Generatie 17

68400. Dirck Jan Dircxz, geboren ca. 1435, overleden 1472

Kinderen:

1.   Simon Dirckz

2.   Jan Dirck Jansz

3.   Jannetgen Dirck Jans

4.   Jacob Dirck Jansz

 

69120. Jonge Dirk van der Specke, Leids poorter, zoon van Dirck van der Specke, geboren ca. 1385, overleden < 16 juni 1430

Dirk is beleend met 'die Specken' en twee morgen daarbij op 8 mei 1418. Hij is Leids poorter en is betrokken bij de onregeldheden in dei stad in 1419 aan Kabeljauwse zijde. De oorsprong van de twisten dateren al uit de helft van de 14e eeuw en gaan over de vraag wie de kinderloos overleden graaf Willem IV van Holland moet opvolgen. Vanaf 1417 gaat de strijd tussen de voor- (Kabeljauwen) en tegenstanders (Hoeken) van Bourgondië. In dat jaar volgt Jacoba van Beieren haar vader Willem VI op, maar zij maakt de fout te eenzijdig op de Hoekse partij te steunen. Haar oom, de niet-ingewijde bisschop van Luik, Jan van Beieren, laat dan ook zijn aanspraken op de macht in Holland gelden en kiest partij voor de Kabeljauwen, die in drommen naar hem overlopen. In 1418 verovert Jan van Beieren Rotterdam met Kabeljauwse hulp en in 1420 Leiden, welks burggraaf Filips van Wassenaar aan de Hoekse kant staat. Dirk maakt als man van Jan van Beieren met andere edelen op 11 september 1420 deel uit van de vierschaar van Kennemerland die te Haarlem vonnissen.

In 1424 is hij vermeld onder de welgeborenen van Lisse, die hun krijgsdienst afkopen. Hij verkoopt op 16 maart 1413 een huis en erf aan de Breestraat in Leiden aan Jonge Heinric Harmanszn voor een jaarlijkse rente van 10 Schellingen met de houde.

Kinderen:

1.   Willem Dirksz van der Speck

2.   Jacob Dirksz van der Speck, eigenaar van Ter Specke, beleend met die Specken (1430), baljuw van Noordwijk en rentmeester van Teijlingen (1428), Leids poorter (1457), lid van het ridderschap en edelen door wie Karel de Stoute is ingehuldigd (21 juli 1468), oprichter van het Onse Vrouwe Gilde in de parochie van Lisse (1461), overleden 1477. Gehuwd met Kerstijne Willems van Oegstgeest, overleden < 18 juni 1477. Gehuwd met Kerstijne Willems van Oegstgeest

3.   Sijmon Dircksz van der Speck, pastoor van Edam (sinds 1445), kapelaan van de St Pieterskerk te Leiden, stichter van een vicarie op het St Catharina altaar in de St Pancreaskerk te Leiden (1475), beleend met die Specken (1477), overleden 15 augustus 1478

4.   Sijmkijn Dircks van der Speck, overleden 1398-1399, begraven in de St. Pieterskerk te Leiden

5.   Floris Dircksz van der Speck, overleden < 10 november 1443. Gehuwd met Aef NN, overleden > 10 november 1443

6.   Yeve Dircks van der Speck, overleden > 24 oktober 1475. Gehuwd met Vranck Pietersz Timmerman, overleden > 18 juni 1477

7.   Baertraet Dircks van der Speck, overleden 1398-1399, begraven in de St. Pieterskerk te Leiden

8.   Dirk Dircksz van der Speck, overleden 1501. Gehuwd met Lijsbeth NN. Gehuwd met Aechte NN

 

69184. Jacob Dircxz van Dijck, zoon van Dirck Claesz van Dijck, geboren ca. 1440, overleden > 1520

Kinderen:

1.   Dirck Jacobsz van Dijck

 

69186. Anthonis Dirc Jan Casusz, zoon van Dirck Jan Casusz, overleden < 20 juli 1478

Gehuwd met

69187. Wijve NN

Uit dit huwelijk:

1.   Margriete Anthonis

 

69216. Jan Arents Touwes, zoon van Aernt Touwe Claes Touwensz en Machtelt NN, geboren ca. 1400, overleden > 1437

Jan is op 21 augustus 1419 beleend met 5½ morgen land in 't Wout. Hij treedt in 1437 op als getuige in De Lier.

Kinderen:

1.   Arent Jans Touwen

 

69232. Kerstant Jansz van der Vliet, landbouwer te Naaldwijk, leenman van Oud Alkemade(1483), met land onder het Ambacht Hazerswoude, zoon van Jan Kerstantsz en Katrijn NN, geboren ca. 1425, overleden > 1483

Hij besprak een rente aan de Heilige Geest van het Kapittel van Naaldwijk.

Kinderen:

1.   Jacob Kerstantsz van der Vliet

 

69236. Henrick Bertelmeesz van Dorp, poorter van 's Gravenzande, leenman te Binckhorst en Hontshol, zoon van Bertelmeus Tijmansz van Dorp en Pieternelle Heijnric Kerstans, geboren ca. 1400, overleden 1474-1477

Henrick is vermeld van 22 november 1433 tot 1474, wanneer hij zegelt als poorter van 's Gravenzande met drie afgerukte leeuwekoppen. Hij heeft in leen twee hond land binnen de vrijheid van 's Gravenzande, dat hij op 22 november 1433 ten vrij eigen krijgt. Hij is leenman van Binckhorst (1½ morgen te Rijswijk) en waarschijnlijk ook van Hontshol.

Kinderen:

1.   Bartholomeus Heijndriksz van Dorp

 

69238. WIllem Philipsz Hoeck, leenman van de Domproostdij te Utrecht (1442, 1452), (?) vroedschap van Leiden (1424-1465), geboren < 1420, overleden 1465-1472

Op 23 januari 1452 is Willem Philipsz beleend met de helft van 8 morgen land gemeen met Jacob van Sonnevelt, na overdracht door Dirck Wout Daniel Pieterszoonsz. Het is een leen in Zuid-Holland van de Domproostdij te Utrecht. Bij de overdracht splitst het leen zich in twee lenen. Het ene leen gaat op 1 juni 1474 naar Zasborch Willem Philips Hoecksdochter, gehuwd met Dirck Henricksz, en het andere leen gaat op die datum naar Lijsbeth Willem Philips Hoecksdochter, gehuwd met Joas van der Laen. Een ander leen, te weten de helft van 12 morgen te Leiderdorp, wordt op 23 januari 1452 overgedragen door Dirck Wouter Danel Pieterszoonsz aan Willem Philipsz. Ook dit leen splitst zich en wederom gaan beide helften naar beide eerdergenoemde dochters Zasborch en Lijsbeth.

Willems is tevens beleend met 18 morgen land met huis en boomgaard tussen de Rijn en Achterdijk. Op 29 november 1442 bepaalt Willem Philips Hoecksz dat zijn oudste zoon het huis met 3 morgen land en zijn beide volgende zoons elk 7 morgen land zullen erven. Op 15 juni 1474 verkrijgt Leenert Wilhelmsz het huis, de boomgaard en 3 morgen land, meester Jacob Hueck Wilhelmsz en meester Jan Wilhelmsz krijgen elk 7 morgen land bij dode van hun vader Wilhelm Philips Hoecxz.

Kinderen:

1.   Leenert Willems Hoeck, leenman van de Domproostdij te Utrecht (1474), geboren < 1442, overleden 1490-1505

2.   Zasborch Willem Philips Hoeck, leenvrouw van de Domproostdij te Utrecht (1474), geboren < 1455, overleden 1490-1492. Gehuwd < 1474 met Dirck Henricksz, overleden > 1474

3.   Jan Willemsz Hoeck, leenman van de Domproostdij te Utrecht (1474), geboren < 1442, overleden < 9 februari 1505

4.   Jacob Willemsz Hoeck (alias Angularius), leenman van de Domproostdij te Utrecht (1474, 1505), deken van de Sint Pancraesker optredend namens het kapittel (1490), doctor in de Godgeleerdheid (1505), kannunik en deken van Naaldwijk (1505), geboren < 1442, overleden 11 november 1509 te Naaldwijk

5.   Lijsbeth Willem Philips Hoeck, leenvrouw van de Domproostdij te Utrecht (1521), geboren < 1455, overleden > 14 mei 1521. Gehuwd met Joost van der Laen, overleden < 24 juli 1510

6.   Baertgen Willem Hoeck

 

69280. Dirck Jansz van der Croft

Kinderen:

1.   Jan Dircxz van der Croft

 

69282. Coppairt Henrijcxz, geboren ca. 1430, overleden 1505-1508 te Kethel

Op 19 maart 1492 verklaren Coppairt Heijnrijcsz, zijn schoonzoons en zijn dochter Barbara, dat Jan van der Croft Dircxz een stuk zal krijgen als betaling voor het bij huwelijkse voorwaarden toegezegde bedrag. In 1505 krijgt het Sint Ursulaconvent te Schiedam van Coppert Heijnricksz een stuk land, gedeeltelijk gemeen met hemzelf en met de kleinkinderen van Jan Vercroft. Op 3 maart 1508 worden Jan van Crocht en kinderen vermeld als erfgenamen van Coppert Heijnriksz.

Kinderen:

1.   Barbara Coppairts

 

85632. Herman Bitter van der Marssche, dienstman van de Bisschop van Utrecht, geboren ca. 1435 te Zwolle, overleden 1502. Gehuwd in 1488 te Vollenhove met Catharina van Wengelo

Gehuwd met

85633. Nelle Comans, overleden < 1488

In 1467 verklaart Evert van Wijtmen, rentmeester van Zallandt, in aanwezigheid van Henrick Ahuijs en Herman Bitter als dienstlieden, dat Geerlijch van Venen, dienstman van de bisschop van Utrecht, afgezien heeft van zijn dienstmanschap en in aanwezigheid van Thones van Wije, Johan Luijkenss en Johan Stackenberch, als vrijen van de hof van Wije, opgenomen is in de vrije echt van de hof van Wije.

Op 1 augustus 1470 is Herman Bitter beleend met 'dat goet to Scerpenzele, ghelegen in het kerspel Olst' na opdracht door Evert van Wengele. Op 27 juli 1497 is Herman Bitter opnieuw beleend. Op 16 maart 1503 is Bitter then Meersch beleend, na dood van zijn vader Herman Bitter.

Op 14 april 1477 oorkondt Ludeken van Mijddele, richter te Olst, dat Steven van Wengele en zijn vrouw Dedele en de gebroeders Johan en Ruerik van Wengele, zonen van Reijner, geruilt hebben met Herman Bitter, de goederen die zij in de buurschap Scherpensele hadden liggen, behalve hun aandeel in de goederen, die buitendijks liggen op de Waerdt, tegen 3½ morgen land in het kerspel Olst, in de buurschap Scherpensele in de Haverslach, strekkende van de weg tot aan de wilghagen op het land van Hermen Luese, belend door Hermen zelf en de gemene weg. Eveneens dat Evert van Wengele Reijnerssoen en zijn vrouw Griete getransporteerd hebben aan Hermen Bitter al hun land in de buurschap Scherpensele. Op 19 april transporteren Evert van Wengele Reijnerssoen en zijn vrouw Griete aan Hermen Bitter de 3½ morgen land dat ze eerst met hem verwisseld hadden.

In 1478 verklaren Beernt van Merne en Derick van Hattem, schepenen van Swolle, dat Herman Bitter en Nelle, zijn vrouw, aan Johan Gijsbertssoen en Elsebe, zijn vrouw, hun huis verkocht hebbe, dat bezwaard is met een jaarrente van 3 Rijnsche gulden en dat tussen het huis van Derick Dorre en het huis van Johan Albertssoen in de Zassinckstrate gelegen is en dat zich voor van de straat tot achter aan het huis, dat van Johan Henrickssoen was, met een gemeenschappelijke steeg tot in de Coestrate uitstrekt.

In 1480 verklaren Evert Vriese en Geert Geije, schepenen van Swolle, dat Tijdeman ten Busch aan de Sacramentsbroederschap in de sante Michielskercke in Swolle een jaarrente van 5 overlandse gouden Rijnsche gulden verkocht heeft, gaande uit zijn huis, dat reeds bezwaard is met een jaarrente van 12½ Rijnsche gulden en dat tussen het huis van Evert Sticker en het huis van meister Jacob van Tweenhusen in de Voirstrate gelegen is en dat voor van de straat tot achter aan een straat bij het onser liever Vrouwenkerckhoff uitstrekt en waarvoor Hermen Bitter borg staat, zodat de procurator van de Sacramentsbroederschap deze jaarrente bij wanbetaling mag verhalen op het huis van Hermen Bitter, waar hij in woont, dat tussen een straat en het huis van onser Vrouwen opten Laghen in de Voirstrate gelegen is en dat zich voor van de straat tot achter aan het onser Vrouwenkerckhoff uitstrekt.

In 1483 verklaart Gerardus van Ubach, prior van het regulierenklooster te Albergen, dat Hermen Bitter en Nelle Comans, zijn vrouw, te Swolle, een jaarrente van 10 kromsterten en een halve plack aan het klooster afgelost hebben, gaande uit hun gaarde.

In 1488 verklaren Henrick van den Water en Henrick Knoppert, schepenen van Swolle, dat Hasset van Wijtman, weduwe van Steven Kampherbeke, met Gerbrant van den Busch als haar momber, aan Arndt Luijtkenssoens en Hille, zijn vrouw, een jaarrente van een gouden overlandse Rijnsche gulden verkocht heeft, gaande uit de gaarde van Henrick van den Water, die reeds bezwaard is met een jaarrente van 4 herenpond min een oirt en die tussen de gaarde van Dirck van Beijeren en de gaarde van Geerdt Kraspot buiten de Sassinckpoirte gelegen is en die zich voor van de gaarde van Herman Bitter tot achter aan de gaarde van Herman van Wijtman uitstrekt. In 1488 oorkondt Seijgher van Rechteren en van Voerst, ambtman van Zallant vanwege de bisschop van Utrecht, dat Hermen Bijtter hem getoond heeft de akte van huwelijkse voorwaarden tussen hem en zijn vrouw Katherine, inhoudende onder andere dat indien Hermen voor Katherine mocht komen te overlijden, dan zullen alle goederen van Hermen vererven op zijn kinderen. Katherine krijgt een lijftoch van 50 goudgulden. Verder belooft Hermen ten behoeve van zijn zoon Bijtter, dat hij niets aan de huwelijkse voorwaarden zal veranderen en Bitter's deel zekerstelt.

Uit dit huwelijk:

1.   Bitter van der Marssche

 

85640. Gerard X Soudenbalch, schepen en raad van Utrecht (vanaf 1459), schepen, burgemeester van Utrecht (1479, 1483), lid van de Kleine Kalende broederschap, zoon van Hubert II Soudenbalch en Waltera Everts Schouten van de Kelder, geboren ca. 1415, overleden 3 december 1483 in Kasteel Schoonhoven, begraven in het Karmelietenklooster te Schoonhoven. Gehuwd met Katrijn van Sonnevelt, overleden > 1538

Gehuwd met

85641. Geertruid van Zuijlen van Natewisch, jonkvrouw, dochter van Jan van Zuijlen van Natewisch en Jutte van Culemborg, geboren < 1445, overleden 1518 te Utrecht

Gerard Soudenbalch en verschillende van zijn voorouders en nakomelingen komen met overlijdensdatum voor op de lijst van de leden der Kleine Kalende-broederschap. Op de afbeelding links het wapen van de Soudenbalchs als onderdeel van de anonieme tekening van de afbeelding van de wapens van de leden van de Kleine Kalende broederschap in een venster aan de noorzijde van de Buurkerk te Utrecht. Het doel van de broederschap was de bediening van kapellen en altaren (welke kaland of kalend kapellen wrden genoemd), het houden van missen voor de zielen van de gestorven leden, het uitdelen van aalmoezen en het houden feesttijden. De kalende broederschap had statuten die voor alle leden bindend waren.

Uit dit huwelijk:

1.   Evert II Soudenbalch

2.   Johan Soudenbalch

3.   Hendrick Soudenbalch, kanunnik te Maastricht en St. Pieters, Domkanunnik te Utrecht (1508), lid van de Kleine Kalende broederschap, overleden 18 april 1536 te Utrecht

4.   Jutte Soudenbalch, kloosterzuster in het Vrouwenklooster te De Bilt, overleden 1530 te Utrecht, begraven in het Wittevrouwenklooster te Utrecht

5.   Hadewich Soudenbalch, overleden ca. 1502. Gehuwd in 1495 met Roelof van Baern van Schonauwen, ridder, heer van Schonauwen, schout en schepen van Utrecht, geboren ca. 1460, overleden 1518-1521

6.   Maria Soudenbalch, geboren < 1479, overleden 1550. Gehuwd in 1499 met Johan van Rijn van Jutfaes, schepen van Utrecht, overleden < 1541. Gehuwd in 1542 met Hendrick Ingersmetten

7.   Woutera Soudenbalch, overleden 1483

8.   Engel Soudenbalch, overleden 1483

 

85642. Johan van Brienen, ridder, heer van Biessel, ambtsman van de abdij Abdinghoven, burgemeester van Harderwijk (1480), zoon van Hendrik van Brienen en Anna van Boecoop, geboren ca. 1434, overleden 1502

Gehuwd ca. 1470 met

85643. Elisabeth van Kershoff, dochter van Wolter van Kershoff, geboren ca. 1438 te Harderwijk. Gehuwd < 1452 met Peter van Benthem, heer van Spaldorp, overleden < december 1452

Uit dit huwelijk:

1.   Maria van Brienen

2.   Johanna van Brienen, geboren ca. 1470. Gehuwd in 1493 met Willem van Culemborg (de Jonge), dedingsman, drost van Weert, heer van Renswoude (1502), geboren < 1459, overleden ca. 1516

 

85644. Wessel V van den Boetzelaer, heer van den Boetzelaer (1469-1471), heer van Deurne en St Ulrichskapelle, heer van Langerak, half-Asperen en half-Nieuwpoort, zoon van Rutger IV van den Boetzelaer en Elburg van Langerak, geboren ca. 1437, overleden 21 juli 1492, begraven te Asperen

Gehuwd in ca. 1470 met

85645. Josina (Joosje) de Mol van Leetbergen, vrouw van Deurne (1470-1499) en St. Ulrickskapelle, dochter van Ywaen de Mol van Ledebergen en Jutte Pieck, geboren ca. 1445, overleden > 1499. Gehuwd in 1496 met Hendrik Taije, heer van Rijsbroeck

Wessel vierendeelt zijn wapen met Langerak. Hij wordt met zijn vader en broer Johan vermeld in 1457 en verkrijgt in 1461 door transport van zijn broer Johan Angemende en Zeddam. Bij Johan's dood in 1469 verkrijgt Wessel ook de Kleefse lenen met den Boetzelaer. Wessel houdt in 1462 met zijn broer en zijn oom Dirk, Jan van Alpen schadeloos. In 1467 wordt hij door Keppel met de tienden van Hardenberg beleend.

In 1470-1471 doet Wessel, die vermoedelijk meer toekomst ziet in een verhouding tot de machtige hertog van Bourgondië dan in die als leenman van de hertog van Kleef, een scheidbrief opmaken tussen de gebroeders Wessel en Sweder van den Boetzelaer. Wessel, dan als heer van Doern en St Ulrichskapelle vermeld, cedeert aan zijn broer Sweder het huis te Boetzelaer en Kleefse lenen en behoudt voor zich alle goederen, die zijn moeder te Asperen en Langerak zal achterlaten. Hierbij zijn getuigen heer Johan van Alpen, ridder, Dirk van den Boetzelaer en Helmich Bentinck. Dit besluit wordt later bekrachtigd door het testament van Elburg van Langerak, in 1479 opgemaakt, waarbij zij reeds bij haar leven haar goederen aan haar zoon Wessel overdraagt.

Uit 1476 dateert een omschrijving van het Oud Huis: "Jonker Wessel van Boetselaar, heer van Doerne, bezit een hoeve op het Haegeijnt, 3 buunders broeklant (genomen uit de gemeijnt van Doerne), een poort, schuur, stal en andere gebouwen genaamd dat voergeborcht en een hof, alles omwaterd, liggende voor die oude huijsingen van Doerne".

Bij de gewelddadige dood van zijn vader in 1460, heeft Wessel half Asperen verkregen, in 1480 komt daar de andere helft bij. Na de dood van Wessel's vader, is de familie met de familie Pieck verzoend door het huwelijk van Wessel, en de beide geslachten blijven enige tijd de twee kastelen te Asperen bewonen. Maar de oude vete herleeft als Wessel zijn kasteel in dienst stelt van Maximiliaan van Bourgondië om tot bolwerk tegen de Geldersen te dienen. Dit is de geldersgezinde Gijbert Pieck een doorn in het oog. In de ontstane onlusten delft Gijsbert Pieck het onderspit en zijn aandeel in Asperen wordt nu aan Wessel geschonken, zodat de baronie van Asperen in een hand komt, een situatie die drie eeuwen blijft bestaand.

Uit dit huwelijk:

1.   Elburg van den Boetzelaer, geboren 1470-1480. Gehuwd met Amelis van Amstel van Mijnden

2.   Rutger V van den Boetzelaer

3.   Wessel van den Boetzelaer, ridder der Duitse Orde (1492)

4.   Johan van den Boetzelaer, ridder der Duitse Orde (1492), balije van Utrecht, edelman van Margaretha van Parma

5.   IJwin (Weijntgen) van den Boetzelaer

6.   Otto van den Boetzelaer, abt van Bern, overleden 1556

 

85646. Otto IV van Arkel van Heukelum, jonker, heer van Heukelum, Weerdenburg en Ammersoijen, zoon van Johan van Arkel van Heukelum en Bertha van Culemborg, geboren ca. 1440, overleden 1505

Ondertrouwd op 28 augustus 1481 met

85647. Walravina van Broeckhuijsen, vrouwe van Weerdenburg, Amersoijen en Leijenburg, dochter van Jan van Broeckhuijsen en Elisabeth van Haeften, geboren ca. 1460, overleden 1511. Gehuwd in 1507 met Herman van Wachtendonk

Op 27 februari 1442 'des dinxdages na den sondaghe reminiscere' sluiten heer Johan, heer tot Culenborch etc, en Johan van Arkel, heer tot Huekelem, een overeenkomst waarbij verschillende betalingen worden vastgelegd, en het slot te Huekelem aan Culenborch wordt overgegeven ten behoeve van Otto van Arckel, oudsten zoon van Johan.

Op 22 februari 1461 'upten ijersten Sonnendage in der vasten als men singet Invocavit' roept Otte van Arkel, zoon tot Hoekelem, zijn oom Gerardt, heer tot Culenborch, op om hulp tegen den hertog van Bourgondien, die de heerlijkheid van Hoekelem aan den heer van Charlois heeft gegeven, belooft hem, indien hij zonder kinderen sterft, de opvolging te Hoekelem en belooft niet dan met toestemming van zijn genoemden oom en zijn oom Everwiin van Culenborchte zullen huwen. In het boek van Abraham Kemp uit 1656 over de heren van Arkel is beschreven hoe Otto de heerlijkheid Heukelem enige tijd is kwijt geweest na valsmunterij van zijn vader en het na de dood van graaf Karel van Charloijs weer terugkrijgt: 'In dit jaar 1462, wierd prins Kaarl, graaf van Charloijs, op S. Ians Onthoofdinghsdagh, op 't huijs van Heukelm, in de zaal, namiddagh tussen twee en drie uijren in eijgener persoon gehuld heer van Heukelem, Love en Vogelswelf, gekomen van den huijse van Arkel, d'oorsaak, waarom Johan, den rechten afkomelingh van Arkel, de 6e manspersoon na Johan de Sterke, de 3e heerlijkheijden verloor, was, om dat hij, des macht hebbende, plagh te munten kleijne penningskens, met sijn naam en wapen, gelijk sijn voorvaders ook deden, ten lesten sloegh hij de selve munt vals, onder den naam van hertogh Phlips van Bourgoenjen, dikwils vermaant, en laat niet af, word ten lesten van den Raad van Holland daar af verwonnen, 't sou noch niet gehindert hebben, mits hij daar na bij graaf Kaarl, als heer van Arkel, te Gorinchem quam, we'erroupende de valse munt, en wierd vriendelijke ontfangen. Maar hij had eenen eenigen soon, genaamt jonkker Otto, geboren van de suster van heer Gerid van Kuijlenborgh. Dese quam met sommige van Kuijlenborgh gewapent te Heukelem, vingh sijnen vader, stelde sij-selven in de Heerlijkheijd, en broch den vader gevangen te Kuijlenborg. Men seijd ook, dat Otto de Heerlijkheijd van Heukelem overgegeven had, aan Heer Gerid van Kuijlenborg sijn oom, voor een deel landen en renten. 't Is een Hollands leen, en 't Slot Arkels. Jonkker Ott', en sijn oom Kuijlenborg, hadden op 't Slot van Heukelem, eenige soudeniers geleijd, die veel quaad deden op d'omgelegen Arkelse en Hollandse Dorpen, maken daar af een roofnest van dieven, en moordenaars. Dies gaf Charloijs last, sijnen drossard dat te bemachtigen, die 's nachts op den Assewoensdagh, met sommige poorters van Gorinchem, 't scheep voor de stadt Heukelem quam, en daar binnen rakende, vingen jonkker Everwijn des heeren broeder, met Sweer den bastaart van Kuijlenburgh, en andere, die sij op sekerheijd, te Gorinchem in de herbergen elijden. Daar na gaven Gerid van Kuijlenborg en Otto van Heukelem, over, als voorseijd is, de stadt, slot en heerlijkheijd van Heukelm aan graaf Kaarl van Charloijs, heer van Arkel, van welke heerschappij het wel eer gekomen was, vader en soon bleven beij berooft, een rijk in sijn selven verdeelt, gaat te niet. Kaarl kreegh ook korts daar na Leerdam, Schoonrewoerd, en d'heerlijkheijd van der Lede, en Otto van Arkel voornoemt, kreegh eerst na de dood van desen hertogh Kaarl, sijn heerlijkheijd weder.

Op 15 april 1495 oorkondt Otto van Arkel, heer van Heukelom, dat Katherij van Hokelun, zijn nicht, van hem in leen gekregen heeft Ruwe Broek in Heukelomse Broek in Heukelom. Op 21 september 1495 'des manendaches nae sunte lambertsdach' oorkonden Gheerit Engbertszoon en Peter Jacopszoon, schepenen in Amersoeijen, dat broeder Aernt Pannenkoek, prior van het klooster der Regellijeren, gelegen bij Suetbommell op sinte Peter Vijel, alle goederen vermeld in de oorkonde van 26 juli 1486, waardoor deze is gestoken aan jonker Otto van Erckell, heer tot Hoeclum, Werdenborch en Amersoeijen ten behoeven van zijn echtgenoote Walraven, verkocht heeft.

Op 10 oktober 1496 vaardigt Otto van Arkel, heer tot Heukelem, Ammersoijen en Weerdenburg, een handvest met daarin 30 regels voor de burgers van zijn stad Heukelem.

Op 18 september 1502 geven Janne die Kock van Opijnen en Walraven van Malburch, leenmannen van Ghelre, vidimus van de leenacte van 29 juli 1496, op grond waarvan voor hen compareeren Otto van Arckell, heer tot Hueckelom en Waerdemburch, en zijn vrouw Walraven van Waerdemburch, die bepalen dat na Walravens dood de tweede zoon Gherit naam en wapen van Waerdemburch zal voeren, en de heerlijkheid steeds in het nageslacht zal moeten vererven.

In 1513 verkoopt Herman van Wachtendonk, tweede echtgenoot van Walravina van Broeckhuijsen, de heerlijkheid Ammerzoden aan graaf Hendrik van Nassau, hoewel Johan van Arkel er zijn rechten op laat gelden. In 1559 wordt de zoon van Hendrik van Nassau veroordeelt de heerlijkheid Ammerzoden aan Gerrit van Arkel over te leveren.

Uit dit huwelijk:

1.   Bertha van Arkel

2.   Johan van Arkel, heer van Ammerzoden, overleden 1512

3.   Walraven van Arkel, heer van Heukelum, Waardenburg en Ammerzoden (1514), overleden 1557. Gehuwd met Cornelia Lodewijcks. Gehuwd op 28 september 1532 met Catharina van Gelre, bastaarddochter van hertog Karel van Gelre, geboren 1511, overleden 14 mei 1601 te Heukelom

4.   Gerrit van Arkel, heer van Ammerzoden (1521), overleden 1547. Gehuwd in 1512 te Mijnsheerenland met Margaretha van Praet

5.   Henrica van Arkel, overleden 1549

 

85652. Aernt Booth, doctor in de beide rechten, burgemeester van 's Heeren wegen te Dordrecht (1472), raadsheer in het Hof van Holland te 's Gravenhage (1496), zoon van Aert Cornelisz Boot en Machteld Reijers de Jonge, geboren ca. 1451 te Dordrecht, overleden < november 1501

Gehuwd ca. 1480 met

85653. Agatha Vranks van Diemen, dochter van Vrank van Diemen en Margareta Huijgens Busschaert, geboren ca. 1445, overleden 29 september 1497 te Dordrecht, begraven in de Nieuwe Kerk te Delft. Gehuwd ca. 1460 met Claas Meeusz, brouwer te Delft

Uit dit huwelijk:

1.   Machteld Aerts Booth, geboren ca. 1480, overleden < 12 december 1558. Gehuwd met Nicolaas Coebel, overleden < 5 februari 1529

2.   Aernt Booth

3.   Vrank Aertsz Booth, student te Leuven (1502), student te Orleans (1506), procureur van de Duitse natie te Orleans (1508), student te Parijs, licentiaat in de rechten, advocaat bij het Hof van Holland te 's Gravenhage, rentmeester van het klooster Koningsveld te Delft, bewaarder van de lenen van Egmond (1540), geboren ca. 1487, overleden 11 september 1557 door een 'pestilentiael coortsen', begraven in de Grote Kerk te Dordrecht. Gehuwd met Maria van Hoogstraten. Gehuwd met Maritgen Willems Hoener, overleden ca. 25 september 1565 te 's Gravenhage, begraven in de Grote Kerk te 's Gravenhage. Gehuwd met Christina van Oudshoorn, geboren ca. 1493, overleden 26 augustus 1529 te 's Gravenhage

 

85654. Gijsbert van Leeuwen

Gehuwd met

85655. Alid van der Haar

"Aan de westzijde van de Oudegracht, tussen de Geertebrug en de Smeebrug, staat het huis Leeuwenberch, zo genoemd door de eigenaar Gijsbert van Leeuwen, omdat hij rond 1500 aan de gevel verschillende leeuwen van Bentheimer steen heeft laten aanbrengen. Dit huis was eertijds eigendom van de familie Van den Heijligen Lande, een oud geslacht (waaruit in 1475 Aernt Willemsz van den Heijligen Lande schepen was), maar vanouds behoorde het toe aan de familie Van Hombout" (vertaling van pagina 217 fol 116r Monumenta van Buchel). Links het huis Leeuwenburch op een tekening van L.P. Serrurier uit 1724.

Uit dit huwelijk:

1.   Geertruijd Gijsberts van Leeuwen

 

85656. Emont van Krieckenbeck van Baerle, knape, heer van Overen (1449), lid van het riddergenootschap van Montfort (1460), leenman op Randerode (1461), zoon van Willem van Kriekenbeck van Baerle en Elisabeth van Pardelaer, geboren ca. 1429, overleden 8 mei 1488

Gehuwd (huwelijkse voorwaarden 24 januari 1479) met

85657. Eva van Brede, dochter van Peter Zeetsesz van Bree en Ermgard Rose, overleden 8 augustus 1510. Gehuwd ca. 1490 met Hendrik van Balderick, jonker, drost te Stokkem, stadhouder der lenen van Thorn (1501, 1504, 1505), Horns leenman (1511), overleden 1536 (?)

De afbeelding links is het zegel van Eva van Brede op 19 januari 1510.

Emont van Baerle wordt in 1449 beleend met Overen bij Roermond.

Op 22 februari 1451 sluiten Hendrik van Kriekenbeek genaamd van Baerloe Willem, heer te Empt, Emont van Kriekenbeek genamd van Barloe en Sijbrecht van Brede, voogd van zijn vrouw Margriet, een overeenkomst met Arnold Trijppartz en diens neven meester Johan Pollart, proost te Arnhem, Dederik Pollart, kanunnik van Onze Lieve Vrouw te Aken en Dederik Pollart genaamd kraen, als erfgenamen van Baetse Kreenkens wegens goederen in het graafschap Horn en in het land van Thorn en van Kessenich en van Itter, waar hun oom Hendrik van Baerle en Baetse Kreenkens uitgestorven zijn, en dat zij als erfgenamen van Hendrik van Baerle toegedeeld is en hebben zullen de helft van 3 hoeven in land Kessenich, met name Birkenbosch, Hongerenhuggen en Beeghe (sic) c.a., de helft van hoeve Kukenbosch te Thorn en de helft van land in Panheelerbroek dat Arnold van Goor verworven heeft van Hendrik van Baerle en Baetse en een halve beemd die Gerard Haeck van Hendrik gepacht heeft. De andere helft zal Arnold Trijppartz en diens neven hebben. Hun oom zaliger heeft een vrouw gehad die hij vruchtgebruik heeft verleend aan land in het hertogdom Gelre. Dat goed wordt na haar dood gedeeld.

Op 4 juni 1451 'op sunte bonifaciusavent' verklaren Sijbrecht van Brede en Margriet van Bairlle, echtelieden, zuster van Emont van Bairlle, als kindsdeel van Margriet ontvangen te hebben het Korfsaertsgoed te Odiliënberg en doen deswegen afstand van vorderingen op het overige goed van Emont. Op 19 mei 1453 'op den heiligen pinxtavont' verklaart Jacob van Mechelen van Willem van Elmpt, Emont van Baerle en Sijbrecht van Brede 200 postulaatsguldens te hebben ontvangen, die zij hem schuldig waren. Op 29 november 1455 'op sent andriesavent apostoli' verklaart Emont van Barle dat hij zijn zwager Sijbrecht van Brede schadeloos zal houden. Op 5 oktober 1456 'des dijnxdaegs na sente remeijsdaege' verklaart NN voor richter Johan Drabbe en schepenen van Odiliënberg een bedrag schuldig te zijn aan Emondt van Baerle.

Op 21 september 1452 'op sent mathiasdach apostoli', op 1 februari 1468 'op onser liever vrouwen lichtavont', op 25 maart 1471 'op onser liever vrouwendach annuntiacionis', op 14 april 1472, op 16 januari 1477 'op st anthonijsavont', op 24 juni 1482 'op sunte jacobsavont apostoli' en op 12 januari 1486 'des godesdage na derthiendach' verklaart Wilhelm van Vloedorpe, erfvoogd van Roermond, dat hij Emont van Baerle schadeloos zal houden.

In 1462 is er een geschil tussen de voogd van Wassenberg en de drost van Heinsberg over een griend in de Roer op de grens van beide landen. RIdderschap en leenmannen van Wassenberg geven kleernis van recht, te weten WIllem van Vlodorp, ridder, Gerard van Ghoir, Daem van Belle, Goetschalck van Mutzen, Reijnart van Grijttern, Adriaen van Broeckhuizen, ridder, Sander van Eijle, Gerart van Oderode, Gerart van Parle en Emont van Bairle. Op 10 februari 1474 'gonsdages nae agathe der heijligen jongferen' verklaren Johan Stock en Margriet, echtelieden, schuldig te zijn aan Emont van Barle en erfgenamen 21 malder rogge. Emund van Krickenbeck genaamd van Baerll zegelt op 24 juni 1480 als vriend van de bruidegom bij de huwelijkse voorwaarden tussen Johan van Elmpt, zoon van Willem heer te Elmpt, en Margaretha, dochter van Werner heer van Binsfeld.

Op 9 mei 1488 wordt Eva van Brede, weduwe van Emont van Bairle, te St. Odilienberg beleend met de hof te Oeveren onder St. Odilienberg gelegen. Henrick Roes is haar hulder. Op 29 juli 1489 een akkoord tussen Wilhelm van Hoisteden, mede voor zijn vrouw Elisabeth van Baerle, en Eva van Brede, mede namens haar kinderen uit haar huwelijk met Emondt van Baerle. Eva van Brede, dochter van Peter Zeetseszoon en Ermgard Rose, bezit op 9 januari 1501 de hof Westeringh te Maasbree. Op 12 december 1488 verklaren Herman Kistenmeker en Willem, echtelieden, tot overeenstemming te zijn gekomen met de weduwe van Emont van Barle over alle zaken en aanspraken en geven kwijting. Op 28 juli 1489 'dijnstach neist nae sent jacopsdage der hilligen apostels' sluiten Wilhem van Hoistede, mede voor zijn vrouw Elisabeth van Baerle, en Eva van Brede, mede namens haar kinderen van Emondt van Baerle, een overeenkomst.

Op 1 februarit 1504 verklaren schepenen der dingbank Haelen dat Hendrik Vogels, schout van Maasland, en zijn broers Jan en Jacob en hun moeder Jenne Vogel, een jaarrente verkopen van 12 guldens ten laste van kerspel Heijthuijsen aan Hendrick van Barick, drost en stadhouder van het land van Horn, en Eva van Breijde, echtelieden. Op 19 januari 1510 vindt de scheiding en deling plaats van de nalatenschap van Emond van Baerle tussen Willem en Peter van Baerle en Eva van Brede en haar tweede man Handrik van Balderick, genaamd Barick. Medezegelaars zijn Heijnrich van Baerich, oom der jonkers, Eva van Brede, moeder, en Jacob van Haelen, priester. Op 12 oktober 1510 dragen Hendrik Barich, drost te Stokkem, een vorige jaar van Hendrik Vogels, schout van het Maasland, en Jenne, dienst moeder, en Jan en Jacob, dienst broers, gekochte erfrente van 7½ goudguldens ten laste van de dingbank Hael, met met toestemming van zijn vrouw Eva van Brede en hun kinderen Ermgard, Anna van Sweder, over aan Aleide van Zuijrss en Margriet van Baerlle, nonnen te Keizersbosch.

Uit dit huwelijk:

1.   Peter van Baerle

2.   Catharina van Baerle

3.   Elisabeth van Baerle, overleden 3 juni 1528. Gehuwd (huwelijkse voorwaarden 14 juni 1485) met Willem van Hoichsteden

4.   Wilhelm van Baerle, overleden 8 januari 1513

 

85658. Rabeth van Dursdael de jonge, schatmeester van Roermond (1494), leenstadhouder van Horn (1495), schepen van Roermond (1508-1532), kerkmeester in Roermond (1523), meester van het broederschap Onze Lieve Vrouw Op ter Poorten, zoon van (?) Rabeth van Dursdael de oude en Margaretha NN, geboren ca. 1460, overleden 1544. Gehuwd < 4 maart 1490 met Geertrude Kellener

Gehuwd met

85659. Margaretha van Wachtendonck

Op 28 juli 1488 'feria secunda post margarete' vindt het jaargeding plaats waarin onder andere de heer Kerstken van den Velde, vicaris, meester van de broederschap van Onze Lieve Vrouw op der Porten, over het huis dat van heer Gaidert Melters en dat van Rabot van Dursdale, wegens jaarrente 3 bescheiden rijnsguldens. Op 23 augustus 1489 verklaren Elze van Reij, Gerairt van Reij en Rabet van Dorsdale de jonge, dat meester Johan van Reij, kanunnik van St Jhoris binnen Keulen, zoon van Elze en broer van Gerairt, het ritmeesterambt van het kapittel van Onze Lieve Vrouw te Aken op zich heeft genomen, volgens voorwaarden en artikelen volgens notariële akte van Adam van Teijfelen. Comparanten staan borg. Op 4 maart 1490 herroept Jacob Melter het momberschap van Johan de Koster in de Heilige Geest. Vervolgens verkoopt Jacob een huis c.a. op de Dries, tussen huizen van Jacob van ghen Beke en Rabet van Dorsdale de oude, met de plaats er tegen aan, Johan Custer had het huis als momber bij jaargeding uitgewonnen. Kopers zijn Rabet van Dorsdale de jonge en Geertrude Kellener, echtelieden.

Op 4 mei 1491 geeft Heijnrick Kellener 20 malder rogge jaarrente aan Rabet van Dorsdale, verder de hof en goed Groot Ensenbroick (zoals Rutt van den Eijnde bezat) volgens zegel en brief. Overdracht gaat in per Allerheiligen. Rabeth van Dursdal is op 1 mei 1493 een van de dedingsluiden in een vergelijk tussen Mathijs en Willem van Merwijck en hun oom Mathijs van Kessel. Op 19 december 1494 belooft Karel, hertog van Gelre, onder andere Thijs van Merwick, ambtsman 's lands van Kessel, schadeloos te zullen houden wegens borgstelling onder verband van inleisting bij Raboth van Dorsdael de jonge, schatmeester te Roermond, als bij Johan van Broekhuizen Janszoon en Peter van den Bosch, priester.

Rabet van Dorsdale oorkondt als schepen van Roermond op 22 juni 1510 bij een getuigenis en op 31 oktober 1510 bij de overdracht van een jaarrente. Op 15 oktober 1515 'feria secunda in profesto galli confessoris' klaagt Rabot van Dorsdale op weekgeding tegen Reijner Gruijter. Rabot heeft van diens neef Leonart Gruijter een huis en plaats gekocht op de Dries, gelegen tegenover het huis van zijn moeder. Reijner heeft het kerkgebod opgehouden.

Rabeth van Dursdaell zegelt op 11 mei 1535 bij de deling van de nalatenschap tussen Johan van Lom en Eva van Baerle, echtelieden, en Emondt van Baerle. Op 3 november 1537 vindt de scheiding en deling plaats tussen Arnt en Herman van Wachtendonk, gebroeders, zonen van Arnt van Wachtendonk en Stijne van der Horst. Een rente van 21 malder rogge op de tiend van Horst ten behoeve van Rabeth van Dursdal wordt door beide broers gedragen.

Uit dit huwelijk:

1.   Anna van Dursdael

2.   Arndt van Dursdael, schepen van Roermond (1537-1538), burgemeester van Roermond (1549, 1556), overleden 15 maart 1559 te Roermond. Gehuwd met Hillegundis van Wachtendonck. Gehuwd ca. 1554 met Margaretha van der Grijnde

3.   Christoffer van Dursdael, schepen van Roermond (1546-1548), geboren te Roermond. Gehuwd met Anna van Nederhoven (Lovenich)

4.   Margaretha van Dursdael. Gehuwd met Dirk van Cruchten, overleden 1559

5.   Wijnand van Dursdael

 

85660. Johan van Eijll, heer van Baerle, half-heer van Geisteren en Spralant, erfkamerling van het hertogdom Kleef, kannunik te Xanten (1474), zoon van Mathijs van Eijll en Agnes van Broekhuizen, geboren ca. 1450, overleden 1510, begraven in de kerk te Geijsteren

Gehuwd op 12 juli 1483 met

85661. Elisabeth van Goor van Caldenbroeck, dochter van Alart van Goor van Caldenbroeck en Bela van Kessel, geboren ca. 1460, overleden 10 december 1528, begraven in de kerk te Geijsteren

Links een afbeelding van het zegel van Johan van Eijll, heer tot Geijsteren van 18 augustus 1494. Het zegel heeft een diameter van 25 mm.

Op 21 april 1465 wordt Mathijs van Eijll door hertog Adolf beleend met de halve heerlijkheid Geijsteren, als opvolger van Godart van Harff. Mathijs sluit op 23 april 1465 een borchvrede met Adriaan van Broekhuizen. Na de dood van Mathijs in de slag bij Straelen in 1468, is Johan op 4 oktober 1468 door hertog Adolf met de helft van Geijsteren beleend. Johan sluit in 1469 een borchvrede met Adriaan van Broekhuizen,waarin het noodzakelijke onderhoud is geregeld. Op 10 juni 1469 'den naechsten samstag nais bonifaciustag' sluiten Adriaan van Broichuijsen, ridder, en Johan en Sijbert van Eijll, gebroeders, een overeenkomst over de gemeenschappelijke bezittingen en bewoning van het Huis Geisteren, de bergvrede, onderhoud van de poorten, voorburcht, brug, muren. Op dezelfde dag verklaren Adriaan van Broichusen, Reijnalt, heer te Broechusen, Willem van Vlodorp, erfvoogd van Roermond, Godert van Vlodorp, heer te Leuth en Dalenbroeck, schuldig te zijn aan Johan en Sijbert, zonen van wijlen Thijs van Eijll, 357 guldens.

De belening met Geijsteren is op 22 oktober 1473 door de nieuwe landsheer Karel de Stoute bevestigd. Zoals gebruikelijk bij het aantreden van een nieuwe landsheer, moeten de leenmannen van Gelre hun lenen wederom verheffen en daarmee trouw aan de nieuwe landsheer zweren. Adriaan van Broekhuizen weigert . Op 10 januari 1474 'des manendages na XIII dage' verzoekt Peter van Langenfelt aan Egbert Kuper om den eerstvolgenden woensdag te Westerfoirt met het geleide te zijn en den richter van Airnhem om vrijgeleide voor Johan van Eijll heer Thijsz te verzoeken.

Op 12 december 1474 stelt Johan van den Loe, ridder, zijn testament op. Erfgenaam is zijn zoon Wessel, zijn dochters Elsken van der Horst en Stijne van Aldenboicken zijn gehuwd en hebben hun bruidschat gehad. Een andere dochter Margaretha is abdis te Sterkrade en heeft lijnrenten. Hij bestemt verder missen enz. Executeurs zijn Johan van Eijll, kanunnik te Xanten, zijn dochter Margaretha, abdis, zijn zwager Bernt Huchtenbroick en de gebroeders Johan en Matthijs Merenberg. Johan van Eijll Mathijszoon, erfkamerling van het hertogdom Kleef, maakt op 8 september 1475 zijn deel van het Huis Geijsteren tot open huis voor de hertog van Kleef.

Op 14 september 1482 sluiten Johan van Boedberg, erfmaarschalk en de weduwe Margaretha Broeckhuijsen enerzijds, en de gebroeders Johan, Sibert, Mathias, kanunnik te Zutphen, en Alert van Eijll, zoons van Thijs van Eijll, anderzijds, een overeenkomst over de nalatenschap van wijlen Margaretha van Broickhusen, vrouw van Johan van Boedberg en dochter van Melart en Maria van Boedberg.

In 1483 verkoopt Godard van Harff, de jongste zoon van Godart van Harff en Henrica van Broekhuizen, zijn deel van de heerlijkheid Geijsteren aan Johan van Eijll. In december 1483 sluiten Gaerd van Harff te ener en Johan van Eijl Thijszoon ter andere, een overeenkomst na geschil inzake het Huis Geisteren met de heerlijkheid Geisteren, Spralant, Oirlo en Oostrum, waarbij Gaerd aan Johan al zijn rechten verkoopt voor 6000 rijnse guldens. In juni 1485 verkopen Gaert van Haerne en Derick van Hackvort, gehuwd met Agnes van Haerne, alle rechten op Huis en heerlijkheid Geijsteren c.a. aan Johan van Eijll Thijszoon. Godart van Harff en Dederick van Hackvoirt bevestigen de verkoop op 5 maart 1486. Op 8 juli 1486 'opten saterdach na unser liever vrouwendach visitationis' oorkondt Johan van Eijll TIlmanszoon, leenheer, in aanwezigheid van twee zijner leenmannen te weten Johan van Boedberg, ridder, erfmaarschalk van Gelre, en Elbert van Eijll, ridder, beleend te hebben Johan van Eijll Thijszoon, heer te Geisteren, met de goederen genaamd die Kuesdunck en het goed then Beircktten in en buiten het kerspel Baarlo in het land van Kessel. De beleende vraagt het goed als weduwegoed te mogen verbinden voor zijn vrouw Elisabeth van Goor, hetgeen wordt toegestaan. Op 28 januari 1487 wordt Johan van Eijll door de stadhouder van de Cuijkse lenen te Grave beleend met de helft van de heerlijkheid Geijsteren.

Op 2 augustus 1492 oorkonden Johan van Eijll, medeheer te Geijsteren, en Johan van Broichusen Sweerszoon, leenmannen van Gelre van de hof van Cuijck, dat Seger, Johan, Marten en Jacop van Broickhusen genaamd van Oeijen, gebroeders, de hof gen Sande te Ooijen, die zij gekocht hebben van Johan Hagen, als onderpand gesteld hebben voor 4 malder rogge, maat van Oijen, 's jaars voor een weekmis in de kerk van Horst, gesticht door Johan Hagen. Op 18 augustus 1494 is Johan van Eijl, heer te Geisteren, een van de getuigen bij het verdrag tussen koning Maximiliaan en Filips, aartshertog, en Karel hertog van Gelre, waarin onder andere wordt bepaald dat Nieuwstad en Echt weer in handen van Karel worden gesteld. De ter bekrachtiging opgeroepen gedeputeerden van ridderschap en steden van het Overkwartier, Thijs van Merwick, ambtman van Kessel, Karel Spede en raadsvrienden van Venlo, zijn onderweg door Kleefsen gegrepen en in Gennep vastgezet. Het verdrag vindt daardoor geen doorgang. Op 16 april 1495 bekrachtigt Karel, hertog van Gelre, het verdrag van onzijdigheid tussen het land van Kessel en dat van Kuik en Grave, gesloten door Thijs van Merwick, drost van Kessel, Johan van Eijl, heer van Geisteren, en Johan van Broekhuizen ter ener en Cornelis van Bergen, heer van Zevenbergen, namens de rooms-koning Maximiliaan ter andere zijde.

Op 31 december 1501 sluiten Andries van Vischenich genaamd Belle, Johan Schellart van Obbendorp, heer te Schinnen, en Winand Schellart van Obbendorp, gebroeders, ten ener, en Johan van Eijl, heer te Geisteren, ter andere zijde, een vergelijk over de verbouw van het Huis Geisteren, die Johan van Eijll heeft uitgevoerd. Andries behoudt het bovenhuis, Johan van Eijll het onderhuis of voorburcht. Vischenich zal de wal van het bovenhuis onderhouden en in de ronde toren twee zolders afbreken. Verder zijn er regels opgesteld over de grachten (links Huis Geijsteren na de restauratie in 1919/1920, verwoest na een bombardement in 1945). Op een datum na 27 maart 1502 'na pasen' vindt de deling plaats na de scheidsrechtelijke uitspraak tussen Andries van Vischenich genaamd Belle en Adriana van Broichuijsen, echtelieden, Johan van Schellart, heer te Schinnen, en Winand van Schellart, gebroeders en zonen van Frederik Schellart van Obbendorp, ten ener, en Johan van Eijll en Elisabeth van Goer, echtelieden, heer en vrouwe van Geisteren, ter andere zijde, over de rechten tot bewoning van het Huis Geisteren.

Op 27 oktober 1502 doen Johan van Eijll en Elijzabeth van Goer, heer en vrouwe van Geijsteren, afstand van hun lijfgewinrecht op een grondrente van 4 malder rogge uit een perceel in de heerlijkheid klein Oirlo. Op 23 november 1502 'op sint ceciliedach' oorkonden Johan van Boin, Johan Mercator en Johan Verwer, leenmannen van Gelre, dat Gerit van Merwick, als momber van zijn nicht Reijsenn van Merwick, naasting heeft gedaan inzake de koop die Johan van Eijll deed van het Huis c.a. Baarlo.

In 1505 verkrijgen Johan en Elisabeth Huis de Borcht te Baarlo van Derick die Klair (zie afbeelding links). Op 17 juni 1521 'maendag post vite et modestii' verklaart de weduwe van Derick die Clair, als gemachtigde van Egbert van Montfort c.s., ontvangen te hebben van Elisabeth van Goor, weduwe van Johan van Eijll, heer te Geisteren, 2300 rijnsguldens wegens verkoop van het huis te Baarlo.

In 1520 vindt de scheiding en deling plaats van de nalatenschap van Johan van Eijll, tussen Elisabeth van Goer, weduwe van Johan van Eijll, en haar kinderen. Johan van Eijll verkijgt de heerlijkheid Geisteren en Spraland, Oirlo en Oostrum met leenmannen en dienstmannen, cijnzen, laten, enz, zoals in Geisteren in Grave te leen. Sijbert van Eijll verkrijft de banhof Spralant in de heerlijkheid Oostrum en een deel van de heerlijkheid Oostrum over de beek richting Geistern. Willem van Eijll krijgt onder andere 9 malder 's jaars krijgt uit Oostrum, de cijns te Oostrum. Mathijs van Eijll verkrijgt de hof op den Berg onder Geisteren. Gerrit krijgt 12 malder 's jaars uit de molen te Geiste en 17½ malder 's jaars uit de rosmolen. De weduwe behoudt Huis Baarlo in vruchtgebruik. In 1522 verkoopt Elisabeth van Goer, weduwe van Johan van Eijl, heer te Geijsteren, een jaarrente van 21 hornsguldens wegens ontvangst van 420 hornsguldens.

Elisabeth legt in 1524 de eerste steen voor een nieuw te bouwen kerktoren te Geijsteren. Dit feit is vereeuwigd in een gedenksteen die boven de torendeur ingemetseld is: 'Anno XVc XXIIII en een doe lacht jouffer Liisbet weduwe van Eijl dis tarns den irsten steen'.

Op 4 augustus 1530 'op donredag na sijnte petrisdach der heiligen apostels ad vincula' vindt de scheiding en deling plaats tussen de kinderen van wijlen Johan van Eijll, heer te Geisteren, en zijn vrouw wijlen Elisabeth van Goer en Johan, Sijbert, Mathijs, Wilhem en Gerrit van Eijll en Berndt van Huchtenbroick gehuwd met Agnes van Eijll. Johan van Eijll, heer te Geijsteren, en Maria van Domborch, echtelieden, verkrijgen de heerlijkheden Geijsteren, Oirlo en Oostrum. Sijbert van Eijll en Johanna van Brouckhuijsen, echtelieden, verkrijgen het Huis te Baarlo c.a., de hof te Coesdonck en de hof de Grote Berckt. Wilhem van Eijll en Stijn van den Sande, echtelieden, verkrijgen de hoeve Grote Beijrckt en de Kleine Beijrckt, de woning den Deijlst en de hof te Oestenrick te Horst.

Uit dit huwelijk:

1.   Johan van Eijll, heer van Geisteren (1512), heer van Spralant en Oostrum (1540), overleden < 1546, begraven in de kerk te Geijsteren. Gehuwd in 1532 met Maria van Domborch, vrouwe van Aagtenkerke en van het Huis te Werve (bij Rijswijk, ZH), overleden 1561, begraven in de kerk te Geijsteren

2.   Sijbert van Eijll, heer van Baarlo, overleden 1552. Gehuwd met Johanna van Brouckhuijsen, overleden > 1530

3.   Willem van Eijll

4.   Mathijs van Eijll, kanunnik, overleden > 4 augustus 1530

5.  Gerrit van Eijll, overleden > 4 augustus 1530

7.   Agnes van Eijll. Gehuwd met Berndt van Huchtenbroick, heer van Schloss Gartrop te Hünxe (D)

8.   Anna van Eijll, sub-priorin van de Munsterabdij te Roermond, overleden 9 oktober 1539

9.   Lucia van Eijll, overleden 28 december 1548. Gehuwd met Dirk van Rijn

 

85662. Wilhelm van den Sande, zoon van Johan van den Sande en NN van Meteren

Gehuwd met

85663. Judith van den Berch

Uit dit huwelijk:

1.   Christina van den Sande

2.   Reinier van den Sande, geboren ca. 1523, overleden 7 september 1603. Gehuwd met Lamme de Luarda, overleden < 1564. Gehuwd in 1564 met Catharina van Reijd, overleden 1583

3.   Johan van den Sande. Gehuwd met Elisabeth de Haan

 

85664. Elias van Weede, schepen te Amersfoort (1501-1508), zoon van Johan van Weede en Judith Verbeeck, geboren ca. 1455, overleden 1511

Elias werd in 1485 beleend met het Thiend van Boelenhove. Lambrechtje werd op 29 juli 1497 beleend met het goedt Ruijtenbeeck.

Gehuwd met

85665. Lambrechtje Claas Goorts, dochter van Claas Goorts en Goudeken NN, geboren ca. 1480

Uit dit huwelijk:

1.   Elias van Weede

2.   Johan van Weede, priester

3.   Jutte van Weede, overleden > 1537. Gehuwd met Jacob Swarte

4.   Godert van Weede. Gehuwd met Weijndelmoet NN

 

85666. Rijer Peters van Hamersfelt

Kinderen:

1.   Margareta Rijer Peters van Hamersfelt

 

85668. Pauwel Jansz van den Berch

Gehuwd met

85669. Lijsbeth NN

Uit dit huwelijk:

1.   Sophia Pouwels van den Berch. Gehuwd 1519 met Henrick van der Haer

2.   Peter Pouwelsz van den Berch, wisselaer (1501), pastetenbakker (1506). Gehuwd met Elsabe Andries Peters

3.   Daniel Pouwelsz van den Berch

4.   Willem Pauwelsz van den Berch

5.   Maria Pouwels van den berch. Gehuwd met Hendrick van Blockhoven, overleden < 1516

 

85670. Johan Stevensz de Witt 'de jonge', brouwer in de Wijstraet te Utrecht 'daer de Bijl uijthangt' (1519), zoon van Steven Jansz de Witt 'die Keijser' en Reijmborch NN, overleden < 23 mei 1542. Gehuwd met Jacobgen Dircks Sem, overleden < 1508

Gehuwd met

85671. Christina Zas, overleden 1544

Op 25 oktober 1518 is Johan die Wit Stevensz na dode zijns vaders Johan de Witten Stevenszoon, beleend met vier merghen lants also als die gelegen sijn in Hermans gerichte van Wulven in den Meren, dair baven ende beneden naest gelant is Gerrit van Voern mit lande, dat hij holdende is van den Gesticht van Utrecht. Op 5 februari 1527 en 30 juli 1529 is Johan opnieuw beleend. Op 2 juni 1541 is Johan die Wit Stevensz beleend na dode zijns broeders Johan die Wit Stevensz.

Claes van Oostrum verleijdt Jan Stevensz de Wit vermits dode Steven Jansz, sijn vader, met twee mergen landts ende een huijsinge tot Houten, aen lesten februarij 1519. Jan de Wit Stevensz en Korstijne sijnen wijve, verplachen Jan de Wit sijn voorsoen die hij hadde bij Jacobgen Dirck Semmendr, die hij hadde bij Geertruij sijn wijff Splinter dr van Rossum, 45 Rijnsgulden jaerlijck. Schepen Oude Min. 1519.

Op 28 februari 1519 is Jan de Wit bij dode van Steven Jansz, zijn vader, beleend met 2 morgen land in Houten met huis en toebehoren. Op 5 juni 1538 opnieuw Jan de Wit Stevensz met ledige hand. Op 23 mei 1542 gaat het leen naar Dirk de Wit bij dode van Jan, zijn broer.

Uit dit huwelijk:

1.   Jacobgen de With

 

85674. Franck Claes Folpertsz

Gehuwd met

85675. Margriet Dirck Sassen

Uit dit huwelijk:

1.   Maria Franck Folperts

 

85688. Evert van Schuren, drost van Wachtendonk (1485), ridder (1493), heer van Horst (1503), zoon van Bruen van Schuren en Greijte NN, geboren ca. 1445, overleden 1519-1520

Gehuwd met

85689. Margaretha NN, overleden > 20 mei 1529

Onderstaande akten zijn vertaald uit het duits. Vertaalfouten zijn mogelijk. De originele duitse omschrijvingen zijn te vinden op http://wiki-de.genealogy.net/ Herrlichkeit_Horst.

Op 13 juli 1457 bevestigt Bernardus, pastoor te St. Gerde binnen Essen, dat hij 10 rh. gulden, die hij Evert van Schüren geleend had voor de koop van een paard, teruggekregen heeft. Op 20 april 1461 brengen Everd en Coird van Schüren, gebroeders, een erfdeling tot stand waaronder de hof te Roiddensch valt. Op 23 april 1461 treft Johannes van Schuiren, kanunnik te Essende, een erfdeling met zijn broeders Everde en Coirde van Schuren, waarbij hij afziet van zijn vaders erve, met uitzondering van de Scheperskamp en de hof te Ruddenscheide en de schuldbrief uit het Schenckambt.

Circa 1470 verpanden Jorgen van Weijntorpe en zijn echtgenote Mette ... of de Honrewijssche aan Everde van Schuren.

Op 27 september 1493 verpanden Jorien Weijentorpe en zijn echtgenote Mette het Honerkempken aan ridder Everde van Schueren. Op 24 april 1498 verkopen Arnt van der Horst, burger van Boeken, en zijn echtgenote Tele, de helft van hun goed Hindervelt te Eijberge in het kerspel Stele, dat Rutger Plucketijn bebouwd, aan ridder Everde van Schuren en zijn echtgenote Margarete. Op 26 mei 1499 geeft Hinrick Brant van Vrijllendorp ridder Everde van Schuren het recht om een rente uit Meckelbeck terug te kopen. Op 9 juni 1501 verkoopt Johan van Ekell, zoon van de echtelieden Hunekes en Cathrine, met toestemming van zijn moeder, het hof toe de Berg aan ridder Evert van Schüren.

Op 9 mei 1503 verkopen Evert van Schuren, heer ter Horst op de Roer, en zijn echtgenote Margareta een rente uit de goederen ter Horst op de Ruijr, Boill, Kloisterberge, Boickholt en Meckelenbeick in het gericht Horst en uit de goederen te Werendorpe, aan Bernde Rijsken van Steill, kelner, en de acht oudste altaristen van het altaren S. Martine, Georgii, Stephani, Nicolai, Katharinae, Omnium sanctorum, Petri en Michaelis in Münster te Essende. Op 16 maart 1504 staat Johan van Dungelen af aan ridder Evert van Schuren, heer ter Horst op de Roer, de dochter van Telken Mollensijpes en ontvangt daarvoor Geijrtkens, dochter van Elsen van Wentrop. Op 1 mei 1505 verkoopt Rutger Roijffhaick aan ridder Everde van Schuren het recht tot vrije losse dat hij aan het stuk land genaamd de Wijdenkamp in de Ouen beneden Dailhusen, genaamd Dailhuser Ouen, bezit en dat Hinrick Schulte van Hatneggen zolang bezeten heeft. Op 2 januari 1507 sluiten de acht oudste altaristen van Münster in Essende een overeenkomst met ridder Everde van Schuren, heer ter Horst op de Roer, over het goed en tiend Boill in het gerecht Horst, waarvan zij afstand doen ten gunste van de ridder en zijn echtgenote Margareta en een roggerente daarvan behouden.

Op 7 maart 1513 doen Johan van Aldenboickem, drost te Goijch, en zijn echtgenote Margrete, afstand van het erfdeel van ridder Evert van Schuren, heer ter Horst op de Roer, en zijn echgenote Margrete, dat hen later zal toekomen, met uitzondering van de gedane toezeggingen bij de huwelijkse voorwaarden. Op 20 oktober 1517 draagt Wilhelm Hugenpoit, erfschuldenaar (?) van de hof Eijckel, over aan ridder Evert van der Schüren, de eigenhorige Mette dochter van Katrijne Meierschen van Nijenhusen, en ontvangt daarvoor Katrijne, dochter van Telen Meierschen van Weijentorp. Op 22 februari 1519 verklaren Rutger op de Berge en zijn echtgenote Anna van Schüren, dat ridder Evert van Schüren en zijn echtgenote Margarete zowel als hun zonen Aleff, Bruijn en Johan van Schüren, beloofd hebben 1000 gouden guldens als bruidschat voor hun enige dochter Anna te betalen, welke som heden betaald wordt, waarmee de echtelieden tevreden zijn.

Op 20 mei 1529 draagt Anna gravin van Limburg, dochter te Styrum, abdis te Herford en Scholasterin te Essen, haar woonhuis te Essen genaamd het wijlen Engelbert Moeken Huis, waarin de weduwe van Evert van Schuijren al enige tijd woont, levenslang over aan jonker Jorijen graaf van Limburg, heer van Styrum, haar broeder.

Uit dit huwelijk:

1.   Bruijn van Schuren, heer van Horst, ambtman van de Tieler- en Bommelerwaarden (1530), overleden < 18 oktober 1562. Gehuwd met Aleijt van Haeften, overleden < 13 februari 1605

2.   Anna van Schuren. Gehuwd < 22 februari 1519 met Rutger op de Berge, schepen tot Weze

3.   Johan van Schuren, overleden > 9 september 1535

4.   Adolf van Schuren

 

88384. Hendrick Tael, geboren 1504 te Scheveningen, overleden < 1565

Gehuwd in 1530 te Scheveningen met

88385. Swaentge Claes, overleden 1577 te Scheveningen

Uit dit huwelijk:

1.   Pieter Hendricksz Tael

 

88386. Jan Jansz

Gehuwd met

88387. Marijtje Alijts de Waert

Uit dit huwelijk:

1.   Alijt Jans

 

88392. Jacob Adriaensz Schilperoort, zoon van Adriaen Gerritsz Schilperoort en Trijntje NN, geboren 1500 te Scheveningen, overleden <1540

Gehuwd met

88393. Jannetje Matheus, dochter van Thonis Willemsz en Katrijn Cornelis, geboren te Scheveningen, overleden 1555 te Scheveningen

Uit dit huwelijk:

1.   Cornelis Jacobsz Schilperoort

 

88394. Joris Adriaen Ottesz

Kinderen:

1.   Corsgen Joris Oosterbaan

 

88398. Adriaen Cornelisz den Jaghe (den Otter), lijndraaier, kerkmeester (1555), caegerman (1588), geboren 1518 te Scheveningen, overleden 1589 te Scheveningen

Gehuwd in 1559 te Scheveningen met

88399. Jannetje Jacobs van Schilperoort, dochter van Jacob Sijmonsz van Schilperoort en Pleuntje Hubrechts, geboren 1518 te Scheveningen, overleden 1588 te Scheveningen

Adriaen woont van 1543 tot 1561 op verschillende adressen in de Westerstraat in Scheveningen en bezat een lijnbaan aldaar aan de Haagweg, afgezet met bomen om het stuifzand tegen te gaan. De straat heet later De Laantjes, momenteel Nieuwe Laantjes. Adriaen wordt vermeld in het schuldboek van Rotterdam.

Uit dit huwelijk:

1.   Wouter Adriaensz, geboren ca. 1568

2.   Leuntgen Arents den Jagher

3.   Cornelis Adriaensz den Jagher

 

88526. Ulrich van der Wartel, geboren ca. 1485

Kinderen:

1.   Claartje van der Wartel

 

99008. Henric Cruven

Kinderen:

1.   Gerijt Hendricksz Cruven

 

99010. Lambert Jansz

Kinderen:

1.   Mechelt Lambert Jans

 

103424. Jacob Vermeer, geboren ca. 1436, overleden > 1515

Jacob Vermeer compareert voor de bank van Overbetuwe, doet aanspraak (1507) en getuigt op St Valentijnsdag 1515 ten aanzien van een pacht. De nazaten van Jacob Vermeer dragen al zeker sinds de 16e eeuw een wapen (zie afbeelding links). In zilver een dubbelkoppige zwarte adelaar, rood getongd, goud gesnaveld en gepoot. Helmteken (niet afgebeeld) de adelaar. Dekkleden zilver en zwart.

Kinderen:

1.   Jan Vermeer, gegoed onder Herwen, schutterskoning te Herwen (1480), geboren ca. 1461, overleden > 1527. Gehuwd ca. 1483 met Fijke NN

2.   Arndt Vermeer

3.   Henrikske Vermeer, geboren ca. 1465, overleden > 1527

 

104192. Reijer van Wijckersloot, zoon van Roelof Zuermond van Wijckersloot en Belije Schade, geboren ca. 1415 te Nederlangbroek

Kinderen:

1.   Roelof van Wijckersloot

 

104224. Dirck van Voerst, zoon van Johan van Voerst, geboren ca. 1410, overleden > 1460

Kinderen:

1.   Joost van Voorst

2.   Willem van Voorst, ouderman te Utrecht (1487, 1491), kerkmeester van de Buurkerk te Utrecht (1503), overleden 1493 te Utrecht. Gehuwd met Hillegond NN, overleden 1521 te Utrecht

 

104336. Jan van Hattem, (bastaard)zoon van Reinald III 'de dikke' van Gelre, overleden > 1422

Jan ontvangt in 1371 van zijn vader de burcht, stad en heerschappij van de stad Hattem met het kerspel en de hoge en lage rechtspraak. Op 3 december 1371 wordt dat bevestigd door Machteld, de zuster van Reinald. Hij bezit goederen en erven in de Neder-Betuwe onder Ingen, Oijen, (Op)Heusden, Eck en Maurik.

Kinderen:

1.   Barthold van Hattem, pachter van een hofstad in die Breije te Ingen

2.   (?) Roelof van Hattem

3.   Sophia van Hattem, overleden > 1476. Gehuwd < 4 juli 1465 met Dirk Loufsz van Eck, geboren ca. 1410, overleden ca. 1474

 

106504. Henrick Gerijtsz Koel, zoon van Gerijt Koel en Margriet NN, geboren ca. 1440, overleden ca. 1481

Gehuwd met

106505. Elisabeth Wouters van Dichteren, dochter van Wouter van Dichteren en Geertruijt Jan Gijsberts, geboren ca. 1440 te Culemborg, overleden 1483-1485

Op 12 november 1470 wordt Hendrik Cool beleend voor Elisabeth, dochter van Wouter van Dichteren, zijn vrouw, bij dode van Johan Gijsbertsz, met twee strepen in Goilberdingen, boven Johan Geerlingsz, beneden Gerard Hackert, strekkende van de Parijse straat tot de leenheer met zijn waard, Het eerste perceel te komen op Hildegonde, hun dochter, en het tweede op Geertruida, hun dochter, met lijftocht van haar man. Op 7 maart 1481 wordt Elisabeth van Dichteren er mee beleend (na overlijden van haar man).  Elisabeth wordt op 12 mei 1483 opnieuw beleend, het eerste perceel te komen op Melis, haar zoon, die Celie, zijn zuster, dan 40 oude schilden zal geven. Op 29 juli 1484 Geertruida, dochter van Hendrik Cool, zegt Celie, haar zuster, f 60 Rijns toe. Op 26 april 1485 Cornelis Eliasz voor Geertruida Cool, zijn vrouw, bij dode van Elisabeth, haar moeder.

Op 22 december 1472, des anderen dages na sunte Thomas dach apostoli, oorkonden Zweder van Culenborch, bastaard, richter te Culenborch, Zweder van Eschensteijn, Heinrick Zuermont, Herman van Doijenberch en Aernt de Man, schepenen aldaar, dat Henrick Koell na verwin eigenaar wordt van 3 morgen land op Lanxmeer, afkomstig van Jan Giisbertsz.

Op 7 april 1473 komt Hendrik Coel in bezit van een halve hoeve op Rietveld, bij dode van Gerard, zijn vader, en overdracht door Otto Coel, zijn broer, te komen op Janna, zijn dochter bij Elisabeth, zijn vrouw, met lijftocht van Margaretha, zijn moeder, en daarna van zijn vrouw. Op 7 juni 1481 gaat het naar Otto Coel voor Johanna Coels, bij dode van Hendrik, haar vader, na de dood van Elisabeth, haar moeder, te versterven in de boedel met 60 gouden Rijnse guldens voor Geertruida Coels, haar zuster.

Uit dit huwelijk:

1.   Johanna Henricks Cool

2.   Gerijt Henricksz Cool, overleden > 2 mei 1523

3.   Melis Henricks Cool

4.   Hildegonde Hendricks Cool

5.   Geertruida Henricks Cool, overleden 1506-1507. Gehuwd met Cornelis Eliasz

6.   Celie Hendricks Cool

 

106506. Jan Gerritsz Brouwer, geboren ca. 1450 te Culemborg

Kinderen:

1.   Catharina Jan Gerritsz Brouwer

 

106510. Aert Hermansz

Kinderen:

1.   Janneken Aert Hermans

 

106512. Willem Ottensz, waarsman van Leerbroek en Middelkoop, geboren ca. 1440, overleden 1494-1503

Gehuwd met

106513. Marigjen Evertsen, overleden > 1491

Wille verkoopt op 21 augustus 1481 land op Reyerscoop int 't Sceijdel weer, strekkende tot de Nulantse weg, 'onderdeylt' met Jan Knobbout, aan Gerit Henricxz die Backer. Op 13 juni 1484 heeft hij land in het Leecheynd van Middelkoop. Op 22 augustus 1485 is hij waarsman van het Leegeijnd van Middelkoop. Hij moet dan samen met de heemraden een molen laten maken met drie wachtholen. Als maker van die molen wordt ook Geryt Ottensen genoemd. Omstreeks 1493-1494 komt Willem in kleine betalingsmoeilijkheden. Het laatst wordt hij vermeld op 25 april 1494, wanneer hij 8 Rijnse guldens schuldig is aan Aelbert Aelbertsen. Op 11 augustus 1503 toont heer Jan van Heukelom ter herinnering volgens het memorieboek van Leerbroek, dat van de twee mergen die Willem Ottensen aan de pastorie van Leerbroek geschonken heeft, nog van 20 jaar 2 stuvers te ontvangen is. Het is niet geheel duidelijk of het dezelfde Willem Ottens betreft.

Kinderen:

1.   Claes Willem Ottensz

2.   Ot Willemsz, kistemaker te Utrecht, overleden > 30 mei 1529

3.   Adriaen Willems den Hartoch, bakker te Utrecht, overleden < 23 februari 1536

4.   Jan Willemsz Zweijnen, heemraad en gezworene van Middelkoop, geboren ca. 1470, overleden 1542. Gehuwd met Adriaentgen Dircx

5.   Jacob Willemsz, geboren ca. 1475, overleden juni-juli 1541. Gehuwd met Jenneke Jan Jans

 

106514. Cornelis Jansz van Aefferen

Kinderen:

1.   Margriet Cornelis van Aefferen

2.   Wijnant Cornelisz van Aefferen

3.   Jan Cornelisz van Aefferen

 

106518. Adriaen Dircxs

Kinderen:

1.   Lijsbeth Adriaen Dircxs

 

106912. Roelof Heijmensz 'dije Wijlde', richter (1433, 1434) en schepen (1436) van Everdingen en Zijderveld, heemraad op de Lingedijk of de Vijfheerenlanden (1452), zoon van Heijmen Boudewijnsz, overleden tussen 3 mei en 22 september 1452 (wapen Roelof Heijmensz, zie afbeelding links)

Gehuwd met

106913. Aleijt Keetelbantz, dochter van Rolof Ketelbant. Gehuwd met Franck Mertensz

Roelof pacht tussen 1423 en 1435 vier strepen land op Goilberdingen aan de dijk. Op 25 februari 1439 wordt hij beleend met 6 morgen land op Neder-Zijderveld. Op een onbekend datum draagt Roelof met zijn vrouw Aleijt en Jan Roelofsz met diens vrouw Beert twee morgen land over aan de kerk van Zijderveld. Hij transporteert kort voor 3 mei 1452 een halve hoeve land op Neder-Zijderveld en is verder eigenaar van minstens twee percelen op Lang-Bolgerijen.

Aleijt erkent op 3 januari 1453 samen met haar tweede man Franck Mertensz, dat jonker Gerardt, heert tot Culenborch etc de schuld, die diens vader had aan Roelof Heijmensz, ter zaken van het schoutambt van Everdingen, voldaan heeft.

Uit dit huwelijk:

1.   Heijmen Roelofsz

2.   Jan Roelof Heijmensz, eigenaar van land op Lang-Bolgerijen en land op Neder-Zijderveld (1452), overleden 1459-1470. Gehuwd met Beert NN, overleden > 29 mei 1457

 

107008. Jan Jansz Tucker, geboren ca. 1440

Kinderen:

1.   Cornelis Jansz Tucker

2.   Aert Jansz Tucker, geboren ca. 1470, overleden < 4 maart 1535. Gehuwd met Margriet Pouwels

 

113984. Willem Claesz van Zijl, brouwer te Vianen, leenman van Helsdingen (1492), zoon van Claes Pietersz van Zijl en Margriet Gerijt Heijes, geboren ca. 1470, overleden ca. 1518

Gehuwd ca. 1485 met

113985. Jutte Floris

Uit dit huwelijk:

1.   Nicolaas Willemsz, leenman van land in Helsdingen (1518), geboren ca. 1486, overleden ca. 1520

2.   Pelgrim Willemsz van Zijl van Arnefeld

3.   Aleid Willems, geboren ca. 1489

4.   Floris Willemsz, geboren ca. 1490

5.   Wouderade Willems, geboren ca. 1492

 

113996. Hendrik Joosten van Rijsenburg, zoon van Joost Abrahamsz van Rijsenburg, overleden < december 1529

Kinderen:

1.   Joost Hendriksz van Rijsenburg

 

116480. Reinier Jacobsz van Langelaar, zoon van Jacob Reijniersz van Langelaar, geboren ca. 1440, overleden > 1511

Kinderen:

1.   Gerrit Rijersz van Langelaar

2.   Willem Rijersz van Langelaar

 

116514. Gerrit van Atteveld, geboren ca. 1430

Kinderen:

1.   Mechteld Gerrits van Atteveld

 

121856. Willem van Snellenberch, schout van Utrecht (1471), zoon van Peter van Snellenberch (?), geboren ca. 1420, overleden > 1481

Kinderen:

1.   Jacob van Snellenberch

2.   Marij van Snellenberch

 

121990. Sander NN

Kinderen:

1.   Maeijcken Sanders

2.   Janne Sanders, geboren ca. 1500. Gehuwd met Jan Peetersz van Noorthouck, rentmeester van de Heerlijkheid Duijvelandt, geboren ca. 1500, overleden < 1567