Generatie 13

4272. Hendrick Jansz Duijvesteijn, schepen van Wateringen (1607, 1608, 1618), zoon van Jan Hendricxz en Anna Pieters, geboren ca. 1555, overleden 1620-1624. Gehuwd ca. 1590 met Lijsbeth Henricx

Op 28 juni 1584 wordt Hendrick bij dode van Jan Hendricxz beleend met de 8 hond land van de hofstad van der Wateringe, hetwelk hij op 16 juni 1620 overdraagt aan Jonkheer Dideric van Schagen, vrijheer tot Goudriaan. Voorts erft hij het leen van de Lek en Polanen en draagt dit op een niet nader te achterhalen tijdstip (vermoedelijk tussen 1584 en 1589) over aan Cornelis Adriaensz van Royen, wiens weduwe in of na 1589 met Duijvestein zou hertrouwen. Blijkens diverse akten bewoont Duijvesteijn in de Wippolder in het ambacht Wateringen een woning met schuur, bijschuur en barg, staande op ruim 6 morgen patermoniaal eigen land. Ten noorden grenst dit vaderlijk erfgoed aan de Cleijne’ of ‘Corte Noortwech’, dus aan dezelfde weg waar in 1557 zijn vermoedelijke vader Jan Hendricxz. woont en vermoedelijk ook eigen grond (ruim 3 morgen) bezit.

Een akte uit 1610 maakt melding van zijn perceel patermoniaal eigen land ter grootte van 1½ morgen genaamd ‘de mient weij’ en dat in het noorden grenst aan de Mientweg en deel uitmaakt van de ruim 6 morgen land bij zijn woning in de Wippolder. Dit perceel heeft aanvankelijk met een stuk land van dezelfde oppervlakte deel uitgemaakt van een groter perceel, waarvan de wederhelft behoort aan de kerk van Monster. Duijvesteijn heeft vóór 1610 deze 1½ morgen van die kerk gekocht. Het kan haast niet anders of hier is sprake van dezelfde stukken land als genoemd in de leenakten van de 8 hond uit 1583. Als belenders ten noorden van dit leen worden dan genoemd: Jan Henricxz en de kerk van Monster. Als men oudere kaarten van het ambacht Wateringen ter hand neemt, ziet men dat de genoemde Wippolder in het noorden begrensd wordt door de Mientweg en in het zuiden door de korte- of kleine Noordweg; dus zowel Jan Hendricxz als Hendrick Jansz Duijvesteijn zijn tussen de Mientweg in het noorden en de korte Noordweg in het zuiden gegoed. Daarenboven is omstreeks 1600 geen andere Hendrick Jansz te Wateringen aangetroffen dan Hendrick Jansz Duijvesteijn en zeker geen naamgenoot die eveneens in de Wippolder gegoed was. Al met al kan men wel zeker stellen dat Duijvesteijn een zoon was van Jan Hendricxz.

In de jaren 1607, 1608 en 1618 is hij schepen van Wateringen en in transportakten wordt hij steeds als ‘onse mede buijrman’ (te Wateringen) aangeduid. Hij moet meer dan eenmaal gehuwd geweest zijn. De naam van zijn latere vrouw blijkt uit een akte van 16 mei 1603 als Jacob Corneliss, zoon van Cornelis Doessen en Maritgen Cornelisdr, akte van huwelijkse voorwaarden maakt met Ingetgen Cornelisdr, dochter van wijlen Cornelis Adriaenss van Roijen en Lijsbeth Henricxdr, welke laatste nu de vrouw is van Henrick Janss Duijvesteijn.

Op 11 augustus 1607 verkoopt Duijvesteijn uit eigen naam, zowel als voor de gemene erfgenamen van Cornelis Adriaenss van Roijen, een perceel land buiten het dorp Wateringen. Zijn twee zoons kennen wij o.a. uit een akte van 17 mei 1613. Daarin verklaart Henrick Janss Duijvestein ‘onze mede buijrman’ met zijn zoons en borgen ouwe Jan Henricxz Duijvesteijn en jonge Jan Henricxs Duijvesteijn 1550 carolus gulden schuldig te zijn aan Cornelis Maertenss te Wateringen en dat in verband met de koop van een huis met boomgaard in het dorp Wateringen, hetwelk is belast met 16 hoenderen toekomende ‘den huijse van Naeltwijck’. Verder moet er nog een 68 gulden betaald worden welke de verkoper eerder aan het ambacht van Wateringen heeft toegezegd voor het bestraten van het dorp.Op 1 augustus 1620 verkoopt hij deze woning voor f 2200 aan Lenart Claess Vijfhouck, waard in de ‘stofcan’ in het dorp Wateringen, welke eerder in dit huis is gaan wonen. Op 11 oktober 1615 heeft hij nog een huis met tuin in het dorp Wateringen gekocht en wel van de erfgenamen van Jannetge Jansdr, de weduwe van de Wateringse schout Adriaen Aerts Waert. Als medeborgen treden voor hem op de schout Pieter Colis en de secretaris Doe van der Houff. Een jaar later, op 20 februari 1616, doet hij de woning over aan genoemde secretaris van der Houff.

In het ambacht Wateringen bezit Duijvesteijn nog verschillende andere percelen grond, waarvan er enkele zijn verkregen ‘bij den coop sonder mundt’ van Sint Aeghten te Delft en het convent Koningsveld bij Delft. In de Wippolder bezit hij ook zekere 8 hond land dat hij op 3 december 1614 transporteert. Kennelijk is dit stuk grond, in het noorden grenzend aan de Heerwech, niet identiek met het even grote leen van de hofstad van der Wateringe, want dit wordt in 1620 door Duijvesteijn van de hand gedaan. Hendrick Jansz Duijvesteijn, kennelijk een vrij gezeten persoon in het Wateringse die ook de schrijfkunst machtig is, zal daar tussen 16 juni 1620 als hij het leen van 8 hond overdraagt, en 3 augustus 1624 zijn overleden. Op laatstgenoemde datum transporteren (oude) Jan Heijndrixs Duijvesteijn, Anthonie (Corsen) van Vliet en Abraham (Corsen) van Vliet, als administrateurs van de boedel en goederen van Duijvesteijn, een door hem nagelaten perceel in de Wippolder. Op 31 mei 1630 worden zijn woning en landen verkocht, terwijl in diens nalatenschap ook land in de ambachtsheerlijkheid Cromstrijen in de Hoekse Waard aanwezig is.

Kinderen:

1.   Jan Hendriksz Duijvesteijn de oude, geboren ca. 1583, begraven 10 december 1669 in de Nieuwe Kerk te Delft

2.   Lijsbeth Hendricks Duijvesteijn, geboren ca. 1585, overleden < oktober 1666. Gehuwd in 1606 te Wateringen met Pouwels Ariensz Verheul, geboren te De Hoorn, overleden < 4 oktober 1666

3.   Jan Hendricksz Duijvesteijn de jonge

4.   Annetge Hendricks Duijvesteijn, geboren ca. 1600, overleden 1658-1666. Ondertrouwd op 16 september 1623 te Delft en gehuwd te Wateringen met Cornelis Simonsz van Schagen, boer, overleden < april 1666

 

4274. Vranck Adriaensz van der Burch , bouwman te Wateringen, zoon van Arijen Vranckensz en Neeltgen Ariens, geboren ca. 1570, overleden 1641-1647

Gehuwd met

4275. Dignum Pieters van der Valck, dochter van Pieter Claesz en Maritgen Maertens, overleden 1650-1653

Vranck treedt op 18 november 1606 op als erfgenaam van Annetgen Vrijesendr. Hij koopt op 23 september 1612 een stuk land in de Nieuw Wateringveldse Polder. Op 26 maart 1638 legt Vranck Adriaensz van der Burch, welgeboren man van de heerlijkheid, oud circa 67 jaren, een verklaring af. Op 16 september 1628 treedt Franck Adriaens van der Burch op als oom en voogd van Pieter en Adam Lenartsz van der Valck en van Maritgen Lenartsdr van der Valck, onmondige kinderen van Lenart Pietersz van der Valck en Grietgen Adamsdr.

Op 22 mei 1641 treedt Vranck Adriaensz van der Burch op als grootvader en voogd van de nagelaten weeskidneren van zaliger Engeltge Vrancken, geprocureerd bij Jan Heijnricxz Duijvesteijn, wonende omtrent Quintsheul in het ambacht van Monster. Op 1 juni 1647 bekent Arijen Pieters Valck schuldig te zijn aan Dignom Pieters, weduwe van Vranck Arijensz van der Burch, 400 carolus gulden.

Uit dit huwelijk:

1.   Adriaen Vrancken van der Burch, landbouwer te Delft aan de westzijde van de Schie, geboren ca. 1601, overleden > 15 januari 1665. Gehuwd in 1627 te Delft (huwelijkse voorwaarden 4 augustus 1627) met Claesje Cornelis Vlieger

2.   Pieter Vrancken van der Burch. Gehuwd op 27 januari 1634 te Berkel met Jannetge Lenerts, geboren te Berkel

3.   Marijtgen Vrancken van der Burch, overleden < 16 maart 1689. Gehuwd met Jacob Pietersz Touw

4.   Arent Vrancken van der Burch, bouwman te Wateringen, geboren ca. 1616, overleden < 4 juli 1684. Gehuwd in 1659 te Delft (huwelijkse voorwaarden 22 mei 1659) met Trijntje Pieters Duijfhuijs, begraven 31 december 1693 te Wateringen

5.   Trijntgen Vrancken van der Burch, overleden < 6 maart 1684

6.   Engeltge Vrancken van der Burch

 

4320. Jacob Pouwelsz Verspeck (de Loose), waard en gezworene van Hof van Delft (1588-1616), bouwman te Delfgauw, zoon van Ouwe Pouwels Claesz van der Speck en Arijaentgen Dircks, geboren ca. 1551 te Rijswijk, overleden 18 december 1628 te Hof van Delft, begraven te Rijswijk. Gehuwd ca. 1580 met Maritgen Jans van der Wilt, geboren ca. 1557, overleden 1632-1640

Op een rouwbord in de kerk van Rijswijk wordt vermeld dat Jacob "de jongsten soone van Pouwels Verspeck" is met de leeftijd van 82 jaar: hij was op het moment van overlijden echter 77 jaar., bouwman en waard te Delfgauw; gezworene van Hof van Delft 1588 - 1616. Hij is begraven onder de naam De Loose. Op het rouwbord staat vermeld hij 7 kinderen nalaat en er een overleden is. Ook wordt vermeld dat Jacob 57 kindskinderen had waarvan er 18 zijn gestorven en 2 achterkleinkinderen. Het rouwbord vangt aan met de mededeling dat Jacob waert tot Delfgau was. In 1621 en 1626 noemt Jacob zich bouwman,Het bord meldt ook een wapen: op zilver 2 gekruiste zwarte gaffels onderaan verbonden met een zwarte streep een driehoek vormend. Op 23 janurari 1623 vermaakt het echtpaar "uit sonderlinge affectie en lieffde tot 't kind , van Pouwels jacob, genaemt Jacob Pouwelsz de sooma van 25 gulden van XL grootten. Op 29 december 1626 vermaakt hetzelfde echtpaar eenzelfde legaat aan het kind van Neeltje Jacobsdr, genaamd Cornelis Aryens.

Kinderen:

1.   Pouwel Jacobsz Verspeck

2.   Willem Jacbosz Hogewerff

 

4322. Adriaan Harmensz Overgauw, bouwman, schepen (1578, 1582) en ambachtsbewaarder (1585, 1591) te Hof van Delft, zoon van Harmen Adriaensz, geboren 1534-1539, overleden 1612-1613

Gehuwd in 1570 met

4323. Geertje Jacobs Vrancken, dochter van Jacob Francken en Aeltje Wiggers, geboren ca. 1550, overleden < 22 december 1618

In het 100ste penning kohier van Hof van Delft uit 1579 is opgenomen 'Adriaen Harmansz woonende opten Overgaeu bruijct in eijgendomme 12 margen weijlant'. Adriaan bouwt in 1608 de "Hammenwoning" te Hof van Delft.

Uit dit huwelijk:

1.   Jaepgen Adriaens Overgauw

2.   Harmen Adriaensz Overgauw, geboren ca. 1585, overleden < 1639. Gehuwd in 1606 met Annetge Floris. Gehuwd op 22 april 1609 te Delft met Arijaantje Jacobs Verspeck, overleden < 1658

3.   Jacob Adriaansz Overgauw, bouwman, ambachtsbewaarder te Hof van Delft, geboren te Pijnacker, overleden 19 juni 1658 te Hof van Delft. Gehuwd op 7 januari 1609 te Delft met Maritgen Pleunen van der Kooij, geboren ca. 1587 te Hof van Delft, overleden < 1644. Gehuwd met Maartje Pieters

4.   Maartje Adriaans Overgauw, overleden 28 januari 1642 te Dorp. Gehuwd met Cornelis Leendertsz van der Hoeve, secretaris en schepen van Dorp (1592), overleden 1641 te Dorp

5.   Neeltje Adriaans Overgauw, overleden 1654. Gehuwd met Dirk Dirks van der Claeuw

6.   Floris Adriaansz Overgauw, overleden 1662. Gehuwd met Catharina Bruijnen van der Morsch, overleden 1654

 

4324. Adriaen Corsz van Dijck, zoon van Corstiaen Anthonisz van Dijck van Adrichem en Neeltje Cornelis, geboren ca. 1542, overleden < 1583

Gehuwd ca. 1568 met

4325. Hilleken Jacobs, dochter van Jacob NN en Jannetje Pieters, geboren ca. 1545. Gehuwd met Pouwels Jansz Vos

Uit dit huwelijk:

1.   Pouwel Adriaensz van Dijck van Adrichem

 

4326. Jan Arentsz Touw van der Burch, gezworene en schepen van Woutharnas, Groenevelt en St. Aegtenrecht (1582), Heilige Geestmeester (1578-1579) en kerkmeester (1583) in De Lier, zoon van Arent Jansz Tou van der Burch en Leentgen Pieters de Backer, geboren ca. 1539 te Naaldwijk, overleden 8 augustus 1595 te 't Woud, begraven te De Lier

Gehuwd ca. 1560 met

4327. Neeltgen Willems Corssen van der Vliet, dochter van Willem Corssen van der Vliet en Pietertgen Adams, geboren ca. 1540, overleden 15 september 1606 te De Lier

Op 20 oktober 1565 bekent Jan Touwesz aan Lenertge Pietersdr, sijne moeder, schuldig te zijn de somme van f 9600 wegens de koop van de woning daar Lenertgen voorschreven nu ter tijd op woont en verbindt daartoe de woning en nog de helft van 32 morgen 2 hont eigen land in de Hof van Delft. Op 25 februari 1578 oorkonden de schepenen van Woutharnas en Groeneveld dat zij 'verleent hebben verlijen en verleenen mitsdesen onse brieven Jan Arent Touwens opt Swet, de helft van sestalff margen lants gelegen opt Wout in Jansambacht van Groenevelt gemengder aerden mit hen ende zijne mede erfgenaemen van wijlen Arent Touwe Janss sijn vader, belegen opte oostzijde selver mit eijgen, mit der erffgenaemen voorss opt zuijteijnde die Vlietsloot, opto westzijde hij selffs mette voornoemde andere erffgenaemen, opt noorteijndc de Swetwech den voorn. Jan Arent Touwenss aengecomen bij doode ende overlijden van Lenaertgen Pietersdochter sijne moeder, die tselve lant van ons te leen te houden plaeh'. In mei 1584 koopt Jan Arent Touwes van zijn broer Arent Touw Jacobsz alle percelen land die hij door het overlijden van hun moeder Lenertgen Pieters in bezit is gekomen. 'Te weten eerst een vierdepaert van sestalff margen lants genaemt die vette wij belast met boterpacht, belopende die seven margen met een kinnetgen boters, mitsgaders elcke margen III blancken tsjaers,, belendt aen de noordzijde die swedtwech, doestzijde Adriaen Jacob Bruijnsz en Cornelis Jorisz tijsuijtende ende de westzijde Jan Touwez voorss met S. Urselen convent. Noch een vierdepaert van XVI hontlants genaemt tbuijtelant dair een Bijstuijn opstaende is, belendt aentsuijteijnde die Swedtwech aentnoorevnde de swet, twesteijnde Jan Reijersz tot Delff. Noch een vierdepaert van XXX morgen 11 hont lants eijgen ofte vrijlant in welcke XXX margen 11 hont lants begrepen is het leen ende is groot omtrent II margen III hont, belendt het noerteijnde de Swetwech doestzijde Jan Touwez ende S. Urselen convent tzuijteijnde de molensloot de westzijde Jan Reijersz voorschreven. Noch die helft van V½ margen lants gelegen opt Woudt inde polder genaemt poeldijck ende is belendt aent noorteijnde die Swedtcae aent zuijteijnde de molensloot ande oestzijde Pieter Allertsz cum socijs ende Crijntgen Jansdr de wede van Claes Prsz aende westzijde het gasthuijs te Delff. Ende geeft hij comparant opte coepe vande zelve landen toe zijn gerechte helft vande ruijetvelde inde Lijer mits dat den comparant triet dair opwassende zal moegen laten snijden zoelange zij gebroeders beijde in levende liive zijn. Geeft hij comparant noch de gerechte helft van een halff margen buijtenlants gelegen opt Woudt aende woninge van Claes Dircxs alias Osgen ende Arent Cornelisz beijde opt Swedt'.

Op 23 juni 1588 oorkonden de schepenen van Woutharnas en Groeneveld dat 'Joris Cornelisz, wonende jegenwoerdich int amboecht van Naeltwijc, verkocht aan Jan Arent Touwensz, wonende inde parochie van de Lijer inden amboecht van Woutharnasch, een woninge met huijs, bijhuijs, schuijr, barge ende gheboemte dair op staende voor vrij eigen mitsgaders ende dartich margen drie hont acht en tsestich gaerden lants alle leggende in den amboecht van Woutharnasch in Groeneveltsepolder aen de swedtkaede ofte swedtwech'.

Op 24 september 1590 en 24 oktober 1591 treedt Jan Touwen van der Burch op als oom en voogd over Maertgen Jansdr, weeskind van zaliger Jan Willem Corsz te Naaldwijk. Op 19 januari 1593 treedt Jan Thouw Arendsz van der Burg op als oom en voogd van vaders zijde van Joris Cornelisz opde Vlijet te Naaldwijk bij het opstellen van diens huwelijksvoorwaarden met Neeltgen Touwen te Delfgauw.

Uit dit huwelijk:

1.   Claes Touw van der Burch, geboren ca. 1570, overleden 'omtrent inde Vasten' 1610. Gehuwd in 1608 (huwelijkse voorwaarden 19 juli 1608) met Maritge Claes Vercroft, geboren ca. 1590, overleden > 1622

2.   Jannitgen Jans Tou van der Burch

3.   Pietertje Jans Tou van der Burch, geboren ca. 1580 te Naaldwijk, overleden > 12 oktober 1645. Gehuwd op 31 mei 1609 te Naaldwijk met Jacob Riddersz Dockum, ambachtsbewaarder (1612-1614) en schepen (1617-1618) te Vlaardingerambacht, bouwman in de Holierhoekse polder, geboren ca. 1570 te Opmeer, overleden 1618-1619 te Vlaardingen

4.   Willem Jansz Touw van der Burch, achtman te Vlaardingen (1614), overleden 1637-1639. Gehuwd met Annetje Gerrits Brouck, overleden 1615-1617 te Vlaarderingerambacht

5.   Arent Jansz Thou van der Burch, begraven 12 januari 1630 in de Oude Kerk te Delft

 

4328. Franc Oliviers Inhouck, zoon van Olivier Adriaensz en Marijtje Vrancken, geboren ca. 1540

Gehuwd op 1 februari 1575 te Naaldwijk () met

4329. Crijntje Jans, dochter Jan Jans Mijnheer en Aeltge Dircks, geboren ca. 1555, overleden 1578

Volgens de rekening die de weduwe van Willem Moens, in zijn leven rentmeester van het Capittel van St Marie op het Hof te 's Gravenhage, overlevert aan de rentmeester Joost van Leeuwen, is Vranck Oliviers, in plaats van Joris Willemsz, over het jaar 1572 van de pacht van 5 morgen buitendijks, nog 16 pond verschuldigd, welk bedrag reeds blijkt te zijn voldaan.

Op 20 maart 1578 oorkonden Jacob Pietersz en Sijmond Hendricksz, schepenen te Maeslandt, Corstiaen Pietersz en Jan Huijgensz, schepenen te De Lier, dat Gerrit Jansz van Schipluiden, mede als voogd over de weeskinderen van wijlen Adriaen Claesz in Rijwijckerhouck, Querijntgen Jansdochter gehuwd met Vranck Oliviersz, Jopgen Jansdochter gehuwd met Cornelis Gorisz, en Maritgen Jansdochter gehuwd met Blaserus Jorisz, als erfgenamen van hun moeder Aeltgen Dircxdochter, verkopen aan Hendrick Aemsz van der Burch de helft van een woning met huis, bijhuis, berg en geboomte en van 9 morgen eigen land in Borgersdijck in de jurisdictie van Maeslant en van de Lier, volgens de oude brief dd 20 september 1553 gepasseerd door Cors Jacobsz ten behoeve van Jan Jansz Mijnheer. Bezegeld door Leendert Philipsz, baljuw en schout van de Lijer. Op 28 juni 1579 verkopen Vranck Oliviers voor de ene helft en Joris en Willem Corneliszonen als mannen en voogden van hun huisvrouwen voor de andere helft samen met Job Claesz Snijer, een huis en erf in Naaldwijk, noord Claes Ariens metselaar, west Cornelis van Reijnegom, zuid Arent Gerritsz, oost 's Herenstraat. Voor Vranck is Philip Anthonisz waarborg, voor de kopers Cornelis Aertsz Ketelaer.

Uit dit huwelijk:

1.   Olivier Francken Inhoeck

2.   Jan Francken Inhoeck, geboren ca. 1578, begraven 1 mei 1611 te Naaldwijk. Gehuwd op 22 november 1609 te Naaldwijk met Maartje Joosten Verkroft, geboren ca. 1590, begraven 15 december 1630 te Naaldwijk

 

4330. Joost Jacobsz Vercroft, schepen van Honselersdijk (1589), zoon van Jacob Cornelisz van der Croft en Neeltje Cornelis, geboren ca. 1560, begraven 5 november 1621 te Naaldwijk

Gehuwd ca. 1582 met

4331. Geertje Dirks, geboren ca. 1560, overleden 1625-1628

Joost verkoopt op 24 september 1583 te Naaldwijk een rente. Hij woont dan 'upte Wael wp dijckrecht'. Hij wordt op 21 februari 1586 beleend met 4 hond land. Na hem volgt op 13 juni 1624 zijn schoonzoon Olivier Vranckensz. Op 28 april 1612 koopt hij in Naaldwijk een huis van Claes Huijgens. Op 24 november 1613 kopen Olivier Vrancken en Jonge Jan Jansz Foreest, wonende binnen Naalsdijk, van Joost Jacobsz Vercrocht, hun schoonvader, circa 8½ morgen leenland in Honselersdijk, in leen gehouden van de Lek en Polanen, uitgezonderde de 4 hond land die in leen gehouden wordt van het huis van Naaldwijk, en nog een vogelkooi. Er volgen vele voorwaarden en bepalingen ten aanzien van het gebruik door verkoper. Draagt op 5 april 1614 aan zijn schoonzoon Jan Jansz Jonge Foreest over de woning genaamd "De Poel" op de grens van Naaldwijk en Monster. HIj stelt zich op 13 juni 1617 in Honselersdijk samen met Oude Jan Jansz van Foreest borgt ten behoeve van hun (schoon)zoon Jan Jansz van Foreest.

Geertje Dircksdr testeert op 7 februari 1622 waarbij haar drie kinderen erven. De kinderen verkopen hun huis op 25 mei 1631.

Uit dit huwelijk:

1.   Maartje Joosten Vercroft, geboren ca. 1590, begraven 15 december 1630 te Naaldwijk. Gehuwd op 22 november 1609 te Naaldwijk met Jan Franken van Inhoeck, geboren ca. 1578, begraven 1 mei 1611 te Naaldwijk. Gehuwd op 20 oktober 1611 te Naaldwijk met (Jonge) Jan Jansz van Foreest, bouwman en weesmeester van Naaldwijk, gedoopt 7 augustus 1588 te Naaldwijk, begraven 8 januari 1645 te Naaldwijk

2.   Neeltje Joosten Vercroft

 

4332. Maerten Jacobs, overleden < 1618

Gehuwd met

4333. Crijntje Ariens, overleden < 1618

Uit dit huwelijk:

1.   Maerten Maertensz Sprockenburg

4336. Leendert Jacobsz Noordermeer, geboren ca. 1560, overleden < 1622

Gehuwd met

4337. Maritgen Willems

Uit dit huwelijk:

1.   Gerrit Leendertsz Noordermeer

 

4338. Cornelis Lenaertsz Keijseroom, zoon van Leendert Jaspersz en NN Jans, geboren ca. 1560, overleden 1627-1630. Gehuwd > 1 mei 1623 met Maritgen Cornelis

Gehuwd ca. 1585 met

4339. Neeltgen Jans, geboren ca. 1560, overleden < 16 december 1620

Uit dit huwelijk:

1.   Jannitgen Cornelis Keijseroom, geboren ca. 1585, overleden < 22 april 1656. Gehuwd met Cornelis Maertensz Peet. Gehuwd met Gerrit Leendertsz Schaeckenbosch, geboren ca. 1585, overleden 1660

2.   Ariaentgen Cornelis Keijseroom, overleden > 24 mei 1638. Gehuwd op 26 januari 1603 te Wilsveen met Jan Dircksz Backer, overleden 1626-1632

3.   Elisabeth Cornelis. Gehuwd op 21 juli 1612 te Zoetermeer met Jacob Engensz, geboren ca. 1578, overleden 1638 te Zoetermeer

4.   Leendert Cornelisz Keijseroom, overleden < 24 april 1633. Gehuwd met Grietgen Baerthouts

5.   Trijntje Cornelis. Gehuwd op 19 december 1609 te Wilsveen met Leendert Jacobsz Vermarck, overleden < 2 mei 1638. Gehuwd op 24 mei 1638 te Benthuizen met Sijmon Arijensz Backer

6.   Neeltgen Cornelis, overleden 1618. Gehuwd op 17 januari 1599 te Wilsveen met Simon Leendertsz Mondius, overleden 1624-1616

7.   Maritgen Cornelis

 

4690.  Derick Knoups, molenaar op de Cnopsmolen te Neer

Kinderen:

1.   Theodora Cnops

2.   (?) Theodorus Knoeps. Gehuwd met Joanna NN

 

4788. Henricus Bongaerts

Gehuwd met

4789. Joanna NN

Uit dit huwelijk:

1.   (?) Ruth Bongaerts

2.   Petrus Bongarts, gedoopt > 24 juni 1607 te Nederweert (get: Joannes Lenssen, Catharina Stultmans)

3.   Geertrudis Bongars, gedoopt > 15 augustus 1610 te Nederweert (get: Anthonius Janssen, Dimphna Bongaers)

4.   Maria Bongaerts, gedoopt 22 oktober 1619 te Nederweert (get: Christianus Tijs, Gertrudis Huijben)

5.   Theodorus Bongarts, gedoopt 10 november 1626 te Thorn (get: Elisabeth Koppens, Joannes van Wassenborgh)

 

5040. Dirck Vloon, zoon van Bartholomeus Vloon, geboren ca. 1605

Kinderen:

1.   Jan Vloon

 

5092. Claes Cornelisz, geboren ca. 1610

Gehuwd ca. 1633 met

5093. Marij Dirx, geboren ca. 1610

Uit dit huwelijk:

1.   Neeltje Claes

2.   Cornelis Claesz, gedoopt 23 november 1636 te Assendelft

3.   Cornelis Klaasz

4.   Duijfje Claes, gedoopt 17 juni 1640 te Assendelft

5.   Marij Claes, gedoopt 19 december 1642 te Assendelft

 

5152.  Gijsbert Willems Agterberg, hovenier bij de "rode brug", zoon van Willem Acrijnsz en Jannichje Gijsberts, geboren ca. 1595, begraven op 26 september 1653 te Utrecht. Gehuwd op 15 januari 1614 te Utrecht met Neeltje Huijgen. Gehuwd op 29 april 1648 te Utrecht met Grietje Frederiks van Soelen

Gehuwd op 6 februari 1630 te Utrecht met

5153. Neeltje Coenraad Eersten, dochter van Coenraad Eersten

Uit dit huwelijk:

1.   Willem Gijsbertsz Agterberg, geboren ca. 1631

2.   Cornelis Gijsbertsz Agterberg

 

5154. Aalbert Hermansz van Lelienburg, zoon van Herman van Lelienberg

Kinderen:

1.   Jannigje Aalberts van Lelienberg, geboren 1619, overleden 1688-1706. Gehuwd met Adriaan van de Vecht, overleden 1685-1688

2.   Marrichje Aalberts van de Lelienburg

3.   Neeltje Aalberts van Lelienburg, overleden > 28 november 1706. Gehuwd met Jurrianus Cornelisz Spickhorst. Gehuwd op 27 januari 1700 te Utrecht met Adriaan Goierse van Maarschalkerweert, hovenier, schepen van Abstede, begraven 19 mei 1706 te Utrecht

 

5156. Willem van der Stoop

Kinderen:

1.   Jannechien Willems van der Stoop. Gehuwd met Jan Willemsz van de Nieuwegrift, overleden 1683-1693

2.   Barbara Willems van der Stoop, overleden > 2 maart 1703. Gehuwd met Jan Willemsz Roij, overleden < 14 maart 1679

3.   Cornelis Willemsz van der Stoop. Gehuwd met Trijntien Jans

4.   Paulus Willemsz van der Stoop

 

5347. Judith Jans

Kinderen:

1.   Catharina Dersman

 

5352. Evert van der Marssche, jonker, hulder van Hinderstein, zoon van Bitter van der Marssche en Josina van Soudenbalch, geboren ca. 1585, overleden 29 september 1642 te Zwolle. Gehuwd op 6 november 1608 voor het gerecht te Utrecht met Cornelia van Suijlen van Nijevelt, vrouwe van Hinderstein, overleden 24 augustus 1617, begraven te Langbroek. Gehuwd op 20 november 1618 met Catharina Proeijs, overleden 30 oktober 1621 te Culemborg. Gehuwd op 28 september 1641 voor het gerecht te Utrecht met Beatrix de Waell van Vronesteijn

Ondertrouwd op 26 januari 1625 voor de schepenen te Utrecht en gehuwd op 22 februari 1625 te Zwolle met

5353. Elisabeth Alita van der Boeije, jonkvrouw, dochter van Arnold van der Boije en Elisabeth van Baerle, geboren < 1600, overleden 24 juli 1640 te Utrecht en begraven 3 augustus 1640 in de St Paulus Abdij te Utrecht. Gehuwd op 7 januari 1623 met Gerard van der Laer tot Hoenderloo, ridder van Overijssel, overleden 3 januari 1624

Evert is op 26 januari 1604 genoemd als erfgenaam van Bitter en Jacob van der Marssche en op 9 september 1623 als erfgenaam van Josina Soudenbalch. Hij wordt tevens genoemd in het testament van zijn zuster Elisabet op 24 juli 1634.

In 1631 is het wapen van Evert van der Marssche opgenomen in het wapenboek van het St Bartholomeus Gasthuis te Utrecht. In goud een ankerkruis van sabel. Dekkleden en wrong sabel en goud. Helmteken een drakenkop en -hals van goud, uitkomend.

In 1616 heeft Albert Arentsen, op last van Johan van der Marssche als volmacht van zijn broer Evert, Margaretha van Sallandt weduwe van Herman van Spoolde de aflossing aangekondigd van een jaarlijkse rente gaande uit het erve en goed Het Laer in het schoutambt Wijhe.

In 1645 vindt de scheiding en deling van de nalatenschap van Cornelia van Zuijlen van Nijevelt plaats door haar kinderen Bitter en Maria van der Marssche. In 1657 vindt de scheiding en deling plaats van de nalatenschappen van Evert van der Marsche en zijn broer Johan, tussen Everts kinderen Bitter, Cornelis, Maria en Josina van der Marssche, vrouw van Herman Kockman.

Uit dit huwelijk:

1.   Bitter van der Marssche, heer van Hindersteijn, overleden 1667. Gehuwd in 1645 met Johanna van Buren

2.   Maria van der Marssche, overleden 1680 te Culemborg

3.   Cornelis Aernout van der Marssche

4.   Josina Elisabethvan der Marssche, geboren > 1626, overleden 1680-1681. Gehuwd in 1654 met Herman Franciscus Kockman, overleden 1680

 

5354. Francois van Weede, jonker, zoon van Daniël van Weede en Maria van Sneeck, geboren > 1602, overleden 25 september 1646 te Utrecht, begraven 12 oktober 1646 in de Mariakerk te Utrecht

Ondertrouwd op 10 juni 1637 voor het gerecht te Utrecht met

5355. Mechtelt Francoise van Amerongen, jonkvrouw, dochter van Steven van Amerongen en Margareta van Schuijren van der Horst, overleden 19 februari 1648 te Utrecht, begraven 13 maart 1648 in de Mariakerk te Utrecht

Op 20 september 1638 verklaart Francois van Weede, echtgenoot van Machteld Francoise van Amerongen, dat Sophia van Amerongen, wonende op het huis Duurstede te Wijk bij Duurstede, weduwe van Johan van Hattem, is overleden.

Uit dit huwelijk:

1.   Francoise Marguereta van Weede

2.   Daniël van der Weede, heer van Tienhoven, geboren 1639, overleden 6 februari 1671 te Utrecht, begraven 13 februari 1671 in de Mariakerk te Utrecht. Relatie met Zanderina van Beeck

 

5360. Jan Roeloffsen de Cruijff, zoon van Roeloff Willemsz de Cruijff en Willemtgen NN, geboren ca. 1580 te Cothen, overleden > 10 januari 1653. Gehuwd op 7 mei 1626 te Wijk bij Duurstede met Maijcke Hermans, overleden > 18 juli 1643

Gehuwd op 26 december 1615 te Wijk bij Duurstede met

5361. Adriaentje Gerrits, geboren ca. 1585 te Wijk bij Duurstede, overleden < 1626

Op 18 februari 1645 verkoopt Jan Roelofss de Cruijff een huis en erf op de Vuijlesloot te Wijk bij Duurstede aan Thomas Nickelsz. Belendend zijn boven Claes de Vaell, beneden Thonis Aertss Mom, het strekt tot het erf van Thonis Mom. Jan Roelofss de Cruijff is belender op 10 januari 1653.

Uit dit huwelijk:

1.   Roeloff Jansen de Kruijff

 

5362. Evert Gerritse, geboren ca. 1585

Gehuwd in 1612 in Brabant met

5363. Anna Delisie, geboren ca. 1590

Uit dit huwelijk:

1.   Cornelia Everts

 

5364. Teunis Aertse Mom, bakker (1643-1652), zoon van Aert Antonisse Mom, geboren ca. 1595 te Wijk bij Duurstede, overleden > 31 augustus 1667. Gehuwd op 24 november 1633 te Wijk bij Duurstede met Marrike Cornelis Vernoij, geboren te Nederlangbroek, overleden 1633-1638. Gehuwd op 27 mei 1638 te Wijk bij Duurstede met Neeltje Cornelis, geboren te Darthuizen, overleden 1654. Gehuwd op 23 november 1654 te Wijk bij Duurstede met Geertruijt Theunis Bos, geboren te Amerongen

Gehuwd op 27 april 1620 te Wijk bij Duurstede met

5365. Maijchje Jolijs Verkerck, dochter van Jelis Jansz Verkerck en Jantgen Huijberts, geboren ca. 1590 te Beusichem, overleden ca. 1633

Op 9 januari 1626 vindt het transport plaats van een huis in de Vuijlesloot te Wijk bij Duurstede van 't Gasthuijs aan Antonis Aertss Mom. Het huis strekt van de straat tot de kopers zelf toe. Op 1 mei 1626 transporteert Reijer Mom een huis in de Muntstraat te Wijk bij Duurstede naar Antonis Mom. Op 22 september 1632 draagt Maria Cornelis, weduwe van Cornelis IJsbrantss, een plecht op een huis in de Flierstraat over aan Thonis Mom.

Op 10 februari 1643 transporteert Jan Willemse van der Smacht c.s. een huis in de Muntstraat naar Thonis Aertse Mom, bakker. Het huis strekt voor van de straat tot achter aan het backhuijs van Thomas Mom toe. Het huis is belast met 16 stuivers ten behoeve van de zoon van de Heer van Broeckhuijsen c.s. Op 26 augustus 1645 transporteren Anthonis en Reijnier Mom, broers, een huis en erf in de Munstraat naar Mr. Hendrick Dessembergh. Het huis strekt voor van de straat to achter aan het erf van Claes de Vaell. Het huis is belast met 1 gulden 14 penningen ten behoeve van Capoengeld. Op 4 december 1645 transporteert Anthonis Aertss Mom, backer, een hoekje bouwland aan de Hoochstraat aan Goosen de Bie.

Op 9 januari 14646 transporteert Jan Ruttense Been, een huis, grond en erf in de Peperstraat, strekkende voor van de straat tot achter aan het Kerkhof, naar Aert Anthonisse Mom. Het huis is belast met 4 gulden 4 stuivers ten behoeve van 't Capittel van St Jan, 2 stuivers ten behoeve van de uitgang op 't Kerkhof, 200 gulden ten behoeve van de Armen of Diaconije, als 't recht van Joffrouw Maria de Wijs van Schevichoven, weduwe van Hamel. Op 13 april 1646 transporteert Thonis Mom een huis en ef in de Leuterstraat, strekkende voor van de straat tot achter aan het erf van de Heer van Gent toe, naar Ghijsbert Ghijsbertse van Cleef. Het huis is belast met 25 stuivers ten behoeve van de Heer van Gent en 2 gulden 8 stuivers ten behoeve van de kerk.

Op 4 september 1649 stelt Anthonis Aertss Mom zijn testament op. Op 28 oktober 1654 stelt Anthonis Aertss Mom, ziek te huis liggende in zijn woning in de Muntstraat, opnieuw zijn testament op. Zijn erfgenaam is zijn ondertrouwde bruid Geertruijdt. Op 22 november 1654 verkoopt Jacob van Bijller een huis in de Peperstraat dat het laatst bewoond is geweest door Aert Mom en verlaten. Op 22 februari 1657 stelt Antonis Aertsen Mom, bakker, opnieuw een testament of codicil op waarbij hij de helft van een huis en hofstede met schuur aan de zuidzijde van Muntstaat vermaakt aan zijn pasgeboren kind Cornelia, alsmede aan alle nog te verwachten kinderen. Op 13 augustus 1662 doneert Anthonis Aertsen Mom opnieuw bij testament de (andere ?) helft van een huis en schuur aan de zuidzijde in de Muntstraat aan Cornelia, zijn dochter.

Uit dit huwelijk:

1.   Aert Anthonissen Mom. Gehuwd in oktober-november 1645 (ondertrouw 19 oktober 1645 te Wijk bij Duurstede) te Utrecht met Aletta van de Kemp, geboren te Utrecht

2.   Jacob Antonisse Mom

3.   Jan Anthonissen Mom. Gehuwd in november 1648 (ondertrouw 5 november 1648) te Wijk bij Duurstede met Anneke Sanders van Liesvelt

4.   Hendrick Thonisse Mom, overleden < 4 oktober 1677. Gehuwd op 27 mei 1655 te Wijk bij Duurstede met Neeltje Dirks Vermuijr, geboren te Breda, overleden > 4 oktober 1677

5.   Willem Anthonisse Mom. Gehuwd op 29 mei 1633 te Wijk bij Duurstede met Aelbertje Adriaens

 

5366. Hendrik Hendriksz Meppel

Kinderen:

1.   Maria Hendriks van Meppel

2.   Anthonis Hendriksz van Meppel, gedoopt 24 mei 1636 te Wijk bij Duurstede

 

5376. Dirck Leendertsz Koning, zoon van Leendert Willemsz Koning en Erm Saijers, geboren ca. 1600, overleden < 1652

Gehuwd op 15 mei 1628 te Zandvoort met

5377. Maritje Jans, geboren ca. 1605, overleden < 1658

Uit dit huwelijk:

1.   Leendert Dirksz Koning

2.   Jacob Dircksz Koning, diaken gereformeerde kerk (1668). Gehuwd met Crijntje Huiberts

3.   Jan Dircksz Koning

 

5384. Willem Ariensz

Gehuwd met

5385. Maertje Aelberts

Uit dit huwelijk:

1.   Leendert Willemsz Kerckman

2.   Andries Willemsz

3.   Cornelisje Willems

 

5386. Cornelis Leendertsz Coningh, zoon van Leendert Willemsz Koning en Erm Saijers

Kinderen:

1.   Lidia Cornelis

2.   Jan Cornelisz Coning

3.   Aeltjen Cornelis Coningh

4.   Ermpje Cornelis Koning, geboren ca. 1654, overleden 14 september 1737 te Zandvoort. Gehuwd op 15 april 1674 te Zandvoort met Willem Leendertsz Bol

5.   Cornelia Cornelis Koning, geboren ca. 1664. Gehuwd op 28 mei 1684 te Zandvoort met Jan Leendertsz Koning, geboren ca. 1660, begraven 3 november 1727 te Zandvoort

6.   Trijntje Cornelis. Gehuwd met Arien Meertens

7.   Cornelis Cornelisz Koning

 

5388. Huijg NN

Kinderen:

1.   Aris Huijgen Moolenaar

2.   Maarten Huijgen

3.   Maartje Huijgen

4.   Teunisje Huijgen

 

5390. Meerten Willemsz de Draijer, lijndraaier, zoon van Willem Meertensz, geboren ca. 1615, overleden > 1683

Gehuwd ca. 1641 met

5391. Neeltje Hendricks, geboren ca. 1618, overleden 4 juli 1708 te Zandvoort

Uit dit huwelijk:

1.   Maertje Meertens

2.   Sijtjen Meertens

3.   Jacob Maartensz, geboren ca. 1650, overleden ca. 1714. Gehuwd op 8 april 1674 te Zandvoort met Barber Dirks. Gehuwd op 14 mei 1684 te Zandvoort met Aeltjen Cornelis Coningh

4.   Annetje Maartens

5.   Treintie Maartens

 

5392. Jan Groen

Kinderen:

1.   Cornelis Jansz Groen. Gehuwd op 8 april 1674 te Zandvoort met Maertjen Leenderts Bol

2.   Arend Jansz Groen

3.   Lijsbeth Jans Groen

4.   Sijtje Jans Groen

5394. Volckert Arentsz

Kinderen:

1.   Waling Volckertsz, haringvisser, geboren ca. 1640, overleden < 1698. Gehuwd met Crijntje Engelen

2.   Arend Volkertsz Groen

3.   Hendrik Volckertsz

4.   Engeltie Volckerts. Gehuwd op 16 november 1681 te Zandvoort met Arij Willemsz Gijse

5.   Jannetje Volckerts

6.   Sijtje Volkerts

 

5396. Abel van der Schinkel

Kinderen:

1.   Maertjen Abels

2.   Eewout Abels van der Schinkel

 

5398. Claes Teunis

Kinderen:

1.   Aeltjen Claes

 

5424. Floor NN

Kinderen:

1.   Cornelis Floren

2.   Dirck Flore, haringvisser, geboren ca. 1640. Gehuwd op 4 mei 1664 te Zandvoort met Niesje Elias, geboren te Noordwijk aan Zee

3.   Jan Flore, haringvisser, geboren ca. 1650. Gehuwd op 11 oktober 1676 te Zandvoort met Guurtje Jans

4.   Maritie Flore, geboren ca. 1657, overleden 4 oktober 1739 te Zandvoort. Gehuwd op 4 januari 1682 te Zandvoort met Theunis Aelbertsz Zwemmer

 

5432. Gerrit Dirksz Loos, geboren ca. 1625, overleden 27 december 1661 te Zandvoort

Gehuwd met

5433. Willempje Willems, overleden > 1681. Gehuwd op 28 februari 1666 te Zandvoort met Sijmon Ariensz, overleden 1666-1671. Gehuwd op 1 februari 1671 te Zandvoort met Rochus Claesz

Uit dit huwelijk:

1.   Claes Gerritsz Loos

2.   Maritie Gerrits

3.   Sijtje Gerrits. Gehuwd op 4 januari 1682 te Zandvoort met Cornelis Dircksz van Duijn

 

5502. Jeroen Jans Groen

Gehuwd met

5503. Trijn Claes

Uit dit huwelijk:

1.   Jannetje Jeroens Groen

2.   Teuntje Jeroens Groen, gedoopt 6 november 1675 te Zandvoort. Gehuwd met Cornelis Engelsz Kloot, gedoopt 29 mei 1678 te Zandvoort

 

5510. Cors Cornelisz, geboren ca. 1610, overleden > 1645

Gehuwd ca. 1635 met

5511. Aeltje Claes, geboren ca. 1610, overleden > 1645

Uit dit huwelijk:

1.   Annetje Cors

2.   Huijbregt Corsz, gedoopt februari 1637 te Katwijk

3.   Grietje Cors, gedoopt 6 november 1639 te Katwijk (get: Cornelis Corsz, Aegje Huijberts)

4.   Neeltje Cors, gedoopt 29 januari 1643 te Katwijk (get: Lidatje Claes)

5.   Cornelis Corsz, gedoopt 23 oktober 1644 te Katwijk (get: Aegje Huijbertsz)

6.   Trijntie Kors

 

5520. Dirk Cornelisz Haasnoot, geboren ca. 1600, overleden > 1684

Gehuwd met

5521. Trijntje Arends, geboren ca. 1605

Uit dit huwelijk:

1.   Cornelis Dircksz Haasnoot

2.   Maartje Dircks Haasnoot, gedoopt 17 januari 1644 te Katwijk

3.   NN Dirks Haasnoot, geboren en overleden 24 december 1645 te Katwijk aan Zee

4.   Bregje Dircks Haasnoot, gedoopt 1 maart 1648 te Katwijk. Ondertrouwd op 18 juni 1673 te Katwijk aan Zee met Cornelis Amerikz Schaap, gedoopt 6 november 1644 te Katwijk

5.   Pieter Dircksz Haasnoot, gedoopt 5 december 1650 te Katwijk

 

5522. Dirck Verdoes

Kinderen:

1.   Marijtje Dircks Verdoes

 

5524. Hendrik Jansz Taal, zoon van Jan Hendricksz Taal en Claertje Gerrits Schilperoort, geboren 1622 te Scheveningen, overleden 1667-1668

Gehuwd met

5525. Aeffie Gijsberts Jol, dochter van Gijsbert Cornelis Jol en Lijsbeth Cornelis, geboren 1622 te Scheveningen, begraven 23 april 1708 te Scheveningen

Uit dit huwelijk:

1.   Gijsbert Hendriksz Taal

 

5526. Wouter Cornelisse Pronck, zeeman, stuurman, zoon van Cornelis Joppen Pronck en Marijtge Wouters, geboren ca. 1618, overleden 1657-1665

Gehuwd ca. 1640 met

5527. Ariaentje Cente, dochter van Cent Jansen en Ariaentje Cornelis Coolen, geboren ca. 1613, begraven 4 augustus 1696 op het kerkhof te Scheveningen

Op 3 november 1643 koopt Wouter voor f 560 een huis in de Keijserstraat te Scheveningen. In 1652 vaart hij als bode der Staten Generaal naar Engeland. Op 30 januari 1657 koopt hij een huis in de Nobelstraat te Scheveningen. Op 20 juli 1665 wordt Ariaentje, weduwe van Wouter Cornelisz Pronck, vermeld als wonende op de Nobelstraat. Op 24 mei 1688 verkoopt Arijaentje het huis voor f 250 aan haar schoonzoon Gijsbert Hendriks Tael.

Uit dit huwelijk:

1.   Maritgen Wouters Pronck, gedoopt 29 november 1643 te Scheveningen

2.   Maria Wouters Pronk

3.   Centge Wouters Pronck, gedoopt 3 november 1647 te Scheveningen

4.   Cent Woutersz Pronck, gedoopt 8 november 1648 te Scheveningen, begraven 25 mei 1678 te Scheveningen. Gehuwd op 26 november 1673 te Scheveningen met Jannetge Daniëls van der Swaen

5.   Jop Woutersz Pronck, gedoopt 11 december 1650 te Scheveningen

6.   Pieternelle Wouters Pronck, gedoopt 16 januari 1653 te Scheveningen, begaven 28 april 1691 te Scheveningen. Gehuwd op 23 mei 1683 te Scheveningen met Arij Cornelisse van der Heij, gedoopt 4 juni 1656 te Scheveningen, begraven 17 december 1710 te Scheveningen

7.   Lijsbet Wouters Pronck, gedoopt 1 augustus 1655 te Scheveningen, begraven 14 april 1737 te Scheveningen. Gehuwd op 7 mei 1684 te Scheveningen  met Cornelis Crijnen Harteveld, geboren ca. 1658 te Zandvoort, begraven 15 februari 1727 te Scheveningen

8.   Trijntge Wouters Pronck, gedoopt 16 augustus 1657 te Scheveningen, begraven 13 maart 1725 te Scheveningen. Gehuwd op 22 mei 1679 te Scheveningen met Arij Arijens Houtman , visser, geboren ca. 1649, overleden 18 mei 1726 te Scheveningen

9.   Cornelis Woutersz Pronck, geboren ca. 1658. Gehuwd in 1679 met Ariaentge Arijens Corvijn

5528. Theunis Cornelisz van Duijvenbode, speelman, piekenier bij de weerbare mannen van Katwijk (1653), zoon van Cornelis Thijsz van Duijvenbode en Dingenom Thonus Robol, geboren 1618 te Katwijk

Gehuwd op 23 september 1639 te Katwijk aan Zee () met

5529. Martijntge Simons, dochter van Simons Gijsensz en Pietertgen Thijmens, geboren ca. 1620

Uit dit huwelijk:

1.   Cornelis Theunisz van Duijvenbode, geboren ca. 1640. Gehuwd met Anna Maertens

2.   Leendert Theunisz van Duijvenbode, geboren ca. 1642. Gehuwd op 30 december 1674 te Katwijk aan Zee met Maertie Gijsse, gedoopt 11 december 1646 te Katwijk aan Zee

3.   Maertje Theunis van Duijvenbode, gedoopt 6 november 1644 te Katwijk aan Zee

4.   Aechje Theunis van Duijvenbode, gedoopt 20 januari 1647 te Katwijk aan Zee. Gehuwd op 2 juli 1673 te Katwijk aan Zee met Willem Cornelis, gedoopt 3 november 1647 te Katwijk aan Zee

5.   Dingenom Theunis van Duijvenbode, gedoopt 28 februari 1649 te Katwijk aan Zee

6.   Jacob Theunisz van Duijvenbode

 

5532. Cornelis Thijsz van Duijvenbode, piekenier der weerbare mannen van Katwijk (1652), zoon van Matthijs Weijns en Maartje Pieters, geboren 1594 te Leiden

Cornelis Weijns is de achterneef van de eerste Van Duijvenbode, Willem Cornelisz (ca. 1542-1616). Blijkens een akte van 24 augustus 1607 wordt Willem Cornelisz de voogd over de toen 13-jarige Cornelis Matthijsz Weijns. Hij heeft de achternaam van zijn beroemde oudoom overgenomen.

Gehuwd op 1 april 1615 te Katwijk aan Zee () met

5533. Dingenom Thonus Robol, dochter van Teunis Cornelis Robol en Trijn Caenen, geboren 1596 te Katwijk aan Zee

Uit dit huwelijk:

1.   Thijs Cornelisz van Duijvenbode, geboren ca. 1616. Gehuwd op 9 mei 1648 te Katwijk aan Zee met Jannetje Gijsse

2.   Theunis Cornelisz van Duijvenbode

3.   Willem Cornelisz van Duijvenbode, geboren ca. 1620. Gehuwd op 9 april 1640 te Katwijk aan Zee met Geertje Leenderts Coole

4.   Cornelis Cornelisz de Jonge

5.   Dirk Cornelisz van Duijvenbode

6.   Pieter Cornelisz van Duijvenbode, gedoopt 19 februari 1640 te Katwijk aan de Rijn

 

5540. Hendrick Arendsz, overleden > 1679

Gehuwd met

5541. Maritie Hendricks, overleden > 1679

Uit dit huwelijk:

1.   Arend Hendriksz Schaap

 

5546. Cornelis NN

Kinderen:

1.   Geurtje Cornelis

2.   Grietje Cornelis. Gehuwd op 20 april 1681 te Zandvoort met Arie Arentsz, haringvisser, overleden 16 juli 1708 te Zandvoort

5556. Dammas Ariensz van Duijn, haringvisser, zoon van Arij van Duijn en Aechje Rochus, geboren ca. 1640, overleden > 1691. Gehuwd op 24 september 1673 te Zandvoort met Anna Claes. Gehuwd op 11 maart 1691 te Zandvoort met Maritie Cornelis

Gehuwd op 21 mei 1662 te Zandvoort met

5557. Lidia Cornelis, dochter van Cornelis Leendertsz Coningh, geboren ca. 1640, overleden 1670-1673

Uit dit huwelijk:

1.   Arie Dammasz van Duijn

2.   Cornelis Dammasz van Duijn, gedoopt 16 november 1663 te Zandvoort (get: Aleth Everts, Aechje Rochus)

3.   Cornelia Dammas van Duijn, gedoopt 22 augustus 1666 te Zandvoort (get: Aleth Everts, Aechje Rochus)

4.   Cornelis Dammasz van Duijn, gedoopt 23 augustus 1668 te Zandvoort (get: de vader ten haringh, Aechje Rochus, Gerritje Gerrits), begraven juni 1727 te Zandvoort. Gehuwd op 15 april 1690 te Zandvoort met Dirckie Arents

5.   Cornelia Dammas van Duijn, gedoopt 22 oktober 1669 te Zandvoort (get: Aechje Rochus)

 

5558. Simon Dircksz, geboren ca. 1635, overleden > 1688

Gehuwd ca. 1660 met

5559. Aefje Jeremias, geboren ca. 1640, overleden > 1693

Uit dit huwelijk:

1.   Aeltje Simons, gedoopt 26 december 1662 te Zandvoort (get: Alith Everts, Lidia Cornelis), overleden < 1707. Gehuwd op 9 juli 1690 te Zandvoort met Engel Dircksz, gedoopt 8 februari 1665 te Zandvoort

2.   Haasje Simons

3.   Dirk Simonsz, gedoopt 18 december 1667 te Zandvoort (get: Maartje Pieters weduwe van Leendert Cornelisse Bol)

4.   Dirck Simonsz, gedoopt 14 december 1670 te Zandvoort (get: Maartje Pieters weduwe van Leendert Cornelisse Bol)

5.   Geertje Simons, gedoopt 3 april 1673 te Zandvoort (get: Lydia Cornelis), overleden < 1721. Gehuwd op 12 januari 1697 te Zandvoort met Thijs Joppe

6.   Leuntje Simons, gedoopt 15 september 1675 te Zandvoort (get: Maertjen Cornelis Corsz)

7.   Niesje Simons, gedoopt 18 december 1678 te Zandvoort (get: Maertje Cornelis Corsz)

 

5560. Gerrit Claesz, haringvisser, zoon van Claes Jacobsz, geboren ca. 1637, overleden > 1678

Gehuwd op 23 april 1661 te Zandvoort met

5561. Aelbertje Arents

Uit dit huwelijk:

1.   Trijntje Gerrits, gedoopt 4 juni 1662 te Zandvoort. Gehuwd op 5 juni 1689 te Zandvoort met Wilhelm Aelbertsz Swemmer, gedoopt 18 januari 1665 te Zandvoort

2.   Arien Gerritsz, gedoopt 30 december 1663 te Zandvoort. Gehuwd op 25 november 1691 te Zandvoort met Trijntje Pieters, gedoopt 30 oktober 1661 te Zandvoort

3.   Jacob Gerritsz Schar

4.   Rochus Gerritsz, gedoopt 9 december 1668 te Zandvoort

5.   Claes Gerritsz, gedoopt 22 februari 1671 te Zandvoort

6.   Rochus Gerritsz, gedoopt 22 februari 1671 te Zandvoort

7.   Rochus Gerritsz, gedoopt 3 september 1673 te Zandvoort

8.   Jan Gerritsz, gedoopt 30 oktober 1678 te Zandvoort

9.   Grietje Gerrits

 

5564. Cornelis Pietersz, geboren ca. 1635, overleden > 1675

Gehuwd ca. 1660 met

5565. Maertjen Abels, dochter van Abel van der Schinkel, geboren ca. 1640, overleden > 1675

Uit dit huwelijk:

1.   Arie Cornelisz, geboren ca. 1660. Gehuwd op 25 maart 1685 te Zandvoort met Annetie Jans

2.   Nelletje Cornelis, gedoopt 1 mei 1661 te Zandvoort (get: Aeltje Claes)

3.   Maertje Cornelis, gedoopt 8 april 1663 te Zandvoort (get: Maertje Jans)

4.   Jan Cornelisz Keesman

5.   Pieter Cornelisz, gedoopt 16 oktober 1667 te Zandvoort (get: Maertjen Ariens)

6.   Grietje Cornelis, gedoopt 20 juli 1670 te Zandvoort (get: Maertjen Ariens)

7.   Abel Cornelisz Keesman, gedoopt 11 augustus 1675 te Zandvoort (get: Clara Jans). Gehuwd op 17 april 1701 te Zandvoort met Aaltje Willems Bol, overleden 1711

 

5604. Arent NN

Kinderen:

1.   Ada Arents

2.   Arie Arentsz

5688. Wouter Willemsz van Geel, ruiter onder La Ferté (1638), zoon van Willem Verwimp (van Geelen) en Perijntge Willems, geboren ca. 1610 te Breda, overleden > 1675. Gehuwd met Petertjen Aerts

Ondertrouwd op 15 december 1638 te Amersfoort en gehuwd op 1 januari 1639 te Leusden met (get: vader Willem Verwimp, zuster Lisbeth Montfoort)

5689. Marritjen Cornelis Montfoort, dochter van Cornelis Cornelissen Montfoort en Grietgen Barten, gedoopt 16 maart 1609 te Amersfoort, begraven 3 december 1692 te Amersfoort

Op 30 september 1655 is in het lidmaatboek van Amersfoort vermeld 'Merritien Montfoort, Rotoorn', en op 6 april 1656 'Wouter van Geel, Hellestraet'. Op 17 september 1660 wordt aan Wouter Willemsz Verwin genaemt Van Geel, geboortigh van Breda, burgerrechten van Amersfoort verleend. In 1675 op de uitzettingslijst Wouter van Geel, Hellestraat, te behalen heffing nihil. Zij wonen in 1656 en 1675 in de Hellestraat en in 1658-1659 in de St. Jorisstraet.

Uit dit huwelijk:

1.   Cornelis Woutersen Verwimp, gedoopt 28 november 1642 in de Grote Kerk te Breda (get: Hendrick Huijgen). Ondertrouwd op 10 januari 1661 en gehuwd op 31 januari 1661 te Amersfoort (get: vader Wouter Willems Verwimp, Griettien Hendricks namens moeder) met Maria Henricksen

2.   Claes Woutersz Verwint (van Geel)

3.   Huijbert Woutersz Verwimp, overleden < 1686. Ondertrouwd op 7 april 1670 en gehuwd op 26 april 1670 te Amersfoort met Ariaentje Segers, gedoopt 24 maart 1647 te Amersfoort

 

5692. Edward Storn, soldaat onder Kapitein Heijdon (1627), geboren ca. 1600 in Engeland, overleden 1627-1630

Ondertrouwd op 23 juni 1627 en gehuwd in juli 1627 te Hoevelaken met

5693. Aeltgen Henricxs, geboren ca. 1605 te Amersfoort, overleden > 1653. Ondertrouwd op 29 januari 1631 te Amersfoort met Jan Godfre, soldaat onder de Graaf van Oxford, geboren in Engeland

Uit dit huwelijk:

1.   Hendrick Evertsz

 

5694. Jan Beerntsen, soldaat onder Commandeur Veer (1628), bomesijnwercker (1630), geboren ca. 1600 te Woerden

Ondertrouwd op 24 mei 1628 en gehuwd op 17 juni 1628 te Amersfoort met

5695. Merritgen Rijckx. Gehuwd met Willem van Isselt, overleden 1626-1628

Uit dit huwelijk:

1.   Annetjen Janszen

 

5752. Geurt Cornelisz van Helmerhorst, bombasijdewerker, zoon van Cornelis Gijsbertsz en Gijsbertgen Everts, geboren ca. 1620, overleden 1695-1698

Gehuwd ca. 1640 met

5753. Annetje Jans, dochter van Jan Jansz van der Dalen en Albertgen Jans, geboren ca. 1625, overleden 1699-1700

Op 7 december 1649 stellen Thonis Helmichsz, bombasijnverver, en Lijsgen Willems zijn vrouw, een schuldbekentenis op waarin zij verklaren schuldig te zijn aan Geurt Cornelisz, bombasijnwerker, een losrente van 10 gulden per jaar op een hoofdsom van 200 gulden. Als onderpand dient een huis, hof en hofstede in de Krankenledenstraat, bij de Lieve Vrouwenkapel, nu door de comparanten bewoond. Op 3 juni 1652 transporteert Gijsbertgen Everts, weduwe van Cornelis Ghijsbertsz met Goort Cornelisz haar zoon en voogd, een huis, hofstede met bergschuur in de Hellestraat, aan Aelt Stevensz, zijn vrouw en hun erven. Op 20 februari 1654 transporteert de curator in de boedel van Thonis Helmichsen, bombasijdeverver en Lijsgen Willems zijn vrouw, een derde part van een huis en hof erachter in de Lieve Vrouwestraat of Krankeledenstraat aan Goort Cornelisen en Anna Jans zijn vrouw. De overige twee derden parten gaan naar Jan Marcele en Willemtgen Jordaens. Zij verkopen dit derde deel op 30 mei 1657 aan Andries Oliviersen en Geertruijt Oleviersen zijn vrouw.

Op 7 juli 1658 verkopen Gijsbert Cornelisz en Grietgen Claes zijn vrouw, Goort Corneliszen en Annitgen Jans zijn vrouw, Henrick Cornelizen jongeman, Jan Robbertsen en Fijtgen Cornelis zijn vrouw en Jan Oenen en Aeltgen Cornelis zijn vrouw, een schuurberg met grond en hofje eraan in de Teut aan Steven Geurtsen en hun erven. Op 27 juni 1659 kopen Goort Cornelisz, bomesijnwerker, zijn vrouw en hun erven, een huis, hof en hofstede in de Hellestraat van Cornelis Harmantsz Cruijs en Aeffgen Jans zijn vrouw, Oth Jansz, metselaar en Beertgen Cornelis zijn vrouw. Geurt heeft ook het naastgelegen pand in bezit. Op 1 juli 1663 kopen Goort Cornelisz, bomesijdewercker en zijn vrouw Anna Jans, erfgenamen van Jan Jansz van der Dalen en zijn vrouw Albertgen Jans, vier huizen aan de Cingel strekken van de Cingel tot aan de grond van acceptant, van Gerard Jansz Vos, kleermaker, en zijn vrouw Cornelia Hagerbeer, mede erfgenamen van Henrick Baltis Hagerbeer. Op 2 maart 1665 leent Geurt Cornelisz, bombasijdewerker, 100 gulden van Jan van Gelder en zijn vrouw Anna Flinkerts voor de geleverde mombasijde en verstrekte ter zake van penningen met aflossing binnen een jaar. Als onderpand dient een huis, hof en hofstede, verwerie en ketels en toebehoren die horen bij de verwerie in de Utrechtsestraat bewoond door Jan van Gelder. Geurt Cornelis, bombasijdewerker, compareert op 28 april 1679 als borg voor een betalingsregeling tussen Jan Robberts en zijn vrouw Fijtgen Cornelis en Mathijs Engeler, wijdraeijer.

Op 31 mei 1698 verkoopt Gerrit Corneliszn, als gemachtigde zoon van Annitje Jans, weduwe en boedelharster en lijftochterse van Geurt Corneliszn, een huis, hof en hofstede, met een gedeelte van het andere hofje, staande en gelegen op de Cingel, aan Jacob Gelderman en zijn vrouw Annitje Geurts. Op 9 november 1700 compareren Gerrit Geurtsen en zijn vrouw Lijsbetje Willems, Cornelis Geurtsen en zijn vrouw Hendrijntje, Gijsbert Geurtsen en zijn vrouw Agnietje Jacobs, Jacob Gelderman en zijn vrouw Annitje Geurts, Peter Willemsen van Cleef en Marritje Geurts, mitsgaders Weijmtje Geurts weduwe van Jacobus Toorn, allen voor zichzelf; voorts zich sterkmakende voor Grietje Geurts bejaarde dochter, Evert Geurtsen en zijn vrouw Theuntje Jans, Marij Ackerman weduwe van Albert Geurtsen, Cornelis Jansen en zijn vrouw Gerritje Jacobs, Jacob Jansen bejaarde jongeman, mitsgaders voor Jan Theunissen en zijn vrouw Jannitje Jans, welke Cornelis, Jacob en Jannitje kinderen zijn van Jan Geurtsen, zijnde alle tesamen kinderen en kindskinderen en erfgenamen van Geurt Cornelissen en zijn vrouw Annitje Jans, borgers. Zij verkopen aan Peter Willemsen Blanckebijl een huis met den hof gelegen in het Hellesteeghje en aan Peter Ariaansen, bombasijnwercker en zijn vrouw Willemtje Jans twee huisjes staande naast elkaar op de Cingel (Westsingel) bij de Hellebrugh.

Uit dit huwelijk:

1.   Grietje Geurts van Helmerhorst

2.   Jan Geurtsz van Helmerhorst, overleden < 1700. Ondertrouwd op 22 april 1669 en gehuwd op 13 mei 1669 te Amersfoort (get: Thomas Janssen namens ouder, moeder Gerritjen Adriaens) met Nelletje Jans

3.   Jannetgen Geurts van Helmerhorst, overleden 1680-1681. Ondertrouwd op 22 april 1670 en gehuwd op 7 mei 1670 voor het gerecht te Amersfoort (get: vader Gerrit van Bremen, vader Geurt Cornelissen) met Hendrik Gerritsz van Bremen

4.   Albert Geurtsz van Helmerhorst, overleden < 1700. Gehuwd met Marij Ackerman, overleden > 1700

5.   Evert Geurtsz van Helmerhorst

6.   Marijtje Geurts van Helmerhorst. Ondertrouwd op 29 april 1679 en gehuwd op 17 mei 1679 voor het gerecht te Amersfoort (get: vader Wllem Gijsbertsz van Cleeff, vader Geurt Cornelis van Helmerhorst) met Peter Willemsz van Cleeff, overleden < 1719

7.   Weijmpie Geurts van Helmerhorst, overleden > 1715. Ondertrouwd op 3 april 1683 en gehuwd op 21 april 1683 voor het gerecht te Amersfoort (get: vader Aert Cornelisz van Helmerhorst) met Jacob Galeijnsz van Toorn, geboren te Kampen, overleden < 1700

8.   Annitje Geurts van Helmerhorst, overleden < 1713. Ondertrouwd op 28 oktober 1684 en gehuwd op 11 november 1684 voor het gerecht te Amersfoort (get: vader Geurt Cornelisz van Helmerhorst) met Jacob Gelderman

9.   Cornelis Geurtsz van Helmerhorst. Ondertrouwd op 22 oktober 1689 en gehuwd op 9 november 1689 voor het gerecht te Amersfoort (get: vader Geurt Cornelisz van Helmerhorst, moeder Anna Willems weduwe Jacob Willemsz) met Hendrina Jacobs

10.   Gijsbertus Geurtsen van Helmerhorst. Ondertrouwd op 31 oktober 1690 en gehuwd op 18 november 1690 te Amersfoort met Angenijtjen Jacobs Verwimp, gedoopt 18 augustus 1661 te Amersfoort, begraven 3 november 1740 te Amersfoort

11.   Gerrit Geurtsz van Helmerhorst, overleden < 1723. Ondertrouwd op 22 oktober 1695 en gehuwd op 6 november 1695 RK Kromme Elleboog en voor het gerecht te Amersfoort (get: moeder Annitje Jans huisvrouw Geurt Cornelisz van Helmerhorst, vader Willem Matthijsz van Eldert) met Lijsbeth Willems van Eldert

 

5754. Jan Willemsz Haen, zoon van (?) Willem Henricksz Haen en Adriaentgen Cornelis, gedoopt 21 juli 1621 te Amersfoort (?), overleden 1679-1683

Gehuwd ca. 1645 met

5755. Marritgen Thijssen , geboren ca. 1620, overleden > 14 augustus 1679

Op 1 juni 1654 kopen Jan Willemsen Haen en Marritgen Thijssen zijn vrouw en hun erven, omtrent de helft van twee huizen, twee bergingen, hof, hofstede, in de Coninckstraat aan de Stadswal, waarvan Jan Willemsen Haen en Marritgen Thijssen de andere helft al bezitten, met al wat aard- en nagelvast is, van Thonis Petersen en Gerritgen Aertsdochter zijn vrouw, Willem Petersen en Cornelis Henricks, mede voor hun huisvrouwen, waar zij geboorten bij hebben, Peter Jansen, Jan Henrickzen en Jannitgen Volckers, als vaders, moeder en voogden van hun onmondige kinderen bij Thoontgen Peters, Aeltgen Peters en Jan Petersen, Gerrit Hermanszen en WIllem Petersen als ooms en bloedmombers over die onmondige kinderen. Op het goed rust een last van 1 gulden en 50 stuivers per jaar aan 't St Joris en 2 stuivers en 8 penningen aan Lieve Vrouwekapel. Een kapitaal van 150 gulden voldaan aan Adriaen Roelen.

Jan Willemsz Haan is op 8 maart 1670 genoemd als belender in de Coninckstraat in Amersfoort. Op 15 juni 1671 assisteert Jan Willemsen Haen zijn dochter Adriaentge Jans, mede voor haarzelf en als weduwe en boedelharster van Momgert Hermansz, en tezamen zich sterkmakende voor de nagelaten kinderen van Geurt Hermense Buijs, als mede erfgename van Herman Gerritsen Buijs en Rutje Geurt, bij de verkoop van een perceel land gelegen in de Woestijgen in de vrijheid. Op 11 juli 1671 assisteren Jan Willemss Haen, Jan en Jacob Willemsz Moolenaer Oomen, bloetmombers en als voogden, Henrickje Wouters, voor zichzelf en als weduwe en boedelharster van Geurt Hermsz zaliger en als moeder en mombers over hare onmondige kinderen, bij de verkoop van een huis, hof en hofstede met een kleine woning in de hof aan de wal in de Coninckstraat.

Op de uitzettingslijst van Amersfoort uit 1675 is vermeld in de Koningsstraat, Jan Willemsen Haen 6 gulden, 5 stuivers, 0 penningen.

Op 14 augustus 1679 stellen Jan Willems Haen, wonend te Amersfoort, en Marritgen Thijs, sieck te bedde, hun testament op. Zij vermaken elkaar te lijftocht van hun bezit en legateren aan Marritgen Meijnen, dochtertje van hun overleden dochter Adriaentje Jans, 50 gulden. Secluderen de weeskamer etc. Als Marritgen mondig of getrouwd is en de 150 gulden die haar bij maechgescheijt voor vaders goet is beloofd, heeft ontvangen, dan zal zij dit bedrag uit de nalatenschap van Jan Willems Haen en Marritgen Thijs moeten missen. Iedere staak van hun na te laten kinderen zal gelijke portie ontvangen, maar Marritge zal daarboven het prelegaat van heden ontvangen, dit om reden dat de boedel en nalatenschap van haar moeder door de oorlog is geruineert, waaruit de 150 gulden had moeten worden voldaan.

Uit dit huwelijk:

1.    Adriaentje Jans. Gehuwd met Momgert Hermansz, overleden < 15 juni 1671

2.   Willem Jansz Haen, overleden > 1718. Ondertrouwd op 8  maart 1667 en gehuwd op 23 maart 1667 voor het gerecht te Amersfoort (get: vader Jan Willemsz Haen, moeder Mechtelt van Bernevelt weduwe Marten Govertzen) met Geertje Meertens, gedoopt 1 oktober 1643 te Amersfoort

3.   Teuntje Jans Haan

 

5792. Brant Thonisz, zoon van Thonis Quint en Margriet Willems van Hardevelt, overleden < 4 mei 1609

Gehuwd met

5793. Jitgen Frans, overleden > 13 april 1619. Ondertrouwd op 29 januari 1614 en gehuwd op 6 februari 1614 te Amersfoort met Andries Craps, soldaet onder Eernst van Nassouwe (1606), soldaet onder de Roque (1614), geboren te Zwitserland

Op 31 januari 1585 zijn in het burgerweeshuis opgenomen Grijetgen Willems, out 6 jaeren, Wijn Willemsz, out 9 jaer, en Evert Willemsz, out 7 jaeren, kinderen van Willem Jansz en Marritgen Thonis, 'is ontfangen soo haer olders burgers waren ende sij geheel arm was, mede door bede van Brant Thonisz Quint ende Heijnrick, sijn broeder, als wesende haer oemen van moeders sijde. Op 13 maart 1586 is in het burgerweeshuis opgenomen Brinck Willemsz, zoon van Willem Jansz ende Marritgen Thonis, wesende de jonxte broeder van Wijn, Willem ende Grijetgen, present beijde die omen mit haer huijsfrouwen als Brant Thonisz ende Hendrick Tonisz, mede present Elijsabeth Jochem Aertsz, nagelaten weduwe, ende des is d' leste die bij de eerste ende oude weesvaders ingecoomen is, ende sijn daerna weesvader van den gereformeerde religie daer inne gestelt ende de voorgaende regenten sijn verlaeten oft hebben haer van selffs des dijenstes onslegen, uuijtgenomen Helmich Helmichs die daer na noch lange jaeren mede gedijent heeft.

Op 10 maart 1614 lenen Henrick Graeps ende Jitgen Frans, echtelieden, en hebben in confermite van de machtgescheijde tussen de voornoemde Jitgen Frans ter eenre ende hare voorkinderen bij haar van Brant Thonisz, haar vorige overleden man behouden ter andere zijde, van Frans Brantsz, haar voorzoon, een losrente van 8 carolus gulden jaarlijks over een hoofdsom van 133 caroluds gulden, en van Bastiaen Jordansz, als man en voogd van Grijetgen Brands zijn huisvrouw, een losrente van 8 carolus gulden jaarlijks over een hoofdsom van 133 gulden 6 stuivers en 18 penningen, en toekomende roerende en onroerende goederen met als onderpand een huis, hof en hofstede in de Hellestraat. Op 12 april 1619 verkoopt Itgen Frans, weduwe van Brant Thonisz met Aert Berntsz haar gekozen voogd voor haarzelf en voor haar kinderen, aan Marten Gerritsz het huis en hof in de Hellestraat op een last van 168 gulden hoofdsom competerende het Armen weeshuis alhier. Op 9 mei 1623 lenen Henrick Crapsz, zwitser, en Fitgen Frans zijn vrouw een bedrag van 150 gulden met een losrente van 9 gulden per jaar van Bastiaen Jordaen en Grijetgen Brantsz zijn vrouw. Als onderpan dient een huis en hof in de Hellestraat.

Op 18 april 1628 stelt IJtgen Fransdr, weduwe van Brant Thoniszn, ziek van lichaam te bedde liggende, borgerse van Amersfoort, haar testament op. Zij prelegateert aan haar dochter Grietgen Brants het halff hofken in haar voorhuijs staende, met alle haer linnen en wollen clederen, linnen slaaplakens en slopen. Zij is aan Grietgen nog schuldig 20 carolus guldens van geleend geld, die van 't gereedste goed voldaan moet worden. De twee jaar huishuur van het huisje in de Scherbierstraat zijn door Grietgen verrekend met de twee jaar rente die haar dochter nog van comparante tegoed had.

Otgen Frans, weduwe van Brant Thonisz, is genoemd op 4 mei 1609 als belender van een huis, hof en hofstede in de Hellestraat van Cornelis van Westrenen, en op 13 april 1619 als belender van een huis en hof in de Hellestraat van Aert Berntsz.

Uit dit huwelijk:

1.   Frans Brantsz

2.   Grietje Brants. Ondertrouwd op 9 januari 1614 en gehuwd op 16 januari 1614 te Amersfoort met Bastiaen Jordansz, soldaat, geboren te Frankrijk. Ondertrouwd op 29 juli 1643 te Amersfoort en gehuwd op 27 augustus 1643 te Soest met Reijer van den Butselaer

 

5794. Gosen Albertsz, zoon van Albert NN, overleden > 7 oktober 1615

Gehuwd op 7 maart 1587 te Amersfoort met

5795. Lijsbeth Joosten, geboren te Amersfoort, overleden > 7 oktober 1615

Op 29 augustus 1586 is Gosen Albertsz burgerrechten verleend. Op 18 december 1612 verschijnt Goossen Albertss als eigenaar van de rechten van een plechte van 100 Karoluds gulden met een losrente van 5½% karolusgulden sjaars op een huis en hofstede, staande aan de Langestraat in de Krommestraat. Hij verklaart dat alles aan zijn handen was afgelost door Evert van Dael, als possesseur van het hypotheek. Op 16 augustus 1614 lenen Gosen Aelbertsz en Lijsbeth Joosten, echtelieden, een bedrag van 200 gulden met een jaarlijkse losrente van 12 gulden 10 stuivers van IJtgen Zegers. Als onderpand dient een huis, hof en hofstede aan de Camperbinnenpoort. Op 18 oktober 1645 is de lening afgelost. Op 7 oktober 1615 legateert Fijchgen Lourens, ziekelijk van lichaam, borger van Amersfoort, weduwe van Goort Goortzn, aan Lijsbeth Joosten, huijsvrouw van Gosen Albertszn, haar grauwe schortrok en beste lakense lijffgen. Zij herroept dit testament weer op 25 april 1620. Op 23 juni 1618 lenen Goosen Aelbertsz en zijn vrouw Lijsbeth, borgen te Utrecht, 300 Carolus gulden van Jan Rutgersz de Bruijn en zijn vrouw Judith Jansdochter. Als onderpand dient een huis en hofstede bij de Kamperbinnenpoort op de Singel. Het huis is belast met 46 stuivers per jaar aan de Retorisijnen te Amersfoort, 50 stuivers per jaar aan Sint Barbara, nog 50 stuivers aan de melaatsen. Op 11 mei 1648 verklaart Lenard Jansz Bosch, als koper en houder van nevenstaande plecht, dat de plecht betaald is door Reijer Jans, hoedemaker, eigenaar van de hypotheek.

Uit dit huwelijk:

1.   Cornelisgen Goosens

2.   Dieltgen Gosen, geboren ca. 1590 te Amersfoort. Ondertrouwd op 17 februari 1608 en gehuwd op 25 februari 1608 te Amersfoort met Henrick Sael, soldaat, geboren te Amersfoort

3.   Cunertgen Gosen

4.   Willem Gosen, overleden 1615-1621

5.   Jan Goosen, gedoopt 3 maart 1597 te Amersfoort

6.   Jan Goosen, gedoopt 18 mei 1598 te Amersfoort. Ondertrouwd op 23 oktober 1619 en gehuwd op 4 november 1619 te Amersfoort met Jannitgen Jans, geboren te Guttichhoven

7.   Albert Gosen, gedoopt 1 juli 1604 te Amersfoort. Ondertrouwd op 7 april 1627 en gehuwd op 22 april 1627 te Amersfoort met Marritgen Jans, geboren te Amersfoort

 

5804. Jan Joppen Craen, bakker, ouderman van het Bouluijden Gilde te Amersfoort, zoon van Jacob NN, begraven 11 maart 1635 te Amersfoort

Gehuwd < 1609 met

5805. Marrichgen Willems

Op 14 december 1598 verkopen Jan Joppe, Claes Stevensz als man en voogd van Betgen zijn vrouw, Jan Joppe mede als momber van Lijsgen en Willemtgen Joppen, verkopen een huis, hof en hofstede en een hof over de genoemde steeg aan Wouter Logen en zijn erven. Op last van 3½ gouden Aernoldus gulden per jaar van Jan Fransz, 2 Carolus gulden en 2 Philippus guldens per jaar aan de Sint Annakapel en 18 stuivers per jaar aan het Sint Aechtenconvent. Op 2 augustus 1609 lenen Jan Joppen en Maria Willems zijn vrouw, 150 gulden van Dirck Martenss, zijn vrouw en hun erven. Als onderpand dient een huis in de Sint Andriesstraat. De schuldsom is op 5 februari 1639 voldaan door Jan Jansz, bakker. Op 28 maart 1611 is voor het gerecht gekomen Jan Joppe voor hem selve en zich sterckmakende voor Maria zijn vrouw en heeft beleden schuldig te zijn aan 't lintwevers gilt een jaarlijkse losrente van 6 gulden, 5 stuivers over een hoofdsom van 100 gulden, dienende tot hypotheek 't huis daar bij comparant tegenwoordig in wont. Op 24 juni 1622 bekent Jan Dircksz, als onderman vant lintwevers gilt, de hoofdsom met de rente vandien in de genoemde plechte ontvangen te hebben uit handen van Jan Joppen.

Op 23 januari 1618 maakt Roeloff Jobsz, conventuael St Johans binnen Amersfoort, zijn testament op. Hij vermaakt goederen en geld aan de kinderen van zuster Aeltgen Jobs saliger en Thonis Goortsz, aan kleinkinderen van zijn overleden broeder Gijsbert Jobsz en aan de kinderen van zijn zuster Anna Jobs onder andere 100 gulden tot laste van Jan Jobsz en diens vrouw Maria Willems, wonend in de Trijskensstraat.

Op 20 juli 1624 kopen Jan Jobsz Craen, zijn vrouw en hun erven, van Thonis Henricksz en Marritgen Dircx zijn vrouw, een hof met al wat aard- en nagelvast is buiten de Sint Andriespoort. Op 21 december 1624 machtigt Jan Jobsz Craen, borger van Amersfoort, Evert Willems, stratemaker tot Amsterdam, om namens hem van de Heren Weesmeester van de stad Amsterdam 3 jaar rente te ontvangen een kapitaal van 150 gulden, welke laatst verschenen is Johannis midsomer (= 24 juni) 1624, wat toebehoort aan Lijsbeth Henrick Willems, onmundige nagelaten dochter, en wat berust onder de weeskamer aldaar. De renten waren hem, comparant, beloofd voor het onderhoud van dit kind. Op 29 juni 1625 kopen Jan Craen, bakker, en Mari Willems zijn vrouw, van de momber en weesmeester over de onmondige kinderen van Thonis Jans van Deventer en Metgen Josephi, een huis, hof en hofstede met al wat aard- en nagelvast is, in de Sint Andriesstraat. Jan Craen is daar tevens belender. Op 10 mei 1633 verkopen Jan Joppen Craen, backer, Jacob Willemsz, molenaer, Jan Claesz, voerman, respectievelijk ouderman, busmeester en gildebroeder van het Bouluijden Gilde, aan Thijmen Henricksz en zijn vrouw Roos, een perceel land gelegen in de Amersfoortsen Engh aan de Bergstraat.

In het register van gastelingen van het St Pieters- en Bloklandsgasthuis is vermeld Lijsgen Joppen, ingeschreven 27 augustus 1635, overleden 14 januari 1638, heeft recht op de helft van de nalatenschap van Jan Joppen Craen. Op 17 april 1636 stelt Marrichgen Willems, borgerese van Amersfoort, weduwe van Jan Jobzn Craen, backer, haar testament op. Daarin herroep zij alle voorgaande testamenten en disposities, uitgezonderd de lijftocht door haar en haar overleden man gemaakt, die in waarde zal blijven. Zij vermaakt, om redenen haar daartoe moverende, al haar bezittingen aan Jan Jan Brantszn en Betgen Henricx, echtelieden, haar broeders dochter, die bij comparante wonen en haar in alles behulpzaam zijn. Ze institueert hen derhalve tot haar erfgenamen en bij hun overlijden voor comparante, hun nalatende geboort. Zij legateert aan Atris Willems, haar zuster, 6 carolus guldens, Zij secludeert de weeskamer van deze stad.

Op 4 februari 1639 verkoopt Maria Willems, weduwe van Jan Jacobsz Craen, aan Jan Claessen vleeshouwer en zijn vrouw Neeltgen Everts, zeker hof, hofhuisje en plantsoenen daarin, staande en gelegen buiten de Sint Andriespoort.

Kinderen:

1.   Hendrik Jansen Craen

 

5816. Jan Janssen Bourssier, geboren ca. 1600 te Breda, overleden 1638-1643

Gehuwd op 29 mei 1625 te Amersfoort met

5817. Martijntgen Karl Chaudron, dochter van Charles Chaudron en Martijntge Jacobs Scherpijnck, geboren ca. 1600, overleden > 1654

Jan Bourssier is burger van Amersfoort op 29 december 1628 vanwege zijn huwelijk met een borgersdochter en 'vereert ten reguard van 't werck 't welck bij hem aen veele schamele gesellen gegeven wort'. Martijntgen is gerefermoreerd lidmaat te Amersfoort op belijdenis 30 september 1619, wonend in de Kranckeneeringhstraat. Zij is als Martijntgen Carels, weduwe van Jan Boursier, belendster in de Lieve Vrouwenstraat op 2 juni 1643 en in de Krankeledenstraat op 20 november 1643 en op 8 februari 1654.

Uit dit huwelijk:

1.   Jan Bossier

2.   Hester Bossier, gedoopt 4 oktober 1627 te Amersfoort. Ondertrouwd op 23 april 1652 en gehuwd op 11 mei 1652 te Amersfoort (get: vader, moeder Stijntje Cornelis) met Rutger Evertsz

3.   Carel Bossier, geboren ca. 1629, overleden 2 november 1668 te Amersfoort. Gehuwd op 14 mei 1652 te Amersfoort met Lijsbethie Cornelisz, geboren te Beuckum

4.   Grietje Bossier, geboren ca. 1630, overleden > 1688. Ondertrouwd op 21 september 1654 en gehuwd op 8 oktober 1654 te Amersfoort (get: moeder, tante Stijntken Carels) met Evert Hermans, geboren te Garderen, overleden 1659-1665. Gehuwd op 10 december 1665 te Amersfoort met Hendrick Warneke, bombasijnwerker, overleden > 1677

5.   Stijntgen Bossier, gedoopt 14 augustus 1631 te Amersfoort

6.   Boldewijn Bossier, gedoopt 19 april 1633 te Amersfoort

7.   Boudewijn Bossier, wolkammer, gedoopt 12 oktober 1634 te Amersfoort, overleden > 1678. Ondertrouwd op 16 mei 1663 en gehuwd op 6 juni 1663 te Barneveld met Gijsbertje Jochems, geboren te Barneveld

8.   Tobias Bossier, gedoopt 19 juni 1636 te Amersfoort

9.   Otto Borssijer, gedoopt 12 februari 1638 te Amersfoort. Ondertrouwd op 26 november 1657 en gehuwd op 15 december 1657 te Amersfoort (get: broer Carel Borssijer, zuster Eerlandt Bossen) met Grietje Dircks Bosch

 

5818. Aelt Woutersz, hoedenmaker, geboren te Amersfoort, overleden < 25 september 1666

Gehuwd op 18 juli 1621 te Amersfoort met

5819. Gijsbertgen Claes, geboren te Amsterdam

Op 8 mei 1620 kopen Evert en Aelt Woutersz een hof buiten de Triesgerspoort (St Andriespoort) van Aernoldus Oorcampius en zijn vrouw Juffrouwe Margarita Rams. Op 19 mei 1620 koopt Aelt Woutersz van de erfgenamen van Henrick Huijgen van Aucoop en Ursula Frederick Taets, een huis en hofje met uitgang achter in de Krommestraat, een last van 7 stuivers toekomende de broederschap van St Jan. Op 16 juli 1632 kopen Aelt Woutersz en zijn vrouw Gijsbertgen Claes van Peter Jansz van Opporteren en zijn vrouw Lijfgen Loogen, een huis, plaats en halve put, schuur en de vrije drop daarachter aan de Langestraat, op laste van 3 gulden jaarlijks, competerende zekere vicaris gefundeerd in de St Joriskerk, nog 14 stuiver jaarlijks tbv het brouwersgilde. Aelt Woutersz, hoedemaker, is genoemd als belender in de Langestraat op21 juli 1634 en 4 oktober 1636, aan de Markt op 29 juni 1647 en in der Varkensmarkt op 7 mei 1650.

Gijsbertgen Niclaes, huisvrouw van Aelt Wouterssen, is op 23 september 1642 vermeld als lidmaat te Amersfoort, adres Rotoorn.

Kinderen:

1.   Claesgen Aelten, overleden < 25 september 1666. Ondertrouwd op 12 maart en gehuwd op 31 maart 1657 te Amersfoort (get: vader Adriaan Hermans, moeder Gijsbertien Claes) met Harman Adriaensz, hoedenmaker, gedoopt 30 maart 1628 te Amersfoort

2.   Willemtgen Aelten

3.   Jannetje Aelten

4.   Rijckgen Aelten, gedoopt 24 februari 1633 te Amersfoort

5.   Geertgen Aelten, gedoopt 9 oktober 1636 te Amersfoort

 

5824. Geurt Lubbertsen, linnewever, zoon van Lubbert Goortsz van Steenbeeck en Woutertgen Jan Wencken, geboren ca. 1585 te Barneveld, overleden < 8 september 1649

Ondertrouwd op 27 april 1608 en gehuwd op 1 mei 1608 te Amersfoort met

5825. Dirckgen Peters, geboren ca. 1590, overleden 19 april 1663 in het St Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort

Op 19 september 1608 is Goert Lubberts, afkomstig van Barnevelt, burgerrechten verleend. Op 7 december 1646 verklaart Goort Lubbertsz dat Jan van Essen de schuldsom heeft voldaan van f 150 geleend van Evert Lubbertss, lakenkoper, op 27 maart 1626. Op 8 september 1649 is ingeschreven als gasteling in het Sint Pietersgasthuis Dirckgen Peters, weduwe van Geurt Tuijr.

Uit dit huwelijk:

1.   Lubbert Geurtsz van Steenbeek

2.   Woutergen Geurts, gedoopt 10 oktober 1615 te Amersfoort

3.   Ghijsbert Geurtsz, gedoopt 7 december 1617 te Amersfoort. Gehuwd in december 1640 te Amersfoort (get: Willem Lubbertsz slootemaker, Grietjen Brants) met Jannitjen Everts

4.   Annitgen Geurts, gedoopt 18 juni 1620 te Amersfoort

5.   Reijer Geurtsz, gedoopt 3 april 1623 te Amersfoort, overleden < 3 november 1653. Gehuwd met Aeltjen Stevens

6.   Rutger Geurtsz, gedoopt 1 april 1625 te Amersfoort

 

5840. Bartholomeus Gentij de Finis, ruijter onder prins van Oranje (1609, 1615), geboren te Frankrijk, overleden < 19 februari 1650

Gehuwd op 15 februari 1609 te Amersfoort met

5841. Marritgen Aerts, dochter van Aert Berentsz, gedoopt 10 januari 1588 te Amersfoort (get: Dirrick die sacke drager, Griette Pelendochter), overleden < 19 februari 1650

Kinderen:

1.   Aert Fennis

 

5850. Roelof Hendriksz den Eling, meester metselaar, zoon van Hendrick NN en Neeltgen Henricxs, geboren ca. 1595 te Amersfoort, overleden 1658-1666

Ondertrouwd op 5 september 1621 te Amersfoort met

5851. Nelletje Jans Brinck, dochter van Jan Woutersz Brinck en Goutgen Jacobs, geboren ca. 1600 te Amersfoort, overleden 1666-1674

Op 3 september 1621 vindt de inventaris plaats van toebedeelde goederen inzake maaggescheid aan Roeloff Henricxs. De aan Roeloff Henricxs toebedeelde goederen bestaan uit een hoofdstom van 100 gulden op Johanna van Voordt, weduwe van Mr Cornelis van Duverden, nog een vordering op zijn moeder van 75 gulden inzake zijn vaders goed, aan gereet geld 57 gulden 8 stuivers en 6 penningen, de helft van twee huiskens naast elkaar gelegen in de Bolderstraat met hoff en hofstede waarvan de andere helft toebehoort aan zijn zuster en het vierde part in de schuurberch die daarbij staat op de grond van de voornoemde huizinge, waarvan zijn zuster een vierde part en zijn moeder de helft toekomt. Op 4 september 1621 worden de huwelijkse voorwaarden opgesteld. Aanwezig zijn naaste vrienden, magen en huwelijksluiden van het bruidspaar, ter ene zijde Jacob Peters, timmerman, Henrick van Estvelt, Neeltgen Henricxs met haar zoon Roeloff Henricxs toekomende bruidegom, ten andere zijde Clemens Andrijes, Jan Peters van Oppoeteren, Jan Wouters Brijnck en zijn dochter Nellitgen Brijncken toekomende bruid. De naaste vrienden, magen en huwelijksluiden hebben de volgende voorwaarden opgesteld voor het huwelijk. De bruidegom brengt in een hoofdsom van 300 gulden sprekende op Jacob Peters, timmerman, volgens de obligatie van 24 december 1616, een hoofdstom van 100 gulden sprekende op Johanna van Voordt, weduwe van de overleden scholt Mr Cornelis van Duverden waarvoor Neeltgen Henricx zich garant stelt met haar zwager Jacob Peterss als haar gekozen momber in dezen, 25 gulden voor zijn vaders goed die Neeltgen aan haar zoon belooft te betalen, 57 gulden 8 stuivers en 6 penningen in gerede gelden, de helft van twee naast elkaar staande huisjes met de hoff en hofstede staande in de Bolderstraet waarvan de andere helft in bezit is van zijn zuster Henrickgen, het vierde part van de schuurberch die daarbij staat op de grond behorende bij de huisjes waarvan zijn zuster eveneens een vierde part bezit en zijn moeder de helft. Al deze percelen zijn de bruidegom aanbestorven van zijn bestevader en bestemoeder (grootouders) en van zijn vader welke door het maaggescheid tussen hem en zijn zuster en dat de vorige dag is gepasseerd en onder Mr Elias van Weede berust, aan hem is toebedeeld. Jan Wouters Brijnck geeft zijn dochter mee een bed met toebehoren en haar portie van de erfenis van Nellitgen nagelaten door Thoentgen Wouters, haar moeije, waaraan Clemens Andrijes zolang hij leeft de lijftocht heef. Jan Wouters Brijnck belooft zijn dochter Nellitgen niet te zullen onterven, maar haar als zijn dochter in zijn na te laten goederen te zullen laten erven. Mocht een van hen beiden te komen overlijden zonder na te laten blijkende geboorte, of zonder wedergeboorte dat dan de ingebrachte goederen zullen gaan naar de andere zijde en linie waarvan deze gekomen waren. Wanneer er wel geboorte wordt nagelaten bij overlijden van een van hen beiden dan zal deze de goederen krijgen die de overledene bezat of waren aanbestorven, en de langstlevende behouden de goederen die hij had ingebracht of waren aanbestorven. Ten laatste eventueel te komen op de zijde waar deze goederen vandaan waren gekomen. Winst en verlies staande huwelijk verkregen gerekend half en half, erfenis wordt niet als winst gerekend. In alle gevallen gaan de klederen en cleijnoden van de bruidegom naar zijn zijde en die van de bruid met de trouwelschat aan haar zijde.

Op 19 september 1626 leenen Roeloff Henricksz, zijn vrouw en hun erven, een bedrag van 100 gulden aan Jan Willemsz, leidekker, en Grijetgen Aerts zijn vrouw met als onderpand een huis aan de Breestraat. Op 31 oktober 1627 verkopen Roelof Henricksz en Neeltgen Jans voor haarzelf, Aeltgen Jacobs als moeder van haar onmondige kinderen bij Wouter Jansz zaliger, met Willem Mertensz en genoemde Roelof medevoogden over de onmondigen, Grijtgen Jans als moeder van de onmondige kinderen bij Claes Willemsz Teut met Herman Jansz Bosch als medemomber samen voor Catharina Cornelis, allen erven van Anthonia Wouters, in leven vrouw van Clemens Andriesz, een halve hof gemeenschappelijk met Jan Andriesz buiten de Bloemendaalsepoort aan Andrijes Jansz, zijn vrouw en hun erven. Op 21 januari 1628 verkopen zij het vierde part van een boomgaard buiten de Bloemendaalsepoort aan 't eind van de Eerste Steeg aan Mr Willem Jansz Pot, zijn vrouw en hun erven, op last van 36 stuivers, 4 penningen per jaar aan Dirck van Crachtwijck en 13 stuivers per jaar aan St Elisabeths Gasthuis, 12 stuivers per jaar aan Peter Jansz Cremer.

Op 19 augustus 1648 verklaart Roeloff Henrickxz Eling dat de schuldsom is voldaan door de oude vrouwe van Isselt. Op 11 januari 1645 wordt een acte van estimatie opgesteld betreffende de liquidatie van de geleverde boedelcedulle van Tijmon Schut, het treffen van een boedelscheiding met alle besoignes en effecten daaraan verbonden. Timon Schut had verklaard 'om redenen ongelegen te wesen' langer het door hem bewoonde huis in de Muurhuizen alhier onverdeeld te willen laten. Daarvoor compareren Lenaert Nicasius, stadstimmerman, en Seger Joosten, meester metselaar, voor Timon Schut, secretaris der stad Amersfoort weduwenaar van Agnes Dulcken, ter ene zijde, en Claes Jacobszn van Groenenberch, meester timmerman, en Roeloff Henrickszn Elingh, meester metselaar, vanwege Steven Cootenberch, schepen dezer stad, als bij appointement deses Gerechts staande op verzoek van vermelde secretaris Schut dd 15 juni 1643 gecommitteerd zijnde in plaats van Goswijn van Dulcken, oud-oom en bloedmomber van moeders zijde over de twee onmondige kinderen van voornoemde Schut, ter andere zijde. Ter overstaan van Wilhem van Schadijck en Jonkher Jelis de Ridder van Lunenborch, schepenen, die wederzijds daartoe werden verzocht, is het huis met de hof daarachter met alles wat daarbij aard- en nagelvast was, nadien van boven tot onder, voor en achter bezichtigd en bezien, en is op alles gelet door de genoemde timmerlieden en metselaars en een prijs geschat van 2500 gulden. Timon Schuth verklaarde de helft van het huis dat de kinderen toekomt te willen aannemen, waarvan genoemde Schut en Coottenberch, in hun respectieve kwaliteiten, acte verzochten.

Op 31 mei 1674 compareren Rijck Aerts van Oldenbarnevelt en Arent van Ruitenbeecq, mombers van de kinderen van Johan Elingh, saliger, zoon van Roelof Henricks Elingh en Nellitgen Jans, Henrick van Zandendael, zoon van Goutgen Elingh, geassisteerd met zijn vader Johan van Zandendael, en Johan van Zandendael, als vader en voogd van zijn verdere kinderen van hem en zijn vrouw Goutgen Elingh saliger. Zij compareren voor de opening van een besloten testament van Roeloff Hendricks van Elingh en Nellitgen Jans. De comparanten vertonen dit nog gesloten papier, wat geopend mag worden omdat notaris en getuigen overleden zijn. In het testament herroepen Roelof en Nellitgen eerdere testamenten, uitgezonderd de reciproke lijftocht tussen de testateuren voor Dirck Matheus, dd 8 mei 1653. Legaten aan hun zoon Jan Roeloffs Elingh, de rechte helfte van seecker parceel lants genaemt Neckenbergh en de Swarte Camp, aan de Watersteegh, waarvan de wederhelft van Reijer Jacobs is. Welke helft gedurende hun huwelijk is aangekocht, waarvoor hun dochter Goutgen Roeloffs Elingh uit de gemene boedel 1100 carolus gulden zal genieten, waarboven nog aan haar 100 gulden en alle clederen van Nellitgen Jans. Erfgenamen zijn ieder voor de helft Jan Roeloffs Elingh en hun dochter. Het huwelijksgoed dat zij respectivelijk aan hun zoon en dochter hebben meegegeven, zal worden geimputeert in ligitimam, bij forma van institutie. Hun zoon, Jan Elingh, moet bovendien 300 gulden in de gemene boedel inbrengen, in conformite van de specificatie van de hijlicxbrieff. Secluderen de Heeren Weesmeesteren uit hun boedel. Ondertekend door de erflaters op 10 mei 1653 en door D. Matheus, notaris, en toegesloten door de notaris. Beiden verklaren dat dit testament niet eerder geopend mag worden als na dode of hertrouwen van de langstlevende.

Uit dit huwelijk:

1.   Johan Roelofsz den Elingh, geboren ca. 1622 te Amersfoort, overleden < 1674. Ondertrouwd op 23 april 1652 te Amersfoort en gehuwd op 9 mei 1652 te Soest (get: Rijck Aertsz van Oldenbarnevelt en huisvrouw) met Jannetje van Davelaar, gedoopt 5 maart 1616 te Amersfoort, overleden < 1679

2.   Goutgen den Elingh

 

5854. Dirck Dircksz van Langelaer, potmeester (1642), schepen en cameraar van Wijck bij Duurstede (1643-1665), kerkmeester van de St. Jan (1659), zoon van Dirck Reijersz van Langelaer, geboren ca. 1600, overleden < 30 augustus 1675

Gehuwd met

5855. Mechteldje Jacobs Fontain

Uit dit huwelijk:

1.   Trijntghen Dircks van Langelaer

 

5866. Sander Sandersz Bredtsla, soldaat onder kapitein Haijdon (1628), bombasijdewerker (1653), geboren ca. 1600 te Engeland, overleden 1653-1654

Ondertrouwd op 8 maart 1628 en gehuwd op 4 april 1628 te Amersfoort met

5867. Rijckje Peters, dochter van Peeter Harmenssen en Gerbrecht Jans, geboren ca. 1610, overleden 1676-1682. Ondertrouwd op 16 juni 1654 en gehuwd op 14 juli 1654 te Amersfoort (get: broer, buurvrouw Merrichjen Jans) met Geurt Jacobsen van Binnendijk

Op 6 september 1630 verkrijgt Sander Sandersz, geboren uijt Engelandt, burgerrechten van de stad Amersfoort tegen betaling van 4 gulden. Op 24 februari 1653 lenen Sander Sanderssen, bombasijdewerker, en Rijckgen Peters zijn vrouw, burgers, een hoofdsom van 400 gulden met daarover een losrente van 24 Carolus gulden per jaar met als onderpand een huis, hof en hofstede in de Coninckstraat. Op 27 mei 1645 kopen Peter Hermansz Speulman en Sander Sandersz, hun huisvrouwen en erven, een huis en hofstede in de Sint Jansstraat van Jan Stevensz, hoedenmaker, en Marritgen Dircx, echtelieden. Op 12 februari 1661 is de schuld voldaan door Geurt Jacobszen, bombasijdewerker, als man van Rijckgen Peters, voorheen weduwe van Sander Sanderszen. Op 8 mei 1641 kopen Sander Sandersz, bomezijdewerker, zijn vrouw en hun erven, een huis met hofje daarachter in de Coninckstraat van Andries Thomass, bomezijdewerker, en Lijsbet Hijeronymusdochter zijn vrouw. Op het huis rust een last van 11 stuivers en 8 penningen per jaar aan de Lieve Vrouwekapel en 12 stuivers per jaar aan armen de Poth en 150 gulden aan Henric Heijman van Middendorp. De schulden zijn bij de koop voldaan. Op 17 mei 1647 doneren Peter Hermanss, linnenwever, en Evertgen Henricx echtelieden en Sander Sanders en RIjcgen Peters, echtelieden, ieder voor de helft 1 stuiver en 4 penningen per jaar aan de Lieve Vrouwenkapel.

Op 19 september 1670 verkopen Albert Cornelissen Spijcker en zijn vrouw Gijsbertjen Thomas Echtelsz die vanwege haar moeder erfgenaam is geweest van Rijck Peterssen, linnewever, voor de ene helft, ende RIjckje Peters, weduwe van Sander Sandersen, voor haarzelf en de mede als erfgenaam van zaliger Peter Harmsen, voor de andere helft, een huis, hof en hofstede aan de Weverssingel aan de erfgenamen van Gerrit Aertsen en zijn vrouw Pleuntje Jans. Op het huis rust een last van 6 stuivers en 8 penningen toekomende de Lieve Vrouwenkapel. Op 6 mei 1673 geven Aelt Rijcksz Puijck, backer, gehuwd met Catharina Jans, voor zichzelf en als man en voocht van Catharina en als momber en voogd van de onmundige kinderen van Jan Willems en Henrickgen Jans, volmacht aan Dirck van Ommeren, procureur voor den Edele Gerechte van Amersfoort, om jegens Rijckgen Peters, lest weduwe van Goort Jacobs, te procederen tot vrijdinge ofte verseeckeringe van soodanige borchtocht als Jan Willems en Jan Ghijsberts van Deventer, ten behoeve van het Weeshuijs alhier hebben gepasseert. Het betreft het beeindigen van borgtocht door het overlijden van Jan Willems. Op 19 januari 1682 belooft Willem Joris Muijs, verwer en borger van Amersfoort, als koper van de huijsinge van zijn schoonmoeder Rijckje Peters saliger, lest weduwe van Geurt Jacobsz, de 1000 gulden plus interest over zes maanden te betalen, die Jan Ghijsberts van Deventer als borge voor Rijckje Peters, ten behoeve van de heren Regenten van 't Weeshuijs op haar huijsinge sprekende heeft, en dat ter minderinge van de verschuldigde penningen van de huijsinge.

Op 11 februari 1676 tekent Johannes Buijs, als speciale gemachtigde van Rijckje Pieters weduwe van Sander Sandersz, een schuldbekentenis van een bedrag van 1600 gulden en 12 stuivers aan Willem Muijs 'spruitende uit sake van geleverde woll, kettinggaren, verschoten penningen aan Balthasar Schouten, aen Cornelis Moijen sa aen Joffr Ida van Diden, weduwe van Nicasius Bor'. Als onderpand dienen een huis, hof en hofstede in de Sint Jansstraat, vier huizen staende in de Coninckstraat waarvan twee op ijdere hoeck van 't Brandsteegje en de andere twee naast het huis van majoor Veenhuijzen aan de ene zijde en aan de andere zijde Melis de schoenlapper en een huis in het Pisstraatje ten sijden de wall.

Voor en uit dit huwelijk:

1.   Weijmtje Sanders

2.   Willemgen Sanders, gedoopt 5 maart 1635 te Amersfoort. Gehuwd op 8 mei 1653 te Hoevelaken met Hendrick Petersz. Ondertrouwd op 22 maart 1655 te Amersfoort en gehuwd op 16 april 1655 te Soest (get: oom Peter Jansen namens ouders, moeder Rijckie Peters) met Willem Jorissen

3.   Jan Sanders, gedoopt 16 oktober 1636 te Amersfoort

4.   Aeltgen Sanders, gedoop 8 november 1638 te Amersfoort, overleden 1667. Ondertrouwd op 11 oktober 1663 en gehuwd op 13 november 1663 te Amersfoort (get: neef Cornelis LIncken, moeder Rijckien Peters) met Jan Cornelisz Vertrijssen

5.   Ermtge Sanders, gedoopt 19 november 1640 te Amersfoort. Ondertrouwd op 4 juli 1661 en gehuwd op 21 juli 1661 te Amersfoort (get: Casper Jansen, moeder Rijckien Peters) met Cornelis Gijsbertsen

6.   Alexander Sanders, gedoopt 10 juli 1642 te Amersfoort, begraven 7 april 1728 te Amersfoort. Ondertrouwd op 26 maart 1663 en gehuwd op 20 april 1663 te Amersfoort (get: grootvader Peeter Hermens, Aeltien Gerrits names zieke moeder) met Woutertje Rutgers van Schothorst, overleden 1670-1677. Ondertrouwd op 12 oktober 1677 en gehuwd op 30 oktober 1677 te Amersfoort met Catharina Peters

7.   Jacobus Sanders, gedoopt 18 februari 1644 te Amersfoort. Gehuwd op 4 april 1667 te Amersfoort met Stijntje Laurens

8.   Peter Sanders, gedoopt 21 oktober 1645 te Amersfoort

9.   Abraham Sanders, gedoopt 5 juni 1647 te Amersfoort

10.   Joannes Sanders, gedoopt 16 oktober 1648 te Amersfoort

11.   Abraham Sanders, gedoopt 31 december 1650 te Amersfoort. Ondertrouwd op 13 mei 1669 en gehuwd op 8 juni 1669 te Amersfoort met Hillitjen Claes, geboren te Nijkerk

12.   Gerbrecht Jans, gedoopt 16 februari 1653 te Amersfoort. Gehuwd met Hendrick Woutersz, overleden 1676-1682. Gehuwd op 23 juni 1682 te Amersfoort met Willem Hendricksz de Wijs, begraven 30 december 1719 te Amersfoort

 

6096. Cornelis Claesz, eeckmolenaar te Scherpenzeel en Amersfoort, overleden 1661-1663

Gehuwd met

6097. Aeltgen Lubberts, overleden > 29 september 1683

Op 8 mei 1648 verkrijgt Cornelis Claesz, molenaer, afkomstig van Scherpenzeel, burgerrechten van de stad Amersfoort. Op 24 juli 1661 is Cornelis Claesz, eeckmolenaer, belender aan de zuijdzijde van een campgen land gelegen buiten de Uijtrechtzpoort. Op 29 maart 1663 en 2 juni 1669 is de weduwe van Cornelis Claesz, molenaar, belender van land buiten de Utrechtsepoort. In een machtiging van 9 april 1678 van Jan Gerrits, molenaer buiten de Bloemendaelse Poort te Amersfoort, aan Cornelis Otten, is vermeld dat Aeltgen Lubberts, weduwe van Cornelis Claes, in leven Eeckmolenaer, aan Jan Gerrits 1325 guldens schuldig is voor de kooppenningen van de halve molen en woning, hoff en hoffstede gelegen buiten de Bloemendalse poort. In de kantlijn staat dat Aeltgen Lubberts op 27 mei 1679 600 guldens betaalt aan Cornelis Otten, op 6 juni 1680 300 guldens en op 21 juli 1681 en 12 augustus 1682 de rest. Verder is Aeltgen nog schuldig voor de koop van peert, kar en verder toebehoren f 100 en verder is zij jaarhuur schuldig voor het gebruik van de molen aan Jan Gerrits.

Uit dit huwelijk:

1.   Ceeltgen Cornelis, gedoopt 29 maart 1640 te Scherpenzeel

2.   Lubbert Cornelis, gedoopt 26 december 1642 te Scherpenzeel

3.   Wouter Cornelisz, gedoopt 18 augustus 1644 te Scherpenzeel

4.   (?) Claes Cornelis Craijermaat

5.   Evertje Cornelis. Ondertrouwd op 14 september 1683 en gehuwd op 29 september 1683 voor het gerecht te Amersfoort (get: moeder Grietie Geurts, moeder Aeltie Lubberts) met Aelt Barentsz, geboren te Buerveen

 

6098. Adrianus van Dijck, begraven 6 april 1695 te Jutphaas

Kinderen:

1.   Aeltje Adriaents van Dijck

 

6102. Aert (Jansz ?) van Santen

In 1668 wordt Aert van Zanten, wonend aan De Vaert, benoemd tot een van de arbiters naast Jacob van der Dussen, advocaat 's hoofs van Utrecht.

Kinderen:

1.   Gerrichie van Zanten, overleden 1669-1672. Gehuwd < 1659 met Jan Hendricksz van Osch, doodgraver in de Buerkerck te Utrecht (1669, 1673), schipper van 't kleijne veer van Utreght op Amsterdam, overleden < 19 oktober 1693

2.   Janneken Aerts van Santen

 

6184. Saar Adriaensz, overleden > 21 september 1629

Op 21 september 1629 stelt Saer Adriaensz, ziek van lichaam te bedde liggende, wonend te Amersfoort, zijn testament op. Hij vermaakt al zijn bezittingen aan Dirck, Jan, Ariaen en Peter Saren, zijn zonen, Aeltgen, Burrichgen, Henrickgen en Jannichgen Saren, zijn dochters, en bij overlijden van een van hen, aan diens geboort, allen bij gelijke portie. Uitgezonderd dat Dirck Saren, zijn oudste zoon, voor zijn voordeel, 100 gulden zal genieten. Gedaan ter woonplaats van Dirck Saren in de Utrechtsestraat.

Kinderen:

1.   Dirck Saren, geboren ca. 1584, overleden < 1629. Gehuwd met Aaltje Reijers, overleden < 1652

2.   Jan Saren, geboren ca. 1586. Gehuwd op 30 oktober 1610 voor het gerecht te Leusden met Aeltgen Francken

3.   Aaltgen Saren, geboren ca. 1588. Gehuwd op 9 april 1611 voor het gerecht te Leusden met Aert Gerritsz van Ark

4.   Burchgen Saren, geboren ca. 1590. Gehuwd op 20 november 1611 voor het gerecht te Leusden met Jan Tonis

5.   Hendrickgen Saren, geboren ca. 1592. Gehuwd met Reijer Cornelisz, knecht van Gerrit Hendriksz (1612), geboren 1592, overleden < 1652

6.   Jannichgen Saren, geboren ca. 1594. Gehuwd op 29 maart 1616 voor het gerecht te Leusden met Bernt Guertsz. Gehuwd op 22 januari 1647 voor het gerecht te Soest met Gerrit Thonisz

7.   Adriaan Saren

8.   Peter Saren, geboren ca. 1598, overleden < 1652

 

6188. Hendrick Gerritsz Cruijff, zoon van (?) Gerrit Hendricksz Cruijff, geboren ca. 1560 te Woudenberg, overleden > 1630

Gehuwd ca. 1590 met

6189. Gerritgen Rijcx Blootenburg, dochter van Rijck Cornelisz van Blootenburg en Claesgen Dirkxs, geboren ca. 1570 te Woudenberg, overleden < 1630. Gehuwd ca. 1585 met Jorden Teunisz

In 1599 is Hendrick Cruijf gebruiker van 'een erf genaampt Ekeris groot 20 mergen s'jaars om 28 Karolus guldens' (oudschildgeld) van Goutgen Davelaar. Het erf is later genoemd Blotenburg en strekte zich uit van de Geeresteinselaan tot de Zegheweg, langs de Dorpsstraat en Stationsweg. Later is hier de boerderij Blotenburg gebouwd. In 1614 vermeld bij quotisatie- en consumptiegeld: 'Hendrik de Cruijf tot quotisatie 37 gulden vijf stuivers ende tot consumpt 32 gulden drie stuivers (Geerestein) en Hendrick de Cruijff quotisatie 9 gulden thien stuivers en consumptie 7 gulden 8 stuivers (de Wetering). Op onbekende datum is Hendrick Cruijff gebruiker van Graafbeek onder Leusden, eigenaar is Jonker Jacob Taets van Amerongen. Op 9 september 1630 vindt er een boedelinventarisatie plaats van Hendrick Cruijff. Onder de boedel bevindt zich grond in Klein Ringelpoel, land in de Meent en de helft van een huis met hof in 't dorp, allen onder Woudenberg.

Uit dit huwelijk:

1.   Gerrit Hendriksz de Cruijff

 

6356. Cornelis Adriaensz, boer, zoon van Adriaen Cornelisz en Gerrijtgen Hendriks, geboren ca. 1580, overleden > 1656

In 1599 heeft Cornelis Adriaensz diverse stukken land onder Woudenberg in bruikleen: 6 mergen land op de Bruinhoef van de weduwe Frans Hendricksz (zie 6360), 20 mergen lands op Bruijnenburgh s' jaars om 9 oudschild' van de weduwe en zoon van Hendrick van Eep, vijf mergen maten, 4 oud schild' van Joffrouws van Eep. Dit land lag bij Bruinenburg. Op onbekende datum is Cornelis Adriaensen eigenaar en gebruiker van land onder Rumelaar liggende onder Maarsbergen. In 1656 is hij gebruiker van land van eigenaar Willem van Lommetsum onder Maarn.

Kinderen:

1.   Adriaen Cornelisz

 

6360. Frans Hendriksz van Overeem, boer op Rumelaar, zoon van Heijnrick Andriesz van Overeem, geboren ca. 1537 te Renswoude, overleden < 1599 te Woudenberg

Gehuwd ca. 1570 met

6361. Dirkgen Franszen, geboren ca. 1540 te Woudenberg, overleden < 1614 te Woudenberg

In 1599 is in Woudenberg de weduwe van Frans Hendricksz eigenaar van 6 mergen land geheten de Bruijnhoef. Zij heeft land in bruikleen gegeven aan Cornelis Adriaensz (zie 6356). Dirkgen, Frans Hendricksz weduwe, was gebruiker van een erf geheten Cleijn Reumelaar, groot omtrent 20 mergen s' jaars om 60 Philips gulden, eigendom van Juffrouw van Middagten.

Uit dit huwelijk:

1.   Helmert Fransen van Overeem, geboren ca. 1575 te Woudenberg, overleden 1641-1644. Gehuwd ca. 1620 met Gijsbertgen Frans van Triest, geboren ca. 1585 te Woudenberg, overleden april 1648 te Woudenberg

2.   Hendrik Fransen van Overeem

 

6464. Johan Gijsberts Vermeer, gerichtsman in Overbetuwe (1597-1616), onderschout van Randwijk, gegoed onder Randwijk, Heteren en Lakemond, zoon van Gijsbert Vermeer, geboren ca. 1559 te Randwijk, overleden < 1628

In 1619 bekennen Gerrit Hendricx van Beijnhem genaamd Roest en Maria Berndts van Welij, zijn echtgenote, een schuld aan Johan Gijsbertsz Vermeer. Zij stellen tot waarschap onder andere het huis waarin zijn wonen en de nieuw aangekochte bouwweerd in het kerspel Randwijk.

Kinderen:

1.   Gijsbert Janse Vermeer, smid te Randwijk, erfpachter in Overbetuwe, gegoed onder Randwijk en Heteren, commandant-rotmeester der gewapende landmacht in Randwijk (1637), geboren ca. 1586. Gehuwd met Jenneke Ariens

2.   Willem Vermeer, erfpachter in de Overbetuwe, geboren ca. 1587. Gehuwd met Hendersken Janse

3.   Jacob Jansz Vermeer, buurmeester, armmeester en diaken, geboren ca. 1588, overleden 1672 te Heteren. Gehuwd in 1633 met Machteld de Vree, geboren ca. 1598, overleden > 14 augustus 1674

4.   Jan Jansen Vermeer

5.   Hubert Vermeer, wever te Elst, gerichtsman in Overbetuwe, gegoed onder Elst en Randwijk, geboren ca. 1592, overleden 1639. Gehuwd in 1625 met Elisabeth (?) van Hattum

 

6512. Hendrik Roelofsz van Wijckersloot, houtkoper (1584-1589), kistenmaker, raad van Utrecht (1597-1602), zoon van Roelof Reiersz van Wijckersloot en Wendelmoet Lubbert Matthijs, geboren ca. 1536, begraven 4 juni 1605 te Utrecht. Gehuwd ca. 1590 met Maria Jans van Gulik, begraven 23 december 1610 te Utrecht

Gehuwd ca. 1555 met

6513. Anthonia Jans van Benthem, dochter van Jan van Benthem en Christina NN, geboren ca. 1535, overleden 1588 te Utrecht

Op 20 april 1575 koopt Hendrik van Wijckersloot 'alinge huijsinge ende hoffstede mitten hoff enden poortwech westzijde Gragten bij de Reguliersbrugge daer die Croijwagen uijthangt, tesamen met de acht cameren in de Brantsteech'. Het eigendom is belast met 32 stuijvers en 4 penningen ten behoeve van vicarie 't Oudemunster en een plecht van fl 1100,- met 6% ten behoeve van Egbert van Schonenborch. Op 7 februari 1576 sluit hij een overeenkomst met zijn buurman Willem Henricxs Thoen, wonende in "Den Gulden Schaeff". De overeenkomst betreft de poortwerk en lichtschepping. Op 31 oktober 1578 verkoopt Hendrik een deel van zijn eigendom, te weten 'alinge huijsinge hoffstede, 2 cameren daar achter op de hoeck van de Brantsteech'. Het huis genaamd Croijwagen wordt in 1585 door Hendrik en Anthonia overgedragen aan hun zoon Jan.

Hij koopt op 15 september 1579 een huis aan de oostzijde van de Springweg van de prior en conventualen van het Regulierenklooster voor een koopsom van fl 200,- waarvan fl 100,- aen gerede penningen ontvangen en fl 100,- plecht. Hij verkoopt het huis weer op 13 mei 1584. Enkele maanden later, op 17 oktober 1584, koopt hij 'huijsinge en landen achter de Twijnstraet'. Op 24 december 1589 sluit Hendrik een overeenkomst met het armenweeshuis over muren en gaten. In een gerechtsbrief van Utrecht 1589 verklaren de huismeesters van het Weeshuis, de godskameren van de domproost Cornelis van Mierop verplaatst te hebben naar de Springweg, achter het Weeshuis, en dat hun naaste buurman zuidwaarts, Henrick Roeloffsz van Wijckerslooth, hun toegestaan heeft een loden goot te mogen leggen op de scheidingsmuur van beider percelen.

Op 11 mei 1594 koopt Hendrik 'alinge huijsinge ende hoffstede met gemene waterputh mit kelder, kluijs, bodem en boort met al het houtwerck, liggende oostzijde Nieustraet. Het eigendom is belast met oud eijgen van 21 stuijvers en 4 penningen jaarlijks ten behoeve van 't Convent van Heilige Pauwels, een plecht van fl 500,- met 6% en een plecht van fl 400,- met 6,25%. Op 17 mei 1598 koopt hij een volgend pand aan de oostzijde van de Nieuwstraat. Het betreft een 'huijsinge ende hoffstede, letste bewoner Jan Janss van Es'. Plecht fl 274,25 ten behoeve van die gemene vicarien van Sinte Marien. Op 2 februari 1599 sluit Hendrik een plecht af van fl 400,- betrffende een 'huijsinge en hoffstede aan de Lege Marsegast'.

Uit dit huwelijk:

1.   Johan Hendricksz van Wijckersloot

2.   Christina van Wijckersloot, begraven 10 oktober 1618 te Utrecht. Gehuwd met Johan Florensz van Snelderweerd

 

6514. Cornelis van Voorst, tinnegieter, handelaar in levensmiddelen, zoon van Joost van Voorst en Wendeloet Zanders van Rodenburch, geboren ca. 1530, overleden > 1585, begraven in het graf van zijn schoonzoon Valentijn van der Voort, schepen en thesaurier van Utrecht

Gehuwd ca. 1560 met

6515. Petronella Claas Gerrits van Overmeer, dochter van Claes Gerritsz van Overmeer en Oedel Peter Robberts, geboren ca. 1535, begraven 23 juni 1581 in het graf van haar vader in de Geertekerk te Utrecht

Cornelis van Voorst is oorspronkelijk tinnegieter, net als zijn vader en een van zijn broers, maar hij raakt in de jaren 70 betrokken bij de graanhandel en de vetweiderij. Terwijl zijn broers hun hele leven handwerkslieden blijven, wordt Cornelis' sociale stijging vergemakkelijkt door zijn vrouw Peterken, die een aanzienlijke bruidsschat meebrengt.

Op 12 maart 1562 kopen Cornelis en Peterken 'alinge huijsinge, hoffstede met kelder en cluijs aan de oostzijde van de Lijnmerckt' van Alidt Knoops, weduwe van Willem van Hijndersteijn. Hiervoor sluiten zij bij haar een plecht van f 400 tegen 5½% rente. Op het huis berust een oudteijgen van f 5 en 5 stuivers. Op 20 februari 1567 sluit Cornelis opnieuw een plecht van f 100 en 16 stuivers op het huis met 5½% rente bij Gabriel Cornelis van Mijnden en Anna Jaspertsdr, ter vervanging van een rentebrief van 18 maart 1505. Op 22 april 1563 leent Cornelis f 200 tegen 6¼% rente van Gherridt Adriaen Alpherton en Belichgen Gijsbertsdr. Als onderpand fungeert een perceel aan de Nieuwe Gracht tegenover de Reguliersbrug.

Op 31 januari 1566 kopen zij 'alinge huijsinge ende hoffstede aan de noordzijde van de Watersteech bij de St Jacobskerck' van Seger, zoon van Willem Seger. Op het huis rust een oudteijgen van 5 stuivers per jaar ten behoeve van de pastoren van de St Jacob. Op 22 mei 1572 worden zij eigenaar van een huis met het 'bachhuijsken daer achter aen' eveneens aan de Watersteeg. Op het huis rust een plecht van f 125 en een oudteijgen van 5 stuivers. Op 11 mei 1569 lenen Cornelis en Peterken f 200 tegen 6¼% rente van de nabestaanden van Peter van Dael ende Peternel. Als onderpand dient 't huijs van Amerongen aan de OUdegracht tussen de St Geertruijdenbrug en de Smeebrug. Op het pand rust een oudteijgen van 13 stuivers ten behoeve van de weduwe van Rutger van den Kerck en een plecht van een onbekend bedrag met f 12 en 10 stuivers losrente ten behoeve van Gerrit Claess Voss.

Op 14 maart 1575 doen Cornelis en Peterken twee rentebrieven over aan Claes Jeroenss en Elsgen Willem van Nijkerckensdr. Het betreft een rentebrief van f 300 van 31 maart 1562 en een rentebrief van f 400 van 15 januari 1571. Op 4 november 1575 komt Cornelis in het bezit van een plecht van Mechtelt Foock. Op 6 december 1581 wordt hij eigenaar van een stadsplechtbrief van f 250 met 6% rente van zijn tante Agnische, weduwe van Willem Voorsten. Op 6 september 1582 komt Cornelis in het bezit van een rentebrief met f 22,50 rente zijnde 5%, daterend van 14 augustus 1564. Op 17 februari 1585 leent Cornelis f 200 tegen 6¼% rente van Willem de Swert. Onderpand is het huis "De Clock" aan de Scoutesteech.

Uit dit huwelijk:

1.   Sophia van Voorst

2.   Claesken van Voorst, geboren 1564 te Utrecht, begraven 16 september 1644 in de Geertekerk te Utrecht. Gehuwd in 1587 (huwelijkscontract september 1587) met Valentijn Jacobsz van der Voort, koopman, schepen en thesaurier van Utrecht, samelaer van de Lekdijk, geboren 1541-1545, begraven 28 januari 1590 te Utrecht. Gehuwd op 8 mei 1593 in de Geertekerk te Utrecht met Aernout van Buchell (Arnoldus Buchelius, zie afbeelding links), geschiedkundige en advocaat voor het Provinciale Hof van Utrecht, geboren 18 maart 1565 te Utrecht, overleden 15 juli 1641 te Utrecht, begraven in de Geertekerk

3.   Josijntje van Voorst, geboren 1558 in de Lijnmarckt te Utrecht, overleden 1580, begraven in de St Jacobskerk. Gehuwd in 1578 met Thomas van Breen

4.   Geertruijt van Voorst, geboren april 1567 (acht daech voor Meij op een Vrijdach). Gehuwd 1590 (huwelijkse voorwaarden 22 november 1590) met Johan Baptist Schipper, arts, geboren 1567, overleden 26 februari 1593 'an een teerende siecte', begraven 28 februari 1593 in de Magdalenakerk te Utrecht. Gehuwd in 1597 met Everardus Vorstius, lijfarts van stadhouder Mauits en van de gravin van Nieuwenaar en Meurs, hoogleraar in de Medicijnen te Leiden (1598), geboren 26 september 1565 te Roermond, overleden 22 oktober 1624 te Leiden

 

6516. Peter Vosch, herbergier in "De Hulck" en in "De Sluetel" bij de St. Jansbrugge, wijnkoper (1587), schepen van Utrecht (1597), cameraar, impostmeester, zoon van Balthasar Vosch en Cornelia Wouters Vervoort, geboren ca. 1540 te Utrecht, overleden oktober-november 1602 te Utrecht

Gehuwd ca. 1570 met

6517. Alijdt Uttewael, dochter van Jan Jansz Utenwael en Anna Aelbert Foecken, geboren ca. 1550, begraven 19 november 1610 te Utrecht

Op 12 mei 1576 sluit Peter Vosch een huurcontract met Agniese, Willem Hubertsz van Waerts weduwe, voor de huur voor een huis gelegen 'op ten houck van de Viebrugh, gehuurt ende bewoont door Peter Voss voor fl 66,- s' jaers'. Op 20 februari 1579 wordt hij eigenaar van het naastgelegen pand genaamd "De vergulde Sleutel", 'alinge huijsinge, hoffstede, kelder, cluijs, aan Viebrug, naest de huijsinge van Aelbert Huijgens van Aucoop en Peter Vosch, boven en achter Anna Bollen, weduwe van Jan Roecken, met overeenkomst'. De overdracht van de overeenkomst vindt al plaats op 11 augustus 1578. Het betreft een huurovereenkomst van 17 februari 1567 'tusschen Claes Gerritss van Rhijn en Haesgen, vorige eigenaar van den huijsinge die vergulde Sleutel, en Johan Roeck en Anna Bolle, betreffende de camer, gente, etc. Dit sal ten eeuwigen dage blijven'. Op het huis rusten twee plechten van totaal f 900 en een oude rente van '8 halve Loenensche Peters of f 10 derde dalve s'jaers'. Op 1 mei 1598 sluiten Peter Vosch en Aeltgen Wtenwael een plecht af van f 400 met 6¼% rente op het huis. Op 20 mei 1603 draagt Alidt, weduwe van Peter Voschen, het huis "De Sleutel", gelegen aan de oostzijde van de Oude Gracht bij de Viebrug, over aan Mr Dirck van Leeuwen, canonick van de Oude Munster, en Peter van Leuven, raadt en procureur. Op het huis rust op dat moment plechten van totaal f 1300 en een oudteijgen van f 10,10 en 8 penningen.

Op 28 februari 1580 vindt het transport plaats van een plecht uit de boedel van de overleden Johan Bolle op een 'huijsinge aaen de Hoech Zuijlensteech', een 'camer ende hoff aen de Zuijlensteech' en een 'huijsinge ende hoffstede aen de Nijenstraet op de zuidhoeck van de Zuijlensteech'. Op 9 mei 1587 sluit Peter Vosch, wijnkoper, een plecht af bij Lambert Adriaensz van Boort, snijder, van f 400 op 'een huis aan de zuidzijde van de Steenweg. Op 6 juli 1597 vindt het transport plaats van een plecht van 8 mei 1587 van f 75 met 6¼% rente op een huis aan de Winsensteech, van Johan van Medenblick aan Peter Vosch. De plecht gaat op 26 februari 1600 over naar Gerrit Willemss Ploos.

Op 19 juli 1606 transporteert Alidt Jan Uittewaelsdr, weduwe van Peter Vosch, als erflater van Jan Jans Uittewael, een plecht naar Anthonis Anthoniszn van de Waell en Sophia Ambrosiusdgt van f 64 met 6¼% rente, zijnde het restant van een grotere plecht dd 29 maart 1519 op een huis bij de Tolsteegpoort. Eigenaar van het huis is Albert Adriaensz Raijmaecker.

Uit dit huwelijk:

1.   Balthasar Vosch, kanonik van 't Oud Munster. Ondertrouwd op 17 april 1611 te Utrecht en gehuwd te Wijk bij Duurstede met Anna van Hollandt, begraven 16 juni 1651 te Utrecht

2.   Bruin Vosch, herbergier, brouwer, hopman, wijnkoper. Gehuwd op 7 juli 1593 voor de schepenbank van Utrecht met Catharina Jacobs van Asch, begraven 10 maart 1595 te Utrecht. Gehuwd met Maria Cornelis de Moolre

3.   Cornelia Vosch

4.   Anna Vosch begraven 29 augustus 1618 in de Domkerk te Utrecht. Gehuwd op 27 januari 1605 te Utrecht met Philips Ram, wijnkoper, begraven 17 december 1632 te Utrecht

5.   Jan Vosch

 

6520. Albert Huijgensz Verweij, procureur en notaris te Rhenen (1559-1593), gerechtsbode van het gerecht De Marsch (1578), pachter van impost en accijns te Rhenen (1592), kerkmeester van Rhenen (1593), possesseur van de St. Mathijsvicarie in Rhenen (1594), zoon van Hugo Jacobsz en Wendelmoet NN, geboren 1538 te Rhenen, overleden ca. 1611 te Rhenen, begraven in de Cunerakerk te Rhenen

Gehuwd ca. 1570 met

6521. Cornelia van Hattem, dochter van Roelof Dirksz van Hattem en Maria Hol, geboren ca. 1550, overleden 31 december 1606 te Rhenen, begraven in de Cunerakerk te Rhenen

Als procureur komt Albert Verweij in tientallen Rhenense schepenakte voor, het eerst op 3 november 1559. Hij behartigt dus al op 21-jarige leeftijd zaken van derden. Zijn grafsteen bevindt zich in de Cunerakerk met een alliantiewapen Verweij x van Hattem (3 sterren van bijzondere vorm): 'Noch op No 137 eene groefstede, daarop leggende een groote sarck met eenige stucken waar op geteektent ... een wapen Aelbert Verweij Openbaer Notaris sterft den ... en Cornelia van Hattum sijn huijsvrouw sterff den lesten decembris 1606, daar onder nogh stont Jan Verweij ende Catharina Cornelis, sijnde boven het voors. wapen nogh gehaelt beijde de voors. wapenen op de groefstede van No 78 gestelt' (uit inventaris gravenin de Cunerakerk 1648).

Op 14 december 1571 stelt Aelbert Verweij Huijgensz, oudste zoon en leenvolger van Huijch Jacobsz, 12 morgen land in het gerecht van Amerongen aan de Lekdijk, welk land hij van de Domproost ten tijns houdt, tot onderpand ten behoeve van Aert Pauwelsz, burger te Utrecht. Weijndelmoet, Huijch Jacobsz weduwe en Aelbert's moeder, heeft de lijftocht (het vruchtgebruik). Op 3 mei 1572 kopen Aelbert Verweij en Cornelia van Hattum, echtelieden, voor hun zoon Huijch Aelbertsz Verweij, een lijfrente op hun drieër leven van 12 Carolusgulden en 10 stuivers per jaar van Peter Vastrick, Pelgrum Jelisz en Anthonius van Dijck.

Aelbert komt met zijn vrouw in diverse transportakten voor, wanneer zij huizen of renten kopen en verkopen (23 januari 1572, 19 oktober 1573 14 juni 1592 en 14 juni 1595). Op 23 januarti 1572 verkopen Aelbert Verweij en Cornelia van Hattem, echtelieden, een huis en hofstad binnen Rhenen. Op 19 oktober 1573 transporteren zij aan Wouter Henricksz Coster en Cornelia Gerritsdr, echtelieden, een hofstad met erf binnen Rhenen. Op 14 september 1575 transporteren zij aan Lambert Aertsz en Anna Joosten van Estvelt, zijn vrouw, een huis met erf binnen Rhenen.

Zij bezitten ook goederen in Neder-Betuwe. Op 9 december 1579 verkopen Aelbert en Cornelia de helft van een huis te Ingen aan Reijer van Hattem Jansz. Op 8 juni 1603 sluiten Aelbert Verweij, voor zichzelf en voor Wolter van Hattem, Cornelis van Eck en Adriaen Provoest, als mannen van hun huisvrouwen, en voor Cornelis van Meteren en Cornelia van Hattem, alle erfgenamen van wijlen Dirrick van Hattem Roelofsz, een akkoord met Dirricxken Rolloffsdr, nagelagen weduwe van Dirrick van Hattem, over het versterf van Dirrick voornoemd. Aelbert compareert als procureur van Rhenen op 13 november 1592 en 7 juli 1593 en is dan oud omtrent 54 jaar.

Op 6 februari 1591 verklaart Aelbert Verweij 25 karolus gulden schuldig te zijn aan Andries van Bemmel. Op 14 juni 1592 hebben Dirck van Rhenen en joffrouw Mechteld Willemsdr, echtelieden, in eeuwige erfkoop verkocht aan Aelbert Verweij en Cornelia van Hattem, echtelieden, een jaarlijkse losrente. Op 16 juni 1595 kopen Aelbert Verweij en Cornelia van Hattem, zijn huijsfrouw, een losrente van 14 gulden. Op 29 januari 1610 compareren Aelbert Verweij voor hemzelf, en zich sterk makende voor Huijch en Bartruijt Verweij, zijn kinderen, mitsgaders Jacob en Roeloff Verweij met Herman Aerts als man en voogd van Weijndelmoet Verweij, tesamen kinderen en erfgenamen van Cornelia van Hattem, verklaren dat Aelbert Verweij 13 hont land te Zoelen in erfkoop verkocht had aan Henrick Besselsz en Jan Henricksz te Zoelen.

Uit dit huwelijk:

1.   Hugo Albertsz Verweij

2.   Roelof Albertsz Verweij, raad van Rhenen, heemraad in De Marsch, overleden > 1650 te West-Indië (?). Gehuwd met Janneken Herberts, geboren ca. 1585, overleden < 1641. Ondertrouwd op 21 maart 1641 te Rhenen en gehuwd in Buren met Ariaentgen van Alenburch

3.   Jacob Albertsz Verweij, schepen van Rhenen (1620), pachter van de kerf ter Grebbe (impost op tabak, 1625), geboren ca. 1580 te Rhenen, overleden 1645-1656. Gehuwd met Cornelia Gerrits Bock, overleden > 1657

4.   Wendelmoet Alberts Verweij. Gehuwd met Herman Aertsz

 

6656. Cornelis Theunisz Cool, bouwman, zoon van Theunis Theunisz Cool en Mari Theunis, geboren ca. 1585, overleden < 29 december 1651

Gehuwd met

6657. Willempje Claes van Deventer, dochter van Claes Willemsz Deventer en Adriana Joosten, geboren ca. 1590, overleden < 20 november 1673

Bij de boedelscheiding in 1615 na de dood van zijn vader zijn hem toebedeeld 5 hond land, 1 morgen land en de helft van 11 hond land. Na de dood van zijn moeder (tussen 1615 en 1619) erft hij de helft van haar huis en hofstede aan de Diefdijk te Schoonewoerd, die reeds door hem wordt gehuurd en bewoond, en de gehele inboedel. Op 6 mei 1619 koopt hij van zijn broer Bastiaen de andere helft van de hofstede. In 1620 bezitten Cornelis en zijn broers Dirk en Bastiaan landerijen in de polder Nieuw Schaeijk. In 1621 wordt hij genoemd in verband met de inning van een belasting. Hij pacht land gelegen te Acquoij in 1628, en hij pacht tienden in 1629-1630 en 1635. In 1631 koopt hij de 'Oude Sonsbrug'.

Willempje maakt haar testament in Leerdam op 29 december 1651.

Uit dit huwelijk:

1.   Theunis Cornelisz Cool

2.   Annigje Cornelis Cool

3.   Dirk Cornelisz Cool

4.   Abraham Cornelisz Cool, bouwman, pachter van land van het Gasthuis te Leerdam in de polder Nieuw Schaeijk, geboren 1614-1615 te Schoonrewoerd, overleden > 1684. Gehuwd met Agatha Jans Moll, geboren ca. 1615 te Schoonrewoerd

 

6658. Theunis Cornelisz Munster, overleden < 1641

Kinderen:

1.   Ariaantje Teunisz Munster

 

6680. Joost Barten

Gehuwd met

6681. Fijken Govers

Uit dit huwelijk:

1.   Govert Joosten

 

6682. Cornelis Heijmensz de Raet, landbouwer, veehouder te Zijderveld, zoon van Heijmen Cornelisz en Gerrichen NN, geboren ca. 1555, overleden 1632-1633. Gehuwd < 13 februari 1582 met Geertken Jan Everts

Gehuwd met

6683. Marij Merten Jans, dochter van Merten Jansz, overleden < 16 januari 1612

Hij verkoopt op 20 maart 1597 voor f 28 een hoet haver aan Jan Petersz. Buth en op 1 april 1598 voor f 143 zeven hoet haver aan Hendrick Haelwech. Cornelis is landbouwer/veehouder te Zijderveld, alwaar hij in 1612 woont. Hij bezit op 2 augustus 1628 2 huizen en ca. 35 morgen leen- en allodiaal land in de polders Lang-Bolgerijen, Over-Boeicop en Over-Zijderveld met daarnaast nog 8 koeien en 8 kalveren. Hij koopt en verkoopt diverse malen land in dezelfde polders en op de polder Kortgerecht en hij verstrekt diverse malen geldleningen aan personen en instanties.

Uit dit huwelijk:

1.   Heijmen Cornelisz de Raet, overleden 1651-1654. Ondertrouwd op 25 januari 1629 te Zijderveld en gehuwd op 13 februari 1629 te Heikop met Anna Jans Neck, overleden 1667-1679

2.   Jan Cornelisz de Raad, kerkmeester te Zijderveld, overleden 1660-1662. Gehuwd februari-maart 1640 (ondertrouw 23 februari 1640) te Zijderveld met Maaijken Jans, overleden < 1704

3.   Gerrigjen Cornelis, overleden 1672-1678. Gehuwd < 1 oktober 1613 met Gerrit Jaspersz, schepen van Everdingen en Zijderveld (1616-1618, 1624-1626, 1631), kerkmeester te Zijderveld (1621, 1626-1627), overleden 1634-1636. Ondertrouwd op 9 juni 1639 te Zijderveld met Aert Gijsbertsz, schepen van Everdingen, Zijderveld en Goilberdingen, heemraad te Zijderveld (1661), geboren te Lexmond, overleden 1667-1670

4.   Aaltje Cornelis

 

6688. Jan Coenen Tucker, zoon van Coen Coenen Tucker, geboren ca. 1565, overleden 1626

Kinderen:

1.   Coen Jansz Tucker

2.   Sebastiaen Jansz Tucker

3.   Truijchgen Jans Tucker

4.   Gerrichgen Jans Tucker

6708. Arien Willemsz Deventer, alias Hertogh, bouwman, zoon van Willem Claesz Deventer en Willemke Ghijsbrechts, geboren ca. 1563, overleden 1628-1632. Gehuwd met Anneken Cornelis de Weerdt, overleden 1644-1646

Gehuwd < 1586 met

6709. Neeltje Geerlofs, dochter van Geerlof Claesz en Toenken Everts, geboren ca. 1562, overleden ca. 1600. Gehuwd met Aert Dircksz

Op. 9-4-1572 koopt 'Toenken Gerloff Claessen weduwe met Gerit Evertsen haeren broeder, haeren gecoren voocht in desen, Aert Dircksen als voocht in desen van Claes Geerloffsen ende Aelken Geerloffsdr.' aan Geertgen de weduwe van Jan Cornelissen een 'huijs hoff ende erfft sulcx dat gelegen is aen den Leerdamschen diefdijck boven Jan van Delffs erff aff ende beneden cum suis Floris Roeloffsen erve, streckende vanden Geersloot aff, tot Gielis Roeloffsen ende Aeffken Jan Cornelissen toe.' De genoemde Aert Dircxsen was toen al gehuwd met Neelken Geerloffsdr. Het is Aeltgen Geerloffsdr. (de zus van Neelken), die bijna 47 jaar later, op 29 januari 1629 en 9 juli 1629, het familieverband bevestigt. De kinderen van Neelken, te weten Geerloff Ariaensen, Willem Ottensen en Jan Ariaensen, zijn dan 'allen tesamen erfgenamen van hun meue zaliger Aeltge Gerloffs.' Deze Aeltgen Geerloffsdr was gehuwd met Willem Dircxsen, die overleden is voor 3 maart 1606. Ze woonden toen te Leerbroek.

Op 9 maart 1586 wordt bepaald dat 'Arien Willemsen als getrout hebbende Neelken Gheerloffsdr, die eerste ten echte gehadt heeft Aert Dircxsen zaliger' alle goederen krijgt, die Neelken en Aert in leven onverdeeld samen hadden en de beide broers van Aert Dircxsen. Henrick en Dirck Dircxsen treden op als voogden voor het nagelaten weeskind van Aert Dircxsen en Neelken Gheerloffsdr, met 'naemen Aert Aertsen'. In deze akte koopt Arien Willemsen het kind uit door hem 50 Karolus gulden te geven wanneer hij 18 jaar oud is. Tien maanden later, op 30 januari 1588, krijgt het weeskind (maar nu blijkt het een dochter te zijn) Aertken Aertsdr. 50 gulden aan geld van haar grootmoeder Marij Dircxsdr, weduwe van wijlen Dirck Henricxsen. De beide zoons van Marij Dircsdr (Henric en Dirck) erven de gehele boedel. De grootmoeder koopt het kind dus ook uit. Overigens koopt Aert Dircxsen op 11 december 1571 van Emmeken, dochter van Willem Dobbe zaliger, een 'huijs ende hoffstadt, griendinge ende bepotinge sulcx gelegen is aen den Leerdamschen dieffdijck, boven Cornelis Gerritsen Swanck ende beneden die naecomelingen van Pauwel Aerts, streckende vande oestslagen aff, tot die Geersloot toe.' Aert stelt als onderpand 4 mergen in de polder de Geeren, welke recht voor zijn huis lag.

Op 18 juli 1593 geeft de Hogendijk-Heemraad Hendrick van Veen Berntsen aan Adriaen Willemsen Deventer het 'recht en gerechtigheden van dijck en dijckhandelinge op Nieuschaijck, streckende vande halven Geersloot aff tot de halven dijcksloot ofte Langen Willecen toe ende die mede boven naastgelant is Aert Hermensen ende beneden Adriaen Willemsen voors. Ende gelooffde hem deselve opdracht te waeren ende alle voorcommer aff te doen nae den rechten vanden Landen, daer onder stellende ende hypotequerende die Oostlangen ende het halff weerken lants daer teijnden aen gelegen.' Hier wordt bepaald door het polderbestuur dat het stuk dijk tussen Aert Hermens en Adriaen Willemsen Deventer, door Adriaen onderhouden moest worden; zo niet, dan kostte hem dat het land dat als onderpand aangegegeven was. In een akte hiervoor heeft Lucas Dircxsen deze dijkhandelinge verkocht aan Henrick van Veen Berntsen. Bijna twee jaar later, in maart 1595, memoreren de schepenen van Leerdam het volgende: 'Memorie in dese jaere van 95 in Marti was het hoegenwater noot, oversulcx dat die Betuwe doerbraeck mit den Dortschen we.. omtrent Hartogsvelt ende 't water stont voor den dijefdijck, op ten dijck, oock was de waeldijck duergebrocken, dat Asperen ende Heukelum . . . met haere naeburen mede blanck stonden.' De dijk was dus doorgebroken bij zijn huis.

Op 22 juni 1600 in een proces tussen Steven Corneliss van Hundert (de eiser) en Theunis Theunissen (Cool) en Adriaen Willemsen Hertoch (verweerders), blijken Theunis en Adriaen beiden gezworenen te zijn. Ze zijn dan waarsman of heemraad. De schepenen wijzen hier op de goede manieren van beide partijen. Op 25 januari 1601 vervolgt Jan Henricxsen (waarschijnlijk de man van Marijken Willems, de zuster van Adriaen) Adriaan Willems den Hertoch, voor een zekere kwestie. Op 8 december 1602 zijn Claes Deventer, Ghijsbert Willemsz. Deventer, Adriaen Willemsz. Hertoch en de weeskinderen van Jan Henricxs, geprocureerd bij Marijken Willemsdr, gezamenlijk erfgenamen van Anna Willemsen, die gehuwd was met Frans Theunissen. Adriaen krijgt 40 Karolus gulden en samen met zijn broer Gijsbert nog 3 mergen land op Middelkoop, genaamd den Hoefcamp, en nog 2 mergen land op Cleijn-Oosterwijk, te weten de Braekgraeffscamp. Op 6 februari 1603 beloven Claes Willemsz., Ghijsbert Willemsz. en Adriaen Willemsz. Deventer, gebroeders, en de weeskinderen van Jan Henricxsen een oude schuld van hun zwager Frans Thonisz van 132 Karolus gulden te betalen aan Herberen Fleuren. De betaling vindt plaats op 13 juni 1610.

Op 26 januair 1608 geeft Gijsbert Willemsen Deventer aan zijn broer Adriaen Willemsen Deventer een mergen land gelegen op Hooch-Oosterwijck 'onverscheiden ende onverdeijlt met den voornoemde Adriaen Willemsen, streckende voor vande halven Broeckgraeff aff, tot Cornelis Heijndricks en Jan Heijndricks weeskinderen halven dwarssloot toe, boven gelant onsen Ed. Heere ende beneden de Vicarije tot Heuckelum. Op 2 november 1611 geeft Arien Willemsen Deventer aan Cornelis Jansen Verhups (de zwager van zijn broer Gijsbert) de 2 mergen land op Hooch-Oosterwijck. Arien stelt als onderpand (vanwege de schulden op dat land) zijn hofstede aan de Leerdamse Diefdijk, boven belend Aert Aertsen en beneden Jan Dircksen, strekkende van de Nieuschaijckse halve dwarssloot af tot de halve wetering in de Geeren toe. Verder geeft op 20 mei 1612 Adriaen Willemsen Deventer aan Gijsbert Willemsen 2 mergen land op Hooch-Oosterwijck genoemd de 'Hoefcamp', 'strekkende van Willem Aelbertsen halven dwarssloot aff, tot de halve middelweteringe toe, boven Jacob Berentsen cum suis ende beneden Aert Verlaer Brouwer tot Culemborgh'.

Op 8 juni 1613 is er een proces tussen Sr. Johan de Bije, als gemachtigde van Sr. Dirck Dobben, Auditeur van de rekenkamer van Aertshertoge van Rijssel, als eiser, en Arien Willemsen Deventer, Jan Dircxsen, Jan Jansen Mol en de erven van Otten de Leeuw als gedaagden. Hierin vonden kennelijk de gedaagden de koop (vermeld in een akte gedaan voor de schepenen van de stad Cortrijke in Vlaanderen op 11 augustus 1610) van het land in de polder de Geeren, te duur. De schepenen van Leerdam concluderen echter van niet. De gedaagden moeten de gestelde prijs betalen. Voor Adriaen Willemsen Deventer betreft het 4 mergen in de Geeren, strekkende van de Cuijlenborgse Vliet af tot de halve Geersloot toe, boven belend de weduwe van Thonis Thonissen Cool en beneden de Kartuizers buiten Geertruidenberg en dat met een last van de erfrente van 12 gulden per jaar die de voornoemde Kartuizers daarop sprekende hebben. Adriaen koopt dit voor 975 gulden. Op 2 april 1614 is Leendert Franken borg voor Dobbe. Op 11 mei 1614 heeft Adriaen betaald. Zo ook de anderen, te weten Jan Dircxen 4 mergen, Jan Jansen Mol 3 mergen en Willem Otten de Leeuw ook 3 mergen.

Op 12 mei 1614 worden Arien Willemsen Deventer en Cornelis Thonissen als waarsluiden van de polder de Geeren gedaagd voor de eiser Hugo van de Velden, de schout van Leerdam; de schepenen wijzen hen echter op goede manieren. We weten niet waarvoor ze procederen. Op 4 februari 1619 heeft Arien Willemsen Deventer als waarsman van de Geeren vastgesteld in het bijzijn van de schepen Jan Paschier van Dongen dat Herberen van Buijtendijck als schout van den Broeck 4 gulden interest over het jaar 1614 krijgt. Op 9 december 1621 compareren Jan Dircksen Stootniet en Cornelis Theunissen Cool 'ende hebben gelicht (het heffen van een belasting) uijt handen vande Schepen Dongen' de som van 4 gulden, die op 4 februari 1619 'onder hen geconfigneert waren ten behoeve van Herberen van Buijttendijck als schout van Broeck bij Arien Willemsen Deventer als dier tijt waersman van de Geeren.' De schepen van Dongen zal hen vrijhouden van kosten. Op 17 januari 1622 wordt hij (met een aantal anderen) veroordeeld tot het betalen van een boete van 50 gulden en de kosten, en wel 'over 't feijt van het affgraven van de Nieuschaijcksen Cade bij hem ..te geven voor saet? geplacht.' Op 29 mei 1623 is hij schuldig aan een geldschieter Anthonis Ariensen Focker een rente van 6-5-0 gulden per jaar voor de som van 100 gulden. Hij stelt als onderpand de 4 mergen in de Geeren, boven belend Theunis Theunis Cool en beneden de Furstliche Generael, strekkende van de Culemborgsche vliet af tot de halve Geersloot toe. Dit is betaald op 30 januari 1639. In een volgende akte stelt Arien Willemsen Deventer zich met als zijn goederen borg voor zijn zoon Geerlof Ariensen, die ook aan Anthonis Ariensen Focker een jaarlijkse rente van 15 gulden schuldig is voor het lenen van 300 gulden. Dit is betaald op 24 april 1647.

Op 25 juni 1626 moeten Arien Willems Hartoch en Dirck Jochums betalen voor de huur van land in 1624 en 1625 aan Jonker Hermen van Ittersum. Deze Van Ittersum heeft land vlakbij de hofstad van Arien. Op 12 juli 1626 leent Arien Willemsen Hartogh weer geld van de vrouw van Focker (Grietien Melsen), te weten 150 gulden met een rente van 9 gulden 15 stuivers per jaar. Weer stelt Arien als onderpand de 4 mergen in de Geeren, boven belend Thonis Thonis Cool en beneden Prins van Orange. De lening is terugbetaald op 23 juni 1640. De laatste vermelding van Arien tenslotte is een pachtcontract. In 1628 pacht Arien Willemsen Hartoch land aan de Diefdijk om 17 schilt 'den hoop'. Zijn borgen zijn Geerlof Ariens en Willem Otten. Geerlof was eerder pachter daarvan.

Uit dit huwelijk:

1.   Geerlof Ariensz den Hertogh

2.   Maaijcken Ariens den Hertogh. Gehuwd met Willem Ottensz de Leeuw, overleden < 1652

3.   Willemken Ariens den Hertogh. Gehuwd met Jan Ariensz

 

6710. Hendrick Thonisz, geboren ca. 1560, overleden < 1630

Gehuwd met

6711. Neeltje Roelofs, geboren ca. 1560, overleden < 1630

Uit dit huwelijk:

1.   Neeltje Hendricks

 

6712. Jan Damme

Kinderen:

1.   Cornelis Jansz Damme

2.   Lijntgen Jans Damme

3.   IJntgen Jans Damme

4.   Aeltgen Jans Damme

5.   Jan Jansz Damme

 

6714. Leendert Hermansz Pijl, zoon van Herman Pietersz Pijl, geboren ca. 1550

Kinderen:

1.   Cornelis Leendertsz Pijl, geboren ca. 1583, overleden < 1647. Gehuwd ca. 1613 met Pleuntge Willems, overleden < 1669

2.   NN Leenderts Pijl. Gehuwd met Arijen Bastiaensz Coelhoeck, geboren ca. 1582, overleden > 1657

3.   Marijke Leenderts Pijl

 

6716. Pieter Cornelisz Stout, kerkmeester te Alblasserdam, zoon van Cornelis Stout, geboren ca. 1545, overleden 1628-1630

Gehuwd met

6717. Ariaentge Cornelis, overleden > 1638

Uit dit huwelijk:

1.   Ariaantje Pieters Stout, geboren ca. 1575, overleden < 1623. Gehuwd met Pieter Cornelisz Crijgsman

2.   Cornelis Pietersz Stout, geboren ca. 1577, overleden < 1628. Gehuwd met Neeltje Crijnen, geboren ca. 1590, overleden < 1636

3.   Jan Pietersz Stout

4.   Maijke Pieters Stout, geboren ca. 1582. Gehuwd met Jan Cleijssen

 

6718. Cornelis Thonisz Redelijckheijt, linnenwever te Alblasserdam (1593), geboren ca. 1538, overleden 1614-1615. Gehuwd > 31 december 1615 met Neeltge NN

Gehuwd met

6719. Aertken Jans

Uit dit huwelijk:

1.   Geertje Cornelis Redelijckheijt. Gehuwd met Pouwel Pietersz

2.   Aertgen Cornelis Redelijckheijt, overleden 2 februari 1623. Gehuwd met Rien Arien Jansz, overleden < 21 april 1620

3.   Cornelis Cornelisz de Redelijckheijt, geboren ca. 1583 te Alblasserdam, overleden 6 december 1643. Gehuwd met Mariken Pieters, overleden 1618-1620. Ondertrouwd op 4 april 1620 te Hoornaar en gehuwd op 20 april 1620 te Goudriaan met Ursula Floren, geboren ca. 1594 te Bergambacht, overleden 13 maart 1672

4.   Wouter Cornelisz Redelijckheijt, overleden < 7 maart 1632. Gehuwd met Lijntgen Davits, overleden < 3 juli 1625. Gehuwd met Pleuntge Maertens, overleden < 25 augustus 1632

5.   Lenaert Cornelisz Redelijkcheijt, kerkmeester (1628-1630), overleden 1630. Gehuwd met Trijnken Cornelis, geboren te MIjnsheerenland, overleden > 21 juni 1630

6.   Bastiaentje Cornelis Redelijckheijt

7.   Anthonis Cornelisz Redelijckheijt, heemraad (1624), overleden > 30 februari 1643. Gehuwd met Pietertgen Maertgens

8.   Jan Cornelisz Redelijckheijt, kerkmeester te Alblasserdam (1625-1628, 1633-1635), heemraad (1633), overleden 15 november 1668 te Alblasserdam. Ondertrouwd op 19 maart 1623 te Alblasserdam met Anneken Willems, geboren ca. 1600 te Nieuwpoort, overleden < 12 februari 1625. Gehuwd op 28 februari 1626 te Alblasserdam met Pietertjen Pieters Pijl, geboren te Alblasserdam

9.   Jacob Cornelisz Redelijckheijt

 

7124. Jan Cornelisz van Zijl, timmerman te Jaarsveld, zoon van Cornelis Willemsz van Zijl en Heilwig van Brederode, geboren ca. 1595 te Jaarsveld, overleden < 25 december 1650

Gehuwd op 5 mei 1612 te (?) Jaarsveld met

7125. Catharina Gerrits Crieck, dochter van Gerrit Cornelisz Crieck en Barbara Adriaans, geboren ca. 1598 te Jaarsveld, overleden < 1669

Uit dit huwelijk:

1.   Pietertje Jans van Zijl, geboren ca. 1618, overleden ca. 1656 te Jaarsveld. Ondertrouwd op 28 november 1641 en gehuwd 19 december 1641 te Jaarsveld met Jan Jansz de Boode, snijder, geboren ca. 1615 te Jaarsveld, overleden ca. januari 1691 te Jaarsveld

2.   Cornelis Jansz van Zijl

3.   Aaltje Jans van Zijl, geboren ca. 1623, overleden 23 juli 1675 te Benschop en begraven 26 juli 1675 in de kerk te Benschop. Ondertrouwd op 9 april 1623 en gehuwd op 23 april 1643 te Jaarsveld met Huijbert Pietersz Strick, geboren ca. 1620 te Haastrecht, overleden 7 september 1668 te Benschop, begraven 14 september 1668 in de kerk te Benschop

 

7126. Aart Willemsz de Lange, zoon van Willem Aertsz de Lange, geboren ca. 1590, overleden < 1647

Gehuwd met

7127. Aafje Barts Rietveld, dochter van Bart Gerritsz Rietveldt en Cornelia Adriaen Pouwels, geboren ca. 1600

Uit dit huwelijk:

1.   Gerrit Aarts de Lange, geboren ca. 1619 te Benschop. Gehuwd met Jannigje Aarts. Gehuwd met Burgje Aarts

2.   Bart Aarts de Lange, geboren ca. 1620 te Benschop. Gehuwd met Aafje Egberts

3.   Barbara Aarts, geboren ca. 1620 te Benschop. Gehuwd op 29 januari 1643 te Lopik met Joost Gijsberts de Coole, geboren ca. 1605 te Lopik

4.   Hilligje Aarts de Lange

5.   Willem Aarts de Lange, geboren ca. 1625. Gehuwd met Jannigje Aarts

 

7136. Dirck Jansz Stichter, waard, bouwman, zoon van Jan Aertsz Stichter en Neeltje Cornelis, geboren ca. 1575, overleden ca. 1644

Gehuwd met

7137. Geertgen Rochus, geboren ca. 1580, overleden < 1638

Uit dit huwelijk:

1.   Arien Stichter, weert, geboren ca. 1602, overleden 1639 te Hoog Blokland

2.   Aert Dircksz Stichters

3.   Jan Dirckse Stigter, geboren 1606-1610, begraven 31 januari 1663 te Hoornaar. Gehuwd op 27 februari 1642 te Hoornaar met Ariaantje Ariens, gedoopt 15 juli 1617 te Hoornaar, overleden ca. 1655

 

7248. Harmen Thijmensz, geboren ca. 1555, overleden > 1599

Hij bezit en gebruikt in 1599 de helft van '7 mergen lands, bij eede' onder Woudenberg. Daarnaast is hij samen Willem Sarisz, Sar Jansz en Sander Marcelisz eigenaar en gebruiker van 'een erf geheten Rambalgen, groot 16 mergen s'jaers om 41 Carolus guldens, elx 't vierendeel'.

Kinderen:

1.   Gijsbert Hermens van Lambalgen

 

7250. Jan Gerritsen van Landaes

Kinderen:

1.   Weimgen Jansen van Landaes

 

7268. Mattheus Gerritsz van Langelaar, zoon van Gerrit Matheusz van Langelaer en Reijertje NN, geboren ca. 1560 te Scherpenzeel, overleden 1622

Gehuwd ca. 1590 met

7269. Ariaentje Sander Marcelis van Wolfswinkel, dochter van Sander Marcelisz van Wolfswinkel, geboren ca. 1565 te Scherpenzeel, overleden > 1628

Mattheus en Ariaentje erven een hofstede op de Holevoet van haar broer Jan Sandersz van Wolfswinkel. In 1615 tekent Mattheus als 'Matheus Gerritsen' eigenhandig een akte betreffende een geschil tussen de Heer en de kerkmeester, schepenen en gemeensluiden van Scherpenzeel. Op 13 april 1628 staat in het lidmatenregister van Scherpenzeel opgetekend: 'Adriana, Matheusen wede'.

Uit dit huwelijk:

1.   Adriaen Mattheusen van Langelaar

2.   Gerrit van Langelaar, geboren ca. 1592. Ondertrouwd op juni 1617 te Scherpenzeel en gehuwd in Geldermalsen met Jacobje Jansen Kruijff, geboren ca. 1595 te Geldermalsen

3.   Cornelis van Langelaar, geboren ca. 1595, overleden < 1648. Ondertrouwd op 17 januari 1619 en gehuwd op 14 december 1619 te Scherpenzeel met Wouterghen Wilmsen, geboren ca. 1600 te Emmikhuizen, overleden > 1653

4.   Sander Matheus van Langelaar, geboren ca. 1598, overleden 1648. Gehuwd met Maria Marcelis, overleden < 1636

5.   Reijertje Mattheus van Langelaar, geboren ca. 1600, overleden < 1640. Gehuwd met Rijk Gerritsz van Blotenburg, geboren ca. 1605, overleden 1648-1653

6.   Jannetje van Langelaarr, geboren ca. 1601, overleden 1648. Gehuwd in oktober 1640 te Veenendaal met Jacob van Zijl

7.   Willem van Langelaar, geboren ca. 1603. Gehuwd met Jacquemine Anthonis van Triest

8.   Jan van Langelaar, geboren ca. 1605, overleden 1662 te Woudenberg. Gehuwd met Meijntje Evers, geboren 16 februari 1616 te Amersfoort

 

7270. Frans Adriaansz van Triest, herbergier (1584), schout van Woudenberg (vanaf 15 maart 1587), zoon van Adriaen van Triest, geboren ca. 1560 te Woudenberg, overleden 1652 te Woudenberg

Gehuwd ca. 1585 met

7271. Jannichjen Frans van Ravesloot, dochter van Frans Jansz van Ravesloot, geboren ca. 1565 te Woudenberg, overleden 1635-1648

Op 16 februari 1583 verstrekt Frans van Triest als tweede erfgenaam van Adriaen van Triest, sijn zal. vader, een machtiging voor een procedure. Op 14 maart 1587 wordt Frans van Triest door de Staten van Utrecht benoemd tot schout van Woudenberg: "Alzoo Frans Jansz scholtus tot Woudenberch opt schrijven van de Staten van Utrecht tselve schoutampt geresigneert heeft ten behoeve van Frans van Triest sijn schoonzoon ... ende de Staten geïnformeert sijnde van de bequaemheit ende neersticheit van voors. Frans van Triest".

In 1588 is Frans samen met zijn zus Petertje erfgenaam van zijn vader Adriaan. Hij vervolgt dat jaar een gerechtelijke procedure om een schuld van inwoners van Renswoude aan zijn vader. In 1599 heeft Frans in bruikleen '6 mergen land in Slappendel' en 'samet met Adriaan Timmerman en Claas Otten 11 mergen lands genaamd De Schilt en Doornheg'. Hij heeft in eigendom en gebruik een erf groot omtrent 30 mergen.

Op 22 april 1634 compareert Francois van Triest, scholtus te Woudenberch. Hij had zich borg gesteld voor zijn zwager Rijck van Diest, oud-borgemeester van Amersfoort, voor de ontvangst van de impost door Van Diest. Rijck Jacobszn, doelemeester, en Jacques Lhermite, zijn zwagers, hadden beloofd de comparant te vrijen en indemneren van voornoemde borgtocht. Tot meerdere zekerheid van deze borgtocht kreeg comparant van de heeren regeerders dezer stad en van de ontvanger van de Ed. Mog. Heeren Staten 's lants van Utrecht, van cessie recht van hypotheek en parate executie op persoon en de goederen van voornoemde Rijck van Diest. Comparant wenst dat ditzelfde ook zal gelden voor Rijck Jacobsz en Jacob Lhermite, uit kracht van hun belofte van waarborg voor comparant 'daervoor sijluijden gehouden werden tot vermaninge hem comparant behoorlijk te verseeckeren, gelijck deselve Rijck Jacobsz en Jacques Lhermite mede comparerende de voorschreven cessie accepterende, beloofden bij desen en versochten de comparant respectievelijk hiervan acte is dese'.

Op 18 maart 1635 compareren Frans van Trijest, schout van Woudenberch, en Jannichgen Fransdr, ziek te bedde liggende. Zij herroepen alle voorgaande testamenten en in het bijzonder die van 11 januari 1623. Om hun kinderen in vrede en vriendschap op te voeden en ter voorkoming van twist en onenigheid hebben zij besloten ieder erfportie aan te wijzen voor zover mogelijk en wel als volgt:

a) Zij hebben aan de kinderen van hun beider overleden zoon, Anthonis van Triest, boven hetgeen wat hun zoon ten huwelijk heeft ontvangen en daarbuiten nog heeft gekregen, vermaakt het huis met de twee hofstede aan de noordzijde van de Voorstraat te Woudenberch, strekkende tot aan de Kerkgracht, oostwaarts de oude Kerckensteegh, westwaarts hun huis, door Reijer Huijgen bewoond. Deze kinderen zullen tevens genieten de 6 schaer weijens op de Meent en de verdere gerechtigheid daar aan behorende, met al hetgeen aard- en nagelvast en daarop is, zowel schuur als anderszins. Waarvan de ene hofstede daar de stenen kamer op staat is thijns en thijendt vrij. Verder vermaken zij deze kinderen 3 dammaten land die zijn gelegen in Seldrecht tussen de beide weteringen. Voorwaarde is dat genoemde kinderen deze erfenis alleen mogen aanvaarden als zij de borgtochten hebben ingelost van testateurs aan het Weeshuijs te Utrecht en Johan van Noortwijck (Domheer). De kinderen mogen geen heerlijkheid of voordeel pretenderen want hun erfportie is groter dan wat hen toekomt omdat zij de kinderen van testateurs enige zoon zijn.

b) Verder vermaken zij aan Adriaentgen van Trijest, voordochter van Frans en huijsvrouw van Gerrit Rijckszn, boven hetgeen zij ten huwelijk en daarbuiten al heeft ontvangen, een kamp land in Nedereeckerijs tot de straat te Woudenberch, strekkende van de Geresteijnsen dijck tot de Eeckerijster dijck toe, met de kamp land aan de Huijsteeder dijck in Overeeckerijs en testateurs deel van het lan din Over en Nedereeckerijs wat testateuren samen met Gerrit Rijckszn, hun zwager, van Gerrit van Schaffelaer en Aert Lam gekocht hebben. Verder nog omtrent 6 oude halff margen land in Slabbendel en 3½ dammaten land onder Bunschoten aan de NIeuwe weg, genaamd De Demmer, en nog het Tweede Campgen in Seldert, zijnde het vierde deel van 6 dammaten, gelegen tussen het kampje dat door testateuren aan Goortgen van Trijest, hun dochter, hierna vermaakt wordt, en tussen de Selderse Weteringe. Aan voornoemde Adriaentgen hebben zij de camp vermaakt aan het eind van de straet Nedereeckerijs, waar de erfgenamen van de heer van Geresteijn een klein hoekje aan de Geresteijnse steeg bezitten. Ingeval de testateurs dit hoekje van die erfgenamen mochten kopen, dan gaat dit naar Adriaentgen. In dat geval dient zij 200 carolus gulden in de boedel in te brengen.

c) Zij vermaken aan Gijsbertgen van Trijest, hun beider dochter, huijsvrouw van Helmert Franszn van Overeem, boven hetgeen zij ten huwelijk en daarbuiten ontvangen heeft, de helft van het erf Groot Rumelaer en het halve getimmer daarop, alsmede het bovenste stuk op het Weteringsche Erffken aan de Zeedijck 'de warf tot het plagvelt of plagmaet toe'. Teven het Rumelaerse padstuck en een 'trijp' van de lange ackeren aan de Noordzijde tot de Benedenste camp toe.

d) Zij vermaken aan Meijnsgen van Trijest, hun beider dochter, huijsvrouw van Evert Lambertszn, boven hetgeen zij ten huwelijk en daarbuiten heeft ontvangen, een huijsinge en hoffstede met weiland op de meent en alle getimmer daarop, waar testateurs tegenwoordig in wonen, met de rest van het Weteringse Erffgen, van de Weteringse dijck tot aan de lange ackeren, dwars over de breedte van het erfje met de schuur daarop en dan de zuidzijde van de Langeackeren tot het deel dat vermaakt is aan de huijsvrouw van Helmert Franszn . Voorwaarde is dat deze beide dochters de ongelden van voornoemd erfje zullen dragen naar gelang een ieder land heeft en ook 'tegens malcanderen gehouden sijn half en half te tuijnen en breder en uit te weteren en bauwercken maecken'.

e) Zij vermaken aan Maijken van Trijest, huijsvrouw van Adriaen Matthijszn van Langelaer, boven hetgeen bij haar huwelijk en daarbuiten genoten is, het Erffgen aan het Heetvelt Loeffs genaamd, zijnde 'keurmoedich goed', vrij zonder lasten, en 9 dammaten land te Bunschoten te veen aan de Colck, strekkende tot aan de nieuwe weg toe.

f) Zij vermaken aan Goortgen van Triest, huijsvrouw van Anthonis van Houff, boven hetgeen ten huwelijk en daarbuiten genoten is, een huijsinge en hoffstede waar Reijer Huijgen in woont, met weiland op de meent en 'vorder gerechtigheid' aan de noordzijde van de Voorstraat tot Woudenberg, naast het huis dat hiervoor aan de kinderen van Anthonis van Triest zaliger is vermaakt. Op voorwaarde dat het huis zijn 'gerechtigheid' behoudt om in de muur van het grote huis te mogen aanankeren. Zij vermaken dezelfde dochter Goortgen het huis op de Loodijck met het uijtterdijckgen waar het op staat en 12 dammaten land in polder De Haar met het oude Kooijtgen gelegen tussen de Loodijck en de Seldersen dijck, en nog een campgen daar aan, zijnde omtrent het vierde deel van 6 dammaten in Seldert.

g) Verder legateren zij Meijntgen Evert Lambertszn dochter, hun nicht die bij hen woont, 600 carolus guldens op voorwaarde dat zij alleen met raad van testateuren en vrunde zal huwen en tot zover zullen de erfgenamen van de testateuren dit geld ten behoeve van Meijntgen op rente zetten, voor zover zij het tijdens het leven van de testateuren nog niet heeft genoten. Mocht zij overlijden zonder wettige levende geboorte na te laten, dan zullen deze 600 guldens, voor zover niet verteerd, komen op testateurens kinderen, kindskinderen en erfgenamen.

Zij vermaken al hun verdere goederen, roerende, onroerende, heerlijke, deelbare, renten, acten en crediten, inboedel en huisraad, 'meessen in de vaelt', coorn op het veld en in de bergen en schuren, haeff en beesten, bouwgereedschap, geld, goud, enzovoort, aan voornoemde vijf dochters en de kinderen van hun overleden zoon, ieder een 6e deel. Adriaentgen van Trijst deelt hierin, als voordochter, mee als de anderen. Het is hun wil dat ieder van voornoemde kinderen en zoonskinderen zullen behouden wat zij als huwelijksgoed en daarbuiten gehad hebben of wat testateurs verder voor hen hebben uitgegeven. Zij hebben voor zover het hun mogelijk was bij de verdeling van de erfporties rekening gehouden. Wat hen nog voorgeschoten of verstrekt zal worden, zal nog worden ingehouden en dat geldt ook voor de kinderen van Anthonis van Triest zaliger, voor hetgeen aan hun ouders is gegeven, voorgeschoten en betaald, uitgezonderd de borgtochten die testateuren ten behoeve van het Weeshuijs te Utrecht en Johan van Noortwijck hebben verstrekt en hetgeen de testateuren nog voor deze kinderen en hun moeder zullen voorschieten, hierop zullen ze gecort worden. Het is ook hun uiterste wil dat hun kinderen behouden zullen die kapitalen die enigen van hen van testateuren op rente hebben, zonder die hoeven inbrengen in de boedel aangezien testateuren bij de verdeling hiermee al rekening hebben gehouden. Mochten enigen van hen wat aflossen of de rente betalen, dan wordt dat genoteerd. Ieder van de kinderen dient de rente te betalen zolang de testateurs leven en langer niet.

Op 27 april 1648 vermaakt Frans in een aanvullend testament aan zijn dochter Gijsbertgen van Triest, weduwe van Helmert Fransz, enig land te Zeldert. In een tweede aanvullend testament op 5 mei 1648 vermaakt hij nog aan haar de helft van vier morgen in de Caneel te Woudenberg. In 1650 laat Frans van Triest nogmaals een aanvullend testament maken.

Op 19 januari 1641 geeft Goort Thonisz, wonende tot Leusden, volmacht aan Frans van Triest om namens hem te compareren voor de thinsheer van het huis Natewisch om daar te transporteren ten behoeve van Heimert Fransen en Gisbertgen van Triest, sijn huijsvrouw, een erf genaamd Cleijn Rumelaar, en om te bekennen dat de kooppenningen betaald zijn. Op 3 juni 1644 transporteert Frans van Triest, oud-schout van Woudenberg, als gevolgmachtigde van Goort Thonisz, wonende Leusden, ten behoeve van Gisbertgen Frans van Tiestdochter, weduwe van Helmert Fransen, 'het halve erf en goet gelegen int Wout int oude gerecht van Amerongen genaempt Cleijn Rumelaar', ten oosten het erf Doijenstok, ten zuiden Landaes en ten westen een erf dat ook Rumelaar heet.

Uit dit huwelijk:

1.   Adriaentje Frans van Triest, geboren ca. 1585, overleden > 1654. Gehuwd ca. 1610 met Jan Gerritsz van Langelaer, overleden 1610-1615. Gehuwd ca. 1615 met Gerrit Rijckz van Blootenburg, geboren ca. 1585, overleden 1636-1654

2.   Anthonis van Triest, procureur van het Hof van Utrecht, geboren ca. 1588, overleden < 18 maart 1635. Gehuwd op 19 april 1612 te Utrecht met Heiltje Cornelis

3.   Gijsbertgen van Triest, geboren ca. 1593 te Woudenberg, overleden > 1640. Gehuwd ca. 1620 met Helmert Fransz van Overeem, landbouwer, geboren ca. 1575 te Woudenberg, overleden 1641-1644

4.   Meijntje Frans van Triest, geboren ca. 1592. Ondertrouwd op 4 februari 1615 te Amersfoort en gehuwd te Woudenberg met Evert Lambertsz, geboren ca. 1590 te Amersfoort

5.   Maria van Triest

6.   Geertgen Frans van Triest, geboren ca. 1600 te Woudenberg. Gehuwd op (?) 15 april 1618 te Amersfoort met Hendrik Jansz van Couwenhoven, brouwer, overleden 1628-1632. Ondertrouwd op 7 april 1632 en gehuwd op 22 april 1632 te Amersfoort (get: Jan Josten Baeken, Ester van Diemen) met Anthonius Ellerts van den Hoef

 

7338. Willem Cornelisz van Nieburg, landbouwer op een kamp lands in Nijeborg (1636), zoon van Cornelis Jacobsz Nieburg, geboren ca. 1560, overleden > 1636

Gehuwd met

7339. Willempje Jordens, overleden < 1636

Willem is ook wel Speckhorst genoemd. Hij is op 13 maart 1636 beleend met een vierkante kamp uit het landgoed Nieburg onder Renswoude.

Uit dit huwelijk:

1.   Cornelis Willemsz Soenen, overleden < 1652

2.   Geusje Willems

3.   Neeltgen Willems

4.   Marijtgen Willems

 

7616. Oth van Snellenberch, mandenmaker, zoon van Anthonis Willemszoon van Snellenberch en Catrina van Drongelen, geboren ca. 1555, overleden 28 mei 1632 te Utrecht

Gehuwd met

7617. Stijntje Melchiors Weijman, dochter van Melchior Weijman en Marrichgen Jacobs Nobel, geboren ca. 1560, overleden maart 1645 te Utrecht, begraven in de Buurkerk te Utrecht

Oth woont aan de westzijde van de Oude Gracht 'tusschen de Smeede en Reguliersbruggen'. Hij koopt dit op 7 januari 1614 van Gijsbert Gerritsz van Overmeer. Zij komen bij de koop overeen dat Gijsbert 'den straet en het erf voer de tijd van 6 jaer nog zal gebruijken en onderhouden zonder huur te betalen'. Oth sluit tussen 1614 en 1620 diverse plechten af, onder andere bij het St. Bartholomeus Gasthuijs en de St. Geertruijdenkerck. Zijn zoon Anthonis Ottens van Snellenberch staat daarbij borg. Het huis wordt op 9 september 1635 door Stijntje, zijn weduwe, verkocht aan haar zoon Johan van Snellenberch en diens vrouw Trijntgen Jans van Cervel.

Uit dit huwelijk:

1.   Anthonis Otten van Snellenberg, groefbidder, begraven 13 september 1647 in de Buurkerk te Utrecht. Gehuwd op 14 mei 1615 in de Geertekerk te Utrecht met Annetgen Willems van Deijll, begraven 16 november 1668 in de Nicolaikerk te Utrecht

2.   Cornelis Otten van Snellenberg, begraven 10 augustus 1657 te Utrecht. Gehuwd op 15 april 1621 in de Jacobikerk te Utrecht met Marichen Melchiors van der Horst, begraven 2 december 1661 te Utrecht

3.   Jan Otthen van Snellenbergh

4.   Jacob Otten van Snellenberg, groefbidder, begraven 6 maart 1654 te Utrecht. Gehuwd op 5 april 1624 in de Buurkerk te Utrecht met Trijntgen Hermans van Schorel, begraven 11 oktober 1647 in de Nicolaikerk te Utrecht. Gehuwd op 26 november 1648 in de Jacobikerk te Utrecht met Margriet Tempels

 

7618. Jan van Kervel, speldenmaker (1574-1575)

Kinderen:

1.   Catrina Jans van Kervel

 

7624. Cornelis Jansz de Clercq, zoon van Johan Cornelisz de Clercq en Cornelia Dirks Keijser, geboren ca. 1584, overleden 11 mei 1658 te Vreeswijk. Gehuwd op 20 januari 1633 te Vreeswijk met Lijsjen Jans

Gehuwd ca. 1605 met

7625. Stijntjen Pieters, dochter van (?) Pieter Jacobsz van Rueven, geboren ca. 1580, overleden < 1633

Uit dit huwelijk:

1.   Jan Cornelisz de Clercq, geboren ca. 1606. Gehuwd in 1630 te Vreeswijk met Hendrickjen Ghijsberts, geboren ca. 1606

2.   Neeltje Cornelis de Clercq, geboren ca. 1608. Gehuwd op 12 april 1635 te Vreeswijk met Aelbert Ghijsbertsz, geboren ca. 1603

3.   Pieter Cornelisz de Clercq, geboren ca. 1610, overleden 1681-1691. Gehuwd op 10 april 1636 te Vreeswijk met Aeltjen Jans van Broeckhuijsen, geboren ca. 1610 te Driebergen, overleden 1650-1651

4.   Stijntjen Cornelis de Clercq, geboren ca. 1612. Gehuwd ca. 1632 met Cornelis Willemsz Duri, Samoreus schipper op Culemborg, geboren ca. 1590, overleden < 1637

5.   Geertje de Clercq, geboren ca. 1614. Gehuwd op 25 oktober 1640 te Vreeswijk met Jan Dirksz Verhoef, geboren ca. 1610

6.   Claes Cornelisz de Clercq

7.   Arien de Clercq