.

In 1593 is te Nijmegen een akte opgesteld waarbij Ergmardt Nooten, weduwe Hendricke Verstegen, aan haar zoon Peter Verstegen, secretaris van de stad Arnhem, en zijn vrouw Christine Schrieck, verkoopt een jaarrente van 18 lopende Brabantse gulden ten laste van de stad en geldende op Petri ad Cathedram. In 1596 is te Nijmegen een akte opgesteld waarbij Denis van Seller en zijn vrouw Lumken Kanis aan Peter Verstegen, secretaris der stad Arnhem, en zijn vrouw Christina van Schrieck, verkopen een erfjaarrente van 30 gevalueerde Brabantse guldens ten laste van de stad en verschijnende op Meiavond.

Op 8 juni 1598 hebben Herman van Amstell en Fenneken Kanis zijn vrouw, Adriaen van Holt en Claesken Janssen zijn vrouw, Jacob Deniss en Ermgardt van Holt echtelieden, Gerrit Janssen en Margaritha van Holt zijn huisvrouw, Derrick van de Cruiss en Gijsbertijen van Holt echtelieden, en Derrick van Kelle en Elizabet Vonken echtelieden, als recht en transport hebbende van Gerrit van Holt en Elizabet Plancken echtelieden, alle als erfgenamen van zaliger Grietijen, Naelleken en Henrisken van Aemstell gezusters, overgedragen aan Peter Verstegen, secretaris der stad Arnhem, en Christina van Schrieck zijn vrouw, huis en hofstad staande en gelegen in de Bakkerstraat naast den gulden Beer, toebehorende Hanss van Guijlick, ab una en huis en hofstad, eertijds van Willem Muijss nu Engell Janssen toebehorende, ab altera, achter uitgaande in de Weverstraat, gelijk hun comparanten hetzelve huis bij dode der voorzegde gezusters van Aemstell aanbestorven is.

Op 15 januari 1599 hebben Engell Janssen van Saelingen en Magdalena, zijn vrouw, opgedragen en met hun vrije wil vertegen Peter Verstegen en Christina van Schrieck echtelieden, de gerechtigheid van de watergang waardoor het water van de plaats van Peter Verstegen en Christina echtelieden voorzegd afgeleid wordt over de plaats van Engell Janssen en Magdalena echtelieden voorzegd door de gaten langs de muur, tussen beide deze erven staande, uitdragende tot in de Weverstraat.

Op 27 oktober 1599 procureert Henrick Janssen en Mette, zijn huisvrouw, wonende te Bennekom in de ambte van Ede op Veluwe, constituerunt Johan van Riennen glaesemaecker, burger te Arnhem, en Mr. Bartholt ter Stege, voor de gerichte der stad Nijmegen, om in hun naam en van hunnentwege te compareren voor de burggraaf des Rijks van Nijmegen oorkond geeerfden en op te dragen aan Peter Verstegen en Christina van Schrieck echtelieden hun alinge aanpart, deel en gerechtigheid, te weten een recht vierdedeel, als hun mits dode van hun zoon Willem Henricxen zaliger aangeerfd is en Willem voorzegd gekocht en aan zich geworven heeft van Rutger Verwaeijen aan huis en hofstad met de bongerd en de landerijen, daartoe behorende, gelegen in het Rijk van Nijmegen in de kerspel van Ewijck bij den Doddendael, genoemd den Aelst, waarvan de andere 3 delen de voornoemde Peter Verstegen met de zijnen toebehoren, tezamen groot ongeveer 18 morgen lands, welke 3 delen tegenwoordig in pacht heeft Derrick Lamers.

Op 17 september 1601 verklaart Jacob Lamers voor hem en zijn kinderen dat Peter Verstegen aan zijn handen afgelost, gevrijd en kwijtgekocht heeft alzulke 3 goede oude schilden ‘s jaars keizers of frankrijks als hij, Jacob voorzegd vermogens de originale constitutiebrief, gepasseerd voor Zeger van Angeren en Jacob Ridder, schepenen, dd 1470 des eerste vrijdags na Decollationis Johannis, jaarlijks geldende had uit zijn huis en hofstad, hergekomen van wijlen Henrick van Aemstell, staande en gelegen in de Bakkerstraat, Hanss van Guijlick ab una en Engel Janssen van Sallingen ab altera.

Op 15 november 1603 Engell Janssen van Saellingen en Magdalena zijn vrouw, sub et re Peter Verstegen, secretaris, en Christina van Schrijck zijn vrouw, de schuur staande achter hun huis in de Bakkerstraat, met de gang tussen deze schuur en der kopers achterhuis, strekkende en uitgaande de voorzegde gang tot in de Weverstraat, naast de schuur van Willem Verheren ter ener en der kopers achterhuizing en plaats ter andere zijde, staande voor aan der verkopers plaats en achter aan de erfenis, genaamd die papegaij, toebehorende de burgemeester Willem Huijgen, et si defectus sub expandatione domus principalis, waar deze schuur toe gehoord heeft, voor in de Bakkerstraat uitgaande tussen huis en hofstad der koper voorzegd ter ener en …

Op 5 januari 1604 heeft de erentfeste Johan van Goltsteen d’olde, zich sterk mackende voor Joffer Geertruidt die Cock van Delwijnen zijn huisvrouw, in zulker kwaliteit opgedragen en met zijn vrije wil vertegen de secretaris Peter Verstegen en Christina van Schrijck zijn vrouw, de gerechte helft ener jaarlijkse rente van 21 gouden rijnse gulden, op alle meidag verschijnende uit dezer stad Arnhem grote en kleine wijnaccijssen en ander derzelver stad goederen, accijsen, renten en inkomsten, vermogens de constitutiebrief, daarvan zijnde, gedateerd op dinsdag na St. Marten 1507, gelijk diezelve helft van de jaarrente door de kinderen en erfgenamen van zaliger Jacob van Oemeren aan Johan van Wijnbergen als rentmeester en gemachtigde der testamenteurs van de welgeboren vrouwe Petronella van Praet, vrouwe tot Batenburch, en van de gedachte rentmeester en gemachtigde aan burgemeester Willem Huijgen en Wilhelma Tullekens echtelieden, voorts van dezelve echtelieden aan hem, Goltsteen, en zijn huisvrouw verkocht, opgedragen en vertegen is conform de wilbrieven, daarvan voorhanden.

Op 7 november 1605 hebben Toenis van de Graeff en Jan Heijmerix verklaard en bij ware woorden geaffirmeerd dat zij gevorderd zijn geweest bij Toenis Heijmericks, tegenwoordig aan de pest krank liggende, en uit zijn mond verstaan hebben dat hij begeerde volmachtig te maken zijn zwager Abraham van Lennep, burger te Emmerick, om te compareren voor schepenen aldaar en te transporteren aan de nagelaten weduwe van zaliger …. alle alzulke aanpart, deel en gerechtigdheid als hij en zijn zaliger huisvrouw Sweerken hadden aan huis en hofstad, staande binnen de stad Emmerick in de Steenstraat, genaamd in de vergulden Leerse, en de resterende kooppenningen tot 50 daler toe te ontvangen en daarvan quitantie te geven. Gelijke bekentenis van Thoenis Heijmericks verklaarde Peter Verstegen, onze secretaris, ook uit zijn mond gehoord en verstaan te hebben en dat Toenis voorzegd begeerde daarvan een bezegeld instrument geexpedieerd te worden, zo is deze te oorkonden der stad Arnhem secreetzegel hieronder gedrukt. Op 9 februari 1606 constitueren Abraham en Isaac van Lennep, gebroeders, als bloedvrinden en Peter Verstegen als een gebeden opzichter der nagelaten onmundige kinderen van zaliger Thoenis Heimericks en Sweerken Doijeweerts, in hun leven echtelieden, constituerunt Niclaes Janss van Ede en Peter Chous ad lites in de zaak betreffende der voorzegde echtelieden versterf en erfhuis.

Op 9 maart 1607 geeft Frans Claessen Saedelmaecker als gemachtigde van Anne Francken, nagelaten weduwe van zaliger Herman de Haen, vermogens procuratie op 23 januarij 1607 gepasseerd voor burgemeesters, schepenen en raad der stad Nijmegen, in zulker kwaliteit vanwege zijn principalinne opgedragen en met zijn vrije wil vertegen Peter Verstegen en Christina van Schrieck echtelieden, een rentebrief van 6 dalers jaarlijks, gepasseerd door Johan van Rijngelbergh en Gerrit van Riswijck, schepenen, op dinsdag na den heiligen Pinksterdag 1564, gaande voorzegde rente uit huis en hofstad, gelegen in de Koningstraat achter de olde school tussen huis en hofstad eertijds van Beerndt Trompet, nu ‘t hoff van Nassouw, ter ener en huis en hofstad eertijds van Aerndt van der Capellen, nu de weduwe van zaliger meester Laembert Croll ter andere zijde, verschijnende op Pinksterdag.

Op 29 januari 1608 hebben Magdalena Peters hierbevorends weduwe van zaliger Engel Huberss en nu wederom verhijlickt aan zekere engelse soldaat, militerende onder de compagnie van de kolonel Morgan, wezende de voorzegde Magdalena in absentie van haar man geassisteerd met Frans Claess Sadelmaecker als haar gekozen momber en zich sterk makende voor de gedachte hare man, voorts de eerzame Henrick Wijntges en Johan van Danss als overmombers in naam en vanwege de 2 bloedmombers, hebben in zulker kwaliteit opgedragen en met hun vrije wil vertegen Peter Verstegen en Christina van Schrieck echtelieden, huis en hofstad staande en gelegen in de Bakkerstraat ter ener zijde en met de achterste einde naast de behuizing der kopers en ter andere zijde naast Johan van der Elsten huis en Willem Verens stal. Op dito Peter Verstegen en Christina van Schrieck echtelieden sub et re de voornoemde heren overmombers als toevengers in en tot erfelijke behoef der voorzegde 2 onmundige kinderen van Engel Huberss zaliger en Magdalena zijn huisvrouw, genaamd Henrick en Grietgen, een jaarlijkse rente van 13 gulden 10 stuiver uit hun huis en hofstad voorzegd, te betalen op Pasen 1609 eerstaan en zo voort en te lossen met 225 gulden paijments. Van deze rente is de helft verstorven op de voorzegde moeder mits dode van haar dochtertje Grietgen, welke helft Peter Verstegen afgelost heeft als te zien hierna onder datum 30 november.

Op 3 maart 1608 heeft Johan van Schrieck geratificeerd, geapprobeerd en bestedigd de opdracht en vertichnisse, door zijn lieve moeder Johanna van Trier, lest nagelaten weduwe van zaliger Johan van der Burcht, en met toedoen van Elisabeth en Hester, haar beide dochters, belovende en zich sterk makende voor haar andere kinderen op 7 december 1593 stilo novo voor de stadhouder van de landdrost der graafschap Bergh aan haar schoonzoon Peter Verstegen en haar dochter Christina van Schrijck echtelieden gedaan over de gerechte helft ener weidemathe lands, geheten Arnhems Goor, in de graafschap van Bergh in de kerspel van Zedem onder de buurschap Lengell gelegen, waarvan de wederhelft de voorzegde echtelieden toekwan, naast erfenis des graven van den Bergh ter ener en der van Bilheum ter andere zijde.

Op 9 augustus 1608 hebben de eerzame Henrick Wijntges, Egbert van Wetten en Engell Janssen als verordente provisoren der arme wezen alhier, verklaard dat de secretaris Peter Verstegen afgelost, gevrijd en kwijtgekocht heeft een oude schild, die de arme wezen jaarlijks geldende hadden uit huis en hofstad, staande in de Bakkerstraat allernaast den vergulden Beer, heengekomen van St. Joosten Broederschap.

Op 30 november 1608 heeft Magdalena Peterss, de huisvrouw van een engelse soldaat genaamd Watervijsser, voor haar zelf en belovende voor de voorzegde hare man als dat hij nabeschreven acte voor schepenen ter stede van zijn garnizoen gerichtelijk approberen zal, verklaard dat de secretaris Peter Verstegen en Christina van Schrieck zijn huisvrouw, aan haar handen afgelost, gevrijd en kwijtgekocht hebbende gerechte helft ener jaarlijkse rente van 13 gulden 10 stuiver vermogens brief en zegel van 29 januarij 1608 uit der voorzegde echteliede huizing, die zij van de voornoemde Magdalena en haar man gekocht hebben, verschreven en gevestigd, te weten in hoofdsumme 113½ gulden, op de voorzegde Magdalena gesuccedeerd mits dode van haar dochterken Grietken, zo dat de voorzegde rente blijft tot behoef van Henrick, de voorzegden Magdalenen zoon, 6 gulden en 15 stuiver jaarlijks.

Op 17 februari 1611 hebben de eerzame Egbert van Wetten, Reijner Everwijn en Engel Janss als provisoren van de arme weeskinderen alhier verklaard dat de secretaris Peter Verstegen tot behoef van de arme wezen afgelost, gevrijd en kwijtgekocht heeft alzulke 3 enkele gouden Rijns gulden te betalen met 36 gelderse stuivers genaamd wochheijen, als eerst de Broederschap van St. Joost in de moederkerk alhier en naderhand de arme wezen geldende hadden uit huis en hofstede des voorzegden Peter Verstegen, staande in de Bakkerstraat naast zijns zelfs huizing ter ener en … ter andere zijde, hergekomen van Steven Muijs sweertfeger vermogens brief en zegel, voor schepenen Brant van Delen en Evert van der Stade in den jaren onzes heren 1505 des dinsdags na de heilige Palmdag gegeven, verschijnende telkens op Pasen.

Op 26 januari 1612 wordt te Nijmegen een akte opgesteld waarbij Ermken Nooten, weduwe van Hendrick Verstegen, handelend voor zichzelf en (?) voor Peter Verstegen, overleden, Hilleken (dochter ?) begunstigt.

Op 22 september 1613 constitueert Christina van Schrieck, weduwe van zaliger Peter Verstegen, secretaris, als momberse van haar onmundige kinderen en Hendrick Verstegen voor zich zelf en zich sterk makende voor zijn broeder en zusters constitueren Mr. Sebastiaen Boon, procureur te Nijmegen, in causa contra Gerrit van Moock als man en momber zijner huisvrouw Hilleken Loeffs ad lites.

Uit dit huwelijk:

Hendrick Versteghen

2  Peter Verstegen, burgerhopman, rentmeester, secretaris van Arnhem en der staten van de Veluwe, schutter van de St. Joosten Doelen, kerkmeester der moederkerk te Arnhem, overleden 1678-1684. Gehuwd met Elisabeth Sluijskens, begraven 22 september 1628 te Arnhem. Gehuwd op 6 augustus 1630 te Nijmegen met Naleken Kelffken, begraven 7 augustus 1666 te Arnhem


12950  Wilhem Sluijskens, griffier des Hoves van Gelderland en Zutphen, lid (1594-1615) en huismeester van de St. Nicolai broederschap, lid van St. Joosten schuttersgilde, zoon van Johan Sluijsken en Alijt van Doornick, geboren ca. 1537, overleden 22 mei 1615, begraven in de Grootekerk te Arnhem. Gehuwd met Anna van Hoeckelum

Gehuwd op 25 augustus 1583 te Arnhem (#) met

12951  Heesken Tullekens, dochter van Evert Tulleken en Hilleken Gaijmans, geboren ca. 1558, overleden 4 mei 1592, begraven in de Grootekerk te Arnhem

Links het wapen van Wilhelm Sluijsken, griffiers haves van Gelderlandt, obiit 22 maij 1615. Gedeeld, I. Sluijsken, II. Tulleken. Helmteken en dekkleden: Sluijsken.

Op 3 juni 1589 Missive van Arnt to Boecop tot Harseloe aan Willem Sluisken, houdende verzoek om aan het Hof van Gelre en Zutphen te kennen te geven dat de wegen te onveilig zijn om te reizen, voorts dat hij voor consumptie niet in aanmerking komt, daar hij een jong gezel is en zijn dienaar, die buitenshuis woont, contributie betaalt.

Op 29 april 1592 verklaren Johan van Enss en Merrij, zijn vrouw, schuldig te zijn Willem Sluisken in kwaliteit voorzegd en Ermgart Tullekens 500 Carolus gulden wegens de kooppeningen hunner gekochte behuizing, staande op de Oude markt, belovende diezelve op navolgende termijnen te betalen, te weten op Pasen 1593 250 gulden en op Pasen 1594 de resterende 250 gulden, et si defectus in solutione dat de richter indertijd te Arnhem Willem Sluisken en Ergmart zal bieden de vierde ruiming en inleiding aan en in hun huis en hofstad als voorzegd. Op dito hebben Rombolt Annis en Ermgarda, zijn vrouw, beloofd aan handen van Willem Sluiskens en Ermgarda Tullekens in kwaliteit voorzegd te betalen op Pasen 1593 190 gulden en op Pasen 1594 gelijke 190 gulden, et si defectus in solutione verwillekeurende dat de richter indertijd Willem Sluisken en Ermgarda zal bieden en inleiden aan en in hun huis voorzegd.

Op 29 april 1592 Willem Sluisken voor hem zelf en mede als vader en bloedmomber zijner onmundige kinderkens, geprocreeerd bij Heesken Tullekens, zijn gewezen huisvrouw, met name Evert, Naelleken en Hilleken, en Arnth en Rutger Tulleken, gebroeders, als omen en natuurlijke mombers der kinderen voorzegd, item Ergarth Tullekens voor haar zelf sub et re Johan van Enss en Merrij zijn huisvrouw, alzulke huis en hofstede, waarin Henrick Cuiper, besierder, tegenwoordiger tijd gewoond heeft, met de achterste stal, waarin Thonis die voerman itz woont, met de halve put tussen dit huis en dat andere huis, waarin Rembolt Annis woont, staande op de Oude markt tussen huis en hofstad der comparanten voorzegd ter ener en huis en hofstad der weduwe Roleff Abdincks ter andere zijde, met nog de losgerechtigdheid van een schaar weiden, gelegen in het Arnhemmerbroek in de Olde Mercksche slach ter Maswarth, in dezelve huize behorende, die te lossen staat met de somme van 100 gulden, en met het recht ener vrijer bodem, waarop het huis voorzegd gebouwd staat, et si defectus in wandaria alsook dat huis op ener vrijer bodem staat, sub expandatione domus et area, staande in de Bakkerstraat, doums et area van Henrick Bitter ab una en domus et area van Jurrien Probach ab altera. Op 29 april 1592 Willem Sluisken pro se et nomine filorum; item Arnt en Rutger Tulleken, fratres, in qualitate quo supra; item Ermart Tullekens pro se sub et re Rembolt Annis en Ermgart zijn vrouw, huis en hofstad, staande o pde Oude markt, de stadmuur ab una en Jan van Enss ab altera, met het achterstalleken, waarin tegenwoordiger tijd Herman Lijndendruijver woont, met de halve put tussen deze en Johan van Enss behuizing liggende, met nog de losgerechtigheid van een schaar weiden, gelegen in Arnhemmerbroek in het Oldemercksche slach tho Marwarth, die te lossen staat met 100 Carolus gulden, et si defectus expandatione domus, in de Bakkerstraat staande als in de voorzegde acte.

Op 7 juni 1592 procedeert Mr. Wilhem Sluijsken, griffier, constituit Herbert van Haegen en Sander van Herten in de zaak als voor hem zelf en als vader en momber zijner kinderen tegen vrouw Arnoldus erfgenamen te Doesburg ad lites.

Op 6 augustus 1593 missive van Willem Sluijsken aan het Hof van Gelre en Zutphen, houdende verzoek om toezending van een afschrift van den brief van Zijne Excellentie over de reductie van Bommel, om dat ten kwartiersdage te gebruiken. Kapitein Lennep heeft hem gezegd te hebben gehoord dat boven Roermond 600 vijanden over de Maas zijn getrokken met bestemming naar Friesland.

Op de francijne rol van de St. Nicolai broederschap te Arnhem, waarop nieuwe leden zijn aangetekend, staat in 1594: “Wilhelm Sluesken, griffier, obijt anno 15615 den 22sten Maij”.

Op 21 augustus 1598 Coendert Gaemis als gemachtigde van Derrick Biermans, secretaris der stad Zutphen, voorts Jacob Mom als momber van Jenneken Biermans, Gerrit Louwen als ook man en momber van Maria Biermans, alle als erfgenamen van zaliger Hans Biermans, zich sterk makende voor hun medeerfgenamen, hebben aangegeven, alzo te maanddage door dwang rechtens op het wijnhuis alhier verkocht zal worden de huizing, waarin hun zaliger vader Hans Biermans voorzegd gestorven is, genoemd het hoff van Batenburch, gelegen in Bentinckssteeg, te weten alle alzulke aanpart, recht en gerechtigheid als de semptlicke erfgenamen van zaliger Mr. Johan Schuck hebben aan voorzegde behuizing als een verbalmond goed dat Biermans voorzegd als uitgesleten en verwonnen heeft voor de summe van 3000 gulden ter goeder rekening en voor de schade met recht daarbij, welke huizing hun zaliger vader de erfgenamen van Mr. Wilhem Sluissken op 10 april 1594 neffens zijn gerede goeder te waarschap gesteld heeft voor zekere penningen, die de erfgenamen voorzegd beforchden dat hun boven de voorwaarden van zijn (Sluisken) gekochte behuizing, staande in de Bakkerstraat, eertijds toebehoord hebbende Walraven Mom zaliger, te laten zullen mogen komen, dat zijn comparanten, daarom in kwaliteit voorzegd beloofd hebben en beloven mits dezen, indien zijlieden kopers mochten worden van de voorzegde behuizing, dat alsdan de gestelde waarschap voorzegd blijven zal zodanig als zij is en, of iemand anders het voorzegde huis kocht, dat zij alsdan de erfgenamen andere goede verzekering zullen doen tot hun redelijke genoegen en de voorzegde huizing van de voornoemde waarschap ontslaan. Op 14 november 1609 verklaren Peter Baltis van Chous en Cornelia Biermans echtelieden. Alzo Hans Biermans op 10 april 1594 voor schepenen der stad, te weten Johan van Dans en Johans de Vaecht zaliger, beloofd heeft alzulke 212 daler als zijn zoon Derck Biermans van Mr. Wilhelm Sluijsken, griffier, vermogen quitantie ontvangen had en voor welke somme hij, Hans Biermans voorzegd, eertijds Mommen, nu des voorzegden griffiers behuzing in de Bakkerstraat staande, verwonnen had, aan de gedachte griffier promptelijk te restitueren indien te eniger tijd zoude mogen blijken dat het voorzegde huis met enige andere bestedichlicke gehypothekeerde renten of lasten dan in de voorwaarden van verkoping gespecificeerd staat, bezwaard waren, met verwillekeuring van aanhering aan zijn gerede goederen en met de leste ruiming en aanhering aan zijn huis en hofstad, staande in Bentickssteeg genaamd ‘t hoff van Batenburch, alles naar bredere inhoud der voorgemelde schepenbrief, zo nu de voornoemde Hans Biermans en zijn huisvrouw in God verstorven waren en hun nagelaten kinderen en erfgenamen die voorzegde behuizing, ‘t hoff van Batenburch genaamd, aan de rentmeester van Veluwe Jr. Johan van Goltstein erfelijk verkocht hadden, de welke de voorzegde 212 daler van de kooppeningen inhield, wes ter tijd toe zijn gekochte behuizing van deze bezwaarnisse gevrijd zoude zijn, en dat overzulks op 25 julij 1600 voor schepenen Willem Hugen en Engelbert van der Burcht gecompareerd zijn Jacob Mom en Jenneken Biermans, belovende insgelijks die voorzegde 212 daler aan de gemelde Willem Sluijsken te restitueren, indien namaals bevonden mocht worden deze zijne behuizing met verdere lasten bezwaard te zijn dan in de koopvoorwaarden, daarvoor verobligerende hun, echtelieden huis en hofstad, gelegen in de Turfstraat, en zo dan Jacob Mom en Jenneken Biermans echtelieden voorzegd diezelve hunne behuizing van deze belasting gaarne gevrijd hadden, dat derhalve Peter Baltis van Chous en Cornelia Biermans echtelieden verklaren die voorgemelde 212 daler uit handen van …

Op 1 december 1599 Missive van het Hof van Gelre en Zutphen aan den richter van Bredevoort, dat hij moet zorgen, dat Albrecht van Dijenburch van Willem Sluijsken en Engelbert Engelen het hun toekomende betale.

Op 21 mei 1600 Wilhem Sluijsken, griffier des  hoves van Gelderland, voor hem zelf en mede als vader en bloedmomber zijner 3 onmundige kinderen, geprocreeerd bij Heesken Tullekens, als met name Evert, Naelleken en Hilleken Sluiskens, item Rutger Tullekens en Reiner Everwijn als man en momber zijner huisvrouw Heesken Tullekens potententiaverunt Arnth Rulleken, hun respective zwager en broeder, item Otto van de Pavert en Henrick van Straten in causa contra Arnth Sweersell in voorgaande kwaliteit.

Op 4 maart 1601 Wilhem Sluijsken en Wilhem Huigen, schepen, als medehuismeesters van Sint Claes gasthuis alhier en Sluijssken voorzegd als man en momber zijner huisvrouw Anna van Hoeckelum en mede als oom en momber van zijns zaliger broeder Evert Sluijsskens nagelaten kinderen, item Johan van Schrieck voor hem zelf en vanwege Elijzabeth van Hoeckelum, zijn huisvrouw moei, voor wie hij beloofd en zich sterk maakt, voorts Jacob Verheren, Claes van Dort, gemachtigde rentmeester van Francois van Cranevelt, Wessel van Woldenburch, Daem Rutgers vanwege Joffer Cornelia van Ruittenburch, Engel Jacobssen voor hem zelf en vanwege de weduwe en kinderen van zaliger Henrick Brull en mede als lasthebbende van het convent van Bethanien, Wilhem Muijss, Wilhem Muel, Wilhem Ariaenssen, Gerrit Boom, Henrick Everts, als alle geerfden van Westervoort, constituerunt Ricquim Kloick, richter te Westervoort, Johan Thoenissen en Johan Kaetgen om van hun allerwege op dag Geertrudis eerstkomend te verschijnen op het hoofd van de dijk te Oud Zevenaar en aldaar met de andere aanwezige geerfden te communiceren, te ordineren en te resolveren wat tot conversatie en welvaart des dijks enigszins bevonden zal worden te behoren.

Op 27 juni 1601 Pauwell van Hornhum genaamd Schram voor hem zelf en vervangende zijn huisvrouw Joffr. Agatha Heuckingh en zijn dochter Margaritha van Hornhum genaamd Schram sub et re Willem Sluijsken, griffier des hoves van Gelderland, en Anne van Hueckelom zijn vrouw, een stuk bouwlands gelegen opten Enck in de Buijdell genoemd Schetters Landt tussen erfenis van Ott Kanis erfgenamen ter ener en de pastorielanderijen ab altera.

Op 23, 25 en 26 maart 1603 doen Burgemeesters, schepenen en raad der stad Arnhem kond dat voor hen gekomen zijn de erentfeste Jorden van der Lauwick, gedeputeerde des kwartiers van Veluwe, Arndt van Brienen, onze mederaadsvriend, Willem Sluijsken, griffier van den Hove dezes vorstendoms, en Gaert van Meen, scholtis des ambts Voorst, alle geproduceerd als recht is om kondschap der waarheid te geven ter requisitie van de ook Erentfeste Goessen van Vaerick, eerste rekenmeester hooggemelde vorstendoms, op nabeschreven vraagartikelen. De griffier Wilhem Sluiskens deponeerde oud te zijn 66 jaren.

Op 12 december 1603 Elisabet van Heukelom sub et re haar zuster Anna van Heukelom, ehelijke huisvrouw van Wilhem Sluisken, griffier van den Hove van Gelderland, vooreerst een stuk bouwlands op de Arnhemmer Enck gelegen genaamd den Blaesbalck, oostwaarts de Deventerweg gaande naar de Cattepoel, zuidwaarts de weduwe Kempincks, westwaarts de oude kerk en noordwaarts de erfgenamen van Smullinck en Bernt Bussonet, en nog een ander stuksken lands genaamd het Schaerstedeken ook op Arnhemmer Enck gelegen, oostwaarts St. Catharinen gasthuis, zuidwaarts de erfgenis van Cranefelt, westwaarts schietende op de weg naar Gaijmans landt nu Wilhelm Sluisken voorzegd en Reijner Everwijn, en noordwaarts St. Catharinen land.

Op 15 juni 1606 Joost van Reidt, schepen, tuigende over hem zelf en Johan Buddingh, beide als overhuismeesters en Willem van Ratingen, onderhuismeester van St. Catharinen gasthuis alhier, sub et re ea qualitate de erfgenamen van zaliger Evert Tulleken, met name Arnt en Rutger Tulleken, gebroeders, Willem Sluisken, griffier van den Hove van Gelderland, als vader zijner kinderen geteeld bij zijn zaliger voorhuisvrouw Heesken Tullekens, en Reiner Everwijn als man en momber van Ermgardt Tullekens, in den eersten een kempken van derdehalve morgen weilands, gelegen in Arnhemmerbroek te Isseloort, oostwaarts de gemene straat, westwaarts Ketelslach, zuidwaarts Engelens erfgenamen en noordwaarts naast Lubbert Gaemans kempken, met nog een morgen lands in de naaste Ketelslach gelegen, voor vrij eigen erf en goed met de dijk van de wetering, daartoe gehorende nog een schaar weiden in Lubbert Gaemans kempken gelegen beleend van Henrick en Johan Bongardt gebroeders zaliger met 100 Carolus gulden, item 2 schaar weiden gelegen in dat naaste Ketelslach waarvan de een beleend is door Sijbert van Manen met 65 Carolus gulden en de ander door Goessen Roeters met 60 Carolus gulden, nog een schaar weiden in het korte kempken gelegen beleend door Frans Sadelmaecker met 52 daler, daartoe nog een rentebrief van 9 daler jaarlijks sprekende op Jasper van Brienen uit zijn goed te Enschoten op Veluwe, gelijk en in aller gestalt deze voorbeschreven percelen op 22 december 1579 bij contract van permutatie aan Evert Tulleken overgezet en door hem en zijn erfgenamen in possessie genomen zijn tegen zekere 6 morgen weilands, gelegen in de kerspel van Elst in de buurschap op Rijckerwoort, tegenwoordig door deze kinderen en erfgenamen van zaliger Evert Tulleken aan de comparanten voor erfpachters van Overbetuwe getransporteerd en opgedragen.

Op 27 april 1607 Wilhem Sluijsken, griffier in Gelderland, voor hem zelf en zich sterk makende voor zijn kinderen potentiavit Petrum Chous, Ott van de Pavert en Michiell van den Broick, scholtis te Elst, in alzulke zaak als hij voor de gerichte te Elst tegen Claess Smaelefelt te doen heeft, et porro in omnibus ad lites.

Op 29 mei 1607 Willem Sluijsken voor hem zelf en mede als vader en momber zijner onmundige kinderen en zich sterk makende voor Johan Krehefenger en Naelleken Sluijskens echtelieden sub et re Steven Engelen Jacobssen en Christina Bitters echtelieden huis en hof, gelegen in de Rijnstraat, van voren tot achteren tussen St. Peters gasthuis ab uno en huis en hofstad van Johan Becker ab altera, et si defectus sub expandatione domus, staande in de Bakkerstraat, de weduwe Henrick Bitters ab una en huis en hofstad van Evert Boenningh ab altera.

Op 3 juni 1607 hebben de eerzame Joost van Reidt en Johan Buddingh als overhuismeester van St. Catharinen gasthuis alhier in zulker kwaliteit verklaard dat Mr. Wilhem Sluisken, griffier des hoves van Gelderland, gevrijd en kwijtgekocht heeft alzulke 1½ schild of 1½ goud gulden jaarlijks als het voorzegde gasthuis heffende was uit zijn huizing in de Rijnstraat allernaast St. Peters gasthuis.

Uit dit huwelijk:

1  Everhard Sluijsken, schepen en burgemeester van Arnhem, tolschrijver, lid van de St. Nicolai broederschap te Arnhem (1617-1652), geboren ca. 1584, overleden 8 januari 1652, begaven 21 januari 1652 in de Grootekerk te Arnhem. Ondertrouwd op 29 maart 1609 te Arnhem en gehuwd met Catharina van Reidt

2  Naelleken Sluijsken, geboren ca. 1586, begraven 16 januari 1660 te Arnhem. Gehuwd < 29 mei 1607 met Johan Krehefenger, huismeester van de Sint Nicolai broederschap, lid van het St. Joosten schuttersgilde, overleden 24 januari 1625 te Arnhem

Hilleken Sluiskens


13024  Roelof Reiersz van Wijckersloot, brouwer (1534), schout van de St. Janskerk (1540-1542), schepen van Utrecht (1546-1554), kameraar van Utrecht (1549-1551), maarschalk ‘op ten huijsinge van der Eem’ (1553, 1556), zoon van Reijer Roelofsz van Wijckersloot en Hendrica van Wijck, geboren 1485-1486, overleden 1563. Gehuwd in 1535 (huwelijkse voorwaarden 16 maart 1535) met Wendelmoet Lubbert Matthijs, geboren 1482-1483, overleden 9 november 1575 te Utrecht

In 1534-1535 is tot nieuwe burger te Utrecht aangenomen Roeloff Reijersz van Wijckersloet, brouwer. Op 16 maart 1535 Oth van Derthesen, heer Claes Matthijsz, priester en pastoer St. Jacob, en Cornelis Ottensz tonen huwelijkse voorwaarden van Roeloff van Wijckersloet en Weijndelmoet Lubbert Mathijsdochter die Willem van Cleeffs huisvrouw was.

Roelof en Weijntge worden verschillende malen vermeld bij het aankopen en voornamelijk verlenen van plecht in 1536 en 1561. Op 26 oktober 1540 kopen zij ‘alinge huijsinge ende hofstede nu tot twee woeningen bewoent, lopende achter tot in de Loeffberchmakerstrate toe’ liggende aan de westzijde van de Leeche Jacopinenstraete.

Op 20 augustus 1543 Rutger Cornelisz Stael heeft van Roelof Reijersz van Wijckersloot en Weijndelmoet, zijn nicht, 200 keijsers cargu ontvangen die heer Nijclaes Matthijsz, presbijter wijlen pastoer St. Jacob, zijn oudoom, hem gemaakt heeft. Met onder andere zegel van Jan Ermbrechtsz, schout van De Bilt, en Jacob Lam Jansz. Op 5 april 1546 Roeloff Reijersz van Wijckersloot heeft hem mitten recht laten leveren aan huijs en aan alle rechts dat Gijsbertgen Henrick Corsgens weduwe daer aen heeft. Op 2 december 1546 Roeloff van Wijckersloet, schepen te Utrecht, 60 jaar, gehuwd met Weijndelmoet, vertegenwoordigen Cornelia IJsbrant Zassensoens weduwe. Op 9 december verklaart Weijndelmoet voorschreven, oud 63 jaar.

In 1543 worden akten van kwijting opgesteld ten behoeve van Roelof Reiersz van Wijckersloot en zijn vrouw Wendelmoed, dochter van Lubbert Mathijsz, vanwege legaten aan Klaas Mathijsz, pastoor van de S. Jacobskerk te Utrecht. Op 9 april 1545 competeren voor Antonis die Ridder, schout van Nederlangbroek, Willem die Ridder 43 jaar, Jan die Ridder 35 jaar, om te verklaren over de schulden van Roeloff Reijersz van Wijckersloet, scout van de St. Jan. In 1545 laat Roelof Reiersz van Wijckersloot een akte van attestatie opstellen voor schout en gerechtsluiden van Nederlangbroek inzake de uitoefening van het schoutambt van Nederlangbroek door Reijer Roelofsz. Roelof wordt genoemd als schepen van Utrecht in 1546 en 1548. Op 21 juli 1549 is hij, als kameraar, belast met het bewaren van den hopaccijns.

Op 20 april 1547 octrooi van de keizer om te testeren voor Roeloff Reijersz van Wijckersloot gehuwd met Weijndelmoet Lubbert Mathijsdr.

Op 10 maart 1548 geeft Roelof machtiging tot behandeling van zijn zaken voor den raad. Het betreft een vermeend onwettig kind. Op 13 maart 1548 heeft Marij Gijsbert Aertsz huisvrouw gezegd over het kind dat zij dragende is van Roeloff Reijerss van Wijckersloot de vader daervan is. De vrouw van Gijsbert Airtsz doet voor het gerecht de belofte, dat zij het door haar te baren kind daarna niet bij hem zelf thuis zal doen brengen, tot het gerecht bepaald zal hebben dat hij de vader is. De uitkomst is niet bekend. Op 4 september 1548 Jonkfrouwe Margriet Henrickx weduwe van Amerongen gaf over Roeloff Reijersz van WIjckersloet haar neeff zekere renten.

Ca 1550 Cornelis Claesz Schinkel, schout van Achthoven, is erbij tegenwoordig geweest als Roeliff van Wijckersloot, stijeffvader van heer Cornelis van Cleeff, possesseur van de ene portie van de vicarie van 4 morgen op Achthoven, etc. Op 6 maart 1550 verkoopt hij dit huis “Den Regenboghe”. Op 19 juni 1550 kopen zij dan ‘de helfte van eenre huijsinge ende hoffstede, kelder, cluijse, werve, bodem ende boert aen de Oude Gragten tusschen St. Jacobsbrugge ende die Weertpoerte op ten hoeck van de Waterstege. Pauwels Las bezit reeds de wederhelft’. Daarnaast kopen zij in 1550 15 morgen en 1½ hand land te Maarsssenbroek afkomstig van Cornelis Cornelis Ottensz. Roelof verpacht dit land aan Jacob Gijsbertsz. In 1558 vindt de executie plaats van vee, toebehorend aan Margriet, weduwe van Jacob Gijsbertsz, wegens achterstallige pacht. Op 26 maart 1551 Cornelis Cornelis Ottensz transporteert aan Roeloff van Wijckersloet en Weijndelmoet 12 morgen in Maerssenbroeck.

Op 20 maart 1556 transporteren Marie Herman Lubbertsweduwe, Jan van Bemmel gehuwd met Margriet, Jacob Frederickx gehuwd met Dijrckge, Eelgis Frederickx gehuwd met Margriet een huis die ‘gaat van de Smeesteech naar St. Geertruijden’ aan Roeloff Reijerss van Wijckersloet, maerschalck opt huijse van der Eem, gehuwd met Weijndelmoet. Op 30 december 1557 kopen zij een huis aan de westzijde van de Oude Graft tussen St. Jacobsbrugge en Weerdpoort.

Door het overlijden van Gijsbert van Nijenrode, wordt Roeloff van Wijckersloot, bij commissie van Keijser Karel, benoemd tot Maarschalk van Eemland den 24 november 1553 en 12 december 1556. Uit 1563 dateert een doodceel, een lijst van genodigden voor de begrafenis van Roeloff Reijersz van Wijckersloot, met kwitantie afgegeven door Sijmon van Groetbek wegens de betaling van 440 kannen wijn.

In 1567 is een vonnis van het Hof van Utrecht in het proces tussen Wendelmoet, eiser, en de overige erfgenaamen, gedaagden, inzake de lijftocht (weduwgift) van Wendelmoet, met bevel aan de deurwaarder het vonnis uit te voeren. Op 8 februari 1567 dient een zaak voor het Hof en de Raedt des Coninckx tussen Weijndelmoet weduwe van Roeloff van Wijckersloet enerzijdes en Jan Reijersz van Wijckersloet, Mr. Adriaen van Couwenhoven gehuwd met Anna van Wijckersloet wonend Brussel voor henzelf en vervangende Daniel Reijersz van Wijckersloet coster in Langbroeck, samen erfgenamen van Roeloff van Wijckersloet voorschreven anderzijds, over land in Maarssenbroeck etc. Op 8 februari 1569 Daniel Reijersz, coster in Langbroeck, gehuwd met Anna Heijnricksdr, heer Gerrit van Wijckersloet, kanunnik St. Marie, Aert Ram als procuratie hebbend van Adriaen van Couwenhoven gehuwd met Anna van Wijckersloet, vertegen van de erfenis van zaliger Roeloff van Wijckersloet en Jan van Wijckersloet hun broeders, ten behoeve van Lubbert van Cleeff, Roelof van Wijckersloets wijfssoen.

Op 8 oktober 1570 compareert voor een notaris Weijndelmoet Lubbert Mathijsdr, weduwe Roeloff van Wijckersloot te Utrecht, ziek. Getuigen heer Johan Arnoldi Houtensis, capellaen St. Jacobskerk, en Johan Jacobsz van Leemput, burger van Utrecht.

Uit dit huwelijk:

1  Reijer Roelofsz van Wijckersloot

Hendrik Roelofsz van Wijckersloot

3  Claes Roelofsz van Wijckersloot

4  Johan Roelofsz van Wijckersloot. Gehuwd met Hadewich NN

5  Thomas Roelofsz van Wijckersloot


13026  Jan van Benthem, mesmaker (1530), geboren ca. 1500, overleden < 1546 te Utrecht

Gehuwd met

13027  Christina NN, geboren ca. 1505, overleden 1546 te Utrecht

Jan van Benthem wordt genoemd in het aankopen van een plecht op 9 augustus 1530.

Na de dood van Jan en Christina, worden Anna en Anthonia Jansdochter van Benthem eigenaar van de ‘erfenisse ende besterfenisse’. In 1553 wordt in het huis van de gezuster in de Nieuwstraat de boedel geinventariseerd om de erfporties te bepalen. ‘Voir int huijs’ staan een witte kist die ook als zetel wordt gebruikt. Veel zitmeubelen hebben in die tijd ook een bergruimte. Verder staan er een ‘tresoir’ met vier tinnen wijnkannen, een hemelbed met lakens, rode dekens, een beddeplank aan de voorkant om er niet uit te vallen en twee oorkussens. Er staan ook nog andere stoelen, een bakermand en een tafel zonder schragen. Voor de verlichting is er een koperen bekken met blaker. Verder wat matten en kleden, vier schotels, een spiegel en er hangt een schilderij aan de muur. ‘Int achterkeukentje’ is de open haard met daarboven een kruishaal, waaraan de potten en ketels boven het vuur kunnen worden gehangen. Verder tangen, een blaasbalg, baktobben, een trog, zeven kopen schalen, een snijbord en een houten zoutvaatje. Als meubilair staan er een oud tresoir en oude ruwplanken stoelen, twee houten voorraadkistjes, een paar manden, emmers en een koperen kandelaar. Op zolder staan een beddekoets en een bedstede met toebehoren, wat meubels, een vleeskuip met een beetje gezouten vlees en een tonnetje scharbier, een dunne biersoort. De zolder is de slaapplaats van de kinderen en er worden voorraaden opgeslagen. Er staan ook een wastobbe, een po en nog wat voorraadvaten. Alles bijelkaar een vrij sober eheel, en dat voor een huis in een tamelijk gegoede buurt. Op 10 januari 1554 wordt een akte van uitkoop opgemaakt waarbij Willem en Engel, kinderen van Henrick Henricks, de nieuwe eigenaar worden van de boedel.

Uit dit huwelijk:

1  Anna Jans van Benthem, overleden 1568

Anthonia Jans van Benthem

3  (?) Willem Jansz van Benthem. Gehuwd met Metjen NN


13028  Joost van Voorst, tinnegieter, bakker, zoon van Willem van Voorst en Joostgen Willems van Velpen, geboren ca. 1500, overleden 1563 te Utrecht

Gehuwd ca. 1523 met

13029  Wendelmoet Zanders van Rodenburch, dochter van Sander Hendricksz van Scherpenzeel en Margriet NN, geboren ca. 1505, overleden > 1570 te Utrecht (haestelijck op ‘t Begijnhof)

Op 21 juni 1541 Sander Hendrickx van Scherpenseel testeert op Gerijt Sandersz, zijn zoons kinderen en op Weijntgen Joest van Voorsten wijf, zijn dochters kinderen.

Op 25 mei 1562 laten Joost en Weijntje hun testament opmaken waarbij ze alle roerende en onroerende goederen nalaten aan de langstlevende van de twee.

Weijntje neemt op 28 november 1565 een plecht over van f 90 met 5½% losrente, die haar zwagers Bernt, Willem en Cornelis op 3 juli 1543 hadden afgesloten. Op 15 februari 1567 doet Weijntje een plecht over aan haar zoon Cornelis van ‘7 Rhijnsche guldens en 16 Badensche braspenningen of 16 nieuwe Hollandsche stuivers sjaars losrente’ oorspronkelijk afgesloten op 18 maart 1505. Op 30 maart 1570 sluit Weijntje twee plechten af bij Mechtelt, Gerrit Jacobsdr van Selmonts, weduwe van Willem Gijsberts, te weten een plecht van f 352 met 6¼% rente ‘gevesticht op vierdalven mergen mijn een houtlands in de gerecht van Odijk ten laste van Jan Harbartss wonende in Odijk van dat 17-12-1565’ en een plecht van f 450 tegen 6% losrente rustend op ‘alinge huijsinge en de hoffstede’ aan het St Jansvelt.

Uit dit huwelijk:

Cornelis van Voorst

2  Jan van Voorst, overleden < 1570 ‘sterft zonder heir’

3  Joost van Voorst, schrijnwercker, overleden augustus 1596. Gehuwd met NN. Gehuwd met Maria Dircxdr van Sass, overleden november 1601 te Amersfoort

4  Marten van Voorst. Gehuwd met Sophia van Schaijck, overleden 1602 ‘die sterft ande pest met alle kijnderen’. Gehuwd 1602 met Dirckgen NN

5  Hendrick van Voorst, tinnegeiter in de Schoutensteeg te Utrecht, geboren < 1555, overleden 10 november 1595 te Utrecht. Gehuwd < 1580 met Anna Cornelis de Brure, overleden 26 november 1610 te Utrecht

6  Willem van Voorst

7  Heijltgen van Voorst, ‘een huijsbegijn’

8  Grieta van Voorst, ‘een huijsbegijn’

9  Maria van Voorst, overleden 1537

10  Alith van Voorst, overleden 1537


13030  Claes Gerritsz van Overmeer, kistenmaker (1530), houtkoper (1559-1561), zoon van Gerrit Claesz van Overmeer en Celij Aerts van Bueren, geboren ca. 1500, overleden 1561-1565

Gehuwd ca. 1525 met

13031  Oedel Peter Robberts, dochter van Peter Robbertsz en Janna NN, geboren ca. 1505, overleden > 2 februari 1566

Op 1 februari 1541 doen Claes en Oeda erfpacht over aan Catrijn, Jan Schreuvels die raijmackers weduwe, op ‘alinge huijsinge ende hoffstede metter stallinge annex achter’ aan de noordzijde van de Coestraet. De plecht bedraagt f 3 met 16 stuivers losrente ten behoeve van de arme pot in St Jacobskerk en een onbekend bedag met f 4 losrente ten laste van Catrijn, Jan Schreuvels weduwe.

Op 24 oktober 1552 Joest van Voerst en Bruijn Jansz die Visscher, Jacob Gerritsz presbijter vicaris St Marie en Wouter Schaeij Adaemsz, waren over de huwelijkse voorwaarden van Aert Roelofsz van Volpen, Claes Gerritsz van Overmeere en Oeijgen met Geertruijt hun dochter. Aert is weduwenaar van ene Margriet en heeft een dochter bij zijn eerste vrouw Marigen Ewoutsdr geheten Anna Aert van Volpensdr. Op 30 augustus 1564 Jan Claesz van Overmeer en Cornelis Joosten van Voerst magen van Margriet Aert Roeloffs van Velpens onmondige dochter bij Geertruijt Claes Gerrits van Overmeersdr vertegen ten behoeve van Geertruijt voorschreven van de erfenis van zaliger Aert Roelofsz van Velpen.

Op 31 oktober 1559 verkopen Claes en Oede ‘huijsinge ende hoffstede Den Bonten Oss’ aan de Vuijlsteech aan Gerrit Janss van Almelo. snijer. Op 22 november 1560 leent Claes f 200 tegen 6% rente aan Gerrit van Rijnevelt en Anna, Jan Andries Creppendr. De plecht berust op ‘alinge huijsinge ende hoffstede mitten twee cameren daer aen ende mit een poortwech uijtgaende in die Zantsteech’ aan de westzijde van de ‘Oudegraften op ten hoeck aen de Weerdtpoert’. Op het pand rust een ‘oudteijgen van 7 oertstuvers ten behoeve van onser lieve vrouwen broederscap in St Jacobskerck uijt die poortwech’. Op 13 december 1560 verkopen Claes en Oede een ‘huijsinge ende hofstede aen de noordzijde der straten bij St Bartholomeusgasthuijs’ aan Jan Beerntss, metselaar. Op het bezit rust een oudrente van ‘2 loot sulvers of 26 stuvers ten behoeve van convent van St Servaes’. Op 27 februari 1561 leent Claes f 47 met 10 stuvers en f 2 met 17 stuvers losrente aan Jan Peterss en Anna, berustend op het bezit aan de noordzijde van de Smeestege tegenover het St Bartholomeusgasthuijs. Op 26 april 1561 verkopen zij ‘huijsinge ende hoffstede De Witte Pan’ aan de oostzijde van ‘straten van ‘t oude kerckhoff nae die Minrebroeder. Oudteijgen 3 stuvers 1 oertgen ten behoeve van Sint Ewouts bruederscap in Sinter Nijclaeskerck’ aan Dominicq van der Hoeff en Janna.

Op 6 september 1565 wordt Ada, weduwe van Claes Gerritsz van Overmeer, eigenaar van een plecht van f 300 met 5½% ten behoeve van Cornelis Lambertss wonende tot Overmeer. De plecht komt uit de boedel van de overleden Claesgen, weduwe van Wouter Schaijck. Op 2 februari 1566 wordt Oeda eigenaar van een zesde deel van een plecht van f 192 met 6¼% rente gevestigd op de ‘huijsinge gelegen op ‘t Oudkerckhof geheten De Gulde Emmer’. Eigenaar is Jacob Ricoutss, wonende tot Vredelant, en Geertruijt Lambertsdr van Overmeer.

Uit dit huwelijk:

1  Gerrit Claasz van Overmeer, overleden > 1575. Gehuwd met Peterken Spijcker, overleden 1586

Petronella Claas Gerrits van Overmeer

3  Jan Claesz van Overmeer, schoenmaker, burger van Utrecht. Gehuwd met Judith NN

4  Geertuijt Claes van Overmeer. Gehuwd in 1552 (huwelijkse voorwaarden 24 oktober 1552) met Aert Roelofsz van Velpen, overleden < 30 augustus 1564


13032  Balthasar Vosch, wijnkoper, wijntapper, herbergier in “De Hulck”, burger van Utrecht, zoon van Peter Vosch en Christina van Rolinxweert, geboren ca. 1512, overleden 1586 te Utrecht. Gehuwd ca. 1535 met Beertgen Claes van Neerden, overleden 1537

Gehuwd in maart 1538 met

13033  Cornelia Wouters Vervoort, geboren ca. 1520, overleden > 1555

In 1534-1535 wordt Baltesar Vos van Colen, wijntapper, ingeschreven als burger van Utrecht.

Op 4 februari 1535 ontvangen Balthasar Vos en Beertgen, natuurlijke dochter van Nijclaes van Neerden bij Geertruijt Engbertsdr, een kwitantie voor het afkopen van het erfdeel van Arijaen Claess en Cornelis Claess na het overlijden van hun vader Nijclaes van Neerden, ‘in leven capellaen van de heeren van St Anthonis’. De erfenis bestaat uit een ‘huijsinge en tien cameren aen de Vuijlesloot’. Een dag later, op 5 februari 1535, geeft Balthasar machtiging tot behandeling van zijn zaken voor de raad. Op 14 december 1536 Anthonis Egbertsz vstw Balthasar Vos 24 stuvers.

Op 18 november 1540 sluiten Balthasar Vosch en zijn vrouw Cornelia een akkoord met Gerrit Lambertss over de voorwaarde van een plechtsbrief. Op 10 december 1540 wordt Balthasar Vosch genoemd in het raadsboek als ontvangen van de turfaccijns.

Op 11 juni 1551 verkoopt Balthasar Vosch een deel van de in 1535 verkregen erfenis van zijn toenmalige schoonvader, aan Hermen ten Vrijhuijsen en zijn vrouw Jutte. Het betreft een ‘derde deel van de alinge huijsinge en de hofstede, cameren en de stallingen, gedeeltelijk in de Jofferenstraet zuidzijde en de straet waar de bischopstal in staat op de westzijde’. Op 16 februari 1555 verlenen Balthasar en Cornelia een plecht van f 200 aan de broer van Balthasar’s eerste vrouw Jan van Neerden, pater van Betlehem. 

Op 21 april 1576 koopt Balthasar ‘alinge huijsinge ende hoffstede’ gelegen op de noordzijde van het ‘Oude Kerckhoff, oosthoek van den straten dienen van ‘t Oudekerckhoff nae Sint Jans toegaet’ van Adriaen van Rhenen en zijn vrouw Hadewich Jongen. Op het huis rusten op dat moment drie plechten van totaal f 1000 en een oudteijgen van 27 stuvers.

Op 21 november 1586 vindt het overdracht plaats uit de boedel van de overleden Balthasar ‘een gedeelte van het huijs en hofstede, van voor tot achter uitgaande in de Vuijlsteech’ aan zijn dochters Emerentia, Cornelia en Christina Vosch. Dit betreft hetzelfde huis als genoemd is in 1576.

Uit dit huwelijk:

Peter Vosch

2  Bertha Vosch, geboren ca. 1542, begraven 28 april 1622 te Utrecht. Gehuwd met Peter Jansz van Sijpenes, wijntapper, raad van Utrecht, begraven 3 november 1621 te Utrecht

3  Emerentia Vosch, geboren ca. 1544, begraven 9 september 1604 te Utrecht

4  Christina Vosch, geboren ca. 1546, begraven 24 mei 1632 te Utrecht

5  Cornelia Vosch, geboren ca. 1548, begraven 13 september 1634 te Utrecht


13034  Jan Jansz Utenwael, schrijver, zoon van Jan Jansz Utenwael en Marie NN, geboren ca. 1525, begraven 3 oktober 1592 te Utrecht

Gehuwd ca. 1550 met

13035  Anna Aelbert Foecken, dochter van Aelbert Foecken, geboren ca. 1525, overleden < 1571

Op 9 oktober 1548 koopt ‘Jonge Jan Janss Uuten Wael, scrijver, (het onderste deel van) ‘alinge huijsinge ende hoffstede mitten kelre’ aan de oostzijde ‘onder die Laeckensnijders bij die Plaets’ van Geertruijt, Jan van Wede weduwe. Hij woont daar in het onderste deel tot 1578. Op 1 december van dat jaar gaat dit deel van het huis naar zijn dochter en schoonzoon Peter van Renen en Mechtelt Utenwael. Op het pand rust een plecht van f 500 uit 1577 ‘dit in volle betalinge en voldoeninge van zaken, Anna Aelbert Foeckendr, Mechtelt moeders goederen, erffenisse en besterffenisse’ en een oudteijgen van ‘1 pont stadtpaij ten behoeve van de heeren van St Jan’. Op 16 november 1582 sluit Jan Janss Vuijten Waell een plecht van f 400 met 6% bij Gherrit Kruese en Mechtelt Vuijten Waell (zijn dochter) op het huis. Op 13 maart 1565 kopen Jan en Anna ook het middelste deel van het huis. In het bovenste deel woont Thomas van Hazeput. Op het deel rust een plecht van f 400 tegen 5% rente ten behoeve van Jacob van Buesichem, rentmeester des Koninklijke Majesteits. Ze verkopen het middelste deel weer op 30 oktober 1577 aan Rijcondt van Bockhoven.

Op 1 december 1559 maken Jan en Anna hun testament op, waarbij alle roerende en onroerende goederen nagelaten worden aan de langstlevende. Ze worden diverse malen tussen 1566 en 1593 genoemd bij transporten en sluiten van plechten en het doen van leningen.

Op 13 juli 1566 vindt de overdracht plaats van een plecht van f 350 tegen 6% rente van Jan Janss Utenwael, Gerrit van Rhijn en Alidt, Adriaen Henricxs weduwe, naar Reijer van Coten. Jan leent op 31 januari 1569 f 64 tegen f 8 lijfrente aan Hendrick Janss ter Bruggge, schoenmaecker. Op 8 februari 1571 leent Jan f 250 tegen f 7 en 16 ‘stuvers en de 1 oort s’jaers losrente en de f 15 en 12½ stuvers lijfrente ten lijve van Mechtelt en Elijsabeth, Jan Jans Uuten Waels kinderen’ aan Joachim van Schadenbroeck en Anna van Cronenberch. Op 2 januari 1572 leent Jan f 300 tegen 3% losrente en 6¼% lijfrente ten behoeve van zijn twee dochter Hadewich en Elijsabeth, aan Floris Jansz van Nijpoort en Heijlwich Bosschendr. Op 17 juli 1572 vindt de overdracht plaats van een plecht met f 4 losrente van Cornelis Daenss naar Jan Janss Utenwael. Op 21 maart 1573 vindt de overdracht plaats van twee plechten van Lauwerens Willems en Mariken Ottensdr naar Jan Janss Utenwael op ‘alinge huijsinge, hoffstede en boomgaert’ aan de westzijde van de Nijestraet’. Het betreft een plecht van 32 gouden Hartoch Philips van Oostenrijck gulden tegen 6¼% en een plehct van f 24 Carolus Keijzers gulden tegen 6¼%. Op 2 juni 1573 sluit Jan een plecht van f 100 tegen 6¼% bij Evert van Schaijck Janss en Beatris van Schonenburch op een huis aan de westzijde van de ‘Hooch Coornmerct’. Op 21 februari 157. sluiten Jan Janss Uuijtenwael en Alidt Henricsz koperslager, weduwe van Gerrit van Rhijn, een plecht van f 100 tegen 6% rente bij mr Dijrck ter Hooch op ‘alinge huijsinge en hoffstede op ten zuijthoeck van de Winsenstege bij St Pauwelsbrugge’. Op 5 juli 1577 vindt het transport plaats van een plecht van f 550 met 6% als rechthebbende van Aert van Leuwen, dit als onderpand voor een plecht van f 100 met 6¼% en een van een lijfrente van f 88 met 12½% van Willem van Loon naar Jan Janss Uuitenwaell en zijn broer Anthonis Janss Uuitenwaell. Op 28 november 1577 leent Jan f 500 met 6¼% rente van Jan Jasperss, coperslager. Op 3 juni 1578 vindt het transport plaats van een plecht van f 100 met 6¼% van Jan Janss Utenwael, scrijver, naar Peter Adamss.

Op 4 juni 1579 verkoopt Jan Janss een huis aan de westzijde van de Loeffberchmakersstraet aan Sophia, weduwe van Cornelis Laurenss van de Graeff. Op 16 september 1579 sluit Jan een plecht bij Alidt, Peter van Spijckendr, weduwenaar van Gerrit Aerts van Ruempsten, van f 100 met 6% op ‘alinge huijsinge, hoffstede en camer’ aan de Wester Smeesteech. Een dag later, op 17 september 1579, vindt het transport plaats van twee plechten van f 100 van Jan aan Aeltgen, Reijer Jaspersdr. Op 31 januari 1584 vindt het transport plaats van een plecht van Ansem Ruijsch en Judith van Lauwerenberch naar Jan Jans Uterwael.

Op 3 april 1591 vindt het transport plaats van ‘huijsinge, hoffstede, kelder en cluijs op ten hoeck van den Domstoorn’ van Jan Janss Uuijtenwaell den Jongen en Jan Janss Utenwael den Oude aan Jacob Jacobss van Heerwech. Op het huis rusten zes plechten van totaal f 1100. Op 10 februari 1593 vindt de overdracht plaats van een plecht met f 4 losrente ten behoeve van Frederick Goortss van Breen en Cornelis Daenss, gepasseert op 5 november 1562, ‘welcke losrente Jan Janss Uitenwael den Oude bij Cornelis Daenss gecedeert is, also de brief daar bij Cornelis Daenss de f 4 losrente afstand doet ten behoeve van Jan Janss’.

In den eersten op den IIIen Octobris geluijt over Jan Janss Wttewael Maria twe uren, VIII gl (Overluidingen 1562-1614).

Uit dit huwelijk:

Alijdt Uttewael

2  Hadewich Utenwael. Gehuwd met Gerrit van Schadenbrouck

3  Aelbert Utenwael, overleden < 1593. Gehuwd met Geertruijt Peters van Renes

4  Jan Jansz Utenwael, overleden < 20 april1607. Gehuwd met Maaijken Knijff

5  Elizabeth Utenwael. Gehuwd met Johan Schrieck

6  Mechtelt Utenwael, overleden 1585. Gehuwd met Peter van Renen, overleden < 1581. Gehuwd in 1582 met Gerrit Kruese, geboren te Kampen


13040  Hugo Jacobsz, zoon van Jacob Hugensz en Cornelia NN, geboren ca. 1500, overleden 1555-1560

Gehuwd ca. 1525 met

13041  Wendelmoet NN, geboren ca. 1505, overleden > 19 december 1571

Op 23 juni 1525 worden Huijch Jacobsz en Weijndelmoet, zijn echte huisvrouw, beleend met een tijnsgoed te Amerongen, genaamd de Steenburch, groot 6 morgen, gelegen tussen de Lekdijk en de Ameronger wetering, en met 4 morgen aldaar, bij opdracht door Huijch Ruijsch, en met nog 4 morgen aldaar, bij opdracht door Jan Evertsz en Cornelis Jacobsz, kerkmeesteren. Op dezelfde datum worden in opdracht van Huijch Jacobsz, Goossen Evertsz en zijn huisvrouw Cornelia, beleend met de Rijngenpool.

Op 2 mei 1555 verklaart Huijch Jacobsz in de Leechweijde schuldig te zijn aan heer Eernst van Nijenroede in verband met pacht van landerijen die zijn zwager Jan Aelbertsz van heer Eerst gebruikt onder Renen.

Op 22 december 1560 is Hendrik van Zuijrbeek door de Heren van Vianen beleend met een viertel land in de Lage weide buiten de St. Katharijnepoort te Utrecht voor Wendelmoed, weduwe Hugo Jacobsz, bij overdracht door Willem van der Burch. In 1565 zijn de erven Hugo Jacobsz belendend aan een halve hoeve in het kerspel Amerongen op Colland.

Op 19 december 1571 verklaren burgemeester en schepenen van Rhenen ontvangen te hebben van Weijndelmoet, Huijch Jacobsz weduwe, 450 gulden tegen een losrente van 28 gulden 1½ stuivers ‘s jaars, welk bedrag zal worden aangewend om ten profijte van de burgerij een nieuwe windkorenmolen te laten timmeren, waartoe octrooi van Koning Philips is verkregen, te Brussel dd. 20 september 1571.

Uit dit huwelijk:

1  Maria Huijch Jacobs, overleden > 4 januari 1576. Gehuwd met Rutger Willemsz, overleden < 4 januari 1576

2  Feijsken Huijch Jacobs, overleden 1606. Gehuwd met Aert Jansz

Albert Huijgensz Verweij

4  Cornelis Huijgensz Verweij. Gehuwd met Barbara Jans

5  (?) Herman Huijghensz van der Weijde, wonend op Sicilië (I)


13042  Roelof Dirksz van Hattem, zoon van Dirck van Hattem en Dirckje Jan Arnts, geboren ca. 1520 (?), overleden ca. 1578

Gehuwd < 3 juli 1556 met

13043  Maria Hol, geboren ca. 1525, overleden 1578-1588

Op 3 juli 1556 transporteren Heer Dirck Hol Janss met Frederick Hol zijn broeder, Frederick Hol, Adriaen Beyer en Aeltgen zijn vrouw, Mr. Gerryt Bock en Henricxken zijn vrouw, Heer Jan van Hattem met Dirck van Hattem zijn broeder, Dirck van Hattem en Eechte, zijn vrouw, Adryaen van Hattem en Anna zijn vrouw, Thonis Janss en Anna zijn vrouw, Henrick Stevenss en Jut zijn vrouw, Jan Dircxs en Harman zijn vrouw, Henrick Dircxs en Henrick zijn vrouw, Dircksken wed. … (open gelaten) met Hendrick Dircx haer momber, Jan Segerss en Anna zijn vrouw, Hilliken Thonis en Janneken met Elis Gosenss als momber, Cornelis Stevenss met Cornelie zijn vrouw, Jelis Hol en Merry zijn vrouw, Gerit Hol en Ubbel zijn vrouw, Aryaen Hol en By zijn vrouw, Henrick Wouterss en Margryet zijn vrouw, Wouter van Suylen en Anna zijn vrouw, Rolof van Hattum en Merry zijn vrouw, Mr. Adryaen en Janna zijn vrouw, Heer Jan van Wyck met Gelis van Wyck zijn momber, Gelis van Wyck en Gerit zijn vrouw, Henrick van Wyck en Hellenberch zijn vrouw, Willem Aryaenss en Aryaen zijn vrouw, Janneken van Wyck met Gelis van Wyck momber, Dirck van Hattem en Gryet zijn vrouw, “vrunden ende magen” aan Claes Lyster en Elisabeth zijn vrouw “alsulke erfenisse en besterfenisse, lant, reet en onreet, rurende ende onrurende, nyt daervan vuytgesondert, gelegen binnen ende buyten Renen in den Nude, op ten berch ende onder den berch” enz., enz., “als hoir luyden enichsins aangecomen ende bestorven is van sal(iger) Henrick Mom en Elisabeth zijn vrouw.

Uit dit huwelijk:

1  Dirk van Hattem, vleeshouwer, geboren ca. 1560, overleden 1601-1602. Gehuwd op 14 februari 1588 te Tiel met Dirkske Roelofs, overleden > 23 januari 1619

2  Wolter van Hattem, geboren ca. 1565, overleden > 25 september 1616. Gehuwd < 5 maart 1599 met Cornelisken Hermans, overleden > 5 december 1603

Cornelia van Hattem

4  Maria van Hattem, overleden 1619-1623. Gehuwd< 8 juni 1603 met Adriaan Provoist, overleden 1607-1610

5  NN van Hattem. Gehuwd met Cornelis van Eck

6  NN van Hattem. Gehuwd met Cornelis Gisberts


13044  Gosen Aelbertsz van Amerongen, zoon van Aelbert van Amerongen en Willemtge van Amerongen, overleden > december 1600

Gehuwd met

13045  Janneke Gerrits Verhaer, dochter van Gerrit Verhaer en Janna NN

Op 16 augustus 1564 Goessen Albertsz van Amerongen, burger van Utrecht, gehuwd met Janneken Gerrit Verhaersdr vstw Amel Adriaensz houtsager gehuwd met Rische in verband met koop van huur. Op 16 augustus 1564 Goesen Aelbertsz van Amerongen en Janneken Gerrit Verhaersdr kopen een huis.

Op 28 juli 1581 Wernaer Helmichsz, predikant te Utrecht, borg voor alzulk arrest als Goessen Aelbertsz van Amerongen deed op een vierde van de alimentatie als de huijsvrouwe van Gerrit Adriaensz van Zijl, predikant tot Benschop, had uijt de goederen van het Convent van Bethlehem. Op 7 september 1584 Gosen Aelbertsz van Amerongen, borger van Utrecht, met Janneke Gerrit Verhaersdr.

Op 13 december 1590 benoemt Gosen Aelbertsz, zoon van Willemtge van Amerongen en Aelbert van Amerongen, zijn kinderen Adriaen van Amerongen, Aelbert van Amerongen, Hillichgen van Amerongen en de kinderen van Jan van Amerongen tot erfgenamen, op last van lijftocht van de langstlevend Jan van Amerongen krijgt lijftocht aan erfportie van zijn kinderen Adriaen van Amerongen en Aelbert van Amerongen, hun zoons. Zijn uitlandig Frans van Amerongen en Jan van Amerongen, hun zoons, zij ontvangen hun legitieme portie met benoeming van Johan Vermeij, kanunnik van de St. Pieter, en Gerrit van Rijswijck, procureur hof van Utrecht, tot executeurs. 

In december 1600 Goesen Aelbertsz van Amerongen, burger van Utrecht, is borg voor Jan van Schaijck te Houten.

Op 27 juli 1605 Aelbert Goesensz van Amerongen te Amersfoort verwijst naar magescheid van de ouderlijke boedel met zijn broer Frans Goesensz van Amerongen en zuster Hillichgen Goesensdr van Amerongen d.d. 7 september 1604, genoemd een huis te Utrecht, zijn zwager Bernt van Raelt.

Uit dit huwelijk:

1  Jan Gosensz van Amerongen

2  Hillichgen van Amerongen

3  Adriaen van Amerongen

4  Frans Gosensz van Amerongen

5  Aelbert Gosensz van Amerongen, geboren 1568-1569, overleden > 23 september 1644


13312  Theunis Theunisz Cool, bouwman, gezworene (1600), zoon van (?) Tonis Cornelisz en Mari Thonis, geboren ca. 1546 te Culemborg, overleden < 30 september 1615

Gehuwd met

13313   Mari Theunis Cool, dochter van Anthoenis Melis Cool en Ariaantje Steenis, geboren ca. 1550 te Culemborg, overleden 1615-1619

Zij wonen aan de Diefdijk onder Schoonrewoerd aan de Nieuwe Wiel. Hij bezit land onder Kortgerecht en Schoonrewoerd. In 1593-1594 wordt hij genoemd als landeigenaar. Op 10 maart 1600 Jan Adriaensz, inde wandeling Hopman, vtvv Toenis Toeniss Cool, wonend aan de Diefdijk, dat hij wel weet dat een erfke buiten de Schoonderwoertsche Diefdijk, boven hij producent ben Jacob Gerritsz erfgenamen, altijd toebehoorde aan het gasthuis te Schoonderwoert.

Mari Theunis testeert op 30 september 1615 te Leerdam bij de boedelscheiding van haar man. Zij behoudt een huis en hofstede gelegen aan de Diefdijk te Schoonrewoerd, een kamp land groot 20 hond en 1 morgen hoogland. Aan Cornelis Theunisz Cool wordt toebedeeld 5 hond land, 1 morgen land en de helft van 11 hond land. Op dezelfde datum maakt zij haar testament, waarbij ze geassisteerd wordt door haar broer Henrick Teunisz. Na haar dood erft Cornelis Theunisz de helft van haar huis en hofstede aan de Diefdijk te Schoonewoerd, die reeds door hem wordt gehuurd en bewoond, en de gehele inboedel. Op 6 mei 1619 koopt Cornelis Theunisz van zijn broer Bastiaen de andere helft van de hofstede. In 1620 bezitten Cornelis en zijn broers Dirck en Bastiaan landerijen in de polder Nieuw Schaeijk.

Uit dit huwelijk:

Dirck Theunisz Cool

2  Theunis Theunisz Cool, geboren 1579 te Schoonrewoerd, overleden > 1630. Gehuwd met Theuntien Cornelis, overleden < 1615

3  Cornelis Theunisz Cool, geboren ca. 1585, overleden < 29 december 1651. Gehuwd met Willempje Claes Deventer, geboren ca. 1600, overleden < 20 november 1673

4  Bastiaen Theunisz Cool


13314  Claes Willemsz Deventer, bouwman, korporaal van de ‘sondaagse nachtwacht’ in Schoonrewoerd (1588), heemraad van Loosdorp (1595), schepen van Leerdam, zoon van Willem Claes Deventer en Willemke Ghijsbrechts, geboren 1551-1552, overleden 1626-1631

Gehuwd met

13315  Adriana Joosten, dochter van Joost Cornelisz en Peterke NN, geboren ca. 1555, overleden < 17 februari 1631

Op 14 november 1573 Ghijsbert Claesz doet sijn 3e besettingh op alsulcke beesten als Willem Claes Deventer heeft staan opte Otterpoel.

Op 2 juli 1587 worden Claes Willemss Deventer, corporael van de Sondachse nachtwacht tot Schoonderwoert, oud 36 jaren, Adriaen Jan Dircxs, oud 60 jaar, en Willem Jacobss, oud 28 jaren, etc. opgeroepen als getuige over een vechtpartij na drinkgelag te Schoonrewoerd op voorleden sondach met ene Jan Sebastiaenss, etc.

Op 5 oktober 1587 te Leerdam wijzen Jan Willemss Backer, ziek, en zijn huijsvrouw Jenneke Willemsdr aan als voogden Claes Willemss Deventer, Claes Corneliss, Gobel Thoniss en Davit Willems. Op 6 mei 1588 te Leerdam Jan Claess van Heukelum, als gemachtigde van Jan Willemss Backer, als oom en voogd van de kinderen van zijn broer Claes Willemss, en Claes Willemss Deventer, als bloedverwant van moederszijde van de voornoemde kinderen, machtigt Henrick van Veen Berntss, etc. Op 20 oktober 1589 te Leerdam Anna Willemsdr gehuwd met Adriaen Cornelisz Ariensz zaliger, met haar broer Claes Willemsz Deventer, machtigt Harmen van Braeckel Ariensz etc. Op 1 maart 1590 te Leerdam tussen Jan Willemsz Backer en Jan Claesz als gemachtigde van Claes Willemsz Deventer als voogden van de nagelaten kinderen van Claes Willemsz gehuwd met Marechje Willemsdr, als eisers tegen Margrita Frankdr weduwe van Claes Willemsz Backer zaliger voornoemd, verweerder, etc.

Op 3 mei 1592 te Leerdam machtigen Barth Cornelisz gehuwd met Adriaen Joostendr, Willem Aelbertsz gehuwd met Florijke Joostendr en Lijsken Joosten, hun zwager Claes Willemsz Deventer te transporteren voor het gerecht van Acquoij aan Hendrick Dircxsz 2 morgen aldaar gelegen. Op 4 mei 1594 interrogatoir van Mr. Jan van Cootwijck, borger Utrecht oud 66 jaar, tvv Claes Willemsz van Deventer, wonend Middelcoop l/van Leerdam, Peter Jan Huijgensz alias Vastert, Jan van Cootwijk’s schoonvader had 1556/57 3 morgen geheten de Grote Geren in Middelkoop gekocht van Gerrit Jansz Hollander.

Op 8 december 1602 Frans Thonisz gehuwd met Anna Willemsdr zaliger te eenre, en Claes Deventer, Ghijsbert Willemsz Deventer, Adriaen Willemsz Hertoch en Steven Cornelisz van Scherluijnen als voogd en toesiender van de weeskinderen van Jan Henricxsz zaliger en Marike Willemsdr, gesamenlijke erfgenamen van de voornoemde Anna Willemsdr, te ander. Deling van de erfenis is als volgt: Frans Theunisz verkrijgt de hofstede groot 2 morgen waarop hij nu woont op Middelkoop, nog 5 morgen op Middelkoop gecocht van Frans Jansz, nog de helft van 5 morgen 1 hond op Groot Oosterwijk, nog de helft van 2 morgen op Cleijn Oosterwijk. Claes Willemsz verkrijgt 2½ morgen op Middelkoop naast het kerkweer waarop Willem Aalbertsz woont. Hij moet aan zijn broers Ghijsbert en Adriaen Willemsz 40 kg uitreiken. Ghijsbert Willemsz Deventer en Adriaen Willemsz Hertoch verkrijgen 3 morgen op Middelkoop genaamd ‘de Hoeffcamp’, 2 morgen op Cleijn Oosterwijk genaamd ‘de Brouckgraefscamp’. Steven Cornelisz verkrijgt voor de voornoemde weeskinderen 2½ morgen min ¼ hond op Groot Oosterwijk, nog 1 morgen op Clein Oosterwijk aan de achterdijk en beide gemeen met de voornoemde Frans Theunisz, de boedel en bezit worden verloot.

Op 29 mei 1618 te Leerdam Cornelis Henricxs Haechsman transporteert aan Claes Willemss Deventer, wonende in ‘t Hoogeind van Middelcoop, de helft van een huis in de Nieuwstraat en waarvan de wederhelft de koper toebehoort, boven Gerrit Goverss Bogertman en beneden Aert Gerritss Hagen, strekkende van de straat tot de weduwe van Peter Waligh zaliger en zoals het door beiden gekocht is van Thonis Jacobss c.s.

Op 28 maart 1620 te Leerdam, Claess Willemss Deventer, oud 68 jaren gewesen heemraet van Leusderp, en Peter Dircxs, oud 54 jaar ook gewesene heemraet van Leusderp, verklaren op verzoek van Hugo van der Velde, schout van Leerdam, en van Herberen Janss en Lenerdt Theunissen, als tegenwoordige heemraden van voornoemde polder, omtrent een sloot aldaar. Op 26 augustus 1621 te Leerdam Jan Stevensen van de Ghiessen, oud burgemeester oud 57 jaar, en Claes Willemss Deventer, oud 68 jaar, Daem Claessen, oud 64 jaar, Gerrit Jansen Verhups, oud 45 jaar, Gijsbert Coenen, oud 50 jaar, Jan Jansen, oud 49 jaar, en Arien Mertense, oud 43 jaar, verklaren op verzoek van Van der Velde en de heemraden van Leusderp dat vele geërfden van Leusderp het gebruik van de Leusderpse kade een gemenelants zaak wilden maken. Zij waren ook verwonderd dat Anneke Peters de kade beplant heeft. Het betreft vermoedelijk een twist om de eigendomsrechten van de Leusderper Kade.

Op 25 juli 1621 te Leerdam Dirck Thonisse Cool gehuwd met Peterke Claes zaliger als boedelhouder van hun onmondige kinderen met name Thonis, Anneke, Jantie, Willem, Lijske en Floris Dircxs, geassisteerd met zijn broer Theunis Theuniss Cool, te eenre, en Claes Willemss Deventer, als bestevader van de kinderen te andere, deling van hun moederlijke goederen.

Op 22 december 1625 te Gorkum verklaren Floris Bastiaenss, oud 46 jaren, Claes Claess, oud circa 34 jaren, en Neeltgen Hendricxsdr, oud 36 jaren gehuwd met Joost Claess, allen wonende te Nuland, op verzoek van Claes Willemss Deventer, dat zij Meerten Dircxs zaliger welgekend hebben en dat zij meermalen ten zijne huijse geweest zijn etc.

Op 29 januari 1626 compareren te Gorkum Dirck Dircxss, wonende te Meerkerk, mede-erfgenaam van zijn broer Marten Dircxs en als oom en voogd over Maijke en Dirck Willemss zijnde kinderen en erfgenamen van Willem Dircxs en in die kwaliteit mede-erfgenamen van Marten Dircxs zaliger, in deze geassisteerd door Hendrick Hermenss wonende in ‘t Recht van Leede, gehuwd met Adriana Cornelisdr zijnde de moeder van voornoemde Maijke en Dirck Willemss, te eenre, en Claes Willemss Deventer, vader en erfgenaam van zijn dochter zaliger Martgen, in haar leven huisvrouw van voornoemde Marten Dircxs, te andere. Zij maken een scheiding van de nalatenschap op. Dirck Dircxs verkrijgt voor een helft en Maijke en Dirck Willemss voor de andere helft een achterhuis gemeen ofte staande in de huijssinge en hofstede op Nuland achtergelaten door de voornoemde overledene, nog tesamen de helft van een werf achter voornoemde huijssinge en eertijds door voornoemde Marten Dircxs en Joost Claess gekocht van Herberen Willemss, oostwaarts met de wederhelft Joost Claess, westwaarts de voornoemde Claes Willemss Deventer, strekkende van de Leerbroekse opslag tot achterwaarts tot de halve middelwetering toe. Claes Willemss Deventer verkrijgt het voorhuis en berg en schuur met de gehele huiswerf daar besijden en ook de helft van de vogelkoij met een griendeke achter de selve erf, boven Dirck Dircxs cum suis, beneden ook Dirck Dircxs cum suis, strekkende van de Leerbroekse opslag af achterwaarts tot de halve sloot van het voorste campke.

Zij wonen onder ‘t Hoogeindt van Middelkoop in het graafschap Leerdam bij de “Kleine Geer”. Zijn land ligt verdeeld over onder andere de polders Loosdorp, Hooch-Middelkoop en Noulant. Bij zijn overlijden heeft hij nog 7 mergen land en 2 huizen in bezit. Op 17 februari 1631 te Leerdam verschijnen Joost Claessen, als oom, en Dirck Toniss Cool, als vader van Thonis, Anna, Lijsken, Willem ende Floris Dircxs Cool, verwekt bij Dirck Toniss Cool en Peterke Claes zaliger, alsmede Cornelis Thoniss Cool gehuwd met Willemke Claes, en Claes, Arien, Jan en Abraham Claess voor hun zelf en tesamen kinderen van Claes Willemss Deventer zaliger. De deling is als volgt: Claes Claessen met de gezamenlijke weeskinderen van Dirck Thoniss 3 morgen op het Hoogeind van Middelcoop genaamd ‘de grote Geer’, boven de staagh aan de kleine Geer en beneden de Middelcoopse vliet, Cornelis Thoniss Coole en Jan Claessen 2 morgen op Leusdorp genaamd ‘de Sescamp’, strekkende van Gerit Jansen Verhups tot Jacob Gijsbertse en verder tot de Drift, boven de kerk van Leerdam en beneden Herberen Jansen en Roeloff Aertsse de Feijter, nog het voorhuijs, berg en schuur op de Geeren in Nuland waar Merten Dircx en zijn huijsvrouw zaliger op plachten te wonen. Willem Claessen de helft van 2 morgen genaamd de ‘cleijne Geer’ op Hoog Middelcoop met nog 200 gld sprekende op Lambert Roelofse, Abraham Claesse de wederhelft van de cleijne Geer en het huis waarin Claes Willemss zaliger in te wonen placht. Joost en Arien Claessen 2½ morgen op Middelcoop, boven Jan Ariense en beneden de kerk van Leerdam. Op 30 mei 1634 Joost, Willem, Claes, Arien Claes, Jan en Abraham Claess en Cornelis Thoniss gehuwd met Willemke Claes en Dirck Toniss gehuwd met Peterke Claes zaliger, als vader van hun 5 kinderen, alle tesamen kinderen en erfgenamen van Claes Willemss Deventer zaliger, transporteren aan Herbergen Tijsberts een hofstad en huis, boven Jenneke Cornelis en beneden Cornelis Crijnen, strekkende van de halve Nieuwstraat tot Waligh Peterss.

Uit dit huwelijk:

1  Willem Claessen Deventer, geboren 1591, overleden > 12 september 1650. Gehuwd met Anneke Herberts Sprong. Gehuwd < 7 januari 1642 met Willemke Jans den Haan, overleden 1649-1650

2  Joost Claessen Deventer, overleden < 13 oktober 1659. Gehuwd < 17 juni 1612 met Neelke Hendricx, geboren 1589, overleden > 23 december 1673

3  Martgen Claes Deventer, overleden < 29 januari 1626. Gehuwd met Marten Dircxssen, overleden < 22 december 1625

Peterken Claes Deventer

5  Willempje Claes van Deventer, geboren ca. 1600, overleden 1665-1673. Gehuwd met Cornelis Theunisz Cool, geboren ca. 1590, overleden > 29 december 1651

6  Claes Claessen Deventer, geboren ca. 1591

7  Arien Claessen Deventer. Gehuwd met Peterken Jans (de Ruijter)

8  Jan Claessen Deventer, overleden > 13 oktober 1659. Gehuwd met Grietken Cornelis

9  Abraham Claessen Deventer, overleden > 8 juni 1665. Gehuwd met Maeijcken Herberts Sprong, overleden > 10 januari 1676


13364  Heijmen Cornelisz, schepen van Everdingen en Zijderveld (1557), kerkmeester te Zijderveld (1561) zoon van Cornelis Heijmensz, geboren ca. 1515, overleden 1565

Gehuwd met

13365  Gerrichen NN

Heijmen is eigenaar van twee percelen feodaal land op (Lang)-Bolgerijen (waarvan één van perceel 5 morgen) en van een onbekende hoeveelheid allodiaal land in dezelfde polder. Verder is hij nog eigenaar van een leen van 5 morgen 4 hont op Boeicop en vermoedelijk van een perceel van 6 morgen weiland in dezelfde polder. Hij geeft op 4 januari 1560 een som geld aan de Culemborgse burgemeester Peter Cool ten behoeve van Thonis de Man uit Schoonhoven en diens broers en zussen. Zijn weduwe Gerrichen geeft op 7 augustus 1565 het derde deel van een hoofdsom van “15 enkele golden Wilhelms schilden” aan Johanna Cornelis Heijmens.

Uit dit huwelijk:

1  Jan Heijmensz de Raedt, kerkmeester te Zijderveld (1570), schepen van Culemborg (1600-1610), gasthuismeester van het Sint Petersgasthuis (1599), gasthuismeester van het Sint Elizabethgasthuis (1600), geboren in 1547, overleden 1610. Gehuwd 1578-1593 met Gerrichjen Frans Aerts van Everdingen, overleden 1610-1614

Cornelis Heijmensz de Raet

3  Adriaentken Heijmens (de Raet). Gehuwd < 19 december 1589 met Aert Jan Joosten, olijslager (1608), korenkoper (?), heemraad van het land van Culemborg (1600), corporael van een op te richten schutterij van Culemborg tbv de Nieuwstad (1609), overleden > 23 janauari 1633


13366  Merten Jansz, geboren ca. 1528

Kinderen:

Marij Merten Jans


13376  Coen Melisz, geboren ca. 1540

Gehuwd met

13377  Truijtgen Peters

Kinderen:

Jan Coenen


13394  Harmen Roelofsz van Valckenborch

Kinderen:

1  Roelof Hermansz van Valckenborch

2  Aeltgen Hermans van Valckenborch. Ondertrouwd op 12 mei 1604 voor het gerecht te Utrecht met Peter Jan Cornelisz van Wesup

3  Heijltgen Hermans van Valckenborch, overleden < 11 december 1632. Gehuwd met Gerrit Heindericksz Top. Ondertrouwd op 1 december 1611 en gehuwd op 8 december 1611 te Utrecht met Frans Fransz van Geel, houtzager

Cunera Harmans van Valckenborch


13396  Jacob van Herwijck

Kinderen:

1  Cornelis Jacobsz van Herwijck. Gehuwd met Margaretha van Aelst, overleden en begraven 23 december 1608 te Utrecht

2  Adriaen Jacobsz van Herwijck, begraven 28 april 1634 te Utrecht. Gehuwd met Aeltgen van Aelst, begraven april 1646 te Utrecht

Jacob Jacobsz van Herwijck

4  Wijntje Jacobs van Herwijck, begraven 27 februari 1632 te Utrecht


13400  NN van Putten

Gehuwd met

13401  NN Peters van Calcar, dochter van Peter van Calcar

Uit dit huwelijk:

Johan van Putten


13402  Jacob Hermansz van Blijenborch, zoon van Herman van Blijenborch

Kinderen:

1  Peter van Blijenberch, deken van Ter Horst, overleden april 1617 (overluiding 15 april 1617 te Utrecht)

Elisabeth Jacobs van Blijenberch


13418  Geerlof Claesz, overleden < 1572

Gehuwd met

13419  Toenken Everts

Uit dit huwelijk:

Neeltje Geerlofs


13428  Herman Pietersz Pijl, heemraad, zoon van Pieter Hermansz Pijl, geboren ca. 1530 te Alblasserdam, overleden > 4 november 1596

Op 25 augustus 1596 Herman Petersz Pijl, Adriaen Petersz Pijl, Jan Petersz Pijl, Frederick Adriaensz Pijl, Cornelis Dirckx gehuwd met Geertgen Peters Pijl, broers, zusters en naaste erfgenamen van zaliger Cornelis Petersz Pijl, vhz en vervangende Henrickgen Pijls weduwe zaliger Joris Eewoutsz en Maria Peter Pijlsdr, hun zusters, mede-erfgenamen van Mr. Claes Streng hun neef, constitueren. Op 4 november 1596 Herman Petersz Pijl, Adriaen Petersz Pijl, Jan Petersz Pijl, Cornelis Dirckx gehuwd met Geertgen Peters Pijll, vervangende Peter Thonisz gehuwd met Marichgen Peter Pijlsdr en Henrickgen Peter Pijlsdr, allen erfgenamen van zaliger Mr. Cornelis, voorschreven hun broer, zien af van erfenis.

Kinderen:

Leendert Hermansz Pijl

2  Pieter Hermans Pijl, geboren ca. 1562, overleden 1637. Gehuwd ca. 1590 met Neeltgen Pieters, geboren ca. 1570, overleden > 1643


13432  Cornelis Dircksz Stout, zoon van Dirck Jansz Stout en Beertgen Aernouts, geboren ca. 1530 te Langerak

Gehuwd met

13433  Lijntje Gorisse, overleden < 30 mei 1604

Uit dit huwelijk:

1  Jan Cornelisz Stout, geboren < 1575, overleden < mei 1639. Gehuwd met Ariaentje Claes, geboren ca. 1575, overleden < mei 1639

Pieter Cornelisz Stout

3  Heijdrick Cornelisz Stout, overleden < 1616. Gehuwd met Grietgen Sijmons


13812  Jacob Cornelisz Ram, overleden > 12 april 1599

Gehuwd met

13813  Joosgen Cornelis, dochter van Cornelis NN en Elijsabeth Rijcken

Op 7 maart 1583 Jacob Cornelisz Ram, wonend buijten de Weerde, huurt 21 morgen aldaar geheten het Kijfflant, van de Dom. Op 26 mei 1584 Jacob Cornelisz Ram, wonend buijten Utrecht, inde Weerde, constitueert in verband met de koopwaarde van tienden met de heer Wilgher van Moerendael en Amelis Utenengh dd 18 augustus 1582.

Op 15 maart 1592 Testament van Elijsabeth Rijcken, weduwe van Cornelis …, nu gehuwd met Coenraet Laurensz Spruijt, op haar kinderen Peter Cornelisz en Laurens Coenraetsz Spruijt haar zoons en de kinderen van Jacob Cornelisz Ram en Joostgen Cornelisdr haar dochter.

Op 12 april 1599 Jacob Cornelisz Ram en Joosgen Cornelisdr lijftochten elkaar.

Kinderen:

Cornelis Jacobsz Ram

2  Christina Jacobs Ram, overleden < 18 januari 1636. Gehuwd met Herman Willemsz van Doorn


13814  Cornelis Aertsz Vereem, schout van de heerlijkheid Tull en ‘t Waal (1584), zoon van Aert Dircksz Vereem en Janna Jans Cruven, overleden 20 augustus 1596 te Utrecht

Gehuwd met

13815  Elisabeth Jans van Roijen, dochter van Jan Cornelisz van Roijen en NN Peters, geboren ca. 1555, begraven 4 september 1637 te Utrecht (#). Ondertrouwd op 12 april 1612 en gehuwd op 29 april 1612 in de Geertekerk te Utrecht met Sweer Hendricksz Nellesteijn, begraven 24 oktober 1636 te Utrecht

In 1570-1571 wordt Cornelis Aertsz Vereem begiftigd met een vicarie op het altaar van de Heilige Maagd in de parochiekerk te Acquoy. In 1577 stelt Aert Dircksz Vereem voor het gerecht van Werckhoven enige personen aan om de administratie te voeren van de goederen van een vicarie te Acquoy, waarvan zijn uitlandige zoon Cornelis bezitter is.

In 1581 is als nieuwe burger van Utrecht ingeschreven Cornelis Aerdtsz Vereem.

Op 1 februari 1588 is Cornelis Vereem genoemd als crediteur van Frederick Scholtz, in leven ritmeester. Jan van der Staffele, advocaet hove van Hollandt, wordt door de crediteuren aangesteld om geld te vorderen uit de naltenschap van Frederick Scholtz.

Op 8 augustus 1592 stelt Aeltgen Cornelis Cruijven haar testament op ten huize van Cornelis Aertsz Vereem. Cornelis wordt niet genoemd als erfgenaam. In 1595 wordt voor het burgerweesheid een plechtbrief opgesteld, groot fl 4000, op een huis in de Stroijsteghe, toebehorende aan Cornelis Vereem en zijn vrouw Elijsabeth Jansdochter van Roijen.

Uit 1596 dateert een octrooi van het Hof om te testeren voor Cornelis Aertsz Vereem en zijn vrouw Elisabeth Jansdochter van Roijen. Op 29 juli 1596 stellen Cornelis Aertsz Vereem en Elijsabeth Jan van Roijens, wonende aan de westzijde van de Lijndtmerckt te Utrecht, hun testament op met lijftocht voor de langstlevende. Overluidingen Domkerk: 1596. Item XXa Augusti in obitu et funere Cornelii Arnoldi Vereem, olim huius civitatis capitanei, bis Maria facit, VIII flor. Op 23 augustus 1596 Elijsabeth Jan Cornelisdr, weduwe Jan Cornelisz Vereem, Janneke Petersdr is haar moeije evenals Jacobgen en Nellichgen Peters. Celichgen Aert Vereems huijsvrouw krijgt enkele zilveren spullen, Goijert Jansz haar broer wordt universeel erfgenaam.

Op 4 september 1599 Elijsabeth Jan Cornelisz van Roijensdr, weduwe Cornelis Aertsz Vereem, in leven borger en hopman te Utrecht, Annichge Petersdr haar moeije, evenals Jacobge Petersdr, Nellichgen Petersdr en Haesgen Petersdr, Johan, Gerrit en Aernt Cornelis zijn haar neven, Aernt Vereem Dirckx, schout in Tollesteech, is haar zaliger man’s oom, universeel erfgenaam Goijert Jansz genaamd van Well haar broeder.

Op 7 november 1603 Elijsabeth van Roijen, weduwe Cornelis Vereem, als trecht hebbend van Jacob Fransz versus de erfgenamen van Gerrit van de Bobbaert, over land te Jaarsveld.

Uit 1608 een plecht- en lijfrentebrief, repectieve ten bedrage van fl 6 – 5 st., en fl 12 – 10 st. per jaar ten behoeve van Elijsabeth Jansdochter van Roijen, weduwe van Cornelis Aerts Vereem op een huis in de Backersteech. Uit 1609 een losrentebrief van fl 12 – 10 st. per jaar losbaar met fl 200 ten behoeve van Elijsabeth Jansdochter van Roijen, weduwe van Cornelis Aertsz Vereem.

Uit dit huwelijk:

1  Cornelis Vereem, advocaat te Utrecht, geboren ca. 1565, overleden > 9 april 1632. Gehuwd met Burchgen Knijffs, geboren ca. 1565, overleden > 27 april 1631

2  Neeltje Cornelis Vereem, geboren 1579-1581, begraven 15 februari 1630 te Utrecht

3  Jannichje Cornelis Vereem, begraven 23 augustus 1630 te Utrecht

4  Joost Cornelisz Vereem, groftimmerman, overleden > 8 maart 1629. Gehuwd op 25 oktober 1601 voor het gerecht te Utrecht met Cecilia Hermen Cornelisz Bogermans

Marrichje Cornelis Vereem


14248  Cornelis Willemsz van Zijl, secretaris van Vianen, zoon van Willem Pelgrimsz van Zijl van Arnefeld en Maria van Zijll, geboren ca. 1559, overleden ca. november 1605 te Vianen

Gehuwd ca. 1580 met

14249  Heilwig van Brederode, dochter van Joost Joostensz ‘de bastaard’ van Brederode en Anna Joosten tot den Rijsenborch, geboren 1560, overleden 17 augustus 1619 te Vianen

Op 24 september 1580 De helft van een halve hoeve op de Mijl in het land van Vianen voor Heilwig, dochter van Joost van Brederode en Anne, dochter van Joost van Rijsenburg, voor haar huwelijk met Cornelis van Zijl, zoon van Willem Pelgrimsz, bij overdracht door Judith van Rijsenburg, gehuwd met Andries Crol van der Mast, haar tante, met haar lijftocht. Op 24 december 1584 Cornelis van Zijl voor Heilwig, dochter van Joost van Brederode, bastaard, zijn vrouw, bij overdracht door Andries Crol van der Mast voor Judith van Rijsenburg, diens vrouw, met haar lijftocht.

Op 22 december 1584 Cornelis van Zijl zes morgen land in Helsdingen bij overdracht door zijn vader WIllem Pelgrimsz, griffier van de lenen van Vianen. Op 24 december 1584 Cornelis van Zijl een viertel land in Hagestein in de Biesen, voor Heilwig, dochter van Joost van Brederode, bastaard, zijn vrouw, bij overdracht door Andries Crol van der Mast voor Judith, dochter van Joost van Rijsenburg, diens vrouw. Op 10 mei 1596 Cornelis van Zijl drie morgen in Helsdingen bij dode van Willem Pelgrimsz, zijn vader.

Uit dit huwelijk:

1  Joost van Zijl, secretaris en griffier van de lenen van Vianen, burgemeester van Vianen, geboren 31 december 1583 te Vianen, overleden < 1650. Gehuwd op 5 mei 1621 te Gorinchem met Elisabeth de Roij, geboren 2 augustus 1602, overleden 9 januari 1633. Gehuwd op 8 juni 1634 te Heikop met Johanna van Viersen, geboren ca. 1600

2  Karel van Zijl, drost en dijkgraaf van Gorinchem en Arkel, geboren ca. 1586

3  Elisabeth van Zijl, geboren ca. 1588, overleden 1654-1656

4  Pelgrim van Zijl, drost van Asperen, geboren ca. 1589

5  Helena van Zijl, geboren ca. 1590, overleden > 1654

6  Francois van Zijll, geboren ca. 1591. Gehuwd ca. 1640 met Cornelia Anthonijs van Everdingen, geboren ca. 1617

Jan Cornelisz van Zijl


14250  Gerrit Cornelisz Crieck, zoon van (?) Cornelis Evertsz Crieck, geboren ca. 1570, overleden 1650-1664

Gehuwd met

14251  Barbara Adriaans, geboren ca. 1575, overleden 1650-1664

Op 30 april 1594 is Gerrit Cornelisz Crieck, wonende te Loenen, gedaagd wegens messentrekkerij en doodslag jegens Aert Thonisz. Hij wordt gestrafd met een geldboete en betaling van de proceskosten.

In het lidmatenregister van Jaarsveld is op 1 oktober 1632 vermeld ‘Gerrit Cornelisz Crieck met Barbara sijn huijsvrouw’.

Uit dit huwelijk:

Catharina Gerrits Crieck

2  Grietje Gerrits Crieck, geboren ca. 1600 te Jaarsveld, overleden < 1659. Gehuwd in 1622 te Jaarsveld met Teunis Jansz Timmerman, geboren ca. 1595 te Beusichem

3  Corsje Gerrits Crieck, geboren ca. 1605 te Jaarsveld. Gehuwd op 26 oktober 1628 te Jaarsveld met Hendrik Aarts van Os, geboren ca. 1600 te IJsselstein

4  Marrigje Gerrits Crieck, geboren ca. 1610 te Jaarsveld. Gehuwd met Cornelis de Reus, geboren ca. 1600, overleden 1633. Gehuwd op 22 november 1640 te Jaarsveld met Jacob Jansz

5  Adriaantje Gerrits Crieck, overleden < 23 maart 1645. Gehuwd op 31 oktober 1629 te Jaarsveld met Pieter Sweers, geboren te Beusichem

6  Cornelia Gerrits Crieck, geboren ca. 1610 te Jaarsveld. Gehuwd op 4 mei 1634 te Jaarsveld met Willem Rochusz, geboren ca. 1610 te Lopik


14252  Willem Aertsz de Lange, gezworene, hoogheemraad van Benschop (1593), zoon van Aert Gerritsz de Lange, geboren ca. 1565 te Benschop

Kinderen:

Aart Willemsz de Lange


14254  Bart Gerritsz Rietveldt, zoon van Gerrit Barten Rietveld, geboren ca. 1555 te Benschop, overleden ca. 24 mei 1604 te Bensdorp. Gehuwd > 1588 met Annichje Cornelis

Gehuwd ca. 1580 met

14255  Cornelia Adriaen Pouwels, geboren ca. 1560, overleden < 26 mei 1588

Uit dit huwelijk:

1  Barbara Bart Gerits Rietveldt, geboren ca. 1580. Gehuwd met Adriaen Jansz

2  Gerridt Bartensz Rietveldt, heemraad, schepen, boer, geboren ca. 1580, overleden 2 februari 1649 te Benschop. Gehuwd ca. 1608 met Marrichje Aelberts, geboren ca. 1580

3  Fijchen (Sophia) Barten Rietveldt, geboren ca. 1580. Gehuwd met Jan Jansz

Aafje Barts Rietveld


14256  Jan Blancken

Kinderen:

Adriaen Jansz Blancken

Hendrick Jansz Blancken, geboren ca. 1615. Gehuwd op (?) 20 juni 1640 met Dirckje Adriaens. Ondertrouwd op 2 april 1654 en gehuwd op 23 april te Brakel met Neelken Teunis, geboren te Brakel


14260  Baijen Lenaertsz, geboren ca. 1570 te Poederoijen, overleden < 4 oktober 1608. Gehuwd < 28 augustus 1591 met Trijntje Gerrits, overleden 1591-1596

Gehuwd op 14 januari 1596 te Gorinchem (#) met

14261  Jenneke Cornelisse van Bueren, geboren ca. 1575, overleden > 25 april 1637. Gehuwd met Aris Tonisz Casteleijn

Baijen Lenaertsz is gegoed te Zuilichem aan de Poederoijense molen.

Uit dit huwelijk:

Lenaert Baijensz Hogerwerf


14262  Matthijs Martensz van Andel, schepen van de Hoge Bank te Zuilichem, schout van Zuilichem, zoon van Marten Dircksz van Andel, overleden 28 december 1618 te Zuilichem

Gehuwd met

14263  Willemke Jans, overleden > 25 februari 1629

Uit dit huwelijk:

1  Huijbert Matthijsen van Andel

Anthonisken Matthijsen van Andel


14272  Jan Aertsz Stichter, burgemeester van Vianen (1569), substituut dijkgraaf van het land van Vianen, geboren ca. 1540, overleden 1608-1613

Gehuwd met

14273  Neeltje Cornelis, dochter van Cornelis Diercxz, geboren ca. 1545, overleden < 27 januari 1597

Vermeld in Vianen in 1590. Hij is eigenaar van “een huysinge ende hofstede met berch”, aldaar gelegen in de 1e Achterstraat aan de oostzijde.

Uit dit huwelijk:

Dirck Jansz Stichter

2  Cornelis Jansz Stichter

3  Adriaen Jansz Stichter

4  Belichje Jans Stichter. Gehuwd met Jasper Cornelisz Gout, meester schoenmaker, leerlooier, overleden < 1623

5  Claes Jansz Stichter, bouwman. Gehuwd met Anneke Ariens, overleden 10 november 1636 te Hoornaar


14274  Rochus Leendertsz Gout

Kinderen:

Geertgen Rochus


14560  Gerrit Matheusz van Langelaer, zoon van Mattheus Gerritsz van Langelaar en Hendrikje Jansz van Zijl, geboren ca. 1530

Gehuwd ca. 1555 met

14561  Reijertje NN, geboren ca. 1535

Gerrit is vermeld in een rekening van 1581/1588. In 1590 is hij vermeld in een tijnsrol.

Uit dit huwelijk:

Mattheus Gerritsz van Langelaar

2  Hendrickje Gerrits van Langelaer, overleden > 1632. Gehuwd met Gijsbert Jansz Bosch

3  Truitghen Gerritse van Langelaer, geboren ca. 1575. Gehuwd ca. 1600 met Claes Rijcksz van Blootenburgh, geboren ca. 1575, overleden > 1633

4  Jan Gerritsz van Langelaar, geboren ca. 1580, overleden 1610-1615. Gehuwd met Adriaentje Frans van Triest, geboren ca. 1585, overleden > 1654


14562  Sander Marcelisz van Wolfswinkel, molenaar, geboren ca. 1535 te Scherpenzeel, overleden > 1599

Op 30 april 1572 wordt Sander Marcelisz beleend met de helft van het erf en goed Wolfswinkel in gerecht en kerspel Scherpenzeel met eggen, einden, hoog en laag, wild en tam, bos en broek, heide, water, weide en toebehoren. Als getuige tot 1598 vermeld, bij overdracht door Elias van Wolfswinkel.

In 1575 betaalt Sander Marcelisz die meulenaar wegens twee lenen van ‘t erf Wolffwinckell, waarvan hij een leen gekocht had van Elis van Wolffswinckell.

Sander Marcelisz is in 1599 samen met Willem Sarisz, Sar Jansz en Harmen Thijmensz, eigenaar en gebruiker van een ‘erf geheten Rambalgen, groot 16 mergen s’jaers om 41 Carolus gulden oudschild, elx ‘t vierendeel.

Kinderen:

Ariaentje Sander Marcelis van Wolfswinkel

2  Jan Sandersz van Wolfswinkel

3  Marcelis Sandersz van Wolfswinkel, overleden < 10 augustus 1606

4  Cornelis Sandersz van Wolfswinkel, overleden > 18 januari 1612. Gehuwd met Aaltje Cornelis Pieters

5  Huijbert Sandersz van Wolfswinkel. Gehuwd met Christine NN


14564  Adriaen van Triest, herbergier, schout van Woudenberg, zoon van Peter Adriaensz van Triest, geboren ca. 1525, overleden 1577-1583

Kinderen:

1  Petertje Adriaens van Triest, geboren ca. 1575, overleden < 5 juni 1631. Gehuwd op 7 mei 1594 voor het gerecht te Amersfoort met Rijck Cornelisz van Diest, waard in de Doelen te Amersfoort, geboren ca. 1570, overleden > 1631

Frans Adriaansz van Triest


14566  Frans Jansz van Ravesloot, schout van Woudenberg (1583-1587), geboren ca. 1530, overleden > 1588

Kinderen:

Jannichjen Frans van Ravesloot


14676  Cornelis Jacobsz Nieburg, geboren ca. 1515, overleden 1583 te Renswoude

Kinderen:

1  Jacob Cornelisz Spickhorst, geboren ca. 1545, overleden 1618-1628

Willem Cornelisz van Nieburg


15232  Anthonis Willemsz van Snellenberch, ‘droechsceerder’ (doekscheerder in de lakennijverheid), zoon van Willem Jacobsz van Snellenberch en Otgen Gerrits, geboren 1537-1538, overleden 1586-1587

Gehuwd ca. 1560 met

15233  Catrina van Drongelen, overleden > 11 december 1588. Gehuwd met Hubert Hermansz, overleden 1553 te Utrecht

In 1553 renten te Utrecht: Otgen Gerijtsdr 180 p ten laste van Anthonis Willemsz van Snellenberch, 15 jaar, Lijsbet Pouwels van der Moelen, 12 jaar.

Op 6 oktober 1557 stelt Otgen Gerritsdochter haar testament op waarin zij haar goederen vermaakt aan haar zoon Anthonis van Snellenberch, onder bepaling dat zij diens kinderloos overlijden aan de Noodhulp zullen komen. In 1574 wordt het testament ten uitvoer gebracht.

In 1560-1561 is als nieuwe burger te Utrecht ingeschreven Anthonis van Snellenberch, bastert, droochscheerder.

Op 22 april 1563 vindt de overdracht plaats van een plecht van Anthonius van Snellenberch naar Gosen van Stralen (zijn zwager). De plecht dateert van 10 september 1554 en is ten laste van Gerrit Lijster en Petergen.

Op 13 maart 1587 vindt het transport plaats van een ‘coopmansbrief’ van f 100 met 6¼% rente, gedateerd 15 december 1561, taen laste van Hubrecht van Culenborch en Aert Vereem in de Lijnmerckt. Oude eigenaar is de boedel van de overleden Anthonis van Snellenberch en Catrina van Drongelen. Na het overlijden zijn de kinderen opgevoed door Otgen Gerritsdr. Zij wordt genoemd als hun petemoeder op 20 oktober 1592 bij de overgave van schuldbekentenissen van de boedel van de overleden Otgen Gerritsdr aan Oth van Snellenberch en Elisabeth van Snellenberch. ‘Hiermede verklaren de erfgenamen volgens ‘t testament dd 16 januari 1554 ontvangen te hebben van de noothulp ende de 3 gasthuijsen enige rentebrieven, die bij accoord van dd 16 oktober 1557 bij hun in bewaring zijn gegeven door hun vader. Te weten een rentebrief f 175 ten late van Aernt Jansz (brauwer) te Suijlen en een eigendomsbrief 2½ mergen land te Bijlevelt waarop een erfpecht f 200 ten laste van Dionijs Adriaenz. Beide brieven van dd 16 mei 1555’. Een dag later, op 21 oktober 1592, vindt het transport plaats van de plecht van f 200 plaats naar Mr Wouter Verdoes en Cathalina Buijsers. De plechts is eerst ten laste van de overleden Dionijs Adriaensz en nu ten laste van Juffrouw Margareta van der Meer, weduwe van Jan Loefsz van der Meer.

Op 11 december 1588 attesteren Jopgen Werbouts vroedvrou gehuwd met Cornelis Dircxsz, en Catharina van Dronglen weduwe Anthonis van Snellenberch, om te getuigen bij de verklaring van Lijntken Adriaen Buijsers, die op 6 december 1588 ten huize van de weduwe van Anthoenis Buijser het leven geschonken heeft aan een dochter en in barensnood verklaard heeft dat het kind verwekt was door Anthoenis van Schoenenburch die aanwezig was bij de bevalling en haar eerder had beloofd dat hij haar niet in de steek zou laten als zij zwanger zou raken. Toen rekwirante voorstelde om het kind naar zijn moeder te noemen ging hij akkoord en vertelde dat zijn moeder Grietgen heette.

Uit dit huwelijk:

Oth van Snellenberch

2  Elisabeth van Snellenberch. Gehuwd met Steven Jansz van Valckenbosch, ruiter onder de Graaf te Hohenlo (1592)


15234  Melchior Weijman, geboren ca. 1535, overleden 1613 te Utrecht

Gehuwd met

15235  Marrichgen Jacobs Nobel, dochter van Jacob Hendrickz Nobel en Catharina Peters, geboren ca. 1540, overleden < 29 december 1613

Melchior Weijman en Marichgen sluiten op 13 november 1574 een lening af van f 150 met 6¼% plecht bij Marten Schipperius van Remerswael, medicijnen doctor. Als onderpand dient een stadsbrief met f 10 rente ten behoeve van Bernt Uijteneng dd 10 november 1547.  Op 8 november 1577 Margaretha, weduwe Johan van der Kerck, als trecht hebbend van de heer Johan van Spijck, erfgenaam van zaliger Jacobgen Jans, weduwe van Spijck, transporteren een losrente van 6 gulden jaarlijks aan Melchior Weijman.

Op 7 april 1583 koopt Melchior van het Armenweeshuijs een ‘huijs, erf, kelder, cluijs en plaetsgen’ bij ‘t Regulierenconvent aan de Springweg. ‘t Huijs streckt sich uijt tot aen een scheijdelmuer en de pijlaeren van ‘t convent’. Dit huis is het tegenwoordige perceel Oudegracht 241.

Opmetingen Lekdijk: 22 mei 1592 de erfgenamen van Jan van Amerongen in plaats van Gevert voorschreven en Melchior Weijman in plaats van alsvoren samen een halve hoeve, 1602 de erfgenamen van Jan van Amerongen in plaats van Gevert van Amerongen, Willem Cornelisz en Gerrit Dirckx opte Vaert in plaats van Melchior Weijman samen een halve hoeve. 

Op 19 mei 1593 Gerrit Dickx van Rijn wonende aende Vaert kocht voor Willem Cornelisz 4 morgen aan de Vaert in 8 morgen, van Melchior Weijman voor 525 pont.

Op 6 oktober 1606 Dirck de Ridder van Gruenesteijn en Jan Stoffelss hebben de oude brieven van Melchior Weijman niet.

Op 29 december 1613 vindt het transport plaats van een deel van een huis aan de westzijde ‘Hooch Coorenmarct onder de Vijfhuijsen’ volgens boedelscheiding van Melchior Weijmans en Marrichgen Jacob Nobelsdr. De nieuwe eigenaar is Maria Melchior Weijmans. ‘Hiermede verclaren de erffgenamen afstand te doen van hun huijsinge ten behoeve van Maria Melchior Weijmansdr en de verder voldaen te sijn over de uijtcooppenningen’.

Uit dit huwelijk:

Stijntje Melchiors Weijman

2  Josina Melchiors Weijman, begraven 25 oktober 1647 in de Buurkerk te Utrecht. Gehuwd met Beernt Jansz van Oldenseel, begraven 12 april 1647 in de Buurkerk te Utrecht

3  Margareta Melchiors Weijman. Gehuwd met Werner Dircxs Versteech, overleden 1628 te Utrecht

4  Maria Melchiors Weijman. Gehuwd met Wernar Wouters Joling, geboren te Zutphen, overleden 1615-1616

5  Marrichgen Melchiors Weijman, geboren 1570-1571. Gehuwd met Ellert Lubbertsz van Oldenburch, overleden > 24 november 1648


15248  Johan Cornelisz de Clercq, scheepskapitein, zoon van Cornelis Jansz de Clerck en Kathelijne Buijens, geboren ca. 1547 te Bergen op Zoom, overleden < 1603

Gehuwd ca. 1582 met

15249  Cornelia Dirks Keijser, dochter van Dirck Dircksz Keijser, geboren ca. 1564 te Rotterdam, overleden 20 juli 1646 te Rotterdam. Gehuwd met Yeman Claesz

Uit dit huwelijk:

1  Dirck Jansz de Clercq, geboren ca. 1582. Gehuwd met Neeltjen NN

Cornelis Jansz de Clercq

3  Geertje de Clercq, geboren ca. 1586. Gehuwd met Aerdt Gosensz van Diemen, geboren ca. 1575

4  Adriaen Jansz de Clercq, geboren ca. 1588

5  Belia Jans de Clercq, geboren ca. 1600. Gehuwd met Gerrit Doorninck, caegh schipper van Culemborg


15250  (?)  Pieter Jacobsz van Rueven

Kinderen:

Stijntjen Pieters