Kwartierstaat Brouwer – Generatie 13

Generatie 12 <   Namenlijst   > Generatie 14


4184  Ocker Claessens, geboren te Sint Annaparochie

Gehuwd op 24 februari 1622 te Sint Annaparochie (#) met

4185  Hijlck Sijes, geboren ca. 1585 te Sint Annaparochie, gedoopt op belijdenis 11 maart 1621 te Sint Annaparochie (#)

Uit dit huwelijk:

1  Sijke Ockers, geboren 1609 en gedoopt 1610 te Sint Annaparochie. Gehuwd op 25 januari 1629 te Sint Annaparochie met Jan Hendricks, geboren te Sint Annaparochie. Gehuwd op 20 juni 1647 te Sint Annaparochie met Isbrant Boeles, geboren te Sint Annaparochie

Claes Ockers

3  Foecke Ockers, gedoopt 2 april 1613 te Sint Annaparochie

4  Reijner Ockers, gedoopt 2 april 1613 te Sint Annaparochie

5  Marij Ockers, gedoopt 16 januari 1620 te Sint Annaparochie

6  Aeff Ockers, gedoopt 18 augustus 1622 te Sint Annaparochie

7  Sije Ockers, gedoopt 26 december 1626 te Sint Annaparochie


4186  Aerijen Jobs

Kinderen:

Lijsbet Aeriens


4206  Job Claesen

Kinderen:

1  (?) Hendrickie Jobs

2  Lijsbet Jobs, gedoopt 16 april 1624 te Vrouwenparochie

3  Jannichie Jobs, gedoopt 19 mei 1633 te Vrouwenparochie


4272  Hendrick Jansz Duijvesteijn, schepen van Wateringen (1607, 1608, 1618), zoon van Jan Hendricxz en Anna Pieters, geboren ca. 1555, overleden 1620-1624. Gehuwd ca. 1590 met Lijsbeth Henricx

Op 28 juni 1584 wordt Hendrick bij dode van Jan Hendricxz beleend met de 8 hond land van de hofstad van der Wateringe, hetwelk hij op 16 juni 1620 overdraagt aan Jonkheer Dideric van Schagen, vrijheer tot Goudriaan.

Voorts erft hij het leen van de Lek en Polanen en draagt dit op een niet nader te achterhalen tijdstip (vermoedelijk tussen 1584 en 1589) over aan Cornelis Adriaensz van Royen, wiens weduwe in of na 1589 met Duijvestein zou hertrouwen. Blijkens diverse akten bewoont Duijvesteijn in de Wippolder in het ambacht Wateringen een woning met schuur, bijschuur en barg, staande op ruim 6 morgen patermoniaal eigen land. Ten noorden grenst dit vaderlijk erfgoed aan de ‘Cleijne’ of ‘Corte Noortwech’, dus aan dezelfde weg waar in 1557 zijn vermoedelijke vader Jan Hendricxz. woont en vermoedelijk ook eigen grond (ruim 3 morgen) bezit.

Een akte uit 1610 maakt melding van zijn perceel patermoniaal eigen land ter grootte van 1½ morgen genaamd ‘de mient weij’ en dat in het noorden grenst aan de Mientweg en deel uitmaakt van de ruim 6 morgen land bij zijn woning in de Wippolder. Dit perceel heeft aanvankelijk met een stuk land van dezelfde oppervlakte deel uitgemaakt van een groter perceel, waarvan de wederhelft behoort aan de kerk van Monster. Duijvesteijn heeft vóór 1610 deze 1½ morgen van die kerk gekocht.

Het kan haast niet anders of hier is sprake van dezelfde stukken land als genoemd in de leenakten van de 8 hond uit 1583. Als belenders ten noorden van dit leen worden dan genoemd: Jan Henricxz en de kerk van Monster. Als men oudere kaarten van het ambacht Wateringen ter hand neemt, ziet men dat de genoemde Wippolder in het noorden begrensd wordt door de Mientweg en in het zuiden door de korte- of kleine Noordweg; dus zowel Jan Hendricxz als Hendrick Jansz Duijvesteijn zijn tussen de Mientweg in het noorden en de korte Noordweg in het zuiden gegoed. Daarenboven is omstreeks 1600 geen andere Hendrick Jansz te Wateringen aangetroffen dan Hendrick Jansz Duijvesteijn en zeker geen naamgenoot die eveneens in de Wippolder gegoed was. Al met al kan men wel zeker stellen dat Duijvesteijn een zoon was van Jan Hendricxz.

In de jaren 1607, 1608 en 1618 is hij schepen van Wateringen en in transportakten wordt hij steeds als ‘onse mede buijrman’ (te Wateringen) aangeduid. Hij moet meer dan eenmaal gehuwd geweest zijn. De naam van zijn latere vrouw blijkt uit een akte van 16 mei 1603 als Jacob Corneliss, zoon van Cornelis Doessen en Maritgen Cornelisdr, akte van huwelijkse voorwaarden maakt met Ingetgen Cornelisdr, dochter van wijlen Cornelis Adriaenss van Roijen en Lijsbeth Henricxdr, welke laatste nu de vrouw is van Henrick Janss Duijvesteijn.

Op 11 augustus 1607 verkoopt Duijvesteijn uit eigen naam, zowel als voor de gemene erfgenamen van Cornelis Adriaenss van Roijen, een perceel land buiten het dorp Wateringen. Zijn twee zoons kennen wij o.a. uit een akte van 17 mei 1613. Daarin verklaart Henrick Janss Duijvestein ‘onze mede buijrman’ met zijn zoons en borgen ouwe Jan Henricxz Duijvesteijn en jonge Jan Henricxs Duijvesteijn 1550 carolus gulden schuldig te zijn aan Cornelis Maertenss te Wateringen en dat in verband met de koop van een huis met boomgaard in het dorp Wateringen, hetwelk is belast met 16 hoenderen toekomende ‘den huijse van Naeltwijck’. Verder moet er nog een 68 gulden betaald worden welke de verkoper eerder aan het ambacht van Wateringen heeft toegezegd voor het bestraten van het dorp. Op 1 augustus 1620 verkoopt hij deze woning voor f 2200 aan Lenart Claess Vijfhouck, waard in de ‘stofcan’ in het dorp Wateringen, welke eerder in dit huis is gaan wonen. Op 11 oktober 1615 heeft hij nog een huis met tuin in het dorp Wateringen gekocht en wel van de erfgenamen van Jannetge Jansdr, de weduwe van de Wateringse schout Adriaen Aerts Waert. Als medeborgen treden voor hem op de schout Pieter Colis en de secretaris Doe van der Houff. Een jaar later, op 20 februari 1616, doet hij de woning over aan genoemde secretaris van der Houff.

In het ambacht Wateringen bezit Duijvesteijn nog verschillende andere percelen grond, waarvan er enkele zijn verkregen ‘bij den coop sonder mundt’ van Sint Aeghten te Delft en het convent Koningsveld bij Delft.

In de Wippolder bezit hij ook zekere 8 hond land dat hij op 3 december 1614 transporteert. Kennelijk is dit stuk grond, in het noorden grenzend aan de Heerwech, niet identiek met het even grote leen van de hofstad van der Wateringe, want dit wordt in 1620 door Duijvesteijn van de hand gedaan. Hendrick Jansz Duijvesteijn, kennelijk een vrij gezeten persoon in het Wateringse die ook de schrijfkunst machtig is, zal daar tussen 16 juni 1620 als hij het leen van 8 hond overdraagt, en 3 augustus 1624 zijn overleden. Op laatstgenoemde datum transporteren (oude) Jan Heijndrixs Duijvesteijn, Anthonie (Corsen) van Vliet en Abraham (Corsen) van Vliet, als administrateurs van de boedel en goederen van Duijvesteijn, een door hem nagelaten perceel in de Wippolder. Op 31 mei 1630 worden zijn woning en landen verkocht, terwijl in diens nalatenschap ook land in de ambachtsheerlijkheid Cromstrijen in de Hoekse Waard aanwezig is.

Kinderen:

1  Jan Hendriksz Duijvesteijn de oude, geboren ca. 1583, begraven 10 december 1669 in de Nieuwe Kerk te Delft

2  Lijsbeth Hendricks Duijvesteijn, geboren ca. 1585, overleden < oktober 1666. Gehuwd in 1606 te Wateringen met Pouwels Ariensz Verheul, geboren te De Hoorn, overleden < 4 oktober 1666

Jan Hendricksz Duijvesteijn de jonge

4  Annetge Hendricks Duijvesteijn, geboren ca. 1600, overleden 1658-1666. Ondertrouwd op 16 september 1623 te Delft en gehuwd te Wateringen met Cornelis Simonsz van Schagen, boer, overleden < april 1666


4274  Vranck Adriaensz van der Burch, bouwman te Wateringen, zoon van Arijen Vranckensz en Neeltgen Ariens, geboren ca. 1570, overleden 1643-1647

Gehuwd met

4275  Dignum Pieters van der Valck, dochter van Pieter Claesz en Maritgen Maertens, begraven 28 januari 1651 in de Oude Kerk te Delft (#)

Vranck treedt op 18 november 1606 op als erfgenaam van Annetgen Vrijesendr. Hij koopt op 23 september 1612 een stuk land in de Nieuw Wateringveldse Polder. Op 26 maart 1638 legt Vranck Adriaensz van der Burch, welgeboren man van de heerlijkheid, oud circa 67 jaren, een verklaring af.

Op 16 september 1628 treedt Franck Adriaens van der Burch op als oom en voogd van Pieter en Adam Lenartsz van der Valck en van Maritgen Lenartsdr van der Valck, onmondige kinderen van Lenart Pietersz van der Valck en Grietgen Adamsdr.

Op 22 mei 1641 treedt Vranck Adriaensz van der Burch op als grootvader en voogd van de nagelaten weeskidneren van zaliger Engeltge Vrancken, geprocureerd bij Jan Heijnricxz Duijvesteijn, wonende omtrent Quintsheul in het ambacht van Monster. Op 17 mei 1643 is Vranck getuige bij de doop van zijn kleindochter Maeijken Ingeneel. Op 1 juni 1647 bekent Arijen Pieters Valck schuldig te zijn aan Dignom Pieters, weduwe van Vranck Arijensz van der Burch, 400 carolus gulden.

Uit dit huwelijk:

1  Adriaen Vrancken van der Burch, landbouwer te Delft aan de westzijde van de Schie, geboren ca. 1601, overleden > 15 januari 1665. Gehuwd in 1627 te Delft (huwelijkse voorwaarden 4 augustus 1627) met Claesje Cornelis Vlieger

2  Pieter Vrancken van der Burch. Gehuwd op 27 januari 1634 te Berkel met Jannetge Lenerts, geboren te Berkel

3  Marijtgen Vrancken van der Burch, overleden < 16 maart 1689. Gehuwd met Jacob Pietersz Touw

4  Arent Vrancken van der Burch, bouwman te Wateringen, geboren ca. 1616, overleden < 4 juli 1684. Gehuwd in 1659 te Delft (huwelijkse voorwaarden 22 mei 1659) met Trijntje Pieters Duijfhuijs, begraven 31 december 1693 te Wateringen

5  Trijntgen Vrancken van der Burch, overleden < 6 maart 1684

Engeltge Vrancken van der Burch

7  Neeltge Vrancken van der Burch, begraven 5 maart 1663 te Delft. Gehuwd met Arij Cornelisz Ingeneel


4284  Lenert de Zeeuw

Kinderen:

Dirck Lenertsz de Zeeuw

Pieter Lentersz de Zeeuw, bouwman. Gehuwd met Grietje Lenerts, overleden < 3 juli 1621

3  (?) Claes Lenertsz, overleden < 4 maart 1634. Gehuwd met Neeltge Jans, overleden 1640-1641 te Delfgauw

4  (?) Nellitge Leenders

5  (?) Jannitge Lenerts. Gehuwd met Pieter Gerritsz


4286  Inge Jansz, warmoesman, landman, geboren te Delfgauw, geboren ca. 1565, overleden > 23 januari 1633

Ondertrouwd op 28 april 1590 voor het gerecht te Delft (#) en gehuwd op 13 mei 1590 te Pijnacker (#) met

4287  Trijntgen Cornelis, geboren te Delfgauw

Uit dit huwelijk:

1  Jan Ingensz Bruijn, begraven 8 november 1624 te Zoetermeer

2  Marijtgen Ingen (de Oude). Ondertrouwd op 10 april 1616 en gehuwd op 17 april 1616 te Delft met Heijndrick Claesz, bouwman te Delfgauw

3  Jannitgen Ingen, begraven 31 januari 1679 in de Nieuwe Kerk te Delft. Ondertrouwd op 31 januari 1621 en gehuwd op 3 februari 1621 te Delft met Isaac Pleunen van der Koij

4  (Jonge) Marijtgen Ingen. Ondertrouwd op 24 april 1627 te Delft met Cornelis Jansz, bouwman bij ‘t Wout

Pietertgen Ingen


4320  Jacob Pouwelsz Verspeck (de Loose), waard en gezworene van Hof van Delft (1588-1616), bouwman te Delfgauw, zoon van Ouwe Pouwels Claesz van der Speck en Arijaentgen Dircks, geboren ca. 1551 te Rijswijk, overleden 18 december 1628 te Hof van Delft, begraven te Rijswijk. Gehuwd ca. 1580 met Maritgen Jans van der Wilt, geboren ca. 1557, overleden 1632-1640

Gehuwd met

4321  Maritgen Witten

Op een rouwbord in de kerk van Rijswijk (zie foto links) is vermeld dat Jacob “de jongsten soone van Pouwels Verspeck” is met de leeftijd van 82 jaar: hij was op het moment van overlijden echter 77 jaar., bouwman en waard te Delfgauw; gezworene van Hof van Delft 1588 – 1616. Hij is begraven onder de naam De Loose. Op het rouwbord staat vermeld hij 7 kinderen nalaat en er een overleden is. Ook wordt vermeld dat Jacob 57 kindskinderen had waarvan er 18 zijn gestorven en 2 achterkleinkinderen. Het rouwbord vangt aan met de mededeling dat Jacob waert tot Delfgau was. In 1621 en 1626 noemt Jacob zich bouwman,Het bord meldt ook een wapen: op zilver 2 gekruiste zwarte gaffels onderaan verbonden met een zwarte streep een driehoek vormend. Op 23 janurari 1623 vermaakt het echtpaar “uit sonderlinge affectie en lieffde tot ‘t kind , van Pouwels jacob, genaemt Jacob Pouwelsz de sooma van 25 gulden van XL grootten. Op 29 december 1626 vermaakt hetzelfde echtpaar eenzelfde legaat aan het kind van Neeltje Jacobsdr, genaamd Cornelis Aryens.

Uit dit huwelijk:

Pouwel Jacobsz Verspeck

2  Willem Jacbosz Hogewerff


4322  Adriaan Harmensz Overgauw, bouwman, schepen (1578, 1582) en ambachtsbewaarder (1585, 1591) te Hof van Delft, zoon van Harmen Adriaensz, geboren 1534-1539, overleden 1612-1613

Gehuwd in 1570 met

4323  Geertje Jacobs Vrancken, dochter van Jacob Francken en Aeltje Wiggers, geboren ca. 1550, overleden < 22 december 1618

In het 100ste penning kohier van Hof van Delft uit 1579 is opgenomen ‘Adriaen Harmansz woonende opten Overgaeu bruijct in eijgendomme 12 margen weijlant’. Adriaan bouwt in 1608 de “Hammenwoning” te Hof van Delft.

Uit dit huwelijk:

Jaepgen Adriaens Overgauw

2  Harmen Adriaensz Overgauw, geboren ca. 1585, overleden < 15 oktober 1639. Gehuwd in 1606 met Annetge Floris. Gehuwd op 22 april 1609 te Delft met Arijaantje Jacobs Verspeck, overleden < 1658

3  Jacob Adriaansz Overgauw, bouwman, ambachtsbewaarder te Hof van Delft, geboren te Pijnacker, overleden 19 juni 1658 te Hof van Delft. Gehuwd op 7 januari 1609 te Delft met Maritgen Pleunen van der Kooij, geboren ca. 1587 te Hof van Delft, overleden < 1644. Gehuwd met Maartje Pieters

4  Maartje Adriaans Overgauw, overleden 28 januari 1642 te Dorp. Gehuwd met Cornelis Leendertsz van der Hoeve, secretaris en schepen van Dorp (1592), overleden 1641 te Dorp

5  Neeltje Adriaans Overgauw, overleden 1654. Gehuwd met Dirk Dirks van der Claeuw

6  Floris Adriaansz Overgauw, overleden 1662. Gehuwd met Catharina Bruijnen van der Morsch, overleden 1654


4324  Adriaen Corsz van Dijck, zoon van Corstiaen Anthonisz van Dijck van Adrichem en Neeltje Cornelis, geboren ca. 1542, overleden < 1583

Gehuwd ca. 1565 met

4325  Hilleken Jacobs, dochter van Jacob NN en Jannetje Pieters, geboren ca. 1545. Gehuwd met Pouwels Jansz Vos

Uit dit huwelijk:

Pouwel Adriaensz van Dijck van Adrichem


4326  Jan Arentsz Touw van der Burch, gezworene en schepen van Woutharnas, Groenevelt en St. Aegtenrecht (1582), Heilige Geestmeester (1578-1579) en kerkmeester (1583) in De Lier, zoon van Arent Jansz Tou van der Burch en Leentgen Pieters de Backer, geboren ca. 1539 te Naaldwijk, overleden 8 augustus 1595 te ‘t Woud, begraven te De Lier

Gehuwd ca. 1560 met

4327  Neeltgen Willems Corssen van der Vliet, dochter van Willem Corssen van der Vliet en Pietertgen Adams, geboren ca. 1540, overleden 15 september 1606 te De Lier

Op 29 december 1541 is Jan Arent Touwez beleent met de helft van 5½ morgen land in ‘t Woudt. Hij draagt het leen over aan zijn moeder Lenaertgen Pietersdochter, gehuwd met Tou Jansz opte Zwet te versterven op haar oudste zoon Jan Arent Touwez gewonnen bij Arent Tou Jansz. Op 25 februari 1578 Jan Arent Touwez opte Zwet bij doe van zijn moeder Lenertgen Pietersdochter. Op 19 september 1596 Arent Tou Jansz hulde door Pouwels Adriaensz van Dijck, bij dode van zijn vader Jan Arent Touwez.

Op 20 oktober 1565 bekent Jan Touwesz aan Lenertge Pietersdr, sijne moeder, schuldig te zijn de somme van f 9600 wegens de koop van de woning daar Lenertgen voorschreven nu ter tijd op woont en verbindt daartoe de woning en nog de helft van 32 morgen 2 hont eigen land in de Hof van Delft.

Op 25 februari 1578 oorkonden de schepenen van Woutharnas en Groeneveld dat zij ‘verleent hebben verlijen en verleenen mitsdesen onse brieven Jan Arent Touwens opt Swet, de helft van sestalff margen lants gelegen opt Wout in Jansambacht van Groenevelt gemengder aerden mit hen ende zijne mede erfgenaemen van wijlen Arent Touwe Janss sijn vader, belegen opte oostzijde selver mit eijgen, mit der erffgenaemen voorss opt zuijteijnde die Vlietsloot, opto westzijde hij selffs mette voornoemde andere erffgenaemen, opt noorteijndc de Swetwech den voorn. Jan Arent Touwenss aengecomen bij doode ende overlijden van Lenaertgen Pietersdochter sijne moeder, die tselve lant van ons te leen te houden plaeh’. In mei 1584 koopt Jan Arent Touwes van zijn broer Arent Touw Jacobsz alle percelen land die hij door het overlijden van hun moeder Lenertgen Pieters in bezit is gekomen. ‘Te weten eerst een vierdepaert van sestalff margen lants genaemt die vette wij belast met boterpacht, belopende die seven margen met een kinnetgen boters, mitsgaders elcke margen III blancken tsjaers,, belendt aen de noordzijde die swedtwech, doestzijde Adriaen Jacob Bruijnsz en Cornelis Jorisz tijsuijtende ende de westzijde Jan Touwez voorss met S. Urselen convent. Noch een vierdepaert van XVI hontlants genaemt tbuijtelant dair een Bijstuijn opstaende is, belendt aentsuijteijnde die Swedtwech aentnoorevnde de swet, twesteijnde Jan Reijersz tot Delff. Noch een vierdepaert van XXX morgen 11 hont lants eijgen ofte vrijlant in welcke XXX margen 11 hont lants begrepen is het leen ende is groot omtrent II margen III hont, belendt het noerteijnde de Swetwech doestzijde Jan Touwez ende S. Urselen convent tzuijteijnde de molensloot de westzijde Jan Reijersz voorschreven. Noch die helft van V½ margen lants gelegen opt Woudt inde polder genaemt poeldijck ende is belendt aent noorteijnde die Swedtcae aent zuijteijnde de molensloot ande oestzijde Pieter Allertsz cum socijs ende Crijntgen Jansdr de wede van Claes Prsz aende westzijde het gasthuijs te Delff. Ende geeft hij comparant opte coepe vande zelve landen toe zijn gerechte helft vande ruijetvelde inde Lijer mits dat den comparant triet dair opwassende zal moegen laten snijden zoelange zij gebroeders beijde in levende liive zijn. Geeft hij comparant noch de gerechte helft van een halff margen buijtenlants gelegen opt Woudt aende woninge van Claes Dircxs alias Osgen ende Arent Cornelisz beijde opt Swedt’.

Op 23 juni 1588 oorkonden de schepenen van Woutharnas en Groeneveld dat ‘Joris Cornelisz, wonende jegenwoerdich int amboecht van Naeltwijc, verkocht aan Jan Arent Touwensz, wonende inde parochie van de Lijer inden amboecht van Woutharnasch, een woninge met huijs, bijhuijs, schuijr, barge ende gheboemte dair op staende voor vrij eigen mitsgaders ende dartich margen drie hont acht en tsestich gaerden lants alle leggende in den amboecht van Woutharnasch in Groeneveltsepolder aen de swedtkaede ofte swedtwech’.

Op 24 september 1590 en 24 oktober 1591 treedt Jan Touwen van der Burch op als oom en voogd over Maertgen Jansdr, weeskind van zaliger Jan Willem Corsz te Naaldwijk. Op 19 januari 1593 treedt Jan Thouw Arendsz van der Burg op als oom en voogd van vaders zijde van Joris Cornelisz opde Vlijet te Naaldwijk bij het opstellen van diens huwelijksvoorwaarden met Neeltgen Touwen te Delfgauw.

Uit dit huwelijk:

1  Claes Touw van der Burch, geboren ca. 1570, overleden ‘omtrent inde Vasten’ 1610. Gehuwd in 1608 (huwelijkse voorwaarden 19 juli 1608) met Maritge Claes Vercroft, geboren ca. 1590, overleden > 1622

Jannitgen Jans Tou van der Burch

3  Pietertje Jans Tou van der Burch, geboren ca. 1580 te Naaldwijk, overleden > 12 oktober 1645. Gehuwd op 31 mei 1609 te Naaldwijk met Jacob Riddersz Dockum, ambachtsbewaarder (1612-1614) en schepen (1617-1618) te Vlaardingerambacht, bouwman in de Holierhoekse polder, geboren ca. 1570 te Opmeer, overleden 1618-1619 te Vlaardingen

4  Willem Jansz Touw van der Burch, achtman te Vlaardingen (1614), overleden 1637-1639. Gehuwd met Annetje Gerrits Brouck, overleden 1615-1617 te Vlaarderingerambacht

5  Arent Jansz Thou van der Burch, begraven 12 januari 1630 in de Oude Kerk te Delft


4328  Franc Oliviers Inhouck, zoon van Olivier Adriaensz en Marijtje Vrancken, geboren ca. 1540

Gehuwd op 1 februari 1575 te Naaldwijk (#) met

4329  Crijntje Jans, dochter Jan Jans Mijnheer en Aeltge Dircks, geboren ca. 1555, overleden 1578

Volgens de rekening die de weduwe van Willem Moens, in zijn leven rentmeester van het Capittel van St Marie op het Hof te ‘s Gravenhage, overlevert aan de rentmeester Joost van Leeuwen, is Vranck Oliviers, in plaats van Joris Willemsz, over het jaar 1572 van de pacht van 5 morgen buitendijks, nog 16 pond verschuldigd, welk bedrag reeds blijkt te zijn voldaan.

Op 20 maart 1578 oorkonden Jacob Pietersz en Sijmond Hendricksz, schepenen te Maeslandt, Corstiaen Pietersz en Jan Huijgensz, schepenen te De Lier, dat Gerrit Jansz van Schipluiden, mede als voogd over de weeskinderen van wijlen Adriaen Claesz in Rijwijckerhouck, Querijntgen Jansdochter gehuwd met Vranck Oliviersz, Jopgen Jansdochter gehuwd met Cornelis Gorisz, en Maritgen Jansdochter gehuwd met Blaserus Jorisz, als erfgenamen van hun moeder Aeltgen Dircxdochter, verkopen aan Hendrick Aemsz van der Burch de helft van een woning met huis, bijhuis, berg en geboomte en van 9 morgen eigen land in Borgersdijck in de jurisdictie van Maeslant en van de Lier, volgens de oude brief dd 20 september 1553 gepasseerd door Cors Jacobsz ten behoeve van Jan Jansz Mijnheer. Bezegeld door Leendert Philipsz, baljuw en schout van de Lijer.

Op 28 juni 1579 verkopen Vranck Oliviers voor de ene helft en Joris en Willem Corneliszonen als mannen en voogden van hun huisvrouwen voor de andere helft samen met Job Claesz Snijer, een huis en erf in Naaldwijk, noord Claes Ariens metselaar, west Cornelis van Reijnegom, zuid Arent Gerritsz, oost ‘s Herenstraat. Voor Vranck is Philip Anthonisz waarborg, voor de kopers Cornelis Aertsz Ketelaer.

Uit dit huwelijk:

Olivier Francken Inhoeck

2  Jan Francken Inhoeck, geboren ca. 1578, begraven 1 mei 1611 te Naaldwijk. Gehuwd op 22 november 1609 te Naaldwijk met Maartje Joosten Verkroft, geboren ca. 1590, begraven 15 december 1630 te Naaldwijk


4330  Joost Jacobsz Vercroft, schepen van Honselersdijk (1589), zoon van Jacob Cornelisz van der Croft en Neeltje Cornelis, geboren ca. 1560, begraven 5 november 1621 te Naaldwijk

Gehuwd ca. 1582 met

4331  Geertje Dirks, geboren ca. 1560, overleden 1625-1628

Joost verkoopt op 24 september 1583 te Naaldwijk een rente. Hij woont dan ‘upte Wael wp dijckrecht’. Hij wordt op 21 februari 1586 beleend met 4 hond land. Na hem volgt op 13 juni 1624 zijn schoonzoon Olivier Vranckensz.

Op 28 april 1612 koopt hij in Naaldwijk een huis van Claes Huijgens. Op 24 november 1613 kopen Olivier Vrancken en Jonge Jan Jansz Foreest, wonende binnen Naaldwijk, van Joost Jacobsz Vercrocht, hun schoonvader, circa 8½ morgen leenland in Honselersdijk, in leen gehouden van de Lek en Polanen, uitgezonderde de 4 hond land die in leen gehouden wordt van het huis van Naaldwijk, en nog een vogelkooi. Er volgen vele voorwaarden en bepalingen ten aanzien van het gebruik door verkoper. Draagt op 5 april 1614 aan zijn schoonzoon Jan Jansz Jonge Foreest over de woning genaamd “De Poel” op de grens van Naaldwijk en Monster. Hij stelt zich op 13 juni 1617 in Honselersdijk samen met Oude Jan Jansz van Foreest borg ten behoeve van hun (schoon)zoon Jan Jansz van Foreest.

Geertje Dircksdr testeert op 7 februari 1622 waarbij haar drie kinderen erven. De kinderen verkopen hun huis op 25 mei 1631.

Uit dit huwelijk:

1  Maartje Joosten Vercroft, geboren ca. 1590, begraven 15 december 1630 te Naaldwijk. Gehuwd op 22 november 1609 te Naaldwijk met Jan Franken van Inhoeck, geboren ca. 1578, begraven 1 mei 1611 te Naaldwijk. Gehuwd op 20 oktober 1611 te Naaldwijk met (Jonge) Jan Jansz van Foreest, bouwman en weesmeester van Naaldwijk, gedoopt 7 augustus 1588 te Naaldwijk, begraven 8 januari 1645 te Naaldwijk

Neeltje Joosten Vercroft


4332  Maerten Jacobs, overleden < 1618

Gehuwd met

4333  Crijntje Ariens, overleden < 1618

Uit dit huwelijk:

Maerten Maertensz Sprockenburg

2  Adriaen Maertensz Sprockenburg. Ondertrouwd op 23 mei 1620 en gehuwd op 7 juni 1620 te Delft met Jannitgen Goverts, begraven 31 augustus 1621 in de Nieuwe Kerk te Delft. Ondertrouwd op 2 maart 1624 en gehuwd op 17 maart 1624 te Delft met Trijntgen Jans. Gehuwd met Sara Cornelis van Brederveld, begraven 1 augustus 1677 in de Oude Kerk te Delf

3  Jacob Maertensz Sprockenburg, bouwman, begraven 19 juni 1658 in de Nieuwe Kerk te Delft. Gehuwd met Baefgen Dircx, overleden < april 1623. Gehuwd met Grietge Ariens, begraven 6 mei 1676 in de Nieuwe Kerk te Delft


4336  Leendert Jacobsz Noordermeer, geboren ca. 1560, overleden < 1622

Gehuwd met

4337  Maritgen Willems

Uit dit huwelijk:

Gerrit Leendertsz Noordermeer

2  (?) Jacob Leendertsz. Gehuwd met Neeltgen Adriaens

3  (?) Cornelis Leendertsz

4  (?) Elizabeth Leenderts. Gehuwd met Louris Jacobsz


4338  Cornelis Lenaertsz Keijseroom, zoon van Leendert Jaspersz en NN Jans, geboren ca. 1560, overleden 1627-1630. Gehuwd > 1 mei 1623 met Maritgen Cornelis

Gehuwd ca. 1585 met

4339  Neeltgen Jans, geboren ca. 1560, overleden < 16 december 1620

Uit dit huwelijk:

1  Jannitgen Cornelis Keijseroom, geboren ca. 1585, overleden < 22 april 1656. Gehuwd met Cornelis Maertensz Peet. Gehuwd met Gerrit Leendertsz Schaeckenbosch, geboren ca. 1585, overleden 1660

2  Ariaentgen Cornelis Keijseroom, overleden > 24 mei 1638. Gehuwd op 26 januari 1603 te Wilsveen met Jan Dircksz Backer, overleden 1626-1632

3  Elisabeth Cornelis. Gehuwd op 21 juli 1612 te Zoetermeer met Jacob Engensz, geboren ca. 1578, overleden 1638 te Zoetermeer

4  Leendert Cornelisz Keijseroom, overleden < 24 april 1633. Gehuwd met Grietgen Baerthouts

5  Trijntje Cornelis. Gehuwd op 19 december 1609 te Wilsveen met Leendert Jacobsz Vermarck, overleden < 2 mei 1638. Gehuwd op 24 mei 1638 te Benthuizen met Sijmon Arijensz Backer

6  Neeltgen Cornelis, overleden 1618. Gehuwd op 17 januari 1599 te Wilsveen met Simon Leendertsz Mondius, overleden 1624-1616

Maritgen Cornelis


4434  Jean Pipelet

Kinderen:

1  Antoinette Piplet, overleden > 20 juni 1680. Gehuwd met Jean l’Ami

Marie Pipelet

3  Elisabeth Piplé. Gehuwd met Nicolas Coffin


4458  Gerrit die Hooch, overleden < 30 november 1638. Gehuwd op 29 maart 1587 te Tiel met Elizabeth Stecken Gerijts

Gehuwd met

4459  Agnes Zegers, overleden < 29 maart 1587

Uit dit huwelijk:

1  Zeger de Hooch

2  (?) Willemgen Gerrits de Hooch


4460  Adam Hendricksz Billichius, gereformeerd predikant te Asperen (1572), te ‘s Gravenzande (1578-1593), te Hippolytushoef (1593), Montfoort (1594-1596), Ingen (1596-1607) en Culemborg (1606), geboren ca. 1550 te Keulen of omgeving, overleden 1624 te Culemborg

Adam studeert waarschijnlijk in Keulen, waar de latere jezuiet Rosenbod zijn studiegenoot is. Vermoedelijk is hij reeds voor zijn komst naar de Nederlanden overgegaan tot de gereformeerde kerk. Als predikant van ‘s Gravenzande geniet hij aanvankelijk het vertrouwen van zijn ambtgenoten. Hij wordt door de classis ‘s Gravenhage afgevaardigd om te bemiddelen in geruchtmakende zaken, betreffende C. Coohaes, H. Herberts en H. Hortensius.

Naar zijn eigen woorden zijn het ‘die scismata, die in Hollant ontstaen zijn, die ick genoemt hebbe Calvino-Coolhasianen, Calvino-Hermanisten etc’, die hem aan het twijfelen brengen. Zijn afzetting als predikant van ‘s Gravenzande is echter niet het gevolg van een leergeschil, maar wordt ingeluid door een zedenschandaal met een dienstmaagd. Hij weigert, als weduwenaar, na een bijslaap de huwelijksbeloften na te komen, omdat hem ter ore is gekomen dat zijn niet van onbesproken gedrag is. Het financiële akkoord dat hij met haar sluit vindt geen genade in de ogen van de Haagse classis, die oordeelt dat hij door deze onverkwikkelijke affaire in ‘s Gravenzande niet langer zijn ambt naar behoren kan vervullen. Een verbitterde Adam benut die tijd die door de classis vergund wordt voor studie, om zijn steeds sterker wordende bedenkingen tegen de gereformeerde leer en zijn hang naar het katholicisme op papier te zetten. Als predikant van Wieringen en Montfoort weet hij zich lange tijd aan het toezicht van kerkelijke vergaderingen te onttrekken. Het bekend worden van de inhoud van zijn twee geschriften (het ‘groote’ en ‘kleine’ boek, van één ervan begint de titel met “Redenen waerinne”) leidt echter in 1595 tot zijn arrestatie, nadat hij door zijn ambtgenoot H. Boxhorn naar Woerden is gelokt. De voornaamste beschuldigingen tegen Adam hebben betrekking op laster tegen predikanten en kerkelijke vergaderingen. Daarnaast wordt hem zwaar aangerekend dat hij contacten onderhoudt met Caspar Ulenbergius, pastoor en kanunnik van St. Cunibert te Keulen, die grote bekendheid geniet als pleitbezorger van de RK zaak. Hij wordt overgebracht naar de Voorpoort in Den Haag en, na acht maanden detentie, veroordeeld tot verbanning uit Holland, Zeeland en Utrecht. Ook wordt hij ‘inhabil tot eenige diensten’ verklaard.

Hij vestigt zich na zijn vrijlating in Arnhem, waar hij in zijn ‘lantsman’ J. Fontanus een invloedrijke beschermer vindt. Ook J. Wtenbogaert trekt zich het lot van Billicius aan en ondersteunt diens pogingen om als predikant op de kansel terug te keren. De provinciale synode van Zuid-Holland stelt zich op het standpunt dat dit pas mogelijk is nadat hij met een openbare schuldbekentenis zijn dwalingen zou hebben herroepen. Billichius stelt een confessie in het Latijn op schrift die hij wil laten drukken, maar hij weigert hieraan de vereiste schuldbekentenis toe te voegen. Ondanks de druk uit Zuid Holland, maar met instemming van classis Tiel kan hij in Ingen het predikambt hernemen. Uiteindelijk neemt de synode genoegen met een publieke afkondiging van zijn schuldbekentenis in de drie gemeenten waar hij voorheen gestaan heeft. Billichius manifesteert zich daarna niet langer als een twijfelaar tussen Rome en Reformatie, maar raakt stevig geworteld in de gereformeerde kerk (Bron: Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme, deel 5, 2001).

Kinderen:

Henricus Billichius


4468  Jan van Schuijlenborch

Kinderen:

Cornelis Jansz van Schuijlenborch

2  Wouter Jansz van Schuijlenborch, overleden < 1 december 1603. Gehuwd met Gauken Ghijsberts, overleden > 20 december 1603

3  Jan Jansz van Schuijlenborch


4608  Arnoldus Beersmans, zoon van Peter Beersmans, geboren ca. 1565, overleden 1639-1645

Gehuwd met

4609  Maijcken Bruijlmans, overleden > 3 februari 1645

In 1613 vraagt Arnoldus ‘een dach van rekeningen’. In hetzelfde jaar spant hij een proces aan tegen Jannen van Aelst omdat deze ‘een hoel van eenen graecht heeft uijtgeveecht hem aldaer es toebehorende’.

In het cijnsregister van Vessem uit 1639 ‘Aert Beersman erffgenaem tot Vessem op te Halve Mijle voor twee agsten’. Op 3 februari 1645 is Maijcken vermeld als weduwe.

Uit dit huwelijk:

Martinus Arnoldus Beersmans

2  Wilhelmus Arnoldus Beersmans, overleden > 20 augustus 1637

3  Joannes Arnoldus Bersmans, landbouwer te Vessem. Gehuwd met Adriana Peters Roeffs

4  Henricus Arnoldus Beersmans. Gehuwd met Joanna Valerius

5  Peter Jan Aert Beersmans, begraven (?) 18 maart 1636 te Vessem

6  Maria Arnoldus Beersmans. Gehuwd 1645-1646 met Pauwel Bettermans

7  Marcelis Aert Beersmans


4658  Frans Petersz, overleden ca. 1624

Gehuwd met

4659  Lijntken Peter Wouters, overleden ca. 1624

Momboirboek ‘s Hertogenbosch 3 september 1637: Peter Jan Bruer Visschers, op de Beexsche donck, neef paternel en Jan Lamberts, neef van moederszijde, zijn momboirs over Henricxken, onmondige dochter van wijlen Frans Peters bij Lijntken zijn huisvrouw, dochter van wijlen Peter Wouters. Haar ouders zijn voor dertien jaar overleden. Henricxken woont bij haar oom Eckart Henricx, metser te ‘s Hertogenbosch, in huwelijk hebbende Marike dochter van Peter Wouters, zuster van de moeder. Een zuster van Henricxken is getrouwd met Henrick Jans van Deursen, te Erp. Jan Lamberts is overleden en vervangen door Matthijs Jansz.

Uit dit huwelijk:

NN Fransen

2  Hendrickxen Fransen


4690  Derick Knoups, molenaar op de Cnopsmolen te Neer

Kinderen:

Theodora Cnops

2  (?) Theodorus Knoeps. Gehuwd met Joanna NN


4752  Mathias Houben, zoon van Joannes Houben en Maria Gijsen, geboren ca. 1580

Gehuwd op 18 juni 1606 RK Lambertus te Nederweert (#) met

4753  Helwigis van Hout, dochter van Wilhelmus van Hout en Wendel NN, gedoopt 1 januari 1570 RK Lambertus te Nederweert (get: Arent Reijners, Antonia Laemen)

Uit dit huwelijk:

1  (?) Mechtildis Houben, gedoopt 6 maart 1607 RK Lambertus te Nederweert (get: Martinus Vliegen, Emerentiana Barbarae)

2  (?) Joanna Houben, gedoopt 9 november 1609 RK Lambertus te Nederweert (get: Joannes Hovels, Maria Belen)

3  Michael Houben, gedoopt 1 oktober 1612 RK Lambertus te Nederweert (get: Jan Stoeten, Lijsken Houben)

Godefridus Hoeben


4754  Joannes Driemans

Kinderen:

1  Joannes Driemans. Gehuwd op 19 april 1636 RK Lambertus te Nederweert met Gertrudis Kempen

Elisabeth Driemans

Margareta Driemans


4788  Henricus Bongaerts

Gehuwd met

4789  Joanna NN

Uit dit huwelijk:

1  (?) Ruth Bongaerts

2  Petrus Bongarts, gedoopt > 24 juni 1607 RK Lambertus te Nederweert (get: Joannes Lenssen, Catharina Stultmans)

3  Geertrudis Bongars, gedoopt > 15 augustus 1610 RK Lambertus te Nederweert (get: Anthonius Janssen, Dimphna Bongaers)

4  Godefridus Bongers, gedoopt 20 januari 1616 RK Lambertus te Nederweert (get: Joost Fijen)

5  Heilwigis Bongers, gedoopt 20 januari 1616 RK Lambertus te Nederweert (get: Petrus Stopmans, Joanna)

6  Maria Bongaerts, gedoopt 22 oktober 1619 RK Lambertus te Nederweert (get: Christianus Tijs, Gertrudis Huijben)

7  Theodorus Bongarts, gedoopt 10 november 1626 te Thorn (get: Elisabeth Koppens, Joannes van Wassenborgh)


5012  Claes Pietersz de Winter, overleden > 7 november 1638

Op 2 september 1634 vindt de verkoop plaats van 6488 roeden vijf voeten lants affgedolven van verschaijden parceelen lants wesende nu tegenwoordich den Twischdijck, streckende van Nauwertnae aff tot de banschaijt van Crommenie, aen de Hooftingelanden, Dijckgraeff ende Hemraeden vande Schermer door de landeijgenaren, waaronder Pieter Claesz de Winter voor Claes Pietersz sijn vader ende Anna Claes sijn moije.

Kinderen:

1  Pieter Claasz de Winter, geboren ca. 1600, overleden 1636-1637. Gehuwd met Marij Claas

2  Jan Claasz de Winter. Gehuwd < 1632 met Trijn Rengers

Roelof Claasz de Winter

Anna Claas de Winter


5024  Willem Claesz Rijs, zoon van Claes Willemsz Rijs en Aecht Arents, geboren ca. 1590, overleden april-december 1636

Gehuwd < 17 februari 1623 met

5025  Griet Jans. Gehuwd met Claes Willemsz

Op 1 maart 1613 verkopen Claes Dercxz Moll, Cornelis Jansz Moellenaer ende Pieter Aerntsz als voochden vande naegelaten kinderen wijlen Pieter Jan Aerians ten overstaen ende consent van Jan Claesz Coen ende Cornelis Jansz Biersteecker weesmeesteren, aen Willem Claesz Rijssen onse buijerknecht, een omloopgen groot 125 roeden leggende int noort endt, voor de somme van f 80, te betaelen op twee toecomende meijen.

Op 16 mei 1614 verkoopt Willem Claesz Rijssen voor hem selven, vervangende zijn moeder broeder en zuster, aen Jan Dercxz Haesserden, een perceel uiterdijcx leggende over die Leegendijck groot 123 roeden, streckende vande Dijck off tottet Meertgen toe, voor de somme van f 150. Op 23 februari 1616 verkoopt Jan Dercxz Haesserden aen Willem Claesz Rijs een perceeltgen uiterdijcx leggende buijten die Leegendijck, mette Leegendijck ende Meertgen beslooten, voor de somme van f 134 gereet gelt.

Op 24 november 1617 verkoopt Willem Claesz Rijssen voor hem selven ende vervangende zijn moeder aen Jan Allertsz een stucke landts groet 123 roeden leggende buijten den Leegendijck, streckende vande Meer totten Leegendijck toe, voor de somme van f 145. Op 6 maart 1618 verkoopt Jan Willemsz aen Willem Claesz Rijs een omloop ackerlandts mette tuijntges groet 266 roeden gecomen van Derck Jell leggende int noort endt, voor de somme van f 266. Op 1 februari 1619 verkoopt Claes Jansz Backer aen Willem Claesz Rijs midtsgaders Dirck Cornelisz, Thoenis Gerritsz, Cornelis Garbrantsz ende Henrick Claesz zijn medestanders, een huijs ende erff daer voorschreven Backer nu in woont mitte geheele sloot besuijden aende worff geleegen ende gestaen int noot endt, streckende van sHeerenwech off tot het achterslootgen toe, voor de somme van f 1062.

Op 17 februari 1623 verkopen Jan Willemsz, nu woenende inde Beemster, Sijmon Claes Conincx als voocht van Guertgen Willems, ende Baert Jans als voocht van Michiel Willemsz, tsaemen erffgenamen wijlent Claes Willemsz, Willem Claesz Rijs getrout hebbende Griet Jans weduwe wijlen Claes Willems voornoemd, aen Alidt Jan Thijssen weduwe wijlent THijs Jans, een huijs hoijhuijs ende erff int noort endt, te weeten van Jan Willemsz vier twaelffde paerten, Sijmon Claes ende Baert Jansz als voochden voorschreven twee twaelffde paerten, ende Willem Claesz Rijs ses twaelffde paerten, voor de somme van f 670. Op 13 december 1623 verkoopt Willem Claesz Rijs nomine uxoris (swaeger vande cooper) aen Jacop Jansz onsse buijrvrijer, de gerechte helft vant hoijhuijs ende erff onverdeelt ende gemeen met die cooper int Kerckvierendeel, streckende vande Wechsloot off tot tachter lant toe, voor de somme van f 250.

Op 12 januari 1624 verkopen Willem Claesz Rijs nomine uxoris, Cornelis Engelsz vant Hoff als voocht van Jacob Jansz onmondige soon van Jan vande Caijck ende de Weesmeesteren van Assendelft, aen Claes Roeloff Zijmons, die gerechte helft van een stucke landts genaempt ‘die Vooruijts ven’ geleegen in Jaep Heijnen weer aende Wech vant Wecheijnde groot die selffde helft 695 roeden, voor de somme van f 2120. Op zelfde datum verkopen Willem Claes Rijs nomine uxoris, Cornelis Engelsz vant Hoff en Adriaen Jansz als voochden van Jacob Jansz, aen Garbrant Theuwes, een acker veen landt genaempt ‘tOpper omloopgen’ groot 180 roeden geleegen in Jaep Heijnnen weer over den Delft, voor de somme van f 126.

Op 18 april 1625 verkoopt Willem Claesz Rijs aen Pieter Ghijsbertsz een acker landts groot 70 roeden geleegen achter Jan Souboutsz uijt, voor de somme van f 30 gereedt gelt. Op zelfde datum verkoopt Heijndrick Engelsz aen Willem Claesz Rijs een ackertgen lants groot 50 roeden geleegen in Oukes weer, voor de somme van f 25 gereedt gelt. Op 23 mei 1625 verkoopt Niel Cornelisz nomine uxoris voor hem selven ende voor Dirck Pieters Allerden zijn swaeger, aen Willem Claesz Rijs, een ackertgen ofte ommelopgen landts groot 161 roeden geleegen achter Kees Steffens uijt, voor de somme van f 162.

Op 6 januari 1626 verkoopt Jacop Claesz als vader ende voocht van Alijt Jacopsdr met haer kindt, aen Willem Claesz Rijs, twee veenackers geleegen in Oukes weer sijd op sijde groot tsaemen 340 roeden, voor de somme van f 518. Op 10 juli 1626 verkoopt Harmen Rutgersz voor hem selven, Cornelis Cornelisz alias Cornelis Mieussen als voocht van Guertgen Harmensdr sijn susters dochter en ten overstaende van Weesmeesteren, aen Aecht Arents weduwe wijlent Claes Willemsz Rijssen ende Willem Claesz Rijs haer soon, elck die gerechte helft van een stucke lant genaemt die ‘Buijtkaijck ven’ gelegen achter Heijnrick Engelsz uijt groot 1164½ roeden, voor de somme van f 2312.

Op 12 februari 1627 verkoopt Willem Claesz Rijs nomine uxoris aen Willem Pieters den Ouwes een veenacker groot 112 roeden geleghen in Heijndrick vande Laens weer, voor de somme van f 70. Op zelfde datum verkoopt Willem Claesz Rijs aen Marij Michiels, weduwe met haer kinderen wijlent Willem Jans, een acker landts genaempt het ‘Schapen kampgen’ groot 106 roeden gelegen achter Piet Nomelen uijt, voor de somme van f 28. Op 30 april 1627 verkoopt Arent Claes Rijs ons buijrvrijer uit naem van Willem Claes Rijs zijn broeder, aen Dirck Claesz Mol, twee veen campen deen gelegen in Oukes weer binner Delft groot 140 roeden, ende dander over den Delft groot 65 roeden int selffde weer, voor de somme van f 160 gereedt gelt.

Op 23 februari 1629 verkoopt Willem Claes Rijs voor hem selve ende voor Aecht Arents sijn moeder, mitsgaders voor sijn broeder ende susters, aen Dirck Claes Mol, een huijs ende erff int noort eijnde, voor de somme van f 600. Op 5 mei 1629 verkoopt Jan Jansz Peet, onse collega int Schepenampt van weghen Cornelis Jansz sijn broeder, Gerrit Dircxz ende Gerrit Arisz beijde buijerluijden tot Crommenie soo voor haer selven mitsgaders haer oock voorde meerdere erffgenaemen wijlent Hillegundt Gerrit Aris haere respective saliger moije, aen Willem Claesz Rijs ende Jan Jansz Peet, het erff met deene helft ende Gerrit Dircxz ende Gerrit Arisz dander helft van huijs twelck Hillegundt Gerrit in haer leven bewoondt heeft, streckende met sijn erff vande Heerenwech off tot achter slootgen toe, voor de somme van f 222.

Op 15 februari 1630 verkoopt Arent Claesz Rijs, onse buijervrijer, uijt naem ende van weghen Willem Claes Rijs sijn broeder, aen Jan Gerrit Thuenis mede onse buijrvrijer, een acker landts groot 190 roeden gelegen achter Aecht Arents uijt, voor de somme van f 237.10. Op 16 mei 1630 verkoopt Willem Jan Baernden nomine uxoris aen Willem Claesz Rijs ende Jan Gerrit Huijghen, een gerechte vierdepaert van twee de leste termijnen van seecker custingbrieff monterende int geheel f 1035, spreckende op Claes Cornelisz te betalen op drie deerst comende maij daghen, voor de somme van f 151.10. Op 17 mei 1630 verkoopt Willem Claesz Rijs, vervangende Reijm Pietersz buijrman tot Uijtgeest, aen Claesz Jansz tot Crommenie, alsulcke eijgendoom ende aenpaert als Reijm Pietersz competeerde in een stucke lants genaemt het uijtereijnde van ‘Rijssen ven’ groot tselvige uijtereijnde 998 roeden gelegen in Claes Heijnnen weer onverdeelt met de kooper gemeen, voor de somme van f 900.

Op 26 september 1631 verkoopt Willem Claesz Rijs aen Engel Gerritsz een huijs ende erff opt noort eijnde, streckende vande Heerenwech off tot het achterlandt toe, voor de somme van f 305. Op 2 januari 1632 verkoopt Sijmon Claesz Wildeboer aen Willem Claes Rijs (Arent Claes Rijs onse buijrvrijer voor sijn broeder) een stucke landts groot 1407½ roeden gelegen achter Niel Kees Ebben uijt over de Kaijck, voor de somme van f 1689. Op zelfde datum verkoopt Arent Claesz Rijs, onse buijrvrijer uijt den naem ende van wegen Will Claesz Rijs sijn broeder, aen Heijnrick Maertsz, de rechte helft van een stucke landts genaemt ‘Harmens ven’ vant uijtereijnd in groot dvoorschreven helft 583 roeden gelegen voor de voornoemde Rijssen uijt, voor de somme van f 1056.13.12. Op 20 februari 1632 verkoopt Dirck Simons, soo voor hem selven als oock voor sijn moeder broeders ende susters ende Pieter Claesz tot Westsanen, aen Willem Claes Rijs ende Jan Cornelis Roeloeven, een huijs ende erff gelegen aende Leegendijck, voor de somme van f 144.

Op 2 april 1632 verkoopt Claes Jansz vanden Dam tot Crommenie aen Willem Claesz Rijs een vijfdepaert vant huijs ende erff leggende aende Leegendijck onverdeelt ende gemeen met de kooper ende Pieter Jansz den Ouwes, voor de somme van f 36 gereet gelt. Op zelfde datum verkoopt Willem Claesz Rijs, soo voor hem selven als oock voor Jan Cornelis Roeleven, aen Jan Sijmonsz nu ter tijd woonende tot Crommenie, een huijs ende erff aende Leegendijck, voor de somme van f 180. Op 7 oktober 1632 verkoopt Arent Claes Rijs ende oock voor Willem Claes Rijs sijn broeder, aen Jan Cornelis Roeleven onse buijrvrijer, de gerechte helfte van Gerrit Rijssen huijs de vierdepaert vant hoijhuijs met een gerechte vierdepaert vande worff aende Leegendijck met Pieter Jansz den Ouwes cum socijs gemeen ende onverdeelt, voor de somme van f 200.

Op 19 maart 1634 verkoopt Pieter Allerden aen Willem Claesz Rijs een ackertgen lant genaemt ‘Koppes kampje’ groot 135 roeden leggende achter Evert Lauwen uijt, voor de somme van f 105 gereet gelt. Op 16 juni 1634 verkoopt Arent Claesz Rijs uijt naem ende van wegen Willem Claesz Rijs sijn broeder, aen Claes Cornelisz Steffens, twee veenackers leggende achter Cornelis Dircksz uijt sijd op sijd binner Delft, voor de somme van f 280 gereet gelt. Op 2 september 1634 vindt de verkoop plaats van 6488 roeden vijf voeten lants affgedolven van verschaijden parceelen lants wesende nu tegenwoordich den Twischdijck, streckende van Nauwertnae aff tot de banschaijt van Crommenie, aen de Hooftingelanden, Dijckgraeff ende Hemraeden vande Schermer door de landeijgenaren, waaronder Aerent Claes Rijs voor Willem Claes Rijs, sijn broeder. Op 4 maart 1635 verkoopt Lambert Jacobsz, bode van Nieuwkoop met procuratie van Ed. heer Johan Buijtenwech heere van Nieuwkoop Noorden, aen Willem Claesz Rijs, een stucke lants leggende inde noorderste Hondert Gaerden groot 500 roeden voor de somme van f 750.

Op 9 maart 1635 verkoopt Willem Claesz Rijs aen Neeltgen Gerritsdr, weduwe van Laurens Laurensz ende aen Simon Laurensz haer soon, elck de gerechte helft van een stucke lants genaemt de ‘Buijtkeijck’, groot int geheel 1407 roeden achter Niels Kees Ebben uijt, voor de somme van f 2100. Op dezelfde datum verkoopt Willem Claesz Rijs, als broeder ende voocht van Neel Claesdr weduwe wijlen Pieter Bouwesz, aen Hendrick Maertsz, het uijtereijnde van een stucke lants genaemt ‘Mannen ventgen’ tot de gerechte helft toe groot int geheel 786 roeden leggende in Mannen weer, voor de somme van f 660 gereet gelt.

Op 26 maart 1635 verkoopt Jan Cornelisz Baernden nomine uxoris aen Willem Claesz Rijs een stucke lants genaemt de Boeveech leggende opte Wechsloot groot 1080 roeden int noord eijnde, voor de somme van f 1520 gereet gelt. Op 9 november 1635 verkoopt Claes Cornelisz Steffens aen Willem Claesz Rijs ende Jacob Gerritsz elck een gerechte helft van een stucke landts genaemt het ‘Achter ventgen’, groot 511 roeden leggende in Neel Gijsen weer, voor de somme van f 550. Op 25 april 1636 verkoopt Claes Jacobsz Stose, als voocht van Pieter Jacobsz sijn saliger broeders dochter geprocreert bij Lijsbet Evertsdr ende Cornelis Baertsz opte Niewendam nomine uxoris, aen WIllem Claesz Rijs, 251 roeden genaemt het ‘Halff madt’ opte noort hoeck leggende vande camp onverdeelt ende gemeen met Dirck Everts in Dam weer, voor de somme van f 450.

Op 21 december 1636 attesteren Arent Claesz Rijs, als oom ende voocht vande naegelaten kinderen van Willem Claesz Rijs saliger ter eenre, ende Engel Gerritsz ter andere sijde. Ende bekende met malcander verruijlt gemangelt ende gepromitteert te hebben de landen hijer nae genoempt. Soo bekende Arent Claesz aende voornoemde Engel Gerritsz gegeven te hebben de gerechte helfte van een stucke lants genaemt het ‘Ventgen’ leggende aende Worven in Henrick Gijsen weer groot dvoornoemde helft 305 roeden. Op 6 maart 1637 verkoopt Arent Claesz Rijs, als voocht van de nagelaten kinderen van Willem Claesz Rijs ende de weesmeesters Jan Adriaensz ende Simon Claesz Wildeboer als oppervoochden, aen Jan Simonsz Coninck ende Engel Dircxz Mol, een stucke lant genaemt het ‘Ventgen’ leggende in de noorderste Hondert Gaerden, voor de somme van f 710.

Uit dit huwelijk:

1  Claas Willemsz Rijs

Crelis Willemsz Rijs


5040  Dirck Vloon, zoon van Bartholomeus Vloon, geboren ca. 1605

Kinderen:

Jan Dirksz Vloon


5044  Maerten Ghijsbertsz, zoon van Gijs Maerten Gijsen en Hillegunt Allerts, geboren ca. 1600

Op 15 februari 1629 verkoopt Maerten Ghijsbertsz soo voor hem selven als oock voor sijn broeder en susters aen Pieter Maertsz sijn oom, een acker lants genaempt de ‘Lange Acker’ groot 147 roeden gelegen achter Thijs vande Laens, voor de somme van f 100 (Pieter Maerten Ghijsen koopt de acker van de kinderen van zijn overleden broeder Gijs Maertsz). Op 16 februari 1629 verkoop Maerten Ghijsbertsz aen Cornelis Cornelis, buijerman tot Graft, een stucke landts genaempt het ‘Ventgen’ gelegen achter Nel Wouten uijt groot 400 roeden, voor de somme van f 460 gereet gelt.

Kinderen:

Gijs Maerten Gijssen


5056  Jan Baertsz Gael, schotvanger ‘int Kerkvierndel in de Vrije Heerlijckheijt van Assendelft’ (1629, 1634), heemraad in de Volger (1637), zoon van Baert Jan Gaelen en Duijfje Cornelis Adriaens, geboren ca. 1585, overleden > 20 januari 1644

Gehuwd met

5057  NN Gijsen

Op 12 februari 1621 kopen Claes Baertsz, Cornelis Baertsz ende Jan Baertsz, gebroeders, voor de somme van f 1840 van Maerten Roeloff Pieter Wouters, ‘een stucke lants genaemt “het Achterventgen”, groot 730 roeden in Jan Gaellen weer. Op 17 februari 1623 verkoopt Baert Jan Gaellen voor de somme van f 1250 aan Engel Cornelisz ‘een stucke landts genaempt “die Drie Hondt landts maedts”, groot 448 roeden geleegen in Heijntges weer’. Op dezelfde dag koopt Baert Jan Gaellen voor de somme van f 2360 van Willem Pietersz Heijndricx, ‘een stucke landts genaempt “tVentgen” in Steffens weer, groot 892 roeden, nocht de uijteruijck vant voornoemde Vengen mitsgaders de uijterdijck vant Laentgen in Steffens weer geleegen over de hooftbreed vant voornoemde weer’.

Op 2 februari 1629 verkoopt Jan Baertsz, nomine uxoris, ‘voor de somme van f 600 aen Jannitgen Ghijsbertsdr onse buijervrijster, een stucke veen landts genaempt “Dobben hem”, groot 360 roeden, geleghen met het eijnde opte Vlietsloot’. Op dezelfde datum verkoop Jan Baertsz ‘voor de somme van f 700 aen Dirck Huijgen onse schoolmeester, een gerechte vierde paert in een stucke landts genaempt die “Vlietsven”, groot int geheel 1218 roeden geleghen met de cooper gemeen achter het Hoff’. Op 18 januari 1630 verkoopt Jan Baertsz Gael, nomine uxoris, voor de somme van f 1240 ‘aen Cornelis Pieter Jan Japen met sijn broders ende suters, de noortsijde van een stucke landts genaempt “de Ses koeven”, groot die noortsijde 829 roeden in Kruijven weer. Met een laste ofte opstal van f 1 tsjaers onlosbaer met andere landen int selve weer’. Op 28 maart 1630 koopt Jan Baerts Gael voor sijn vader Baert Jansz Gael van Jan Allertsz Coning voor de somme van f 2600, ‘een stucke landts genaemt “de Opper meed” gelegen in Roeloff Sijmons weer, groot 1355 roeden’.

Op 5 maart 1632 verkoopt Jan Baertsz Gael, nomine uxoris, ‘soo voor hem selven als oock voor Wouter Jansz sijn swager woonende tot Crommenie, aen Gerrit Gijsen ende Hillegundt Gijsendr, sijn schoonbroder ende suster, voor de somme van f 930, een stucke landts genaemt “de Hem” groot 536 roeden gelegen inde Hemmen’. Op 4 februari 1633 koopt Jan Baertsz Gael van Roeloff Maertsz voor de somme f 1170,17, ‘429 roeden in een stucke landts genaemt “die Dijckmeed” vant oppereijnde in, gelegen in Jan Gaelen weer, met de koper cum socijs gemeen, noch een ackertgen groot 77 roeden gelegen int Molen weer’. Op 11 maart 1633 verkoopt Jan Baertsz Gael, nomine uxoris, voor de somme van f 846, ‘aen Cornelis Adriaensz sijn neeff als man ende voocht van Hillegundt Gijsen, een stuck landts genaemt de suijder sijde vant “Achter ventgen” leggende achter de hoffstede daer Claes ende Gaeff Jan Claes Louckes in haer leven plachten te woonen, groot 303 roeden’. Op 10 februari 1634 koopt Jan Baertsz Gael voor de somme van f 662,10 van ‘Claes Pietersz nu ter tijt woonende aen Sintaechtendijck, een stucke lants genaemt “het Marcken” groot 420 roeden leggende in Huijch Blockhuijs weer’. Op 3 maart 1634 koopt Jan Baertsz van Maerten Roeloff Jaspers, voor de somme van f 410 ‘een omloopgen met noch een ackertgen daer aen gelegen in Claes Heijnen weer, groot tsamen 303 roeden’.

Op 22 februari 1636 koopt Jan Baertsz Gael van Roeloff Maertsz, ‘een stucke lants genaemt de Buijtcaijck’ gelegen in Jan Galen weer, groot 846 roeden. Op dezelfde datum verkoopt Jan Baertsz Gael, nomine uxoris, ‘aen Gerrit Gijsbertsz ende Hillegondt Gijsberts sijn schoonbroeder enende schoonsuster, twee veencampen genaemt “Half maden” leggende sijd op sijd in Willem Mathijssen weer en Gerrit Gijsbertsz het noordelijcke ende Hillegont Gijsberts het suijdelijcke, groot samen 724 roeden, voor de somme van f 921 boven een opstal van f 3 sjaers onlosbaer concernerende seecker persoon tot Leijden’.

Op 8 maart 1641 verkoopt Jan Baartsz Gael aan Jan Jansz Comes voor een bedraag van f 1176, een stuk land genaamd ‘de Meed’, 562 roe. Op dezelfde datum verkoopt hij tevens aan Cornelis Pietersz voor f 760, een stuk land genaamd “het Achterventjen”, 302½ roe. Eveneneens op 8 maart verkoopt hij aan Joost Claasz, buurvrijer nomine matris, twee stukjes land genaamd “Aechten Camppen”, 440½ roe. Op 20 december 1641 verkoop Jan Baartsz Gael aan Niel Roelofsz de helft van een stuk land genaamd “Pieter Jutten ventje”, dat deel 400½ roe. Op 14 maart 1642 koopt Jan Baartsz Gael, zich sterk makend voor Trijn Claas weduwe van Cornelis Baartsz Gael, van Jan Jansz van ‘t Veer, een stuk meedland genaamd “het Made”, 537 roe ik Wilkes weer. Op dito koopt Jan Baartsz van Jan Auwelsz Moens, wonende in Purmerend, twee veenkampjes, same 300 roe in Vroonweer. Op 29 maart 1642 verkoopt Jan Baartsz Gael aan Maarten Jansz Machtelden, een stuk land genaamd “de Hemjes”, 847 roe bij de sluis bij Nauerna.

Uit dit huwelijk:

Baart Jansz Gaal

2  Gijsbert Jansz Gaal


5100  Pieter Claesz de Wit, zoon van Claes Claesz de Wit, overleden > 3 mei 1676

Kinderen:

1  Claes Pietersz de Wit, overleden juni 1705 (impost 16 juni 1705 te Assendelft)

Jacob Pietersz de Wit

3  Aafje Pieters

4  Trijn Pieters

5  Grietje Pieters de Wit. Ondertrouwd op 19 april 1676 en gehuwd op 3 mei 1676 voor het gerecht (get: Pieter Claesz de Wit) en RK te Assendelft met Gerrit Harmensz Ham


5112  Engel Claesz Mol, zoon van Claes Dircxz Mol en Marij Wouters, geboren ca. 1605

Op 3 januari 1625 vindt de verkoop plaats van een “stucke lants genaempt het Korte Ventgen, groot 316 roeden, geleegen in Mannen weer, door Engel Claesz onse buijrvrijer, als voocht van Marij Woutersdr zijn moeder ende boelhouster wijlen Claes Dircxz Moll, voor de somme van f 620-15. Op zelfde datum verkoopt Heinrick Engelsz aen Engel ende Dirck Claesz Moll eerst een stucke lants genaemt den Hoogen veen off omloop groot 150 roeden, gelegen achter Lau Warnaers uijt en noch een ackertgen lants groot 101 roeden geleegen achter Claes Rijssen uijt, voor de somme van f 303-10 gereedt gelt.

Op 14 februari 1625 verkoopt Ouwe Jan Claesz tot Crommenie voor hem selven ende voor Claes Barentsz ende derffgenamen van Neel Claesdr aen Engel ende Jan Claesz Moll onse buervrijers, een stucke lants gelegen inde noorderste hondert gaerden, groot 1200 roeden, voor de somme van f 1460. Op 13 maart 1626 verkoopt Thijs Jacopsz tot Crommenie als oudste soon ende voocht van zijn moeder weduwe ende boedelhouster wijlent Jacop Claesz Schoenmaecker ende oock voor Barent Claesz zijn oom, aen Engel Claesz Moll onse buijrvrijer, een stucke landts genaempt die Zuijer acker van Claes Jan Vrericx, groot 533 roeden, geleegen inde noorderste hondert gaerden bewesten de Wech, streckende vande Heerenwech off tot die Kaijck toe, voor de somme van f 1024.

Op 15 september 1634 vindt de verkoop plaats van een “Olijnolen, huijs ende erff leggende int noort eijnde” door Pieter Allerden Vercoop aan Dirck Claesz, Engel Claesz Mol ende Engel Pietersz des comparants soon. De verkoop is voor de somme van f 912-10 gereet gelt. Op 22 juni 1635 vindt de verkoop plaats door Dirck Claesz Mol van een gerechte derdendeel van een Olijmolen, huijs ende erff inte noort eijnde onverdeelt ende gemeen met Engel Claesz Mol cum socijs, aan Jan Willemsz Schuijtvoerder voor de somme van f 300 gereet gelt. Op 16 juli 1638 vindt de verkoop plaats van een derdendeel van een Olijmolen, huijs en de erff onverdeelt en gemeen met de kooper en Jan Willem Keesen Schuijtvoerder door Engel Claesz Mol onse buijrvrijer aen Engel Pietersz, voor de somme van f 250.

Op 9 februari 1635 vindt de verkoop plaats van een “stucke lants genaemt het Ventgen leggende inde Hondert gaerden groot 651 roeden” door Willem Cornelisz Schimmelpenning uijt naem ende van wegen Vrerick Jacobsz, aen Jan Claesz Mol onse buervrijer, Engel Claesz Mol onse buervrijer voor sijn broeder, voor de somme van f 736.

Op 24 februari 1641 kopen Gerrit Cornelisz, wonende in de Asserwoude, en Engel Claasz Mollen, een stuk land genaamd “de Uitterdijck”, groot 686 roe, van Harrick Michielsz, procuratie hebbend van Joncker Arent van Bardeus, heer van Warmenhuizen. Op 28 februari 1642 koopt Engel Claasz Mol een stuk land van 674 roe in het Noordeinde van Claas Lourensz van ‘t Hoff, thans wonende in de Purmer.

Uit dit huwelijk:

Jasper Engelsz Mol

2  Aagje Engels, overleden december 1697 (impost 12 december 1697 te Assendelft). Gehuwd met Jan Cornelisz

3  Jan Engelsz Mol, geboren ca. 1650. Ondertrouwd op 3 januari 1672 en gehuwd op 19 januari 1672 voor het gerecht en 17 januari 1672 RK te Assendelft met Sijtje Maartens

4  Meinoutje Engels Mol, overleden juni 1704 (impost 18 juni 1704 te Assendelft). Ondertrouwd op 19 augustus 1674 en gehuwd op 2 september 1674 voor het gerecht en RK te Assendelft met Simon Klaasz


5120  Egbert Woutersz van Heerden, zoon van Wouter Egbertsz en Roeckgen Bernts, geboren ca. 1608, begraven 28 september 1674 in de Buurkerk te Utrecht (#)

Gehuwd op 23 april 1631 te Utrecht (#) met

5121  Annichgen Aerts de Groot, dochter van Aert Jacobsz de Groot en Annichgen Gijsberts van Haeften, geboren ca. 1612, begraven 2 april 1687 te Utrecht (#)

Op 8 augustus 1665 benoemen Egbert Woutersz van Heerden en Annichgen Aerts de Groot de langstlevende, hun zoon Wouter van Heerden en hun zwager Aert van der Horst, wijnkoper, tot voogd over hun na te laten onmondige erfgenamen. Op 20 juni 1666 leent Egbert Woutersz van Heerden f 400 van Aert van der Horst vanwege de aankoop van een huis, gekocht van domheer Gillis Manard. Met belofte desgewenst een plecht te vestigen op goed te Utrecht en als onderpand te stellen het erfdeel dat Adriana de Groot aanbestorven is door overlijden van haar tante Catarina Jacobs de Groot, waaraan haar weduwenaar lijftocht heeft. Op 7 juli 1680 sluiten Annichgen Aerts de Groot en Joost van de Graft enerzijds en Gillis Manert en Jannichgen Boumeester anderzijds een akkoord waarbij de tweede partij de eerste partij schadeloos zal houden wat betreft aanspraken van Ipen Wopkens van Wommel inzake een plecht, gevestigd op een huis op het Vreeburg en door Annichgen Aerts de Groot gekocht van Gillis Manert.

Op 2 september 1680 stelt Annichgen Aerts de Groot, weduwe van Egbert van Herden, wonende aan de Vreeburch onder aen de Stadtswalle, haar testament op. Zij benoemt tot haar erfgenamen haar kinderen Wouter van Heerden, Arien van Heerden, Henrick van Heerden, Roeckgen van Heerden gehuwd met Huijbert van Overdam, Annichgen van Heerden en Luijtgen van Heerden en de kinderen van Aertgen van Heerden. Haar huijsinge onder aen de Stadswalle gaat naar haar dochter Annichgen Egberts van Heerden. Met benoeming van Wouter van Heerden en Huijbert van Overdam tot voogden.

Op 30 december 1691 verkopen de kinderen en mede-erven van Egbert Wouterss van Heerden en Annighen d’Groot, in leven echtelieden, zijnde Wouter van Heerden, Adrianus van Heerden, Aertje van Heerden, Huijbert van Overdam weduwenaar Roeckje Egberts van Heerden, aan broer en mede-erfgenaam Henrick van Heerden, een erff ende grond mette huijsinge aan het pleijn van Vredenburch onder de stadtswalle. Het huis is bewoond geweest door Egbert Wouterss van Heerden met procuratie op Wouter van Heerden om betreffende erf en huis te transporteren naar koper.

Uit dit huwelijk:

Wouter van Heerden

2  NN van Heerden, begraven 30 mei 1636 in de Buurkerk te Utrecht

3  Adriaen van Heerden, geboren ca. 1638, begraven 28 oktober 1672 te Utrecht. Ondertrouwd op 3 juni 1660 en gehuwd op 19 juni 1660 te Utrecht met Maria van Inge

4  Annichgen van Heerden, geboren ca. 1640, begraven 8 april 1686 in de Buurkerk te Utrecht

5  Aertgen van Heerden, geboren ca. 1642, overleden > 29 september 1696. Gehuwd op 22 augustus 1668 voor het gerecht te Utrecht met Bastiaan Werners de Groot, overleden < 4 april 1692

6  Roeckgen van Heerden, geboren ca. 1644, begraven 3 oktober 1690 in de Buurkerk te Utrecht. Gehuwd op 29 april 1671 voor het gerecht te Utrecht met Huijbert Janssen van Overdam, bakker, geboren te Vechten, begraven 8 april 1691 in de Jacobikerk te Utrecht

7  Hendrick van Heerden, geboren ca. 1647, begraven 26 maart 1720 op het Buurkerkhof te Utrecht. Gehuwd op 26 januari 1678 voor het gerecht te Utrecht met Neeltje Barends van Reumst, begraven januari 1730 te Utrech

8  Luijtgen van Heerden, geboren ca. 1650, begraven 1 januari 1684 te Utrecht. Gehuwd op 8 maart 1679 voor het gerecht te Utrecht met Alphert Janssen van Abbeville, overleden > 1 januari 1684

9  NN van Heerden, begraven 31 mei 1652 in de Buurkerk te Utrecht


5122  Elis Willemsz Verhoeff, zoon van Willem Eelgisz Verhoeff en Willemken Willems, geboren ca. 1595, begraven 24 juli 1648 in de Jacobikerk te Utrecht (#)

Gehuwd op 14 januari 1632 voor het gerecht te Utrecht (#) met

5123  Gijsbertgen Hendricks Duijfhuijs, dochter van Henrick Petersz Duijfhuijs en Dirckgen Cornelis de Cruijff, geboren ca. 1610, overleden (?) < 11 oktober 1681. Gehuwd op 2 december 1648 te Utrecht met Marten Gijsbert Cosijnsz van Coten

Op 24 maart 1654 benoemt Henrick Eelgiss van der Houff zijn moeder Gijsbertgen Henricxssdochter Duijfhuijsch en zuster Willemina van der Houff om, in verband met zijn aanstaande reis naar Oost-Indië, huishuren en renten te ontvangen, eventueel rechtsmiddelen te gebruiken, lasten en schulden te voldoen.

Op 16 november 1692 vindt de scheiding plaats van de boedel van Elis Willemss en Ghijsbertgen Duijffhuijsch tussen Wouter Egbertss van Heerden, weduwenaar van Willemina Elisse, en Dirck Janss van Montfoort, weduwenaar van Cornelia Elissen. Twee huijsingen aan de noordzijde van Coijstraat gaan naar Wouter Egbertss van Heerden, twee cameren aan de zuidzijde van Berrichstraet naar Dirck Janss van Montfoort.

Uit dit huwelijk:

1  Hendrick Verhoeff, overleden > 24 maart 1654

Willemijntje Elis van de Hoeff

3  NN Verhoeff, begraven 26 februari 1638 te Utrecht

4  Cornelia Verhoeff, begraven 20 oktober 1681 in de Jacobikerk te Utrecht. Gehuwd op 11 augustus 1660 te Utrecht met Dirck Jansz van Montfoort

5  NN Verhoeff, begraven 16 september 1644 te Utrecht

6  NN Verhoeff, begraven 29 november 1647 te Utrecht


5124  Arien Arissen van Overeem, varkendrijver, overleden < 25 juni 1666

Gehuwd met

5125  Willemtgen Elis, dochter van Elis NN, overleden > 21 oktober 1678. Ondertrouwd op 30 april 1667 en gehuwd op 15 mei 1667 voor het gerecht te Amersfoort (get: vader Aert Maez) met Bartholomeus de Vries

Op 31 mei 1670 verkopen gemachtigden van Cornelis Bor en zijn vrouw Catharina van der Naij aan burgemeester Henrick van Schaeck, een plecht van 800 gulden gevestigd op een beecqvierel buiten de Kamppoort. De hypotheek is gevestigd door Willem van Hoorn als gemachtigde van Johan van Zijl van Leijden en zijn vrouw Aleijda van Hoorn ten behoeve van Cornelis Bor. Het beecqvierel is nu van Willemtje Elis tevoren de weduwe van Arien Ariensz de oude, varckensdrijver. Op 15 juli 1717 wordt een plegte of rentebrief verkocht van 800 gulden ten behoeve van Cornelis Bos, jonggeselle uit een beeckvierdel buiten de Kamppoort waarvan toen de eigenaresse was Willemtje Elis, tevoren weduwe van Arien Ariensz den Ouden, varkensdrijver, en welke plegte op 31 mei 1670 voor schout en schepenen door Steven Versteegh, als speciale gemachtigde van Cornelis Bos en zijn vrouw Catharina van del Waij, volgens procuratie voor notaris Salomon van der Sluijs op 6 juni 1670 tot Amsterdam gepasseerd, aan de heer vHenrick an Schaack overgegeven (van welke voorzegde beeckvierdel thans eigenaresse is Willemina van Overeem, bejaarde geestelijke dochter).

Uit dit huwelijk:

Arien van Overeem


5126  Jan Morren, voerman, overleden < 11 oktober 1690

Gehuwd met

5127  Elisabeth NN

Op 11 oktober 1690 kopen Arien Arienszoon van Overeem en zijn vrouw Ledia Morren, en Aeltje Thonis weduwe van Mor Jansen, kinderen en mede-erfgenamen van Jan Morren, een vierdel land gelegen tussen de Hogeweg en Lageweg op de helft, genaamd ‘het Hondsgath’, door Simon van Oosterhoff op 10 oktober 1656 aan de hiervoor genoemde Jan Morren verkocht.

Uit dit huwelijk:

Lidia Jans

Henrica Jans Morrhe. Gehuwd op 19 december 1663 RK ‘t Zand met Dirk Henrixs Slijck, overleden 1672-1675. Ondertrouwd op 19 januari 1675 en gehuwd op 6 februari 1675 voor het gerecht en 2 februari 1675 RK ‘t Zand te Amersfoort met Jan Jacobssen

3  Evertgen Jans. Ondertrouwd op 9 april 1672 en gehuwd op 26 april 1672 voor het gerecht te Amersfoort (get: broer Mor Jansen) met Lourens Thonizen, blaeuwverwer

4  Mor Jansen, voerman, overleden < 20 maart 1711. Ondertrouwd op 6 april 1680 en gehuwd op 21 april 1680 voor het gerecht (get: zwager Jan Jacobsz, oom Nicasius Lenartsz, consent vader maar kan wegens hogen ouderdom niet komen) en RK ‘t Zand te Amersfoort met Aeltie Thuenis, overleden > 26 januari 1717


5128  Jan Antonisz van de Haer, geboren ca. 1610, overleden 1666-1669 te Achttienhoven

Ondertrouwd op 30 oktober 1636 te Utrecht (#) en gehuwd op 18 december 1636 te Barneveld (#) met

5129  Jannichgen Dircks van Barnevelt, dochter van Dirck Gijsbertsen, geboren ca. 1610 te Barneveld

Jan Antonisz van de Haer kan zoon zijn van zowel Thonis Jansz van de Haer als van Anthonis Cornelisz van de Haer. Tegelijkertijd leefde een tweede Jan Thonisz van de Haer die op 20 oktober 1639 te Utrecht trouwt met Maria van Fockenberg en op 14 juni 1651 met Petertgen Peters.

Op 11 februari 1633 benoemt Jan Antonisz van de Haer Jan Verweij om te procederen. Op dezelfde datum benoemt hij Adriaen Cornelisz Cortarm om te vorderen van Rijck Wesselsz, wonende in Rijnsburg, als borg voor Dirck Rijckxsz zijn zoon, f 75-0-0 met f 9-1-0 als onkosten en verdere onkosten, desnoods met gebruik van rechtsmiddelen. Op 19 februari 1633 benoemt hij opnieuw Jan Verweij op te procederen, in het bijzonder om te vorderen van Rijck Wesselsz, wonende te Rijsnburg, f 75-0-0 die hij als borg voor Dirck Rijckxsz zijn zoon, schuldig is vanwege een koe en f 20-0-0 inzake onkosten en voorschot wegens reeds gedane arresten in deze zaak.

Op 2 april 1636 koopt Jan Antonisz van der Haer van Jan Gerritsz en Marichgen Jacobs 2 mergen weijlants aan de Gageldijck in het gerecht Achtienhoven.

Op 19 oktober 1644 staat Philips van Noij borg voor de triomfant Gerrit Quintijnss in het proces tegen Jan Anthoniss van de Haer, voor de eventuele restitutie van de bij provisionele condemnatie toegewezen penningen.

Op 31 december 1646 benoemen Jan Anthoniss van de Haer en Jannichgen Dircx van Bernevelt, wonende aan de Verckemerckt te Utrecht, tot voogd over de onmondige en na te laten kinderen en erfgenamen hun beide broeders Henrick Anthoniss van de Haer en Rijck Dircxss van Barnevelt.

Op 9 mei 1648 tekenen Gerrit Evertss en Thiman Schoormont een schuldbekentenis ten behoeve van Jan Anthoniss van der Haer van f 87-0-0 vanwege huur van een huis op de Varkenmarkt te Utrecht. In 1650 bekent Jan Anthoniss van de Haer een schuld van vier jaar intrest van een plecht groot f 500-0-0 ten behoeve van Johan van Pallaes. Op 9 maart 1650 bekent Adriaen Gerritss van Rietvelt een schuld jegens Bastiaen Janss van Montfoort vanwege borgtocht op 3 december 1649 voor het gerecht van Utrecht met betrekking tot f 200-0-0 wegens schuld van Johan Thoniss van de Haer.

Op 11 maart 1650 tekenen Michelle le Sar en haar dochter Jeanne de la Ruelle, wonende te Parijs, een kwitantie voor ontvangst van hun erfdeel uit handen van Cornile Antoine van de Haer, Geerloff Antoine van de Haer, Jean Antoine van de Haer, Henry Antoine van de Haer en Bernard van de Haer zoon van Jacques Antoine van de Haer. De akte is in het Frans. Comparanten zijn voor 1/6 deel erfgenamen van Antoine Cornile van de Haer, schoonvader resp. grootvader.

Op 24 augustus 1650 kopen Jan Anthoniss van de Haer en Anthonis Corneliss van Rossum 4 morgen weit op land onder Schonauwen van Jan Willemss van Schaijck en zijn vader Willem Janss van Schaijck. Op 31 december 1650 staat Cornelis van Rossum borg voor Cornelis van Barnevelt voor voldoening van f 98-0-0 schuld door Jan Anthonissen van der Haer te Utrecht.

Op 10 februari 1666 Jan Thoniss van de Haer, vader, Cornelis Janss van de Haer, broer, en Anthonis Janss van de Haer assisteren Dirck Janss van de Haer bij het opstellen van de huwelijkse voorwaarden met Ghijsbertgen Cornelis. De bruidegom brengt aan een huijsinge, erven ende gront met ½ mergen lands daer aen behorende en cameren annex, genaamd de Oude Cruijtmolen gelegen aan de Vechte onder Achtienhoven, met belofte om Jan Thoniss van de Haer in hun huis te onderhouden zijn leven lang. Op 8 maart 1669 sluiten Dirck Janss van de Haer en Anthonis Janss van de Haer een akkoord over de verdeling van de boedel van hun vader Jan Anthoniss van de Haer. Aansluitend verkopen beide broers de huijsinge c.a. en ½ mergen lant aan de Vechte onder Achttienhoven aan Johannes Hagenaer.

Uit dit huwelijk:

1  Cornelis Jansz van de Haer, overleden 1666-1669. Gehuwd op 5 januari 1656 voor het gerecht te Utrecht met Catharina Strijckers

Antonis Jansz van de Haer

3  Dirck Jansz van de Haer, herbergier in herberg De Groeneweijde aan de Hooglantsesteeg, begraven 24 januari 1672 te Utrecht. Gehuwd in 1666 met Ghijsbertgen Cornelis van der Veen, geboren te Westbroek


5130  Gijsbert Jansz van Heijcop, brouwer, burgemeester van Vianen, zoon van Jan Gijsbertsz Heijcop en Amelia Hoevenaer, geboren ca. 1610 te Vianen, overleden < 12 juni 1655

Ondertrouwd op 1 juli 1638 en gehuwd op 17 juli 1638 in de Catharijnekerk te Utrecht (#) met

5131  Cornelia Modeus, dochter van (?) Willem Cornelisz Mode en Metje Claes van Hoogerbrugh, geboren ca. 1612

Gijsbert van Heijcop is mogelijk eerder getrouwd geweest. Op 17 februari 1653 trouwt namelijk voor het gerecht te Utrecht Adriaentje Gijsberts van Heijcop met Gerrit Jansz Schijff, en op 2 februari 1656 Willem Gijsbertsz van Heijcop met Cornelia Cornelis Janszoondochter.

Op 21 februari 1639 doneert Hillegonda Hoevenaer, weduwe van Thomas Heurnius in leven raedt en rentmeester-generael van de domeijnen ‘s lants van Utrecht, aaanspraken op de nalatenschap van Huijbert de Moolre aan Gijsbert Janss van Heijcop, brouwer te Vianen, zoon van haar overleden zuster. In 1640 stelt Hillegonda Hoevenaer een codicil op waarin zij de helfte van een goet ende hoffstede met landerijen after De Bildt op de Bunten legateert aan haar neef en nichten Antonij, Elijsabeth en Anna Meeus van Diemen, op voorwaarde dat begunstigden enige betalingen doen. Een schilderij, geschilderd door Peter Hoevenaer, wordt geprelegateerd aan haar broer Frederick Hoevenaer. Gijsbert Janss van Heijcop en Huijbert Janss van Heijcop, zoons van haar zuster Amelia Hoevenaer, krijgen bevoegdheid om namens hun staak met haar broer de boedel te redden en te scheiden. De actie is onvolledig en niet gepasseerd.

Op 12 juni 1655 stelt Hillegonda Hoevenaer, weduwe van Tomas Heurnius in leven raedt en rentmeester-generaal van de domeijnen ‘s lants van Utrecht, eerder weduwe van Adriaen van Helsdingen, wonende te Utrecht bij de St. Jacobskercke in ‘t achterste quartier der huijse van predicant Heijcopius, haar testament op. Ze benoemt tot erfgenamen de (kinds)kinderen van haar broer Frederick Hoevenaer, de (kinds)kinderen van haar zuster Amelia Hoevenaer en Johan Gijsbertss van Heijcop, Huijbert Janss van Heijcop, Lambert van Heijcop, Elijsabeth van Heijcop, Mechtelt van Heijcop, de kinderen van Cornelis van Heijcop en Hillegonda van Heijcop c.s. De helfte van een hoff aan de Hoochlantsesteech buijten Utrecht gaat naar Lambert van Heijcop. Een hoff en huijsinge aan de Hoochlantsesteech gaat naar Hillegonda van Heijcop. Frederick Hoevenaer, in leven burgemeester en gehuwd met Josina de Moelre, Johan Gijsbertss van Heijcop in leven burgemeester te Vianen, Maeijge Boschhuijs weduwe van Cornelis van Heijcop in leven predikant en moeder van Hillegonda van Heijcop, krijgt lijftocht aan hof en huis aan haar dochter geprelegateerd met uitsluiting van de weeskamer, met benoeming van Lambert Hoevenaer, Adam Gresnich, Huijbert Janss van Heijcop en Lambert Janss van Heijcop, neven, tot executeurs.

Op 6 oktober 1669 stelt Elisabeth Heijcop haar testament op. Ze benoemt tot erfgenamen haar broer Lambertus Heijcop, haar zuster Mechtelt Heijcop, de kinderen van haar broer Gijsbert Heijcop in leven burgemeester te Vianen, de kinderen van haar broer Cornelis Heijcop in leven bedienaar des goddelijken woords te Utrecht, de kinderen van haar broer Nicolaes Heijcop in leven wijnkoper te Schoonhoven, en de kinderen van haar broer Piter Heijcop in leven wijnkoper te Vianen. Een portie in hoffstede en landen onder Demmerick gaat naar Lambertus Heijcop en Mechtelt Heijcop, op voorwaarde dat begunstigden jaarlijks f 100-0-0 betalen aan haar broer Hubertus Heijcop. Met benoeming van Lambertus Heijcop en haar zwager Johan de Romer tot executeurs.

Uit dit huwelijk:

Marichgen Gijsberts van Heijcop


5132  Dirck van Everdingen

Gehuwd met

5133  Neeltgen Pauwels, overleden 1669-1676

Uit dit huwelijk:

Jan Dircxssen van Everdingen

Cornelis Dirckss van Everdingen

3  Stijntgen Dircx van Everdingen. Ondertrouwd op 4 april 1657 en gehuwd op 11 april 1657 voor het gerecht te Utrecht met Klaes Coenderssen van Lochum


5134  Gerrit Sem, koopman, wijnkoper, zoon van Michiel Sem en Maeijken Pieters Eijndhoven, gedoopt 15 november 1615 te Utrecht (#), begraven 19 januari 1657 in de Buurkerk te Utrecht (#)

Gehuwd op 3 september 1642 voor het gerecht te Utrecht (#) met

5135  Nicolaa Both, dochter van Thomas Both en Josina de Leeuw, geboren ca. 1623, begraven 27 september 1703 in de Jacobikerk te Utrecht (#). Gehuwd op 7 mei 1659 voor het gerecht te Utrecht met Cornelis van de Water, wijnhandelaar, begraven 3 oktober 1664 te Utrecht

Op 7 april 1643 sluiten Arris Jansz van Tricht, brouwer in de Witten Arent te Bommel, en Gerard Sem een overeenkomst van afrekeningen ten laste van de stad Utrecht voor geleverde diensten van paard en wagen van 420 ponden 1 schelling en 348 ponden 9 schellingen, waarvan hij het recht heeft gekregen van respectievelijk Gerrit Jansz en Jan Schoock.

Op 28 november 1643 verklaart Willem Hermansz van Doorn, rademaker te Utrecht, dat Gerardt Sem, echtgenoot van Nicolaa Both, als bezitter van een huis aan het Vredenburg omtrent de Catharijnepoort gerechtigd is om met een pomp en een pijp water te trukken uit de put in de kelder van het huis daarnaast, eigendom van comparant, dat door genoemde pijp ook water getrokken mag worden door Frans Mathijsz van Wiert, bezitter van het huis oostwaarts van dat van Gerardt Sem en dat ieder zijn pijp zal onderhouden en zijn put schoonmaken. De put van Gerardt Sem is geïnfecteerd en bedorven door zakput in de paardenstal van comparant.

Op 27 december 1644 benoemt Johan van Houten, procureur voor den gerechte van Utrecht, Jan Jaspersz van Heijmenberch om voor het gerecht van Utrecht een schuldbekentenis van f 34-0-0 ten behoeve van Gerard Sem te Utrecht te passeren vanwege de koop van schapen.

Op 20 april 1645 benoemt Johan van Overmeer, notaris ‘s hoofs van Utrecht, Gerard Sem en Nicolaes van Sweserenge tot voogd over de onmondige erfgenamen, in plaats van Michiel Sem en Ludolph van Everdingen die beide zijn overleden.

Op 30 juni 1646 stelt Anthoni Baers, brouwer wonende te Utrecht omtrent de Reguliersbrugge, zijn testament op, met benoeming van langstlevende. Philips van Reijnegom, advocaat hof van Utrecht, en Gerardt Sem, wonende te Utrecht, en Anthoni Baers, den oudsten wonende te Schalkwijk, hun broeders en zwagers tot voogden.

Op 22 januari 1649 de erven van Henrick Both constitueren Hendrick van ‘t Heerenveen en Dirck van RIjssen om voor het gerecht van Utrecht huizen, cameren en erven, gelegen aan de zuidzijde van de Wittevrouwenstraat, de noorzijde van de Rietsteeg en in de Blindesteeg genaamd Kloksteeg, te transporteren aan de respectieve kopers. De genoemde erfgenamen zijn Walburge Boths, dochter en weduwe van Johan de Munter in leven advocaet hove van Utrecht, Cornelia Rijcken weduwe van Folckert Both, mede-kinderen van Anthonia Both, dochter, en Folphert van der Nijpoort weduwenaar van Anthonia Both, Johan van der Nijpoort, Wilhelm Wttenbogaert gehuwd met Cornelia van der Nijpoort, Johan Saell van Vijanen weduwenaar van Wilhelmina Both, Emmerentiana Saell kleindochter, en Gerart Sem gehuwd met Nicolaa Both dochter van Thomas Both zoon. Folphert van der Nijpoort, rentmeester van het kapittel van St. Marie heeft het recht verkregen van zijn overleden zoon Hendrick Nijpoort. Thomas Both in leven advocaat hof van Utrecht.

Op 19 april 1650 benoemen Isaacq van Arckel weduwenaar van Cornelia van Nesch, zijn zonen en zwager, Henrick van Hereveen om voor het gerecht van Utrecht een huis en hofstede, alwaar de Suijckermolen uitgehangen heeft, aan de oostzijde van de Oudegracht, te transporteren ten behoeve van Gerardt Sem.

Op 25 oktober 1652 benoemen de erven van Jacob van Schendel en Wilhelm van Schendel, Bartholomeus van Eck om rente te innen van f 1000-0-0 ten laste van Matijs van Lienden met Johan van Lienden en Geerrit van Lienden als borgen, van f 1200-0-0 ten laste van de weduwe van Michiel Sem met Gerrit Sem, Anthoni Baers en Philips van Reijnegum als borgen, van plecht f 1000-0-0, nu ten laste van Cornelis Pieterss, gevestigd op land in Ter Aa, en van overige rentebrieven. Op 1 november 1652 draagt Gerrit Sem, coopman te Utrecht, een schuldbekentenis van f 120,- ten laste van Herman Gerritsz, paardenkoper te Steenwijk, over aan Johan de Heus, coopman te Utrecht.

Op 14 juli 1654 constitueren Marta van Eijndhoven weduwe van Michiel Sem, haar zoon Gerardt Sem, en haar zwager Anthoni Baers, Henrick van Nijpoort om voor het gerecht van Utrecht een huis c.a. gelegen aan de zuidzijde van het Zilversteegje te transporteren ten behoeve van Adam Beerntss, herbergier te Utrecht.

Op 10 december 1658 ontvangt Nicolaa Both, weduwe van Gerard Zem in leven wijncoper te Utrecht, een schuldbekentenis van f 200 van Otto de Man die hij nomine uxoris sprekende heeft op erven van Jan Alertsz Brouwer, waarvan de zaak nog hangende is voor het gerecht van Culemborg.

Op 15 februari 1659 constitueren de mede-erven van Emmerentiana Bogaerts en van Gerrit Both en Geurt, mede-erven Cornelis Both en Geurt de Munter, advocaet ‘s hooffs van Utrecht, om voor het gerecht van Oostveen een perceel land te transporteren ten behoeve van de executeurs van het testament van Huijbert Emont van Buchell, alsmede voor het gerecht van Utrecht, het huis de Clock en de Busle in de Wittevrouwenstraat te behoeve van Gerrit Cornelissen van Geeff en het huis en erf het Ramshooft aan de Neude ten behoeve van de koper, alsook een partij land en rosmolen c.a. te Heusden in de Neder-Betuwe en een partij land te Eemnes te transporteren voor de betreffende gerechten ten behoeve van de respectieve kopers. Genoemde mede-erven zijn Florens Zas gehuwd met Anna Both, Johan van der Nijpoort, Willem Uijttenbogaert gehuwd met Cornelia van der Nijpoort, de kinderen en mede-erven van Walburga Both in leven weduwe van Johan de Munter, Anthonetta de Munter, Geertrudis de Munter, Cornelia de Munter, en Jacob van Rosendael gehuwd met Emmerentiana Zael van Vianen.

Op 19 april 1659 kopen Nicolaa Both, weduwe van Gerard Sem in leven wijncoper te Utrecht, en Johan Zael van Vianen, advocaet ‘s hooffs van Utrecht, de kinderen van Gerard Sem en Nicolaa Both, uit ter voldoening van de nalatenschap van hun vader. De kinderen worden bijgestaand door Anthoni Baers brauwer te Utrecht, en Willem Wttenbogaerdt advocaat ‘s hooffs van Utrecht. Op 6 juni 1659 verleent Cornelis van de Water, wijncoper wonende in De Suijckermeulen aan de Oudegraft te Utrecht, garantie aan de voorkinderen van Nicolaa Both bij Gerard Sem met aanwijzing van het huis De Vijsel bij de Catharijnepoort te Utrecht, hofstede, huis en hof op de Singel buiten de Catharijnepoort en huis in de Koestraat als zekerheid voor de uitkoopsom.

Op 26 oktober 1664 constintueren de erven of rechthebben van Henrick Both, Geurt Both en Emmerentia Bogaerts, Henrick van Zuijlen, Gijsbert de Cothen en Bartholomeus de Cruijff om voor het gerecht van Utrecht het huis c.a. genoemd Die Busse ende Clock, gelegen aan de Wittevrouwenstraat, te transporteren ten behoeve van Gerrit Cornelissen van Geesthuijsen, bakker te Utrecht. Genoemde erven of rechthebbenden zijn Cornelis Both gehuwd met Anthonetta de Munter, Florens Zas gehuwd met Anna Both, de kinderen van Henrick Both en Cornelia van Diemerbroeck, Cornelia van Diemerbroeck weduwe van Henrick Both, Nicolaa Both weduwe van Cornelis van de Water, Johan van der Nijpoort, Willem Wttenbogaert gehuwd met Cornelia van der Nijpoort, Geurt de Munter, Willem de Munter, Anthonis van Wijckersloot gehuwd met Cornelia de Munter, en Geertruijdt de Munter.

Op 4 juni 1665 constitueert Nicolaa Both, weduwe van Cornelis van de Water, Bartholomeus de Cruijff om voor het gerecht van Utrecht een plechtbrief groot f 1000-0-0, gevestigd op een huis aan de zuijdzijde van de Steenweg, te transporteren ten behoeve van Andries Lenartssen van Tornes en Catharina van der Weijden, echtelieden.

Op 24 juni 1666 constitueert Nicolaa Both, mede-erfgename van Emmerentiana Bogaerts, Bartholomeus de Cruijff om voor het gerecht van Utrecht haar erfportie groot f 400-0-0 in een plecht van f 2000-0-0, gevestigd op een huis aan de oostzijde van de Neude genaamd het Ramshooft, te transporteren ten behoeve van Florens Zas, apotheker, en Anna Both, echtelieden. Op 1 augustus 1666 constitueert Nicolae Both, erfgename van haar grootmoeder Maria van Boechoven weduwe Claes Janss de Leeuw, om een plecht van f 600-0-0 te transporteren aan Geertruijdt Adams van Weerden, onmondige kinderen van Adam Berentss van Weerden, herbergier in de Zilversteeg. Op 25 mei 1667 constitueert Nicolaa Both, dochter en erfgename van Thomas Both, Henrick van Zuijlen en Bartholomeus de Cruijff om voor het gerecht van Utrecht de condemnatie te voldoen die Alexander van Wevelinckhoven, advocaat hof van Holland, als man van zijn vrouw ten laste van lastgeefster en de weduwe van Anthonis Baers heeft verkregen en hem daartoe een plecht groot f 2000-0-0 op een huis en hofstede c.a. te Utrecht in handen te stellen. Lastgeefster is tevens erfgename van haar grootmoeder Maria van Bochoven, in leven weduwe van Claes Jansz de Leeuw. Op 18 juni 1670 constitueren de erven van Emmerentiana Bogaerts, de clerq ter secretarie der stadt Utrecht Van de Mast, om voor het gerecht van Utrecht een plecht van f 2000,- ten laste van Peter Verlaen te casseren vanwege aflossing. Genoemde erven zijn Cornelis Both, doctor in de medicinen, Willem Munter, Florentius Sas, apothecaris, Cornelia van Dimerbroeck, Godefridus Munter, advocaet s’hoofs van Utrecht, Geertruijdt Munter, Anthonis van Wijckersloot en Gilbertus Junius, domheer ende vice decan van den capittele van St. Marien te Utrecht. Op 31 augustus 1671 constitueert Nicolaa Both, eerder weduwe van Gerrit Sem, Berent van Kennewech om voor het gerecht van Utrecht ten behoeve van Henrick van Duijssel, advocaat hof van Utrecht, een plecht van f 2000-0-0 te transporteren. Lastgeefster is enige dochter en erfgename van Thomas Both, alsmede erfgename van Maria van Bochoven, weduwe van Claes Jansen de Leeuw haar grootmoeder.

Op 23 december 1675 bekent Johan Sem, appotecaris, schuld van f 1000 vanwege de apothekerswinkel die debiteur van zijn moeder Nicolaa Both heeft overgenomen, ten behoeve van Alard van Soudenbalgh. Debiteur ontslaat Maria Sem, weduwe van Anthoni Baers, van deze borgtocht inzake dit kapitaal.

Op 18 augustus 1703 bekent Nicolaa Both, laatst weduwe van Cornelis van de Water, schuld van f 400 vanwege een lening ten behoeve van de mede-fedeï-commissaire erven Johann de Leeuw en Maria de Leeuw. Aflossing zal aan Cornelis van Swanenburgh, sequester over Johannes van Rossum, als usufructuair erfgenaam van Johanna de Leeuw en Maria de Leeuw, moeten geschieden. Nicolaa Both is mede-fideï-commissaire erfgename van nichten Johanna de Leeuw en Maria de Leeuw. Borg staan haar dochters Elisabeth Sem, Willemina Sem en Judith van de Water.

Uit dit huwelijk:

Josina Sem

2  Johan Sem, apotheker, geboren ca. 1648, begraven 19 juni 1687 in de Jacobikerk te Utrecht. Gehuwd op 28 februari 1674 voor het gerecht te Utrecht met Dirckje van Grasvelt, overleden > 3 maart 1693

3  Thomas Sem, geboren ca. 1650, begraven 24 mei 1702 in de Jacobikerk te Utrecht. Gehuwd op 23 oktober 1680 voor het gerecht te Utrecht met Sabina Vlugh, begraven 28 februari 1697 in de Jacobikerk te Utrecht. Gehuwd op 21 januari 1702 voor het gerecht te Utrecht met Catharina van den Bergh, begraven 2 april 1723 in de Buurkerk te Utrecht

4  Elisabeth Sem, geboren ca. 1652, begraven 30 december 1711 in de Buurkerk te Utrecht

5  Cornelis Sem, geboren ca. 1654. Gehuwd op 16 oktober 1686 voor het gerecht te Utrecht met Anna van Grasvelt, begraven 8 mei 1714 in de Buurkerk te Utrecht

6  Wilhelmina Sem, geboren ca. 1656, begraven 3 april 1705 in de Jacobikerk te Utrecht


5142  Pieter Hilleger, lakenwerker, geboren ca. 1605 in ‘t lant van Gulick (D), overleden < 13 juni 1675

Ondertrouwd op 30 september 1639 en gehuwd op 22 oktober 1639 voor het gerecht te Leiden (get: Jan Pieters bekende, Neeltgen Cosmans bekende) (#) met

5143  Grietge Jans, geboren ca. 1605 te Ronse (B), overleden > 6 juni 1677. Ondertrouwd op 13 juni 1675 en gehuwd te Leiden met Pieter Verbiest

Uit dit huwelijk:

Maria Pieter Hilgers

2  (?) Anna Hillegerts. Gehuwd met Hendrik Hanselaar


5146  Johann Adam Hünerfänger, predikant van de Lutherse gemeente te Nijmegen (sinds 21 juli 1637), predikant van de Augsburgse confessie (Lutherse kerk) te Utrecht (sinds januari 1639), geboren ca. 1600, begraven 14 augustus 1671 in de Buurkerk te Utrecht (#)

Gehuwd met

5147  Judith Langen, begraven 12 juli 1675 te Utrecht (#)

Raadssignaat Nijmegen dd 10 november 1637: “Also eenen Luthersche prediger Jan Adam, hundervanger genant, onlancx binnen deser stadt gecomen ende sich buijten kennisse ende toelatinghe mijner heeren tottet houden van affsonderlicke vergaderingen voor de Luthersgesinde laet gebruijcken, is denselven prediger, voorbescheijden sijnde, aengeseijt ende belast sich daervan t’onthouden, also men ‘tselve, als een niewicheijt end voor desen noijt alhier gepleecht, niet en conde toestaen datt hij hem oversulcx still soude houden off sunst op een ander vertrecken; in welcken vall van vertreck men hem ten regarde van sijne sobere gelegentheijt met eenen reijs ende teerpenninge soude versien”. Na vermaningen door de kerkenraad en het magistraat te Nijmegen, vertrekt Jan Adam Hunerfanger uit Nijmegen. HIj vervoegt zich persoonlijk bij het Amsterdamse consistorie om te dingen naar de vacante predikantsplaats in de Lutherse gemeente te ‘s Gravenhage. Nadat hij daar enkele malen heeft gepreekt en de Haagse gemeente te kennen geeft hem te willen beroepen, waarschuwt de Amsterdamse kerkenraad de gemeente te Den Haag, dat de berichten over Jan Adam Hunerfanger niet al te gunstig luiden en dat er meer gekwalificeerde kandidaten in aanmerking komen. Jan Adam Hunerfanger wordt in januari 1639 de tweede predikant te Utrecht naast Swetgius.

In de jaren 50 van de 17e eeuw breekt er een twist uit in de kerkeraad van de Lutersche Kerk te Utrecht, die voornamelijk gaat over het slechte beheer van de gelden en goederen. De beide predikanten, Swetgius en Hunerfanger, zijn hier ook bij betrokken. Amsterdam heeft de zaak in enige classicale vergaderingen behandeld en ook de vroedschap heeft getracht een verzoening te bewerkstelligen. In 1660 wordt er een ‘temperament ende articulen van verdragh’ gesloten tussen de aanhangers van beide predikanten, waarin de zaken geregeld worden. Bij de volgende verkiezingen van de kerkeraad breekt de strijd echter weer los. Door de strenge ordonnanties van 25 mei en 10 augustus 1661 heeft het stadsbestuur de orde weten te handhaven. Pas in 1666 vindt er een werkelijke verzoening plaats. Op 20 januari 1660 procureert de gemeente van de Aughsburchse confessie, vertegenwoordigt door Johannes Adami Hoendervanger predikant, Beernt Bitter ouderling, Bartholomeus Wijnbron diaken en Henrick Meijborch diaken, Adam Meijer om in ‘s Gravenhage Hermannus Glaserus, predikant van de Augsburgse confessie (Lutherse kerk) aldaar te verzoeken om de notaris Everard van Steijn kopie te vragen van attestatie door Nanningh Nanninghs c.s. ‘van Sweetgii voornemen gegeven’. Op 19 maart 1660 procureert de gemeente van de Aughsburgse confessie uit naam van de kerckeraad aen de sijde van Johannes Adami Hoendervanger. Nommijn Willemss van Holsteijn gewesene ouderlingh en Johannes Rothoven gewesene kerckenraad om ambassadeurs van Denemarken bij de Staten-Generaal in Den Haag een verzoek voor te leggen inzake arbitrage in kwestie met Fredericus Sweetgius, gewezen predikant. Op 1 juni 1660 attesteren Apolonia Bomans en Beernt Janss van Dortmont over beschuldigingen door Lodewijck van Munster aan het adres van Johan Adam Hoendervanger, predicant van de Aughsburchse confessie te Utrecht. Op 15 mei 1664 vermaant de kerckenraad der Augsburchse confessie Johan Adam Hoendervanger dat hij zich dient te houden aan het besluit van de kerkenraad omtrent de aanstelling van ouderlingen en diakenen en van het protest tegen alles wat hij hiertegen zou mogen ondernemen.

In 1665 bereikt de Lutherse gemeente onder aanvoering van predikant Johan Hunerfanger en de Gereformeerde gemeente onder aanvoering van hoogleraar-predikant Andreas Essenius een principeakkoord over samengaan van beide gemeenten. De grote Lutherse gemeente in Amsterdam wijst het echter af waardoor het niet doorgaat.

Op 7 juni 1651 benoemen Johan Adam Hunerfanger, bedienaer des goddelijken woordts der Augsburchsche confessie binnen Utrecht, gehuwd met Judith van Langen, wonende te Utrecht in de Stroijstege ontrent het Duijtschenhuijs, de langstlevende en Joannes Best en Joannes Praum als voogd over hun na te laten onmondige kinderen. Op 29 december 1663 procureert Johannes Adami Hoendervanger Hillegunt van Holsteijn om in Amsterdam toe te stemmen in het aantekenen en proclameren van het huwelijk van zijn dochter Maria Hoendervanger met Niclaes Poeije van der Heijden, goudsmid, geboortig van Holstein. Op 18 juni 1675 wijst Judith Lange, weduwe Johannes Adam Hoendervanger, wonende noordzijde Stroijsteech, legaten toe. Vererving zal ab intestato geschieden, vruchtgebruik voor zoon Hans Jacob Adam Hoendervanger aan de portie van zijn kinderen in plaats van legitieme portie.

Op 20 februari 1678 procureren de erven van Johan Adam Hoenderfenger, zijnde Johannes Jacobus Hoenderfenger zoon, Johannes Best schoonzoon gehuwd met Eva Catharina Hoenderfengers, en de onmondige kinderen van Maria Hoenderfengers en Nicolaus Boij kleinkinderen, Johan Christiaen Wicht, secretaris van de rijngraeff tot Keerborch, om te transporteren ten behoeve van Johan Balthasar Paus en zijn erven diverse stukken land, gelegen in Keerborch en een obligatie van 19 rijksdaalders ten laste van Ullericht Messinger, smid te Keerborch. Op 2 september 1678 procureren de genoemde erven ab intestato Johan Adam Hoenderfenger, in leven predikant der onveranderde Augsburgse Confessie in Utrecht, Casparus Schellekes om na ontvangst van de koopsom ten behoeve van Johan Coenraedt Thielen, woonachtig te Kim an der Nahe te transporteren huis en erf, gelegen in Bad Kreutznach in de Hondtstraat, in bezit gekomen van comparanten door overlijden van hun (schoon)vader.

Uit dit huwelijk:

1  Eva Catharina Hoenervangers. Ondertrouwd op 9 juni 1649 en gehuwd op 16 juni 1649 voor het gerecht te Utrecht met Johannes Best, kleermaker

2  Adam Johannesz Hünerfänger

3  Johannes Jacobus Hoendervanger. Ondertrouwd op 21 oktober 1666 en gehuwd op 7 november 1666 te Utrecht met Maria Fijnnagel, begraven oktober 1669. Ondertrouwd op 26 februari 1670 en gehuwd voor het gerecht te Utrecht met Grietje Martens van der Plaet

4  Christiaen Jurijen Hunerfenger, gedoopt 28 maart 1641 Evangelisch-Luthers te Utrecht (get: Christiaen Ludwig Wilhelm, Georg Conring, Johannes Praum, Maria Gisens)

5  Emanuel Frederich Hunerfenger, gedoopt 15 augustus 1643 Evangelisch Luthers te Utrecht (get: Emanuel Amian, Frederich Aijun), begraven 3 maart 1645 in de Buurkerk te Utrecht

Maria Hoendervanger


5148  Christiaen Claesz van Isacker, meester kleermaker, geboren ca. 1620, begraven 30 januari 1694 in de Geertekerk te Utrecht (#)

Ondertrouwd op 7 december 1650 en gehuwd op 14 december 1650 voor het gerecht te Utrecht (#) met

5149  Annichgen Volkerts, begraven 12 september 1699 te Utrecht (#)

Op 20 juli 1691 attesteert Christiaan Claassen van Isackker, 71 jaar, meester cleermaker in de Joffrouwenstraat te Utrecht, over een succesvolle behandeling van oogkwalen door Johan Clootz.

Uit dit huwelijk:

Claes Christiaensz van Isacker

2  Sara Christiaensz van Isaker, geboren ca. 1655, begraven 8 december 1686 op het Geertekerkhof te Utrecht. Ondertrouwd op 21 maart 1680 en gehuwd op 12 april 1680 in de Catharijnekerk te Utrecht (get: Jannichie Hendrikx wed sijn moeder, Christiaen van Isaker haer vader) met Jacobus Jacobsz Schaeljemaker

3  Cilia Christiaensen van Isakker, geboren ca. 1660, begraven 19 februari 1699 te Utrecht. Ondertrouwd op 2 augustus 1685 en gehuwd op 18 augustus 1685 in het Antoni Gasthuis te Utrecht (get: bruijts vader Christiaen Claessen, Cathrijn Abrahams uijt naem van de moeder des bruijdegoms) met Henrik Leurs, gedoopt 11 mei 1662 Remonstrants-gereformeerd te Utrecht, begraven 14 oktober 1704 in de Buurkerk te Utrecht

4  Daniel van Isacker, geboren ca. 1665. Ondertrouwd op 4 februari 1694 en gehuwd op 20 februari 1694 in het Antoni Gasthuis te Utrecht (get: Nicolaas van Isacker, broeder van de bruidegom getuigende van het consent des moeders), Grietje Matthijsen mater spouse) met Cornelia de Man, gedoopt 24 oktober 1666 te Utrecht, begraven 5 september 1710 in de Geertekerk te Utrecht. Ondertrouwd op 10 december 1713 en gehuwd op 25 december 1713 te Utrecht (get: Klaesje Kastens bruidegoms suster, Katrijn de Bruin bruitts suster) met Jakoba van Eijnthoven, begraven 16 maart 1745 op het Geertekerkhof te Utrecht


5152  Gijsbert Willems Agterberg, hovenier bij de “rode brug”, zoon van Willem Acrijnsz en Jannichje Gijsberts, geboren ca. 1595, begraven 26 september 1653 in de Jacobikerk te Utrecht (#). Gehuwd op 15 januari 1614 te Utrecht met Neeltje Huijgen. Gehuwd op 29 april 1648 te Utrecht met Grietje Frederiks van Soelen

Gehuwd op 6 februari 1630 voor het gerecht te Utrecht (#) met

5153  Neeltje Coenraad Eersten, dochter van Coenraad Eersten, geboren ca. 1605, overleden < 29 april 1648

Op 23 april 1645 tekent Huijch Gijsbertss van Achterbarch jegens Gijsbert Willemss van Achterberch, vader, een kwitantie voor de ontvangst van de nalatenschap van zijn moeder Neeltje Huijgen.

Op 30 april 1647 benoemen Gijsbert Willemss van Achterberch en Neeltgen Coenensdochter, wonende te Hogelande, de langstlevende tot voogd over de na te laten kinderen.

Op 9 april 1650 benoemen Anthonis Stevenss van Bemmell en Marichgen Jans tot voogd over de na te laten kinderen Sander Stevenss van Bemmell, broer van de comparant, en Gijsbert Willemss van Achterberch, broer (?) van de comparante.

Op 4 februari 1654 vindt de scheiding plaats van de boedel van Gijsbert Willemss van Achterberch en Grietgen Fredericx, tussen Grietgen Fredericx geassisteerd door Jan Dirckss van Oucoop, en de kinderen van Gijsbert Willemss van Achterberch zijnde Huijch Gijsbertss van Achterberch, Aert Gijsbertss van Achterberch, Cornelis Gijsbertss van Achterberch onmondig en Willem Gijsbertss van Achterberch onmondig. Voogden zijn Acrijn Willemss van Achterberch en Aert Frederickss van Vlooten.

Uit dit huwelijk:

1  Willem Gijsbertsz Agterberg, geboren ca. 1631, overleden > 2 december 1663. Gehuwd te Solingen (D) met en gescheiden in 1663 te Utrecht van Gretgen Keuters

Cornelis Gijsbertsz Agterberg


5154  Aelbert Cornelisz van Lelienberch, zoon van Cornelis Jelisz van Lelienberch, geboren ca. 1595, begraven 28 januari 1661 in de Nicolaikerk te Utrecht (#). Gehuwd met Metje Cornelis, begraven 21 februari 1687 te Utrecht

Ondertrouwd op 4 november 1620 en gehuwd op 11 november 1620 voor het gerecht te Utrecht (#) met

5155  Maeijcken Cornelis, dochter van Cornelis Arisz, geboren ca. 1595 te Schalkwijk, begraven 9 maart 1640 in de Nicolaikerk te Utrecht (#)

Op 7 maart 1659 procureren Geertuijdt en Anna Bijndop, zusters, Jacob Becker om provisionele condemnatie in zaak tegen Aelbert Cornelisz van Lelienberch ten uitvoer te laten leggen en geld te innen. Provisionele condemnatie dd 5 oktober 1658 door gerecht van Utrecht.

Op 11 november 1661 doet Gerrit Aelbertsz van Lelienberch, stiefzoon, afstand van de boedel van zijn overleden vader en broer Cornelis Aelbertsz van Lelienberch ten behoeve van zijn stiefmoeder Metje Cornelis, weduwe Aelbert Cornelisz van Lelienberch, in ruil voor het verwerven van de kleren van hen beiden.

Uit het 1e huwelijk:

1  Jannigje Aalberts van Lelienberg, geboren ca. 1620, begraven 4 juni 1706 in de Nicolaikerk te Utrecht. Gehuwd op 3 juni 1654 voor het gerecht te Utrecht met Jan Joosten van Regelenhuijsen, overleden 1662-1664. Gehuwd op 30 april 1664 voor het gerecht te Utrecht met Adriaan van de Vecht, overleden 1685-1686

2  Cornelis Aalbertsz van Lelienberg, begraven 31 december 1660 in de Nicolaikerk te Utrecht

3  Gerrit Aelbertsz van Lelienberch, begraven 29 mei 1671 in de Jacobikerk te Utrecht. Gehuwd op 9 oktober 1652 voor het gerecht te Utrecht met Swaentje Claes Jansen

Marrichje Aalberts van de Lelienburg


5156  Willem Cornelisz van der Stoop, zoon van Cornelis Rochusz van der Stoop en Gijsbertgen Stoffels, geboren ca. 1595, overleden 21 mei 1655 in de Nicolaikerk te Utrecht (#)

Gehuwd op 19 september 1618 voor het gerecht te Utrecht (#) met

5157  Hendrickgen Aerts van Rheenen, geboren ca. 1595, overleden > 21 mei 1655

Op 22 mei 1655 verklaren de kinderen van Willem Corneliss van der Stoop, genaamd Cornelis Willemss van der Stoop, Pouwels Willemss van der Stoop, en Johan Willemss gehuwd met Jannichjen Willems, dat het assisteren bij het begraven van hun vader is geschied om hun moeder bij te staan en zonder aanvaarding van de nalatenschap van hun vader.

Op 13 januari 1664 benoemt Jannichjen Willems van der Stoop, gehuwd met Jan Willemsz van de Nieuwegrift, tot erfgenaam de kinderen van zuster Barbera Willems van der Stoop, de kinderen van broer Cornelis Willemsz en de kinderen van broer Pauls Willemsz van der Stoop, op last van lijftocht voor haar echtgenoot. Op 16 juli 1682 wordt het testament opnieuw opgemaakt waarbij deze kinderen opnieuw tot erfgenaam zijn benoemd, met benoeming van Jacob Stevensen van de Bilt en Steven Jacobss Eijckelboom tot voogden. Op 27 april 1687 wordt het testament wederom opgemaakt met dezelfde erfgenamen, vererving hoofd voor hoofd. Op 13 maart 1693 wederom, met seclusie van de momberkamer.

Uit dit huwelijk:

1  Jannechien Willems van der Stoop, begraven 18 juli 1704 in de Nicolaikerk te Utrecht. Gehuwd op 3 november 1649 voor het gerecht te Utrecht met Jan Willemsz van de Nieuwegrift, overleden 1683-1693

2  Barbara Willems van der Stoop, overleden > 2 maart 1703. Ondertrouwd op 30 september 1649 en gehuwd op 14 oktober 1649 te Utrecht met Gijsbert Arienssen van Jaersveld. Gehuwd op 12 oktober 1661 voor het gerecht te Utrecht met Thonis Thonisse

3  Cornelis Willemsz van der Stoop, begraven 9 december 1682 te Utrecht. Gehuwd op 2 juni 1655 voor het gerecht te Utrecht met Teuntgen Jacobs Timmer. Gehuwd op 10 maart 1666 voor het gerecht te Utrecht met Trijntien Jans van Scherpenzeel, begraven 24 november 1692 te Utrecht

Paulus Willemsz van der Stoop


5160  Huijg Jansz van Benthem, zoon van Jan Jansz van Benthem en Hubertje Berents van der Well, geboren ca. 1620, begraven 1 april 1661 op het Nicolaikerkhof te Utrecht (#)

Gehuwd op 11 februari 1643 voor het gerecht te Utrecht (#) met

5161  Annichje Dircks van Bemmel, dochter van Dirck Fransz van Bemmel en Grietje Harmens, geboren ca. 1625, begraven 21 april 1717 op het Nicolaikerkhof te Utrecht (#)

Op 18 mei 1645 benoemen Beernt Janss van Bentem, voerman buijten de Tollensteechpoort, en zijn vrouw Elijsabeth Aelberts, de langstlevende, alsmede Huych Janss van Bentem, broer wonende in Abstede, en Jacob Wouterss Wantenaer, haar oom buijten de Wittevrouwepoorte, tot voogden over de onmondige na te laten kinderen en erfgenamen. Op 8 december 1660 benoemen Huych Janss van Bentum en zijn vrouw Annichgen Dircks van Bemmell, wonende aan t’eijnde Abstede, de langstlevende, alsmede Bernt Janss van Benthem, broer en zwager, en Frans Dirckss van Bemmell, broer en zwager, tot voogden over na te laten onmondige kinderen.

Op 25 juni 1706 stelt Annichje Dircks van Bemmel, weduwe van Huijch Jansen van Bentum, haart testament op. Op 19 maart 1712 voegt zij daar een codicil aan toe mbt een huisinge en hofstede aan den Boom in Abstede, ten behoeve van haar dochter Catharina Huijgen van Bentum.

Uit dit huwelijk:

1  Huijbertje Huijgen van Benthem, begraven 23 juli 1682 te Utrecht

2  Willem Huijgen van Benthem, begraven 18 september 1682 op het Nicolaikerkhof te Utrecht. Gehuwd op 9 februari 1678 voor het gerecht te Utrecht met Maria Jans de Rooij

3  Frans van Benthem, zakkendrager, begraven 12 februari 1707 op het Nicolaikerkhof te Utrecht

Herman Huijgen van Benthem

5  Catharina van Benthem, begraven 13 juni 1711 op het Buurkerkhof te Utrecht. Gehuwd met Johannes Liot

6  Barent Huijgen van Benthem

7  Maria Huijgen van Benthem, begraven 18 mei 1706 op het Nicolaikerkhof te Utrecht

8  NN van Benthem, begraven 18 juni 1660 op het Nicolaikerkhof te Utrecht


5162  Aert Willemsz Peerboom, hovenier, schepen van Abstede, zoon van Willem Fransz Peerboom en Gerrichje Hermans van Voorn, geboren ca. 1615, begraven 10 april 1688 op het Nicolaikerkhof te Utrecht (#)

Gehuwd op 15 april 1637 voor het gerecht te Utrecht (#) met

5163  Stijntje Bastiaens, geboren ca. 1615, begraven 2 oktober 1678 op het Nicolaikerkhof te Utrecht (#)

Op 2 december 1650 wordt het testament van 20 april 1639 tot uitvoer gebracht van Gerrichgen Hermans van Voorn, dochter van Herman Corneliss van Voorn, laatst weduwe van Dirck Corneliss de Ridder. Erfgenamen zijn Cornelis Dirxss de Ridder, Willem Dirxss de Ridder, Aert Willemss Peerboom en de verdere kinderen. Uit de erfenis is f 200 voor het onmondige kind van haar overleden zoon Frans Willemss Peerboom, met benoeming van zoon Aert Willemss Peerboom en zwager Aert Hermanss van Soestbergen tot voogden (#). Op 23 maart 1656 verschijnen Aert Willemss Peerboom, Adriantgen Franss Peerboom onmondig kind van Frans Willemss Peerboom en Trijntgen Jans Molevanger, Huijch Gijsbertss van Achterberch, Cornelis Dirckss de Ridder, Willem Dirckss de Ridder, om Aert Harmanss van Soestbergen gehuwd met Marichgen Willems Peerboom te benoemen om voor deken en kapittel van St Pieter te Utrecht twee plechten te transporteren aan Frans Willemss Verry, kleermaker te Utrecht. De plechten komen uit de erfenis van hun (groot)moeder Gerrichgen Harmans van Voorn, in leven gehuwd met Willem Franss Peerboom en met Dirck Corneliss de Ridder.

Op 9 november 1670 assisteert Aert Willemss Peerboom zijn zoon Dirck Aertss Peerboom bij de huwelijkse voorwaarden voor het huwelijk met Adriaentjen Gijsberts Sterck, bijgestaan door haar moeder Merrichjen Roelofss van Goutoever en oom Cornelis Aertss van Sweserengh. In de voorwaarden is een regeling opgenomen voor alimentatie voor de moeder van de bruid, die afstand doet van de huur van de hofstede en landerijen op Oudwijk en vee, gereedschappen, inboedel en huisraad overdraagt aan de toekomende echtelieden. Op 1 november 1677 assisteert Aert Willems Peerboom zijn dochter Geertjen Aerts Peerboom bij het opstellen van de huwelijkse voorwaarden met betrekking tot het huwelijk met Adriaen Stevenss van de Bilt, bijgestaan door zijn vader Steven Jacobss van de Bilt. De toekomende echtelieden zullen bij de ouders van de bruidegom inwonen.

Op 17 januari 1677 huurt Aert Willemsz Pereboom van Henrick van Utenhove twee percelen bouwland ten noordwesten en zuidwesten van huize Amelisweerd, door huurder reeds tot moesland gecultiveerd.

Op 18 december 1677 benoemen Aert Willemsz Peerboom en Stijntje Bastiaens, wonende te Abstede, de langstlevende tot voogd over hun onmondige kinderen. Op 12 december 1680 stelt Aert Willemsz Peerboom, weduwenaar van Stijntje Bastiaens, zijn testament op. Hij benoemt Maria Aerts Peerboom, Frans Aertsz Peerboom en de overige kinderen tot erfgenaam. Hij benoemt tevens Frans Aertsz Peerboom, Adriaen Stevensz van de Bilt, zwager, en Cornelis Achterbergh tot executeur (#). Op 22 april 1688 vindt de scheiding plaats van de erfenis van Aert Willemsz Peerboom en Stijntje Bastiaens. Belanghebbenden zijn Dirck Aertsz Peerboom, Gijsbert Aertsz Peerboom, Cornelis Aertsz Peerboom, Frans Aertsz Peerboom, Maria Aerts Peerboom, Arien Stevensz van de Bilt getrouwd met Geertje Aerts Peerboom, drie kinderen van Willem Aertsz Peerboom onder voogdij van hun moeder Jacomina Bastiaens Peerboom, twee kinderen van Teuntjen Aerts Peerboom onder voogdij van hun vader Anthonis Jans Eerselingh, en vier kinderen van Erckjen Aertsz Peerboom onder voogdij van Herman Huijgen van Benthem. Het betreft een ‘boomgaert groot 3 hont lant’ genaamd ‘die Tienthout’ in de Nieuwe Min, oostwaarts belend door de weduwe en erfgenamen van Huijch Jansz van Benthum, en westwaarts door het convent van St. Servaes achter de Achterdijck (#).

Uit dit huwelijk:

1  Willem Aertsz Peerboom, begraven 3 juni 1681 op het Nicolaikerkhof te Utrecht. Gehuwd op 23 februari 1667 voor het gerecht te Utrecht met Jacomina Bastiaens Peerboom, begraven 7 april 1701 op het Nicolaikerkhof te Utrecht

Errichje Aarts Peereboom

3  Dirck Aertsz Peerboom, begraven 15 februari 1721 op het Nicolaikerkhof te Utrecht. Gehuwd op 26 november 1670 voor het gerecht te Utrecht met Adriaentjen Gijsberts Sterck, begraven 21 augustus 1671 op het Nicolaikerkhof te Utrecht

4  Gijsbert Aertsz Peerboom. Gehuwd op 15 oktober 1670 voor het gerecht te Utrecht met Cornelia Jans Goutoever, overleden > 14 juli 1709

5  Cornelis Aertsz Peerboom, begraven 30 november 1691 op het Heiligewegs- en Leidsche Kerkhof te Amsterdam

6  Teunisje Aerts Peerboom, begraven 16 augustus 1682 op het Jacobikerkhof te Utrecht. Gehuwd op 3 januari 1674 voor het gerecht te Utrecht met Anthonis Jans Eerselingh

7  Geertje Aerts Peerboom, begraven 15 augustus 1691 op het Nicolaikerkhof te Utrecht. Gehuwd op 17 november 1677 voor het gerecht te Utrecht met Arien Stevensz van de Bilt

8  Frans Aertsz Peerboom, begraven 18 februari 1727 op het Nicolaikerkhof te Utrecht. Gehuwd op 22 juni 1679 voor het gerecht te Utrecht met Petronella Frans van Bemmel, begraven 26 november 1725 op het Nicolaikerkhof te Utrecht

9  Maria Aerts Peerboom, begraven 28 november 1693 op het Nicolaikerkhof te Utrecht


5164  Gerrit Cornelisz van Eijndhoven, zoon van Cornelis van Eijndhoven, geboren ca. 1620

Ondertrouwd op 15 april 1646 en gehuwd voor het gerecht te Wijk bij Duurstede (#) met

5165  Maria Gerrits van Otterspoor, dochter van (?) Gerrit Jelissen van Otterspoor en Meijken Gijsberts, geboren ca. 1620 te Jutphaas

Op 27 februari 1650 koopt Gerrit Corneliss van Eijndhoven van Cornelis Janss van Breda, 6 hont ackerboulant in de Engh te Wijk bij Duurstede. Op 28 april 1653 huurt Gerrit Cornelissz van Eijndhoven van Louis van Renesse van Baer, een hoffstede genaamd Tunneken in het gerecht Wijck.

Uit dit huwelijk:

Cornelis Gerritsz van Eijndhoven


5166  Gerrit Croes

Op 24 augustus 1694 huurt Gerrit Croes van Aleijdis van Weijckerslooth een huijsinge, schuijr en hoff, sijnde een tappsteede genaamd ‘t Roode Hart, gelegen in het gerecht van De Bilt. Borg staat Cornelis Gerritsz.

Kinderen:

Mechteld Gerrits Croes

Jannigje Gerrits Croes. Gehuwd op 2 januari 1692 voor het gerecht te Utrecht met Arie van Malsen, overleden 1692-1702. Gehuwd op 13 mei 1702 voor het gerecht te Utrecht met Cornelis Woutersz van Pijlsweert, geboren te Utrecht

3  Gerrit Gerritsen Croes. Gehuwd op 11 mei 1695 voor het gerecht te Utrecht met Geertruijd van Elst


5170  Anthoni Claes de Jonge

Op 4 maart 1640 constitueert Willem Corneliss van Leemputten, Johan Joachem Coop van Groen en Abraham van Kerckraet om voor het gerecht van Utrecht een plecht van 8 juni 1615 van f 200-0-0 ten laste van Anthoni Claess de jonge te transporteren ten behoeve van NN

Kinderen:

1  (?) Claes Tonisz de Jongh. Gehuwd met Trijntje Jacobs

2  (?) Merrigje Theunis de Jongh


5172  Gijsbrecht Everaertsz, metselaar, geboren ca. 1570, overleden < 1641

Ondertrouwd op 12 juni 1593 en gehuwd op 27 juni 1593 te Delft (#) met

5173  Machtelt Cornelis, geboren ca. 1575, begraven 8 augustus 1652 te Delft (#)

Uit dit huwelijk:

1  Seger Gijsbrechtsz, timmerman. Ondertrouwd op 29 november 1615 en gehuwd op 6 december 1615 te Delft met Maritgen Willems

2  Cornelis Gijsbrechts Duijsthouck, metselaar, begraven 30 september 1650 te Delft. Ondertrouwd op 16 oktober 1616 te Delft met Aeltge Barents, begraven 4 januari 1636 te Delft. Ondertrouwd op 3 mei 1636 en gehuwd op 18 mei 1636 te Delft met Stijntgen Corstiaens, begraven 18 september 1650 te Delft

3  Leendert Gijsbrechtsz, varensgezel, overleden 1619-1624. Ondertrouwd op 23 november 1619 en gehuwd op 8 december 1619 te Delft met Geertje Barents

4   Evert Gijsbrechtsz, timmerman. Ondertrouwd op 21 augustus 1621 en gehuwd op 5 september 1621 te Delft met Teuntge Willems

5  Hillitje Gijsbrechts. Gehuwd met Harmen Dircxz

6  NN Gijsbrechts, begraven 29 augustus 1607 te Delft

7  Aeffgen Gijsbrechts. Ondertrouwd op 27 november 1627 en gehuwd op 12 december 1627 te Delft met Pieter Willemsz, varensgezel

Harmen Gijsbrechtsz Duijsthoeck

9  Willempge Gijsbrechts Duijsthouck, begraven 24 februari 1648 te Delft. Ondertrouwd op 27 augustus 1639 en gehuwd op 11 september 1639 te Delft met Jacob Pouwelsz van der Schoote, schilder, begraven 3 november 1664 te Delft


5200  Melchior Coertsz

Gehuwd met

5201  Trijntken Everts

Op 9 januari 1661 koopt Harmen Coert, cleermaecker te Utrecht, het erfdeel uit van Gerrit Gerritss gehuwd met zijn zuster Annigen Coert wonende De Haer, in de boedel van Melcher Coerts en Trijntken Everts, haar vader en moeder, welke goederen zich bevinden te Alen in het Sticht van Münster.

Kinderen:

Gerrit Melchiorsz van Alen

Annichgen Melchers van Alen. Gehuwd op 18 oktober 1656 voor het gerecht te Utrecht met Gerrit Gerritsen

3  Herman Melchiorsz, kleermaker. Ondertrouwd op 9 november 1656 en gehuwd op 23 november 1656 te Utrechtmet Henrickjen Claes van Aernem


5202  Marten van Hanenborch, zoon van Willem van Hanenberch en Lijssen Mertens Smidt, overleden < 29 december 1639

Gehuwd met

5203  Geesken van Velthuijsen

Mertens ten Hanenberge gaerdens zijn als belendend genoemd in akten van Rechterlijk Archief van de Stad Oldenzaal in 1617 en op 11 augustus 1622.

7 Novembris 1617: Aeltghen unnd Trijngjen tenn Tijthave gesusteren, geassistiert mett haeren neefven, unnd mombaren Merten ten Haenenberch unnd Merten Smijdt, ghaen uth unnd doen vertichnisse, efflich, ewichlich, unnd unwedderloessbar van alsodaenen huisse, have und alinge wehr, liggende ijn der Steinstraete.

Op 19 oktober 1634 procureert Jan Hanenberch, cleermaecker te Utrecht, zijn zuster Geertruijt Hanenberch, wonende te Utrecht, om te vorderen van diegenen die het betreft de penningen die hem resteren van de erfenis, hem aangekomen door overlijden van Willem Hanenberch zijn vader, overleden te Oldenzaal, van welke erfenis hij was uitgekocht door zijn broer Marten Hanenberch, desnoods met gebruik van rechtsmiddelen.

Op 29 december 1639 procureren de mede-kinderen en ervan van Marten van Hanenberch en Geesken van Velthuijsen, Evert Janss, Aelbert Helmijs en NN Roscam, tot verkoop en transport van huis en hofstede hoef Kerkhof binnen Oldenzaal en van landerijen buiten Oldenzaal gelegen. De ouders van de comparanten hebben in Oldenzaal gewoond.

Uit dit huwelijk:

Maria Martens van Hanenborch

Henrick Martensz van Hanenberch, bakker, overleden 1666-1675. Gehuwd op 19 oktober 1644 voor het gerecht te Utrecht met Geertgen Aelten de Goijer

3  Annichgen Martens van Hanenberch

4  Elijsabeth van Hanenberch. Gehuwd met Evert Jansz, coornmater ter Utrecht


5228  Pelle Tonisz, overleden < 19 mei 1675

Gehuwd met

5229  Willempje Pelgrums

Op 19 mei 1675 huurt Willempje Pelgrums, weduwe van Pell Toniss, wonende te Sterckenborch, een huijsje ende erve in het gerecht Sterckenborch met aan de ene zijde de Capell. Cornelis Pellen, wonende te Dwersdijck, staat borg.

Uit dit huwelijk:

1  (?) Cornelis Pellen van Blanckesteijn

(?) Gerrit Pelle van Blanckesteijn. Gehuwd met Cornelia Damen van Zijl

3  (?) Lijsbeth Pelle van Blanckesteijn. Gehuwd met Cornelis Lodewijckx

4  (?) Vreechen Pelle van Blanckesteijn. Ondertrouwd op 25 april 1675 en gehuwd op 9 mei 1675 te Cothen met Aert Peterssen. Ondertrouwd op 27 april 1682 en gehuwd op 6 mei 1682 te Cothen met Jan Woutersen Schauw

5  (?) Hilligjen Pellen van Blankesteijn. Ondertrouwd te Amerongen en gehuwd 24 oktober 1680 te Neerlangbroek met Jan Olifsz


5264  Jan Jansz alias Dons Jan, lontmaker, overleden 1626-1628

Gehuwd met

5265  Neeltje Henricks van Roijen, dochter van Hendrick van Roijen, begraven 28 april 1656 op het Jacobikerkhof te Utrecht (#)

Op 24 april 1627 stelt Sebastiaen Adamsz, schout van de Weerde buijten Utrecht, codicil op behorende bij het testament dd. 9 september 1625, met betrekking tot een legaat ten behoeve van Aeltgen Jans, dochter van Jan Jansz alias Dons Jan, en haar broer Pauwels Jansz, op last van lijftocht van zijn vrouw Anna Willems. De toewijzing van het legaat is ten behoeve van het St. Martinusgasthuis in de Bemuurde Weerd.

Op 30 januari 1628 richten Peter Dircxz Vermuelen, Jan Pelgrumsz van Vreeswijck, Jacob Fransz van Meenen, Jacob Maesz, Henrick Henricxz, Dirck IJsbrantsz, Jacob Petersz, Willem Cornelisz en Neeltgen Henrix, weduwe van Jan Jansz alias Dons Jan lontmaker buijten de Weert, een maatschap op voor de leverantie van lonten ten behoeve van de staten van Utrecht of stad Utrecht.

Op 11 augustus 1640 stelt Swaentge Henricx van Roijen haar testament op. Zij benoemt als erfgenaam Henrick Janss, zoon van haar zuster Jannigen Henricx van Roijen, Neeltje Henricx zuster, en de kinderen van haar broer Cornelis Henricxss van Roijen met Teuntge Gijsberts. Met benoeming van Henrick Janss van Attendoorn en Henrick Janss Dons Jan, neven, tot voogden.

Uit dit huwelijk:

Jan Jansz Donsjan

2  Aeltgen Jans, overleden 1669-1671. Gehuwd met Dirck van Aelst

3  Belichje Jans Dons, begraven 19 november 1685 te Utrecht. Gehuwd op 15 april 1643 voor het gerecht te Utrecht met Cornelis Berentsz van Cleeff, overleden < 11 februari 1676

4  Pauwels Jansz, gedoopt 5 januari-10 april 1614 te Utrecht

5  Neeltgen Jans, gedoopt 6 november 1616 te Utrecht


5268  Herman Faesz, zakkendrager, geboren ca. 1580, begraven 5 september 1636 te Utrecht (#)

Gehuwd op 13 oktober 1605 in de Geertekerk te Utrecht (#) met

5269  Jannetgen Jans van Gemert, geboren ca. 1580, begraven 4 februari 1656 in de Jacobikerk te Utrecht (#). Ondertrouwd op 28 mei 1637 en gehuwd op 11 juni 1637 in de Jacobikerk te Utrecht met Wilm Dirxsen van Nieuwenbroeck, schietschuitschipper

Op 6 september 1633 verkoopt Harman Faesz, zackedrager wonende te Utrecht, alinge huijsinge ende hoffstede gelegen aan de noordzijde van Zantstrate bij de Weertpoorte aan Jan Willemsz van Nijkercken, meulenaar te Utrecht.

Op 12 december 1649 koopt Willem Dirckss van Niewenbroeck, gehuwd met Janghen Jans van Gheemen eerder weduwe van Herman Faess, van beroep out schietschuijtschipper, de kinderen van Herman Faess en Jannichgen van Gemert uit de boedel ter voldoening van het vaderlijk erfdeel. De genoemde kinderen zijn Gerrit Hermanss en Gerrichgen Hermans.

Uit dit huwelijk:

1  Joriphaes Hermansz van Maurick, geboren te Wijk bij Duurstede. Ondertrouwd op 7 januari 1621 en gehuwd op 14 januari 1621 in de Geertekerk te Utrecht met Trijntgen Jans van Doesburch

Gerrit Hermensz van Maurick

3  Gerrichgen Hermans. (?) Ondertrouwd op 17 november 1639 en gehuwd op 1 december 1639 te Utrecht met Jan Overcamp


5270  Cornelis Bernt Cornelisz, olieslager, gorter, zoon van Bernt Cornelisz, geboren ca. 1580, overleden > 27 januari 1648

Gehuwd op 11 juni 1605 voor het gerecht te Utrecht (#) met

5271  Hubertgen Antoenis Aerts Spruijt, dochter van Anthonis Aertsz Spruijt, geboren ca. 1580, overleden > 8 september 1626

Op 31 oktober 1624 constitueert Cornelis Berntsz, olijslager ende gorter in de Weerde buijten bij Utrecht aan de oostzijde van de grafte, Johan van Alten op te procederen. Op 24 januari 1625 constitueert Cornelis Berntsz, olijslager ende gorter aan de oostzijde van de Weerde, Steven Pelt om te procederen, met goedkeuring van wat Johan van Alten in de zaak tegen Sander Jacobsz gedaan heeft. Op 23 maart 1625 verklaart Anna van Essesteijn, weduwe van Wilhelm van Gent in leven erffcamerheer des forstendoms Gelre ende graefschap Sutphen, dat ze op 1 oktober 1624 onder de hand verklaard heeft dat Cornelis Berntsz ook gebruik mag maken van de landen genaamd Colweij gelegen in Lauwenrecht aan de Pellecussenpoort en de zes morgen land gelegen aan het Zwartewater bij Lenten huijsken, haar comparante toebehorende, en door haar man verhuurd aan Sander Jacobsz en dat laatstgenoemde de huur van de landen geheel of ten dele mag overdragen aan Cornelis Berntsz conform contract dd 16 februari 1613.

Op 8 september 1626 heeft Cornelis Berntsz, olijslager in de Weert aen de oostzijde van de grafte tussen beijde sluijsen, gehuwd met Huijbertgen Anthonis Aertsz Spruijts, een codicil opgsteld met seclusie van de weeskamer.

Op 16 februari 1635 stellen Anthonis Gijsbertss, Gerrit Toniss Spruijt en Aelt Gijsbertss een schuldbekentenis op ten behoeve van de heere van Nijenrode, voor een bedrag van f 160-0-0 vanwege borgtocht voor de voortvluchtige Cornelis Berntss Olijslager, als pachter van tienden.

Op 3 september 1641 schenken Grietge Wantenaers en Hubertge Bernts aan Andries van Raveswaij, hoedestoffeerder, een schuldbekentenis van f 100-0-0 ten laste van Sijmon Jacobss, te Ravenswaaij, met Gerrit Gijsbertss van Overmeer en Laurens Peterss van der Cloes als borgen, een schuldbekentenis van f 100-0-0 ten laste van Willem Henricxss, kistenmaker en diens echtgenote Jannichge Tonis, een schuldbekentenis van f 600-0-0 ten laste van Cornelis Berntss en Jan Meijnss, olieslager in de Weerd, een schuldbekentenis van f 100-0-0 ten laste van Peter Gijsbertss, buiten de Weerd, en Willem Gijsbertss, buiten St. Catharijnen, een schuldbekentenis van f 200-0-0 ten laste van Willem Jacobss van Coesvelt, een schuldbekentenis van f 300-0-0 ten laste van Hubertje Bernts, en f 170-0-0 en f 50-0-0 ten laste van Lambert Jacobss, bakker te Utrecht. Grietje Wantenaers en Hubertge Bernts wonen op het Begijnhof te Utrecht. Comparant verklaart dat hij ook een schuldbekentenis van f 100-0-0 ten laste van Evert Gijsbertss, wonende in de Bemuurde Weerd, ontvangen heeft, met Cornelis Berntss en Peter Laurenss Spruijt als borgen.

Op 27 januari 1648 doen de gesubstitueerde erfgenamen van Nijsgen Gijsberts Appelsdr, te weten Cornelis Barentss, oom van vaderszijde, Jan Dirxss, neef van moederszijde, Wouter Dirxx, neef van moederszijde, Thonis Dirxss, neef van moederszijde, Cors Rievertss gehuwd met Nijsgen Dirx, nicht van moederszijde, en Gerrit Frederixss gehuwd met Aechgen Dirx, nicht van moederszijde, afstand van de aanspraken op f 1400-0-0 ingevolgde testament op voorwaarde dat f 200-0-0 gevestigd zal worden op huis uit de nalatenschap, ten behoeve van Dirck Gijsbertss Appell, broer van Nijsgen Gijsberts Appelsdr.

Uit dit huwelijk:

1  (?) Hilligjen Cornelis van Appel


5272  Hendrick Evertsz

Kinderen:

Evert Henricksz van den Berg

(?) Fijsgen Hendricx van den Berch. Gehuwd op 3 november 1660 voor het gerecht te Utrecht met Peter Henricksse Robrugh

3  (?) Dirck Henrickssen van den Bergh. Gehuwd op 17 maart 1666 voor het gerecht te Utrecht met Maria Steens

4  (?) Annechie Hendrickx van den Bergh. Ondertrouwd op 20 augustus 1671 en gehuwd op 5 september 1671 in het Anthoni Gasthuis te Utrecht met Hendrick van Putten


5274  Geurt Hendriksz, soldaat onder de heer van Beverweerdt (1627), geboren ca. 1595

Ondertrouwd op 23 september 1627 en gehuwd op 7 oktober 1627 te Utrecht (#) met

5275  Janneken Hendriks, geboren ca. 1595

Uit dit huwelijk:

1  Cornelis Geurtsz, gedoopt 26 augustus 1627 in de Jacobikerk te Utrecht

2  Henrick Geurtsz, gedoopt 12 januari 1634 te Utrecht

Merrichjen Geurts

4  Hendrickgen Geurts, gedoopt 4 juni 1643 te Utrecht


5288  Isaac Le Febure, soldaat onder heer van Kessel, geboren ca. 1580, begraven 1 november 1624 in de Buurkerk te Utrecht (#). (?) Ondertrouwd op 21 november 1616 te Dordrecht, aangetekend 31 november 1616 te Utrecht en gehuwd op 11 december 1616 te Dordrecht met Maria Robbrechts Heijmans, geboren te Gorinchem

Gehuwd op 18 mei 1606 te Utrecht (#) met

5289  Judith Jans, geboren ca. 1585, overleden ca. 1615

Uit dit huwelijk:

1  Pieter Isaacx le Fevre, geboren ca. 1610. Gehuwd op 29 juni 1634 te Utrecht met Metjen Pieters

2  Anthoni le Feber


5340  Gerrit Jansz van Ceulen, schrijnwerker, zoon van Jan Oloffsz van Ceulen en Maria Gerrits van Schalckwijk, geboren ca. 1612, begraven 5 december 1664 in de Geertekerk te Utrecht (#)

Ondertrouwd op 8 september 1639 en gehuwd op 24 september 1639 in de Catharijnekerk te Utrecht (#) met

5341  Aeltgen Aernts van Ammel, dochter van Aernt Lucasz van Ammel en Lucia Melchiors, gedoopt 27 november 1616 te Utrecht (#), begraven 26 juli 1652 in de Jacobikerk te Utrecht (#)

Zij wonen aen de Catharijnepoort te Utrecht (1640).

Op 8 januari 1644 verlenen Adolff Jansz van Ceulen, harnasmaker te Utrecht, en Gerrit Jansz van Ceulen, schrijnwerker te Utrecht, een garantie aan Gerardt van Dijck, deurwaarder ‘s hooffs van Utrecht, in verband met borgtochten ten behoeve van Cornelis Ponsz van de Cuijl, Dirck de Goijer, oud-burgemeester van de stad Utrecht, Anthonis van Haeften en de executeurs van het testament van Adriaen Beijer en Alidt Jans, echtelieden.

Op 19 september 1650 schenkt Elisabeth Aerts, weduwe van Joost Petersen in leven sackendrager te Utrecht, aan de aelmoeseniercamer een bezegelde rentebrief groot f 200-0-0, beleend op naam van haar nicht Maria Jans en ten laste van Gerrit Janss van Ceulen als principaal en Oloff Janss van Ceulen en Lambert Roeck, boekbinder, als borgen.

Uit dit huwelijk:

Johannes Gerritsz van Ceulen

2  Maria Gerrits van Keulen, gedoopt 24 oktober 1641 in de Jacobikerk te Utrecht. Ondertrouwd op 5 mei 1667 en gehuwd op 27 mei 1667 in de Geertekerk te Utrecht met Andries Janssen van Boshoven

3  Aert Gerritsz van Keulen, meester bakker, gedoopt 14 april 1644 in de Jacobikerk te Utrecht, overleden < 30 augustus 1714. Gehuwd < 24 september 1673 met Aertje Theunis, overleden > 30 augustus 1714


5342  Johannes Ruijter. Gehuwd met Stijntje Jans. Ondertrouwd op 6 september 1635 en gehuwd op 7 oktober 1635 in de Jacobikerk te Utrecht met Elbertjen Wouters, overleden 1635-1636

Ondertrouwd op 18 december 1636 en gehuwd op 8 januari 1637 in de Geertekerk te Utrecht (#) met

5343  Aeltje Jans

Uit dit huwelijk:

1  (?) Maria Ruijters


5344  Hendrick Jansz Hoffman, kuiper, geboren ca. 1615 in ‘t land van Nassau, begraven 21 augustus 1676 op het Buurkerkhof te Utrecht (#)

Ondertrouwd op 11 juli 1641 en gehuwd op 23 juli 1641 in de Geertekerk te Utrecht (#) met

5345  Aeltje Robberts, geboren ca. 1620, overleden > 21 augustus 1676

Op 16 december 1656 verklaart Francois Kanter, brouwer te Utrecht, zich bereid de schuld van Henrick Hoffman aan Aert Cloetingh, wijncoper, te betalen, jegens wie crediteur geen pretenties meer beweert te hebben.

Op 19 mei 1672 procureert Johannes Hoffman, soldaet, en zijn echtgenote Catharina van der Sman, om van zijn vader Henric Hoffman, kuiper te Utrecht, te ontvangen f 100-0-0 die deze onder zich heeft wegens verkoop van het knechtschap van de bierboom door comparant aan Hendrick Barentsz, desnoods met inzet van rechtsmiddelen.

Uit dit huwelijk:

Johannes Hofman

2  Jannichgen Hoffman, gedoopt 19 december 1645 in de Jacobikerk te Utrecht, begraven 29 december 1645 op het Geertekerkhof te Utrecht

3  Cunera Hoffman, gedoopt 20 mei 1649 in de Geertekerk te Utrecht, begraven 1 november 1702 op het Geertekerkhof te Utrecht

4  Peter Hofman, gedoopt 7 november 1650 in de Domkerk te Utrecht, begraven 1 april 1651 op het Geertekerkhof te Utrecht

5  Matthijs Hoofman, gedoopt 31 maart 1652 in de Nicolaikerk te Utrecht, begraven 20 april 1652 op het Geertekerkhof te Utrecht

6  Anna Catharina Hoffman, gedoopt 8 juni 1653 in de Nicolaikerk te Utrecht, begraven 1 augustus 1653 op het Geertekerkhof te Utrecht

7  Matthijs Hoofman, gedoopt 27 september 1654 in de Jacobikerk te Utrecht. Gehuwd met Johanna op ten Horst, gedoopt 23 maart 1656 te Utrecht


5346  Arien Cornelisz van der Sman, kuiper, geboren ca. 1610, overleden > 1 oktober 1662

Ondertrouwd op 28 februari 1632 te Delft (#) en gehuwd te Rijswijk met

5347  Judith Jans, geboren ca. 1610, begraven 21 februari 1690 in de Oude Kerk te Delft (#)

Arien Cornelisz van der Sman zou een zoon kunnen zijn van Cornelis Adriaensz Sman en Trijntje Allerts uit Nootdorp. Bronnen als de publicatie De oudere generatien van het geslacht van der Sman (Dr. J. MacLean en L.J.M. van der Sman in Ons Voorgeslacht, nr. 177, mei 1969) vermelden een Ariaen Sman als zoon van genoemde Cornelis en Trijntje die op 18 juni 1628 te Delft trouwt met Maritge Cornelis. Deze Maritge Cornelis is in 1661 vermeld als weduwe van Adriaen Cornelisz Sman.

Uit dit huwelijk:

1  Trijntgen Ariens, gedoopt 25 december 1634 te Delft (get: Pieter Cornelisz, Jan Gijsbrechts, Ariaentgen Rutten), begraven (?) 21 januari 1635 in de Oude Kerk te Delft

2  Pleuntgen van der Sman, gedoopt 18 mei 1636 te Delft (get: Pieter Cornelisz, Meijnsgen Ariens). Gehuwd met Adriaen Cuijlenborgh

3  Cornelia Ariens van der Sman, gedoopt 6 juni 1638 te Delft (get: David Jansz, Lijsbeth Cornelis, Mensien Ariens)

4  Cornelis Ariensz, gedoopt 25 september 1640 te Delft (get: Pieter Cornelisz, Maeijken Corstiaensz, Pietertgen Gijsbrechts), begraven 10 februari 1641 in de Nieuwe Kerk te Delft

Catharina van der Sman

6  Lijsbeth Ariens, gedoopt 25 juli 1645 te Delft (get: Pieter Cornelisz, Lijsbeth Cornelis, Pietertge Gijsbrechts), begraven 26 april 1647 in de Oude Kerk te Delft

7  Johannes Ariensz, gedoopt 10 november 1647 te Delft (get: Huijch Hujgensz, Lijsbeth Cornelis, Pietertgen Gijsbrechts), begraven 6 februari 1648 in de Oude Kerk te Delft

8  Jan Ariensz van der Sman, gedoopt 9 oktober 1650 te Delft (get: Jan Jansen, Crijntje Jans, Saertje Maertens)


5348  Frans Weernaertszen. Gehuwd op 23 juni 1605 te Utrecht (#) met Barbara Dircks

Gehuwd op 15 oktober 1620 in de Geertekerk te Utrecht (#) met

5349  Griet Hendricks. Gehuwd met Willem Wach

Uit dit huwelijk:

Wernar Fransz


5352  Evert van der Marssche, jonker, hulder van Hinderstein, zoon van Bitter van der Marssche en Josina van Soudenbalch, geboren ca. 1580, overleden 29 september 1642 te Zwolle. Gehuwd op 6 november 1608 voor het gerecht te Utrecht met Cornelia van Suijlen van Nijevelt, vrouwe van Hinderstein, overleden 24 augustus 1617, begraven te Langbroek. Gehuwd op 20 november 1618 met Catharina Proeijs, overleden 30 oktober 1621 te Culemborg. Gehuwd op 28 september 1641 voor het gerecht te Utrecht met Beatrix de Waell van Vronesteijn

Ondertrouwd op 26 januari 1625 voor het gerecht te Utrecht (#) en gehuwd op 22 februari 1625 te Zwolle (#) met

5353  Elisabeth Alita van der Boeije, jonkvrouw, dochter van Arnold van der Boije en Elisabeth van Baerle, geboren < 1600, overleden 24 juli 1640 te Utrecht en begraven 3 augustus 1640 in de St Paulus Abdij te Utrecht (#). Gehuwd op 7 januari 1623 met Gerard van der Laer tot Hoenderloo, ridder van Overijssel, overleden 3 januari 1624

Evert is op 26 januari 1604 genoemd als erfgenaam van Bitter en Jacob van der Marssche en op 9 september 1623 als erfgenaam van Josina Soudenbalch. Hij wordt tevens genoemd in het testament van zijn zuster Elisabet op 24 juli 1634. Hij wordt door zijn huwelijk met Cornelia van Suijlen van Nijevelt in 1608 hulder van Hinderstein, zie afbeelding links tussen 1740 en 1745 (Bron: H. de Winter / Collectie Het Utrechts Archief / 201425).

In 1609 is een overeenkomst gesloten tussen Christina van Baerloe, Anna van Baerloe, Jor. Godart van Hardenraidt, LIjsbeth van der Boije dochter van wijlen Lijsbeth van Baerloe, en Niclaes Spee, scholtis van Dalenbroeck, ‘als van wegen de nagelatene kinderen van Wilhelm van Baerloe en Anna van Spee’.

In 1616 heeft Albert Arentsen, op last van Johan van der Marssche als volmacht van zijn broer Evert, Margaretha van Sallandt weduwe van Herman van Spoolde de aflossing aangekondigd van een jaarlijkse rente gaande uit het erve en goed Het Laer in het schoutambt Wijhe.

Tussen 1625 en 1638 zijn vier processen gevoerd voor de Gedeputeerden van Ridderschap en Steden tussen Everardt van der Marssche als man en momber van Elisabeth Alita van der Boije, weduwe van Gerrit van Laer tot Hoenlo, eerst tegen haar zwagers Willem van Laer, Johan van Laer tot Elsen en Hendrik van Laer tot Baerle, daarna tegen Hendrik, de erfgenamen van Willem, en de weduwe en erfgenamen van Johan van Laer, drost van Haaksbergen, over de uitkoop van de tucht der allodiale en leengoederen van wijlen Gerrit van Laer.

In 1631 is het wapen van Evert van der Marssche opgenomen in het wapenboek van het St Bartholomeus Gasthuis te Utrecht. In goud een ankerkruis van sabel. Dekkleden en wrong sabel en goud. Helmteken een drakenkop en -hals van goud, uitkomend (zie links).

Op 28 juli 1635 Bitter van der Marsch en zijn vader Everardt van der Marssche, wonende aan de oostzijde van de Nieuwegraft bij de St. Pauwelsbrugge, constitueren Adam Hooft, notaris binnen Utrecht, om, in verband met het overlijden van Margareta van der Maeth oudtante van Bitter4 van der Marsch, voor het leenhof van Hans Wolphard heer tot Brederode belening te verzoeken met een perceel land op Schalkwijkerveld in ‘t Waal. Op 21 mei 1636 de mede-erfgenamen van Margaretha van der Maeth die mede-erfgename was van haar broer Jacob van der Maeth, bij name Evert van de Marssche en de kinderen van Evert van de Marsche en Cornelia van Zuijlen van Nijvelt, constitueren Adam Hooft en Antonis Bijndorp om een bedrag te innen van de weduwe van Jan Vlack de jonge of haar kinderen als erfgenamen van Jan Vlack de oude, proces voort te zetten en akkoord te sluiten.

Op 10 maart 1637 benoemd Cornelia Ruijsch, weduwe van Albert van Hulsen, haar neven Johan en Evert van de Marsche tot voogd over haar zoon Francois van Hulsen, naast haar broer Henrick Ruijsch. Op 28 december 1639 Frans van Hulsen constitueert zijn neef Everardt van de Marsche om tijdens zijn afwezigheid landpachten te innen, percelen opnieuw te verhuren en procureurs te benoemen op te procederen.

Op 26 augustus 1639 de erven Boudewijn van der Boij, bij name Evert van de Marsche gehuwd met Elijsabeth Alidt van der Boijs, en overige mede-erfgenamen, constitueren Johan Boot, advocate hove van Hollant, om inkosten in Holland te innen, landerijen te verhuren en onwillige debiteuren in rechte tot betaling te dwingen. Op 27 november 1639 Everardt van de Marsch constitueert zijn echtgenote Elijsabeth Aleijda van der Bojie en Gerardt Stael om in de kwartieren van Roermond en Venlo te scheiden, liquideren, rekenen en vereffenen, op te treden in rechtszaken tegen debiteuren en anderen en om overige zaken waar te nemen.

Op 15 april 1640 Everardt van de Marsche, Joost van Aemstel van Mijnden en Gerardt de Waell, oom, constitueren Abraham van Karckenraedt, Nicolaes van Merkerck en Hillebrant van Rossum, om willige condemnatie te verzoeken inzake onderhands akkoord dd 30-1-1640 over betimmering van een muur, aanleg en onderhoud van een goot, vergoeding van eventuele schade en verplaatsing van een licht, gesloten tussen partijen als eigenaars van huizen aan de oostzijde van de Nieuwegracht bij de Paulusbrug te Utrecht.

Op 8 mei 1640 de erven van Jacob van der Maeth, bij name Maria van der Marsche c.s. en Evert van der Marsche vader van Maria van der Marsche, constitueren Niclaes van Merkerck om te procederen.

Op 21 juli 1640 stelt Everardt van de Marsche, gehuwd met Elijsabeth van der Boije, zijn testament op met de lijftocht voor de langstlevende tot een bedrag van f 600-0-0, met benoeming van Johan van de Marsche tot voogd naast de langstlevende. Op dito stelt Elijsabeth van der Boije, gehuwd met Everardt van de Marsche, haar testament op, op last van lijftocht van haar echtgenoot tot een bedrag van f 600-0-0. Testatrice heeft voorkinderen, testatrice is te zwak om te ondertekenen. Zij benoemt tot erfgenamen haar zoon Cornelis van de Marsche en dochter Josina van de Marsche. Op 13 september 1643 benoemt Johan van de Marsche zijn neef Bitter van de Marsche tot medevoogd over de onmondige kinderen van Evert van de Marsche, broer, en Elijsabeth van der Boeije, met acceptatie gepasseerd in het sterfhuis van Evert van de Marsche op de Nieuwegracht bij de Paulusbrug te Utrecht. Op dito dragen de voorkinderen van Everdt van der Marsche, bij name Bitter van de Marsche en Maria van der Marsche, over aan de nakinderen van Everdt van de Marsche bij Elijsabeth Aleijda van der Boeije, bij name Cornelis van der Marsche en Josina van der Marsche, een plecht van f 1250-0-0 op een huis in de Donkerstraat, een obligatie van f 300-0-0 en een obligatie van f 200-0-0 ten laste van de domeinen, f 400-0-0 ten laste van Willem Henrixss te Zwolle, f 250-0-0 te laste van Evert Moerman, f 200-0-0 ten laste van Coenraet Versevelt, goudsmid te Zwolle, de helft van een plecht van f 700-0-0 op het goed tho Voorst, f 150-0-0 ten laste van Johan Kockman en f 300-0-0 ten laste van mevrouw van Westerholt ter voldoening van f 4000-0-0 vanwege de nalatenschap van hun moeder, verminderd met f 600-4-0 die de eerste partij nog moest ontvangen.

In 1645 vindt de scheiding en deling van de nalatenschap van Cornelia van Zuijlen van Nijevelt plaats door haar kinderen Bitter en Maria van der Marssche. In 1657 vindt de scheiding en deling plaats van de nalatenschappen van Evert van der Marsche en zijn broer Johan, tussen Everts kinderen Bitter, Cornelis, Maria en Josina van der Marssche, vrouw van Herman Kockman.

Uit dit huwelijk:

Cornelis Aernout van der Marssche

2  Josina Elisabeth van der Marssche, geboren > 1626, overleden 1680-1681. Gehuwd op 15 augustus 1654 te Culemborg met Herman Franciscus Kockman, geboren te Deventer, overleden 1680


5354  Francois van Weede, jonker, zoon van Daniël van Weede en Maria van Sneeck, geboren > 1602, overleden 25 september 1646 te Utrecht, begraven 12 oktober 1646 in de Mariakerk te Utrecht (#)

Gehuwd op 10 juni 1637 voor het gerecht te Utrecht (#) met

5355  Mechtelt Francoise van Amerongen, jonkvrouw, dochter van Steven van Amerongen en Margareta van Schuijren van der Horst, overleden 19 februari 1648 te Utrecht, begraven 13 maart 1648 in de Mariakerk te Utrecht (#)

Francois van Weede is beleend met de tiende grof en fijn van het goed Boelenhove in Weede, na de dood van zijn vader Daniel van Weede. Op 12 december 1647 Cornelis van ingen, notaris, voor Hendrik Pieck van Wolfsweerd, heer van Muiswinkel, en Jordaan Poeijt, voogden, voor Daniel van Weede bij dode van Francois van Weede, diens vader.

Op 5 oktober 1636 benoemt Francoijse van Amerongen, weduwe van Elbertus Zosius in leven raedt ordinaris hove van Utrecht, tot efgenaam Mechtelt van Amerongen dochter van haar broer Steven van Amerongen. De erfgename dient jaarlijks f 250-0-0 uit te keren aan Sophia van Amerongen, zuster van testatrice, gehuwd met Johan van Hatuum. Onroerende goederen zijn belast met verband ten behoeve van nakomelingen van de erfgename met uitsluiting van neven en nichten van testatrice die in Aken geboren zijn, daar wonen of gewoond hebben, met uitsluiting van de weeskamer. Op 13 mei 1637 Wolphert Willems constitueert Cornelis de Cruijff om voor het hof van Utrecht te bekennen dat hij f 144-0-0 schuldig is aan Mechtelt Francoijse van Amerongen, erfgename van haar tante Francoijse van Amerongen, in leven weduwe van Elbertus Zosius in leven raad ordinaris hof van Utrecht, en te beloven het kapitaal binnen 3 maanden te vestigen of af te lossen, de rente te betalen en binnen 14 dagen zekerheid te stellen. Op 2 en 7 maart 1638 sluiten Francoijs van Weede, gehuwd met Mechtelt Francoijse van Amerongen erfgename van Francoijse van Amerongen, en Johan Copes en zijn broers Johan Copes, Willem Copes en Otto Copes,  een akkoord over de verdeling van resterende kooppenningen van een hofstede en landerijen in Oudenrijn, door Floris van Nijdeggen verkocht aan Eustachius van Quarebbe. Beide partijen zijn medecrediteuren van Floris van Nijdeggen, arresten en interdicties op de kooppenningen worden opgehoeven. Op 6 juni 1638 draagt Francois van Weede, gehuwd met Mechtelt Francoijse van Amerongen nicht en erfgename van Francoijse van Amerongen in leven weduwe van Elbertus Sosius, over aan Harman van Vanevelt een schuldbekentenis van f 144-0-0 ten laste van Wulphert Willems in de Birckt.

Op 20 september 1638 verklaart Francois van Weede, echtgenoot van Machteld Francoise van Amerongen, dat Sophia van Amerongen, wonende op het huis Duurstede te Wijk bij Duurstede, weduwe van Johan van Hattem, is overleden. Het begraven van Sophia van Amerongen, in leven weduwe van Johan van Hattum, geschiedt onder repudiatie van de nalatenschap door Francois van Weede. Sophia van Amerongen, tante van Mechtelt Francoijse van Amerongen, overleed op huis Duijrstede bij Wijk bij Duurstede.

Op 17 november 1646 geeft Mechtelt Francoise van Amerongen, weduwe van Francois van Weede, wonende ontrent de Wittevrouwenbrugh te Utrecht, opdracht tot opening van het besloten testament van comparante en haar overleden echtgenoot, in aanwezigheid van de voogden over de onmondige kinderen, opening d.d. 13-11-1646. Gepasseerd in het sterfhuis van Francois van Weede te Utrecht bij de Wittevrouwenbrug.

Op 4 september 1647 stelt Mechtelt Francoise van Amerongen haar testament op en benoemt haar kinderen Daniel van Weede en Francoise van Weede. De hoffstede, huijsinge en landen genaamd Loevenhout gelegen te Achtienhoven, gaat naar Francoise van Weede. Op 4 november 1647 herroept Mechtelt Francoise van Amerongen haar testamenten, codicillen, schenkingen en voogdbenoemingen met uitzondering van benoeming van d eheer van Muijswinckel. Op 29 februari 1648 geeft Jordaen Poeijt, in aanwezigheid van Abraham van Karckraedt advocaat hof van Utrecht, opdracht tot het sluiten van kasten in het sterfhuis van Mechtelt van Amerongen, in leven weduwe van Francois van Weede. Op 10 mei 1648 geven de onmondige kinderen van Mechtelt Francoise van Amerongen en Francois van Weede, Frederick Ruijsch en Jordaen Poeijt opdracht tot ontzegeling van de kasten in het sterfhuis van Mechtelt Francoise van Amerongen bij de Wittevrouwenbrug in Utrecht.

Uit dit huwelijk:

Francoise Marguereta van Weede

2  Daniël van der Weede, heer van Tienhoven, geboren 1639, overleden 6 februari 1671 en begraven 13 februari 1671 te Utrecht, begraven 13 februari 1671 in de Mariakerk te Utrecht. Relatie (niet gehuwd) met Zanderina van Beeck


5360  Jan Roeloffsen de Cruijff, zoon van Roeloff Willemsz de Cruijff en Willemtgen NN, geboren ca. 1580 te Cothen, overleden 1653-1658. Gehuwd op 7 mei 1626 te Wijk bij Duurstede met Maijcke Hermans, overleden 1626-1628. Ondertrouwd in december 1628 te Wijk bij Duurstede en gehuwd in januari 1629 te Rijswijk met Fijchje Hendricks, geboren te Rijswijk, overleden > 27 april 1658

Gehuwd op 26 december 1615 te Wijk bij Duurstede (#) met

5361  Adriaentje Gerrits, geboren ca. 1585 te Wijk bij Duurstede, overleden < 7 mei 1626

Op 18 februari 1645 verkoopt Jan Roelofss de Cruijff een huis en erf op de Vuijlesloot te Wijk bij Duurstede aan Thomas Nickelsz. Belendend zijn boven Claes de Vaell, beneden Thonis Aertss Mom, het strekt tot het erf van Thonis Mom. Jan Roelofss de Cruijff is belender op 10 januari 1653.

Op 27 april 1658 transporteert Fijken Hendricx, weduwe van Jan Roelofs de Kruijff, zekere huizinge en erve in de Stroijstraet (te Wijk bij Duurstede) aan Eva Nicolaes, waar voornoemde Fijken beneden naast gelegen is, op den last van drie stuivers jaarljks van kapoenen geld.

Uit dit huwelijk:

Roeloff Jansen de Kruijff


5362  Evert Gerritse, geboren ca. 1585 te Wijk bij Duurstede

Ondertrouwd in december 1612 te Wijk bij Duurstede (#) en gehuwd in Brabant met

5363  Anna Delisie, geboren ca. 1590

Uit dit huwelijk:

Cornelia Everts


5364  Teunis Aertse Mom, bakker (1643-1652), kerkmeester van Wijk bij Duurstede (1645), schepen van Wijk bij Duurstede (1647), ouderling (1654, 1655), zoon van Aert Antonisse Mom, geboren ca. 1595 te Wijk bij Duurstede, overleden > 31 maart 1668. Gehuwd op 24 november 1633 te Wijk bij Duurstede met Marrike Cornelis Vernoij, geboren te Nederlangbroek, begraven 20 oktober 1636 in de kerk te Wijk bij Duurstede. Gehuwd op 27 mei 1638 te Wijk bij Duurstede met Neeltje Cornelis, geboren te Darthuizen, overleden 1654. Gehuwd op 23 november 1654 te Wijk bij Duurstede met Geertruijt Theunis Bos, geboren te Amerongen

Gehuwd op 27 april 1620 te Wijk bij Duurstede (#) met

5365  Maijchje Jolijs Verkerck, dochter van Jelis Jansz Verkerck en Jantgen Huijberts, geboren ca. 1590 te Beusichem, overleden 1632-1633

Op 9 januari 1626 vindt het transport plaats van een huis in de Vuijlesloot te Wijk bij Duurstede van ‘t Gasthuijs aan Antonis Aertss Mom. Het huis strekt van de straat tot de kopers zelf toe. Op 1 mei 1626 transporteert Reijer Mom een huis in de Muntstraat te Wijk bij Duurstede naar Antonis Mom.

Op 22 september 1632 draagt Maria Cornelis, weduwe van Cornelis IJsbrantss, een plecht op een huis in de Flierstraat over aan Thonis Mom. Op 9 mei 1633 Reijnier Aertss Mom, backer te Utrecht en weduwenaar van Marichgen Gerrits van Kesteren, constitueert zijn broer Anthonis Aertss Mom, wonende te Wijk bij Duurstede, om, desnoods rechtens, renten van twee kapitalen van respectievelijk f 100-0-0 en f 75-0-0, beide gevestigd op huis, erf en hofstede in de Stroijstraat te Wijk bij Duurstede, te ontvangen van Jan Terlon, gewoond hebbende aldaar.

In 1632-1633 is in de rekeningen over het begraven van de Nederduits gereformeerde kerk te Wijk bij Duurstede opgetekend: “De huijsfrouw van Thonis Mom, 5 gulden 10 stuivers”. “Den xxiiii augusti 1636 is de soon van Anthonis Aerts Mom begraven in de kerck int middelste pant vande grafstede drije gulden mette middelste clocke overluijt ergo tsamen f 4-10-0″. “Den xxix augusti (1636) is de soon van Anthonis Aerts Mom begraven in de kerck int middelste pant van de graffstede drije gulden ende mette middelste clock overluijt ergo tsamen f 4-10-0″. “Den xx october (1636) is de huijsfrou van Theunis Aertss Mom begraven in de kercke int middelste pant van de graffstede drije gulden ende met alle de clocken overluijt tsamen f 7-0-0″. “Den viii martij 1640 is begraven het kindt van Thonis Aertss Mom, f 5-10-0″. In 1640-1641 “Van Anthonis Mom van t overluijden van sijn kindt ende de grafstede te openen 4 gulden”. In 1641-1642 “Vant kindt van Thonis Aertss Mom met drie clocken te overluijden ende de grafstede te openen 4 gulden”. In 1642-1643 “Vant kindt van Thonis Antonis Mom 4 gulden”. In 1643-1644 “Van Anthonis Mom kijnt vande graffste met van het luijden ses gulden thien stuvers”.

Op 10 februari 1643 transporteert Jan Willemse van der Smacht c.s. een huis in de Muntstraat naar Thonis Aertse Mom, bakker. Het huis strekt voor van de straat tot achter aan het backhuijs van Thomas Mom toe. Het huis is belast met 16 stuivers ten behoeve van de zoon van de Heer van Broeckhuijsen c.s. Op 26 augustus 1645 transporteren Anthonis en Reijnier Mom, broers, een huis en erf in de Munstraat naar Mr. Hendrick Dessembergh. Het huis strekt voor van de straat to achter aan het erf van Claes de Vaell. Het huis is belast met 1 gulden 14 penningen ten behoeve van Capoengeld. Op 4 december 1645 transporteert Anthonis Aertss Mom, backer, een hoekje bouwland aan de Hoochstraat aan Goosen de Bie.

Op 29 juli 1645 stellen Anthonis Aertss Mom en Neeltgen Cornelis, wonende te Wijck bij Duijrstede, hun testament op met lijftocht op de langstlevende. Prelegaat door de testateur aan zijn dochtertje Geertgen Anthonis Mom en aan de eventueel nog te verwekken kinderen bij zijn vrouw, van f 600-0-0.

Op 9 januari 1646 transporteert Jan Ruttense Been, een huis, grond en erf in de Peperstraat, strekkende voor van de straat tot achter aan het Kerkhof, naar Aert Anthonisse Mom. Het huis is belast met 4 gulden 4 stuivers ten behoeve van ‘t Capittel van St Jan, 2 stuivers ten behoeve van de uitgang op ‘t Kerkhof, 200 gulden ten behoeve van de Armen of Diaconije, als ‘t recht van Joffrouw Maria de Wijs van Schevichoven, weduwe van Hamel. Op 13 april 1646 transporteert Thonis Mom een huis en ef in de Leuterstraat, strekkende voor van de straat tot achter aan het erf van de Heer van Gent toe, naar Ghijsbert Ghijsbertse van Cleef. Het huis is belast met 25 stuivers ten behoeve van de Heer van Gent en 2 gulden 8 stuivers ten behoeve van de kerk.

Op 29 januari 1649 Janneken Anthonis Mom constitueert haar oom en gewezen voogd Reijnier Aertss Mom om met haar vader Anthonis Aerts Mom te Wijk bij Duurstede en broers de boedels van haar moeder Maijchgen Jelis Verkerck en grootvader Jelis Verkerck te scheiden.

Op 4 september 1649 stelt Anthonis Aertss Mom zijn testament op. Op 28 oktober 1654 stelt Anthonis Aertss Mom, ziek te huis liggende in zijn woning in de Muntstraat, opnieuw zijn testament op. Zijn erfgenaam is zijn ondertrouwde bruid Geertruijdt. Op 22 november 1654 verkoopt Jacob van Bijller een huis in de Peperstraat dat het laatst bewoond is geweest door Aert Mom en verlaten. Op 22 februari 1657 stelt Antonis Aertsen Mom, bakker, opnieuw een testament of codicil op waarbij hij de helft van een huis en hofstede met schuur aan de zuidzijde van Muntstaat vermaakt aan zijn pasgeboren kind Cornelia, alsmede aan alle nog te verwachten kinderen. Op 13 augustus 1662 doneert Anthonis Aertsen Mom opnieuw bij testament de (andere ?) helft van een huis en schuur aan de zuidzijde in de Muntstraat aan Cornelia, zijn dochter.

Lunae den 9en november 1657 op ‘t voorstel van Reijnier Mom van dat het kindt van sijn broeder Antoni Mom mocht worden gesneden, is sulx geconsenteert.

Den 6en februari 1660 De Hooft Aelmoesseniers geauthoriseert tot het doen van transport van de huijsinge gecocht bij den out borgemeester Berndt de Kemp van de Hooft Aelmoesseniers Vuijlecop, borgermeester Hattum ende Romare, voor de somme van sestich gulden boven de lasten daer affgetrocken vijftien gulden sijnde twee gulden van geleverde waren door Anthoni Mom, huijsgelt ses gulden, van verlopen renthen aen Jan Matthijssoon seven gulden 10 stuvers soo dat noch staet te ontfangen vier en veertich gulden ses stuvers.

Op 2 oktober 1662 bekent Cornelis Breugel en Johan Noest dat zij schuldig zijn aan Anthonis Aertss Mom de somme van 200 gulden.

Op 31 maart 1668 Anthonis Aertss Mom constitueert Geertruijt Bosch van Amerongen om namens hem penningen te ontvangen van de erfgenamen van jonker Adriaen Ram van Tul en t’Wael.

Uit dit huwelijk:

1  Aert Anthonissen Mom, bakker, heemraad (1648). Ondertrouwd op 19 oktober 1645 te Wijk bij Duurstede en gehuwd op 9 november 1645 te Utrecht met Aletta van de Kemp, geboren te Utrecht

Jacob Antonisse Mom

3  Jan Anthonissen Mom. Ondertrouwd op 5 november 1648 te Wijk bij Duurstede met Anneke Sanders van Liesvelt

4  Hendrick Thonisse Mom, overleden < 16 september 1675. Gehuwd op 27 mei 1655 te Wijk bij Duurstede met Neeltje Dirks Vermuijr, geboren te Breda, overleden > 4 oktober 1677

5  Willem Anthonisse Mom. Gehuwd op 29 mei 1633 te Wijk bij Duurstede met Aelbertje Adriaens

6  Janneken Anthonis Mom


5366  Hendrik Hendriksz Meppel, overleden < 29 oktober 1637

Gehuwd met

5367  Grietje Jans, overleden > 29 oktober 1637. Ondertrouwd op 29 oktober 1637 en gehuwd op 14 november 1637 te Wijk bij Duurstede met Gijsbert Cornelissen

Uit dit huwelijk:

Maria Hendriks van Meppel

2  Claes Hendricksen van Meppelen

3  Anthonis Hendriksz van Meppel, gedoopt 24 mei 1636 te Wijk bij Duurstede


5376  Dirck Leendertsz Koning, zoon van Leendert Willemsz Koning en Erm Saijers, geboren ca. 1600, overleden < 1652

Gehuwd op 15 mei 1628 voor het gerecht te Zandvoort (#) met

5377  Maritje Jans, geboren ca. 1605, overleden < 1658

Uit dit huwelijk:

Leendert Dirksz Koning

2  Jacob Dircksz Koning, diaken gereformeerde kerk (1668), schepen van Zandvoort (1677). Gehuwd met Crijntje Huiberts

3  Jan Dircksz Koning


5384  Willem Ariensz

Gehuwd met

5385  Maertje Aelberts

Uit dit huwelijk:

Leendert Willemsz Kerckman

2  Andries Willemsz

3  Cornelisje Willems


5386  Cornelis Leendertsz Coningh, zoon van Leendert Willemsz Koning en Erm Saijers

Kinderen:

Lidia Cornelis

Jan Cornelisz Coning

Aeltjen Cornelis Coningh

4  Ermpje Cornelis Koning, geboren ca. 1654, overleden 14 september 1737 te Zandvoort. Gehuwd op 15 april 1674 te Zandvoort met Willem Leendertsz Bol

5  Cornelia Cornelis Koning, geboren ca. 1664. Gehuwd op 28 mei 1684 te Zandvoort met Jan Leendertsz Koning, geboren ca. 1660, begraven 3 november 1727 te Zandvoort

6  Trijntje Cornelis. Gehuwd met Arien Meertens

7  Cornelis Cornelisz Koning


5388  Huijg NN

Kinderen:

Aris Huijgen Moolenaar

2  Maarten Huijgen

3  Maartje Huijgen

4  Teunisje Huijgen


5390  Meerten Willemsz de Draijer, lijndraaier, zoon van Willem Meertensz, geboren ca. 1615, overleden > 1683

Gehuwd ca. 1641 met

5391  Neeltje Hendricks, geboren ca. 1618, overleden 4 juli 1708 te Zandvoort (#)

Uit dit huwelijk:

Maertje Meertens

Sijtjen Meertens

3  Jacob Maartensz, geboren ca. 1650, overleden ca. 1714. Gehuwd op 8 april 1674 te Zandvoort met Barber Dirks. Gehuwd op 14 mei 1684 te Zandvoort met Aeltjen Cornelis Coningh

Annetje Maartens

Treintie Maartens


5392  Jan Arentsz Groen, zoon van Arent Groen

Kinderen:

1  Cornelis Jansz Groen, schepen van Zandvoort. Gehuwd op 8 april 1674 te Zandvoort met Maertjen Leenderts Bol

Arend Jansz Groen

3  Lijsbeth Jans Groen

4  Sijtje Jans Groen


5394  Volckert Arentsz, zoon van Arent Groen

Kinderen:

1  Waling Volckertsz, haringvisser, geboren ca. 1640, overleden < 1698. Gehuwd met Crijntje Engelen

Arend Volkertsz Groen

3  Hendrik Volckertsz

4  Engeltie Volckerts. Gehuwd op 16 november 1681 te Zandvoort met Arij Willemsz Gijse

Jannetje Volckerts

Sijtje Volkerts


5396  Abel van der Schinkel

Kinderen:

Maertjen Abels

Eewout Abels van der Schinkel


5398  Claes Teunis

Kinderen:

Aeltjen Claes


5424  Floor Koper

Kinderen:

Cornelis Floren

2  Dirck Flore Koper, haringvisser, geboren ca. 1640. Gehuwd op 4 mei 1664 te Zandvoort met Niesje Elias, geboren te Noordwijk aan Zee

Jan Flore Koper

4  Maritie Flore, geboren ca. 1657, overleden 4 februari 1739 te Zandvoort. Gehuwd op 4 januari 1682 te Zandvoort met Theunis Aelbertsz Zwemmer


5432  Gerrit Dirksz Loos, geboren ca. 1625, overleden (?) 27 december 1661 te Zandvoort

Gehuwd met

5433  Willempje Willems, overleden > 1681. Gehuwd op 28 februari 1666 te Zandvoort met Sijmon Ariensz, overleden 1666-1671. Gehuwd op 1 februari 1671 te Zandvoort met Rochus Claesz

Uit dit huwelijk:

Claes Gerritsz Loos

Maritie Gerrits

3  Sijtje Gerrits, overleden 10 augustus 1737 te Zandvoort. Gehuwd op 4 januari 1682 te Zandvoort met Cornelis Dircksz van Duijn


5502  Jeroen Jans Groen

Gehuwd met

5503  Trijn Claes

Uit dit huwelijk:

Jannetje Jeroens Groen

2  Teuntje Jeroens Groen, gedoopt 6 november 1675 te Zandvoort. Gehuwd met Cornelis Engelsz Kloot, gedoopt 29 mei 1678 te Zandvoort


5510  Cors Cornelisz, geboren ca. 1610, overleden > 9 februari 1645

Gehuwd ca. 1635 met

5511  Aeltje Claes, geboren ca. 1610, overleden > 9 februari 1645

Uit dit huwelijk:

1  Annetje Cors

2  Huijbregt Corsz, gedoopt februari 1637 te Katwijk aan den Rijn

3  Grietje Cors, gedoopt 6 november 1639 te Katwijk aan den Rijn (get: Cornelis Corsz, Aegje Huijberts)

4  Neeltje Cors, gedoopt 29 januari 1643 te Katwijk aan den Rijn (get: Lidatje Claes)

5  Cornelis Corsz, gedoopt 23 oktober 1644 te Katwijk aan den Rijn (get: Aegje Huijbertsz)

Trijntie Kors


5520  Dirk Cornelisz Haasnoot, koopman, handelaar in noten, zoon van (?) Cornelis Ariensz van Berendrecht en Aeltgen Claas, geboren ca. 1600, overleden > 1 oktober 1684

Gehuwd 1623-1630 met

5521  Trijntje Arends, geboren ca. 1605

Uit dit huwelijk:

Cornelis Dircksz Haasnoot

2  Maartje Dircks Haasnoot, gedoopt 17 januari 1644 te Katwijk aan Zee

3  NN Dirks Haasnoot, geboren en overleden 24 december 1645 te Katwijk aan Zee

4  Bregje Dircks Haasnoot, gedoopt 1 maart 1648 te Katwijk aan de Rijn (get: Cornelis Ariens, Jaeptjen Pieters, Neeltjen Jacobs). Ondertrouwd op 18 juni 1673 te Katwijk aan Zee met Cornelis Amerikz Schaap, gedoopt 6 november 1644 te Katwijk

5  Pieter Dircksz Haasnoot, gedoopt (?) 5 december 1650


5522  Dirck Verdoes

Kinderen:

Marijtje Dircks Verdoes


5524  Hendrik Jansz Taal, zoon van Jan Hendricksz Taal en Claertje Gerrits Schilperoort, geboren ca. 1620 te Scheveningen, overleden 12 december 1668 te Scheveningen

Gehuwd ca. 1642 met

5525  Aeffie Gijsberts Jol, dochter van Gijsbert Cornelis Jol en Lijsbeth Cornelis, geboren ca. 1620 te Scheveningen, begraven 23 april 1708 te Scheveningen

Uit dit huwelijk:

1  Gerrit Hendriksz Taal, visser, comeniehouder, geboren ca. 1644, overleden < 1680. Gehuwd op 31 oktober 1666 te Scheveningen met Walichgie Walings de Wit, gedoopt 17 maart 1644 te Schveningen, overleden 3 juni 1719 te Scheveningen

Gijsbert Hendriksz Taal

3  Aeltje Hendriks Taal, gedoopt 7 augustus 1650 te Scheveningen, begraven 19 september 1721 te Scheveningen. Gehuwd op 10 december 1679 te Scheveningen met Arij Maartensz de Wit, zeeman, gedoopt 8 maart 1657 te Scheveningen, begraven 16 juni 1726 te Scheveningen


5526  Wouter Cornelisse Pronck, zeeman, stuurman, zoon van Cornelis Joppen Pronck en Marijtge Wouters, geboren ca. 1618, overleden 1657-1665

Gehuwd ca. 1640 met

5527  Ariaentje Cente, dochter van Cent Jansen en Ariaentje Cornelis Coolen, geboren ca. 1613, begraven 4 augustus 1696 op het kerkhof te Scheveningen

Op 3 november 1643 koopt Wouter voor f 560 een huis in de Keijserstraat te Scheveningen. In 1652 vaart hij als bode der Staten Generaal naar Engeland. Op 30 januari 1657 koopt hij een huis in de Nobelstraat te Scheveningen.

Op 20 juli 1665 wordt Ariaentje, weduwe van Wouter Cornelisz Pronck, vermeld als wonende op de Nobelstraat. Op 24 mei 1688 verkoopt Arijaentje het huis voor f 250 aan haar schoonzoon Gijsbert Hendriks Tael.

Uit dit huwelijk:

1  Maritgen Wouters Pronck, gedoopt 29 november 1643 te Scheveningen

Maria Wouters Pronk

3  Centge Wouters Pronck, gedoopt 3 november 1647 te Scheveningen

4  Cent Woutersz Pronck, visser, gedoopt 8 november 1648 te Scheveningen, begraven 25 mei 1678 te Scheveningen. Gehuwd op 26 november 1673 te Scheveningen met Jannetge Daniëls van der Swaen, gedoopt 26 juli 1648 te Scheveningen, begraven 19 juli 1696 te Scheveningen

5  Jop Woutersz Pronck, gedoopt 11 december 1650 te Scheveningen

6  Pieternelle Wouters Pronck, gedoopt 16 januari 1653 te Scheveningen, begaven 28 april 1691 te Scheveningen. Gehuwd op 23 mei 1683 te Scheveningen met Arij Cornelisse van der Heij, gedoopt 4 juni 1656 te Scheveningen, begraven 17 december 1710 te Scheveningen

7  Lijsbet Wouters Pronck, gedoopt 1 augustus 1655 te Scheveningen, begraven 14 april 1737 te Scheveningen. Gehuwd op 7 mei 1684 te Scheveningen  met Cornelis Crijnen Harteveld, clapwaker, geboren ca. 1658 te Zandvoort, begraven 15 februari 1727 te Scheveningen

8  Trijntge Wouters Pronck, gedoopt 16 augustus 1657 te Scheveningen, begraven 13 maart 1725 te Scheveningen. Gehuwd op 22 mei 1679 te Scheveningen met Arij Arijens Houtman , visser, gedoopt 7 februari 1649 te Scheveningen, overleden 18 mei 1726 te Scheveningen

9  Cornelis Woutersz Pronck, geboren ca. 1658, begraven 10 juni 1684 te Scheveningen. Gehuwd op 2 mei 1679 te Scheveningen met Ariaentge Arijens Corvijn, gedoopt 21 oktober 1652 te Scheveningen


5528  Theunis Cornelisz van Duijvenbode, speelman, piekenier bij de weerbare mannen van Katwijk (1653), zoon van Cornelis Thijsz van Duijvenbode en Dingenom Thonus Robol, geboren ca. 1615 te Katwijk

Gehuwd op 23 september 1639 te Katwijk aan Zee (#) met

5529  Martijntge Simons, dochter van Simons Gijsensz en Pietertgen Thijmens, geboren ca. 1620, overleden > 10 januari 1680

Uit dit huwelijk:

1  Cornelis Theunisz van Duijvenbode, geboren ca. 1640. Gehuwd met Anna Maertens

2  Leendert Theunisz van Duijvenbode, geboren ca. 1642. Gehuwd op 30 december 1674 te Katwijk aan Zee met Maertie Gijsse, gedoopt 11 december 1646 te Katwijk aan Zee

3  Maertje Theunis van Duijvenbode, gedoopt 6 november 1644 te Katwijk aan Zee

4  Aechje Theunis van Duijvenbode, gedoopt 20 januari 1647 te Katwijk aan Zee. Gehuwd op 2 juli 1673 te Katwijk aan Zee met Willem Cornelis, gedoopt 3 november 1647 te Katwijk aan Zee

5  Dingenom Theunis van Duijvenbode, gedoopt 28 februari 1649 te Katwijk aan Zee

Jacob Theunisz van Duijvenbode


5532  Cornelis Thijsz van Duijvenbode, piekenier der weerbare mannen van Katwijk (1652), zoon van Matthijs Weijns en Maartje Pieters, geboren ca. 1590 te Leiden

Gehuwd op 1 april 1615 te Katwijk aan Zee (#) met

5533  Dingenom Thonus Robol, dochter van Teunis Cornelis Robol en Trijn Caenen, geboren ca. 1595 te Katwijk aan Zee

Cornelis Weijns is de achterneef van de eerste Van Duijvenbode, Willem Cornelisz (ca. 1542-1616). Blijkens een akte van 24 augustus 1607 wordt Willem Cornelisz de voogd over de toen 13-jarige Cornelis Matthijsz Weijns. Hij heeft de achternaam van zijn beroemde oudoom overgenomen.

Uit dit huwelijk:

1  Thijs Cornelisz van Duijvenbode, geboren ca. 1616. Gehuwd op 9 mei 1648 te Katwijk aan Zee met Jannetje Gijsse

Theunis Cornelisz van Duijvenbode

3  Willem Cornelisz van Duijvenbode, geboren ca. 1620. Gehuwd op 9 april 1640 te Katwijk aan Zee met Geertje Leenderts Coole

Cornelis Cornelisz de Jonge

5  Dirk Cornelisz van Duijvenbode

6  Pieter Cornelisz van Duijvenbode, gedoopt 19 februari 1640 te Katwijk aan de Rijn


5540  Hendrick Arendsz, overleden > 1679

Gehuwd met

5541  Maritie Hendricks, overleden > 1679

Uit dit huwelijk:

Arend Hendriksz Schaap


5546  Cornelis NN

Kinderen:

Geurtje Cornelis

Grietje Cornelis


5548  Jan Valcke, legatuurwerker, geboren ca. 1610

Ondertrouwd op 13 juni 1638 te Haarlem (#) en gehuwd met

5549  Annetje Laurens, geboren te Woensel

In 1638 kwijt Jan Valcke zijn zwager Dirck Laurens te Veldhoven voor f 250, zijnde het erfdeel van Annetjen te Zeelst, overleden moedersmoeder.

Uit dit huwelijk:

1  Jan Jansz Valcke, geboren ca. 1638 te Haarlem. Ondertrouwd op 22 oktober 1661 te Haarlem en gehuwd op 23 oktober 1661 te Lisse met Maritge Jans. Ondertrouwd op 11 mei 1664 te Haarlem en gehuwd op 25 mei 1664 te Heemstede met Susanna Perkoin van Ceulen. Ondertrouwd op 23 september 1668 te Haarlem en gehuwd op 7 oktober 1668 te Bennekom met Machteltjen Adams van Welij

Hendrick Valcke

3  Jacob Valcke


5550  Jan Clopper

Kinderen:

1  Simon Jansz Clopper. Ondertrouwd op 3 november 1669 en gehuwd op 17 november 1669 te Haarlem met Annetje Verstraten

Grietje Jans Cloppers


5556  Dammas Ariensz van Duijn, haringvisser, schepen van Zandvoort (1678), zoon van Arij van Duijn en Aechje Rochus, geboren ca. 1640, overleden > 11 maart 1691. Gehuwd op 24 september 1673 te Zandvoort met Anna Claes, overleden 1679-1691. Gehuwd op 11 maart 1691 te Zandvoort met Maritie Cornelis

Gehuwd op 21 mei 1662 te Zandvoort (#) met

5557  Lidia Cornelis, dochter van Cornelis Leendertsz Coningh, geboren ca. 1640, overleden 1670-1673

Uit dit huwelijk:

Arie Dammasz van Duijn

2  Cornelis Dammasz van Duijn, gedoopt 16 november 1663 te Zandvoort (get: Aleth Everts, Aechje Rochus), overleden 1663-1668

3  Cornelia Dammas van Duijn, gedoopt 22 augustus 1666 te Zandvoort (get: Aleth Everts, Aechje Rochus), overleden 1666-1669

4  Cornelis Dammasz van Duijn, gedoopt 23 augustus 1668 te Zandvoort (get: de vader ten haringh, Aechje Rochus, Gerritje Gerrits), overleden 10 juni 1727 te Zandvoort. Gehuwd op 15 april 1690 te Zandvoort met Dirckie Arents

5  Cornelia Dammas van Duijn, gedoopt 22 oktober 1669 te Zandvoort (get: Aechje Rochus)


5558  Simon Dircksz, geboren ca. 1635, overleden > 1688

Gehuwd ca. 1660 met

5559  Aefje Jeremias, geboren ca. 1640, overleden > 1693

Uit dit huwelijk:

1  Aeltje Simons, gedoopt 26 december 1662 te Zandvoort (get: Alith Everts, Lidia Cornelis), overleden < 1707. Gehuwd op 9 juli 1690 te Zandvoort met Engel Dircksz, gedoopt 8 februari 1665 te Zandvoort

Haasje Simons

3  Dirk Simonsz, gedoopt 18 december 1667 te Zandvoort (get: Maartje Pieters weduwe van Leendert Cornelisse Bol), overleden 1667-1670

4  Dirck Simonsz, gedoopt 14 december 1670 te Zandvoort (get: Maartje Pieters weduwe van Leendert Cornelisse Bol)

5  Geertje Simons, gedoopt 3 april 1673 te Zandvoort (get: Lydia Cornelis), overleden < 1721. Gehuwd op 12 januari 1697 te Zandvoort met Thijs Joppe

6  Leuntje Simons, gedoopt 15 september 1675 te Zandvoort (get: Maertjen Cornelis Corsz), overleden 21 juni 1710 te Zandvoort

7  Niesje Simons, gedoopt 18 december 1678 te Zandvoort (get: Maertje Cornelis Corsz)


5560  Gerrit Claesz, haringvisser, zoon van Claes Jacobsz, geboren ca. 1637, overleden > 30 oktober 1678

Gehuwd op 23 april 1661 te Zandvoort (#) met

5561  Aelbertje Arents

Uit dit huwelijk:

1  Trijntje Gerrits, gedoopt 4 juni 1662 te Zandvoort. Gehuwd op 5 juni 1689 te Zandvoort met Wilhelm Aelbertsz Swemmer, gedoopt 18 januari 1665 te Zandvoort

2  Arien Gerritsz, gedoopt 30 december 1663 te Zandvoort, overleden 11 oktober 1721 te Zandvoort. Gehuwd op 25 november 1691 te Zandvoort met Trijntje Pieters, gedoopt 30 oktober 1661 te Zandvoort, overleden 3 juni 1710 te Zandvoort

Jacob Gerritsz Schar

4  Rochus Gerritsz, gedoopt 9 december 1668 te Zandvoort, overleden 1668-1671

5  Claes Gerritsz, gedoopt 22 februari 1671 te Zandvoort

6  Rochus Gerritsz, gedoopt 22 februari 1671 te Zandvoort, overleden 1671-1673

7  Rochus Gerritsz, gedoopt 3 september 1673 te Zandvoort

8  Jan Gerritsz, gedoopt 30 oktober 1678 te Zandvoort

9  Grietje Gerrits, overleden 16 juli 1710 te Zandvoort


5564  Cornelis Pietersz Keesman, schepen van Zandvoort (1678), geboren ca. 1635, overleden > 1678

Gehuwd ca. 1660 met

5565  Maertjen Abels, dochter van Abel van der Schinkel, geboren ca. 1640, overleden > 11 augustus 1675

Uit dit huwelijk:

1  Arie Cornelisz, geboren ca. 1660. Gehuwd op 25 maart 1685 te Zandvoort met Annetie Jans

2  Nelletje Cornelis, gedoopt 1 mei 1661 te Zandvoort (get: Aeltje Claes)

3  Maertje Cornelis, gedoopt 8 april 1663 te Zandvoort (get: Maertje Jans)

Jan Cornelisz Keesman

5  Pieter Cornelisz, gedoopt 16 oktober 1667 te Zandvoort (get: Maertjen Ariens)

6  Grietje Cornelis, gedoopt 20 juli 1670 te Zandvoort (get: Maertjen Ariens)

7  Abel Cornelisz Keesman, gedoopt 11 augustus 1675 te Zandvoort (get: Clara Jans). Gehuwd op 17 april 1701 te Zandvoort met Aaltje Willems Bol, overleden 1711 te Zandvoort


5604  Arent NN

Kinderen:

1  Ada Arents

Arie Arentsz


5688  Wouter Willemsz van Geel, ruiter onder La Ferté (1638), zoon van Willem Henricksz Verwimp (van Geelen) en Beatris Huijgen, geboren ca. 1610 te Breda, overleden > 1675. Gehuwd met Petertjen Aerts

Ondertrouwd op 15 december 1638 te Amersfoort (#/#) en gehuwd op 30 december 1638 te Hoevelaken en op 1 januari 1639 te Leusden (get: vader Willem Verwimp, zuster Lisbeth Montfoort) met

5689  Marritjen Cornelis Montfoort, dochter van Cornelis Cornelissen Montfoort en Grietgen Barten, gedoopt 16 maart 1609 te Amersfoort (#), overleden in het St. Pietersgasthuis te Amersfoort, begraven 3 december 1692 te Amersfoort

Op 30 september 1655 is in het lidmaatboek van Amersfoort vermeld ‘Merritien Montfoort, Rotoorn’, en op 6 april 1656 ‘Wouter van Geel, Hellestraet’. Op 17 september 1660 wordt aan Wouter Willemsz Verwin genaemt Van Geel, geboortigh van Breda, burgerrechten van Amersfoort verleend. In 1675 op de uitzettingslijst Wouter van Geel, Hellestraat, te behalen heffing nihil. Zij wonen in 1656 en 1675 in de Hellestraat en in 1658-1659 in de St. Jorisstraet.

Uit dit huwelijk:

Claes Woutersz Verwint (van Geel)

2  Cornelis Woutersen Verwimp, gedoopt 28 november 1642 in de Grote Kerk te Breda (get: Hendrick Huijgen). Ondertrouwd op 10 januari 1661 en gehuwd op 31 januari 1661 te Amersfoort (get: vader Wouter Willems Verwimp, Griettien Hendricks namens moeder) met Maria Henricksen

3  Margriet Woutersen, gedoopt 6 oktober 1645 te Breda

4  Huijbert Woutersz Verwimp, geboren ca. 1647, overleden < 1686. Ondertrouwd op 7 april 1670 en gehuwd op 26 april 1670 te Amersfoort met Ariaentje Segers, gedoopt 24 maart 1647 te Amersfoort


5692  Edward Storn, soldaat onder Kapitein Heijdon (1627), geboren ca. 1600 in Engeland, overleden 1627-1630

Ondertrouwd op 23 juni 1627 (#) en gehuwd op 5 oktober 1627 te Hoevelaken met

5693  Aeltgen Henricxs, geboren ca. 1605 te Amersfoort, overleden > 15 december 1653. Ondertrouwd op 29 januari 1631 te Amersfoort met Jan Godfre, soldaat onder de Graaf van Oxford, geboren in Engeland

Uit dit huwelijk:

Hendrick Evertsz


5694  Jan Beerntsen, soldaat onder Commandeur Veer (1628), bomesijnwercker (1630), geboren ca. 1600 te Woerden

Ondertrouwd op 24 mei 1628 en gehuwd op 17 juni 1628 te Amersfoort (#) met

5695  Merritgen Rijckx. Gehuwd met Willem van Isselt, overleden 1626-1628

Uit dit huwelijk:

Annetjen Janszen


5704  Aert Brinck

Kinderen:

Evert Arissen Brinck

2  Cornelis Arentsz Brinck, bakker, overleden 1680-1683. Ondertrouwd op 2 april 1671 te Amersfoort en gehuwd op 10 april 1671 te Leiden met Margrita Philips


5706  Cornelis Teeusz, zoon van Teeus Jacobsz en Jannitgen Teunis, gedoopt 6 april 1609 te Amersfoort (#)

Kinderen:

1  Jannitjen Cornelis, gedoopt 12 oktober 1632 te Amersfoort

2  Adriaentgen Cornelis, gedoopt 13 februari 1634 te Amersfoort

3  Mattheus Cornelisz, gedoopt 25 augustus 1636 te Amersfoort

Eechjen Cornelis van Houten


5752  Geurt Cornelisz van Helmerhorst, bombasijdewerker, zoon van Cornelis Gijsbertsz en Gijsbertgen Everts, geboren ca. 1620, overleden 1695-1698

Gehuwd ca. 1640 met

5753  Annetje Jans, dochter van Jan Jansz van der Dalen en Albertgen Jans, geboren ca. 1625, overleden 1699-1700

Op 7 december 1649 stellen Thonis Helmichsz, bombasijnverver, en Lijsgen Willems zijn vrouw, een schuldbekentenis op waarin zij verklaren schuldig te zijn aan Geurt Cornelisz, bombasijnwerker, een losrente van 10 gulden per jaar op een hoofdsom van 200 gulden. Als onderpand dient een huis, hof en hofstede in de Krankenledenstraat, bij de Lieve Vrouwenkapel, nu door de comparanten bewoond. Op 3 juni 1652 transporteert Gijsbertgen Everts, weduwe van Cornelis Ghijsbertsz met Goort Cornelisz haar zoon en voogd, een huis, hofstede met bergschuur in de Hellestraat, aan Aelt Stevensz, zijn vrouw en hun erven. Op 20 februari 1654 transporteert de curator in de boedel van Thonis Helmichsen, bombasijdeverver en Lijsgen Willems zijn vrouw, een derde part van een huis en hof erachter in de Lieve Vrouwestraat of Krankeledenstraat aan Goort Cornelisen en Anna Jans zijn vrouw. De overige twee derden parten gaan naar Jan Marcele en Willemtgen Jordaens. Zij verkopen dit derde deel op 30 mei 1657 aan Andries Oliviersen en Geertruijt Oleviersen zijn vrouw.

Op 7 juli 1658 verkopen Gijsbert Cornelisz en Grietgen Claes zijn vrouw, Goort Corneliszen en Annitgen Jans zijn vrouw, Henrick Cornelizen jongeman, Jan Robbertsen en Fijtgen Cornelis zijn vrouw en Jan Oenen en Aeltgen Cornelis zijn vrouw, een schuurberg met grond en hofje eraan in de Teut aan Steven Geurtsen en hun erven. Op 27 juni 1659 kopen Goort Cornelisz, bomesijnwerker, zijn vrouw en hun erven, een huis, hof en hofstede in de Hellestraat van Cornelis Harmantsz Cruijs en Aeffgen Jans zijn vrouw, Oth Jansz, metselaar en Beertgen Cornelis zijn vrouw. Geurt heeft ook het naastgelegen pand in bezit. Op 1 juli 1663 kopen Goort Cornelisz, bomesijdewercker en zijn vrouw Anna Jans, erfgenamen van Jan Jansz van der Dalen en zijn vrouw Albertgen Jans, vier huizen aan de Cingel strekken van de Cingel tot aan de grond van acceptant, van Gerard Jansz Vos, kleermaker, en zijn vrouw Cornelia Hagerbeer, mede erfgenamen van Henrick Baltis Hagerbeer. Op 2 maart 1665 leent Geurt Cornelisz, bombasijdewerker, 100 gulden van Jan van Gelder en zijn vrouw Anna Flinkerts voor de geleverde mombasijde en verstrekte ter zake van penningen met aflossing binnen een jaar. Als onderpand dient een huis, hof en hofstede, verwerie en ketels en toebehoren die horen bij de verwerie in de Utrechtsestraat bewoond door Jan van Gelder. Geurt Cornelis, bombasijdewerker, compareert op 28 april 1679 als borg voor een betalingsregeling tussen Jan Robberts en zijn vrouw Fijtgen Cornelis en Mathijs Engeler, wijdraeijer.

Op 31 mei 1698 verkoopt Gerrit Corneliszn, als gemachtigde zoon van Annitje Jans, weduwe en boedelharster en lijftochterse van Geurt Corneliszn, een huis, hof en hofstede, met een gedeelte van het andere hofje, staande en gelegen op de Cingel, aan Jacob Gelderman en zijn vrouw Annitje Geurts. Op 9 november 1700 compareren Gerrit Geurtsen en zijn vrouw Lijsbetje Willems, Cornelis Geurtsen en zijn vrouw Hendrijntje, Gijsbert Geurtsen en zijn vrouw Agnietje Jacobs, Jacob Gelderman en zijn vrouw Annitje Geurts, Peter Willemsen van Cleef en Marritje Geurts, mitsgaders Weijmtje Geurts weduwe van Jacobus Toorn, allen voor zichzelf; voorts zich sterkmakende voor Grietje Geurts bejaarde dochter, Evert Geurtsen en zijn vrouw Theuntje Jans, Marij Ackerman weduwe van Albert Geurtsen, Cornelis Jansen en zijn vrouw Gerritje Jacobs, Jacob Jansen bejaarde jongeman, mitsgaders voor Jan Theunissen en zijn vrouw Jannitje Jans, welke Cornelis, Jacob en Jannitje kinderen zijn van Jan Geurtsen, zijnde alle tesamen kinderen en kindskinderen en erfgenamen van Geurt Cornelissen en zijn vrouw Annitje Jans, borgers. Zij verkopen aan Peter Willemsen Blanckebijl een huis met den hof gelegen in het Hellesteeghje en aan Peter Ariaansen, bombasijnwercker en zijn vrouw Willemtje Jans twee huisjes staande naast elkaar op de Cingel (Westsingel) bij de Hellebrugh.

Uit dit huwelijk:

1  Grietje Geurts van Helmerhorst

2  Jan Geurtsz van Helmerhorst, overleden < 1700. Ondertrouwd op 22 april 1669 en gehuwd op 13 mei 1669 te Amersfoort (get: Thomas Janssen namens ouder, moeder Gerritjen Adriaens) met Nelletje Jans

3  Jannetgen Geurts van Helmerhorst, overleden 1680-1681. Ondertrouwd op 22 april 1670 en gehuwd op 7 mei 1670 voor het gerecht te Amersfoort (get: vader Gerrit van Bremen, vader Geurt Cornelissen) met Hendrik Gerritsz van Bremen

4  Albert Geurtsz van Helmerhorst, overleden < 1700. Gehuwd met Marij Ackerman, overleden > 1700

Evert Geurtsz van Helmerhorst

6  Marijtje Geurts van Helmerhorst. Ondertrouwd op 29 april 1679 en gehuwd op 17 mei 1679 voor het gerecht te Amersfoort (get: vader Wllem Gijsbertsz van Cleeff, vader Geurt Cornelis van Helmerhorst) met Peter Willemsz van Cleeff, overleden < 1719

7  Weijmpie Geurts van Helmerhorst, overleden > 1715. Ondertrouwd op 3 april 1683 en gehuwd op 21 april 1683 voor het gerecht te Amersfoort (get: vader Aert Cornelisz van Helmerhorst) met Jacob Galeijnsz van Toorn, geboren te Kampen, overleden < 1700

8  Annitje Geurts van Helmerhorst, overleden < 1713. Ondertrouwd op 28 oktober 1684 en gehuwd op 11 november 1684 voor het gerecht te Amersfoort (get: vader Geurt Cornelisz van Helmerhorst) met Jacob Gelderman

9  Cornelis Geurtsz van Helmerhorst. Ondertrouwd op 22 oktober 1689 en gehuwd op 9 november 1689 voor het gerecht te Amersfoort (get: vader Geurt Cornelisz van Helmerhorst, moeder Anna Willems weduwe Jacob Willemsz) met Hendrina Jacobs

10  Gijsbertus Geurtsen van Helmerhorst. Ondertrouwd op 31 oktober 1690 en gehuwd op 18 november 1690 te Amersfoort met Angenijtjen Jacobs Verwimp, gedoopt 18 augustus 1661 te Amersfoort, begraven 3 november 1740 te Amersfoort

11  Gerrit Geurtsz van Helmerhorst, overleden < 1723. Ondertrouwd op 22 oktober 1695 en gehuwd op 6 november 1695 RK Kromme Elleboog en voor het gerecht te Amersfoort (get: moeder Annitje Jans huisvrouw Geurt Cornelisz van Helmerhorst, vader Willem Matthijsz van Eldert) met Lijsbeth Willems van Eldert


5754  Jan Willemsz Haen, zoon van (?) Willem Henricksz en Adriaentgen Cornelis, gedoopt (?) 21 juli 1621 te Amersfoort (#), overleden 1679-1683

Gehuwd ca. 1645 met

5755  Marritgen Thijssen , geboren ca. 1620, overleden > 14 augustus 1679

Op 1 juni 1654 kopen Jan Willemsen Haen en Marritgen Thijssen zijn vrouw en hun erven, omtrent de helft van twee huizen, twee bergingen, hof, hofstede, in de Coninckstraat aan de Stadswal, waarvan Jan Willemsen Haen en Marritgen Thijssen de andere helft al bezitten, met al wat aard- en nagelvast is, van Thonis Petersen en Gerritgen Aertsdochter zijn vrouw, Willem Petersen en Cornelis Henricks, mede voor hun huisvrouwen, waar zij geboorten bij hebben, Peter Jansen, Jan Henrickzen en Jannitgen Volckers, als vaders, moeder en voogden van hun onmondige kinderen bij Thoontgen Peters, Aeltgen Peters en Jan Petersen, Gerrit Hermanszen en WIllem Petersen als ooms en bloedmombers over die onmondige kinderen. Op het goed rust een last van 1 gulden en 50 stuivers per jaar aan ‘t St Joris en 2 stuivers en 8 penningen aan Lieve Vrouwekapel. Een kapitaal van 150 gulden voldaan aan Adriaen Roelen.

Jan Willemsz Haan is op 8 maart 1670 genoemd als belender in de Coninckstraat in Amersfoort. Op 15 juni 1671 assisteert Jan Willemsen Haen zijn dochter Adriaentge Jans, mede voor haarzelf en als weduwe en boedelharster van Momgert Hermansz, en tezamen zich sterkmakende voor de nagelaten kinderen van Geurt Hermense Buijs, als mede erfgename van Herman Gerritsen Buijs en Rutje Geurt, bij de verkoop van een perceel land gelegen in de Woestijgen in de vrijheid. Op 11 juli 1671 assisteren Jan Willemss Haen, Jan en Jacob Willemsz Moolenaer Oomen, bloetmombers en als voogden, Henrickje Wouters, voor zichzelf en als weduwe en boedelharster van Geurt Hermsz zaliger en als moeder en mombers over hare onmondige kinderen, bij de verkoop van een huis, hof en hofstede met een kleine woning in de hof aan de wal in de Coninckstraat.

Op de uitzettingslijst van Amersfoort uit 1675 is vermeld in de Koningsstraat, Jan Willemsen Haen 6 gulden, 5 stuivers, 0 penningen.

Op 14 augustus 1679 stellen Jan Willems Haen, wonend te Amersfoort, en Marritgen Thijs, sieck te bedde, hun testament op. Zij vermaken elkaar te lijftocht van hun bezit en legateren aan Marritgen Meijnen, dochtertje van hun overleden dochter Adriaentje Jans, 50 gulden. Secluderen de weeskamer etc. Als Marritgen mondig of getrouwd is en de 150 gulden die haar bij maechgescheijt voor vaders goet is beloofd, heeft ontvangen, dan zal zij dit bedrag uit de nalatenschap van Jan Willems Haen en Marritgen Thijs moeten missen. Iedere staak van hun na te laten kinderen zal gelijke portie ontvangen, maar Marritge zal daarboven het prelegaat van heden ontvangen, dit om reden dat de boedel en nalatenschap van haar moeder door de oorlog is geruineert, waaruit de 150 gulden had moeten worden voldaan.

Uit dit huwelijk:

1  Adriaentje Jans. Gehuwd met Momgert Hermansz, overleden < 15 juni 1671

2  Willem Jansz Haen, overleden > 1718. Ondertrouwd op 8  maart 1667 en gehuwd op 23 maart 1667 voor het gerecht te Amersfoort (get: vader Jan Willemsz Haen, moeder Mechtelt van Bernevelt weduwe Marten Govertzen) met Geertje Meertens, gedoopt 1 oktober 1643 te Amersfoort

Teuntje Jans Haan


5784  Hendrick den Elsen, begraven 4 maart 1654 in de St. Joriskerk te Amersfoort (#)

Gehuwd met

5785  NN, begraven 7 maart 1653 in de St. Joriskerk te Amersfoort (#)

Uit dit huwelijk:

Hendrik Hendricksen den Elsen


5788  Jan Pontman

Kinderen:

Arien Jansz Pontman

2  Pieter Jansz Pontman. Gehuwd met Stijntie Cornelis


5792  Brant Thonisz, zoon van Thonis Quint en Margriet Willems van Hardevelt, overleden < 4 mei 1609

Gehuwd met

5793  Jitgen Frans, overleden > 18 april 1628. (?) Ondertrouwd op 29 januari 1614 en gehuwd op 6 februari 1614 te Amersfoort met Andries Craps, soldaet onder Eernst van Nassouwe (1606), soldaet onder de Roque (1614), geboren te Zwitserland

Op 31 januari 1585 zijn in het burgerweeshuis opgenomen Grijetgen Willems, out 6 jaeren, Wijn Willemsz, out 9 jaer, en Evert Willemsz, out 7 jaeren, kinderen van Willem Jansz en Marritgen Thonis, ‘is ontfangen soo haer olders burgers waren ende sij geheel arm was, mede door bede van Brant Thonisz Quint ende Heijnrick, sijn broeder, als wesende haer oemen van moeders sijde. Op 13 maart 1586 is in het burgerweeshuis opgenomen Brinck Willemsz, zoon van Willem Jansz ende Marritgen Thonis, wesende de jonxte broeder van Wijn, Willem ende Grijetgen, present beijde die omen mit haer huijsfrouwen als Brant Thonisz ende Hendrick Tonisz, mede present Elijsabeth Jochem Aertsz, nagelaten weduwe, ende des is d’ leste die bij de eerste ende oude weesvaders ingecoomen is, ende sijn daerna weesvader van den gereformeerde religie daer inne gestelt ende de voorgaende regenten sijn verlaeten oft hebben haer van selffs des dijenstes onslegen, uuijtgenomen Helmich Helmichs die daer na noch lange jaeren mede gedijent heeft.

Otgen Frans, weduwe van Brant Thonisz, is genoemd op 4 mei 1609 als belender van een huis, hof en hofstede in de Hellestraat van Cornelis van Westrenen, en op 13 april 1619 als belender van een huis en hof in de Hellestraat van Aert Berntsz.

Op 10 maart 1614 lenen Henrick Graeps ende Jitgen Frans, echtelieden, en hebben in confermite van de machtgescheijde tussen de voornoemde Jitgen Frans ter eenre ende hare voorkinderen bij haar van Brant Thonisz, haar vorige overleden man behouden ter andere zijde, van Frans Brantsz, haar voorzoon, een losrente van 8 carolus gulden jaarlijks over een hoofdsom van 133 caroluds gulden, en van Bastiaen Jordansz, als man en voogd van Grijetgen Brands zijn huisvrouw, een losrente van 8 carolus gulden jaarlijks over een hoofdsom van 133 gulden 6 stuivers en 18 penningen, en toekomende roerende en onroerende goederen met als onderpand een huis, hof en hofstede in de Hellestraat. Op 12 april 1619 verkoopt Itgen Frans, weduwe van Brant Thonisz met Aert Berntsz haar gekozen voogd voor haarzelf en voor haar kinderen, aan Marten Gerritsz het huis en hof in de Hellestraat op een last van 168 gulden hoofdsom competerende het Armen weeshuis alhier. Op 9 mei 1623 lenen Henrick Crapsz, zwitser, en Fitgen Frans zijn vrouw een bedrag van 150 gulden met een losrente van 9 gulden per jaar van Bastiaen Jordaen en Grijetgen Brantsz zijn vrouw. Als onderpan dient een huis en hof in de Hellestraat.

Op 18 april 1628 stelt IJtgen Fransdr, weduwe van Brant Thoniszn, ziek van lichaam te bedde liggende, borgerse van Amersfoort, haar testament op. Zij prelegateert aan haar dochter Grietgen Brants het halff hofken in haar voorhuijs staende, met alle haer linnen en wollen clederen, linnen slaaplakens en slopen. Zij is aan Grietgen nog schuldig 20 carolus guldens van geleend geld, die van ‘t gereedste goed voldaan moet worden. De twee jaar huishuur van het huisje in de Scherbierstraat zijn door Grietgen verrekend met de twee jaar rente die haar dochter nog van comparante tegoed had.

Uit dit huwelijk:

Frans Brantsz

2  Grietje Brants. Ondertrouwd op 9 januari 1614 en gehuwd op 16 januari 1614 te Amersfoort met Bastiaen Jordansz, soldaat, geboren te Frankrijk. Ondertrouwd op 29 juli 1643 te Amersfoort en gehuwd op 27 augustus 1643 te Soest met Reijer van den Butselaer


5794  Gosen Albertsz, zoon van Albert NN, geboren ca. 1550, overleden 1612-1615

Op 29 augustus 1586 is aan Gosen Albertsz burgerrechten verleend. Op 18 december 1612 verschijnt Goossen Albertss als eigenaar van de rechten van een plechte van 100 Karoluds gulden met een losrente van 5½% karolusgulden sjaars op een huis en hofstede, staande aan de Langestraat in de Krommestraat. Hij verklaart dat alles aan zijn handen was afgelost door Evert van Dael, als possesseur van het hypotheek.

In hun testament van 2 juli 1615 vermaken Jan Jansz, snijder, en Aeffgen Alberts, krank te bedde liggende, borgers van Amersfoort, elkaar de lijftoch van hun bezit tot wederhuwelijk toe en langer niet, uitgezonderd hun clederen. Aeffgen prelegateert aan Petertgen Jans, haar zuster Grietgen Alberts dochter, een grauwe rock, een honscote schort, een silveren scroeff, een tasse met een zilveren ketten en knoop, een buijdel met silveren knoopen, dewelke Petertgen terstonts na haar dood zal genieten. Zij legateert, onverminderd de lijftocht, nog aan Willem, Dieltgen, Cornelisgen en Cunertgen, kinderen van Gosen Albertszn haar overleden broeder, elk een pond vlaams van 6 gulden, aan Willemtgen, dochter van zaliger Jan Albertszn haar overleden broeder, insgelijks 6 gulden, Evert Albertszn en Marrichgen Alberts, haar halve broeder en zuster, elk 6 guldens. Al hetgeen zij boven de voornoemde legaten en prelegaten met de dood zal nalaten, heeft zij vermaakt aan haar broeder Lubbert Albertszn, mitsgaders Petertgen Jans, dochter van Grietgen Alberts, haar overleden zuster, elk voor de helft. Indien een van beiden zonder kinderen overlijdt, erft de langstlevende van beiden of diens kinderen. Indien beiden sterven zonder kinderen na te laten, dan erft de naaste bloede van comparante, welverstaande datgene dat intussen niet verkocht of verteerd is. Hiermee institueert zij Lubbert Albertszn en Petertgen Jans tot haar erfgenamen. Indien enig van de zeven legatarissen komt te overlijden, voor of na de comparante aleer de lijftochyt ware geexpireert, dan vererft de 6 gulden op diens kinderen, indien zonder kinderen overleden, dan vererft het op de andere legatarissen.

Kinderen:

Cornelisgen Goosens

Dieltgen Gosen, geboren ca. 1585 te Amersfoort, overleden > 25 juni 1632. Ondertrouwd op 17 februari 1608 en gehuwd op 25 februari 1608 te Amersfoort met Henrick Sael, soldaat, geboren te Amersfoort

3  Cunertgen Gosen, overleden > 25 juni 1632

4  Willem Gosen, overleden > 16 juli 1621


5804  Jan Joppen Craen, bakker, ouderman van het Bouluijden Gilde te Amersfoort, zoon van Job Craenen, begraven 11 maart 1635 te Amersfoort

Ondertrouwd op 27 augustus 1601 voor het gerecht te Amersfoort met

5805  Marrichgen Willems

Op 14 december 1598 verkopen Jan Joppe, Claes Stevensz als man en voogd van Betgen zijn vrouw, Jan Joppe mede als momber van Lijsgen en Willemtgen Joppen, verkopen een huis, hof en hofstede en een hof over de genoemde steeg aan Wouter Logen en zijn erven. Op last van 3½ gouden Aernoldus gulden per jaar van Jan Fransz, 2 Carolus gulden en 2 Philippus guldens per jaar aan de Sint Annakapel en 18 stuivers per jaar aan het Sint Aechtenconvent. Op 2 augustus 1609 lenen Jan Joppen en Maria Willems zijn vrouw, 150 gulden van Dirck Martenss, zijn vrouw en hun erven. Als onderpand dient een huis in de Sint Andriesstraat. De schuldsom is op 5 februari 1639 voldaan door Jan Jansz, bakker. Op 28 maart 1611 is voor het gerecht gekomen Jan Joppe voor hem selve en zich sterckmakende voor Maria zijn vrouw en heeft beleden schuldig te zijn aan ‘t lintwevers gilt een jaarlijkse losrente van 6 gulden, 5 stuivers over een hoofdsom van 100 gulden, dienende tot hypotheek ‘t huis daar bij comparant tegenwoordig in woont. Op 24 juni 1622 bekent Jan Dircksz, als onderman vant lintwevers gilt, de hoofdsom met de rente vandien in de genoemde plechte ontvangen te hebben uit handen van Jan Joppen.

Op 23 januari 1618 maakt Roeloff Jobsz, conventuael St Johans binnen Amersfoort, zijn testament op. Hij vermaakt goederen en geld aan de kinderen van zuster Aeltgen Jobs saliger en Thonis Goortsz, aan kleinkinderen van zijn overleden broeder Gijsbert Jobsz en aan de kinderen van zijn zuster Anna Jobs onder andere 100 gulden tot laste van Jan Jobsz en diens vrouw Maria Willems, wonend in de Trijskensstraat.

Op 20 juli 1624 kopen Jan Jobsz Craen, zijn vrouw en hun erven, van Thonis Henricksz en Marritgen Dircx zijn vrouw, een hof met al wat aard- en nagelvast is buiten de Sint Andriespoort. Op 21 december 1624 machtigt Jan Jobsz Craen, borger van Amersfoort, Evert Willems, stratemaker tot Amsterdam, om namens hem van de Heren Weesmeester van de stad Amsterdam 3 jaar rente te ontvangen een kapitaal van 150 gulden, welke laatst verschenen is Johannis midsomer (= 24 juni) 1624, wat toebehoort aan Lijsbeth Henrick Willems, onmundige nagelaten dochter, en wat berust onder de weeskamer aldaar. De renten waren hem, comparant, beloofd voor het onderhoud van dit kind. Op 29 juni 1625 kopen Jan Craen, bakker, en Mari Willems zijn vrouw, van de momber en weesmeester over de onmondige kinderen van Thonis Jans van Deventer en Metgen Josephi, een huis, hof en hofstede met al wat aard- en nagelvast is, in de Sint Andriesstraat. Jan Craen is daar tevens belender. Op 10 mei 1633 verkopen Jan Joppen Craen, backer, Jacob Willemsz, molenaer, Jan Claesz, voerman, respectievelijk ouderman, busmeester en gildebroeder van het Bouluijden Gilde, aan Thijmen Henricksz en zijn vrouw Roos, een perceel land gelegen in de Amersfoortsen Engh aan de Bergstraat.

Op 21 december 1624 machtigt Jan Jobsz Craen Evert Willems, stratemaker tot Amsterdam, om namens hem van de Heren Weesmeesters van de stad Amsterdam 3 jaar rente te ontvangen van een kapitaal van 150 gulden, welke laatst verschenen is Johannis midsomer 1624 (= 24 juni), wat toebehoort aan Lijsbeth Henrick Willems (onmundige nagelaten dochter), en wat berust onder de Weeskamer aldaar. Deze renten waren hem, comparant, beloofd voor het onderhoud van dit kind.

Op 15 november 1628 stellen Jan Joppen Craen en Jan Aertsz zich borg voor Jan Jansz Roelen bij de koop van een huis, hof, hofstede, berg en schuur, gelegen achter het Oude Weeshuijs tot in de Bolderstraat te Amersfoort.

In het register van gastelingen van het St Pieters- en Bloklandsgasthuis is vermeld Lijsgen Joppen, ingeschreven 27 augustus 1635, overleden 14 januari 1638, heeft recht op de helft van de nalatenschap van Jan Joppen Craen. Op 17 april 1636 stelt Marrichgen Willems, borgerese van Amersfoort, weduwe van Jan Jobzn Craen, backer, haar testament op. Daarin herroep zij alle voorgaande testamenten en disposities, uitgezonderd de lijftocht door haar en haar overleden man gemaakt, die in waarde zal blijven. Zij vermaakt, om redenen haar daartoe moverende, al haar bezittingen aan Jan Jan Brantszn en Betgen Henricx, echtelieden, haar broeders dochter, die bij comparante wonen en haar in alles behulpzaam zijn. Ze institueert hen derhalve tot haar erfgenamen en bij hun overlijden voor comparante, hun nalatende geboort. Zij legateert aan Atris Willems, haar zuster, 6 carolus guldens, Zij secludeert de weeskamer van deze stad.

Op 4 februari 1639 verkoopt Maria Willems, weduwe van Jan Jacobsz Craen, aan Jan Claessen vleeshouwer en zijn vrouw Neeltgen Everts, zeker hof, hofhuisje en plantsoenen daarin, staande en gelegen buiten de Sint Andriespoort.

Kinderen:

Hendrik Jansen Craen


5810  Wessel Warnsinck, geboren ca. 1595

Gehuwd op 27 augustus 1617 RK St. Remigius te Borken (D) (get: Wubbelt Tuischuss, Dederich Derdinck) (#) met

5811  Margareta zur Landver, geboren ca. 1595

Uit dit huwelijk:

1  Catharina Warnsinck, gedoopt 7 april 1619 RK St. Remigius te Borken (D) (get: Swener NN, Naele Tesinck)

2  (?) Joanna Ansinck

3  Henrich zur Landver, gedootp 26 november 1622 RK St. Remigius te Borken (D) (get: Remigius Nisingh, Alheidt Welsingh)


5814  Meiss Knuvencamp, geboren ca. 1595

Gehuwd op 28 oktober 1617 RK St. Remigius te Borken (D) (get: Meis Knuvencamp, Gert Alpherdinck) (#) met

5815  Anna Alpherdinck, geboren ca. 1595

Uit dit huwelijk:

Joanna Knuvencamp


5816  Jan Janssen Bourssier, zoon van Jean Boursier en Grietge Frans, geboren ca. 1600 te Breda, overleden 1638

Ondertrouwd op 14 mei 1625 en gehuwd op 29 mei 1625 te Amersfoort (#) met

5817  Martijntgen Karl Chaudron, dochter van Charles Chaudron en Martijntge Jacobs Scherpijnck, geboren ca. 1600, overleden > 8 februari 1654

Jan Bourssier, geboren van Breda, verkrijgt op 29 december 1628 de burgerrechten van Amersfoort vanwege zijn huwelijk met een borgersdochter en ‘vereert ten reguard van ‘t werck ‘t welck bij hem aen veele schamele gesellen gegeven wort’. Martijntgen is gerefermoreerd lidmaat te Amersfoort op belijdenis 30 september 1619, wonend in de Kranckeneeringhstraat.

In 1638 doet Martijntgen Carellsdochter Choudron aangifte bij de weeskamer te Amersfoort. Dit wijst op het overlijden van haar man.

Op 15 juli 1641 verkoopt mr. Carel Chaudron voor hemzelf als weduwnaar van Hester Christiaens en voor Cornelis Balthessen en zijn vrouw Stijntgen Carels en voor Martijntgen Carels, zijn dochters en schoonzoon samen voor hun kinderen, zuster en broeders, een huis in de Krommestraat aan Jan Henricxz van Osch, zijn vrouw en hun erven. Het huis is belast met 200 gulden aan Henrickgen van Schaeck, nu vrouw van Johan van Schadijck.

Zij is als Martijntgen Carels, weduwe van Jan Boursier, belendster in de Lieve Vrouwenstraat op 2 juni 1643 en in de Krankeledenstraat op 20 november 1643 en op 8 februari 1654.

Uit dit huwelijk:

Jan Bossier

2  Hester Bossier, gedoopt 4 oktober 1627 te Amersfoort. Ondertrouwd op 23 april 1652 en gehuwd op 11 mei 1652 te Amersfoort (get: vader, moeder Stijntje Cornelis) met Rutger Evertsz

3  Carel Bossier, geboren ca. 1629, overleden 2 november 1668 te Amersfoort. Gehuwd op 14 mei 1652 te Amersfoort met Lijsbethie Cornelisz, geboren te Beuckum

4  Grietje Bossier, geboren ca. 1630, overleden > 1688. Ondertrouwd op 21 september 1654 en gehuwd op 8 oktober 1654 te Amersfoort (get: moeder, tante Stijntken Carels) met Evert Hermans, geboren te Garderen, overleden 1659-1665. Gehuwd op 10 december 1665 te Amersfoort met Hendrick Warneke, bombasijnwerker, overleden > 1677

5  Stijntgen Bossier, gedoopt 14 augustus 1631 te Amersfoort

6  Boldewijn Bossier, gedoopt 19 april 1633 te Amersfoort, overleden 1633-1634

7  Boudewijn Bossier, wolkammer, gedoopt 12 oktober 1634 te Amersfoort, overleden > 1678. Ondertrouwd op 16 mei 1663 en gehuwd op 6 juni 1663 te Barneveld met Gijsbertje Jochems, geboren te Barneveld

8  Tobias Bossier, gedoopt 19 juni 1636 te Amersfoort

9  Otto Borssijer, gedoopt 12 februari 1638 te Amersfoort. Ondertrouwd op 26 november 1657 en gehuwd op 15 december 1657 te Amersfoort (get: broer Carel Borssijer, zuster Eerlandt Bossen) met Grietje Dircks Bosch


5818  Aelt Woutersz, hoedenmaker, geboren te Amersfoort, overleden < 25 september 1666

Ondertrouwd op 18 juli 1621 te Amersfoort (#) met

5819  Gijsbertgen Claes, geboren te Amsterdam

Op 16 juli 1632 kopen Aelt Woutersz en zijn vrouw Gijsbertgen Claes van Peter Jansz van Opporteren en zijn vrouw Lijfgen Loogen, een huis, plaats en halve put, schuur en de vrije drop daarachter aan de Langestraat, op laste van 3 gulden jaarlijks, competerende zekere vicaris gefundeerd in de St Joriskerk, nog 14 stuiver jaarlijks tbv het brouwersgilde. Aelt Woutersz, hoedemaker, is genoemd als belender in de Langestraat op 21 juli 1634 en 4 oktober 1636, aan de Markt op 29 juni 1647 en in der Varkensmarkt op 7 mei 1650.

Gijsbertgen Niclaes, huisvrouw van Aelt Wouterssen, is op 23 september 1642 vermeld als lidmaat te Amersfoort, adres Rotoorn.

Uit dit huwelijk:

1  Claesgen Aelten, overleden < 25 september 1666. Ondertrouwd op 12 maart en gehuwd op 31 maart 1657 te Amersfoort (get: vader Adriaan Hermans, moeder Gijsbertien Claes) met Harman Adriaensz, hoedenmaker, gedoopt 30 maart 1628 te Amersfoort

2  Willemtgen Aelten

Jannetje Aelten

4  Rijckgen Aelten, gedoopt 24 februari 1633 te Amersfoort

5  Geertgen Aelten, gedoopt 9 oktober 1636 te Amersfoort


5824  Geurt Lubbertsen, linnewever, zoon van Lubbert Goortsz van Steenbeeck en Woutertgen Jan Wencken, geboren ca. 1585 te Barneveld, overleden < 8 september 1649

Ondertrouwd op 27 april 1608 en gehuwd op 1 mei 1608 te Amersfoort (#) met

5825  Dirckgen Peters, geboren ca. 1590, overleden 19 april 1663 in het St Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort

Op 19 september 1608 is Goert Lubberts, afkomstig van Barnevelt, burgerrechten verleend. Op 4 januari 1628 is Goort Lubbertsz aanwezig (getuige ?) bij de verkoop van een huis, hof en hofstede op Bloemendael.

Op 7 december 1646 verklaart Goort Lubbertsz dat Jan van Essen de schuldsom heeft voldaan van f 150 geleend van Evert Lubbertss, lakenkoper, op 27 maart 1626. Op 8 september 1649 is ingeschreven als gasteling in het Sint Pietersgasthuis Dirckgen Peters, weduwe van Geurt Tuijr.

Uit dit huwelijk:

Lubbert Geurtsz van Steenbeek

2  Woutergen Geurts, gedoopt 10 oktober 1615 te Amersfoort

3  Ghijsbert Geurtsz, gedoopt 7 december 1617 te Amersfoort. Gehuwd in december 1640 te Amersfoort (get: Willem Lubbertsz slootemaker, Grietjen Brants) met Jannitjen Everts

4  Annitgen Geurts, gedoopt 18 juni 1620 te Amersfoort

5  Reijer Geurtsz, gedoopt 3 april 1623 te Amersfoort, overleden < 3 november 1653. Gehuwd met Aeltjen Stevens

6  Rutger Geurtsz, gedoopt 1 april 1625 te Amersfoort


5826  Jan Rutgerssen, geboren te Amersfoort

Ondertrouwd op 7 juni 1607 en gehuwd op 14 juni 1607 te Amersfoort (#) met

5827  Aeltgen Peelen, geboren te Barneveld

Uit dit huwelijk:

1  (?) Nellitje Jans


5840  Bartholomeus Gentij de Finis, ruijter onder prins van Oranje (1609, 1612, 1615), geboren te Frankrijk, overleden < 19 februari 1650

Ondertrouwd op 15 februari 1609 te Amersfoort (#) met

5841  Marritgen Aerts, dochter van Aert Berentsz, gedoopt 10 januari 1588 te Amersfoort (get: Dirrick die sacke drager, Griette Pelendochter) (#), overleden < 19 februari 1650

Op 16 augustus 1612 verklaren Jean Roijelle, Pierre Peruck, Bartholomeus Finis en Jerome Traveres “bij ware woorden” in plaats van bij eede, op verzoek van Gijsbert Willemszn, dat zij heden omtrent 6 uur ‘s avonds gezien hebben dat Elbert Wouters grof geweld gebruikte in het huis van Gijsbert Willemszn, met een groot mes in de hand, waarmee deze, zoals zij begrepen, Gijsbert Willemszn en zijn vrouw verwond had en zij (getuigen) hebben deze Elbert Wouters moeten dwingen uit het huis te vertrekken. De huisvrouw van Gijsbert Willemszn en anderen riepen “moord moord” en zij (getuigen) merkten wel dat deze Elbert Wouters iemand vermoord zou hebben indien zij het hem niet belet hadden. Zij willen dit eventueel met de eed bevestigen. Verder verklaren Willem Jans, oud omtrent 64 jaar, Andries Lodewijck van Alendorff, oud ca 28 jaar, Gerrit Henricxzn, oud ca 30 jaar, dat zij heden op de namiddag ten huize van Gijsbert Willemszn geweest zijn omtrent 6 uur, en bij de deur is gekomen Elbert Wouters, roepende verscheiden keren “All geene boeckende broot”, en dat deze daarna geroepen heeft “Ghijsbert waar zijt gij”, trekkende voorts de riem zeggende “compt Ghijsbert, stoot tegen mijn”. Voorts komt hij met een bloot mes in zijn hand in huis, waarop Gijsbert Willemszn antwoordde “ick ben wel, ick en behouve daar nijet uit te commen”, waarop Elbert Wouters zei “soo sall ick tot u commen”, terwijl hij voorts met het mes op hem toe loopt, waardoor diens huisvrouw is gevallen en voorts door deze Elbert Wouters in haar aangezicht verwond is en in haar kleding gesneden is. Dat mede hij (Willem Jans) daarvoor gevallen is om te beletten dat de zoon van Gijsbert Willemszn niet wordt verwond, waarover Elbert Wouters tegen hem (Willem Jans) zei “Jae, ‘t is mijn haest al even veel”, menende vervolgens hem (Willem Jans) te verwonden. Nadien, toen dit een tijd lang geduurd had, heeft de zoon van Gijsbert Willemszn een bijlte van de muur gehaald en Elbert Wouters daarmee van hem (Willem Jans) geweerd en hem een verwonding in zijn gezicht gegeven, zonder dat Elbert Wouters alsnog het huis uit wilde, maar iemand vermoord zou hebben wanneer hij niet door de getuigen met geweld gedwongen was geweest te gaan. En Andries Lodewijck van Alendorff verklaarde dat hij door Gerrit Henricxzn geroepen was om in het huis van Gijsbert Willemszn te gaan omdat daar iemand vermoord werd en komende in het huis heeft hij gezien dat Elbert Wouters een blank mes in zijn hand had en dat de huisvrouw van Gijsbert Willemszn een stoel in de hand had, hem daarmede van haar werende, waarna met verdere assistentie van andere buren en de ruiters (eerstgenoemde vier getuigen), is Elbert Wouters uit het huis verdreven. Hij zou zeker iemand vermoord hebben wanneer niemand anders enig geweer in de hand had en voordat Gijsbert Willemszn een bijltje in de hand kreeg. Daarna verklaart Gerrit Henricxzn dat hij ziek was en koorts had en daarom niet in het huis van Gijsbert Willemszn is gekomen, maar dat hij wel hoorde roepen “moord moord” en dat hij daarom Andries Lodewijck van Alendorff verzocht heeft in het huis van Gijsbert Willemszn te gaan. Zij willen dit te allen tijde met de eed bevestigen.

Uit dit huwelijk:

Aert Fennis


5850  Roelof Hendriksz den Eling, meester metselaar, zoon van Hendrick NN en Neeltgen Henricxs, geboren ca. 1595 te Amersfoort, overleden 1658-1666

Ondertrouwd op 5 september 1621 te Amersfoort (#) met

5851  Nelletje Jans Brinck, dochter van Jan Woutersz Brinck en Goutgen Jacobs, geboren ca. 1600 te Amersfoort, overleden 1666-1674

Op 3 september 1621 vindt de inventaris plaats van toebedeelde goederen inzake maaggescheid aan Roeloff Henricxs. De aan Roeloff Henricxs toebedeelde goederen bestaan uit een hoofdstom van 100 gulden op Johanna van Voordt, weduwe van Mr Cornelis van Duverden, nog een vordering op zijn moeder van 75 gulden inzake zijn vaders goed, aan gereet geld 57 gulden 8 stuivers en 6 penningen, de helft van twee huiskens naast elkaar gelegen in de Bolderstraat met hoff en hofstede waarvan de andere helft toebehoort aan zijn zuster en het vierde part in de schuurberch die daarbij staat op de grond van de voornoemde huizinge, waarvan zijn zuster een vierde part en zijn moeder de helft toekomt.

Op 4 september 1621 worden de huwelijkse voorwaarden opgesteld. Aanwezig zijn naaste vrienden, magen en huwelijksluiden van het bruidspaar, ter ene zijde Jacob Peters, timmerman, Henrick van Estvelt, Neeltgen Henricxs met haar zoon Roeloff Henricxs toekomende bruidegom, ten andere zijde Clemens Andrijes, Jan Peters van Oppoeteren, Jan Wouters Brijnck en zijn dochter Nellitgen Brijncken toekomende bruid. De naaste vrienden, magen en huwelijksluiden hebben de volgende voorwaarden opgesteld voor het huwelijk. De bruidegom brengt in een hoofdsom van 300 gulden sprekende op Jacob Peters, timmerman, volgens de obligatie van 24 december 1616, een hoofdstom van 100 gulden sprekende op Johanna van Voordt, weduwe van de overleden scholt Mr Cornelis van Duverden waarvoor Neeltgen Henricx zich garant stelt met haar zwager Jacob Peterss als haar gekozen momber in dezen, 25 gulden voor zijn vaders goed die Neeltgen aan haar zoon belooft te betalen, 57 gulden 8 stuivers en 6 penningen in gerede gelden, de helft van twee naast elkaar staande huisjes met de hoff en hofstede staande in de Bolderstraet waarvan de andere helft in bezit is van zijn zuster Henrickgen, het vierde part van de schuurberch die daarbij staat op de grond behorende bij de huisjes waarvan zijn zuster eveneens een vierde part bezit en zijn moeder de helft. Al deze percelen zijn de bruidegom aanbestorven van zijn bestevader en bestemoeder (grootouders) en van zijn vader welke door het maaggescheid tussen hem en zijn zuster en dat de vorige dag is gepasseerd en onder Mr Elias van Weede berust, aan hem is toebedeeld. Jan Wouters Brijnck geeft zijn dochter mee een bed met toebehoren en haar portie van de erfenis van Nellitgen nagelaten door Thoentgen Wouters, haar moeije, waaraan Clemens Andrijes zolang hij leeft de lijftocht heef. Jan Wouters Brijnck belooft zijn dochter Nellitgen niet te zullen onterven, maar haar als zijn dochter in zijn na te laten goederen te zullen laten erven. Mocht een van hen beiden te komen overlijden zonder na te laten blijkende geboorte, of zonder wedergeboorte dat dan de ingebrachte goederen zullen gaan naar de andere zijde en linie waarvan deze gekomen waren. Wanneer er wel geboorte wordt nagelaten bij overlijden van een van hen beiden dan zal deze de goederen krijgen die de overledene bezat of waren aanbestorven, en de langstlevende behouden de goederen die hij had ingebracht of waren aanbestorven. Ten laatste eventueel te komen op de zijde waar deze goederen vandaan waren gekomen. Winst en verlies staande huwelijk verkregen gerekend half en half, erfenis wordt niet als winst gerekend. In alle gevallen gaan de klederen en cleijnoden van de bruidegom naar zijn zijde en die van de bruid met de trouwelschat aan haar zijde.

Op 19 augustus 1624 verkopen Goutgen Jacobs, weduwe van Jan Woutersz Brinck, Aeltgen Jacobs, weduwe van Wouter Jansz Brinck als moeder van hun kinderen, Roeloff Henricksz Elinck en Nellitgen Jans zijn vrouw, samen erven van Jan Woutersz Brinck hun grootvader en vader, een huis in de Langestraat aan Dirck Meijnsz en Geertgen zijn vrouw op last van 200 gulden aan het onmondige kind van Roeloffgen van Dashorst.

Op 19 september 1626 leenen Roeloff Henricksz, zijn vrouw en hun erven, een bedrag van 100 gulden aan Jan Willemsz, leidekker, en Grijetgen Aerts zijn vrouw met als onderpand een huis aan de Breestraat. Op 31 oktober 1627 verkopen Roelof Henricksz en Neeltgen Jans voor haarzelf, Aeltgen Jacobs als moeder van haar onmondige kinderen bij Wouter Jansz zaliger, met Willem Mertensz en genoemde Roelof medevoogden over de onmondigen, Grijtgen Jans als moeder van de onmondige kinderen bij Claes Willemsz Teut met Herman Jansz Bosch als medemomber samen voor Catharina Cornelis, allen erven van Anthonia Wouters, in leven vrouw van Clemens Andriesz, een halve hof gemeenschappelijk met Jan Andriesz buiten de Bloemendaalsepoort aan Andrijes Jansz, zijn vrouw en hun erven. Op 21 januari 1628 verkopen zij het vierde part van een boomgaard buiten de Bloemendaalsepoort aan ‘t eind van de Eerste Steeg aan Mr Willem Jansz Pot, zijn vrouw en hun erven, op last van 36 stuivers, 4 penningen per jaar aan Dirck van Crachtwijck en 13 stuivers per jaar aan St Elisabeths Gasthuis, 12 stuivers per jaar aan Peter Jansz Cremer.

Op 19 augustus 1648 verklaart Roeloff Henrickxz Eling dat de schuldsom is voldaan door de oude vrouwe van Isselt. Op 11 januari 1645 wordt een acte van estimatie opgesteld betreffende de liquidatie van de geleverde boedelcedulle van Tijmon Schut, het treffen van een boedelscheiding met alle besoignes en effecten daaraan verbonden. Timon Schut had verklaard ‘om redenen ongelegen te wesen’ langer het door hem bewoonde huis in de Muurhuizen alhier onverdeeld te willen laten. Daarvoor compareren Lenaert Nicasius, stadstimmerman, en Seger Joosten, meester metselaar, voor Timon Schut, secretaris der stad Amersfoort weduwenaar van Agnes Dulcken, ter ene zijde, en Claes Jacobszn van Groenenberch, meester timmerman, en Roeloff Henrickszn Elingh, meester metselaar, vanwege Steven Cootenberch, schepen dezer stad, als bij appointement deses Gerechts staande op verzoek van vermelde secretaris Schut dd 15 juni 1643 gecommitteerd zijnde in plaats van Goswijn van Dulcken, oud-oom en bloedmomber van moeders zijde over de twee onmondige kinderen van voornoemde Schut, ter andere zijde. Ter overstaan van Wilhem van Schadijck en Jonkher Jelis de Ridder van Lunenborch, schepenen, die wederzijds daartoe werden verzocht, is het huis met de hof daarachter met alles wat daarbij aard- en nagelvast was, nadien van boven tot onder, voor en achter bezichtigd en bezien, en is op alles gelet door de genoemde timmerlieden en metselaars en een prijs geschat van 2500 gulden. Timon Schuth verklaarde de helft van het huis dat de kinderen toekomt te willen aannemen, waarvan genoemde Schut en Coottenberch, in hun respectieve kwaliteiten, acte verzochten.

Op 31 mei 1674 compareren Rijck Aerts van Oldenbarnevelt en Arent van Ruitenbeecq, mombers van de kinderen van Johan Elingh, saliger, zoon van Roelof Henricks Elingh en Nellitgen Jans, Henrick van Zandendael, zoon van Goutgen Elingh, geassisteerd met zijn vader Johan van Zandendael, en Johan van Zandendael, als vader en voogd van zijn verdere kinderen van hem en zijn vrouw Goutgen Elingh saliger. Zij compareren voor de opening van een besloten testament van Roeloff Hendricks van Elingh en Nellitgen Jans. De comparanten vertonen dit nog gesloten papier, wat geopend mag worden omdat notaris en getuigen overleden zijn. In het testament herroepen Roelof en Nellitgen eerdere testamenten, uitgezonderd de reciproke lijftocht tussen de testateuren voor Dirck Matheus, dd 8 mei 1653. Legaten aan hun zoon Jan Roeloffs Elingh, de rechte helfte van seecker parceel lants genaemt Neckenbergh en de Swarte Camp, aan de Watersteegh, waarvan de wederhelft van Reijer Jacobs is. Welke helft gedurende hun huwelijk is aangekocht, waarvoor hun dochter Goutgen Roeloffs Elingh uit de gemene boedel 1100 carolus gulden zal genieten, waarboven nog aan haar 100 gulden en alle clederen van Nellitgen Jans. Erfgenamen zijn ieder voor de helft Jan Roeloffs Elingh en hun dochter. Het huwelijksgoed dat zij respectivelijk aan hun zoon en dochter hebben meegegeven, zal worden geimputeert in ligitimam, bij forma van institutie. Hun zoon, Jan Elingh, moet bovendien 300 gulden in de gemene boedel inbrengen, in conformite van de specificatie van de hijlicxbrieff. Secluderen de Heeren Weesmeesteren uit hun boedel. Ondertekend door de erflaters op 10 mei 1653 en door D. Matheus, notaris, en toegesloten door de notaris. Beiden verklaren dat dit testament niet eerder geopend mag worden als na dode of hertrouwen van de langstlevende.

Uit dit huwelijk:

1  Johan Roelofsz den Elingh, geboren ca. 1622 te Amersfoort, overleden < 1674. Ondertrouwd op 23 april 1652 te Amersfoort en gehuwd op 9 mei 1652 te Soest (get: Rijck Aertsz van Oldenbarnevelt en huisvrouw) met Jannetje van Davelaar, gedoopt 5 maart 1616 te Amersfoort, overleden < 1679

Goutgen den Elingh


5852  Aert Gerritsz

Kinderen:

1  Jan Aertsz, gedoopt 17 oktober 1641 te Scherpenzeel

2  (?) Gerrit Aertsz van Scherpenzeel


5854  Dirck Dircksz van Langelaerglazenmaker, potmeester (1642), burgemeester, schepen en cameraar van Wijck bij Duurstede (1643-1669), heemraad (1640), kerkmeester van de St. Jan (1659), zoon van Dirck Reijersz van Langelaer, geboren ca. 1600, overleden 1669-1675. Gehuwd op 23 mei 1621 te Wijk bij Duurstede met Theuntje Geerlofs de Cas, overleden < 17 november 1639

Ondertrouwd op 17 november 1639 en gehuwd op 15 december 1639 te Wijk bij Duurstede (#) met

5855  Mechteldje Jacobs Fontain, dochter van Jacob IJsbrantsz Fontain en Neeltje Cornelis, geboren ca. 1615, overleden > 25 februari 1685

Op 21 september 1625 sluiten Dirck Dirckxss van Langelaer en Geertgen Geerloffsdr lijftocht.

Tussen 11 november 1625 en 11 november 1626 betaald het Ewoud- en Elisabethgasthuis te Wijk bij Duurstede 16 gulden, 14 stuivers en 8 penningen aan Dirck Dirckss van Langelaer glaesmaecker voor het maken van de glazen. In 1638-1639 3 gulden en 15 stuivers aan Dirck van Langelaer voor het maken van glazen. In 1641-1642 4 gulden 1 stuiver aan Dirck Dirckss van Langelaer van glaesen. In 1643-1644 3 gulden 1 stuiver aan Dirck van Langelaer voor glasen te stoppen ende repareren. In 1645-1646 7 gulden 8 penningen aan Dirck van Langelaer voor het repareren van glazen. In 1646-1647 6 gulden 2 stuivers aan Dirck van Langelaer voor het maken van de glazen. In 1647-1648 11 gulden 3 stuivers 8 penningen aan Dirck van Langelaer voor reparatie van glazen. In 1648-1649 3 gulden 2 stuivers aan Dirck van Langelaer voor het repareren van de glazen. In 1649-1650 10 gulden 15 stuivers aan Dirck van Langelaer voor reparatie van de glazen. In 1650-1651 6 gulden 5 stuivers 8 penningen aan Dirck van Langelaer. In 1653-1654 5 gulden 18 stuivers 8 penningen aan Dirck van Langelaer. In 1654-1655 5 gulden 14 stuivers aan Dirck van Langelaer voor gemaakt glazen. In 1655-1656 4 gulden 14 stuivers 8 penningen aan Dirck van Langelaer voor gemaakt glazen. In 1656-1657 6 gulden 12 stuivers aan Dirck van Langelaer voor geleverde glazen. In 1657-1658 4 gulden 11 stuivers aan Dirck van Langelaer voor glazen maken. In 1659-1660 6 gulden 10 stuivers aan Dirck van Langelaer voor repareren ende glasen te maecken. In 1660-1661 8 gulden 6 stuivers aan Dirck van Langelaer voor glazen te maken. In 1661-1662 6 gulden 6 stuivers aan Dierck van Langelaer voor glazen maken. In 1662-1663 5 gulden 19 stuivers aan Dierck van Langelaer voor glazen maken. In 1663-1664 6 gulden aan Dierck van Langelaer voor het maken van een glas van d’heer van Gaesbeeck in de heeren camer. In 1664-1665 2 gulden 15 stuivers aan Dierck van Langelaer voor het maken van glazen. In 1666-1667 3 gulden 19 stuivers aan Dirck van Langelaer voor de gemaakte glazen. In 1667-1668 3 gulden 14 stuivers aan Dirck van Langelaer voor glazen maken.

In de rekeningen van de Nederlands Hervormde Kerk te Amerongen is opgenomen: “Dirck Dirckss van Langelaer, glaesemaker, betaelt de anno 1631, thien gulden thien stuijver 10-10-0″. “Dirck Dirckss van Langelaer glaesemaecker 9-0-0” (1633-1634) en “Betaelt aen Dirck dircxs van Langelaer ende Goosen van arckelents vant repareren vande glasen volgens specificatie ende quitantie die somme van 18-15-0” (1641 ?).

Op 20 mei 1641 vindt het transport plaats van een ‘hoofgen land’ te Wijk bij Duurstede van Gijsbert Corneliss aan Dirck Dirckss van Langelaer.

Op 3 september 1659 sluit Dirck van Langelaer een plecht af op een boomgaard aan ‘t Cotersantpadt buiten Wijck met Christiaan Kelderman. De hoofdsom bedraag 300 gulden en is gelost op 13 april 1669. Dirck verkoopt de boomgaard met plecht in 1664 aan Cornelis Janssen Lont. Op 6 augustus 1660 is Dirck Langelaer samen met Johan Schaghen, burgemeester, en Mathijs van Sandbrinck geautoriseerd om een huis en erf in de Muntstraat te Wijk bij Duurstede te verkopen. Op 14 juni 1661 sluit Dirck van Langelaer een plecht af op een boomgaard aan de Borchwal te Wijk bij Duurstede, met Joffr. Geertruida Vosch van Avesaet, weduwe van Nicolaes Ronboom. De hoofdsom bedraagt 200 gulden en is gelost op 11 augustus 1662.

Oudschildgeld 1661 te Wijk bij Duurstede. Dirck Dircks van Langelaer heeft drie percelen met een grootte van 1 h 30 r, 1 halff m en 1 h.

Op 30 juli 1662 sluit Dirck van Langelaer een plecht af op 1 hont land aan de Burgwal te Wijk bij Duurstede, met de deken en capituleren van de St. Jan. De hoofdsom bedraagt 400 gulden. Op 6 juni 1663 sluit Dirck van Langelaer een plecht af op 140 roeden boomgaard op de Burgwall te Wijk bij Duurstede, met de deken en capitein van de St. Jan te Wijck. De hoofdsom bedraagt 100 gulden. Op 30 augustus 1675 verkoopt Mechteltgen Jacobs Fontain, weduwe van Dirck van Langelaer, eerstgenoemde boomgaard in de Pas aan Peter Valck. De boomgaard is belast met 7 stuivers t.b.v. ‘t Gasthuijs en 3 t.b.v. ‘t Capittel van St. Jan.

Op 14 oktober 1668 in de Gedeputeerde Staten van Utrecht memorie van de glazen gesteld op het huis Dompselaer, de heer van Drakesteijn wegens appointement dd 8 mei 1668, en besluit te monteren, de som van f 24, geleverd bij Dirck van Langelaer tot Wijk.

Op 8 januari 1669 schenkt Dirck van Langelaer, schepen te Wijck te Duerstede, gehuwd met Mechteltgen Jacobs, een boomgaert, groot 2 hondt landts aan de Hoochstraet ofte Heerewech te Wijk bij Duurstede aan zijn zoon Dirck van Langelaar. De gift is vanwege een geldbedrag dat de zoon had verstrekt.

Familiegeld: boveneijnde van Muntstraet, de weduwe Langelaer f 2-0-0.

Belasting op de bezaaide landen in 1676: Dirck van Langelaers weduwe brenght aen vierd’halff hondt boomgaert.

Den 19 juni 1679 is opgetekend in de lijst der personen die hunne brandemmers ten stadhuize hebben vertoond, de weduwe Dirck van Langelaer, Muntstraet.

Den 6 october 1683 is bij de regenten der stadt Wijck geschoudt de stadt santpaden ende bevonden de navolgende defecten: Gerrit van Glabeeck ende de weduwe Langelaer ijder een pael.

Uit dit huwelijk:

1  Dirck Dircksz van Langelaer, hovenier voor de vorsten Friedrich Wilhelm en Frederik Hendrik, gedoopt 29 september 1640 te Wijk bij Duurstede, overleden 29 maart 1713 te Potsdam Bornim (D)

Trijntghen Dircks van Langelaer

3  Gerloff Dircksz van Langelaer, gedoopt 7 mei 1644 te Wijk bij Duurstede, begraven 1644 te Wijk bij Duurstede

4  Jacob Dircksz van Langelaer, glazenmaker, schepen van Wijk bij Duurstede (1675), gedoopt 14 oktober 1645 te Wijk bij Duurstede

5  Theuntgen Dircks van Langelaer, gedoopt 11 mei 1648 te Wijk bij Duurstede

6  Katrina Dircks van Langelaer, gedoopt 15 januari 1651 te Wijk bij Duurstede, begraven 11 juli 1676 te Amsterdam. Gehuwd (?) op 17 oktober 1670 te Amsterdam met Wijnant Madecker

7  Huijbertgen Dircks van Langelaer, gedoopt 12 februari 1656 te Wijk bij Duurstede


5866  Sander Sandersz Bredtsla, soldaat onder kapitein Haijdon (1628), bombasijdewerker (1653), geboren ca. 1600 te Engeland, overleden 1653-1654

Ondertrouwd op 8 maart 1628 en gehuwd op 4 april 1628 te Amersfoort (#) met

5867  Rijckje Peters, dochter van Peeter Harmenssen en Gerbrecht Jans, geboren ca. 1610, overleden 1676-1682. Ondertrouwd op 16 juni 1654 en gehuwd op 14 juli 1654 te Amersfoort (get: broer, buurvrouw Merrichjen Jans) met Geurt Jacobsen van Binnendijk

Op 6 september 1630 verkrijgt Sander Sandersz, geboren uijt Engelandt, burgerrechten van de stad Amersfoort tegen betaling van 4 gulden. Op 24 februari 1653 lenen Sander Sanderssen, bombasijdewerker, en Rijckgen Peters zijn vrouw, burgers, een hoofdsom van 400 gulden met daarover een losrente van 24 Carolus gulden per jaar met als onderpand een huis, hof en hofstede in de Coninckstraat. Op 27 mei 1645 kopen Peter Hermansz Speulman en Sander Sandersz, hun huisvrouwen en erven, een huis en hofstede in de Sint Jansstraat van Jan Stevensz, hoedenmaker, en Marritgen Dircx, echtelieden. Op 12 februari 1661 is de schuld voldaan door Geurt Jacobszen, bombasijdewerker, als man van Rijckgen Peters, voorheen weduwe van Sander Sanderszen.

Op 8 mei 1641 kopen Sander Sandersz, bomezijdewerker, zijn vrouw en hun erven, een huis met hofje daarachter in de Coninckstraat van Andries Thomass, bomezijdewerker, en Lijsbet Hijeronymusdochter zijn vrouw. Op het huis rust een last van 11 stuivers en 8 penningen per jaar aan de Lieve Vrouwekapel en 12 stuivers per jaar aan armen de Poth en 150 gulden aan Henric Heijman van Middendorp. De schulden zijn bij de koop voldaan. Op 17 mei 1647 doneren Peter Hermanss, linnenwever, en Evertgen Henricx echtelieden en Sander Sanders en RIjcgen Peters, echtelieden, ieder voor de helft 1 stuiver en 4 penningen per jaar aan de Lieve Vrouwenkapel.

Op 19 september 1670 verkopen Albert Cornelissen Spijcker en zijn vrouw Gijsbertjen Thomas Echtelsz die vanwege haar moeder erfgenaam is geweest van Rijck Peterssen, linnewever, voor de ene helft, ende RIjckje Peters, weduwe van Sander Sandersen, voor haarzelf en de mede als erfgenaam van zaliger Peter Harmsen, voor de andere helft, een huis, hof en hofstede aan de Weverssingel aan de erfgenamen van Gerrit Aertsen en zijn vrouw Pleuntje Jans. Op het huis rust een last van 6 stuivers en 8 penningen toekomende de Lieve Vrouwenkapel. Op 6 mei 1673 geven Aelt Rijcksz Puijck, backer, gehuwd met Catharina Jans, voor zichzelf en als man en voocht van Catharina en als momber en voogd van de onmundige kinderen van Jan Willems en Henrickgen Jans, volmacht aan Dirck van Ommeren, procureur voor den Edele Gerechte van Amersfoort, om jegens Rijckgen Peters, lest weduwe van Goort Jacobs, te procederen tot vrijdinge ofte verseeckeringe van soodanige borchtocht als Jan Willems en Jan Ghijsberts van Deventer, ten behoeve van het Weeshuijs alhier hebben gepasseert. Het betreft het beeindigen van borgtocht door het overlijden van Jan Willems. Op 19 januari 1682 belooft Willem Joris Muijs, verwer en borger van Amersfoort, als koper van de huijsinge van zijn schoonmoeder Rijckje Peters saliger, lest weduwe van Geurt Jacobsz, de 1000 gulden plus interest over zes maanden te betalen, die Jan Ghijsberts van Deventer als borge voor Rijckje Peters, ten behoeve van de heren Regenten van ‘t Weeshuijs op haar huijsinge sprekende heeft, en dat ter minderinge van de verschuldigde penningen van de huijsinge.

Op 11 februari 1676 tekent Johannes Buijs, als speciale gemachtigde van Rijckje Pieters weduwe van Sander Sandersz, een schuldbekentenis van een bedrag van 1600 gulden en 12 stuivers aan Willem Muijs ‘spruitende uit sake van geleverde woll, kettinggaren, verschoten penningen aan Balthasar Schouten, aen Cornelis Moijen sa aen Joffr Ida van Diden, weduwe van Nicasius Bor’. Als onderpand dienen een huis, hof en hofstede in de Sint Jansstraat, vier huizen staende in de Coninckstraat waarvan twee op ijdere hoeck van ‘t Brandsteegje en de andere twee naast het huis van majoor Veenhuijzen aan de ene zijde en aan de andere zijde Melis de schoenlapper en een huis in het Pisstraatje ten sijden de wall.

Voor en uit dit huwelijk:

Weijmtje Sanders

2  Willemgen Sanders, gedoopt 5 maart 1635 te Amersfoort. Gehuwd op 8 mei 1653 te Hoevelaken met Hendrick Petersz. Ondertrouwd op 22 maart 1655 te Amersfoort en gehuwd op 16 april 1655 te Soest (get: oom Peter Jansen namens ouders, moeder Rijckie Peters) met Willem Jorissen

3  Jan Sanders, gedoopt 16 oktober 1636 te Amersfoort, overleden 1636-1648

4  Aeltgen Sanders, gedoop 8 november 1638 te Amersfoort, overleden 1667. Ondertrouwd op 11 oktober 1663 en gehuwd op 13 november 1663 te Amersfoort (get: neef Cornelis LIncken, moeder Rijckien Peters) met Jan Cornelisz Vertrijssen

5  Ermtge Sanders, gedoopt 19 november 1640 te Amersfoort. Ondertrouwd op 4 juli 1661 en gehuwd op 21 juli 1661 te Amersfoort (get: Casper Jansen, moeder Rijckien Peters) met Cornelis Gijsbertsen

6  Alexander Sanders, gedoopt 10 juli 1642 te Amersfoort, begraven 7 april 1728 te Amersfoort. Ondertrouwd op 26 maart 1663 en gehuwd op 20 april 1663 te Amersfoort (get: grootvader Peeter Hermens, Aeltien Gerrits names zieke moeder) met Woutertje Rutgers van Schothorst, overleden 1670-1677. Ondertrouwd op 12 oktober 1677 en gehuwd op 30 oktober 1677 te Amersfoort met Catharina Peters

7  Jacobus Sanders, gedoopt 18 februari 1644 te Amersfoort. Gehuwd op 4 april 1667 te Amersfoort met Stijntje Laurens

8  Peter Sanders, gedoopt 21 oktober 1645 te Amersfoort

9  Abraham Sanders, gedoopt 5 juni 1647 te Amersfoort, overleden 1647-1650

10  Joannes Sanders, gedoopt 16 oktober 1648 te Amersfoort

11  Abraham Sanders, gedoopt 31 december 1650 te Amersfoort. Ondertrouwd op 13 mei 1669 en gehuwd op 8 juni 1669 te Amersfoort met Hillitjen Claes, geboren te Nijkerk

12  Gerbrecht Jans, gedoopt 16 februari 1653 te Amersfoort. Gehuwd met Hendrick Woutersz, overleden 1676-1682. Gehuwd op 23 juni 1682 te Amersfoort met Willem Hendricksz de Wijs, begraven 30 december 1719 te Amersfoort


5876  Willem Rutgersz, geboren ca. 1595 te Eemnes, overleden 1635

Ondertrouwd op 26 februari 1618 en gehuwd op 5 maart 1618 te Amersfoort (#) met

5877  Geertgen Wouters, geboren ca. 1595 te Amersfoort

In 1635 is Willem ingeschreven in de weeskamer.

Uit dit huwelijk:

Rutger Willemsz

2  Wouter Willemsz, gedoopt 4 december 1621 te Amersfoort

3  Jannitgen Willems, gedoopt 16 oktober 1623 te Amersfoort


5880  Claes Thijsz van Calveen

Kinderen:

Jan Claesz van Calveen


5884  Sweer Jansz van Raelt, zoon van Jan van Raelt, geboren ca. 1590

Ondertrouwd op 19 januari 1613 voor het gerecht te Amersfoort en gehuwd met

5885  Neeltgen Splinters, geboren ca. 1590

Op 22 februari 1613 heeft Sweer Jansz van Raelt de burgerrechten van de stad Amersfoort ‘gewonnen’.

Uit dit huwelijk:

1  Splinter Sweersz van Raelt, overleden 1652-1655. Gehuwd met Aertgen Aerts, overleden < 29 mei 1655

Jan Sweersz van Raelt

Aert Sweertsen van Raelt, bakker, overleden < 16 december 1685. Gehuwd met Heijltgen Jacobs, overleden < 16 december 1685

4  Elsjen Sweeren van Raelt. Gehuwd met Willem van Dijck


6028  Conraet van Santfort, zoon van (?) Johan van Santfort, geboren ca. 1575, overleden < 3 november 1624

Gehuwd op 3 februari 1600 te Nijmegen (#) met

6029  Wendel Jordens, geboren ca. 1580 te Nijmegen, overleden > 12 mei 1629

Op 21 april 1628 verklaren Dr. Nicolaes Verbolt en jonker Gerardt van Bronckhorst, schepenen van Nijmegen , dat Wilhem van Santfort en Margrieta van Haeff zijn vrouw, Hendrick Vergeest en Otto Heimerix, als mombers van de onmondige kinderen van wijlen Hendrick Vergeest en Margrietha van Haeff zijn vrouw, aan Weindel Jordens, weduwe van Coen van Santfort, een jaarrente van 36 gulden verkocht hebben, gaande uit de renten, accijnzen en inkomsten van de stad Nijmegen, alles overeenkomstig de bepalingen van de akten, waar deze akte bij wijze van transfix doorgestoken is.

Uit dit huwelijk:

Jan van Sandfort

2  Elisabeth van Sandtfort, geboren ca. 1603. Ondertrouwd op 26 januari 1623 en gehuwd op 18 februari 1623 te Nijmegen (get: moeder van de bruid, Jan de Beijer, Abraham aux Brelys, Derick en Jan Jordens, burgemeester Jan van Seller) met Johan de la Mere, geboren te Keulen (D)

3  Jenneken van Sandtfort, geboren ca. 1605. Ondertrouwd op 19 februari 1626 en gehuwd op 8 maart 1626 te Nijmegen (get: Jan la Mair, Derck van Dael, moeder van de bruid) met Marten van Muijlecom

4  Willem van Sandtfort, geboren ca. 1607. Ondertrouwd op 1 april 1627 en gehuwd op 17 april 1627 te Nijmegen (get: Johannes la Maire, de weduwe van Peter ter Holt) met Margrita van Haef

5  Naeleken van Santvoort, gedoopt 23 mei 1609 te Nijmegen (get: Nael Jordens, Nel Derrix, Derck van Steenwijck). Gehuwd op 29 maart 1629 te Nijmegen (get: ouders van de bruidegom, moeder van de bruid, Marten van Huijberen) met Willem van de Poll

6  Metgen van Sandfort, gedoopt 22 september 1612 te Nijmegen (get: Geurt Palmert, Ottgen Poortmans, Bertgen Wolters). Gehuwd met Willem van Herten

7  Hendrick van Sandtvoort, gedoopt 28 november 1615 te Nijmegen (get: Jan Jordans, Aerjaen Veltgens, Jenneken van Seller). Gehuwd op 11 maart 1638 te Nijmegen (get: Conrad van Beringen, Jan van Sandvoort) met Leentjen Weijers


6030  Huijbert Willemsz Cuijpers, geboren ca. 1570 te Koblenz (D), overleden 1616-1618

Ondertrouwd op 9 december 1593 te Nijmegen (#) en gehuwd met

6031  Henricksken Verdonck, geboren ca. 1575, overleden > 25 april 1647

Uit dit huwelijk:

1  Peter Cuijper, geboren ca. 1600 te Nijmegen. Gehuwd 29 juni 1621 te Nijmegen (get: Bernt de Jode, Beeltgen Janss) met Gijsbertjen Hendricx, geboren te Nijmegen

2  Jenneken Huijberts Cuijpers, geboren ca. 1600 te Nijmegen. Gehuwd op 10 oktober 1620 te Nijmegen met Thomas van Bothalen, geboren te Nijmegen

3  Willemken Cuijpers, geboren ca. 1600 te Nijmegen. Gehuwd op 10 oktober 1620 te Nijmegen (get: Thonis van Bothalen, moeder van de bruidegom) met Berndt Jode, geboren te Nijmegen

4  Hendricksken Cuijpers, geboren ca. 1602. Gehuwd op 11 december 1622 te Nijmegen (get: moeder van de bruid, Gerrit Jode) met Engelbert Beem, geboren te Friedberg (D)

Agneta Cuijpers

6  Wilhelmus Cuijper, geboren ca. 1607. Gehuwd op 26 augustus 1627 te Nijmegen (get: Johan van Muijlecom, secretaris Klerck met zijn vrouw) met Catharina Beems

7  Henrijck Cuper, gedoopt 23 oktober 1608 te Nijmegen (get: Peter van Dueren, Lenert de Groot, Jenneken van Scherpenhuijs)

8  Anna Cuijper, gedoopt 16 oktober 1610 te Nijmegen (get: Derick Leijdecker, Oelent Bijers, Trijn Scholtijs)

9  Robert Cuijper, gedoopt 15 november 1614 te Nijmegen (get: Jelis van de Pol, Gerrit Henrijcks, Jaeckske Scholten). Gehuwd met Lijsbeth Meuwen

10  Jan Cuijper, gedoopt 17 januari 1616 te Nijmegen (get: Peter Cuijper, Robert Laurents, Wendel Martens)


6032  Cornelis Joosten Verhoef, geboren ca. 1610 te Mulen (?), overleden < 4 augustus 1665

Ondertrouwd op 23 april 1632 en gehuwd op 23 mei 1632 voor het gerecht te Leiden (get: Jan Jacobsz Prins toekomstig stiefvader) (#) met

6033  Niesgen Jacobs Vermout, dochter van Jacques de Remout en Annetgen Pieters, geboren ca. 1610 te Leiden, overleden > 23 augustus 1665. Ondertrouwd op 4 augustus 1665 te Leiden en gehuwd op 23 augustus 1665 te Voorhout met Jan Jansz de Roode

Uit dit huwelijk:

1  (?) Jacob Verhoef. Gehuwd met Niesje Andries

2  (?) Abraham Cornelisz Verhoef


6062  Matheus Henricksz van Kesteren, soldaat in de compagnie van Baron Paeliou (1618), schoolmeester te Utrecht, geboren ca. 1595 te Kesteren, begraven 15 augustus 1653 in de Buurkerk te Utrecht (#)

Ondertrouwd op 18 juni 1618 en gehuwd op 30 juni 1618 te Amersfoort (#) met

6063  Barbara Loijau, geboren ca. 1595 te Breda, overleden > 26 november 1655

Op 26 augustus 1654 staat Adolff Peterss van Holten borg voor zijn zoon Peter Adolfss, schoolmeester, inzake voldoening van f 125-0-0, zijnde een jaar huur van een huis in de Lange Nieuwstraat naast herberg De Wijncrans annex het koor van de Abraham Dolijkerk. Belanghebbende is Barbara Lojau, weduwe van Matheus van Kesteren.

Op 11 augustus 1655 draagt Barbara Loiau een plantage en gewas van notenbomen en dergelijke in de hof op Oudwijk over aan haar zonen Henrick van Kesteren en Francois van Kesteren, voor voldoening van hun borgtocht.

Op 26 november 1655 benoemen Barbara Lojou, weduwe van Matheus Henrixss van Kesteren in leven schoolmeester binnen Utrecht), en de mede-erfgenamen Deliana van Kesteren dochter, Hester van Kesteren dochter, Grietje van Roijesteijn weduwe van Henrick van Kesteren zoon, de kinderen van Henrick van Kesteren en Grietje van Roijesteijn, Anna van Kesteren dochter, Sara van Kesteren dochter, hun zoon, broer en zwager Francois van Kesteren om het huis aan de westzijde van de Nieuwstraat te Utrecht te belasten met f 400-0-0 ten behoeve van Nicolaes Derout.

Uit dit huwelijk:

1  Francois van Kesteren, geboren ca. 1620, begraven februari 1690 in de Buurkerk te Utrecht. Ondertrouwd op 2 juli 1648 en gehuwd op 18 juli 1648 te Utrecht met Geertruijt Cornelis Coertpenning, geboren te Culemborg, overleden < februari 1690

2  Hendrick van Kesteren, schoolmeester, conrector tot Culemborg, geboren ca. 1625, begraven 5 november 1655 in de Nicolaikerk te Utrecht. Ondertrouwd op 15 juli 1649 en gehuwd op 29 juli 1649 te Utrecht met Grietgen van Roijesteijn, begraven 27 januari 1694 in de Nicolaikerk te Utrecht

3  Anna van Kesteren, geboren ca. 1627, begraven 25 december 1693 in de Jacobikerk te Utrecht. Ondertrouwd op 21 september 1651 en gehuwd op 18 november 1651 in de Catharijnekerk te Utrecht met Rosijnes Berner, geboren te Leipzig (D)

4  Sara van Kesteren, geboren ca. 1630, overleden > 2 augustus 1662. Ondertrouwd op 20 augustus 1654 en gehuwd op 12 september 1654 in de Catharijnekerk te Utrecht met Theodorus van Brenck

5  Hester van Kesteren, overleden > 2 augustus 1662

Deliaentje van Kesteren


6088  Hans Selraed, pachter van de hoeve Seelrath te Nörvenich (D), zoon van (?) Merten Sehlradt en Judith Oepen, geboren ca. 1585

Gehuwd met

6089  (?) Margareth Zaun

Uit dit huwelijk:

1  Lisbet Selraed. Gehuwd op 23 augustus 1640 te Terborg met Willem Tönnesz

Marten Zelraedt


6090  Christoffel Haesen

Kinderen:

Ennijchen Haesen


6096  Cornelis Claesz, eeckmolenaar te Scherpenzeel en Amersfoort, overleden 1661-1663

Gehuwd met

6097  Aeltgen Lubberts, overleden > 29 september 1683

Op 8 mei 1648 verkrijgt Cornelis Claesz, molenaer, afkomstig van Scherpenzeel, burgerrechten van de stad Amersfoort.

Op 24 juli 1661 is Cornelis Claesz, eeckmolenaer, belender aan de zuijdzijde van een campgen land gelegen buiten de Uijtrechtzpoort. Op 29 maart 1663 en 2 juni 1669 is de weduwe van Cornelis Claesz, molenaar, belender van land buiten de Utrechtsepoort. In een machtiging van 9 april 1678 van Jan Gerrits, molenaer buiten de Bloemendaelse Poort te Amersfoort, aan Cornelis Otten, is vermeld dat Aeltgen Lubberts, weduwe van Cornelis Claes, in leven Eeckmolenaer, aan Jan Gerrits 1325 guldens schuldig is voor de kooppenningen van de halve molen en woning, hoff en hoffstede gelegen buiten de Bloemendalse poort. In de kantlijn staat dat Aeltgen Lubberts op 27 mei 1679 600 guldens betaalt aan Cornelis Otten, op 6 juni 1680 300 guldens en op 21 juli 1681 en 12 augustus 1682 de rest. Verder is Aeltgen nog schuldig voor de koop van peert, kar en verder toebehoren f 100 en verder is zij jaarhuur schuldig voor het gebruik van de molen aan Jan Gerrits.

Uit dit huwelijk:

1  Ceeltgen Cornelis, gedoopt 29 maart 1640 te Scherpenzeel

2  Lubbert Cornelis, gedoopt 26 december 1642 te Scherpenzeel

3  Wouter Cornelisz, gedoopt 18 augustus 1644 te Scherpenzeel

4  (?) Claes Cornelis Craijermaat

5  Evertje Cornelis. Ondertrouwd op 14 september 1683 en gehuwd op 29 september 1683 voor het gerecht te Amersfoort (get: moeder Grietie Geurts, moeder Aeltie Lubberts) met Aelt Barentsz, geboren te Buerveen


6098  Adrianus Gijsbertsz van Dijck (de jongste), zoon van Gijsbert Adriaensz van Dijck en Gerrichje Gerrits, begraven (?) 6 april 1695 te Jutphaas (#)

Gehuwd met

6099  Margareta Weijers, overleden < 3 juli 1675

Op 1 juni 1667 verlenen Gijsbert Adriaenss van Dijck, 27 jaar, Ruth Gijsbertss van der Heull wonende op den Eijck, en de overige erfgenamen hun vader Adriaen van Dijck, toestemming tot het vestigen van een plecht van f 400 op 4 morgen land in het Nedereind van Jutphaas ten behoeve van Vincent van Dompselaer.

Op 3 juli 1675 dragen Rutger Ghijsbertss van der Huel, gehuwd met Grietge Adriaens van Dijck, en Aeltge Adriaens van Dijck, weduwe van Marten Ernsten van Lambalgen, hun erfdeel in de ouderlijke boedel over aan hun broer Ghijsbert Adriaenss van Dijck. Allen zijnb kidneren van Adriaen van Dijck en Grietge Wijers, in leven echtelieden.

Uit dit huwelijk:

1  Gijsbert Adriaens van Dijck, geboren 1639-1640, overleden > 31 mei 1700. Gehuwd met Aeltje Willems Worf

2  Margareta van Dijck, geboren 6 april 1642 te Jutphaas, gedoopt 11 april 1642 RK te IJsselstein (get: Elisabeth Weijeri). Gehuwd met Rutger Gijsbertsz van der Heul

3  Johanna van Dijck, geboren 13 februari 1646 te Jutphaas, gedoopt 15 februari 1646 RK te IJsselstein (get: Cornelia Guilhelmi), overleden 1674-1675. Gehuwd op 20 april 1674 voor het gerecht te IJsselstein met Jan Luiten van Woerden

Aeltje Adriaents van Dijck


6100  Henrick Govertsz, overleden < 17 maart 1673

Gehuwd met

6101  Geertruijd Cornelis, overleden > 17 maart 1673

Op 17 maart 1673 leent Geertruijd Cornelis, weduwe van Henrick Govertss, f 100 van haar zoon Govert Henricksz, wonende de Weert, vanwege een bijdrage aan een lening ten laste van Jan Huijgen Bijl, met toestemming van Isaack Lanoij, gehuwd met Aletta Henricks, dochter.

Uit dit huwelijk:

Govert Hendriksz van Stockum

2  Aletta Henricks, overleden > 1678. Gehuwd met Isaack Lanoij, overleden 1673-1678. Ondertrouwd op 16 december 1677 te Utrecht (get: Jan van Os, wegens de bruijt) en gehuwd te Werkhoven met Rut Coolties


6102  Aert Gerritsz van Santen, geboren ca. 1600, overleden > 1668. Ondertrouwd op 18 november 1649 en gehuwd op 13 februari 1650 te Vreeswijk met Gerritjen Faessen, geboren te Meerkerk

Ondertrouwd op 24 mei 1623 en gehuwd op 15 juni 1623 te Vreeswijk (#) met

6103  Joosken Wilhelms, geboren ca. 1600, overleden 1642-1649

In 1668 wordt Aert van Zanten, wonend aan De Vaert, benoemd tot een van de arbiters naast Jacob van der Dussen, advocaat ‘s hoofs van Utrecht.

Uit dit huwelijk:

1  Wilhelmken van Santen, gedoopt 14 oktober 1624 te Vreeswijk, overleden 1624-1627

2  Gerrichie van Santen, gedoopt 12 mei 1625 te Vreeswijk, overleden 1625-1626

3  Gerretien Aerts van Santen, gedoopt 12 mei 1626 te Vreeswijk, overleden 1626-1629

4  Wilhelmken van Santen, gedoopt 29 juli 1627 te Vreeswijk. Ondertrouwd op 6 juni 1656 en gehuwd op 6 juli 1656 te Vreeswijk met Ghijsbert Jansz van Poelesteijn. Ondertrouwd op 26 augustus 1677 en gehuwd op 4 september 1677 te Vianen met Maerten Henrixe van Langerack

5  Gerritien Aerts van Santen, gedoopt 13 september 1629 te Vreeswijk, overleden 1669-1672. Gehuwd < 1659 met Jan Hendricksz van Osch, doodgraver in de Buerkerck te Utrecht (1669, 1673), schipper van ‘t kleijne veer van Utreght op Amsterdam, overleden < 19 oktober 1693

6  Anneken Aerts van Santen, gedoopt 12 juni 1631 te Vreeswijk. Ondertrouwd op 23 december 1653 en gehuwd op 11 januari 1654 te Vreeswijk met Elbert Crijnen Bijl, geboren te Harmelen

7  Neeltjen Aerts van Santen, gedoopt 11 oktober 1633 te Vreeswijk

8  Frans Aertsz van Santen, gedoopt 22 februari 1635 te Vreeswijk

Janneken Aerts van Santen

10  Boutoon Aertsz van Santen, gedoopt 14 mei 1639 te Vreeswijk (get: Jan Oom Danielsz)

11  Hillichjen van Santen, gedoopt 27 maart 1642 te Vreeswijk

12  Beatricx van Santen, gedoopt 5 mei 1644 te Vreeswijk


6104  Joris Hellingh. Gehuwd met Susanneken Galendijn

Ondertrouwd op 16 augustus 1646 (#) en gehuwd op 30 augustus 1646 in de Engelse Kerk (#) te Utrecht met

6105  Marija Joris. Gehuwd met Willem Joris van Nortwijts (Norwich)

Uit dit huwelijk:

Egbert Jorisz van der Helm


6106  Arien Aertsz van Leuven, schipper, zoon van Adriaen van Leuven en Anna Adriaens, geboren ca. 1612 te Wijk bij Duurstede, overleden > 22 mei 1678

Gehuwd met

6107  Neeltje Jochems, overleden > 21 februari 1658

Op 27 november 1673 stelt Fijchje Aerts van Leuven, gehuwd met Sander Herbertss van der Blom, haar testament op. Als erfgenamen benoemt zij haar broer Adriaen Aertss van Leuven, wonende in het Silversteechje te Utrecht, haar zuster Jorisgen Aerts van Leuven gehuwd met Rijck Hendrickss, wonende te Wijck bij Duerstede, de kinderen van haar zuster Claesgen Aerts van Leuven geheten Aert Claess van Woensell en Annichje van Woensell, haar zuster Maeijchje Aerts van Leuven, Annichje Jans Stenis gehuwd met Jan van Cantelberch, Gueltje Jans Stenis, wonende te Hamborch, en de kinderen van Hermen Janss Stenis. Op 22 mei 1678 wordt het testament opnieuw opgesteld.

Uit dit huwelijk:

1  Claes Arisz van Leuven, geboren ca. 1638. Ondertrouwd op 8 mei 1659 en gehuwd op 24 mei 1659 in de Catharijnekerk te Utrecht (get: Arien Aertsz van Leuven sijn vader, Dierck Petersen van Grol haer vader) met Lijsbethje Dircks van Grol

2  Jacobus Aertszen van Leuven, geboren ca. 1641. Ondertrouwd op 9 oktober 1664 en gehuwd op 25 oktober 1664 in de Catharijnekerk te Utrecht (get: Claes Aertzen broeder van de bruidegom, Lijsebetje Dirx van Grol goede kennisse van de bruidt) met Jannetje Willems

3  Gabriel Aerienssen, geboren ca. 1643. Ondertrouwd op 16 juni 1666 en gehuwd op 9 juli 1666 in de Catharijnekerk te Utrecht (get: Claes Aerienss wegens den bruidegom, van haer Maechjen Quint) met Lambertjen Dircx

Anna Ariens van Leuven

Arent Ariensz van Leuven, gedoopt 21 februari 1658 in de Nicolaikerk te Utrecht


6184  Saar Adriaensz, overleden > 21 september 1629

Op 26 augustus 1609 zijn Jan Ariaenszn en Saer Adriaenszn getuigen voor de bruid Geertgen Jansdr bij het opstellen van de huwelijkse voorwaarden van haar huwelijk met Jan Aertszn. Op 24 januari 1610 zijn Saer Ariszn en Albert Albertszn vanwege Jan Ariszn voor zijn dochter, getuige voor de bruid Aeltgen Jans bij het opstellen van de huwelijkse voorwaarden van haar huwelijk met Reijer Loochzn Taets.

Op 3 maart 1612 staan Saer Adriaenszn en Vranck Thoniszn borg voor Jan Saren en Atris Vrancken voor de huur van een erf te Leusden.

Op 1 september 1615 verkoopt Mr. Lodewijck van Mulenborch, als erfgenaam van mr. Lovinus Botter, aan Willem Thonisz en zijn huijsfrouw, noch ‘t achtste deel van 2 percelen land gelegen in den eijngen aan den berch, mede ten tijde des koops bij Saer Adriaensz in huur gebruikt en liggende gemeen als voren.

Op 26 april 1628 verkopen Saer Adriaensz, wonend te Darthuizen, Dirck Saren en Aert Gerritsz voor henzelf en voor hun mede-erfgenamen, aan Doctor Cornelius Benignus Sillingh en zijn erven, drie morgen bouwland in de vrijheid van de stad (Amersfoort), vanaf de Isselsesteeg tot aan de Vlasakkers. Op 28 mei 1628 zijn Saer Adriaenszn, ter ene zijde, en zijn onderstaande zoons en zwagers ter andere zijde, overeengekomen dat de kinderen van Saer Adriaenszn bij deze accoord gaan met de verkoop en transport van 2 dammaten weiland en 3 morgen bouwland gelegen resp. onder Isselt en in de vrijheid van Amersfoort, aan dr. Benignus Sillingh, onder voorwaarde dat de kinderen met z’n achten zullen delen. Zoals ze bij deze verklaren ontvangen en gedeeld te hebben 600 gulden, door koper contant betaald. Zij beloven daarvan aan Saer Adriaenszn ieder jaar de rente van 24 gulden te zullen betalen, waarvan ieder zijn achtste deel betaalt. Het eerste jaar rente zal worden betaald op Onze Lieve Vrouwevaart te Amersfoort 1629 en zo vervolgens ieder jaar zolang Saer Adriaenszn leeft en langer niet. Na zijn overlijden mag ieder zijn ontvangen kapitaal behouden en is van de verdere rentebetaling ontlast. En wie op Vrouwevaart telkens niet heeft betaald, zal zijn rente telkens van iedere termijn die hij in gebreke is gebleven, betalen tegen de 16e penning. Voor wat betreft de andere 600 gulden voor de laatste termijn van de voornoemde kooppenningen die dr. Sillingh in mei 1629 met betalen: deze zal de verkoper ontvangen en daarmee doen wat hij wil. Getekend door: Jan Saren, Adriaen Saren, Aert Gerritsen, Reijer Corneliszn, Saer Adriaenszn, Dirck Saren en Peter Saren. Plus Jan Thonis als man en voogd van Burrichgen Saren en gemerkt door Beruw Aeris als man en voogd van Jannichgen Saren.

Op 21 september 1629 stelt Saer Adriaensz, ziek van lichaam te bedde liggende, wonend te Amersfoort, zijn testament op. Hij vermaakt al zijn bezittingen aan Dirck, Jan, Ariaen en Peter Saren, zijn zonen, Aeltgen, Burrichgen, Henrickgen en Jannichgen Saren, zijn dochters, en bij overlijden van een van hen, aan diens geboort, allen bij gelijke portie. Uitgezonderd dat Dirck Saren, zijn oudste zoon, voor zijn voordeel, 100 gulden zal genieten. Gedaan ter woonplaats van Dirck Saren in de Utrechtsestraat.

Kinderen:

1  Dirck Saren, geboren ca. 1584, overleden 1645-1649. Gehuwd met Aaltje Reijers, overleden 1652-1653

2  Jan Saren, geboren ca. 1586, overleden < 29 maart 1652. Gehuwd op 30 oktober 1610 voor het gerecht te Leusden met Aeltgen Francken

3  Aaltgen Saren, geboren ca. 1588, overleden 1643-1652. Gehuwd op 9 april 1611 voor het gerecht te Leusden met Aert Gerritsz van Ark, overleden > 26 april 1628

4  Burchgen Saren, geboren ca. 1590, overleden 1653-1660. Gehuwd op 20 november 1611 voor het gerecht te Leusden met Jan Tonis, overleden 1653-1660

5  Hendrickgen Saren, geboren ca. 1592, overleden > 24 mei 1653. Gehuwd met Reijer Cornelisz, knecht van Gerrit Hendriksz (1612), geboren 1592, overleden < 29 maart 1652

6  Jannichgen Saren, geboren ca. 1594, overleden > 24 mei 1653. Gehuwd op 29 maart 1616 voor het gerecht te Leusden met Bernt Guertsz, geboren te Nijkerk. Gehuwd op 22 januari 1647 voor het gerecht te Soest met Gerrit Thonisz, overleden 1647-1652

Adriaan Saren

8  Peter Saren, geboren ca. 1598, overleden 1649-1651. Gehuwd met Aeltjen Wouters, overleden < 10 september 1651


6188  Hendrick Gerritsz Cruijff, zoon van (?) Gerrit Hendricksz Cruijff, geboren ca. 1560 te Woudenberg, overleden > 10 januari 1636

Gehuwd ca. 1590 met

6189  Gerritgen Rijcx Blootenburg, dochter van Rijck Cornelisz van Blootenburg en Claesgen Dirkxs, geboren ca. 1570 te Woudenberg, overleden < 9 september 1630. Gehuwd ca. 1585 met Jorden Teunisz

In 1599 is Hendrick Cruijf gebruiker van ‘een erf genaampt Ekeris groot 20 mergen s’jaars om 28 Karolus guldens’ (oudschildgeld) van Goutgen Davelaar. Het erf is later genoemd Blotenburg en strekte zich uit van de Geeresteinselaan tot de Zegheweg, langs de Dorpsstraat en Stationsweg. Later is hier de boerderij Blotenburg gebouwd. In 1614 vermeld bij quotisatie- en consumptiegeld: ‘Hendrik de Cruijf tot quotisatie 37 gulden vijf stuivers ende tot consumpt 32 gulden drie stuivers (Geerestein) en Hendrick de Cruijff quotisatie 9 gulden thien stuivers en consumptie 7 gulden 8 stuivers (de Wetering). Op onbekende datum is Hendrick Cruijff gebruiker van Graafbeek onder Leusden, eigenaar is Jonker Jacob Taets van Amerongen.

Op 14 juli 1628 verkopen Barent Thonisz, Willem Tonisz de jonge en Henrick Cruijff, getrouwd met Gerritge Ricxs, aan hun broer en zwager Willem Teunisz den ouden hun erfdeel in een erfje en goed met huis, hofstede en uitslag te Maarn, hun nagelaten door hun vader Tonis Jordensz en gebruikt door Barent Dircxsz.

Op 9 september 1630 vindt er een boedelinventarisatie plaats van Hendrick Cruijff. Onder de boedel bevindt zich grond in Klein Ringelpoel, land in de Meent en de helft van een huis met hof in ‘t dorp, allen onder Woudenberg.

Op 10 januari 1636 verkopen Thomas van Schoonhoven, notaris, en Willem de Swart, beiden wonende te Amersfoort, namens Gerrit Henricksz de Cruijff en zijn vrouw Gerritgen Rijcx, met toestemming van het Hof van Utrecht d.d. 16-01-1635, aan jkhr. Diederick van Gronsfelt, wonende Utrecht, de hofstede genaamd De Heuvel, gelegen tot Manderen, anders genaamd Maarn, bestaande uit een erf en goed met huis, berg, schaaphok, uitslag, hei, wei en gemeente. Gebruikt door Wouter Jansz. Vervolgens voldoen de gemachtigden een hypotheek aan Henrick Lambertsz, wonende Woudenberg, als oudoom en momber van de kinderen van Jorden Thonisz en zijn vrouw Gerritgen.

Uit dit huwelijk:

Gerrit Hendriksz de Cruijff


6356  Cornelis Adriaensz, boer, zoon van Adriaen Cornelisz en Gerrijtgen Hendriks, geboren ca. 1580, overleden > 1656

In 1599 heeft Cornelis Adriaensz diverse stukken land onder Woudenberg in bruikleen: 6 mergen land op de Bruinhoef van de weduwe Frans Hendricksz (zie 6360), 20 mergen lands op Bruijnenburgh s’ jaars om 9 oudschild’ van de weduwe en zoon van Hendrick van Eep, vijf mergen maten, 4 oud schild’ van Joffrouws van Eep. Dit land lag bij Bruinenburg. Op onbekende datum is Cornelis Adriaensen eigenaar en gebruiker van land onder Rumelaar liggende onder Maarsbergen. In 1656 is hij gebruiker van land van eigenaar Willem van Lommetsum onder Maarn.

Kinderen:

Adriaen Cornelisz


6360  Frans Hendriksz van Overeem, boer op Rumelaar, zoon van Heijnrick Andriesz van Overeem, geboren ca. 1537 te Renswoude, overleden < 1599 te Woudenberg

Gehuwd ca. 1570 met

6361  Dirkgen Franszen, geboren ca. 1540 te Woudenberg, overleden < 1614 te Woudenberg

In 1567 is Frans Hendricksz pachter van Rumelaer. In 1599 is in Woudenberg de weduwe van Frans Hendricksz eigenaar van 6 mergen land geheten de Bruijnhoef. Zij heeft land in bruikleen gegeven aan Cornelis Adriaensz (zie 6356). Dirkgen, Frans Hendricksz weduwe, was gebruiker van een erf geheten Cleijn Reumelaar, groot omtrent 20 mergen s’ jaars om 60 Philips gulden, eigendom van Juffrouw van Middagten.

Uit dit huwelijk:

1  Helmert Fransen van Overeem, landbouwer op Rumelaer, geboren ca. 1575 te Woudenberg, overleden 1641-1644. Gehuwd ca. 1620 met Gijsbertgen Frans van Triest, geboren ca. 1585 te Woudenberg, overleden april 1648 te Woudenberg

Hendrik Fransen van Overeem

3  (?) Jacob Fransen van Overeem


6376  Geurt Willemsz, boer op de Rhienderhoff bij Brummen (1592-1627), zetter der verpondingen (1605-1606), zoon van Willem Gerritsz en Fredericksken Sweer Reiniers, geboren ca. 1565 te Rijnderen, overleden > 31 oktober 1627

Geurt Willemsz pacht van 1592 tot 1627 De Rhienderhoff te Rijnderen bij Brummen. In 1606 heet hij Gaert Willemsen en op 31 oktober 1627 ‘den olden pachter Gaert Willemsen’. Vanaf 1629 wordt Gerrit Geurtsen vermeld als pachter.

Op 15 juni 1607 worden Gaert Willemsen en Arndt Willemsen ter verantwoording geroepen omdat ze een voetpad vergramen hebben.

Kinderen:

1  Reiner Willemsz

Gerrit Geurtsz

3  Willem Geurtsz


6378  Gerrit Denis, keurmeester van Veluwe en Veluwezoom, geboren ca. 1575, overleden 1661-1662

Gehuwd met

6379  Mariken Huijgens, overleden 1677-1679

Op 1 december 1600 wordt door de kamer van Rekening aan Gerrit Denis, als keurmeester van Veluwe en Veluwezoom, instructie gegeven. BIj de Gelderse Rekeningkamer zijn rekeningen van Gerrit Denis aanwezig tot 21 oktober 1661.

Op 8 augustus 1627 Sebastiaen Groener en Margrieth Jacobs echtelieden sub et re Gerit Deniss en Marriken Hoeven zijn huisvrouw, het gerechte vierdedeel van huis en hofstede gelegen in de Oeverstraat waar de vier heemskinderen uithangen, de weduwe van zaliger Jan Brull ter ener en Dirck en Wemmer Ham gebroeders ter andere zijde. Op 13 mei 1629 Jan van Rijsewijck en Paulijntge Pellen echtelieden sub et re Gerrit Denis en Merricken Hoeven zijn huisvrouw, huis en hofstede aan de Nieuwe markt (te Arnhem) gelegen tussen erfenissen van Berent van Meurs ter ener en van de weduwe van Dirck Driess ter andere zijde, met nog 2 huiskens daarachter aan staande, uitgaande in de Duisentsinssteeg tussen het erf van Berent van Meurs voorzegd aan de ene en put aan de andere zijde.

Op 18 december 1629 Gerrit Denis en Marriken Hoegen echtelieden sub et re Jan Janss Crispel huis en hofstede, gelegen in de Oeverstraat (te Arnhem) tussen erfenissen van de weduwe Brullen ter ener- en van Wemmer Ham ter andere zijde. Op dito Toenis Joosten en Eesken WIllems echtelieden, mitsgaders Denis Jacbos als oom en bloedmomber van Marriken Toeniss, voordochter, door voorzegde Toenis Joosten ehelijk geprocreeerd bij zaliger Judith Jacobs, item Galand Jacobss weduwe van zaliger Michiel Faber, voor haar zelf en als moeder en momberse van Merrike Michiels haar dochterken, geassisteerd met gedacht Denis Jacobss, ook oom en momber van de voorzegde Marrike Michiels, sub et re Gerrit Denis en Marrike Hoegen zijn vrouw, de helft van huis en hofstede gelegen in de Oeverstraat (te Arnhem) tussen erfenissen van de weduwe Brullen ter ener en van Wemmer Ham ter andere zijde. Op 27 mei 1631 Jan Berents en Erentge van Kessel, Alart Jochims en Frederica van Kessel, respectievelijk echtelieden, item Eren van Kessel, Gerrit van Kessel en Hermans van Kessel als oom en momber van Dirck van Kessel, nog onmundig, mitsgaders Henrick Hoppecamp sub et re Gerrit Denis en Merriken Hoeven zijn vrouw, huis en hofstede, gelegen in de Oeverstraat tussen erfenissen van de burgemeester Gijsbert van Brienen ter ener en van Albert Claessen ter andere zijde, met de losgerechtigheid van 2 scharen weiens, gelegen in de veerste Borrenweijde, tot de voorzegde huize gehorende, verpand voor 300 gl.

Op 20 oktober 1634 daagt Gerrit Denisz, keurmeester van de Veluwe, Melis Hendricksz voor het Hof van Gelre en Zutphen met betrekking tot het Herengoed onder Apeldoorn, buurschap Wansum.

Op 5 april 1638 Jenneke van Eep, weduwe van Willem van Haeff, heeft in pandschap uitgedaan aan Gerrit Denis en Marriken Huijgen zijn huisvrouw, een halve schaar weiens gelegen in het Arnhemmerbroek in de Borreweijde en in haar, weduwe comparantinne, huis in de Oeverstraat staande, gehorende, de tijd van 32 jaar vast, aangevangen op Petri 1638 en te lossen met 64 gl.

Op 11 juli 1645 Peter Sluijsken als universele erfgenaam van zaliger Willem van Raeth voor de ene helft en Helena Kreijvengers weduwe Jan van Ratingen, voor haar zelf en als bestemoeder en momberse van zaliger Willem Soeren kinderren, in ehestand geprocreeerd bij haar dochter Siberta van Ratingen zaliger, Dor. Vonck van Mehen en Johanna van Ratingen echtelieden en Dirck van Ruermunde voor zich zelf en als gemachtigde van zijn halve zuster Hilleke van Ruermunde vermogens procuratie, op 8 juli 1644 gepasseerd voor Joannes Meder, keizerlijke geautoriseerde notaris binnen Embden, als erfgenamen van zaliger Hilleken Bernts, gewezen huisvrouw van Willem van Raeth voorzegd, voor de andere helft, sub et re Gerrit Denis en Marriken Hoeven, sampt Gaert Evert en Aeltien Everts respectieve echtelieden, een morgen land opte Marsch, onverdeeld in een kamp lands van 8 morgen in Arnhemmerbroek gelegen, waarvan 4 morgen de kinderen van zaliger Gerrit van Harn, 2 morgen de weduwe Jan van Ratingen voorzegd en 1 morgen Henrick Visscher toebehoren.

Gerrit Denis heeft in 1646 een stede onder Empe, de Gerrit Denis Stede. Pachter anno 1646 ene Lambert.

Op 10 augustus 1647 Gerrit Denis en Marriken Huijgen, item Jan Crijnen en Jenneke Deniss, respectieve echtelieden, en Lubbert Henricks, onderscholt te Velp, als momber van Marriken Denis sub et re Dibbit Oerinck en Marrike Janss zijn vrouw, huis en hofstede staande en gelegen alhier in de Oeverstraat tussen de erfenissen van Gerrit Denis voorzegd ter ener en van Gaert Cloot ter andere zijde.

Op 2 juli 1650 is Gerrit Deniss belender in de Oeverstraat te Arnhem. Op 19 juli 1652 en op 4 februari 1654 is Gerrit Denis, keurmeester, belender in de Weverstraat. Op 24 oktober 1662 en op 8 augustus 1664 is de weduwe van Gerrit Denis belenster in de Oeverstraat te Arnhem.

Op 3 mei 1666 Dom.s Christianus Ouwens voor hem zelf en zich sterk makende voor zijn huisvrouw sub et re Jan Timmermans saedelmaecker en deszelfs huisvrouw huis en hofstede staande en gelegen in de Oeverstraat naast het huis van Roelof van Biesen, in voege hetzelfde bij magescheid van 9 januari 1663 tussen de erfgenamen van zaliger Jan Rampers den olden en deszelfs nagelaten weduwe opgericht, comparant is ten deel gevallen, en specialijk met de losgerechtigheid van een halve schaar weiens in het Arnhemmerbroek in de Borreweijde gelegen, verpand van wijlen Gerrit Denis gewezen keurmeester van Veluwe, voor een summe van 64 gl.

Op 17 juni 1669 Maria Huijgen, weduwe van zaliger Gerrit Denis in leven keurmeester van Veluwe, voor haar zelf en mede uit de naam van de erfgenamen van haar voornoemde man, waarvoor zij zich is sterk makende en de rato is caverende, sub et re Albert Hanssen, uxori et heredibus huis en hofstede staande en gelegen aan de Nieuwe Markt waarin voornoemde echtelieden tegenwoordig wonen en lange jaren in gewoond hebben, met de 2 huiskens daarachter aan gelegen. Op 18 november 1670 Dor. Cornelis van Steenler voor hem zelf en als man en momber zijner huisvrouw Geertruijdt Soer, ook zich sterk makende en de rato caverende voor zijner huisvrouwen zuster Merriken Huijgen weduwe van zaliger Gerrit Denis, keurmeester, Evert Everwijn voor hem zelf en als gemachtigde van zijn huisvrouw Elsken van Hern vermogens procuratie, op 21 december 1670 stilo loci voor Johan van Rijff en Gerard Schrijver, schepenen der stad Kleef gepasseerd, met de ondertekening van de secretaris Wilhem Haeghen junior bevestigd, en Lisbeth van Hern sub et re Arent Sweren en Marrij Adams echtelieden een kamp bouwlands groot ongeveer 4 morgen zoals dezelve in de Marss te IJsseloort in het schependom dezer stad gelegen is, waarvan gelijke 4 morgen voor dezen zijn afgedeeld en tegenwoordig door Dom.s Gerlacus Ribbius, predikant alhier, in eigendom bezeten worden.

Op 1 september 1675 Marijken Huigen weduwe van de keurmeester Gerrit Denis voor de ene helft, en Jenneken Denis weduwe van Jan Crijnen, en Mariken Denis weduwe van zaliger Hendrick Jansen, zo voor haar zelf en als moeder en momberse van haar kinderen, voor de andere helft, verklaren deugdelijk schldig te zijn aan Elisabeth Boelen de summa van 600 gl. heffens 50 gl. aan interesse, spruitende van geleende penningen vermogens obligatie dd 28 januari 1647 door hun respectieve mans zaliger opgenomen en naderhand tot laste van de voornoemde Gerrit Denis alleen gekomen, en beloven die voornoemde 650 gl. aan de voornoemde Elisabeth Boelen te restitueren en te voldoen heden over een jaar met de interesse van dien tegen 5 gl. van het honderd, waarvoor zij comparanten verbinden alle hun gerede goederen alsmede hun 2 huizen in de Oever- en Weverstraat staande, zo de medecomparanten Mariken Huigen wegens de andere 2 comparanten voor de helft in lijftocht is bezittende. Op dito Marijken Huigen weduwe van de keurmeester Gerrit Denis voor de ene helft, en Jenneken Denis weduwe van Jan Crijnen, en Mariken Denis weduwe van zaliger Hendrick Jansen, zich mede sterk makende voorhaar kinderen, voor de andere helft, alle geassisteerd met Johan Lemminck, chirurgijn, als hun gekozen momber, verklaren deugdelijk vermogens obligatie dd 6 december 1667 neffens 100 gl. aan interesse, waarvoor zij comparanten aan voornoemde Albert Hansen en zijn huisvrouw in pandschap uitgedaan hebben, gelijk zij doen kracht dezes, een vierde part van een hofstede in Veluwezoom onder Brummen, in de buurschap Roller gelegen genaamd op de Stouw, alsmede vier half schaar weidens in de Borreweijde in het Arnhemmer broek, waarvan de aanvang zal wezen met Petri ad Chathedram 1676, mits dat comparanten de voorzegde landerijen alle jaar op Petri zullen mogen vrijen en vrijkopen met genoemde summe van 600 gl.

Op 24 maart 1677 Willem Eduarts de Gimmer als gemachtigde van zijn moeder Annetjen van Sanders, weduwe van zaliger Bernard Eduarts de Gimmer, vermogens volmacht op 16 februari 1677 voor burgemeesters en regeerders der stad Amsterdam gepasseerd, verklaart verkocht, opgedragen en overgegeven te hebben aan Anna van de Velde nagelaten weduwe van zaliger Evert Willemss de Gimmer, een renteverschrijving van 13 hoorns gl., gaande uit huis en hofstad het Spiegel genaamd, en 2 scharen weidens daartoe gehorende, thans toestendig de weduwe van Gerrit Denis, in zijn leven keurmeester van Veluwe vermogens de bezegelde brieven, daarvan zijnde.

Op 17 september 1679 Jan Blaesken als man en momber van zijn vrouwe Mariken Hendrix en Cornelis Wirth als getrouwd aan Geertjen Hendrix, zich sterk makende voor hun voornoemde huisvrouwen, Jenneken Denis voor haar zelf en als moeder en momberse van haar kinderen, in ehestand geprocreeerd bij zaliger Jan Crijnen, alsmede Mariken Denis in presentie van de kinderen van Hendrick Otten en haar namelijk Dennis Otten haar mondige zoon, zich sterk maken voor zijn huisvrouw Margariet van Eep, mitsgaders Diderick Schuivelbergh, Med. Dor., als provisor van het weeshuis der stad Nijmegen wegens 2 kinderens van Hendrick Otten, te Nijmegen in het weeshuis zijnde, genaamd Jan Hendrix en Otto Hendrix, ook Albert Hanssen en Johannes van Lemminck voor hen zelf en zich mede sterk maken voor hun absente huisvrouwen, en de voornoemde Jan Lemmick is mede als gemachtigde van Willem Geurtsen en Geurt Geurtsen vermogens procuratie, op 15 september 1679 voor de E. Johan Noordinck, scholtis des ambts Brummen, en gerichtsluiden gepasseerd, mitsgaders Albert Hanssen als gemachtigde van Gerhard’s Buelen en Geertruit van Loohuis echtelieden vermogens volmacht, op 15 september 1679 nieuwe stijl voor Johan Marschop, richter, en Bernard Briel, oud-burgemeester der stad Embrick, gepasseerd, tezamen erfgenamen van wijlen de keurmeester Gerrit Denis en Mariken Huigen, in leven echtelieden, transporteren en dragen op aan Gerhardus Herlaeus, Med. Dor., en Anna Wijnen echtelieden, huis en hofstede staande en gelegen in de Oeverstraat en uitgaande in de Weverstraat, neffens het huis genaamd den blauwen Engel, door voornoemde Gerrit Denis en zijn huisvrouw nagelaten. Op 18 juni 1685 verkopen de erfgenamen van wijlen Gerrit Denis, in leven keurmeester van Veluwen en Veluwenzoom, en wijlen Mariken Huijgens, met name Willem Geurts, Geurt Gerrits, Grietien Hissinc en Anna Swarthoff, 1/3 van de Roller.

Uit dit huwelijk:

1  Willem Geurtsz

2  Geurt Gerrits

Oeltjen Gerrits


6464  Johan Gijsberts Vermeer, gerichtsman in Overbetuwe (1597-1616), onderschout van Randwijk, gegoed onder Randwijk, Heteren en Lakemond, zoon van Gijsbert Vermeer, geboren ca. 1559 te Randwijk, overleden < 1628

In 1619 bekennen Gerrit Hendricx van Beijnhem genaamd Roest en Maria Berndts van Welij, zijn echtgenote, een schuld aan Johan Gijsbertsz Vermeer. Zij stellen tot waarschap onder andere het huis waarin zijn wonen en de nieuw aangekochte bouwweerd in het kerspel Randwijk.

Kinderen:

1  Gijsbert Janse Vermeer, smid te Randwijk, erfpachter in Overbetuwe, gegoed onder Randwijk en Heteren, commandant-rotmeester der gewapende landmacht in Randwijk (1637), geboren ca. 1586. Gehuwd met Jenneke Ariens

2  Willem Vermeer, erfpachter in de Overbetuwe, geboren ca. 1587. Gehuwd met Hendersken Janse

3  Jacob Jansz Vermeer, buurmeester, armmeester en diaken, geboren ca. 1588, overleden 1672 te Heteren. Gehuwd in 1633 met Machteld de Vree, geboren ca. 1598, overleden > 14 augustus 1674

Jan Jansen Vermeer

5  Hubert Vermeer, wever te Elst, gerichtsman in Overbetuwe, gegoed onder Elst en Randwijk, geboren ca. 1592, overleden 1639. Gehuwd in 1625 met Elisabeth (?) van Hattum


6472  Geerlich van Rijswijck, zoon van (?) Otto van Rijswijck en Henrisken ten Eijnde, begraven december 1630 te Arnhem (#)

Gehuwd met

6473  Jenneken Brullen, dochter van Johan Brull en Nelisken Wijntgens, overleden > 22 februari 1630

Op 22 juni 1609 heeft Gerlich van Rijswijck aangegeven dat Peter Ressen, burger te Rees, verklaarde onlangs van Diederick Pulman, ook burger aldaar, aan zich geworven hebben de helft ener oliemoel met het daartoe gehorige gereedschap, in de stad Rees staande, waarvan de wederhelft hem, Rijswijck, en zijn zwager Diederick Sluijter toestendig is, en zich vervordert hem, comparant, en voornoemd zijne zwager te nodigen tot verkoping of setkoping van hun aanpart aan de voornoemde oliemoel, latende hem verluiden alsof Rijswijck voorzegd de wederhelft gepresenteerd en ingezet heeft voor 100 rijksdaalder, des Rijswijck in onvrede is, verklarende als Peter Ressen voorzegd hem aanzegde dat hij de helft van die meergemelde oliemoel gekocht had en Rijswijcks en zijn zwagers andere helft van gelijke begeerde te kopen, dat hij, Rijswijck, hem daarop antwoordt: zijn deel weer hem niet veil, dat was hem van zijn Lieve aangeerfd, hetwelk hij begeerde te houden, want nu Peter Ressen voorzegd hem, comparant, bij zekere schriftelijke ladung des richters te Rees heeft doen citeren en eisen om in persoon of door genoegzame gemachtigde op zaterdag 11 julij 1609 nieuwe stijl des morgens op 9 uur te Rees op het stadhuis te verschijnen om de gezegde Peter Ressen de helft van voorzegde molen of zoveel hem daaraan toekomen mag voor een billijke prijs over te laten, heeft de comparant tot de aangesonnen verkoping of setkoping niet gezind te zijn, konde ook niet verstaan dat hij daartoe met recht geconstringeerd mocht worden, en alzo hem ongelegen was de voorzegde zaak zelf waar te nemen, geconstitueerd zijn zwager Diederick Sluijter om zich te constituants naam tegen gemelde Peter Ressen te opponeren en zijn recht aan de voorzegde oliemoel te verdedigen.

Op 6 maart 1621 attesteert Peter Swehm, gemachtigde van Cecilie Velderhoffs, weduwe van zaliger Gosen Bongart en hun huisvrouw van Gerardt Wapsticker, burger van Colne, met Wilhem Schuinck voor hem zelf, alsook vanwege Arnolt Velderhoffs, zijn medemomber van zaliger Gosen Bongarts nagelaten kinderen, voor wie hij de rato caveert, vermogens volmacht, op 20 september 1620 voor burgemeesters en raad des heiligen Rijks vrije stad Coln gepasseerd, Derrisken Kreijfengers weduwe van zaliger Henrick Bongart, Claes Bongart, Geerlach van Rijswick als gemachtigde van Wimmer en Henrick Marckman, gebroeders, voor hen zelf en in naam van Gerarth en Helene Marckmans, hun afwezende broeder en zuster, voor wie zij de rato caveren, vermogens bezegelde procuratie, op 29 januari 1621 voor burgemeesters en raad des heiligen Rijks vrije stad Coln gepasseerd, en de voorzegde Derrisken Bongarts voor haar zelf en zich sterk makende voor haar kinderen, bij voornoemde Henrick Bongart in ehestand geprocreeerd, ten overstaan en met toedoen van Geerlich van Rhijswijck, der kinderen momber, sub et re Gaertgen Bongarts, hun respective zuster en moeie, 2 huiskens, staande in de Kortestraat annex aan malkander, Claes Bongart ter ener en het huis, genoemd de Craen, ter andere zijde.

Op 13 maart 1622 heeft Lisabeth Hulst verklaard dat Evert Alarts en Aelgen Henrickss echtelieden aan haar comparante Lisabeth, als dochter en enige erfgename van haar zaliger vader Henrick Hulst, voldaan, gevrijd en kwijtgekocht hebben de hoofdsom en alinge achterstand, tot dato dezes verlopen, van alzulke 3 gulden jaarlijks als haar voorzegde vader te heffen placht uit huis en hofstad in de Rijstraat, Wilhem Spoltman ter ener en de erfgenamen van Goossen Vercuijl ter andere zijde, de voorzegde echtelieden toebehorende, en zo de voorzegde Lisabeth Hulst de bezegelde brieven van voornoemde jaarlijks rent had of wist te leveren om doorsnede en gecasseerd te worden, compareerde Nelisken Wijntges, weduwe van zaliger Jan Brull, met Geerlich van Rijswijck, haar schoonzoon en gekozen momber, en heeft tot waarborg gesteld haar huis en hofstad in de Oeverstraat, weduwe van Goessen Wilhemssen ter ener en de erfgenamen van Jacob Denis ter andere zijde.

Uit dit huwelijk:

Otto van Rijswijck

2  Jan van Rijswijck, gedoopt 8 juli 1610 te Arnhem (get: Wolter van …, Claes Bongaerts, Nelesken Wijntges)

3  Mechtelt van Rijswijck, gedoopt 5 mei 1613 te Arnhem (get: Jacop van Boul, Anna Spanes, Hilleken). Gehuwd met Johan van Heukelom. Gehuwd op 25 april 1654 te Beuningen met Hendrick van Oijen, burgemeester van Tiel

4  Cunier van Rijswijck, gedoopt 9 november 1617 te Arnhem (get: Huibert Hendrix, Frouke Brullen), begraven 1 september 1633 te Arnhem

5  Henrick van Rijswijck, gedoopt 5 juni 1620 te Arnhem

6  NN van Rijswijck, begraven 10 november 1626 te Arnhem

7  NN van Rijswijck, begraven 17 juli 1627 te Arnhem


6474  Hendrick Versteghen, secretaris van kwartier Veluwe en stad Arnhem (1608-1638), zoon van Peter Versteghen en Christina van Schrieck, geboren ca. 1580, begraven 29 juli 1661 te Arnhem (#). Ondertrouwd op 11 juni 1626 en gehuwd met Agneta Aeltzen, begraven 14 juli 1636 te Arnhem. Ondertrouwd op 10 november 1639 te Arnhem en gehuwd op 28 november 1639 te Nijmegen met Derrisken van Heteren, geboren te Nijmegen

Ondertrouwd op 19 februari 1609 en gehuwd op 2 april 1609 te Arnhem (#) met

6475  Hilleken Sluiskens, dochter van Wilhelm Sluijskens en Heesken Tullekens, geboren ca. 1588, overleden 1621-1625

Links het wapen van Henrijck Versteeghen, secretaris. Gedeeld A. Verstegen, B. Sluijsken. Helmteken en dekkleden: Verstegen.

Op 14 december 1586 is Peter Versteeghen als secretaris van de stad Arnhem in eed genomen, zonder dat den naam van deszelfs familie voor die tijd, of hij zelve voor of na die tijd, onder de borgeren van deeze Stad s aangeteekent gevonden. Op den 16 October 1608 is, op verzoek van denzelven Peter Versteeghen zijn zoon Hendrik Versteegen in zijn plaats tot secretaris genomineert geworden, en dat deeze secretaris Hendrik Versteegen ruim 29 jaaren daar na, en wel op den 26 Januarij 1638, wegens zijne lange en getrouwe diensten met het Borgerregt door de Magistraat is vereert. Zoo als ook deszelfs broeder, Peter Versteegen, naamgenoot van zijn vader de Secretaris eerstgemeld, op den 27 Januarij 1638van zijn vader de Secretaris eerstgemeld, op den 27 Januarij 1638, het Borgerregt voor hem en zijne kinderen heeft geobtineert gehad.

Op 22 september 1613 constitueert Christina van Schrieck, weduwe van zaliger Peter Verstegen, secretaris, als momberse van haar onmundige kinderen en Hendrick Verstegen voor zich zelf en zich sterk makende voor zijn broeder en zusters constitueren Mr. Sebastiaen Boon, procureur te Nijmegen, in causa contra Gerrit van Moock als man en momber zijner huisvrouw Hilleken Loeffs ad lites.

Op 3 december 1616 draagt Arntgen van Seller, weduwe van zaliger Johan van Schrijck, geassisteerd met haar neef Henrick Versteghen, voor haar zelf en als moeder en momberse van haar onmundige kinderen, bij haar voornoemde eheman geprocreeerd, over aan Johan van Hetterscheidt en diens huisvrouw een moeshof, gelegen buiten de Velperpoort in de Heijnenhaven, Gerrit Sluijsken ter ener en Johan Hetterscheidt voorzegd ter andere zijde, en zulks boven alzulke ruiming van posessie als haar voornoemde man zaliger in zijn leven gedaan heeft.

Op 19 november 1618 hebben Henrick Verstegen, secretaris, en Hilleken Sluijskens, zijn vrouw, overgedragen aan Mr. Hans Jacob Aenschuts, chirurgijn, en Barbara Hartonghs, zijn vrouw, huis en hofstad, gelegen in de Bakkerstraat, met zijn gemene muren comparanten ter energ en Johan van Elst ter andere zijde met verdere conditie of gebeurde dat huis en hofstad voorzegd bij leven van een van de verkopers of kopers herzij man of vrouw mocht worden verkocht, dat verkopers zullen geniten de preferentie, mits betalende 50 keizers gulden weniger als daarvoor het aan andere zoude mogen verkocht worden, onder verband van huis en hofstad, gelegen in de Bakkerstraat, den vergulden beer ter ener en kopers zelf ter andere zijde.

Op 2 februari 1620 heeft Henrick Engelen verklaard dat secretaris Henrick Verstegen hem de laatste penning met de eerste voldaan heeft ter somme van 100 gulden als hem, comparant, nog aankwam van een rentebrief, houdende 225 gulden kapitaals, jaarlijks te verrenten met 13 gulden 10 stuiver, gevestigd op 29 februarij 1608 uit huis en hofstede, staande in de Bakkerstraat allernaast de huizing van gemelde secretaris ter ener en Johan van der Elsten huis aan den andere zijde luid zegel en brief, voor Egbert van Wetthen en Joost van Reidt, schepenen, gepasseerd, die mits deze voldaan, gecasseerd en vernietgid wordt, waarvan Magdalena Peters in 2 verscheidene reizen, eens Anno 1608 den lesten novmeber, en anderdeels den 12 juli 1619, vermogens respectieve kwitantien in dorso des rentenbriefs gesteld ontvangen heeft.

Op 1 december 1624 hebben Johan Schuth en Merriken Reijnders echtelieden verklaard schuldig te zijn de secretaris Henrick Verstegen de somme van 400 gulden, herkomende van geleende en voorgestrekte penningen, belovende dezelve te restitueren op 1 december 1625 met de interesse van dien tegen 6 van de honderd, verbindende daarvoor speciaal hun behuizing, gelegen in de Turfstraat, weduwe Philips van de Graeff ab uno en Warner van Lennep ab altero latere.

Op 2 maart 1627 heeft Daniel Richolts als gemachtigde van Willem Richolts, der rechten Doctor en schepen der stad Emmerik, voor hem zelf en als volmacht hebbende van zijn huisvrouw Christina Bitters vermogen 2 procuraties, de ene door gemelde Dor. Richolts voor burgemeesters, schepenen en raad der stad Arnhem op 27/17 februari 1627 en de andere door deszelven huisvrouw voornoemd voor Diederick van den Bongart en Bernhard van den Briell, schepenen der stad Emmerik, op 25/15 februari 1627 gepasseerd, voriger kwalitiet opgedragen en met zijn vrije wil vertegen Henrick Verstegen, secretaris des kwartiers en der stad Arnhem, en Agneta Aeltzen, zijn vrouw, de huizing en hofstede met de schuur, van voren gelegen in de Weverstraat en achter uitgaande in de Bakkerstraat, Jan Janss ter ener en Geerlich van Lennep ter andere zijde, met de losgerechtigheid van een morgen lands, gelegen in Barrevoetsslach, tot de voorzegde huizing gehorende, stellende comparant daarvoor tot speciale waarborg zijner principalen huis en hof, buiten St. Janspoort bij Emaus gelegen tussen Dirck van Dans ter ener en Jacob Vheren ter andere zijde.

Op 25 juli 1627 hebben Henrick Verstegen, secretaris des kwartiers en de stad Arnhem, en Agneta Aeltzen echtelieden, overgedragen aan Henrick Wilbrenninck en Agneta van Dulcken, zijn vrouw, een achterhuiske of kamer, gelegen achter aan hun, transportanten, behuizing, staande in de Oeverstraat tussen Hans Janss ter energ en Geerlich van Lennep ter andere zijde, en dit volgens het contract en de koopvoorwaarden, op 28 februarij 1627 daarvan opgericht.

Op 5 juli 1630 dragen Henrick Verstegen, secretaris, en Agneta Aeltzen echtelieden, over aan Johan Wijnants en Gijsbertgen Heskens, zijn vrouw, huis en hofstede staande en gelegen aan den kleinen Oort tussen erfenissen van Johan Morleth ter ener en van Dirck Enssinck tinnegieter ter andere zijde, met de losgerechtigheid van een halve schaar weiden, in het Arnhemmer broek gelegen, die de weduwe Olthoffs tegenwooridg in pacht heeft.

Op 31 mei 1634 draagt Anneke van Oerlo, weduwe zaliger Engelbert Bouman, over aan Henrick Verstegen, secretaris, en Agneta Aeltzen, zijn vrouw, een rente van 37 gulden en 10 stuiver jaarlijks uit haar vijfachte delen van huis en hofstede, den gulden Beer genoemd, gelegen in de Bakkerstraat tussen erfenissen van gemelde secretaris ter ener en van Hans Timmermans sadelmaecker ter andere zijde, te verschijnen heden over een jaar eerstaan en zo vervolgens en te lossen met 600 gulden kapitaal.

Op 8 juli 1636 hebben Henrick Verstegen, secretaris, en Agneta Aeltss echtelieden malkander wederzijds gelijftochtet in hun behuizing, waarin zij, echtelieden, tegenwoordig wonen, gelegen in de Bakkerstraat, naast den vergulden Beer ter ener en het huis van Mr. Hans Anschut ter andere zijde, strekkende van voren tot achter van de Bakkerstraat tot in de Weverstraat, alsmede in ‘t Hoornwerk of de hof, door hunlieden daarin aangemaakt, gelegen buiten de Sabelspoort in de Vischerweijde.

Op 4 april 1637 dragen Gerrit Mercx voor zich zelf en als vader en momber zijner onmundige kinderen, ehelijk geprocreeerd bij zaliger Geertge van Kell, mitsgaders Brant Mercx en Hilleke Mercx weduwe van zaliger Evert Henricks, over aan Henrick Verstegen, secretaris, huis en hofstede staande en gelegen in de Bakkerstraat, den gulden Beer genaamd, tussen erfenissen van hem, secretaris, ter ener en van Mr. Hans Timmer sadelmaecker ter andere zijde, stellende daarvoor tot speciale waarschap hun, comparanten helft van de behuizing, buiten de Rijnpoort gelegen, genaamd de Swaen, waarvan Roeloff Gijsberts de wederhelft toebehoort.

Op 14 april 1642 dragen de secretaris Henrick Verstegen en Derrisken van Heteren echtelieden over aan Lubbert Umbgrove en zijn huisvrouw Willemke Berntss hun moeshoff, gelegen in het hoornwerk buiten de Velperpoort, oostwaarts Jacob Keup, west de gemene gang, Peter Verstegen zuidwaarts en noordwaarts de buitengraft.

Op 25 januari 1643 heeft Henrick Verstegen, secretaris van de Heren Gedeputeerden des Kwartiers en van de Magistraat van Arnhem, als in deze specialijk geauthoriseerd bij acte van voorzegde heren Gedeputeerden dd 1 oktober 1642, uit kracht van dien aan de Erentveste Henrick van Eck, burgemeester der stad Arnhem, en Joffr. Roelandina van Hattum, zijn L. huisvrouw, tot eeuwige waarschap gesteld generaalijk al dezes kwartiers geestelijke goederen, in het schependom van Arnhem en in Veluwezoom liggende, en speciaal het Mariendaelsche grote erf, het Cloostererff genoemd, waaronder gehoren 17 morgen weilands, 17 morgen bouwlands en een stukske land achter de boomgaard met het heetveld, zoals eertijds door Brant Roeloffs als pachter gebruikt is en nu door Henrick Janssen gebruikt wordt, en zulks voor des Kapittels van St. Walburgen groeve en smalle tiend, onder de stad en het schependom Tiel en mede onder Wadenoijen gelegen, gelijk dezelve door gemelde burgemeester Eck op 9 junij 1640 in het openbaar gekocht is.

Op 2 april 1660 dragen Johannes van den Acker en Trijneken Brouwers echtelieden over aan Hendrick Versteghen, secretaris, zeker achterhuisken staande en gelegen achter hun, comparanten, behuizing in de Weverstraat, voornoemde secretaris Versteghen ter eenre en commissaris Huijghens ter andere zijde.

Op 4 april 1666 heeft Otto van Rijswijck zijn huis, staande op de Beek tussen de erfenis van zaliger Rijck Derckss en …. belast met een kapitaal van 2550 gulden, te verrrenten tegen 5 ten honderd jaarlijks, ten behoeve van de gezamenlijke erfgenamen van de secretaris Henrick Verstegen.

Uit dit huwelijk:

Hilleken Verstegen

2  Willemken Verstegen. Ondertrouwd op 20 november 1636 en gehuwd op 21 december 1636 te Arnhem met Hendrick Coets, secretaris te Arnhem

3  Catharina Versteghen, gedoopt 14 juni 1618 te Arnhem. Ondertrouwd op 10 december 1653 en gehuwd op 18 januari 1654 te Arnhem met Johan Casaber

4  Ermgardt Verstegen, gedoopt 24 februari 1619 te Arnhem (get: Peter Verstegen, Ermtgen …, Hendrickxjen van Dael). Ondertrouwd op 8 juli 1648 en gehuwd met Josias van Harn, secretaris van Arnhem, gedoopt 9 januari 1620 te Arnhem, begraven 26 juli 1688 te Arnhem

5  Naeleken Verstegen, gedoopt 2 april 1620 te Arnhem. Gehuwd < 30 januari 1655 met Dirck Lamberts van Heessel, richter te Lobith

6  Jenneken Verstegen, gedoopt 6 mei 1621 te Arnhem


6512  Hendrik Roelofsz van Wijckersloot, houtkoper (1584-1589), kistenmaker, raad van Utrecht (1597-1602), zoon van Roelof Reiersz van Wijckersloot en Wendelmoet Lubbert Matthijs, geboren ca. 1536, begraven 4 juni 1605 te Utrecht. Gehuwd met Theuntgen van Houten. Ondertrouwd op 6 januari 1594 te Utrecht en gehuwd met Maria Jans van Gulik, begraven 23 december 1610 te Utrecht

Gehuwd ca. 1555 met

6513  Anthonia Jans van Benthem, dochter van Jan van Benthem en Christina NN, geboren ca. 1535, overleden 1588 te Utrecht

Op 20 april 1575 koopt Hendrik van Wijckersloot ‘alinge huijsinge ende hoffstede mitten hoff enden poortwech westzijde Gragten bij de Reguliersbrugge daer die Croijwagen uijthangt, tesamen met de acht cameren in de Brantsteech’. Het eigendom is belast met 32 stuijvers en 4 penningen ten behoeve van vicarie ‘t Oudemunster en een plecht van fl 1100,- met 6% ten behoeve van Egbert van Schonenborch. Op 7 februari 1576 sluit hij een overeenkomst met zijn buurman Willem Henricxs Thoen, wonende in “Den Gulden Schaeff”. De overeenkomst betreft de poortwerk en lichtschepping. Op 31 oktober 1578 verkoopt Hendrik een deel van zijn eigendom, te weten ‘alinge huijsinge hoffstede, 2 cameren daar achter op de hoeck van de Brantsteech’. Het huis genaamd Croijwagen wordt in 1585 door Hendrik en Anthonia overgedragen aan hun zoon Jan.

In 1578 wordt Henrick Roelofsz van Wijckersloot, kistemaker, 36 pond tot lijve van Cristina 17 jaar, ingeschreven als burger van Utrecht.

Hij koopt op 15 september 1579 een huis aan de oostzijde van de Springweg van de prior en conventualen van het Regulierenklooster voor een koopsom van fl 200,- waarvan fl 100,- aen gerede penningen ontvangen en fl 100,- plecht. Hij verkoopt het huis weer op 13 mei 1584. Enkele maanden later, op 17 oktober 1584, koopt hij ‘huijsinge en landen achter de Twijnstraet’. Op 24 december 1589 sluit Hendrik een overeenkomst met het armenweeshuis over muren en gaten. In een gerechtsbrief van Utrecht 1589 verklaren de huismeesters van het Weeshuis, de godskameren van de domproost Cornelis van Mierop verplaatst te hebben naar de Springweg, achter het Weeshuis, en dat hun naaste buurman zuidwaarts, Henrick Roeloffsz van Wijckerslooth, hun toegestaan heeft een loden goot te mogen leggen op de scheidingsmuur van beider percelen.

Op 11 mei 1594 koopt Hendrik ‘alinge huijsinge ende hoffstede met gemene waterputh mit kelder, kluijs, bodem en boort met al het houtwerck, liggende oostzijde Nieustraet. Het eigendom is belast met oud eijgen van 21 stuijvers en 4 penningen jaarlijks ten behoeve van ‘t Convent van Heilige Pauwels, een plecht van fl 500,- met 6% en een plecht van fl 400,- met 6,25%.

Op 30 september 1595 Henrick Roelofsz van Wijckersloot, borger, gehuwd met Maria Jansdr van Gulick, testeren. Erfgenamen zijn zoon Jan en dochter Cristina gehuwd met Jan Florisz Hanneman, Genoemd onder andere Cornelis Thomasz van de Wijckersloot die zij legateert.

Op 17 mei 1598 koopt hij een volgend pand aan de oostzijde van de Nieuwstraat. Het betreft een ‘huijsinge ende hoffstede, letste bewoner Jan Janss van Es’. Plecht fl 274,25 ten behoeve van die gemene vicarien van Sinte Marien. Op 2 februari 1599 sluit Hendrik een plecht af van fl 400,- betrffende een ‘huijsinge en hoffstede aan de Lege Marsegast’.

Op 5 september 1605 Maria Jansdr van Gulich, weduwe Henrick Roeloffsz van Wijckersloet, legateert Antonia Jan Floriss van Snelreweertsdr, die bij haar woont.

Uit dit huwelijk:

Johan Hendricksz van Wijckersloot

2  Christina van Wijckersloot, begraven 10 oktober 1618 te Utrecht. Gehuwd met Johan Florensz van Snelderweerd


6514  Cornelis van Voorst, tinnegieter, handelaar in levensmiddelen, zoon van Joost van Voorst en Wendeloet Zanders van Rodenburch, geboren ca. 1530, overleden > 1585, begraven in het graf van zijn schoonzoon Valentijn van der Voort, schepen en thesaurier van Utrecht

Gehuwd ca. 1560 met

6515  Petronella Claas Gerrits van Overmeer, dochter van Claes Gerritsz van Overmeer en Oedel Peter Robberts, geboren ca. 1535, begraven 23 juni 1581 in het graf van haar vader in de Geertekerk te Utrecht

Cornelis van Voorst is oorspronkelijk tinnegieter, net als zijn vader en een van zijn broers, maar hij raakt in de jaren 70 betrokken bij de graanhandel en de vetweiderij. Terwijl zijn broers hun hele leven handwerkslieden blijven, wordt Cornelis’ sociale stijging vergemakkelijkt door zijn vrouw Peterken, die een aanzienlijke bruidsschat meebrengt.

Op 12 maart 1562 kopen Cornelis en Peterken ‘alinge huijsinge, hoffstede met kelder en cluijs aan de oostzijde van de Lijnmerckt’ van Alidt Knoops, weduwe van Willem van Hijndersteijn. Hiervoor sluiten zij bij haar een plecht van f 400 tegen 5½% rente. Op het huis berust een oudteijgen van f 5 en 5 stuivers. Op 20 februari 1567 sluit Cornelis opnieuw een plecht van f 100 en 16 stuivers op het huis met 5½% rente bij Gabriel Cornelis van Mijnden en Anna Jaspertsdr, ter vervanging van een rentebrief van 18 maart 1505. Op 22 april 1563 leent Cornelis f 200 tegen 6¼% rente van Gherridt Adriaen Alpherton en Belichgen Gijsbertsdr. Als onderpand fungeert een perceel aan de Nieuwe Gracht tegenover de Reguliersbrug.

Op 31 januari 1566 kopen zij ‘alinge huijsinge ende hoffstede aan de noordzijde van de Watersteech bij de St Jacobskerck’ van Seger, zoon van Willem Seger. Op het huis rust een oudteijgen van 5 stuivers per jaar ten behoeve van de pastoren van de St Jacob. Op 22 mei 1572 worden zij eigenaar van een huis met het ‘bachhuijsken daer achter aen’ eveneens aan de Watersteeg. Op het huis rust een plecht van f 125 en een oudteijgen van 5 stuivers. Op 11 mei 1569 lenen Cornelis en Peterken f 200 tegen 6¼% rente van de nabestaanden van Peter van Dael ende Peternel. Als onderpand dient ‘t huijs van Amerongen aan de OUdegracht tussen de St Geertruijdenbrug en de Smeebrug. Op het pand rust een oudteijgen van 13 stuivers ten behoeve van de weduwe van Rutger van den Kerck en een plecht van een onbekend bedrag met f 12 en 10 stuivers losrente ten behoeve van Gerrit Claess Voss.

Op 14 maart 1575 doen Cornelis en Peterken twee rentebrieven over aan Claes Jeroenss en Elsgen Willem van Nijkerckensdr. Het betreft een rentebrief van f 300 van 31 maart 1562 en een rentebrief van f 400 van 15 januari 1571. Op 4 november 1575 komt Cornelis in het bezit van een plecht van Mechtelt Foock. Op 6 december 1581 wordt hij eigenaar van een stadsplechtbrief van f 250 met 6% rente van zijn tante Agnische, weduwe van Willem Voorsten. Op 6 september 1582 komt Cornelis in het bezit van een rentebrief met f 22,50 rente zijnde 5%, daterend van 14 augustus 1564. Op 17 februari 1585 leent Cornelis f 200 tegen 6¼% rente van Willem de Swert. Onderpand is het huis “De Clock” aan de Scoutesteech.

Uit dit huwelijk:

Sophia van Voorst

2  Claesken van Voorst, geboren 1564 te Utrecht, begraven 16 september 1644 in de Geertekerk te Utrecht. Gehuwd in 1587 (huwelijkscontract september 1587) met Valentijn Jacobsz van der Voort, koopman, schepen en thesaurier van Utrecht, samelaer van de Lekdijk, geboren 1541-1545, begraven 28 januari 1590 te Utrecht. Gehuwd op 8 mei 1593 in de Geertekerk te Utrecht met Aernout van Buchell (Arnoldus Buchelius, zie afbeelding links), geschiedkundige en advocaat voor het Provinciale Hof van Utrecht, geboren 18 maart 1565 te Utrecht, overleden 15 juli 1641 te Utrecht, begraven in de Geertekerk

3  Josijntje van Voorst, geboren 1558 in de Lijnmarckt te Utrecht, overleden 1580, begraven in de St Jacobskerk. Gehuwd in 1578 met Thomas van Breen

4  Geertruijt van Voorst, geboren 21 april 1567 (acht daech voor Meij op een Vrijdach). Gehuwd 1590 (huwelijkse voorwaarden 22 november 1590) met Johan Baptist Schipper, arts, geboren 1567, overleden 26 februari 1593 ‘an een teerende siecte’, begraven 28 februari 1593 in de Magdalenakerk te Utrecht. Gehuwd in 1597 met Everardus Vorstius, lijfarts van stadhouder Maurits en van de gravin van Nieuwenaar en Meurs, hoogleraar in de Medicijnen te Leiden (1598), geboren 26 september 1565 te Roermond, overleden 22 oktober 1624 te Leiden


6516  Peter Vosch, herbergier in “De Hulck” en in “De Sluetel” bij de St. Jansbrugge, wijnkoper (1587), schepen van Utrecht (1597), cameraar, impostmeester, zoon van Balthasar Vosch en Cornelia Wouters Vervoort, geboren ca. 1540 te Utrecht, begraven 27 november 1602 in de Buurkerk te Utrecht

Gehuwd ca. 1570 met

6517  Alijdt Uttewael, dochter van Jan Jansz Utenwael en Anna Aelbert Foecken, geboren ca. 1550, begraven 19 november 1610 te Utrecht

Op 12 mei 1576 sluit Peter Vosch een huurcontract met Agniese, Willem Hubertsz van Waerts weduwe, voor de huur voor een huis gelegen ‘op ten houck van de Viebrugh, gehuurt ende bewoont door Peter Voss voor fl 66,- s’ jaers’. Op 20 februari 1579 wordt hij eigenaar van het naastgelegen pand genaamd “De vergulde Sleutel”, ‘alinge huijsinge, hoffstede, kelder, cluijs, aan Viebrug, naest de huijsinge van Aelbert Huijgens van Aucoop en Peter Vosch, boven en achter Anna Bollen, weduwe van Jan Roecken, met overeenkomst’. De overdracht van de overeenkomst vindt al plaats op 11 augustus 1578. Het betreft een huurovereenkomst van 17 februari 1567 ‘tusschen Claes Gerritss van Rhijn en Haesgen, vorige eigenaar van den huijsinge die vergulde Sleutel, en Johan Roeck en Anna Bolle, betreffende de camer, gente, etc. Dit sal ten eeuwigen dage blijven’. Op het huis rusten twee plechten van totaal f 900 en een oude rente van ‘8 halve Loenensche Peters of f 10 derde dalve s’jaers’.

Op 28 februari 1580 vindt het transport plaats van een plecht uit de boedel van de overleden Johan Bolle op een ‘huijsinge aaen de Hoech Zuijlensteech’, een ‘camer ende hoff aen de Zuijlensteech’ en een ‘huijsinge ende hoffstede aen de Nijenstraet op de zuidhoeck van de Zuijlensteech’. Op 9 mei 1587 sluit Peter Vosch, wijnkoper, een plecht af bij Lambert Adriaensz van Boort, snijder, van f 400 op ‘een huis aan de zuidzijde van de Steenweg. Op 6 juli 1597 vindt het transport plaats van een plecht van 8 mei 1587 van f 75 met 6¼% rente op een huis aan de Winsensteech, van Johan van Medenblick aan Peter Vosch. De plecht gaat op 26 februari 1600 over naar Gerrit Willemss Ploos.

Op 1 februari 1588 is Peter Vos crediteur van Frederick Scholtz. Samen met andere crediteuren constitueren zij Jan van der Saffele, advocaet hove van Hollandt, om geld te vorderen uit de nalatenschap van Frederick Scholtz, in leven ritmeester. Op 11 april 1588 benoemen dezelfde crediteuren Johan Mathijsz van Heijnsberch om geld te vorderen uit handen van Dirck van Holsteijn als executeur van de nagelaten goederen van ritmeester Frederick Scholtus.

Op 1 mei 1598 sluiten Peter Vosch en Aeltgen Wtenwael een plecht af van f 400 met 6¼% rente op het huis. Op 20 mei 1603 draagt Alidt, weduwe van Peter Voschen, het huis “De Sleutel”, gelegen aan de oostzijde van de Oude Gracht bij de Viebrug, over aan Mr Dirck van Leeuwen, canonick van de Oude Munster, en Peter van Leuven, raadt en procureur. Op het huis rust op dat moment plechten van totaal f 1300 en een oudteijgen van f 10,10 en 8 penningen.

Op 19 juli 1606 transporteert Alidt Jan Uittewaelsdr, weduwe van Peter Vosch, als erflater van Jan Jans Uittewael, een plecht naar Anthonis Anthoniszn van de Waell en Sophia Ambrosiusdgt van f 64 met 6¼% rente, zijnde het restant van een grotere plecht dd 29 maart 1519 op een huis bij de Tolsteegpoort. Eigenaar van het huis is Albert Adriaensz Raijmaecker.

Item XIX Novembris 1610 in obitu et funere Aleijdis Uuijttenwell, vidue quondam Petri Vosch, Maria bis (acq: Aeltgen Wtenwaell, weduwe van Peter Vosch, in sijn leven schepen deser stadt), VIII fl (Overluidingen 1562-1614).

Uit dit huwelijk:

1  Balthasar Vosch, kanonik van ‘t Oud Munster. Ondertrouwd op 17 april 1611 te Utrecht en gehuwd te Wijk bij Duurstede met Anna van Hollandt, begraven 16 juni 1651 te Utrecht

2  Bruin Vosch, herbergier, brouwer, hopman, wijnkoper. Gehuwd op 7 juli 1593 voor het gerecht te Utrecht met Catharina Jacobs van Asch, begraven 10 maart 1595 te Utrecht. Gehuwd met Maria Cornelis de Moolre

3  Cornelia Vosch

4  Anna Vosch begraven 29 augustus 1618 in de Domkerk te Utrecht. Gehuwd op 27 januari 1605 te Utrecht met Philips Ram, wijnkoper, begraven 17 december 1632 te Utrecht

Jan Vosch


6520  Albert Huijgensz Verweij, procureur en notaris te Rhenen (1559-1593), gerechtsbode van het gerecht De Marsch (1578), pachter van impost en accijns te Rhenen (1592), kerkmeester van Rhenen (1593), possesseur van de St. Mathijsvicarie in Rhenen (1594), zoon van Hugo Jacobsz en Wendelmoet NN, geboren 1538 te Rhenen, overleden ca. 1611 te Rhenen, begraven in de Cunerakerk te Rhenen

Gehuwd ca. 1570 met

6521  Cornelia van Hattem, dochter van Roelof Dirksz van Hattem en Maria Hol, geboren ca. 1550, overleden 31 december 1606 te Rhenen, begraven in de Cunerakerk te Rhenen

Als procureur komt Albert Verweij in tientallen Rhenense schepenakte voor, het eerst op 3 november 1559. Hij behartigt dus al op 21-jarige leeftijd zaken van derden. Zijn grafsteen bevindt zich in de Cunerakerk met een alliantiewapen Verweij x van Hattem (3 sterren van bijzondere vorm): ‘Noch op No 137 eene groefstede, daarop leggende een groote sarck met eenige stucken waar op geteektent … een wapen Aelbert Verweij Openbaer Notaris sterft den … en Cornelia van Hattum sijn huijsvrouw sterff den lesten decembris 1606, daar onder nogh stont Jan Verweij ende Catharina Cornelis, sijnde boven het voors. wapen nogh gehaelt beijde de voors. wapenen op de groefstede van No 78 gestelt’ (uit inventaris gravenin de Cunerakerk 1648).

Op 11 december 1568 Anthonis Jansz van Ingen constitueert Aelbert Verweij, borger te Renen.

Op 14 december 1571 stelt Aelbert Verweij Huijgensz, oudste zoon en leenvolger van Huijch Jacobsz, 12 morgen land in het gerecht van Amerongen aan de Lekdijk, welk land hij van de Domproost ten tijns houdt, tot onderpand ten behoeve van Aert Pauwelsz, burger te Utrecht. Weijndelmoet, Huijch Jacobsz weduwe en Aelbert’s moeder, heeft de lijftocht (het vruchtgebruik). Op 3 mei 1572 kopen Aelbert Verweij en Cornelia van Hattum, echtelieden, voor hun zoon Huijch Aelbertsz Verweij, een lijfrente op hun drieër leven van 12 Carolusgulden en 10 stuivers per jaar van Peter Vastrick, Pelgrum Jelisz en Anthonius van Dijck.

Aelbert komt met zijn vrouw in diverse transportakten voor, wanneer zij huizen of renten kopen en verkopen (23 januari 1572, 19 oktober 1573, 14 juni 1592 en 14 juni 1595). Op 23 januarti 1572 verkopen Aelbert Verweij en Cornelia van Hattem, echtelieden, een huis en hofstad binnen Rhenen. Op 19 oktober 1573 transporteren zij aan Wouter Henricksz Coster en Cornelia Gerritsdr, echtelieden, een hofstad met erf binnen Rhenen. Op 14 september 1575 transporteren zij aan Lambert Aertsz en Anna Joosten van Estvelt, zijn vrouw, een huis met erf binnen Rhenen.

Zij bezitten ook goederen in Neder-Betuwe. Op 9 december 1579 verkopen Aelbert en Cornelia de helft van een huis te Ingen aan Reijer van Hattem Jansz. Op 8 juni 1603 sluiten Aelbert Verweij, voor zichzelf en voor Wolter van Hattem, Cornelis van Eck en Adriaen Provoest, als mannen van hun huisvrouwen, en voor Cornelis van Meteren en Cornelia van Hattem, alle erfgenamen van wijlen Dirrick van Hattem Roelofsz, een akkoord met Dirricxken Rolloffsdr, nagelagen weduwe van Dirrick van Hattem, over het versterf van Dirrick voornoemd. Aelbert compareert als procureur van Rhenen op 13 november 1592 en 7 juli 1593 en is dan oud omtrent 54 jaar.

Op 6 februari 1591 verklaart Aelbert Verweij 25 karolus gulden schuldig te zijn aan Andries van Bemmel. Op 14 juni 1592 hebben Dirck van Rhenen en joffrouw Mechteld Willemsdr, echtelieden, in eeuwige erfkoop verkocht aan Aelbert Verweij en Cornelia van Hattem, echtelieden, een jaarlijkse losrente. Op 16 juni 1595 kopen Aelbert Verweij en Cornelia van Hattem, zijn huijsfrouw, een losrente van 14 gulden. Op 29 januari 1610 compareren Aelbert Verweij voor hemzelf, en zich sterk makende voor Huijch en Bartruijt Verweij, zijn kinderen, mitsgaders Jacob en Roeloff Verweij met Herman Aerts als man en voogd van Weijndelmoet Verweij, tesamen kinderen en erfgenamen van Cornelia van Hattem, verklaren dat Aelbert Verweij 13 hont land te Zoelen in erfkoop verkocht had aan Henrick Besselsz en Jan Henricksz te Zoelen.

Uit dit huwelijk:

Hugo Albertsz Verweij

2  Roelof Albertsz Verweij, raad van Rhenen, heemraad in De Marsch, overleden > 1650 te West-Indië (?). Gehuwd met Janneken Herberts, geboren ca. 1585, overleden < 1641. Ondertrouwd op 21 maart 1641 te Rhenen en gehuwd in Buren met Ariaentgen van Alenburch

3  Jacob Albertsz Verweij, schepen van Rhenen (1620), pachter van de kerf ter Grebbe (impost op tabak, 1625), geboren ca. 1580 te Rhenen, overleden 1645-1656. Gehuwd met Cornelia Gerrits Bock, overleden > 1657

4  Wendelmoet Alberts Verweij. Gehuwd met Herman Aertsz


6522  Frans Gosensz van Amerongen, zoon van Gosen Aelbertsz van Amerongen en Janneke Gerrits Verhaer, geboren 1556-1557, overleden > 21 mei 1631

Op 13 december 1590 benoemt Gosen Aelbertsz, zoon van Willemtge van Amerongen en Aelbert van Amerongen, zijn kinderen Adriaen van Amerongen, Aelbert van Amerongen, Hillichgen van Amerongen en de kinderen van Jan van Amerongen tot erfgenamen, op last van lijftocht van de langstlevend Jan van Amerongen krijgt lijftocht aan erfportie van zijn kinderen Adriaen van Amerongen en Aelbert van Amerongen, hun zoons. Zijn uitlandig Frans van Amerongen en Jan van Amerongen, hun zoons, zij ontvangen hun legitieme portie met benoeming van Johan Vermeij, kanunnik van de St. Pieter, en Gerrit van Rijswijck, procureur hof van Utrecht, tot executeurs.

Op 3 maart 1596 draagt Adriaen Adriaensz van Seijst, laekenbereijder te Utrecht, over aan Frans Gosensz van Amerongen een lakenraam op de stadswal met gerechtigheid, verleend door de stad Utrecht, als zekerheid van f 170-0-0. Ongedaanmaking van deze overdracht d.d. 14-02-1597 door Frans Gosensz van Amerongen omdat de schuld voldaan is.

Op 3 februari 1597 protesteren Alart Jansz Holl, Pauwels Dircksz Schutt, Frans Gosensz van Amerongen, Johan Quirijn en overige gemene buren, tegen de vestiging in de Bakkerstraat van Johan Cool, harnaschmaker, vanwege zijn handwerk. Met relaas van insinuatie aan tweede partij. 

Op 27 juli 1605 Aelbert Goesensz van Amerongen te Amersfoort verwijst naar magescheid van de ouderlijke boedel met zijn broer Frans Goesensz van Amerongen en zuster Hillichgen Goesensdr van Amerongen d.d. 7 september 1604, genoemd een huis te Utrecht, zijn zwager Bernt van Raelt.

Op 21 mei 1631 Frans van Amerongen, 74 jaar, en Willem Jansz Schijf, 66 jaar, borgers van Utrecht, vtvv Henrick Jansz, van Utrecht, soldaet onder Hertevelt dat deze gemonsterd heeft 29 april tot 9 mei.

Uit dit huwelijk:

1  (?) Mechteld Frans van Amerongen

2  Aelbert Fransz van Amerongen. Gehuwd op 8 januari 1606 te Utrecht met Catherina van Ceulen


6548  Rutger van Dijck

Op 11 februari 1665 constitueren de onmondige kinderen van Aert Rutten onder voogdij van hun moeder Maijchgen Ariens wonende te Driebergen, Cornelis Aertss van Dijck wonende te Bodegraven, Steven Aertss van Dijck wonende te Oudenrijn, Tonis Corneliss Baers gehuwd met Geertgen Huijberts wonende De Bilt, en Bastiaen Jacobss gehuwd met Jannichgen Huijberts wonende De Bilt, Peter van Resant om een huis te transporteren en kooppenningen te innen. De lastgevers zijn mede-erfgenamen van Antonia Rutgers van Dijck in leven gehuwd met Dirck Salomonss Tonis Aertss van Dijck en de echtgenote van Gijsbert Willemss Gruijters zijn ook mede-erfgenamen van Antonia Rutgers van Dijck. Koop en verkoop door Jan Beerntss c.s. aan Johan Hagenaer wordt goedgekeurd.

Op 8 mei 1665 procureren de erven Anthonia Rutgers van Dijck in leven gehuwd met Dirck Salomonsz van Arnhem, Peter Jansz van Resant weduwenaar van Metgen Rutgers van Dijck zuster wonende De Bilt, zijn kinderen, Trijntgen Rutgers van Dijck zuster weduwe Anthonis Baers wonende De Bilt, de kinderen van Aert Rutgerss van Dijck broer zijnde Thonis Aertss van Dijck, Steven Aertss van Dijck, Cornelis Aertss van Dijck, Ghijsbert Aertss van Dijck, twee onmondige kinderen bijgestaan door hun moeer Maijchgen Adriaens weduwe Aert Rutgerss van Dijck wonende Driebergen, Thonis Cornelisz Baers gehuwd met Geertgen Huijberts dochter van Huijbert Rutgersz van Dijck broer wonende De Bilt, Bastiaen Jacobsz gehuwd met Jannichgen Huijberts dochter van Huijbert Rutgersz van Dijck broer wonende De Bilt, en Gijsbert Willemsz Gruijter gehuwd met Trijntgen Huijberts dochter van Huijbert Rutgersz van Dijck broer wonende Montfoort, Anthoni Houtman notaris ‘s hoffs van Utrecht om voor het gerecht van Utrecht een huis c.a. en 2 kameren te transporteren ten behoeve van Johan de Vrij te Utrecht, een huis c.a. ten behoeve van Joost Cornelisz int Velt, een huis c.a. ten behoeve van Cornelis van Lottum en een huis c.a. ten behoeve van Caspar Jansz Lemmen, schilder te Utrecht en kamer ten behoeve van Conde Adamss. De huizen zijn openbaar verkocht Dirck Salomonsz van Arnhem, in leven timmerman te Utrecht.

Kinderen:

1  Cornelis Rutgersz van Dijck, overleden < 2 november 1652. Gehuwd met Aeltgen Jans

2  Aert Rutgersz van Dijck, overleden < 11 februari 1665. Gehuwd met Maijchgen Ariens

Huijbert Rutgersz van Dijck

4  Anthonia Rutgers van Dijck, overleden < 8 mei 1665. Gehuwd met Dirck Salomonsz van Arnhem, timmerman, overleden < 5 november 1664

5  Metgen Rutgers van Dijck, overleden 1664-1665. Gehuwd met Jacob van Resant. Gehuwd met Peter Jansz van Resant, overleden 1681-1682

6  Trijntgen Rutgers van Dijck. Gehuwd met Anthonij Baers, overleden < 8 mei 1665

7  Laurens Rutgersz van Dijck


6656  Dirck Teunisz Cool, zoon van Theunis Theunisz Cool en Mari Theunis Cool, geboren ca. 1576, overleden 1634-1642

Gehuwd met

6657  Peterken Claes Deventer, dochter van Claes Willemsz Deventer en Adriana Joosten, geboren ca. 1579, overleden < 25 juli 1621

Op 25 juli 1621 te Leerdam Dirck Thonisse Cool gehuwd met Peterke Claes zaliger als boedelhouder van hun onmondige kinderen met name Thonis, Anneke, Jantie, Willem, Lijske en Floris Dircxs, geassisteerd met zijn broer Theunis Theuniss Cool, te eenre, en Claes Willemss Deventer, als bestevader van de kinderen te andere, deling van hun moederlijke goederen.

Op 17 februari 1631 te Leerdam verschijnen Joost Claessen, als oom, en Dirck Toniss Cool, als vader van Thonis, Anna, Lijsken, Willem ende Floris Dircxs Cool, verwekt bij Dirck Toniss Cool en Peterke Claes zaliger, alsmede Cornelis Thoniss Cool gehuwd met Willemke Claes, en Claes, Arien, Jan en Abraham Claess voor hun zelf en tesamen kinderen van Claes Willemss Deventer zaliger. De deling is als volgt: Claes Claessen met de gezamenlijke weeskinderen van Dirck Thoniss 3 morgen op het Hoogeind van Middelcoop genaamd ‘de grote Geer’, boven de staagh aan de kleine Geer en beneden de Middelcoopse vliet, Cornelis Thoniss Coole en Jan Claessen 2 morgen op Leusdorp genaamd ‘de Sescamp’, strekkende van Gerit Jansen Verhups tot Jacob Gijsbertse en verder tot de Drift, boven de kerk van Leerdam en beneden Herberen Jansen en Roeloff Aertsse de Feijter, nog het voorhuijs, berg en schuur op de Geeren in Nuland waar Merten Dircx en zijn huijsvrouw zaliger op plachten te wonen. Willem Claessen de helft van 2 morgen genaamd de ‘cleijne Geer’ op Hoog Middelcoop met nog 200 gld sprekende op Lambert Roelofse, Abraham Claesse de wederhelft van de cleijne Geer en het huis waarin Claes Willemss zaliger in te wonen placht. Joost en Arien Claessen 2½ morgen op Middelcoop, boven Jan Ariense en beneden de kerk van Leerdam. Op 30 mei 1634 Joost, Willem, Claes, Arien Claes, Jan en Abraham Claess en Cornelis Thoniss gehuwd met Willemke Claes en Dirck Toniss gehuwd met Peterke Claes zaliger, als vader van hun 5 kinderen, alle tesamen kinderen en erfgenamen van Claes Willemss Deventer zaliger, transporteren aan Herbergen Tijsberts een hofstad en huis, boven Jenneke Cornelis en beneden Cornelis Crijnen, strekkende van de halve Nieuwstraat tot Waligh Peterss.

Uit dit huwelijk:

Teunis Dircksz Cool

2  Anna Dirks Cool

3  Jannigje Dirks Cool

4  Lijsje Dirks Cool

5  Willem Dirks Cool

Floris Dircksz Cool


6658  Jasper Jacobsz

Gehuwd met

6659  Aertken Marcelis

Uit dit huwelijk:

Heijltje Jaspers


6680  Joost Barten

Gehuwd met

6681  Fijken Govers

Uit dit huwelijk:

Govert Joosten


6682  Cornelis Heijmensz de Raet, landbouwer, veehouder te Zijderveld, zoon van Heijmen Cornelisz en Gerrichen NN, geboren ca. 1555, overleden 1632-1633. Gehuwd < 13 februari 1582 met Geertken Jan Everts

Gehuwd met

6683  Marij Merten Jans, dochter van Merten Jansz, overleden < 16 januari 1612

Hij verkoopt op 20 maart 1597 voor f 28 een hoet haver aan Jan Petersz. Buth en op 1 april 1598 voor f 143 zeven hoet haver aan Hendrick Haelwech. Cornelis is landbouwer/veehouder te Zijderveld, alwaar hij in 1612 woont. Hij bezit op 2 augustus 1628 2 huizen en ca. 35 morgen leen- en allodiaal land in de polders Lang-Bolgerijen, Over-Boeicop en Over-Zijderveld met daarnaast nog 8 koeien en 8 kalveren. Hij koopt en verkoopt diverse malen land in dezelfde polders en op de polder Kortgerecht en hij verstrekt diverse malen geldleningen aan personen en instanties.

Uit dit huwelijk:

1  Heijmen Cornelisz de Raet, overleden 1651-1654. Ondertrouwd op 25 januari 1629 te Zijderveld en gehuwd op 13 februari 1629 te Heikop met Anna Jans Neck, overleden 1667-1679

2  Jan Cornelisz de Raad, kerkmeester te Zijderveld, overleden 1660-1662. Gehuwd februari-maart 1640 (ondertrouw 23 februari 1640) te Zijderveld met Maaijken Jans, overleden < 1704

3  Gerrigjen Cornelis, overleden 1672-1678. Gehuwd < 1 oktober 1613 met Gerrit Jaspersz, schepen van Everdingen en Zijderveld (1616-1618, 1624-1626, 1631), kerkmeester te Zijderveld (1621, 1626-1627), overleden 1634-1636. Ondertrouwd op 9 juni 1639 te Zijderveld met Aert Gijsbertsz, schepen van Everdingen, Zijderveld en Goilberdingen, heemraad te Zijderveld (1661), geboren te Lexmond, overleden 1667-1670

Aaltje Cornelis


6688  Jan Coenen, schepen van Hagestein (1593, 1596-1598), lage heemraad (1600, 1606), zoon van Coen Melisz en Truijtgen Peters, geboren ca. 1565, overleden 1626

Gehuwd met

6689  (?) Jannichje Bastiaens

Uit dit huwelijk:

Coen Jansz

2  Sebastiaen Jansz

3  Truijchgen Jans

4  Gerrichgen Jans


6696  Willem Jansz Buijser, overleden november 1615 (overluidingen 24 november 1615 te Utrecht)

Gehuwd met

6697  Cunera Harmans van Valckenborch, dochter van Harmen Roelofsz van Valckenborch, begraven 13 mei 1639 in de Buurkerk te Utrecht (#). Ondertrouwd op 16 augustus 1618 te Utrecht (#) met Jacob Jacobsz van Herwijck. Ondertrouwd op 23 december 1627 en gehuwd op 30 december 1627 te Utrecht met Jochem van Schaegen, wachtmeester van de stad Utrecht, geboren te Amsterdam

Op 5 juli 1634 stelt Willem Harmanss Buijser zijn testament op. Hij benoemt zijn grootmoeder Cunera Harmansdr van Valckesteijn tot erfgenaam. Na het overlijden van zijn grootmoeder successie op neef Peeter Janss Buijser en nicht Aeltgen Jans Buijser. Op 27 november 1634 wijst Cunera Harmans, weduwe van Willem Janss Buijser, prelegaat toe aan Willem Harmanss Buijser, zoon van Harman Buijser, en bepaling met betrekking tot het verband op de erfporties van de kinderen van beide haar overleden zonen (verwijzing naar het testament van dd 10 oktober 1629).

Op 12 augustus 1636 tekent Henrick van Harwijck, geweldige provoost des Stichtschen regiments, voor voldoening vaders versterf door Cunera Harmans van Valckenborch, weduwe van Jacob van Herwijck, vader, in leven maior der stadt Utrecht (deze akte is niet gepasseerd, gefingeerde datum).

Op 2 mei 1639 stelt Cunera Harmans van Valckenborch, wonende in de Joffrouwenstraet te Utrecht, haar testament op. Zij benoemt tot erfgenamen Willem Harmanss Buijser, zoon van Harman Buijser en Mechtelt van Harwijck, de kinderen van Johan Buijser en Hillichgen van Wijck, Peeter Buijser en Aeltgen Buijser.

Uit dit huwelijk:

Harman Willemsz Buijser

2  Jan Willemsz Buijser, overleden < 17 september 1637. Gehuwd met Hillichgen van Wijck


6698  Jacob Jacobsz van Herwijck, wachtmeester der stad Utrecht, zoon van Jacob van Herwijck, begraven 25 september 1626 in de Buurkerk te Utrecht (#). Ondertrouwd op 16 augustus 1618 te Utrecht (#) met Cunera Harmans van Valckenborch

Gehuwd met

6699  Hendrickien van Oosterhout, overleden < 16 augustus 1618

Op 28 november 1623 een akte van erftelijke losrente door de Staten van Utrecht ten gunste van Cunera Hermans, echtgenote van Jacob van Herwijck Jacobszone, ten laste van het voormalige Karthuizerklooster Nieuwlicht bij Utrecht en ten behoeve van een lening voor de aankoop en opslag van graan voor de armen vanwege de prijsstijgingen van graan. Afgelost 1653.

Uit dit huwelijk:

1  Hendrick van Herwijck, geweldige provoost der Stichtse regiments, begraven 19 september 1636 te Utrecht. Ondertrouwd op 17 januari 1619 te Utrecht met Johanna van Broeckhuijsen

Mechtelt Jacobs van Herwijck

3  Annichje Jacobs van Herwijck, begraven 1 november 1647 in de Buurkerk te Utrecht

4  NN Jacobs van Herwijck, begraven 7 oktober 1624 te Utrecht

5  NN Jacobs van Herwijck, begraven 27 november 1626 te Utrecht

6  NN Jacobs van Herwijck, begraven 1 september 1628 te Utrecht


6700  Johan van Putten, schoolmeester van de Oude Munster, zoon van NN van Putten en NN Peters van Calcar, overleden < 28 december 1617

Gehuwd met

6701  Elisabeth Jacobs van Blijenberch, dochter van Jacob van Blijenborch, overleden december 1617 (overluiding 28 december 1617 te Utrecht)

Op 7 september 1587 en 9 januari 1588 benoemt Christina Peters van Calcar, gehuwd met Anthonis de Roe, haar zuster’s zoon Jan van Putte, schoolmeester van de Oudemunster, tot haar erfgenaam, op last van lijftocht aan haar echtgenoot. Op dezelfde datum benoemt haar echtgenoot Anthonis de Roij tot zijn efgenaam zijn broer Cornelis Jansz de Roe, zijne helft ende alle gerechticheit aen de huijsinge en de hofstede aan de oostzijde van de graft genaamt Gulden Vliesch naar Jan van Putte.

Uit dit huwelijk:

1  Cornelis van Putten, overleden < 15 september 1611. Gehuwd met Josina Pieters van Zuijlen

2  Ida van Putten, overleden juli 1624 (overluiding 10 juli 1624 te Utrecht), begraven 13 juli 1624 in de Buurkerk te Utrecht

Balthazar Jansz van Putten


6702  Cornelis Geleijnsz, overleden < 2 maart 1616

Van 2 maart 1616 dateert een akte van uitgifte voor de Sint Stevensabdij van Benedictinessen te Oudwijk bij Utrecht, van een erfelijke losrente door Herman Dircsz, namens zijn vrouw Judith van Lennip, aan Balthasar van Putten, chirurgijn te Utrecht, en Anthonis van Triest, voogden van de drie kinderen van Cornelis Geleijnss.

Kinderen:

Johanna Geleijns

Niesgen Geleijns. Gehuwd op 8 juli 1620 voor het gerecht te Utrecht met Claes Jansz van Geersbergen

3  Cristina Geleijns. Gehuwd op 18 mei 1622 voor het gerecht te Utrecht met Willem Willemsz van der Steech


6708  Arien Willemsz Deventer, alias Hertoch, bouwman, zoon van Willem Claesz Deventer en Willemke Ghijsbrechts, geboren ca. 1563, overleden 1628-1632. Gehuwd met Anneken Cornelis de Weerdt, overleden 1644-1646

Gehuwd < 1586 met

6709  Neeltje Geerlofs, dochter van Geerlof Claesz en Toenken Everts, geboren ca. 1562, overleden ca. 1600. Gehuwd met Aert Dircksz

Op. 9 april 1572 koopt ‘Toenken Gerloff Claessen weduwe met Gerit Evertsen haeren broeder, haeren gecoren voocht in desen, Aert Dircksen als voocht in desen van Claes Geerloffsen ende Aelken Geerloffsdr.’ aan Geertgen de weduwe van Jan Cornelissen een ‘huijs hoff ende erfft sulcx dat gelegen is aen den Leerdamschen diefdijck boven Jan van Delffs erff aff ende beneden cum suis Floris Roeloffsen erve, streckende vanden Geersloot aff, tot Gielis Roeloffsen ende Aeffken Jan Cornelissen toe.’ De genoemde Aert Dircxsen was toen al gehuwd met Neelken Geerloffsdr. Het is Aeltgen Geerloffsdr. (de zus van Neelken), die bijna 47 jaar later, op 29 januari 1629 en 9 juli 1629, het familieverband bevestigt. De kinderen van Neelken, te weten Geerloff Ariaensen, Willem Ottensen en Jan Ariaensen, zijn dan ‘allen tesamen erfgenamen van hun meue zaliger Aeltge Gerloffs.’ Deze Aeltgen Geerloffsdr was gehuwd met Willem Dircxsen, die overleden is voor 3 maart 1606. Ze woonden toen te Leerbroek.

Op 9 maart 1586 wordt bepaald dat ‘Arien Willemsen als getrout hebbende Neelken Gheerloffsdr, die eerste ten echte gehadt heeft Aert Dircxsen zaliger’ alle goederen krijgt, die Neelken en Aert in leven onverdeeld samen hadden en de beide broers van Aert Dircxsen. Henrick en Dirck Dircxsen treden op als voogden voor het nagelaten weeskind van Aert Dircxsen en Neelken Gheerloffsdr, met ‘naemen Aert Aertsen’. In deze akte koopt Arien Willemsen het kind uit door hem 50 Karolus gulden te geven wanneer hij 18 jaar oud is. Tien maanden later, op 30 januari 1588, krijgt het weeskind (maar nu blijkt het een dochter te zijn) Aertken Aertsdr. 50 gulden aan geld van haar grootmoeder Marij Dircxsdr, weduwe van wijlen Dirck Henricxsen. De beide zoons van Marij Dircsdr (Henric en Dirck) erven de gehele boedel. De grootmoeder koopt het kind dus ook uit. Overigens koopt Aert Dircxsen op 11 december 1571 van Emmeken, dochter van Willem Dobbe zaliger, een ‘huijs ende hoffstadt, griendinge ende bepotinge sulcx gelegen is aen den Leerdamschen dieffdijck, boven Cornelis Gerritsen Swanck ende beneden die naecomelingen van Pauwel Aerts, streckende vande oestslagen aff, tot die Geersloot toe.’ Aert stelt als onderpand 4 mergen in de polder de Geeren, welke recht voor zijn huis lag.

Op 18 juli 1593 geeft de Hogendijk-Heemraad Hendrick van Veen Berntsen aan Adriaen Willemsen Deventer het ‘recht en gerechtigheden van dijck en dijckhandelinge op Nieuschaijck, streckende vande halven Geersloot aff tot de halven dijcksloot ofte Langen Willecen toe ende die mede boven naastgelant is Aert Hermensen ende beneden Adriaen Willemsen voors. Ende gelooffde hem deselve opdracht te waeren ende alle voorcommer aff te doen nae den rechten vanden Landen, daer onder stellende ende hypotequerende die Oostlangen ende het halff weerken lants daer teijnden aen gelegen.’ Hier wordt bepaald door het polderbestuur dat het stuk dijk tussen Aert Hermens en Adriaen Willemsen Deventer, door Adriaen onderhouden moest worden; zo niet, dan kostte hem dat het land dat als onderpand aangegegeven was. In een akte hiervoor heeft Lucas Dircxsen deze dijkhandelinge verkocht aan Henrick van Veen Berntsen. Bijna twee jaar later, in maart 1595, memoreren de schepenen van Leerdam het volgende: ‘Memorie in dese jaere van 95 in Marti was het hoegenwater noot, oversulcx dat die Betuwe doerbraeck mit den Dortschen we.. omtrent Hartogsvelt ende ‘t water stont voor den dijefdijck, op ten dijck, oock was de waeldijck duergebrocken, dat Asperen ende Heukelum . . . met haere naeburen mede blanck stonden.’ De dijk was dus doorgebroken bij zijn huis.

Op 22 juni 1600 in een proces tussen Steven Corneliss van Hundert (de eiser) en Theunis Theunissen (Cool) en Adriaen Willemsen Hertoch (verweerders), blijken Theunis en Adriaen beiden gezworenen te zijn. Ze zijn dan waarsman of heemraad. De schepenen wijzen hier op de goede manieren van beide partijen. Op 25 januari 1601 vervolgt Jan Henricxsen (waarschijnlijk de man van Marijken Willems, de zuster van Adriaen) Adriaan Willems den Hertoch, voor een zekere kwestie. Op 8 december 1602 zijn Claes Deventer, Ghijsbert Willemsz. Deventer, Adriaen Willemsz. Hertoch en de weeskinderen van Jan Henricxs, geprocureerd bij Marijken Willemsdr, gezamenlijk erfgenamen van Anna Willemsen, die gehuwd was met Frans Theunissen. Adriaen krijgt 40 Karolus gulden en samen met zijn broer Gijsbert nog 3 mergen land op Middelkoop, genaamd den Hoefcamp, en nog 2 mergen land op Cleijn-Oosterwijk, te weten de Braekgraeffscamp. Op 6 februari 1603 beloven Claes Willemsz., Ghijsbert Willemsz. en Adriaen Willemsz. Deventer, gebroeders, en de weeskinderen van Jan Henricxsen een oude schuld van hun zwager Frans Thonisz van 132 Karolus gulden te betalen aan Herberen Fleuren. De betaling vindt plaats op 13 juni 1610.

Op 26 januair 1608 geeft Gijsbert Willemsen Deventer aan zijn broer Adriaen Willemsen Deventer een mergen land gelegen op Hooch-Oosterwijck ‘onverscheiden ende onverdeijlt met den voornoemde Adriaen Willemsen, streckende voor vande halven Broeckgraeff aff, tot Cornelis Heijndricks en Jan Heijndricks weeskinderen halven dwarssloot toe, boven gelant onsen Ed. Heere ende beneden de Vicarije tot Heuckelum. Op 2 november 1611 geeft Arien Willemsen Deventer aan Cornelis Jansen Verhups (de zwager van zijn broer Gijsbert) de 2 mergen land op Hooch-Oosterwijck. Arien stelt als onderpand (vanwege de schulden op dat land) zijn hofstede aan de Leerdamse Diefdijk, boven belend Aert Aertsen en beneden Jan Dircksen, strekkende van de Nieuschaijckse halve dwarssloot af tot de halve wetering in de Geeren toe. Verder geeft op 20 mei 1612 Adriaen Willemsen Deventer aan Gijsbert Willemsen 2 mergen land op Hooch-Oosterwijck genoemd de ‘Hoefcamp’, ‘strekkende van Willem Aelbertsen halven dwarssloot aff, tot de halve middelweteringe toe, boven Jacob Berentsen cum suis ende beneden Aert Verlaer Brouwer tot Culemborgh’.

Op 8 juni 1613 is er een proces tussen Sr. Johan de Bije, als gemachtigde van Sr. Dirck Dobben, Auditeur van de rekenkamer van Aertshertoge van Rijssel, als eiser, en Arien Willemsen Deventer, Jan Dircxsen, Jan Jansen Mol en de erven van Otten de Leeuw als gedaagden. Hierin vonden kennelijk de gedaagden de koop (vermeld in een akte gedaan voor de schepenen van de stad Cortrijke in Vlaanderen op 11 augustus 1610) van het land in de polder de Geeren, te duur. De schepenen van Leerdam concluderen echter van niet. De gedaagden moeten de gestelde prijs betalen. Voor Adriaen Willemsen Deventer betreft het 4 mergen in de Geeren, strekkende van de Cuijlenborgse Vliet af tot de halve Geersloot toe, boven belend de weduwe van Thonis Thonissen Cool en beneden de Kartuizers buiten Geertruidenberg en dat met een last van de erfrente van 12 gulden per jaar die de voornoemde Kartuizers daarop sprekende hebben. Adriaen koopt dit voor 975 gulden. Op 2 april 1614 is Leendert Franken borg voor Dobbe. Op 11 mei 1614 heeft Adriaen betaald. Zo ook de anderen, te weten Jan Dircxen 4 mergen, Jan Jansen Mol 3 mergen en Willem Otten de Leeuw ook 3 mergen.

Op 12 mei 1614 worden Arien Willemsen Deventer en Cornelis Thonissen als waarsluiden van de polder de Geeren gedaagd voor de eiser Hugo van de Velden, de schout van Leerdam; de schepenen wijzen hen echter op goede manieren. We weten niet waarvoor ze procederen. Op 4 februari 1619 heeft Arien Willemsen Deventer als waarsman van de Geeren vastgesteld in het bijzijn van de schepen Jan Paschier van Dongen dat Herberen van Buijtendijck als schout van den Broeck 4 gulden interest over het jaar 1614 krijgt. Op 9 december 1621 compareren Jan Dircksen Stootniet en Cornelis Theunissen Cool ‘ende hebben gelicht (het heffen van een belasting) uijt handen vande Schepen Dongen’ de som van 4 gulden, die op 4 februari 1619 ‘onder hen geconfigneert waren ten behoeve van Herberen van Buijttendijck als schout van Broeck bij Arien Willemsen Deventer als dier tijt waersman van de Geeren.’ De schepen van Dongen zal hen vrijhouden van kosten. Op 17 januari 1622 wordt hij (met een aantal anderen) veroordeeld tot het betalen van een boete van 50 gulden en de kosten, en wel ‘over ‘t feijt van het affgraven van de Nieuschaijcksen Cade bij hem ..te geven voor saet? geplacht.’ Op 29 mei 1623 is hij schuldig aan een geldschieter Anthonis Ariensen Focker een rente van 6-5-0 gulden per jaar voor de som van 100 gulden. Hij stelt als onderpand de 4 mergen in de Geeren, boven belend Theunis Theunis Cool en beneden de Furstliche Generael, strekkende van de Culemborgsche vliet af tot de halve Geersloot toe. Dit is betaald op 30 januari 1639. In een volgende akte stelt Arien Willemsen Deventer zich met als zijn goederen borg voor zijn zoon Geerlof Ariensen, die ook aan Anthonis Ariensen Focker een jaarlijkse rente van 15 gulden schuldig is voor het lenen van 300 gulden. Dit is betaald op 24 april 1647.

Op 25 juni 1626 moeten Arien Willems Hartoch en Dirck Jochums betalen voor de huur van land in 1624 en 1625 aan Jonker Hermen van Ittersum. Deze Van Ittersum heeft land vlakbij de hofstad van Arien. Op 12 juli 1626 leent Arien Willemsen Hartogh weer geld van de vrouw van Focker (Grietien Melsen), te weten 150 gulden met een rente van 9 gulden 15 stuivers per jaar. Weer stelt Arien als onderpand de 4 mergen in de Geeren, boven belend Thonis Thonis Cool en beneden Prins van Orange. De lening is terugbetaald op 23 juni 1640. De laatste vermelding van Arien tenslotte is een pachtcontract. In 1628 pacht Arien Willemsen Hartoch land aan de Diefdijk om 17 schilt ‘den hoop’. Zijn borgen zijn Geerlof Ariens en Willem Otten. Geerlof was eerder pachter daarvan.

Uit dit huwelijk:

Geerlof Ariensz den Hertogh

2  Maaijcken Ariens den Hertogh. Gehuwd met Willem Ottensz de Leeuw, overleden < 1652

3  Willemken Ariens den Hertogh. Gehuwd met Jan Ariensz


6710  Hendrick Thonisz, geboren ca. 1560, overleden < 1630

Gehuwd met

6711  Neeltje Roelofs, geboren ca. 1560, overleden < 1630

Uit dit huwelijk:

Neeltje Hendricks


6712  Jan Damme

Kinderen:

1  Cornelis Jansz Damme

2  Lijntgen Jans Damme

3  IJntgen Jans Damme

4  Aeltgen Jans Damme

Jan Jansz Damme


6714  Leendert Hermansz Pijl, zoon van Herman Pietersz Pijl, geboren ca. 1550

Kinderen:

1  Cornelis Leendertsz Pijl, geboren ca. 1583, overleden < 1647. Gehuwd ca. 1613 met Pleuntge Willems, overleden < 1669

2  NN Leenderts Pijl. Gehuwd met Arijen Bastiaensz Coelhoeck, geboren ca. 1582, overleden > 1657

Marijke Leenderts Pijl


6716  Pieter Cornelisz Stout, kerkmeester te Alblasserdam, zoon van Cornelis Dircksz Stout en Lijntje Gorisse, geboren ca. 1545, overleden 1628-1630

Gehuwd met

6717  Ariaentge Cornelis, overleden > 1638

Uit dit huwelijk:

1  Ariaantje Pieters Stout, geboren ca. 1575, overleden < 1623. Gehuwd met Pieter Cornelisz Crijgsman

2  Cornelis Pietersz Stout, geboren ca. 1577, overleden < 1628. Gehuwd met Neeltje Crijnen, geboren ca. 1590, overleden < 1636

Jan Pietersz Stout

4  Maijke Pieters Stout, geboren ca. 1582. Gehuwd met Jan Cleijssen


6718  Cornelis Thonisz Redelijckheijt, linnenwever te Alblasserdam (1593), geboren ca. 1538, overleden 1614-1615. Gehuwd > 31 december 1615 met Neeltge NN

Gehuwd met

6719  Aertken Jans

Uit dit huwelijk:

1  Geertje Cornelis Redelijckheijt. Gehuwd met Pouwel Pietersz

2  Aertgen Cornelis Redelijckheijt, overleden 2 februari 1623. Gehuwd met Rien Arien Jansz, overleden < 21 april 1620

3  Cornelis Cornelisz de Redelijckheijt, geboren ca. 1583 te Alblasserdam, overleden 6 december 1643. Gehuwd met Mariken Pieters, overleden 1618-1620. Ondertrouwd op 4 april 1620 te Hoornaar en gehuwd op 20 april 1620 te Goudriaan met Ursula Floren, geboren ca. 1594 te Bergambacht, overleden 13 maart 1672

4  Wouter Cornelisz Redelijckheijt, overleden < 7 maart 1632. Gehuwd met Lijntgen Davits, overleden < 3 juli 1625. Gehuwd met Pleuntge Maertens, overleden < 25 augustus 1632

5  Lenaert Cornelisz Redelijkcheijt, kerkmeester (1628-1630), overleden 1630. Gehuwd met Trijnken Cornelis, geboren te MIjnsheerenland, overleden > 21 juni 1630

Bastiaentje Cornelis Redelijckheijt

7  Anthonis Cornelisz Redelijckheijt, heemraad (1624), overleden > 30 februari 1643. Gehuwd met Pietertgen Maertgens

8  Jan Cornelisz Redelijckheijt, kerkmeester te Alblasserdam (1625-1628, 1633-1635), heemraad (1633), overleden 15 november 1668 te Alblasserdam. Ondertrouwd op 19 maart 1623 te Alblasserdam met Anneken Willems, geboren ca. 1600 te Nieuwpoort, overleden < 12 februari 1625. Gehuwd op 28 februari 1626 te Alblasserdam met Pietertjen Pieters Pijl, geboren te Alblasserdam

9  Jacob Cornelisz Redelijckheijt


6880  Willem Worff

Kinderen:

Claes Willemsz Worff

2  Adriaen Willemsz Worff, overleden < 20 mei 1651


6904  Willem Schrevelsz van Steeckelenborch

Kinderen:

1  Schrevell Willemsz van Steeckelenborch, schoenmaker te Montfoort, overleden > 4 augustus 1690. Gehuwd met Baertgen Jans van Mourick, overleden > 4 augustus 1690

Aert Willemsz van Steeckelenburgh

3  Hilliggen Willems van Steecklenburch, overleden < 7 juli 1662. Gehuwd met Tonis Gerritsz Lepelaer


6906  Cornelis Jacobsz Ram, voerman, zoon van Jacob Cornelisz Ram en Joosgen Cornelis, geboren 1577-1578, begraven (?) 2 mei 1636 te Utrecht (#). Gehuwd op 11 juli 1635 voor het gerecht te Utrecht met Claesgen Dirx

Gehuwd op 15 april 1604 in St. Jacob- en Catharijnekerk te Utrecht (#) met

6907  Marrichje Cornelis Vereem, dochter van Cornelis Aertsz Vereem en Elisabeth Jans van Roijen, geboren ca. 1580, begraven 25 maart 1633 te Utrecht (#)

Op 27 april 1631 hebben Cornelis Vereem den ouden en Burchgen Knijffs, 76 jaar, wonende buijten St. Catharijnen, vanwege schulden en in verband daarmee de angst door crediteuren aangepakt te worden, hun bleekveld met huis, gelegen buiten St Catharijne en een huis aan het Ellendigen Kerkhof, pro forma getransporteerd aan hun zoon, Cornelis Vereem de jonge, met de afspraak dat de bleek ook officieel weer aan comparanten zou toevallen als de schuld aan Maria, weduwe van Jan Stevensz Drievouts afgelost zou zijn en hij ontlast zou zijn, als medeborg voor Cornelis Jacobsz Ram, zwager van comparanten, ten behoeve van Maria.

Op 16 januari 1632 koopt Cornelis Jacobsz Ram, voerman buijten Ste Catharijnen, van Gerrit Henrixsz van Vollenhooff, schoenmaecker te Utrecht, een halve loods aan de Cingel buijten Ste Catharijnen. De recognitie van fl 6-0-0 jaarlijks die aan de stad Utrecht betaald moest worden in ruil voor toestemming voor het bouwen van de loods, is al jaren niet meer geïnd en wordt derhalve als vervallen beschouwd. Indien de recognitie weer opgeëist wordt, zal verkoper koper bijstaan inzake kwijtschelding van de recognitie.

Op 1 juni 1633 Cornelis Jacobsz Ram, 55 jaar, en Jan Brouwer, wagenvoerders buijten St. Catharijnen, hebben voor de Staten Generaal gereden.

Op 22 april 1637 verkopen Claesgen Dirx, laatst weduwe van Cornelis Jacobsz Ram en wonende buijten St. Catharijnen, en (schoon)kinderen en erven van Cornelis Jacobs Ram, een halve loodse aan ‘t Cingell buijten Catharijnen aan Henrick Willemsz Blockhoven. De erven zijn Cornelis Cornelisz Ram, Dirck Cornelisz Ram, Aert Willemsz Bleijcker gehuwd met Emmichgen Cornelis Ram, en Neeltgen Cornelis Ram.

Uit dit huwelijk:

1  Jacob Cornelisz Ram. Gehuwd op 20 november 1630 voor het gerecht te Utrecht met Jannichen Pauwels Thonis

Emmichje Cornelis Ram

3  Elisabeth Cornelis Ram. Gehuwd met Jan Petersz van Lotthem

4  Cornelis Cornelisz Ram. Gehuwd op 21 mei 1636 voor het gerecht te Utrecht met Annichgen Pauls

5  Dirck Cornelisz Ram, voerman. Gehuwd op 22 april 1643 voor het gerecht te Utrecht met Annichgen Willems

6  Neeltje Cornelis Ram, overleden 1681. Gehuwd met Wouter Jacobsz Wantenaer, overleden < 21 september 1657. Gehuwd met Sweer Dircksz


7052  Huijch Jansz van Nesch, overleden < 17 februari 1630

Gehuwd met

7053  Cornelia Marcelis van Schaijck, overleden < 20 december 1645. Gehuwd met Adriaen Jansz Wttewael. Gehuwd met Gerrit Gerritsz Wttewael

Op 17 december 1630 octrooi voor Cornelia van Schaijck, weduwe Huijch Jansz van Nesch, int Wael. Op 15 januari 1631 Cornelia Marcelidr van Schaijck, lest weduwe Huijch Jansz van Nesch, wonend Tul en Waell, zoon Marcel Adriaensz Wttewaell bij eerste man Adriaen Jansz, twee zoons bij Gerrit Gerritsz haar 2e man en 2 bij laatste man, sprake van land in SW op de Trijp.

Op 20 december 1645 worden de huwelijkse voorwaarden opgesteld van Bastiaen Cornelisz Bauwman en Maeijchen Gerrits Wttewael. De bruid brengt mede in het huwelijk vijftienhonderd gulden, haar aangekomen uit de erfenissen van haar overleden vader en van haar grootmoeder, wijlen Cornelia van Schaijck, laatst weduwe van Huijch Jansz van Nesch. Op 3 november 1649 worden de huwelijkse voorwaarden opgesteld van Jan Gerritss Wttewael, bruidegom wonende te Schalckwijck, en Jannichgen Hendricxdochter van Ochuijsen, bruid. Naast bouw- en weiland, brengt de bruidegom ‘tevens vee, gereedschap van de bouwerij en melkerij op betreffende hofstede en inboedel in bruidegom neemt van zijn moeder het recht van voorkoop van 10 morgen bouwland, weiland en boomgaard met huis te Tull en ‘t Waal over waarvan hij het bouwland ten halve mag gebruiken. Bovendien neemt hij land over die door zijn moeder gehuurd worden in hetgeen bruidegom meekrijgt zij begrepen de erfporties in de nalatenschappen van zijn vader en Cornelia van Schaijck, grootmoeder, in leven weduwe Huijch Janss van Nesch’.

Uit dit huwelijk:

1  Jan Huijgen van Esch

Gerrit Huijchensz van Nes


7124  Jan Cornelisz van Zijl, timmerman te Jaarsveld, zoon van Cornelis Willemsz van Zijl en Heilwig van Brederode, geboren ca. 1595 te Jaarsveld, overleden < 25 december 1650

Gehuwd op 5 mei 1612 te (?) Jaarsveld met

7125  Catharina Gerrits Crieck, dochter van Gerrit Cornelisz Crieck en Barbara Adriaans, geboren ca. 1598 te Jaarsveld, overleden < 1669

Uit dit huwelijk:

1  Pietertje Jans van Zijl, geboren ca. 1618, overleden ca. 1656 te Jaarsveld. Ondertrouwd op 28 november 1641 en gehuwd 19 december 1641 te Jaarsveld met Jan Jansz de Boode, snijder, geboren ca. 1615 te Jaarsveld, overleden ca. januari 1691 te Jaarsveld

Cornelis Jansz van Zijl

3  Aaltje Jans van Zijl, geboren ca. 1623, overleden 23 juli 1675 te Benschop en begraven 26 juli 1675 in de kerk te Benschop. Ondertrouwd op 9 april 1623 en gehuwd op 23 april 1643 te Jaarsveld met Huijbert Pietersz Strick, geboren ca. 1620 te Haastrecht, overleden 7 september 1668 te Benschop, begraven 14 september 1668 in de kerk te Benschop


7126  Aart Willemsz de Lange, zoon van Willem Aertsz de Lange, geboren ca. 1590, overleden < 1647

Gehuwd met

7127  Aafje Barts Rietveld, dochter van Bart Gerritsz Rietveldt en Cornelia Adriaen Pouwels, geboren ca. 1600

Uit dit huwelijk:

1  Gerrit Aarts de Lange, geboren ca. 1619 te Benschop. Gehuwd met Jannigje Aarts. Gehuwd met Burgje Aarts

2  Bart Aarts de Lange, geboren ca. 1620 te Benschop. Gehuwd met Aafje Egberts

3  Barbara Aarts, geboren ca. 1620 te Benschop. Gehuwd op 29 januari 1643 te Lopik met Joost Gijsberts de Coole, geboren ca. 1605 te Lopik

Hilligje Aarts de Lange

Willem Aarts de Lange, geboren ca. 1625. Gehuwd met Jannigje Aarts


7128  Adriaen Jansz Blancken, zoon van Jan Blancken, geboren ca. 1605, overleden 1646 te Brakel (#)

Gehuwd met

7129  Maijken Otten van Vianen. Ondertrouwd op 18 november 1649 en gehuwd op 9 december 1649 te Brakel met Nicolaus Nicolai, schoolmeester te Brakel

Uit dit huwelijk:

Jan Adriaensz Blancken

2  Maeijcken Adriaensen. Ondertrouwd op 10 mei 1657 en gehuwd op 31 mei 1657 te Brakel met Dirck Leendertsz

3  Geurt Adriaensz Blancken. Ondertrouwd op 2 september 1666 en gehuwd te Brakel met Cornelia Cornelis van Orten. Ondertrouwd op 11 maart 1677 en gehuwd te Brakel met Maeijken Joosten

4  Reijmer Adriaensz Blancken. Ondertrouwd op 2 april 1674 en (?) gehuwd met Jenneken Jans


7130  Lenaert Baijensz, zoon van Baijen Lenaertsz en Jenneke Cornelisse van Bueren, geboren ca. 1600, overleden > 2 februari 1662

Gehuwd < 25 februari 1629 met

7131  Anthonisken Matthijsen van Andel, dochter van Matthijs Martensz van Andel en Willemke Jans, geboren ca. 1600, overleden (?) februari 1653. Gehuwd met Maurits Anthonisz Coijman, buurmeester te Zuilichem

Lenaert Baijensz is vermeld vanaf 1613 (onmondig). Hij is eigenaar van hof en land buiten de Meidijk te Zuilichem ‘omtrent de Poederoijense molen’.

Dirck Leendertsz Hogerwerff verwerft op 2 juni 1668 van zijn broers Baijen en Cornelis Hogerwerf en zijn zwager Jan Ariensen Blancken hun ‘recht in zeker huis tot Zuilichem aan de Poederoijense Vleugel’ afkomstig van hun grootmoeder Jenneken Cornelisdr van Bueren.

Uit dit huwelijk:

Willemken Leenderts

2  Baijen Leendertsz Hogerwerff, korenmolenaar te Zoelen, overleden > 1 juni 1669

3  Dirck Leendertsz Hogerwerff, schout van Poederoijen (1663), korenmolenaar te Brakel, korenmolenaar en ouderling te Herwijnen, overleden > 2 juli 1689. Ondertrouwd op 11 juli 1658 en gehuwd op 8 augustus 1658 te Zuilichem met Theuntien Cornelis Schalkis, geboren te Meuwen. Gehuwd op 19 april 1679 te Herwijnen met Gijsbertje Adriaens de Jongh, geboren te Herwijnen, overleden > 20 mei 1703

4  Matthijs Lenaert Baijensz, nabuur te Zuilichem (1665), overleden 1666-1668. Gehuwd met Lijntje Hendricks

5  Cornelis Lenaertsz Hogerwerff, overleden > 2 juni 1668


7136  Dirck Jansz Stichter, waard, bouwman, burgemeester van Vianen, zoon van Jan Aertsz Stichter en Neeltje Cornelis, geboren ca. 1570 te Vianen, overleden 22 november 1638 en begraven 25 november 1638 te Hoogblokland

Gehuwd met

7137  Geertgen Rochus, dochter van Rochus Leendertsz Gout, geboren ca. 1580 te Hoornaar, overleden < 22 maart 1638

Uit dit huwelijk:

1  Arien Stichter, weert, geboren ca. 1602, overleden 1639 te Hoogblokland

Aert Dircksz Stichters

3  Jan Dirckse Stigter, geboren 1606-1610, begraven 31 januari 1663 te Hoornaar. Gehuwd op 27 februari 1642 te Hoornaar met Ariaantje Ariens, gedoopt 15 juli 1617 te Hoornaar, overleden ca. 1655


7248  Harmen Thijmensz, geboren ca. 1555, overleden > 1599

Hij bezit en gebruikt in 1599 de helft van ‘7 mergen lands, bij eede’ onder Woudenberg. Daarnaast is hij samen Willem Sarisz, Sar Jansz en Sander Marcelisz eigenaar en gebruiker van ‘een erf geheten Rambalgen, groot 16 mergen s’jaers om 41 Carolus guldens, elx ‘t vierendeel’.

Kinderen:

Gijsbert Hermens van Lambalgen


7250  Jan Gerritsen van Landaes

Kinderen:

Weimgen Jansen van Landaes


7268  Mattheus Gerritsz van Langelaar, zoon van Gerrit Matheusz van Langelaer en Reijertje NN, geboren ca. 1560 te Scherpenzeel, overleden 1622

Gehuwd ca. 1590 met

7269  Ariaentje Sander Marcelis van Wolfswinkel, dochter van Sander Marcelisz van Wolfswinkel, geboren ca. 1565 te Scherpenzeel, overleden > 13 april 1628

Mattheus en Ariaentje erven een hofstede op de Holevoet van haar broer Jan Sandersz van Wolfswinkel.

In 1615 tekent Mattheus als ‘Matheus Gerritsen’ eigenhandig een akte betreffende een geschil tussen de Heer en de kerkmeester, schepenen en gemeensluiden van Scherpenzeel. In november-december 1615 kopen Matheus Gerritsz van Langelaer en Adriaentgen Sandersdochter te Amerongen een stuck landts, sant mit heij, water ende weij, huijs ende getimmer ende houtgewas daerop staende zoals het tegenwoordig door Peter Reijersz Bosch wordt gebruikt met nog een acker lants zuijtwerts aent voorschreven goet, strekkend tot inde Amersfoertse Grift. Op 9 december 1615 koopt Matheus Gerritsz van Langelaer te Amerongen een ackertge veenlant eensdeels aengemaeckt ende anderdeels noch aen te maecken inde Ginckel, lest gebruijckt bij Cornelis Cornelisz Oudenhoorn, groot 0,5 morgen.

Op 13 april 1628 staat in het lidmatenregister van Scherpenzeel opgetekend: ‘Adriana, Matheusen wede’.

Uit dit huwelijk:

Adriaen Mattheusen van Langelaar

2  Gerrit van Langelaar, geboren ca. 1592, overleden > 1648. Ondertrouwd op 5 juni 1617 te Scherpenzeel en gehuwd in Geldermalsen met Jacobje Jansen Kruijff, geboren ca. 1595 te Geldermalsen

3  Cornelis van Langelaar, geboren ca. 1595, overleden < 1648. Ondertrouwd op 17 januari 1619 en gehuwd op 14 december 1619 te Scherpenzeel met Wouterghen Wilmsen, geboren ca. 1600 te Emmikhuizen, overleden > 1653

4  Sander Matheus van Langelaar, lakenkoper te Veenendaal, geboren ca. 1598, overleden 1648. Gehuwd met Maria Marcelis, overleden < 24 september 1636

5  Reijertje Mattheus van Langelaar, geboren ca. 1600, overleden < 1640. Gehuwd met Rijk Gerritsz van Blotenburg, geboren ca. 1605, overleden 1648-1653

6  Jannetje van Langelaar, geboren ca. 1601, overleden 1648. Gehuwd in oktober 1640 te Veenendaal met Jacob van Zijl

7  Willem van Langelaar, lakenkoper te Amersfoort (1648) en te Woudenberg (1653), gerechtsbode te Woudenberg (1675), geboren ca. 1603. Gehuwd met Jacquemine Anthonis van Triest

8   Jan van Langelaar, schepen te Woudenberg (1669-1671), geboren ca. 1605, overleden > 5 juni 1671. Gehuwd met Meijntje Evers, gedoopt 16 februari 1616 te Amersfoort


7270  Frans Adriaansz van Triest, herbergier (1584), schout van Woudenberg (vanaf 15 maart 1587), zoon van Adriaen van Triest, geboren ca. 1560 te Woudenberg, overleden 1652 te Woudenberg

Gehuwd ca. 1585 met

7271  Jannichjen Frans van Ravesloot, dochter van Frans Jansz van Ravesloot, geboren ca. 1565 te Woudenberg, overleden 1635-1648

Op 16 februari 1583 verstrekt Frans van Triest als tweede erfgenaam van Adriaen van Triest, sijn zal. vader, een machtiging voor een procedure. Op 14 maart 1587 wordt Frans van Triest door de Staten van Utrecht benoemd tot schout van Woudenberg: “Alzoo Frans Jansz scholtus tot Woudenberch opt schrijven van de Staten van Utrecht tselve schoutampt geresigneert heeft ten behoeve van Frans van Triest sijn schoonzoon … ende de Staten geïnformeert sijnde van de bequaemheit ende neersticheit van voors. Frans van Triest”.

In 1588 is Frans samen met zijn zus Petertje erfgenaam van zijn vader Adriaan. Hij vervolgt dat jaar een gerechtelijke procedure om een schuld van inwoners van Renswoude aan zijn vader. In 1591 ontvangt Frans van Triest, schout tot Woudenberch, f 200-0-0 en jaarlijkse rente die hem van het gerecht van Woudenberg competerende is van Jacob Cornelisz, met verwijzing naar een akte van 27 september 1582 voor het gerecht van Woudenberg.

Op 24 januari 1595 Frans Jansz van Ravenhorst schout van Woudenberch en Rhijnswoude, Frans van Triest schout van Woudenberch en Rhijnswoude, Thijman Goortsz wonende te Ginckel, Dirck Aelbertsz wonende te Ginckel, en de gemeente van Ginckel, stellen Daniel van Weede en Henrick van Nijenrode aan om voor gedeputeerde staten een akkoord te sluiten in het proces tussen Ginkel en Amerongen.

In 1599 heeft Frans in bruikleen ‘6 mergen land in Slappendel’ en ‘samet met Adriaan Timmerman en Claas Otten 11 mergen lands genaamd De Schilt en Doornheg’. Hij heeft in eigendom en gebruik een erf groot omtrent 30 mergen.

Op 15 januari 1611 wordt Jacob Jacobsz de Cruijff veroordeeld tot het betalen van proceskosten en een geldboete vanwege bedreiging van Frans van Triest.

Op 22 april 1634 compareert Francois van Triest, scholtus te Woudenberch. Hij had zich borg gesteld voor zijn zwager Rijck van Diest, oud-borgemeester van Amersfoort, voor de ontvangst van de impost door Van Diest. Rijck Jacobszn, doelemeester, en Jacques Lhermite, zijn zwagers, hadden beloofd de comparant te vrijen en indemneren van voornoemde borgtocht. Tot meerdere zekerheid van deze borgtocht kreeg comparant van de heeren regeerders dezer stad en van de ontvanger van de Ed. Mog. Heeren Staten ‘s lants van Utrecht, van cessie recht van hypotheek en parate executie op persoon en de goederen van voornoemde Rijck van Diest. Comparant wenst dat ditzelfde ook zal gelden voor Rijck Jacobsz en Jacob Lhermite, uit kracht van hun belofte van waarborg voor comparant ‘daervoor sijluijden gehouden werden tot vermaninge hem comparant behoorlijk te verseeckeren, gelijck deselve Rijck Jacobsz en Jacques Lhermite mede comparerende de voorschreven cessie accepterende, beloofden bij desen en versochten de comparant respectievelijk hiervan acte is dese’.

Op 18 maart 1635 compareren Frans van Trijest, schout van Woudenberch, en Jannichgen Fransdr, ziek te bedde liggende. Zij herroepen alle voorgaande testamenten en in het bijzonder die van 11 januari 1623. Om hun kinderen in vrede en vriendschap op te voeden en ter voorkoming van twist en onenigheid hebben zij besloten ieder erfportie aan te wijzen voor zover mogelijk en wel als volgt:

a) Zij hebben aan de kinderen van hun beider overleden zoon, Anthonis van Triest, boven hetgeen wat hun zoon ten huwelijk heeft ontvangen en daarbuiten nog heeft gekregen, vermaakt het huis met de twee hofstede aan de noordzijde van de Voorstraat te Woudenberch, strekkende tot aan de Kerkgracht, oostwaarts de oude Kerckensteegh, westwaarts hun huis, door Reijer Huijgen bewoond. Deze kinderen zullen tevens genieten de 6 schaer weijens op de Meent en de verdere gerechtigheid daar aan behorende, met al hetgeen aard- en nagelvast en daarop is, zowel schuur als anderszins. Waarvan de ene hofstede daar de stenen kamer op staat is thijns en thijendt vrij. Verder vermaken zij deze kinderen 3 dammaten land die zijn gelegen in Seldrecht tussen de beide weteringen. Voorwaarde is dat genoemde kinderen deze erfenis alleen mogen aanvaarden als zij de borgtochten hebben ingelost van testateurs aan het Weeshuijs te Utrecht en Johan van Noortwijck (Domheer). De kinderen mogen geen heerlijkheid of voordeel pretenderen want hun erfportie is groter dan wat hen toekomt omdat zij de kinderen van testateurs enige zoon zijn.

b) Verder vermaken zij aan Adriaentgen van Trijest, voordochter van Frans en huijsvrouw van Gerrit Rijckszn, boven hetgeen zij ten huwelijk en daarbuiten al heeft ontvangen, een kamp land in Nedereeckerijs tot de straat te Woudenberch, strekkende van de Geresteijnsen dijck tot de Eeckerijster dijck toe, met de kamp land aan de Huijsteeder dijck in Overeeckerijs en testateurs deel van het lan din Over en Nedereeckerijs wat testateuren samen met Gerrit Rijckszn, hun zwager, van Gerrit van Schaffelaer en Aert Lam gekocht hebben. Verder nog omtrent 6 oude halff margen land in Slabbendel en 3½ dammaten land onder Bunschoten aan de NIeuwe weg, genaamd De Demmer, en nog het Tweede Campgen in Seldert, zijnde het vierde deel van 6 dammaten, gelegen tussen het kampje dat door testateuren aan Goortgen van Trijest, hun dochter, hierna vermaakt wordt, en tussen de Selderse Weteringe. Aan voornoemde Adriaentgen hebben zij de camp vermaakt aan het eind van de straet Nedereeckerijs, waar de erfgenamen van de heer van Geresteijn een klein hoekje aan de Geresteijnse steeg bezitten. Ingeval de testateurs dit hoekje van die erfgenamen mochten kopen, dan gaat dit naar Adriaentgen. In dat geval dient zij 200 carolus gulden in de boedel in te brengen.

c) Zij vermaken aan Gijsbertgen van Trijest, hun beider dochter, huijsvrouw van Helmert Franszn van Overeem, boven hetgeen zij ten huwelijk en daarbuiten ontvangen heeft, de helft van het erf Groot Rumelaer en het halve getimmer daarop, alsmede het bovenste stuk op het Weteringsche Erffken aan de Zeedijck ‘de warf tot het plagvelt of plagmaet toe’. Teven het Rumelaerse padstuck en een ‘trijp’ van de lange ackeren aan de Noordzijde tot de Benedenste camp toe.

d) Zij vermaken aan Meijnsgen van Trijest, hun beider dochter, huijsvrouw van Evert Lambertszn, boven hetgeen zij ten huwelijk en daarbuiten heeft ontvangen, een huijsinge en hoffstede met weiland op de meent en alle getimmer daarop, waar testateurs tegenwoordig in wonen, met de rest van het Weteringse Erffgen, van de Weteringse dijck tot aan de lange ackeren, dwars over de breedte van het erfje met de schuur daarop en dan de zuidzijde van de Langeackeren tot het deel dat vermaakt is aan de huijsvrouw van Helmert Franszn . Voorwaarde is dat deze beide dochters de ongelden van voornoemd erfje zullen dragen naar gelang een ieder land heeft en ook ‘tegens malcanderen gehouden sijn half en half te tuijnen en breder en uit te weteren en bauwercken maecken’.

e) Zij vermaken aan Maijken van Trijest, huijsvrouw van Adriaen Matthijszn van Langelaer, boven hetgeen bij haar huwelijk en daarbuiten genoten is, het Erffgen aan het Heetvelt Loeffs genaamd, zijnde ‘keurmoedich goed’, vrij zonder lasten, en 9 dammaten land te Bunschoten te veen aan de Colck, strekkende tot aan de nieuwe weg toe.

f) Zij vermaken aan Goortgen van Triest, huijsvrouw van Anthonis van Houff, boven hetgeen ten huwelijk en daarbuiten genoten is, een huijsinge en hoffstede waar Reijer Huijgen in woont, met weiland op de meent en ‘vorder gerechtigheid’ aan de noordzijde van de Voorstraat tot Woudenberg, naast het huis dat hiervoor aan de kinderen van Anthonis van Triest zaliger is vermaakt. Op voorwaarde dat het huis zijn ‘gerechtigheid’ behoudt om in de muur van het grote huis te mogen aanankeren. Zij vermaken dezelfde dochter Goortgen het huis op de Loodijck met het uijtterdijckgen waar het op staat en 12 dammaten land in polder De Haar met het oude Kooijtgen gelegen tussen de Loodijck en de Seldersen dijck, en nog een campgen daar aan, zijnde omtrent het vierde deel van 6 dammaten in Seldert.

g) Verder legateren zij Meijntgen Evert Lambertszn dochter, hun nicht die bij hen woont, 600 carolus guldens op voorwaarde dat zij alleen met raad van testateuren en vrunde zal huwen en tot zover zullen de erfgenamen van de testateuren dit geld ten behoeve van Meijntgen op rente zetten, voor zover zij het tijdens het leven van de testateuren nog niet heeft genoten. Mocht zij overlijden zonder wettige levende geboorte na te laten, dan zullen deze 600 guldens, voor zover niet verteerd, komen op testateurens kinderen, kindskinderen en erfgenamen.

Zij vermaken al hun verdere goederen, roerende, onroerende, heerlijke, deelbare, renten, acten en crediten, inboedel en huisraad, ‘meessen in de vaelt’, coorn op het veld en in de bergen en schuren, haeff en beesten, bouwgereedschap, geld, goud, enzovoort, aan voornoemde vijf dochters en de kinderen van hun overleden zoon, ieder een 6e deel. Adriaentgen van Trijst deelt hierin, als voordochter, mee als de anderen. Het is hun wil dat ieder van voornoemde kinderen en zoonskinderen zullen behouden wat zij als huwelijksgoed en daarbuiten gehad hebben of wat testateurs verder voor hen hebben uitgegeven. Zij hebben voor zover het hun mogelijk was bij de verdeling van de erfporties rekening gehouden. Wat hen nog voorgeschoten of verstrekt zal worden, zal nog worden ingehouden en dat geldt ook voor de kinderen van Anthonis van Triest zaliger, voor hetgeen aan hun ouders is gegeven, voorgeschoten en betaald, uitgezonderd de borgtochten die testateuren ten behoeve van het Weeshuijs te Utrecht en Johan van Noortwijck hebben verstrekt en hetgeen de testateuren nog voor deze kinderen en hun moeder zullen voorschieten, hierop zullen ze gecort worden. Het is ook hun uiterste wil dat hun kinderen behouden zullen die kapitalen die enigen van hen van testateuren op rente hebben, zonder die hoeven inbrengen in de boedel aangezien testateuren bij de verdeling hiermee al rekening hebben gehouden. Mochten enigen van hen wat aflossen of de rente betalen, dan wordt dat genoteerd. Ieder van de kinderen dient de rente te betalen zolang de testateurs leven en langer niet.

Op 27 april 1648 vermaakt Frans in een aanvullend testament aan zijn dochter Gijsbertgen van Triest, weduwe van Helmert Fransz, enig land te Zeldert. In een tweede aanvullend testament op 5 mei 1648 vermaakt hij nog aan haar de helft van vier morgen in de Caneel te Woudenberg. In 1650 laat Frans van Triest nogmaals een aanvullend testament maken.

Op 19 januari 1641 geeft Goort Thonisz, wonende tot Leusden, volmacht aan Frans van Triest om namens hem te compareren voor de thinsheer van het huis Natewisch om daar te transporteren ten behoeve van Heimert Fransen en Gisbertgen van Triest, sijn huijsvrouw, een erf genaamd Cleijn Rumelaar, en om te bekennen dat de kooppenningen betaald zijn. Op 3 juni 1644 transporteert Frans van Triest, oud-schout van Woudenberg, als gevolgmachtigde van Goort Thonisz, wonende Leusden, ten behoeve van Gisbertgen Frans van Tiestdochter, weduwe van Helmert Fransen, ‘het halve erf en goet gelegen int Wout int oude gerecht van Amerongen genaempt Cleijn Rumelaar’, ten oosten het erf Doijenstok, ten zuiden Landaes en ten westen een erf dat ook Rumelaar heet.

Uit dit huwelijk:

1  Adriaentje Frans van Triest, geboren ca. 1585, overleden > 1654. Gehuwd ca. 1610 met Jan Gerritsz van Langelaer, overleden 1610-1615. Gehuwd ca. 1615 met Gerrit Rijckz van Blootenburg, geboren ca. 1585, overleden 1636-1654

2  Anthonis van Triest, procureur van het Hof van Utrecht, geboren ca. 1588, overleden < 18 maart 1635. Gehuwd op 19 april 1612 te Utrecht met Heiltje Geleijns, overleden > 30 januari 1636

3  Gijsbertgen van Triest, geboren ca. 1593 te Woudenberg, overleden > 1640. Gehuwd ca. 1620 met Helmert Fransz van Overeem, landbouwer, geboren ca. 1575 te Woudenberg, overleden 1641-1644

4  Meijntje Frans van Triest, geboren ca. 1592. Ondertrouwd op 4 februari 1615 te Amersfoort en gehuwd te Woudenberg met Evert Lambertsz, geboren ca. 1590 te Amersfoort

Maria van Triest

6  Geertgen Frans van Triest, geboren ca. 1600 te Woudenberg. Gehuwd op (?) 15 april 1618 te Amersfoort met Hendrik Jansz van Couwenhoven, brouwer, overleden 1628-1632. Ondertrouwd op 7 april 1632 en gehuwd op 22 april 1632 te Amersfoort (get: Jan Josten Baeken, Ester van Diemen) met Anthonius Ellerts van den Hoef


7338  Willem Cornelisz van Nieburg, landbouwer op een kamp lands in Nijeborg (1636), zoon van Cornelis Jacobsz Nieburg, geboren ca. 1560, overleden > 13 maart 1636

Gehuwd met

7339  Willempje Jordens, overleden < 1636

Willem is ook wel Speckhorst genoemd. Hij is op 13 maart 1636 beleend met een vierkante kamp uit het landgoed Nieburg onder Renswoude.

Uit dit huwelijk:

1  Cornelis Willemsz Soenen, overleden < 1652

Geusje Willems

3  Neeltgen Willems

4  Marijtgen Willems


7504  Henrick Petersz

Kinderen:

1  Jan Henricksz. Gehuwd in 1612 te Barneveld met Beertjen Jans

Peter Hendricksz


7506  Thonis Ellers

Kinderen:

Grietjen Thonis

Hendrickjen Teunis. Gehuwd in mei 1632 te Barneveld met Jan Woutersz


7510  Willem Wolters

Kinderen:

1  Philipshjen Willems. Gehuwd op 30 juni 1616 te Barneveld met Franck Aretz

Aeltjen Willems


7616  Oth van Snellenberch, mandenmaker, zoon van Anthonis Willemsz van Snellenberch en Catrina van Drongelen, geboren ca. 1560, begraven 28 mei 1632 in de Buurkerk te Utrecht (#)

Ondertrouwd op 19 juni 1591 en gehuwd op 26 juni 1591 voor het gerecht te Utrecht (#) met

7617  Stijntje Melchiors Weijman, dochter van Melchior Weijman en Marrichgen Jacobs Nobel, geboren 1563-1564, begraven 10 maart 1645 in de Buurkerk te Utrecht (#)

Op 14 oktober 1592 Steven van Valckenborch, ruijter tot Nijeumegen garnisoen houdende en gehuwd met Elijsabeth van Snellenberch, stelt Jan Ghijsbertsz Portengen aan om met Ott van Snellenberch, comparants zwager, aan Wouter van der Does, der medicijnen docter, en aan diens huisvrouw Catharina Buijsers te transporteren een rentebrief van f 200-0-0 ten laste van Margriet NN, weduwe van Jan Loeffsz van der Meer, en van Wouter van der Does te ontvangen een huis of kamer omtrent het Duitse Huis gelegen die comparant tegen de rentebrief geruild of ervoor gekocht heeft.

Oth woont aan de westzijde van de Oude Gracht ‘tusschen de Smeede en Reguliersbruggen’. Hij koopt dit op 7 januari 1614 van Gijsbert Gerritsz van Overmeer. Zij komen bij de koop overeen dat Gijsbert ‘den straet en het erf voer de tijd van 6 jaer nog zal gebruijken en onderhouden zonder huur te betalen’. Oth sluit tussen 1614 en 1620 diverse plechten af, onder andere bij het St. Bartholomeus Gasthuijs en de St. Geertruijdenkerck. Zijn zoon Anthonis Ottens van Snellenberch staat daarbij borg. Het huis wordt op 9 september 1635 door Stijntje, zijn weduwe, verkocht aan haar zoon Johan van Snellenberch en diens vrouw Trijntgen Jans van Cervel.

Op 28 september 1618 Alidt Schipperius, huijsvrouw van Anthonis van Voerst, borger te Utrecht, 55 jaar, vtvv Gerardt de Roij, vader en voogd van Thijman de Roij, als possessor van een vicarie in de Buerkerck, dat zij kende Aert Nobel, oom, broer van haar moeder, die 4 morgen bezat in Benschop van de vicarie van die van Luttikenhuijs, na dode van Aert op Cornelis, diens broer, … Genoemd Marichgen Jacob Nobelsdr, zuster van Aert en Cornelis, met als kinderen Christina Melchior Weijmansdr, 54 jaar, gehuwd met Oth van Snellenberch, en Marichgen Melchior Weijmansdr, 47 jaar, gehuwd met Ellert Lubberts van Oldenburch.

Op 12 juli 1621 Oth van Snellenberch, mandemaker, 71 (?) jaar, Willem Gerritsz van Cleeff, cuijper, 47 jaar, borgers van Utrecht, vtvv Hans Pieters Craemer, wonend te Utrecht, dat hij kermissen afreist etc. maar al 25 jaar in hun buurt woonachtig is.

Uit dit huwelijk:

1  Anthonis Otten van Snellenberg, groefbidder, geboren ca. 1592, begraven 13 september 1647 in de Buurkerk te Utrecht. Gehuwd op 14 mei 1615 in de Geertekerk te Utrecht met Annetgen Willems van Deijll, begraven 16 november 1668 in de Nicolaikerk te Utrecht

2  Cornelis Otten van Snellenberg, geboren ca. 1595, begraven 10 augustus 1657 te Utrecht. Gehuwd op 15 april 1621 in de Jacobikerk te Utrecht met Marichen Melchiors van der Horst, begraven 2 december 1661 te Utrecht

Jan Otthen van Snellenbergh

4  Jacob Otten van Snellenberg, groefbidder, geboren ca. 1600, begraven 6 maart 1654 te Utrecht. Gehuwd op 5 april 1624 in de Buurkerk te Utrecht met Trijntgen Hermans van Schorel, begraven 11 oktober 1647 in de Nicolaikerk te Utrecht. Gehuwd op 26 november 1648 in de Jacobikerk te Utrecht met Margriet Tempels


7618  Jan van Kervel, speldenmaker (1574-1575)

Kinderen:

Catrina Jans van Kervel

2  Johan van Cervel, chirurgijn, overleden > 26 januari 1656. Gehuwd met Magdaleentgen Ecx, overleden > 26 januari 1656


7624  Cornelis Jansz de Clercq, zoon van Johan Cornelisz de Clercq en Cornelia Dirks Keijser, geboren ca. 1584, overleden 11 mei 1658 te Vreeswijk (#). Ondertrouwd op 5 januari 1633 en gehuwd op 20 januari 1633 te Vreeswijk met Lijsjen Jans, overleden 15 maart 1664 te Vreeswijk

Gehuwd ca. 1605 met

7625  Stijntjen Pieters, dochter van (?) Pieter Jacobsz van Rueven, geboren ca. 1580, overleden < 5 januari 1633

Uit dit huwelijk:

1  Jan Cornelisz de Clercq, geboren ca. 1606. Gehuwd in 1630 te Vreeswijk met Hendrickjen Ghijsberts, geboren ca. 1606

2  Neeltje Cornelis de Clercq, geboren ca. 1608. Ondertrouwd op 6 februari 1635 en gehuwd op 12 april 1635 te Vreeswijk met Aelbert Ghijsbertsz, geboren ca. 1603

3  Pieter Cornelisz de Clercq, geboren ca. 1610, overleden 1681-1691. Ondertrouwd op 20 februari 1636 en gehuwd op 10 april 1636 te Vreeswijk met Aeltjen Jans van Broeckhuijsen, geboren ca. 1610 te Driebergen, overleden 1650-1651

4  Stijntjen Cornelis de Clercq, geboren ca. 1612. Gehuwd ca. 1632 met Cornelis Willemsz Duri, Samoreus schipper op Culemborg, geboren ca. 1590, overleden < 1637

5  Geertje de Clercq, geboren ca. 1614. Ondertrouwd op 10 oktober 1640 en gehuwd op 25 oktober 1640 te Vreeswijk met Jan Dirksz Verhoef, geboren ca. 1610, overleden 1647-1652. Ondertrouwd op 17 februari 1652 en gehuwd op 21 maart 1652 te Vreeswijk met Aerdt Gossensz

Claes Cornelisz de Clercq

7  Arien de Clercq, gedoopt 7 september 1623 te Vreeswijk


7640  Cornelis Cornelisz, geboren ca. 1585

Gehuwd op 12 maart 1609 te Utrecht (#) met

7641  Maeijgen Balten, geboren ca. 1585

Zij wonen in de Weert (1613).

Uit dit huwelijk:

Baltus Cornelisz van der Stel


7642  Arien Michielsz

Hij woont te Vechten (1630).

Kinderen:

1  (?) Petertje Arien Chielens

2  Marigje Ariens, gedoopt 7 februari 1630 te Bunnik

3  Willem Ariensz, gedoopt 7 augustus 1631 te Bunnik, overleden 1631-1639

4  Heijndric Aeghen, gedoopt 21 april 1633 te Bunnik

5  Willemgen Ariens, gedoopt 15 juni 1634 te Bunnik

6  Dirk Ariensz, gedoopt 2 augustus 1635 te Bunnik

7  Cornelis Ariensz, gedoopt 30 augustus 1637 te Bunnik

8  Willem Ariensz, gedoopt 4 augustus 1639 te Bunnik

9  Meijns Ariens, gedoopt 7 februari 1641 te Bunnik